1
Vlaanderen
is onderwijs & vorming
WIE IS ER NIET ALS DE SCHOOLBEL RINKELT? Evaluatie 2018 -2019 AGODI
AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN
www.onderwijs.vlaanderen.be
2
COLOFON
Eindredactie Brenda De Wilde AGODI, Afdeling Basisonderwijs, DKO en CLB – Scholen en leerlingen Iris Joorter AGODI, Afdeling Secundair Onderwijs – Scholen en leerlingen
Met medewerking van Kurt Van Damme, Bea De Cuyper AGODI, Afdeling Basisonderwijs, DKO en CLB – Scholen en leerlingen Joachim Valkiers, Lise Van Proeyen, Joke Ceunen AGODI, Afdeling Secundair Onderwijs – Scholen en leerlingen
Depotnummer D/2021/3241/107
Verantwoordelijke uitgever Patrick Poelmans Administrateur-generaal; Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI)
Lay-out en fotografie Kim Baele Afdeling Communicatie, Onderwijs Vlaanderen
3
WIE IS ER NIET ALS DE SCHOOLBEL RINKELT? Evaluatie 2018-2019
4
Inhoud INLEIDING 7 LEERPLICHT: ALGEMENE SITUERING 8 HOOFDSTUK 1: CONTROLE OP DE INSCHRIJVINGEN IN HET BASIS- EN SECUNDAIR ONDERWIJS 10 1. REGLEMENTAIR KADER 10 2. PROCEDURE VOOR OPVOLGING 11 2.1 Huidige procedure Vlaams Gewest 11 2.2 Procedure Brussels Hoofdstedelijk Gewest 14 2.3 Evaluatie procedure 15 3. RESULTATEN 17 4. BESLUIT 20 HOOFDSTUK 2: OPVOLGING VAN IN- EN UITSCHRIJVINGEN IN HET BASISONDERWIJS
21
1. REGLEMENTAIR KADER 21 2. PROCEDURE VOOR OPVOLGING 21 HOOFDSTUK 3: OPVOLGING VAN IN- EN UITSCHRIJVINGEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS
22
1. REGLEMENTAIR KADER 22 2. PROCEDURE VOOR OPVOLGING 23 2.1 Huidige procedure 23 2.2 Evaluatie procedure 25 3. RESULTATEN 26 3.1 Tijdige en laattijdige inschrijvingen 26 3.2
Verschillende categorieën van in- en uitschrijvingen
30
HOOFDSTUK 4: PROBLEMATISCHE AFWEZIGHEDEN IN HET BASISONDERWIJS
38
1. REGLEMENTAIR KADER 38 2. PROCEDURE VOOR OPVOLGING 39 3. RESULTATEN 40 3.1 Problematische afwezigheden 40 3.2 Zorgwekkende dossiers 42 4. BESLUIT 43
5
HOOFDSTUK 5: PROBLEMATISCHE AFWEZIGHEDEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS
44
1. REGLEMENTAIR KADER 44 2. PROCEDURE VOOR OPVOLGING 45 3. RESULTATEN 46 3.1. Problematische afwezigheden 46 3.2 Zorgwekkende dossiers 51 4 BESLUIT 53 HOOFDSTUK 6: TUCHT IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS
54
1. REGLEMENTAIR KADER 54 2. PROCEDURE VOOR OPVOLGING 54 3. RESULTATEN 55 4. BESLUIT 59 SAMENVATTING 60 OVERZICHT VAN TABELLEN 63 OVERZICHT VAN FIGUREN 65 GLOSSARIUM 66 AFKORTINGENLIJST 70 BRONNEN 71
6
1
7
Inleiding Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderwijsbeleid in Vlaanderen. De leerplichtcontrole vormt één van de kerntaken van AGODI. In dit rapport vindt u de belangrijkste gegevens over schoolverzuim van het schooljaar 2018-2019. We baseren ons voor de verschillende hoofdstukken op cijfers en informatie afkomstig uit de databanken van AGODI. Deze databanken bevatten gegevens aangeleverd door de scholen. De scholen registreren de in- en uitschrijvingen en melden de problematische afwezigheden en tucht. Het rapport is een beschrijvende analyse van de gegevens van alle leerlingen die op 1 september 2018 leerplichtig waren. Dit rapport behandelt vier grote processen die plaatsvinden in het agentschap: •
De controle op de inschrijvingen (hoofdstuk 1)
•
De controle op de in- en uitschrijvingen (hoofdstuk 2 en 3)
•
De registraties van de problematische afwezigheden (hoofdstuk 4 en 5)
•
De registraties van de definitieve uitsluitingen (hoofdstuk 6).
Bij elk proces staan we stil bij de gevolgde procedure en de resultaten. In de bijhorende Exceltabellen belichten we de profielkenmerken van de leerlingen en hun schoolloopbaan. Elk hoofdstuk sluiten we af met een besluit. De belangrijkste bevindingen zijn ook opgenomen in een korte samenvatting achteraan in het rapport.
8
Leerplicht: algemene situering
België is één van de weinige landen met een voltijdse leerplicht tot zestien jaar én een deeltijdse leerplicht tot achttien jaar. Er zijn nog een aantal Europese landen waar leerlingen leerplichtig zijn tot achttien jaar, zoals Duitsland. In de meeste Europese landen is men echter voltijds leerplichtig tot vijftien of zestien jaar, zonder dat daar een deeltijdse leerplicht op volgt1. De leerplicht in België werd in 1983 via de wet op de leerplicht verlengd tot achttien jaar. Die wet kwam er in een periode met een hoge jeugdwerkloosheid en sociale problemen. De overheid zag een betere scholingsgraad toen als middel bij uitstek om de tewerkstellingskansen en de positie van jongeren in de maatschappij te verbeteren2. Nu zijn kinderen leerplichtig vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin ze zes jaar worden tot 30 juni van het kalenderjaar waarin ze achttien worden of tot hun achttiende verjaardag als die vóór 30 juni valt. De duur van de leerplicht blijft voorwerp van maatschappelijk debat. In maart 2019 besloot de federale regering de leerplicht in te stellen vanaf vijf jaar. Deze verlaging van de leerplichtleeftijd zal in werking treden vanaf schooljaar 2020-20213. Om ervoor te zorgen dat alvast zoveel mogelijk kleuters naar het kleuteronderwijs gaan, brengt AGODI jaarlijks de niet-ingeschreven kleuters in kaart op basis van een vergelijking van alle kleuters die gedomicilieerd zijn in het Vlaams Gewest met alle ingeschreven kleuters in de scholen. De lijst van nietingeschreven kleuters bezorgt AGODI sinds 2009 aan Kind en Gezin en de 40 Lokale Overlegplatforms (LOP) in Vlaanderen. Kind en Gezin onderneemt acties voor de driejarige kleuters. De LOP-deskundigen zoeken partners met beroepsgeheim die acties kunnen ondernemen voor de vier- en vijfjarige kleuters. Op 12 december 2016 lanceerde de minister het kleuteractieplan en stelde ze binnen AGODI een kleutercoördinator aan. De kleutercoördinator ontwikkelde verschillende instrumenten om school- en lokale besturen te ondersteunen in het voeren van een beleid rond kleuterparticipatie. Meer informatie over de acties van de kleutercoördinator zijn terug te vinden in het jaarrapport4.
1 2 3 4
European Commission/EACEA/Eurydice, 2020. The Structure of the European Education Systems 2020/21: Schematic Dia grams. Eurydice Facts and Figures. Luxembourg: Publications Office of the European Union. PERQUY, J. “Leerplicht vanuit de sociale dimensie”, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en –Beleid, 5-6, 1995-1996, 281-282. Wet van 23 maart 2019 “Wet tot wijziging van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, teneinde die in te stellen vanaf de leeftijd van vijf jaar”. http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&table_name=wet&cn=2019032320 Zie ook in het AGODI jaarverslag: http://www.agodi.be/publicaties-agodi-jaarverslag
9
Naast de controle op de inschrijvingen verzamelt AGODI ook gegevens over de in- en uitschrijvingen en problematische afwezigheden en voert hierop controles uit. Een correcte afwezigheidsregistratie biedt de mogelijkheid om afwezigheidsproblemen bij leerlingen snel te signaleren en daar gepast op te reageren. Het maakt het bovendien mogelijk accurate beleidsinformatie te verzamelen. AGODI maakt eveneens afspraken met andere partners om de leerplicht en spijbelproblematiek beter te kunnen opvolgen. Zo heeft het agentschap een samenwerkingsprotocol met de parketcriminologen van Jeugd en Gezin voor een betere opvolging van de leerplicht- en spijbeldossiers bij de procureur. Er zijn ook afspraken gemaakt met de Franse Gemeenschap om de controle op de inschrijvingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verder te verfijnen. Tot slot nam het agentschap terug contact op met het Nederlands Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om het vertrouwelijkheidscontract te actualiseren in functie van een efficiëntere informatie-uitwisseling en een gerichte communicatie rond de zorgwekkende dossiers. AGODI is er zich van bewust dat zijn rol in de opvolging van de leerplicht en het spijbelen duidelijk beperkingen kent. Het blijft van cruciaal belang dat de opvolging van leerplichtproblemen ook in lokale netwerken ten volle wordt opgenomen.
10
Hoofdstuk 1 Controle op de inschrijvingen in het basis- en secundair onderwijs 1
Reglementair kader
De leerplichtcontrole is één van de kerntaken binnen AGODI. Dit proces omvat een controle op de inschrijvingen waarbij we voor elk leerplichtig kind in het Vlaams Gewest in het begin van het schooljaar nagaan of het ingeschreven is in een erkende school, huisonderwijs volgt of een vrijstelling van leerplicht heeft. Als dat niet het geval is, controleren we of er een inschrijving is op een later tijdstip in het schooljaar. Het reglementaire kader voor de controle op de inschrijvingen is voor het basisonderwijs vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering over de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs van 12 november 1997. Het reglementair kader voor het secundair onderwijs is vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering over de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs van 16 september 1997 5, 6. We doen deze controle door een vergelijking te maken van alle beschikbare leerlingenlijsten met de leerplichtigen volgens het Rijksregister. De ouders van de kinderen die we niet terugvinden in de beschikbare leerlingenlijsten, maar wel leerplichtig zijn, krijgen een brief. Daarin vragen we naar informatie hoe hun kind mogelijk toch aan de leerplicht voldoet. Als de ouders geen antwoord geven, sturen we de dossiers van de leerplichtigen door naar de gemeenten voor verder onderzoek. In de bovengenoemde besluiten is opgenomen dat we een verslag naar de procureur sturen als een leerplichtige niet voldoet aan de leerplicht.
5 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs (12 november 1997). Geraadpleegd op 4 februari 2019, van https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=12230. 6 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs [of in het s telsel van leren en werken (verv. BVR 24/10/2008, art. 23)] (16 september 1997). Geraadpleegd op 4 februari 2019, van https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=12962.
11
2
Procedure voor opvolging
2.1
Huidige procedure Vlaams Gewest
De procedure voor de opvolging van de inschrijvingen begint in september en bestaat uit opeenvolgende stappen die in figuur 1 schematisch worden weergegeven:
6 tem 17-jarigen in het Vl. Gewest op 1 september (Rijksregister)
Geschrapt door of vrijdatelling bijkomende informatie uit het Rijksregister
Opzoeken in databanken AGODI
Teruggevonden in databanken AGODI
Niet teruggevonden in databanken AGODI
Aanschrijven Terugkerende van de ouders dossiers naar de (+ eventueel procureur herinneringsbrief)
Antwoord ouders
Geen antwoord ouders
Toereikend
Opzoeken in databanken AGODI
ontoereikend
Interne Dossier naar opvolging procureur
Opvolging van dossiers uit vorig schooljaar dossiers naar de gemeenten
Teruggevonden in databanken AGODI
Niet teruggevonden in databanken AGODI
Aanschrijven van de gemeente (+ eventueel herinneringsbrief)
Geen antwoord gemeente
Antwoord gemeente
Toereikend
Ontoereikend
Interne Dossier naar opvolging procureur
Opzoeken in databanken AGODI
Teruggevonden in databanken AGODI
Niet teruggevonden in databanken AGODI
Interne Dossier opvolging naar (einde procureur leerplicht)
Figuur 1: Schematisch overzicht van de verschillende stappen bij de controle van de inschrijvingen
12
Van het Rijksregister ontvangen we een bestand van alle kinderen die in het Vlaams Gewest gedomicilieerd zijn op 1 september en die tot de leerplichtige leeftijdscategorie behoren (zes- tot en met zeventienjarigen7). Dit bestand omvat alle kinderen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister van een Vlaamse gemeente. Een eerste selectie is gebaseerd op vrijstellingen van de leerplicht. Het gaat over kinderen die door een fysieke of mentale handicap een vrijstelling van de leerplicht kregen, en over jongeren die al een diploma van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad bso of een getuigschrift van een opleiding van het buitengewoon secundair onderwijs behaalden. Vervolgens schrappen we een tweede groep kinderen uit het bestand voor wie het Rijksregister bijkomende informatie geeft. Het gaat om kinderen die nog in Vlaanderen gedomicilieerd zijn, maar een verblijfsadres hebben in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in het Waals Gewest of in het buitenland. Zij worden van de verdere procedure uitgesloten. Hetzelfde geldt voor de kinderen die als ontvoerd opgegeven zijn. Een gemeenschappelijke cel, samengesteld uit vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap en van de Franse Gemeenschap, controleert de kinderen en jongeren die gedomicilieerd zijn in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest. Die controle gebeurt apart van de controle in het Vlaams Gewest (zie 2.2). Zodra deze groepen zijn geschrapt, zoeken we de overige leerplichtigen op in de databanken van AGODI. Diegene die ingeschreven zijn in een erkende school of die vallen onder het stelsel van huisonderwijs worden eveneens geschrapt uit het bestand van leerplichtigen. De kinderen die we niet terugvinden in de databanken van AGODI, delen we op in drie groepen: •
Een eerste groep betreft leerplichtigen waarvan we de dossiers in 2017-2018 al doorstuurden naar de procureur voor opvolging. Als we voor hen opnieuw geen inschrijving terugvinden, maken we deze dossiers al in februari over aan de procureur, zonder de ouders en de gemeente opnieuw te contacteren. Op deze manier kan de procureur deze kinderen kort op de bal blijven opvolgen.
•
Een tweede groep betreft leerplichtigen waar uit het dossier van vorige schooljaar onvoldoende bleek of ze aan de leerplicht voldeden. Voor deze groep schrijven we rechtstreeks de gemeenten aan om verder te onderzoeken.
•
De derde groep betreft de overige leerplichtigen. Aan de ouders van deze kinderen sturen we een brief met een antwoordformulier waarop ze kunnen aangeven waar hun kind onderwijs volgt. o Als het antwoord van de ouders ontoereikend is, stuurt AGODI dit dossier door naar de procureur. In een aantal situaties is het antwoord van de ouders ontoereikend, maar beslist AGODI toch om het dossier niet naar de procureur te sturen. Dat is o.a. het geval voor:
7
-
Leerplichtigen die bijna achttien jaar zijn;
-
Leerplichtigen voor wie een vrijstelling van de leerplicht aangevraagd is maar voor wie het Zorgpunt Onderwijsinspectie nog geen beslissing nam;
-
Leerplichtigen die huisonderwijs volgen maar voor wie nog geen verklaring van huisonderwijs werd ingediend;
We baseren ons op geboortejaren. Voor het schooljaar 2018-2019 gaat het over de kinderen geboren vanaf 01/01/2001 tot en met 31/12/2012. In de bespreking gebruiken we voor kinderen geboren in 2012 de term zesjarigen, voor kinderen geboren in 2011 zevenjarigen …
13
-
Leerplichtigen van wie de ouders kunnen aantonen dat ze actief op zoek zijn naar een school, maar door een specifieke problematiek nog geen school gevonden hebben.
AGODI volgt deze dossiers verder op en ondersteunt de ouders waar mogelijk. o Wanneer AGODI geen antwoord krijgt van de ouders, zoekt AGODI de kinderen opnieuw op in zijn databanken. Als we geen nieuwe informatie over de kinderen terugvinden, sturen we de gegevens van de kinderen door naar de gemeenten. We vragen aan de gemeenten om via een huisbezoek na te gaan of deze kinderen voldoen aan de leerplicht. We vragen de gemeenten om de ouders niet nogmaals aan te schrijven, omdat dit de procedure vertraagt. Als blijkt dat het kind is ingeschreven in een school of in een andere instelling, dan schrapt het agentschap het kind uit het bestand van niet-ingeschreven leerplichtigen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer ouders kunnen aantonen dat hun kind is ingeschreven in een instelling waar een schoolvervangende dagbegeleiding wordt voorzien. Bij geen of een ontoereikend antwoord van de gemeente bij de op te volgen leerplichtigen in groep twee en drie sturen we de leerplichtdossiers vanaf maart door naar de procureur. Het doorsturen van de dossiers naar de procureur is niet het absolute eindpunt van de opvolging van de inschrijvingen. Als achteraf, via informatie van de ouders of uit andere bronnen, blijkt dat het kind toch ingeschreven is in een school, sturen we een herroeping van het dossier naar de procureur. De opvolging van de inschrijvingen is een continu proces dat loopt overheen een gans schooljaar en ook maanden erna. AGODI blijft wijzigingen aanbrengen in zijn databanken. Alhoewel de controle op de inschrijvingen van de leerplichtigen gelijk loopt voor het basisen secundair onderwijs, bespreken we de resultaten van de leerplichtcontrole afzonderlijk. Kinderen van zes tot en met elf jaar (geboortejaren 2012 tot en met 2007) worden in de cijfers beschouwd als leerlingen van het basisonderwijs, jongeren van twaalf tot en met zeventien jaar (geboortejaren 2006 tot en met 2001) worden als leerlingen van het secundair onderwijs beschouwd8.
8
Let op! Deze indeling stemt niet volledig overeen met het niveau waar de leerlingen effectief ingeschreven zijn, omdat leerlingen op jongere of oudere leeftijd kunnen overgaan van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs.
14
2.2
Procedure Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Een gemeenschappelijke cel controleert de kinderen en jongeren die gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze cel is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap en van de Franse Gemeenschap. Daarvoor is een protocol afgesloten met de Franse Gemeenschap. De cel heeft als opdracht om: •
Na te gaan of en hoe leerplichtigen die gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voldoen aan de leerplicht;
•
Leerplichtigen die niet voldoen aan de leerplicht op te sporen;
•
Nuttig gevolg te geven aan de dossiers van leerplichtigen die niet aan de leerplicht voldoen.
De cel schrijft de ouders van de niet-ingeschreven leerplichtigen aan. Als de ouders geen antwoord geven, vragen we de medewerking van de Brusselse gemeenten. Daartoe sloot de cel een engagementsverklaring met deze gemeenten. Als ook de gemeenten geen duidelijkheid kunnen scheppen over de invulling van de leerplicht of als blijkt dat de leerplichtwet wordt overtreden, dan gaan de dossiers naar de procureur. De controle op de inschrijvingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vormt verder geen onderwerp van dit rapport. Meer informatie hierover is terug te vinden in de jaarrapporten van AGODI.
15
2.3
Evaluatie procedure
De volgende tabel geeft een overzicht van het totale aantal leerplichtigen in het Vlaams Gewest. Tabel 1: Overzicht procedurestappen bij de controle op de inschrijvingen van de zes- tot zeventienjarigen in het Vlaams Gewest (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in februari 2020)
Basisonderwijs
2016-2017
2017-2018 %
Aantal kinderen in het Rijksregister op de leerplichtige leeftijd
2018-2019
%
%
438.716
100%
444.968
100%
448.176
100%
3.978
0,91%
3.529
0,79%
3.115
0,70%
Aantal dossiers van kinderen die naar de gemeenten werden verzonden
669
0,15%
876
0,20%
733
0,15%
Aantal dossiers doorgestuurd naar de procureur
56
0,01%
60
0,01%
54
0,01%
Aantal kinderen van wie de ouders aangeschreven werden
Secundair onderwijs
2016-2017
2017-2018
2018-2019
%
%
%
Aantal kinderen in het Rijksregister op de leerplichtige leeftijd
409.880
100%
413.649
100%
419.448
100%
4.101
1,00%
4.199
1,02%
3.831
0,91%
Aantal dossiers van kinderen die naar de gemeenten werd verzonden
659
0,16%
850
0,21%
971
0,23%
Aantal dossiers doorgestuurd naar de procureur
38
0,01%
126
0,03%
187
0,04%
Aantal kinderen van wie de ouders aangeschreven werd
16
We zien tijdens de afgelopen twee schooljaren het aantal leerplichtige kinderen in het Rijksregister telkens toenemen; dit zowel in het basis- als in het secundair onderwijs. Voor de leerplichtige kinderen en jongeren die niet worden teruggevonden in de databanken van AGODI, schrijven we eerst de ouders en daarna de gemeenten aan. De daling van het aantal ouders van kinderen in de leeftijdscategorie basisonderwijs die we aanschrijven, zet zich in schooljaar 2018-2019 verder door (zowel in absolute aantallen als procentueel). Het percentage dossiers waarvoor we de gemeenten aanschrijven, stabiliseert zich terug op het niveau van twee schooljaren geleden (0,15%). Ook voor de kinderen in de leeftijdscategorie secundair onderwijs moeten we in het schooljaar 2018-2019 terug iets minder ouders aanschrijven (zowel in absolute aantallen als procentueel). Het aantal dossiers dat we doorsturen naar de gemeenten stijgt dan weer het tweede schooljaar op rij (in absolute aantallen en procentueel). Het aantal dossiers dat we doorsturen naar de procureur blijft stabiel in het basisonderwijs maar stijgt het tweede schooljaar op rij in het secundair onderwijs. Deze stijging kan o.a. worden toegeschreven aan het feit dat we vanaf het schooljaar 2017-2018 ook in het secundair onderwijs de dossiers van kinderen van de trekkende bevolking die niet in orde zijn met de leerplicht, doorsturen naar de procureur. Voor een tijdige en kwalitatieve opvolging van de procedure is AGODI afhankelijk van de aanlevering van gegevens door derden: • De vertrekbasis voor de controle op de inschrijvingen is het bestand van het Rijksregister. Bij het gebruik van het Rijksregister moet men rekening houden met een aantal onvolkomenheden. De gemeenteregisters vormen de informatiebasis voor het Rijksregister, maar die zijn niet perfect. Het kan bijvoorbeeld zijn dat personen naar het buitenland verhuisden zonder dat bij de gemeente aan te geven. Ook kan de periode die verstrijkt tussen de gebeurtenis (verhuis, overlijden …) en de aanpassing in het Rijksregister oplopen tot enkele weken of zelfs maanden. Dat verschilt van gemeente tot gemeente. Om het opzoekingswerk voor de gemeenten zo veel mogelijk te beperken, controleren we, voordat we de brieven versturen naar de gemeenten, de gegevens van de leerplichtigen een tweede keer via een update van het Rijksregister. • Alleen de gefinancierde en gesubsidieerde scholen zijn verplicht om mee te werken aan de controle op de inschrijvingen en om de gegevens van de ingeschreven leerlingen te bezorgen. Andere instellingen (privéscholen en internationale scholen) schrijven we ieder schooljaar aan met de vraag toch mee te werken aan de leerplichtcontrole. Dat gebeurt op vrijwillige basis maar de meeste werken hieraan mee. Om tijdig over de gegevens te beschikken, besteden we veel aandacht aan het sensibiliseren van deze instellingen. We schrijven ze aan bij het begin van ieder schooljaar en bellen ze indien nodig ook op. • Het is belangrijk dat de ouders zo vroeg mogelijk een signaal krijgen als AGODI geen inschrijving voor hun leerplichtige kinderen vindt. Daarom schrijft het agentschap eerst de ouders aan (in november - december) en daarna de gemeente (in de maanden maart en april). Dat heeft weliswaar tot gevolg dat meer ouders het gevoel hebben dat ze onterecht door de overheid op de vingers getikt worden als hun kinderen toch aan de leerplicht voldoen. Anderzijds worden ouders van wie de kinderen niet aan de leerplicht voldoen, sneller gemotiveerd om zich met de leerplicht in orde te stellen. • Voor inschrijvingsgegevens van scholen uit het buitenland zijn we afhankelijk van de ouders zelf. Een beperkt aantal ouders stuurt ons in het begin van het schooljaar een inschrijvingsbewijs van de buitenlandse school. De meeste ouders bezorgen ons pas een bewijs van inschrijving als antwoord op onze brief van de leerplichtcontrole. Ook hier proberen we de ouders te sensibiliseren ons bij aanvang van elk schooljaar een nieuw inschrijvingsbewijs te bezorgen van de buitenlandse school. • Als de ouders geen antwoord geven, stuurt AGODI een brief naar de gemeente. Dat gebeurt vanaf maart.
17
3 Resultaten Tabel 2 geeft een overzicht van de resultaten van de controle op de inschrijvingen. Tabel 2: Overzicht van het resultaat van de controle op de inschrijvingen van de zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in februari 2020.) Basisonderwijs
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Leerplichtigen in het Rijksregister in het Vlaams onderwijs
438.716
100%
444.968
100%
448.176
100%
Inschrijving in erkend onderwijs
431.538
98,36%
437.788
98,39%
441.446
98,50%
Huisonderwijs
5.411
1,23%
5.449
1,22%
4.935
1,10%
Vrijstelling van leerplicht
128
0,03%
108
0,02%
79
0,02%
1.570
0,36%
1.275
0,29%
1.415
0,32%
438.647
99,98%
444.620
99,92%
447.875
99,93%
Niet ingeschreven, opvolging door procureur
56
0,01%
60
0,01%
54
0,01%
Niet ingeschreven, interne opvolging
13
0,00%
25
0,01%
11
0,00%
Aantal leerlingen die voldoen aan de leerplicht
69
0,02%
85
0,02%
65
0,02%
Verblijft niet (langer) in het Vlaams Gewest Aantal leerlingen die voldoen aan de leerplicht
2016-2017
Secundair onderwijs
2017-2018
2018-2019
Leerplichtigen in het Rijksregister in het Vlaams onderwijs
409.880
100%
413.649
100%
419.448
100%
Inschrijving in erkend onderwijs
400.988
97,83%
404.428
97.77%
410.620
97,90%
Huisonderwijs
6.036
1,47%
6.240
1.51%
5.822
1,39%
Vrijstelling van leerplicht
1.515
0,37%
1.022
0.25%
604
0,14%
Verblijft niet (langer) in het Vlaams Gewest
1.046
0,26%
957
0.23%
1.023
0,24%
409.585
99,93%
412.647
99.76%
418.069
99.67%
Niet ingeschreven, opvolging door procureur
38
0,01%
126
0.03%
187
0,04%
Niet ingeschreven, interne opvolging
257
0,06%
626
0.15%
863
0,21%
Aantal leerlingen die voldoen aan de leerplicht
295
0.07%
752
0.18%
1.050
0.25%
Aantal leerlingen die voldoen aan de leerplicht
Totaal
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Aantal leerlingen die voldoen aan de leerplicht
848.232
99.96%
857.267
99.90%
865.944
99.87%
Aantal leerlingen die niet voldoen aan de leerplicht
364
0.04%
837
0.10%
1.115
0.13%
18
Elk kind komt in deze cijfers maar één keer voor. Een kind is geteld onder de categorie waar hij/ zij het eerst teruggevonden wordt tijdens het proces van de controle op de inschrijvingen9. Dat zal voor de meeste leerlingen overeenkomen met de toestand op de eerste schooldag van het schooljaar. Deze manier van tellen heeft als gevolg dat we onder andere geen conclusies kunnen trekken over het aantal leerlingen dat bijvoorbeeld huisonderwijs volgde. Een leerling kan de eerste schooldag ingeschreven zijn in een gesubsidieerde school en schakelt daarna over naar huisonderwijs: deze leerling wordt hier onder de rubriek ‘erkend onderwijs’ vermeld. De resultaten van de controle op de inschrijvingen tonen aan dat voor het schooljaar 2018-2019 voor 99,93% van de leerplichtige leerlingen in de leeftijdscategorie basisonderwijs en voor 99,67% van de leerplichtige leerlingen in de leeftijdscategorie secundair onderwijs een toereikende verklaring wordt gevonden. Die kinderen zijn dus ingeschreven in een erkende school, volgen huisonderwijs, zijn vrijgesteld van de leerplicht, of verblijven niet (langer) in het Vlaams Gewest. In het basisonderwijs is het voorbije schooljaar voor 65 leerplichtigen (0,02%) het antwoord op de invulling van de leerplicht niet toereikend: het gaat over kinderen waarvan het dossier werd overgemaakt aan de procureur (54) of die AGODI nog verder opvolgt (11). De schommelingen in het aantal dossiers blijft over de schooljaren beperkt. In het secundair onderwijs daarentegen stijgt het aantal van deze dossiers de laatste twee schooljaren wel gestaag: van 38 naar 187 dossiers voor opvolging door de procureur en van 257 naar 863 dossiers voor interne opvolging. Een verklaring voor deze stijgingen kan worden gezocht in het feit dat vanaf het schooljaar 2016-2017 AGODI ook de leerlingen die bijna achttien jaar worden opvolgt tot aan hun achttiende verjaardag of het einde van hun leerplicht. We kregen voor 99,87% van de leerplichtigen een toereikend antwoord over de manier waarop ze aan de leerplicht voldoen. Voor 0,13% van de leerplichtigen was dit niet het geval. Dit blijft redelijk stabiel over de schooljaren heen. In de tabellen als bijlage bij dit rapport zijn van de leerlingen die niet voldoen aan de leerplicht ook volgende achtergrondgegevens opgenomen:
• nationaliteit • geslacht • leeftijd • woonplaats.
9
Zie figuur 1.
19
Uit deze tabellen kunnen we een aantal conclusies trekken die in lijn liggen met voorgaande schooljaren. •
We zien dat er procentueel meer niet-Belgen zijn voor wie we een ontoereikend antwoord bij de controle op de inschrijving kregen. Dat verschil is meer uitgesproken in het secundair onderwijs; van de leerplichtigen met een niet-Belgische nationaliteit is 0,70% van de antwoorden ontoereikend versus 0,21% van de leerplichtigen met een Belgische nationaliteit. In het basisonderwijs gaat het om respectievelijk 0,02% van de leerplichtigen met een niet-Belgische nationaliteit versus 0,01% van de leerplichtigen met een Belgische nationaliteit.
•
Procentueel is er in het basisonderwijs geen verschil tussen jongens en meisjes waarvoor het antwoord ontoereikend is (0,01%). In het secundair onderwijs zijn er iets meer jongens zonder toereikend antwoord, maar het verschil is klein (0,26% voor jongens en 0,24% voor meisjes).
•
Bij de zeventienjarigen zijn er relatief meer leerlingen van wie we een ontoereikend antwoord kregen (1,24%). Bij des zestienjarigen is dat nog 0,09%. Daarbij moet opgemerkt worden dat een deel van de zeventienjarigen in de loop van het schooljaar achttien wordt en dus niet meer leerplichtig is op het einde van de controleprocedure. Bij het controlemoment op de eerste schooldag zijn deze jongeren wel nog leerplichtig.
•
Voor het basisonderwijs wonen de meeste leerplichtigen met een ontoereikend antwoord in Antwerpen (56 van de 65 kinderen). Voor het secundair onderwijs is dit in de provincies Antwerpen (411 van de 1.050 dossiers) en Vlaams-Brabant (258 van de 1.050 dossiers).
20
4 Besluit Net zoals de voorbije schooljaren voldoet in het schooljaar 2018-2019 het overgrote deel van de leerplichtigen in het Vlaams Gewest aan de leerplicht. AGODI vindt 99,87% van de leerplichtigen terug in zijn databanken, wat in lijn ligt met de cijfers van de voorgaande schooljaren. Vierenvijftig kinderen uit het basisonderwijs (0,01%) en 187 kinderen uit het secundair onderwijs (0,04%) werden voor het schooljaar 2018-2019 doorgestuurd naar de procureur. Daarnaast volgde AGODI in het basisonderwijs 11 leerplichtigen intern verder op. Deze 11 leerlingen zijn niet in orde met de leerplicht, maar de ouders kregen nog enige tijd om hun dossier in orde te stellen. Het gaat onder andere om leerlingen die een aanvraag voor vrijstelling van de leerplicht indienden bij het Zorgpunt Onderwijsinspectie, maar nog geen antwoord ontvingen. Zeven van deze 11 leerlingen waren bij de start van het schooljaar 2019-2020 wel in orde met de leerplicht. De overige vier leerlingen worden in de leerplichtcontrole van het schooljaar 2019-2020 verder opgenomen. Op het niveau van het secundair onderwijs volgde AGODI 863 leerlingen intern op. Een belangrijk aandeel van deze leerplichtigen zijn bijna achttien jaar en worden opgevolgd tot aan hun achttiende verjaardag of tot aan het einde van hun leerplicht. Bekijken we de resultaten van de kinderen die niet voldoen aan de leerplicht, dan behoren daartoe procentueel gezien meer niet-Belgen en meer leerlingen woonachtig in de provincie Antwerpen en Vlaams-Brabant. De zeventienjarigen zijn procentueel het sterkst vertegenwoordigd. Deze vast-stellingen zijn een constante doorheen de jaren.
21
Hoofdstuk 2 Opvolging van in- en uitschrijvingen in het basisonderwijs 1
Reglementair kader
Voor het basisonderwijs is de regelgeving over schoolveranderen opgenomen in het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, art. 21 en in de omzendbrief ‘Schoolveranderen in de loop van het schooljaar’ BaO/97/12 van 17 juni 1997 1O 11.
2
Procedure voor opvolging
De keuze om van school te veranderen is een verantwoordelijkheid van de ouders. Zij oordelen of het aangewezen is dat hun kind in de loop van of tussen de schooljaren van school verandert. Om een kind van school te laten veranderen, moet volgende procedure gevolgd worden. • De ouders schrijven hun kind in een nieuwe school in. • De directie van de nieuwe school is verantwoordelijk om de inschrijving binnen de zeven kalenderdagen uit te wisselen via Discimus, uiterlijk op de eerste dag van de lesbijwoning. • De oude school schrijft uit op basis van de vaststelling via het schoolsoftwarepakket van een inschrijving op een later tijdstip in een andere school. Deze procedure van schoolveranderen wordt ondersteund door Discimus. Zodra een school leerlingengegevens ingeeft of wijzigt in haar softwarepakket, wordt deze informatie onmiddellijk toegevoegd of veranderd in de databanken van AGODI. Dankzij dit systeem kunnen scholen direct en op elk tijdstip controleren welke leerlingen dubbel ingeschreven zijn en met welke school de dubbele inschrijving vastgesteld wordt. Op basis van de lijst met dubbele inschrijvingen kunnen de scholen de ouders van deze leerlingen contacteren om te vragen of hun kinderen effectief bij hen naar school zullen komen of de voorkeur geven aan de andere school. Meer informatie over deze gegevensuitwisseling is terug te vinden in de omzendbrief “Discimus: Uitwisseling van leerlingengegevens” 12. Leerlingen in het basisonderwijs worden door de school pas uitgeschreven van zodra ze informatie heeft over een nieuwe inschrijving (andere school, buitenlandse school, huisonderwijs…).
10
Decreet basisonderwijs (17 april 1997). Geraadpleegd op 4 januari 2019, van http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=12254 .
11 12
Omzendbrief BaO/1997/12 “Schoolveranderen in het basisonderwijs” (17 juni 1997). Geraadpleegd op 4 januari 2019, van http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13022 . Omzendbrief NO/2012/01 “DISCIMUS – Uitwisseling van leerlingengegevens” (7 maart 2012). Geraadpleegd op 10 november 2020, van
https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=14347
22
Hoofdstuk 3: Opvolging van in- en uitschrijvingen in het secundair onderwijs 1
Reglementair kader
Alle in- en uitschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs worden elektronisch doorgegeven aan AGODI via Discimus. Een inschrijving in een school geldt voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school. Als een leerling van school verandert, kan dat: • Op initiatief zijn van de ouders of de meerderjarige leerling zelf; • Het gevolg zijn van een definitieve uitsluiting, • In heel uitzonderlijke gevallen plaatsvinden wanneer de school een leerling uitschrijft die voortdurend problematisch afwezig is. Dat kan weliswaar pas nadat alle mogelijke begeleidingsinspanningen geen gunstige verandering met zich mee hebben gebracht.13 Een leerling die zich in de loop van het schooljaar uitschrijft en zich binnen vijftien kalenderdagen niet in een andere school inschrijft, moet zijn schooltoelage terugbetalen. Ook als een leerling niet of niet langer ingeschreven is op de laatste schooldag van juni vordert de afdeling studietoelagen van het ministerie van Onderwijs en Vorming de schooltoelage van die leerling terug 14.
13
SO/2005/04 “Afwezigheden en in- en uitschrijvingen in het voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds secundair onderwijs”, publicatiedatum 08/07/2005; SO/2002/05/buso “Afwezigheden en in- en uitschrijvingen in het buitengewoon secundair onderwijs”, publicatiedatum 15/08/02.
14
Decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, art. 16-18.
23
2
Procedure voor opvolging
2.1
Huidige procedure
De opvolging van de in- en uitschrijvingen van leerlingen in secundaire scholen, probeert absoluut schoolverzuim (met andere woorden de leerling is nergens ingeschreven) bij leerplichtige leerlingen die zich bij een school uitschrijven, tegen te gaan. • Als er bij een schoolverandering onmiddellijk op de uitschrijving een inschrijving volgt in een andere erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school15 van het Nederlandstalige onderwijs16 en als AGODI daarvan tijdig op de hoogte gebracht wordt, is er geen probleem. • Als een leerling volgens onze gegevens na acht dagen17 nog altijd niet ingeschreven is in een school, stuurt AGODI een brief naar de uitschrijvende school met de vraag of bij hen bekend is waar de leerling ingeschreven is of wat de nieuwe situatie is. Als blijkt dat de leerling ingeschreven is, vragen we aan de school die de leerling inschreef de inschrijvingsgegevens te bezorgen. • Het is mogelijk dat de uitschrijvende school aangeeft dat een leerling niet ingeschreven is in een school, maar zich inschreef bij de VDAB, gaan werken is, opgenomen is in een instelling voor Bijzondere Jeugdzorg, enzovoort. Als de leerling minderjarig is, krijgen de ouders een brief waarin we hun meer uitleg geven over de leerplicht en hoe ze daaraan moeten voldoen. • Als de uitschrijvende school de inschrijvende school niet kent, dan schrijven we tien dagen later de ouders aan. Ook het CLB18 brengen we per brief op de hoogte. • Als de uitschrijvende school aangeeft dat de leerling overstapte naar een buitenlandse school of huisonderwijs, of door ziekte/handicap geen onderwijs kan volgen, dan krijgen de ouders een aparte brief om te vragen dit te bevestigen en om hen te wijzen op de wettelijke vereisten (attest buitenlandse school, verklaring huisonderwijs of aanvraag vrijstelling leerplicht). • Als de ouders niet antwoorden, sturen we na 21 dagen een herinneringsbrief. Als uit hun antwoord blijkt dat de jongere niet aan de leerplicht voldoet, schrijven we de ouders opnieuw aan om hen te wijzen op de leerplicht. Als een leerling opgenomen is in een instelling voor Bijzondere Jeugdzorg19 vragen we de ouders naar de einddatum van de opname. De opvolging van de in- en uitschrijvingen start dan opnieuw vanaf die datum.
15
Dat kan ook een Syntra zijn.
16
Dat omvat het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
17
Als we in deze procedure over dagen spreken, hebben we het altijd over kalenderdagen en niet over lesdagen.
18
Voor Groot-Antwerpen brengen we ook het Centraal Meldpunt (CMP) op de hoogte.
19
Meestal blijven jongeren ingeschreven in de school bij een opname in de Bijzondere Jeugdzorg. Ze zijn dan van rechtswege gewettigd
afwezig op de school.
24
Figuur 2: Schematisch overzicht van de verschillende stappen bij de opvolging van in- en uitschrijvingen in het secundair onderwijs uitschrijving uit een school
Inschrijving ontvangen
Geen Inschrijving wel ontvangen maar reden van uitschrijving
Geen Inschrijving ontvangen
Brief naar uitschrijvende school
Antwoord uitschrijvende school ontvangen
Informatie is toereikend
Ingeschreven in gesubsidieerde of gefinancierde school
Brief inschrijvende school met vraag om gegevens
Geen antwoord uitschrijvende school ontvangen
Informatie Inschrijving is ontoereikend ontvangen
Voldoet op een andere manier aan de leerplicht
Brief ouders om hen te wijzen op de leerplicht
Antwoord ouders ontvangen
Informatie is toereikend
Ingeschreven in gesubsidieerde of gefinancierde school
Brief inschrijvende school met vraag om gegevens
Geen Inschrijving ontvangen
Brief aan ouders met vraag om informatie en een kopie aan het CLB
Geen antwoord ouders ontvangen
Inschrijving Inschrijving ontvangen ontvangen
Voldoet op een andere manier aan de leerplicht
Brief ouders om hen te wijzen op de leerplicht
Geen Inschrijving ontvangen
25
2.2
Evaluatie procedure
Onderstaande tabel bevat het aantal brieven dat AGODI in het schooljaar 2017-2018 verstuurde voor de opvolging van de in- en uitschrijvingen.
Tabel 3: Overzicht van het aantal verstuurde brieven bij de opvolging van in- en uitschrijvingen in het secundair onderwijs (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
Administratieve stappen bij opvolging procedure
Aantal
Brief naar de uitschrijvende school
388
Brief naar de het CLB
624
Totaal
1.012
Deze procedure omvat alle uitschrijvingen waarvoor we binnen acht dagen nog geen inschrijvingsgegevens ontvingen. Bij een uitschrijving krijgt de school de mogelijkheid om de reden van de uitschrijving mee te geven. In 388 gevallen werd geen informatie bij de uitschrijving verleend, waardoor er een brief naar de uitschrijvende school werd verstuurd. In deze brieven wordt om extra informatie gevraagd omdat er mogelijk sprake is van absoluut schoolverzuim. In 624 gevallen stuurden we het CLB een brief, bijvoorbeeld omdat de uitschrijvende school niets weet over de nieuwe situatie van de leerling of omdat uit de bijkomende informatie onvoldoende blijkt dat de leerling voldoet aan de leerplicht (bijvoorbeeld een minderjarige leerling die ingeschreven is bij de VDAB, ingeschreven is in het volwassenenonderwijs, gaat werken). Brieven schrijven volstaat uiteraard niet voor de opvolging van deze leerlingen. De lokale opvolging blijft het belangrijkst. Het decreet over de centra voor leerlingenbegeleiding20 stelt dat een CLB zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid behoudt als een leerling van school verandert tot die leerling ingeschreven is in een school die door een ander centrum wordt bediend. Als een leerling bovendien voor een bepaalde periode niet ingeschreven is in een school, blijft het CLB verantwoordelijk tot het einde van de periode van niet-inschrijving. AGODI raadt aan hier voldoende aandacht aan te schenken omdat dit preventief werkt t.a.v. schooluitval. Om de opvolging van in- en uitschrijvingen sluitend te maken, is het noodzakelijk dat onze gegevens betrouwbaar en volledig zijn. Kunnen we ervan uitgaan dat scholen altijd even consequent hun in- en uitschrijvingen registreren, ook na 1 februari? Het is nodig erover te waken dat scholen altijd hun gegevens tijdig en correct doorgeven. Het leerrecht van ieder kind en iedere jongere is namelijk van groot belang. Daarnaast is het ook van belang voor de koppeling aan de schooltoelagen. Het niet doorgeven van een inschrijving kan grote gevolgen hebben voor de leerling en zijn ouders. Er ligt dus een belangrijke taak bij de verificateur die moet controleren en sensibiliseren om correcte gegevens te bezorgen aan AGODI.
20
Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding van 01/12/1998, art. 29.
26
3 Resultaten Het in kaart brengen van de in- en uitschrijvingen is vrij ingewikkeld. Meestal is een leerling ingeschreven op 1 september en blijft die leerling ingeschreven in dezelfde school tot het einde van het schooljaar of voor de rest van zijn schoolcarrière. Voor een aantal leerlingen verloopt dat niet zo. Een leerling kan zich te laat inschrijven, om welke reden dan ook van school veranderen of de school vroegtijdig verlaten. Dat kan leiden tot een periode van absoluut schoolverzuim, waarbij een leerling niet ingeschreven is in een school. Omdat we verwachten dat de tijdspanne dat een leerling niet ingeschreven is, invloed kan hebben op de schoolse vorderingen en dus op de verdere schoolloopbaan van die jongere, hebben we de leerlingen en hun in- en uitschrijvingen ondergebracht in een aantal categorieën. In de resultaten zijn de cijfers opgenomen over de in- en uitschrijvingen van leerplichtige leerlingen in gefinancierde en gesubsidieerde scholen van het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. We brengen de loopbaan van de leerling ook in verband met een aantal schoolkenmerken van de leerling, bijvoorbeeld de onderwijsvorm waarin de leerling ingeschreven was. Natuurlijk zijn er leerlingen die tijdens het schooljaar veranderen van studierichting, dus dat is geen stabiel gegeven. We nemen daarom in dit hoofdstuk altijd de eerste inschrijving die we voor deze leerling terugvinden om de schoolkenmerken te bepalen.
3.1
Tijdige en laattijdige inschrijvingen
Wat? Een eerste categorie die we onderscheiden, zijn de leerlingen die zich laattijdig inschrijven in een school. Die leerlingen bekijken we apart, los van hun verdere verloop van in- en uitschrijvingen. Ze hebben met elkaar gemeenschappelijk dat ze de start van het schooljaar gemist hebben. We beschouwen een leerling als laattijdig ingeschreven als deze niet ingeschreven was op één van de eerste drie schooldagen. Figuur 3: Indeling van ingeschreven leerlingen in tijdig en laattijdig ingeschreven leerlingen voor schooljaar 2018-2019 Totaal aantal ingeschreven leerlingen in de loop van het schooljaar 2018-2019 TOTAAL IN 408 896 (100%)
Tijdige inschrijvingen: aantal leerlingen dat ingeschreven is uiterlijk de derde schooldag 404 915 (99%)
Laattijdige inschrijvingen: aantal leerlingen dat voor de eerste keer inschrijft na de derde schooldag 3 981 (1%)
27
Het totale aantal ingeschreven leerlingen is het aantal leerlingen ingeschreven op uiterlijk de derde schooldag in een school voor secundair onderwijs gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, plus het aantal leerlingen dat zich voor de eerste keer inschrijft na de derde schooldag. Iets meer dan 99% van de leerlingen is ingeschreven op de derde schooldag. Minder dan 1% van de leerlingen schrijft zich voor de eerste keer in na de derde schooldag.
Tabel 4: Evolutie in het aantal leerplichtige leerlingen uit het secundair onderwijs dat zich tijdig of laattijdig inschrijft. (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
Tijdige inschrijvingen 2015-2016 2016-2017 2017-2018 2018-2019
389.608 393.316 398.247 404.915
%
Laattijdige inschrijvingen 98,8% 99,1% 99,1% 99%
4.756 3.579 3.696 3.981
% 1,2% 0,9% 0,9% 1%
Het aantal laattijdige inschrijvers blijkt sinds 2015-2016 redelijk stabiel te zijn. Daarbij merken we op dat een groot deel van de laattijdige inschrijvingen plaatsvindt in het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers (OKAN)21. Het gaat hier meestal over leerlingen die pas in de loop van het schooljaar in Vlaanderen komen wonen, waardoor het laattijdig inschrijven hier een heel ander gegeven is dan bij jongeren uit Vlaanderen die zich pas na de derde schooldag van september inschrijven in een school. In de volgende tabel zien we de evolutie van het tijdig en laattijdig inschrijven als we de OKAN-leerlingen buiten beschouwing laten. 1.605 leerlingen (of amper 0,4%) schreef zich na de derde schooldag van september in. Procentueel gezien (0,4%) bleef dit status quo sinds 2015-2016. De vluchtelingencrisis en de hogere instroom van anderstalige nieuwkomers tijdens het schooljaar 2015-2016 is dus de verklaring voor het hogere percentage laattijdige inschrijvers in de vorige tabel.
Tabel 5: Evolutie in het aantal leerplichtige leerlingen uit het secundair onderwijs dat zich tijdig of laattijdig inschrijft (OKAN niet inbegrepen) (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
Tijdige inschrijvingen 2015-2016 2016-2017 2017-2018 2018-2019
389.087 390.086 395.609 402.152
% 99,6% 99,6% 99,6% 99,6%
Laattijdige inschrijvingen 1.479 1.511 1.603 1.605
% 0,4% 0,4% 0,4% 0,4%
In bijlage bij dit rapport vindt u Excel-tabellen met alle cijfergegevens, onder meer een verdeling van de leerling- en schoolgebonden kenmerken van leerlingen die zich tijdig of laattijdig inschrijven. In deze cijfers zijn de leerlingen uit de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers telkens buiten beschouwing gelaten.
21
Zie glossarium.
28
We bekijken hier de relatie van laattijdig inschrijven met: • nationaliteit • geslacht • geboortejaar • provincie van de woonplaats • gelijkekansenindicatoren • hoofdstructuur • A- of B-stroom in de eerste graad • onderwijsvorm • studiegebied • problematische afwezigheden • schoolse vertraging.
Uit deze tabellen kunnen we een aantal conclusies trekken. Ten eerste zien we dat - zelfs als we de OKAN-leerlingen die zich voor het eerst inschrijven buiten beschouwing laten - het percentage laattijdige inschrijvers in het algemeen het laagste is bij de Belgen. Verder zien we dat laattijdige inschrijvingen iets vaker voorkomen bij jongens (0,5% tegenover 0,3% bij de meisjes) en bij zestien- en zeventienjarigen, maar deze verschillen zijn zeer klein. We zien wel iets hogere percentages late inschrijvingen bij leerlingen die wonen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (1%) en in de grootsteden Antwerpen en Gent (0,8%). De verschillen tussen de Vlaamse provincies zijn minimaal. Opvallend is dat bijna 45% van de laattijdige inschrijvers een moeder heeft met een laag opleidingsniveau, terwijl gemiddeld maar 21% van de leerlingen uit het Vlaamse onderwijs scoort op deze kansarmoedeindicator. Ook op de indicator ’thuistaal niet-Nederlands’ scoren de laattijdige inschrijvers meer dan dubbel zo vaak als het gemiddelde. Bij de indicator schooltoelage zien we weinig verschillen tussen de tijdige en de laattijdige inschrijvingen. We weten niet of dit komt omdat er echt weinig verschil is in de financiële situatie van deze twee groepen leerlingen, of dat er bij de laattijdige inschrijvers minder schooltoelagen aangevraagd worden. Er is ook een samenhang met de schoolloopbaan. Zo stellen we vast dat er in het deeltijds beroepssecundair onderwijs meer dan 8% laattijdige inschrijvingen zijn. Dat ligt veel hoger dan in het gewoon voltijds secundair onderwijs, waar we maar spreken over 0,3%. Binnen het voltijds gewoon onderwijs zijn er ook nog grote verschillen. In de B-stroom van de eerste graad zien we een percentage van 1,2% late inschrijvingen ten opzichte van een percentage van 0,2% in de A-stroom van de eerste graad. Er wordt ook vaker laattijdig ingeschreven in het bso dan in het aso, tso of kso.
29
Ook merken we een sterk verhoogd percentage laattijdige inschrijvingen bij leerlingen die tijdens het schooljaar daarvoor of tijdens het schooljaar zelf problematisch afwezig waren en bij leerlingen die enkele jaren schoolse vertraging hebben. Van de leerlingen die in het schooljaar 2017-2018 problematisch afwezig waren (minstens 30 B-codes in één schooljaar), was 6,4% laattijdig ingeschreven in het schooljaar 2018-2019. Van de groep leerlingen die niet problematisch afwezig was vorig schooljaar, is maar 0,3% laattijdig ingeschreven in het schooljaar 2018-2019. We zien eenzelfde vaststelling bij leerlingen met een schoolse vertraging. Slechts 0,1% van de leerlingen zonder schoolse vertraging was in het schooljaar 2018-2019 laattijdig ingeschreven. Voor de leerlingen met minstens twee jaar vertraging gaat het om 1,9%. Daarenboven stellen we vast dat dezelfde bevindingen jaar na jaar weerspiegeld worden in onze cijfers.
30
3.2
Verschillende categorieën van in- en uitschrijvingen
Wat? We categoriseren de in- en uitgeschreven leerlingen volgens de beweging die ze maken na hun inschrijving. Naarmate ze zich frequenter in- en uitschrijven en meer dagen absoluut schoolverzuim laten optekenen, verwachten we dat dit een negatief effect zal hebben op hun verdere schoolloopbaan. Door hun afwezigheid hebben ze een grotere kans op schoolse achterstand. Hieronder ziet u een schematische voorstelling van de verschillende categorieën die we verder meer gedetailleerd zullen bekijken.
Figuur 4: Indeling van ingeschreven leerlingen in het secundair onderwijs volgens verschillende categorieën voor schooljaar 2018-2019
Totaal aantal ingeschreven leerlingen in 2018-2019 vanaf de derde schooldag. TOTAAL IN 408 896 (100%)
Aantal leerlingen dat zich na zijn eerste inschrijving niet meer uitschrijft. IN 380 348 (93%)
Aantal leerlingen dat zich 1x uitschrijft en onmiddellijk inschrijft. 1XUIT&IN 22 852 (5,6%)
Aantal leerlingen dat zich inschrijft, uitschrijft en waarbij de laatste beweging opnieuw een inschrijving is. UIT/IN 26 078 (6,4%)
Aantal leerlingen dat zich verscheidene keren uitschrijft en onmiddellijk opnieuw inschrijft. NXUIT&IN 2 580 (0,6%)
Aantal leerlingen dat zich uitschrijft, inschrijft en waarbij de laatste beweging opnieuw een uitschrijving is. IN/UIT 2 470 (0,6%)
Aantal leerlingen dat 1x uitschrijft en niet onmiddellijk opnieuw inschrijft. (absoluut schoolverzuim). 1XUIT…IN 473 (0,1%)
Aantal leerlingen dat zich verscheidene keren uitschrijft en niet onmiddellijk opnieuw inschrijft. (absoluut schoolverzuim). NXUIT…IN 173 (0,1%)
31
TOTAAL IN: Het totale aantal ingeschreven leerlingen. We nemen alle leerlingen in aanmerking die zich in de loop van het schooljaar inschreven in een school voor secundair onderwijs. In de bovenstaande uitleg bedoelen we met een ‘school’ een ‘school of centrum voor voltijds of deeltijds, gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap’. AGODI is in het kader van de leerplichtcontrole ook op de hoogte van in- en uitschrijvingen in Syntra en privéonderwijs en van leerlingen die huisonderwijs volgen. De instellingen die vallen onder het privéonderwijs bezorgen de inschrijvingsgegevens op vrijwillige basis aan AGODI, maar die worden niet geverifieerd. Om de leerlingen in de onderstaande categorieën te verdelen, nemen we al deze gegevens ook in aanmerking. Maar dat gebeurt alleen op voorwaarde dat de leerling in de loop van het schooljaar ook ten minste een dag ingeschreven was in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs. Na tabel 11 komen we hier nog eens op terug. IN: De grootste groep van deze leerlingen schrijft zich na zijn eerste inschrijving niet meer uit en blijft voor de rest van het schooljaar ingeschreven in dezelfde school. In het diagram duiden we deze groep in het groen aan omdat er met deze leerlingen, zodra ze ingeschreven zijn, geen probleem is op het vlak van absoluut schoolverzuim. UIT/IN: Een aantal leerlingen blijft niet ingeschreven voor het volledige schooljaar in eenzelfde school of eenzelfde studierichting, maar schrijft zich uit en schrijft zich vervolgens opnieuw in. Afhankelijk van het feit of er tussen de uitschrijving en de inschrijving een periode van absoluut schoolverzuim zit, krijgen we volgende categorieën. 1XUIT&IN: Dit zijn leerlingen die zich eenmaal uitschrijven en zich vervolgens onmiddellijk weer inschrijven. Het gaat hierbij niet altijd om schoolveranderingen. Ook veranderingen van studierichting binnen dezelfde school worden doorgegeven. Er is bij deze leerlingen geen sprake van absoluut schoolverzuim, vandaar dat ze in het groen gemarkeerd staan. NXUIT&IN: Leerlingen die zich verschillende keren uitschrijven, maar zich onmiddellijk opnieuw inschrijven hebben waarschijnlijk niet de vlotste schoolloopbaan, maar omdat ze geen enkele dag zonder school zitten, staan ze in het groen gemarkeerd. In het kader van de leerplicht zijn deze leerlingen regelmatig aanwezig. 1XUIT…IN: Deze leerlingen staan in het rood gemarkeerd, omdat er zich tussen de dag van de uitschrijving en de dag van de inschrijving een periode voordoet van absoluut schoolverzuim. Hoe groot het probleem is, hangt af van de lengte van de periode van absoluut schoolverzuim. In tabel 7 diepen we dit verder uit. NXUIT…IN: Leerlingen die zich verschillende keren uitschrijven en daarbij nog absoluut schoolverzuim laten optekenen, beschouwen we als een probleemgroep en markeren we daarom in het rood. Hoeveel keer ze zich uitschrijven, vindt u terug in tabel 6. Wat de duur van het absoluut schoolverzuim betreft, staan de gegevens in tabel 7 vermeld. Er is een verschil tussen leerlingen die twee keer van school en/of studierichting veranderen en leerlingen die vijf keer van school of studierichting veranderen in eenzelfde schooljaar. Dergelijke veranderingen kunnen namelijk een grote invloed hebben op de schoolloopbaan van een leerling. Vandaar dat we in tabel 6 weergeven hoeveel veranderingen deze leerlingen ondergaan.
32
Tabel 6: Leerlingen uit het secundair onderwijs die zich verschillende keren uitschrijven en opnieuw inschrijven in de loop van het schooljaar volgens de frequentie van schoolveranderingen (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) Aantal veranderingen
NXUIT&IN
%
NXUIT…IN
%
2X
2.258
87,5%
126
72,8%
3X
265
10,3%
38
22,0%
4X
48
1,9%
7
4,0%
5X of meer
9
0,3%
2
1,2%
2.580
100,0%
173
100,0%
Totaal
De meeste leerlingen die zich verschillende keren in- en uitschrijven, beperken zich tot twee veranderingen van school en/of studierichting. Dat geldt zowel voor leerlingen die zich onmiddellijk opnieuw inschrijven als voor leerlingen die absoluut schoolverzuim laten registreren.
Tabel 7: Leerlingen uit het secundair onderwijs die zich uitschrijven, maar zich niet onmiddellijk opnieuw inschrijven volgens het aantal dagen schoolverzuim Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) Aantal dagen absoluut schoolverzuim
1XUIT…IN
%
NXUIT…IN
1-10 dagen
329
69,6%
120
% 69,4%
11-20 dagen
40
8,5%
14
8,1%
21-40 dagen
41
8,7%
17
9,8%
41-80 dagen
30
6,3%
11
6,4%
Meer dan 80 dagen
33
7,0%
11
6,4%
473
100,0%
173
100,0%
Totaal
Bij 69,6% van de leerlingen die zich eenmaal uitschrijven, bedraagt de periode tussen een uitschrijving en een inschrijving maximaal tien kalenderdagen. Zoals eerder aan bod kwam, melden scholen zowel wijzigingen van administratieve groep als wijzigingen van school aan AGODI. Leerlingen die ten minste één dergelijke wijziging doen in de loop van een schooljaar hebben een minder standvastige schoolloopbaan dan de leerlingen uit de categorie IN. In Tabel 8 maken we een onderscheid tussen de verschillende soorten wijzigingen. Alle leerlingen uit de categorieën UIT&IN en UIT…IN zijn hierin opgenomen, alsook 473 leerlingen uit de categorie IN/UIT die vóór hun laatste uitschrijving ook een andere schoolverandering of een verandering van studierichting ondergingen. Zoals uit de tabellen hierboven blijkt, zijn er heel wat leerlingen die verscheidene veranderingen op een jaar doen. In tabel 8 nemen we de wijzigingen van het hele schooljaar samen. Als een leerling bijvoorbeeld eenmaal van studierichting verandert binnen de school en later ook nog van school verandert, komt hij/zij in tabel 8 bij ‘schoolverandering met wijziging studierichting’. Er zijn ook leerlingen die zich in de loop van het schooljaar uitschrijven uit een bepaalde school en studierichting en zich een tijdje later opnieuw inschrijven. Hier is dus geen sprake van een wijziging van school of studierichting. Er is wel mogelijk schoolverzuim, al is het ook mogelijk dat de leerling bijvoorbeeld in Wallonië of in het buitenland naar school is geweest.
33
Tabel 8: Leerlingen uit het secundair onderwijs die zich uit- en inschrijven volgens de soort van wijziging Bron: (AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) Aantal leerlingen Percentage van de volledige schoolbevolking
Soort wijziging met wijziging studierichting
11.002
2,7%
zonder wijziging studierichting
5.878
1,4%
wijziging studierichting
9.601
2,3%
44
0,01%
26.525
6,5%
Schoolverandering
Geen schoolverandering
Geen wijziging studierichting, minstens een dag mogelijk schoolverzuim
Totaal
Uit tabel 8 leiden we af dat 4,1% van de schoolbevolking in de loop van het schooljaar van school verandert. Daarenboven verandert 2,3% van de leerlingen binnen de eigen school van studierichting. IN/UIT: De laatste groep leerlingen die we apart bekijken, zijn leerlingen die zich uitschrijven zonder zich opnieuw in te schrijven. Deze leerlingen tekenen mogelijk absolute schoolverzuim op en markeren we in het rood. De omvang van het probleem hangt in dit geval samen met het moment van de uitschrijving. Hoe vroeger de leerling uitgeschreven is, hoe langer de mogelijke periode van absoluut schoolverzuim. Dat betekent niet noodzakelijk dat al deze leerlingen niet meer aan de leerplicht voldoen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat zij verhuisd zijn naar het buitenland of ingeschreven zijn in een school van de Franse Gemeenschap. In tabel 9 geven we deze groep leerlingen weer volgens het moment van hun laatste uitschrijving die niet opnieuw door een inschrijving gevolgd wordt.
Tabel 9: Leerlingen uit het secundair onderwijs die zich na een uitschrijving niet opnieuw inschrijven volgens het moment van uitschrijving (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) Moment van laatste uitschrijving
IN/UIT
Percentage
September 2018
170
6,9%
Oktober 2018
133
5,4%
November 2018
171
6,9%
December 2018
108
4,4%
Januari 2019
359
14,5%
Februari 2019
394
16,0%
Maart 2019
358
14,5%
April 2019
305
12,3%
Mei 2019
309
12,5%
Juni 2019
163
6,6%
2.470
100%
Totaal
34
Zodra de kerstvakantie voorbij is, schrijven leerlingen zich vaker uit zonder dat ze zich opnieuw inschrijven. Heel wat van deze leerlingen zijn trouwens niet meer leerplichtig omdat ze bij hun uitschrijving de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt. In dat geval is er geen leerplicht. In tabel 10 geven we hier een beeld van.
Tabel 10: Leerlingen uit het secundair onderwijs die in de maand van uitschrijving meerderjarig zijn of worden volgens de maand van uitschrijving (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
Moment van laatste uitschrijving
Aantal meerderjarigen dat zich uitschrijft
Percentage meerderjarigen van alle uitschrijvende leerlingen in deze maand
Januari 2019
62
17,3%
Februari 2019
181
45,9%
Maart 2019
167
46,6%
April 2019
175
57,4%
Mei 2019
203
65,7%
Juni 2019
85
52,1%
Totaal
873
46,2%
In totaal waren er 873 leerlingen (46,2%) die op het moment van de uitschrijving niet langer leerplichtig waren. Als we alle leerlingen beschouwen in de categorie IN/UIT, zien we dat 1.093 leerlingen (44,3%) op 30 juni 2019 meerderjarig waren. Er zijn dus ook 220 leerlingen die de school verlieten net vóór ze achttien werden.
35
Wie? Na de beschrijving van de verschillende categorieën bekijken we nu de kenmerken van de leerlingen die tot deze verschillende categorieën behoren en hoe hun schoolloopbaan eruitziet. In de tabellen nemen we een aantal categorieën samen en bespreken we de leerlingen: • Die zich na hun inschrijving niet meer uitschrijven (IN); • Die zich na hun uitschrijving onmiddellijk opnieuw inschrijven (UIT&IN); • Die zich na hun uitschrijving niet onmiddellijk opnieuw inschrijven (absoluut schoolverzuim) (UIT…IN); • Die zich na hun uitschrijving niet meer inschrijven (mogelijk absoluut schoolverzuim)22 (IN/UIT).
In tabel 11 bekijken we hoe deze categorieën van in- en uitschrijvingen geëvolueerd zijn tijdens de laatste drie schooljaren.
Tabel 11: Evolutie van het aantal en het percentage inschrijvingen – uitschrijvingen met onmiddellijke inschrijvingen, laattijdige inschrijvingen en uitschrijvingen (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) IN
%
UIT & IN
%
UIT … IN
%
IN/UIT
%
2015-2016
369.352
93,7%
21.934
5,6%
846
0,2%
2.232
0,6%
2016-2017
370.452
93,3%
23.336
5,9%
793
0,2%
2.314
0,6%
2017-2018
374.675
93,2%
24.125
6,0%
708
0,2%
2.435
0,6%
2018-2019
380.348
93%
25.432
6,2%
646
0,2%
2.470
0,6%
Naar verhouding zien we geen grote veranderingen over de laatste schooljaren. We zien enkel een kleine daling van 93,7% naar 93% in het percentage leerlingen dat zich na een eerste inschrijving tijdens dat schooljaar niet meer uitschrijft. Dat gaat samen met een lichte stijging van het aantal leerlingen dat zich uit- en weer inschrijft zonder schoolverzuim. Niet alleen de in- en uitschrijvingen binnen de scholen voor secundair onderwijs die gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap worden in dit rapport in aanmerking genomen. AGODI is in het kader van de leerplichtcontrole ook op de hoogte van de in- en uitschrijvingen in Syntra. Zoals eerder vermeld, nemen we in dit rapport deze gegevens ook in aanmerking op voorwaarde dat de leerling in de loop van het schooljaar minstens één dag ingeschreven was in het gefinancierd of gesubsidieerd secundair onderwijs. Als we in de onderstaande uiteenzetting schoolkenmerken beschrijven, gebruiken we altijd de eerste inschrijving die we terugvinden in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs. Zo zal een leerling die eerst is ingeschreven in een Syntra, daarna overstapt naar een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en zich nog later in het schooljaar opnieuw inschrijft in een Syntra, voorkomen in de categorie UIT&IN of UIT…IN en geteld worden bij het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Een leerling die vanuit een Syntra de overstap maakt naar huisonderwijs zonder een inschrijving in een gefinancierde of gesubsidieerde school, wordt in dit rapport niet besproken.
22 Leerlingen die wel voldoen aan de leerplicht zijn bijvoorbeeld leerlingen die zich inschrijven in een school van de Franse Gemeenschap, naar het buitenland gegaan zijn of van het geboortejaar 2000 zijn maar in de loop van het schooljaar 2017-2018 de leeftijd van achttien jaar bereikt hebben.
36
In de tabellen als bijlage van dit rapport vindt u een verdeling van de leerling- en schoolgebonden kenmerken van leerlingen in deze vier categorieën. We bekijken hier de relatie van de schoolveranderingen met:
• nationaliteit • geslacht • geboortejaar • provincie van de woonplaats • gelijkekansenindicatoren • hoofdstructuur • A- of B-stroom in de eerste graad • onderwijsvorm • studiegebied • problematische afwezigheid • schoolse vertraging • laattijdig inschrijven.
Uit deze tabellen kunnen we een aantal conclusies trekken. Het profiel van een leerling zonder standvastige schoolloopbaan komt overeen met dat van een leerling die zich laattijdig inschrijft. Opnieuw zien we dat jongens zich tijdens het schooljaar vaker uitschrijven (57,3% van alle uitschrijvingen zijn jongens) dan meisjes. Het verschil met de meisjes is een beetje groter dan bij de tijdige en laattijdige inschrijvingen, vooral in de categorie UIT&IN. Jongens veranderen dus iets vaker van school of studierichting. Zestien- en zeventienjarigen hebben ook een minder standvastige onderwijsloopbaan. Bij de zestienjarigen wordt er meer dan gemiddeld veranderd van school of studierichting. Bij de zeventienjarigen ligt vooral het percentage UIT hoger dan in de andere leeftijdsgroepen (2% tegenover 0,5% bij de zestienjarigen). Dat hangt natuurlijk samen met het feit dat een aantal leerlingen stoppen met het secundair onderwijs zodra ze meerderjarig worden of net ervoor (zie ook tabel 10). Als we kijken naar de woonplaats van de leerlingen, zien we Brussel en ook de steden Antwerpen en Gent naar voor komen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de categorie UIT (1,2%) relatief groter dan in de Vlaamse provincies (0,5%), maar dit kan worden verklaard doordat er meer leerlingen overstappen naar een school van de Franse Gemeenschap. Toch merken we op dat ook de andere categorieën (UIT&IN en UIT_IN) hoger liggen.
37
Leerlingen zonder standvastige schoolloopbaan scoren gemiddeld een stuk meer op de indicatoren thuistaal niet-Nederlands en laag opleidingsniveau van de moeder. De categorie UIT_IN steekt er het sterkst bovenuit met bijvoorbeeld 33,4% leerlingen die thuis geen Nederlands spreken ten opzichte van 16,6% in de totale schoolbevolking. Het aantal leerlingen dat thuisloos is, is klein in de totale schoolbevolking (0,5%), maar in de groep UIT_IN vertegenwoordigen zij 4%. In de groep UIT voldoet 2,8% van de leerlingen aan deze indicator. De indicator schooltoelage geeft net als bij de laattijdige inschrijvingen een ander beeld. In de categorie UIT had maar 17,8% een schooltoelage gekregen ten opzichte van 28,4% van de totale schoolbevolking. Maar dat wil niet noodzakelijk zeggen dat deze leerlingen financieel in een betere situatie verkeren. Het kan zijn dat deze groep minder gemakkelijk een aanvraag voor een schooltoelage indient. Of als al vroeg in het schooljaar duidelijk is dat de leerling het schooljaar niet zal beëindigen, heeft het geen zin meer om een schooltoelage aan te vragen, omdat die toch terugbetaald moet worden. In de groepen UIT&IN en UIT_IN zijn er gemiddeld wel meer leerlingen met een schooltoelage dan in de totale schoolbevolking (respectievelijk 38,3% en 35,4%). Als we kijken naar kenmerken van de schoolloopbaan, zien we vooral een zeer onstandvastige loopbaan in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Een deel hiervan wordt verklaard door veranderingen van opleidingen binnen de school, wat in het deeltijds beroepssecundair veel voorkomt omdat opleidingen soms eindigen in de loop van het schooljaar. Maar we zien ook dat 12% van de leerlingen niet tot op het einde van het schooljaar ingeschreven blijft. De meeste leerlingen hiervan zijn leerlingen die stoppen met het secundair onderwijs zodra ze meerderjarig worden. Binnen het voltijds gewoon onderwijs zien we duidelijk een minder standvastige schoolloopbaan bij leerlingen in de B-stroom van de eerste graad, in het beroepssecundair onderwijs, in het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en bij leerlingen met schoolse vertraging. Er is ook een samenhang tussen problematische afwezigheden en een onstandvastige schoolloopbaan. Van de leerlingen die minstens 30 halve dagen problematisch afwezig zijn, blijft iets meer dan 66% onafgebroken ingeschreven in dezelfde school en studierichting, waar dat bij de gehele schoolbevolking 93% is. Ten slotte merken we op dat bijna 10% van de leerlingen die zich laattijdig inschrijven al voor het einde van het schooljaar het Vlaamse onderwijs weer verlaten heeft. Ook veranderingen tijdens het schooljaar komen veel vaker voor bij leerlingen die zich laattijdig hebben ingeschreven.
38
Hoofdstuk 4: Problematische afwezigheden in het basisonderwijs 1.
Reglementair kader
De wettelijke basis voor aan- en afwezigheden is terug te vinden in art. 26 van het decreet basisonderwijs in het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs van 12 november 1997 en in de omzendbrief “Afwezigheden van leerlingen in het basisonderwijs” van 16 augustus 200223, 24, 25. Van iedere leerplichtige leerling die naar school gaat, wordt verwacht dat hij/zij regelmatig de lessen bijwoont. Onder bepaalde voorwaarden kunnen afwezigheden gewettigd worden. In dat geval behoudt de leerling zijn statuut van regelmatige leerling. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen: • Afwezigheden die van rechtswege gewettigd zijn, vb. afwezigheden door ziekte en afwezigheden door een tuchtmaatregel. • Afwezigheden die door de school gewettigd zijn, vb. afwezigheden in het kader van een rouwperiode, deelname aan een sportieve manifestatie, enz. • Problematische afwezigheden; dit zijn alle andere afwezigheden waarvoor geen wettiging beschikbaar is. De problematische afwezigheden worden, conform de regelgeving, vooral door de scholen opgevolgd. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de CLB’s en andere lokale partners. Het is belangrijk dat scholen bewust omgaan met de afwezigheidsproblematiek en dat zij aandacht hebben voor achterliggende redenen en oorzaken. Alleen zo kan een school problematische afwezigheden detecteren die misschien op het eerste gezicht aanvaardbaar lijken. Tot en met vier halve dagen problematische afwezigheid moet de school contact opnemen met de ouders. Een schriftelijk begeleidingsdossier is nog optioneel. Vanaf vijf halve dagen problematische afwezigheid moet de school dit ook aan het CLB melden. Zowel de school als het CLB moeten dan een schriftelijk begeleidingsdossier opmaken. Het begeleidingsdossier van de school ligt ter inzage van de verificateur op school. De verificateur kan hiermee nagaan of de school voldoende begeleidingsinspanningen leverde ten aanzien van de leerling. Het CLB beheert het begeleidingsdossier en houdt dit ook bij. De school en het CLB werken samen bij de begeleiding van de leerling.
23 Decreet basisonderwijs (17 april 1997). Geraadpleegd op 4 januari 2019, van http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=12254. 24 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs (12 november 1997). Geraadpleegd op 4 januari 2019, van https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=12230. 25 Omzendbrief BaO/2002/11 “Afwezigheden van leerlingen in het basisonderwijs” (16 augustus 2002). Geraadpleegd op 4 januari 2019, van http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13281.
39
Scholen registreren alle problematische afwezigheden vanaf het eerste halve dagdeel via Discimus in de databanken van AGODI. De CLB’s krijgen hierdoor wekelijks via LARS een geactualiseerd overzicht van het aantal leerlingen met minimaal vijf halve dagen problematische afwezigheid. LARS is het Leerlingen Activiteiten en Registratie Systeem van het CLB. Bij een schoolverandering in de loop van een schooljaar kan de nieuwe school via Discimus ook nagaan of, en hoeveel halve dagen, deze leerling tot dan toe problematisch afwezig was. Daardoor is de continuïteit in de opvolging van de problematische afwezigheden verzekerd. In dit rapport rapporteren we alleen over de leerlingen die minstens 30 halve dagen problematisch afwezig waren. Als een leerling twee schooljaren op rij 30 of meer halve schooldagen problematisch afwezig is, wordt de schooltoelage van de betrokken leerling voor het tweede schooljaar teruggevorderd.
2.
Procedure voor opvolging
Bij problematische afwezigheden probeert de school op verschillende manieren contact te leggen met de ouders om inzicht te krijgen in de achterliggende oorzaken van de afwezigheden. Zij moedigt de ouders aan om hun kind opnieuw regelmatig naar school te brengen en krijgt daarbij ondersteuning van het CLB dat naast preventie en remediëring ook een belangrijke rol heeft als brug naar andere hulpverleningsinstanties. Als de situatie na inspanningen van de school en het CLB niet verbetert, kan de school of het CLB dat aan AGODI melden als zorgwekkend dossier. In overleg met de school en het CLB kan AGODI de ouders aanschrijven. In de brief vermelden we dat we het dossier over de problematische afwezigheden van hun kind kunnen doorsturen naar de procureur voor een strafrechtelijke vervolging. De school en het CLB krijgen een kopie van de brief. Tussen het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en AGODI is er in 2009-2010 een vertrouwelijkheidscontract afgesloten. Daarin is opgenomen dat vanaf het schooljaar 2010-2011 zorgwekkende dossiers van leerlingen die in Nederland wonen en in België naar school gaan, gemeld worden aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). DUO bezorgt de informatie aan de bevoegde leerplichtambtenaar. DUO bezorgt op zijn beurt ook spijbeldossiers van leerlingen die in België wonen maar in Nederland naar school gaan aan AGODI. Dit vertrouwelijkheidscontract wordt momenteel geactualiseerd.
40
3. Resultaten 3.1
Problematische afwezigheden
In 2018-2019 registreerden we voor 3.127 leerplichtige leerlingen in het basisonderwijs 30 of meer halve dagen problematische afwezigheid (PA) of 0,66% van de leerplichtige kinderen in het basisonderwijs. Tabel 12: Aantal en percentage leerplichtige leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheden (PA) (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Aantal leerplichtige leerlingen met PA
3.004
3.101
3.127
% t.o.v. leerplichtige schoolbevolking BaO
0,65%
0,66%
0,66%
Bekijken we dezelfde cijfers voor het lager- en kleuteronderwijs afzonderlijk, dan krijgen we het volgende beeld. Tabel 13: Aantal en percentage leerplichtige leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheden in kleuter- en lager onderwijs (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
Aantal leerplichtige leerlingen met PA
% t.o.v. leerplichtige schoolbevolking
2016-2017 Kleuteronderwijs
283
7,58%
Lager onderwijs
2.721
0,59%
3.004
0,65%
272
7,39%
Totaal 2017-2018 Kleuteronderwijs Lager onderwijs
2.829
0,61%
Totaal
3.101
0,66%
Kleuteronderwijs
230
6,04%
Lager onderwijs
2.897
0,62%
Totaal
3.127
0,66%
2018-2019
41
In het kleuteronderwijs worden er alleen voor leerplichtige kleuters problematische afwezigheden geregistreerd. Het gaat hier zowel om leerlingen die minstens zes jaar oud zijn en nog steeds ingeschreven zijn in het kleuteronderwijs, als om leerlingen jonger dan zes jaar oud die al ingeschreven zijn in het lager onderwijs. Ten opzichte van het lager onderwijs zien we een hoger percentage leerplichtige kleuters dat minstens 30 halve dagen problematisch afwezig is. Dit is mogelijk toe te schrijven aan het feit dat ouders zich niet bewust zijn van de leerplicht voor zesjarigen in het lager onderwijs. Voor het kleuteronderwijs zien we dat het percentage leerlingen met minstens dertig halve dagen problematische afwezigheid dit schooljaar opnieuw verder afneemt. In het schooljaar 2016-2017 waren er 283 leerplichtige kleuters met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid (7,58%); in het schooljaar 2017-2018 en 2018-2019 zijn dit respectievelijk 272 leerplichtige kleuters of 7,39% en 230 leerplichtige kleuters of 6,04%. In het lager onderwijs blijft het percentage leerlingen met minstens dertig halve dagen problematische afwezigheid nagenoeg stabiel. In schooljaar 2016-2017 waren er 2.721 leerplichtige leerlingen met minstens 30 halve problematische afwezigheden (0,59%); in schooljaar 2017-2018 en 2018-2019 ging het om respectievelijk 2.829 leerlingen (0,61%) en 2.897 leerlingen (0,62%). In de tabellen als bijlage bij dit rapport vindt u een verdeling van de leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid naar een aantal leerling- en schoolgebonden kenmerken. We bekijken de relatie van problematische afwezigheden met volgende kenmerken van deze leerlingen: • leeftijd • geslacht • nationaliteit • woonplaats • gelijkekansenindicatoren • onderwijsniveau en soort onderwijs • verdeling over de leerjaren • spreiding PA gedurende het schooljaar.
Op basis van deze tabellen kunnen we een aantal conclusies formuleren. • Kinderen van twaalf en dertien jaar oud zijn verhoudingsgewijs het vaakst problematisch afwezig; respectievelijk 1,67% en 2,46% ten opzichte van 0,66% in de totale leerplichtige bevolking. Deze kinderen hebben al de leeftijd om in het secundair onderwijs te zitten. • Daarnaast zijn ook de zesjarigen verhoudingsgewijs meer problematisch afwezig; 0,88% tegenover 0,66% van de totale leerplichtige bevolking. Een deel van deze zesjarigen zit nog in het kleuteronderwijs. Sommige ouders zijn er zich mogelijk niet van bewust dat hun kinderen ook dan al leerplichtig zijn. • Het percentage problematische leerlingen ligt bij jongens iets hoger dan bij meisjes, namelijk 0,71% ten opzichte van 0,61%. • Bekijken we het aandeel leerlingen dat problematisch afwezig is naar nationaliteit, dan merken we dat dit percentage bij kinderen uit een Centraal- of Oost-Europees land hoger ligt dan bij kinderen met de Belgische nationaliteit. Het gaat onder meer om kinderen uit Slovakije, Servië, Roemenië, Kosovo en Bulgarije. Deze nationaliteitsgroepen zijn ook de meest omvangrijke groepen naast de Belgische
42
nationaliteit binnen de leerplichtige bevolking. Heel wat andere nationaliteiten zijn slechts met een beperkt aantal kinderen vertegenwoordigd waardoor we hierover geen uitspraken kunnen doen. • De leerlingen die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Oost-Vlaanderen wonen, maken meer kans om minstens 30 halve dagen problematisch afwezig te zijn. Het gaat om respectievelijk 1,33% en 0,91% ten opzichte van 0,66% van de totale leerplichtige bevolking. • Het percentage leerlingen dat scoort op de kansarmoede-indicatoren is duidelijk hoger bij de leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid dan bij de totale schoolbevolking. Dit is het meest uitgesproken voor de indicatoren ‘thuistaal niet-Nederlands’, ‘laag opleidingsniveau van de moeder’ en ‘trekkende bevolking’ • Het gewoon kleuteronderwijs kent een groter aandeel leerplichtigen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid (6,39%) dan het buitengewoon kleuteronderwijs (3,16%). In het lager onderwijs is dat omgekeerd: hier telt het buitengewoon lager onderwijs een groter aandeel leerlingen met een problematisch afwezigheid (2,69%) dan het gewoon lager onderwijs (0,50%). • Binnen het gewoon lager onderwijs daalt het percentage leerlingen met een problematische afwezigheid naarmate de leerlingen opklimmen naar een hoger leerjaar. • Net geen 50% van de leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid, verzamelt de eerste halve dag problematische afwezigheid al in de maand september. 62% behaalt zijn tiende halve dag problematische afwezigheid in het eerste trimester en 25% behaalt zijn 30e halve dag problematische afwezigheid in het eerste trimester. In juni is er een duidelijke piek van leerlingen die hun dertigste halve dag verzamelen.
3.2
Zorgwekkende dossiers
Onder zorgwekkende dossiers verstaan we dossiers waarbij elke vorm van vrijwillige begeleiding uitgeput is en waarbij er sprake is van totale onwil bij de ouders en/of de leerling. Als er volgens de school of het CLB sprake is van een zorgwekkend dossier, hebben zij de mogelijkheid om het dossier als zorgwekkend aan AGODI over te maken. Het dossier omvat een situatieschets met de belangrijkste elementen uit het dossier, een chronologisch overzicht met de stappen van de school, het CLB en eventuele externe hulpverleningsdiensten, en een goed onderbouwde motivatie waarom het dossier als zorgwekkend wordt overgemaakt aan AGODI. AGODI kan hierna een waarschuwende brief sturen naar de ouders. Daarin wijzen we de ouders op de eventuele strafrechtelijke sancties als ze zich blijven onttrekken aan de wet op de leerplicht. Indien nodig wordt het dossier doorgestuurd naar de procureur. Sinds het decreet integrale jeugdhulp van 12 juli 2013 in werking is getreden, worden dossiers die AGODI doorgeeft aan de procureur niet meer automatisch opgevolgd. De procureur gaat eerst na of er andere actoren bevoegd zijn om het dossier op te volgen. In het schooljaar 2018-2019 ontving AGODI vijf meldingen van zorgwekkende dossiers. Dat is minder dan in het schooljaar 2017-2018 en 2016-2017 (het ging in beide schooljaren om dertien dossiers). Voor geen enkel van de vijf gemelde dossiers stuurde AGODI een brief naar de ouders of maakte het agentschap het dossier over aan de procureur.
43
In het kader van de samenwerking met de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waren er tijdens het schooljaar 2018-2019 geen zorgwekkende dossiers van leerlingen die in Nederland wonen en in België naar school gaan. AGODI ontving ook geen dossiers van DUO.
4. Besluit Het aandeel leerplichtige leerlingen in het basisonderwijs dat problematisch afwezig is op school, blijft beperkt. Tijdens het schooljaar 2018-2019 waren 3.127 leerplichtige leerlingen (0,66% van de totale leerplichtige schoolbevolking) minstens 30 halve schooldagen problematisch afwezig. Net als in de vorige schooljaren blijft het aandeel leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheden ook opmerkelijk stabiel. Als we de cijfers bekijken per onderwijsniveau, dan zien we in het kleuteronderwijs dat de eerder vastgestelde daling zich ook in 2018-2019 verder doorzet. In het schooljaar 2016-2017 waren er 283 leerplichtige kleuters met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheden (7,58%); in het schooljaar 2017-2018 en 2018-2019 zijn dit respectievelijk 272 leerplichtige kleuters of 7,39% en 230 leerplichtige kleuters of 6,04%. Op het niveau van het lager onderwijs blijven de cijfers de afgelopen schooljaren vrij stabiel. In schooljaar 2016-2017 waren er 2.721 leerplichtige leerlingen met minstens 30 halve problematische afwezigheden (0,59%); in schooljaar 2017-2018 en 2018-2019 ging het om respectievelijk 2.829 leerlingen (0,61%) en 2.897 leerlingen (0,62%). Het aandeel leerlingen met minstens 30 halve dagen problematisch afwezigheid is verhoudingsgewijs het hoogst bij de twaalf- en dertienjarigen, daarna gevolgd door de zesjarigen. Het aandeel leerplichtige leerlingen met een problematische afwezigheid daalt naarmate de leerjaren vorderen. Leerlingen die vaak problematisch afwezig zijn, wonen vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hebben in verhouding vaker een nationaliteit uit Centraal- of Oost-Europa. Jongens zijn vaker problematisch afwezig dan meisjes. De leerlingen die minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid verzamelden, scoren vaker op de kansarmoede-indicatoren. Dit is het meest uitgesproken bij de indicatoren thuistaal niet-Nederlands, laag opleidingsniveau van de moeder en behoren vaker tot de trekkende bevolking. Bij de indicatoren schooltoelage en thuisloos is het verschil minder groot. Iets minder dan de helft van de leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid, start in de maand september al met een halve dag problematische afwezigheid. 62% behaalt zijn tiende halve dag problematische afwezigheid in het eerste trimester en 25% behaalt zijn dertigste halve dag problematische afwezigheid in het eerste trimester.
44
Hoofdstuk 5: Problematische afwezigheden in het secundair onderwijs 1
Reglementair kader
De regelgeving over de opvolging van afwezigheden is terug te vinden in art. 123 van de Codex SO26 en in het besluit over de controle op inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs27. In dit besluit onderscheiden we drie categorieën van afwezigheden: • Afwezigheden die van rechtswege gewettigd zijn; • Afwezigheden die gewettigd kunnen worden door de school; • Problematische afwezigheden. In dit hoofdstuk bespreken we de laatste categorie. In eerste instantie is de school verantwoordelijk voor de begeleiding en opvolging van problematische afwezigheden en dit vanaf de eerste halve dag problematische afwezigheid. De samenwerking met het CLB is daarbij essentieel. Het CLB ondersteunt de school op het vlak van preventie, begeleiding en remediëring. Sinds het schooljaar 2016-2017 moet het CLB vanaf 5 halve dagen problematische afwezigheden ingeschakeld worden in de begeleiding. Als dat nodig is, kunnen scholen het CLB ook sneller inschakelen. Het CLB start een traject op met een dubbel doel: het traject moet voorkomen dat de afwezigheden resulteren in een schoolse achterstand en dat de minderjarige leerling niet meer voldoet aan de reglementering over de leerplicht28. Afwezigheden kunnen als gewettigd beschouwd worden als de school de nodige begeleidingsmaatregelen neemt. De verificateurs gaan na of de school bij een afwezigheid de correcte code gebruikt en ze bekijken of de school voldoende begeleidingsinspanningen levert. Is dat laatste het geval, dan wordt de leerling, ondanks zijn problematische afwezigheden, als regelmatige leerling beschouwd. Dat betekent dat de leerling op 1 februari in aanmerking genomen wordt voor de financiering of subsidiëring en dat hij of zij recht heeft op een diploma of getuigschrift. In het besluit over de controle op de inschrijvingen29 staat verder vermeld dat een school AGODI op de hoogte moet brengen zodra een leerling 30 halve dagen problematisch afwezig is. Dit gebeurt automatisch aangezien de scholen alle afwezigheidscodes in Discimus registreren. Die gegevens zijn de belangrijkste informatiebron voor beleidsinformatie over problematische afwezigheden van het ministerie van Onderwijs en Vorming. De cijfers in dit rapport zijn gebaseerd op deze registraties. De meeste gegevens in dit rapport betreffen het aantal leerlingen dat minstens 30 halve dagen problematisch afwezig was. Regelmatig aanwezig zijn op school is ook een voorwaarde om in aanmerking te komen voor een schooltoelage. Leerlingen die gedurende twee opeenvolgende schooljaren 30 of meer halve schooldagen problematisch afwezig zijn, moeten hun schooltoelage van dat tweede schooljaar terugbetalen30.
26 27 28 29 30
Codex SO: http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=14289#301984 Besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs. Besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 tot vaststelling van de operationele doelstellingen van de Centra voor Leerlingenbegeleiding. Besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs. Decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, art. 16-18.
45
In het stelsel van leren en werken31 en het daaruit voortvloeiende voltijdse engagement32 gelden voor de leerlingen van het deeltijds secundair onderwijs dezelfde periodes wat betreft problematische afwezigheden als voor de leerlingen van het voltijds secundair onderwijs33.
2
Procedure voor opvolging
Hierboven vermeldden we al dat de opvolging van afwezigheden in eerste instantie een taak is van de school. Een preventieve aanpak en snel ingrijpen zijn onlosmakelijk verbonden met een correcte registratie die up-to-date is. Het is van het grootste belang dat scholen aandacht hebben voor alle afwezigheden en altijd rekening houden met de achterliggende reden van de afwezigheid. Alleen zo kan men ook problematische afwezigheden ontdekken die misschien op het eerste gezicht gewettigd lijken. Zo moeten scholen bij de eerste registratie van een problematische afwezigheid onmiddellijk contact opnemen met de ouders en de leerling. Pas dan wordt snel duidelijk wat de reden van de afwezigheid is en kan men er de gepaste actie tegenover plaatsen. De begeleidingsstappen moeten zo veel mogelijk vanuit de lokale context komen. Wij kunnen wel, ter ondersteuning van de begeleidingsinitiatieven van de school en het CLB, een brief richten aan de ouders van leerplichtige leerlingen die spijbelen waarin hen op de leerplicht gewezen wordt. Als de school ons een zorgwekkend dossier34 meldt, bekijken we samen met de school en het CLB of we een brief versturen. Als dat nodig is, bezorgen we het dossier aan de procureur. Sinds de hertekening van de werking van de jeugdhulp door het decreet integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013 worden er alleen in uitzonderlijke gevallen nog dossiers aan de procureur bezorgd. Net zoals voor het basisonderwijs, geeft AGODI sinds het schooljaar 2010-2011 ook voor het secundair onderwijs de zorgwekkende dossiers van leerlingen die wonen in Nederland en schoollopen in België door aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In het schooljaar 2018-2019 is er geen enkel zorgwekkend dossier gemeld van een leerling die in Nederland woont.
31 32 33
Decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap van 10 juli 2008. Zie glossarium. Besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs, laatst gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011.
46
3 Resultaten 3.1. Problematische afwezigheden
Algemeen De registratie van de problematische afwezigheden gebeurt via de registratie van de afwezigheden in Discimus. Tabel 14: Aantal leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden t.e.m. 2018-2019 (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) Aantal leerplichtige leerlingen problematische afwezigheden
met
% t.o.v. schoolbevolking
2016-2017
2017-2018
2018-2019
9.736
10.532
10.781
2,5%
2,6%
2,6%
Bij de leerplichtige leerlingen blijft procentueel gezien het aandeel leerlingen dat problematisch afwezig is gelijk ten opzichte van vorig schooljaar. Tabel 15: Leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden t.e.m. 2018-2019 (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) 2016-2017
2017-2018
2018-2019
Aantal meldingen problematische afwezigheden
15.460
16.559
16.558
% t.o.v. schoolbevolking
3,4%
3,6%
3,6%
Het aantal registraties van leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden blijft quasi gelijk ten opzichte van vorig schooljaar.
47
In de volgende tabel zien we de evolutie van het aantal scholen met problematische afwezigheden. Tabel 16: Percentage scholen met minstens één leerling met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid per hoofdstructuur en per schooljaar t.e.m. 2018-2019 (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) 2016-2017
2017-2018
2018-2019
70,2%
70,7%
73%
Deeltijds beroepssecundair onderwijs
97,9%
100,0%
100,0%
Buitengewoon secundair onderwijs
83,5%
86,2%
85,1%
Totaal
69,2%
73,8%
75,5%
Voltijds gewoon secundair onderwijs
Het percentage scholen dat minstens één leerling heeft met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid stijgt licht in vergelijking met vorig schooljaar. In het voltijds gewoon onderwijs registreert 73% van de scholen leerlingen met problematische afwezigheden. In het buitengewoon onderwijs registreert iets meer dan 85% van de scholen leerlingen met problematische afwezigheden. In het deeltijds beroeps-secundair onderwijs registreren alle centra problematische afwezigheden. De volgende tabel geeft het aantal registraties per hoofdstructuur (voltijds gewoon secundair onderwijs, deeltijds beroepssecundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs). Tabel 17: Aantal leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden volgens hoofdstructuur voor schooljaar 2018-2019 (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) Hoofdstructuur
Aantal
% t.o.v. schoolbevolking
Voltijds gewoon secundair onderwijs
6.819
1,8%
Deeltijds beroepssecundair onderwijs
2.548
55,8%
Buitengewoon secundair onderwijs
1.414
9,3%
10.781
2,6%
Totaal
Net als de voorbije schooljaren zien we een groot verschil tussen de drie hoofdstructuren voor het percentage problematisch afwezige leerlingen. Het deeltijds beroepssecundair onderwijs, waar 55,8% van de leerlingen als problematisch afwezig geregistreerd wordt, scoort een stuk hoger dan het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs.
48
In tabel 18 vindt u per hoofdstructuur hoeveel leerplichtige leerlingen minstens vijf, tien en vijftien halve dagen problematisch afwezig waren. Tabel 18: Aantal en percentage leerplichtige leerlingen met 5, 10 en 15 problematische afwezigheden voor schooljaar 2018-2019 (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) 5 problematische afwezigheden
% t.o.v. schoolbevolking
Voltijds gewoon secundair onderwijs
69.017
17,8%
33.424
Deeltijds beroepssecundair onderwijs
4.393
96,2%
Buitengewoon secundair onderwijs
5.757 79.167
Totaal
10 % t.o.v. problematische schoolafwezigheden bevolking
15 problematische afwezigheden
% t.o.v. schoolbevolking
8,6%
19.548
5%
3.933
86,1%
3.516
77,0%
37,9%
3.788
24,9%
2.801
18,4%
19,5%
41.145
10,1%
25.865
6,4%
Ook hier zijn de verschillen tussen de drie hoofdstructuren opvallend groot. In het voltijds gewoon onderwijs is bijna 18% van de leerlingen minstens vijf halve dagen problematisch afwezig. Bijna 9% is minstens tien halve dagen problematisch afwezig en 5% minstens vijftien halve dagen. Opvallend in het deeltijds beroepssecundair onderwijs is dat bijna alle leerlingen minstens vijf halve dagen problematisch afwezig zijn (96,2%). In het buitengewoon secundair onderwijs is bijna 38% van de leerlingen minstens vijf halve dagen problematisch afwezig. Iets meer dan 18% van deze leerlingen is minstens vijftien halve dagen problematisch afwezig. In tabel 19 ziet u het aantal leerlingen met minstens 30 problematische afwezigheden per provincie en voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De aantallen zijn gebaseerd op de woonplaats van de leerlingen. Daarnaast zijn de cijfers opgesplitst per hoofdstructuur. Tabel 19: Aantal leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden per provincie en per hoofdstructuur voor schooljaar 2018-2019 (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
Provincie
Voltijds % t.o.v. Deeltijds gewoon schoolberoepssecundair bevolking secundair onderwijs onderwijs
% t.o.v. schoolbevolking
Buitengewoon secundair onderwijs
% t.o.v. schoolbevolking
% t.o.v. schoolTotaal bevolking
Antwerpen
1.966
1,8%
666
50,2%
443
9,9%
3.075
2,7%
Vlaams–Brabant
828
1,4%
222
57,7%
129
8,1%
1.179
1,9%
Oost– Vlaanderen
1.837
2,1%
723
57,8%
387
11,4%
2.947
3,2%
West– Vlaanderen
642
1,0%
488
59,2%
173
6,2%
1.303
1,9%
Limburg
812
1,7%
252
49,8%
197
8,9%
1261
2,5%
B.H.G.
576
4,9%
173
79%
64
20,6%
813
6,7%
158
2,3%
24
46,2%
21
8,9%
203
2,8%
6.819
1,8%
2.548
55,8%
1.441
9,4%
10.781
2,7%
Andere
35
Totaal
35
Deze leerlingen zijn gedomicilieerd in het Waalse Gewest of in het buitenland
49
In Vlaanderen komen de meeste problematische afwezigheden voor in de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen. Dat valt wellicht te verklaren door de aanwezigheid van de steden Gent en Antwerpen in deze provincies. Het percentage problematisch afwezige leerlingen is het hoogst in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zowel in het voltijds gewoon secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs als in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. In het deeltijds beroepssecundair onderwijs is 79% van alle leerlingen problematisch afwezig. In de Excel-tabellen als bijlage bij dit rapport vindt u een verdeling van de leerling- en schoolgebonden kenmerken van leerlingen die als problematisch afwezig geregistreerd werden. We bekijken hier de relatie van problematische afwezigheden met • nationaliteit • geslacht • geboortejaar • woonplaats • gelijkekansenindicatoren • onderwijsvorm • A- of B-stroom in de eerste graad • studiegebied • schoolse vertraging.
Uit deze tabellen kunnen we een aantal conclusies trekken.
39
Het percentage problematische afwezigheden ligt hoger bij leerlingen met een Oost-Europese nationaliteit. Net zoals vorig schooljaar stellen we vast dat een aandeel van de Slovaakse, Servische, Bulgaarse, Roemeense, Kosovaarse en Poolse leerlingen problematisch afwezig is. Ook onder de jongeren van verschillende andere nationaliteiten, zoals onder meer de Afghaanse, Syrische, Iraakse en Turkse jongeren, ligt het percentage registraties van problematische afwezigheden hoog. Anders gezegd, in verhouding tot de leerlingenpopulatie zijn er meer niet-Belgen met een geregistreerde problematische afwezigheid. Het is mogelijk dat een aantal onder hen al verhuisd was naar het buitenland, maar toch nog door de school werden geregistreerd als problematisch afwezig. Bij sommigen leeft de indruk dat jongens vaker problematisch afwezig zijn dan meisjes. Dat klopt maar gedeeltelijk; zowel in het deeltijds als in het buitengewoon secundair onderwijs is het percentage meisjes dat als problematisch afwezig geregistreerd wordt groter dan het percentage jongens (59,6% vs. 54,2% in het deeltijds onderwijs, 10% vs. 9% in het buitengewoon secundair onderwijs). In het voltijds gewoon secundair onderwijs is er een klein verschil tussen de percentages voor meisjes (1,6%) en jongens (1,9%). In absolute cijfers zijn wel meer jongens dan meisjes problematisch afwezig. Ook tegenover de hele schoolbevolking zijn jongens (3,1%) iets meer problematisch afwezig dan meisjes (2,2%).
50
Het percentage problematische afwezigheden bij leerplichtige leerlingen stijgt met de leeftijd. De meerderheid van de geregistreerde leerlingen zijn zestien- en zeventienjarigen. Dat is een vaststelling die schooljaar na schooljaar dezelfde blijft. De cijfers geven aan dat jongeren met problematische afwezigheden beduidend hoger scoren op de meeste kansarmoede-indicatoren. De jongeren die aantikken op ‘thuistaal niet-Nederlands’ zijn verhoudingsgewijs oververtegenwoordigd in de groep jongeren met problematische afwezigheden: 34,8% van de spijbelende leerlingen heeft een andere gezinstaal dan het Nederlands, ten opzichte van ongeveer 5,7% van de leerlingen bij de totale schoolbevolking. Een gelijkaardige oververtegenwoordiging zien we voor jongeren van wie de moeder een laag opleidingsniveau heeft. Dat is het geval bij zo goed als de helft van de spijbelende jongeren, tegenover bijna een kwart van de jongeren bij de totale schoolbevolking. Bijna 30% van alle ouders krijgt een schooltoelage. Onder de problematisch afwezige leerlingen ligt dit aantal beduidend hoger met ongeveer 40%. Jongeren die beantwoorden aan de indicatoren ‘trekkende bevolking’ en ‘thuisloos’ zijn ook iets sterker vertegenwoordigd bij de problematisch afwezige leerlingen. Als we de onderwijsvormen onder de loep nemen, merken we dat meer dan de helft van de registraties problematische afwezigheden in het gewoon voltijds secundair onderwijs afkomstig zijn uit het beroepsonderwijs. Ook procentueel bekeken zitten er meer leerlingen met problematische afwezigheden in het beroepsonderwijs (49,4%) dan in de andere onderwijsvormen (bijv. 5,3% in het ASO). Binnen de eerste graad zijn er meer leerlingen met problematische afwezigheden in de B-stroom (5%) dan in de A-stroom (0,4%). Het studiegebied Juwelen telt procentueel de meeste leerlingen met problematische afwezigheden (11,1%). Het studiegebied Decoratieve Technieken wordt uitsluitend aangeboden in het beroepssecundair onderwijs en telt procentueel gezien ook veel leerlingen met problematische afwezigheden, namelijk 8,6% (110 leerlingen met problematische afwezigheden). Dit percentage is gelijkaardig aan de voorgaande schooljaren. Ook binnen het studiegebied Lichaamsverzorging zijn er, zoals tijdens de afgelopen schooljaren, relatief veel problematische afwezigheden (8,4% of 381 leerlingen met problematische afwezigheden). De studiegebieden waar weinig of geen leerlingen met problematische afwezigheden zitten, zijn Sport (0,9% of 77 leerlingen met problematische afwezigheden) en Chemie (0,7% of 28 leerlingen met problematische afwezigheden). Ook in het algemeen secundair onderwijs (0,3% of 357 leerlingen met problematische afwezigheden) zijn er weinig problematische afwezigheden. Op basis van deze cijfers vermoeden we dat er een samenhang is tussen problematische afwezigheden en schoolse vertraging. Iets minder dan 70% van de leerlingen die geregistreerd worden als problematisch afwezig, loopt minstens één jaar vertraging op. Ter vergelijking: 23,85% van de totale schoolbevolking in het voltijds gewoon secundair onderwijs heeft in het schooljaar 2016-2017 een schoolse vertraging van minstens één jaar opgelopen36. Iets meer dan een derde van de gemelde leerlingen wordt meer dan één schooljaar op rij geregistreerd als problematisch afwezig. Van de leerlingen onder hen die recht hebben op een schooltoelage wordt de toelage teruggevorderd.
36
Ministerie van Onderwijs en Vorming, Statistisch Jaarboek van het Vlaams Onderwijs – schooljaar 2018-2019. Brussel, 2019.
51
Het is opvallend dat bijna 2/3 van de leerlingen met een registratie problematische afwezigheden al een eerste problematische afwezigheid laat optekenen in de maand september. Ongeveer 95% van de leerlingen met een registratie problematische afwezigheden is tijdens het eerste trimester een eerste keer onwettig afwezig. Bijna een kwart van de leerlingen (22,8%) met problematische afwezigheden is vóór de kerstvakantie al 30 halve dagen of meer problematisch afwezig geweest. Vanaf januari komen er maandelijks nog honderden leerlingen bij. In april worden er in verhouding minder bijkomende leerlingen met 30 problematische afwezigheden geregistreerd, maar dat is waarschijnlijk te verklaren door het feit dat de paasvakantie in deze maand valt.
3.2
Zorgwekkende dossiers
Onder zorgwekkende dossiers verstaan we dossiers waarbij elke vorm van vrijwillige begeleiding uitgeput is en waarbij er sprake is van totale onwil bij de ouders en/of de leerling. Als er volgens de school of het CLB sprake is van een zorgwekkend dossier, hebben zij de mogelijkheid om het dossier als zorgwekkend aan AGODI over te maken. Het dossier omvat een situatieschets met de belangrijkste elementen uit het dossier, een chronologisch overzicht met de stappen van de school, het CLB en eventuele externe hulpverleningsdiensten, en een goed onderbouwde motivatie waarom het dossier als zorgwekkend wordt ingediend. Na het bekijken van het dossier wordt in overleg met de school of het CLB eventueel een waarschuwende brief verstuurd. Daarin wijzen we de ouders op de mogelijke strafrechtelijke sancties als ze zich blijven onttrekken aan de wet op de leerplicht.
Tabel 20: Evolutie aantal zorgwekkende dossiers (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) Aantal zorgwekkende dossiers
2016-2017
2017-2018
2018-2019
32
30
9
In 2018-2019 waren er 9 ingestuurde dossiers. Dat is een daling ten opzichte van vorig schooljaar. Het aantal zorgwekkende dossiers blijft ook heel beperkt ten opzichte van het totale aantal leerlingen met problematische afwezigheden.
Tabel 21: Zorgwekkende dossiers per hoofdstructuur (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) Hoofdstructuur
Aantal dossiers
Voltijds gewoon secundair onderwijs
7
Deeltijds beroepssecundair onderwijs
0
Buitengewoon secundair onderwijs
0
Andere
2
Totaal
9
52
Voor zorgwekkende dossiers geldt dat zij het best zo veel mogelijk lokaal opgevolgd worden en dat er regionaal goede contacten zijn tussen scholen, CLB’s, hulpverleningsinstanties, politie en Justitie. Het uitbreiden en versterken van deze lokale netwerken is één van de acties waaraan gewerkt werd in het kader van het spijbelactieplan. De dossiers waarbij, na overleg met de school of het CLB, geen vooruitgang wordt vastgesteld, maken we over aan de procureur. Sinds het decreet integrale jeugdhulp van 12 juli 2013 in werking is getreden, worden dossiers die AGODI doorgeeft aan de procureur evenwel niet meer automatisch opgevolgd. De procureur gaat eerst na of er andere actoren bevoegd zijn om het dossier op te volgen. Dit betekent bijvoorbeeld dat een CLB deze taak moet opnemen als het verantwoordelijk is. Als gevolg daarvan zijn maar twee dossier aan de procureur overgemaakt. Voor de andere zeven gevallen bleken er, na contact met het CLB, geen acties nodig vanuit AGODI.
Tabel 22: Zorgwekkende dossiers per geboortejaar (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
Geboortejaar 2005 en later 2004 2003 2002 2001 2000 Totaal
Aantal 0 1 6 0 1 1 9
Tabel 22 toont aan dat we voor leerlingen met geboortejaar 2003 het hoogste aantal zorgwekkende dossiers noteren. Het gaat echter om zeer kleine aantallen.
53
4 Besluit Een heel beperkt deel van de leerlingen in het secundair onderwijs gaat niet regelmatig naar school. Tijdens het schooljaar 2018-2019 waren 10.781 (2,6% van alle leerplichtige jongeren in het secundair onderwijs) jongeren geregistreerd met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid. De opdracht van de overheid bij de aanpak van relatief schoolverzuim bij individuele leerlingen blijft beperkt. Het is van cruciaal belang dat deze leerlingen zo veel mogelijk lokaal en in eerste instantie door de school en het CLB geholpen worden. Onze taak bestaat vooral uit het verzamelen van beleidsinformatie en het creëren van een informatierijke omgeving waardoor op de verschillende niveaus een beleid kan worden uitgetekend. Scholen registreerden dit schooljaar meer problematische afwezigheden dan vorig schooljaar. Hoewel het moeilijk is om hiervoor een verklaring te geven, kunnen we wel het profiel beschrijven van de leerlingen die problematisch afwezig blijven van school. Jongens zijn procentueel gezien vaker afwezig. Toch zijn in het deeltijds en buitengewoon secundair onderwijs meisjes procentueel gezien vaker afwezig dan jongens. Ook leerlingen die niet de Belgische nationaliteit hebben, zijn procentueel gezien meer problematisch afwezig. Dat geldt vooral voor leerlingen met een Oost-Europese nationaliteit. Onder de geregistreerde leerlingen zijn er veel zeventienjarigen en we noteren de meeste problematische afwezigheden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen. In het deeltijds secundair onderwijs blijft bijna 56% van de leerlingen problematisch afwezig. Binnen het voltijds gewoon secundair onderwijs zien we vooral problematische afwezigheden in het beroepsonderwijs en de B-stroom van de eerste graad en in het onthaalonderwijs. Er blijkt ook een samenhang te zijn tussen problematisch afwezig blijven van school en schoolse vertraging. Iets minder dan 70% van de problematisch afwezige leerlingen heeft één of meer schooljaren schoolse vertraging opgelopen. Waar mogelijk proberen we scholen en CLB’s te ondersteunen in die dossiers die werkelijk vastgelopen zijn. Zowel bij leerlingen van wie de afwezigheden als zorgwekkend beschouwd worden als bij leerlingen die zich na een definitieve uitsluiting niet opnieuw inschrijven, sturen we op vraag van de school of het CLB een brief naar de ouders, of we maken het dossier over aan de procureur. Het aantal dergelijke dossiers blijft heel beperkt. Sinds de inwerkingtreding van het decreet integrale jeugdhulp van 12 juli 2013 stuurt AGODI nauwelijks nog dossiers naar de procureur.
54
Hoofdstuk 6: Tucht in het secundair onderwijs 1
Reglementair kader
De regelgeving rond tucht is terug te vinden in de Codex Secundair Onderwijs37. Deze regelgeving is in maart 2014 gewijzigd als gevolg van het decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school. Een school kan tuchtmaatregelen nemen als de leerling de leefregels van de school zodanig schendt dat dit een gevaar of ernstige belemmering vormt voor het normale onderwijsgebeuren of voor de fysieke of psychische integriteit en veiligheid van de anderen op school. Onder tuchtmaatregelen vallen onder meer de tijdelijke en de definitieve uitsluiting. In afwachting van een tijdelijke of definitieve uitsluiting kan de leerling preventief worden geschorst als bewarende maatregel. Bij een uitsluiting wordt aan de leerling het recht ontnomen om het geheel van de vorming werkelijk en regelmatig te volgen in de school of het centrum. In dit hoofdstuk zullen we alleen de definitieve uitsluitingen behandelen. Definitief uitgesloten leerlingen blijven ingeschreven in de uitsluitende school tot er een nieuwe school gevonden is. Ondertussen zijn ze van rechtswege gewettigd afwezig. De school kan een leerling die niet meer leerplichtig is en vóór 30 juni definitief wordt uitgesloten, uitschrijven vanaf de tiende lesdag volgend op de uitsluiting.
2
Procedure voor opvolging
De scholen brengen AGODI op de hoogte van elke definitieve uitsluiting via Discimus. Daarmee kunnen we op een systematische manier beleidsinformatie over definitieve uitsluitingen verzamelen. Net als de voorbije jaren blijft het, ondanks de inspanningen van directies, CLB en soms het LOP (Lokaal Overlegplatform), moeilijk om een school te vinden voor leerlingen die definitief uitgesloten zijn. Dat heeft tot gevolg dat een aantal leerlingen langdurig ingeschreven blijft in een school, terwijl ze er niet langer schoollopen. Omdat een afwezigheid door een tuchtmaatregel een gewettigde afwezigheid is, worden deze afwezigheden niet als problematische afwezigheden geregistreerd. In de praktijk is er in dat geval wel degelijk sprake van een problematische schoolloopbaan. Ouders of leerlingen die zich niet bereid tonen om een nieuwe school te zoeken, kunnen we op vraag van de school een brief sturen om hen te wijzen op de leerplicht en het leerrecht van de leerling. De zending definitieve uitsluitingen wordt ondertussen al enkele schooljaren opgevraagd. We geven in de volgende paragraaf een aantal tendensen. 37
Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs, art. 123/8-11.
55
3 Resultaten
Algemeen Tenzij anders aangegeven hebben de onderstaande cijfers betrekking op het aantal meldingen van een definitieve uitsluiting van leerplichtige leerlingen. Net als voor de problematische afwezigheden, hebben de verificateurs bij hun jaarlijkse controle aandacht voor de uitgesloten leerlingen. De verificatie spoort de scholen aan om ook hun uitgesloten leerlingen op tijd door te sturen. Bovendien wijzen ze de scholen op het helpen vinden van een nieuwe inschrijving.
Tabel 23: Aantal meldingen van definitieve uitsluitingen van leerplichtige leerlingen tijdens de afgelopen drie schooljaren (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Aantal meldingen definitieve uitsluitingen
2.883
2.679
2.892
% t.o.v. schoolbevolking
0,7%
0,7%
0,7%
Tijdens het schooljaar 2018-2019 werden er 2.892 meldingen van definitieve uitsluiting voor leerplichtige leerlingen gedaan. Het aantal definitieve uitsluitingen is daarmee gestegen in vergelijking met vorig schooljaar. Uit tabel 24 blijkt dat er ook sprake is van een stijging van het aantal meldingen van leerplichtige en nietleerplichtige leerlingen.
Tabel 24: Aantal meldingen definitieve uitsluitingen van leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen tijdens de afgelopen drie schooljaren (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Aantal meldingen definitieve uitsluitingen
3.401
3.209
3.381
% t.o.v. schoolbevolking
0,7%
0,7%
0,8%
56
In tabel 25 geven we per hoofdstructuur voor de afgelopen drie schooljaren weer hoeveel scholen definitieve uitsluitingen meldden. Tabel 25: Percentage meldende scholen per hoofdstructuur en per schooljaar tijdens de afgelopen drie schooljaren (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020)
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Voltijds gewoon secundair onderwijs
48,5%
43,1%
45,0%
Deeltijds beroepssecundair onderwijs
33,3%
49,0%
49,0%
Buitengewoon secundair onderwijs
34,7%
31,7%
33,3%
Totaal
46,3%
42,1%
43,9%
Uit deze cijfers blijkt dat het percentage scholen dat definitief uitgesloten leerlingen meldt, in het schooljaar 2018-2019 licht is gestegen. Deze lichte stijging geldt niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Hieronder ziet u het aantal meldingen van definitieve uitsluitingen per provincie en voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De aantallen zijn gebaseerd op de woonplaats van de leerling. Daarnaast zijn de cijfers opgesplitst per hoofdstructuur (voltijds gewoon secundair onderwijs, deeltijds beroepssecundair onderwijs, buitengewoon secundair onderwijs).
Tabel 26: Aantal meldingen van definitieve uitsluiting per provincies en per hoofdstructuur (Bron: AGODIdatabanken, geraadpleegd in april 2020)
Provincie
Voltijds gewoon secundair onderwijs
Deeltijds % t.o.V % t.o.v. % t.o.v. beroepsschool% t.o.v. BUSO Totaal schoolbevolking schoolbevolking bevolking secundair schoolbevolking onderwijs
Antwerpen
964
0,6%
30
1,5%
39
0,6%
1033
0,6%
Vlaams–Brabant
301
0,2%
9
1,1%
8
0,2%
318
0,2%
Oost–Vlaanderen
518
0,2%
30
0,8%
22
0,2%
570
0,2%
West–Vlaanderen
344
0,2%
18
0,8%
30
0,4%
392
0,2%
Limburg
255
0,1%
11
0,6%
10
0,1%
276
0,1%
B.H.G.
231
1,1%
6
1,5%
2
0,3%
239
1,1%
Andere
38
Totaal
57
0,7%
2
0,0%
0
0,0%
59
0,7%
2 670
0,3%
106
1,0%
111
0,3%
2 887
0,3%
Volgens absolute cijfers komen de meeste definitieve uitsluitingen uit de provincie Antwerpen. Iets meer dan een derde van alle definitief uitgesloten leerlingen woont in deze provincie.
38
Deze leerlingen zijn gedomicilieerd in het Waals Gewest of in het buitenland.
57
Relatief gezien is het aantal definitieve uitsluitingen vrij gelijkmatig verdeeld over de provincies. Opvallend is dat de provincie Limburg weinig definitieve uitsluitingen telt in het voltijds gewoon secundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs, maar hoog scoort in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. In de tabellen als bijlage van dit rapport vindt u een verdeling van de leerling- en schoolgebonden kenmerken van leerlingen die geregistreerd werden met een definitieve uitsluiting. We bekijken hier de relatie van definitieve uitsluitingen met: • nationaliteit • geslacht • geboortejaar • woonplaats • gelijkekansenindicatoren • hoofdstructuur • onderwijsvorm • A- of B-stroom in de eerste graad • studiegebied • schoolse vertraging. Uit deze tabellen kunnen we een aantal conclusies trekken. In verhouding tot de leerlingenpopulatie worden er meer leerlingen met een andere nationaliteit (1,8%) dan de Belgische (0,6%) definitief uitgesloten uit de school. Jongens worden vaker definitief uitgesloten dan meisjes. In verhouding worden er bijna vier keer zoveel jongens uitgesloten als meisjes (1,1% van de jongens tegenover 0,3% van de meisjes). Dat geldt zowel in het voltijds, in het deeltijds als in het buitengewoon onderwijs. Het aantal definitieve uitsluitingen is in verhouding vrij gelijkmatig verdeeld over de leeftijden, al zijn er iets meer veertien-, vijftien- en zestienjarigen die definitief worden uitgesloten. Bij de twaalfjarigen zijn er wel beduidend minder leerlingen die wegens tucht van school uitgesloten worden (0,2%). De cijfers geven aan dat jongeren met een definitieve uitsluiting beduidend hoger scoren op de kansarmoede-indicatoren. De jongeren die scoren op ‘thuistaal niet-Nederlands’ zijn verhoudingsgewijs oververtegenwoordigd in de groep jongeren met een definitieve uitsluiting: bij iets meer dan een derde van de leerlingen met een definitieve uitsluiting is de gezinstaal niet het Nederlands tegenover 17,6% leerlingen bij de totale schoolbevolking. Eenzelfde oververtegenwoordiging zien we voor jongeren van wie de moeder een laag opleidingsniveau heeft: 52,1% van de jongeren met een definitieve uitsluiting tegenover iets meer dan 23% van de jongeren bij de totale schoolbevolking. We zien ook een verschil bij de jongeren die beantwoorden aan de indicator ‘trekkende bevolking’. Ook zijn er in verhouding meer definitief uitgesloten jongeren die beantwoorden aan de indicator ‘thuisloos’. Voor bijna 30% van alle schoolgaande jongeren krijgen de ouders een schooltoelage. Onder de definitief uitgesloten leerlingen gaat het over 55,7%. Als het percentage leerlingen dat definitief uitgesloten wordt per hoofdstructuur wordt gecategoriseerd, dan zien we het hoogste percentage in het deeltijds beroepssecundair onderwijs (2,3%). Ook het buitengewoon onderwijs (0,7%) scoort hoger dan het voltijds gewoon onderwijs (0,7%). Opgesplitst naar de verschillende onderwijsvormen, zitten de meeste leerlingen die definitief worden uitgesloten in het beroepssecundair onderwijs. Binnen de eerste graad liggen de absolute cijfers en het percentage een stuk hoger in de B-stroom (2,6%) dan in de A-stroom (0,2%).
58
De studiegebieden Handel (526 leerlingen met een definitieve uitsluiting) en Mechanica-Elektriciteit (450 leerlingen met een definitieve uitsluiting) tellen in absolute cijfers vrij veel definitieve uitsluitingen. Het studiegebied Decoratieve Technieken (2,7%) telt het hoogste percentage definitieve uitsluitingen. Leerlingen worden vaker definitief uitgesloten naarmate ze meer schoolse vertraging hebben opgelopen. 64,6% van de leerlingen met een melding van definitieve uitsluiting heeft ten minste één jaar vertraging opgelopen. Een minderheid van leerlingen wordt verscheidene schooljaren op rij definitief uitgesloten. Van alle leerlingen die in het schooljaar 2018-2019 definitief werden uitgesloten, was iets meer dan 12% ook in het voorgaande schooljaar of de voorgaande schooljaren definitief uitgesloten. Tabel 27: Verschillende schooljaren op rij definitief uitgesloten (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) Gemeld in het schooljaar
Aantal meldingen
%
Alleen in 2017-2018 uitgesloten
2942
87,8%
In 2017-2018 en 2016-2017 uitgesloten
320
9,5%
In 2017-2018, 2016-2017 en 2015-2016 uitgesloten
89
2,7%
3351
100,0%
Totaal
Spreiding in de tijd van definitieve uitsluitingen Om na te gaan wanneer leerlingen definitief worden uitgesloten, hebben we de spreiding in de tijd bekeken. Tabel 28: Spreiding in de tijd van definitieve uitsluitingen (Bron: AGODI-databanken, geraadpleegd in april 2020) Maand definitieve uitsluiting
Aantal
%
September
22
0,8%
Oktober
117
4,0%
November
170
5,9%
December
226
7,8%
Januari
316
10,9%
Februari
258
8,9%
Maart
22
7,9%
April
14
6,0%
Mei
112
3,9%
Juni
1 269
43,9%
Totaal
2 526
100%
Het is opvallend dat bijna 44% van de leerlingen in juni definitief wordt uitgesloten. Een verklaring hiervoor ligt waarschijnlijk in het feit dat scholen de mogelijkheid hebben om leerlingen uit te sluiten met ingang van 30 juni. In dat geval kan de leerling tot aan het einde van het schooljaar de lessen bijwonen en aan examens deelnemen. Zo hoeft de uitsluiting niet noodzakelijk een zware hypotheek te leggen op de verdere schoolloopbaan van de leerling.
59
4 Besluit In het schooljaar 2018-2019 meldden de scholen dat 2.892 leerlingen definitief waren uitgesloten. Dat aantal is hoger ten opzichte dan het schooljaar voordien. De meeste definitieve uitsluitingen doen zich verhoudingsgewijs voor in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Er worden voornamelijk jongens uitgesloten. In verhouding worden er ook meer leerlingen met de niet-Belgische nationaliteit uitgesloten. Dat geldt ook voor jongeren die wonen in een (groot)stedelijk gebied. In het BSO en in de B-stroom van de eerste graad komen de meeste definitieve uitsluitingen voor. Er lijkt een samenhang te zijn tussen definitieve uitsluitingen en schoolse vertraging. Een minderheid van leerlingen wordt verscheidene schooljaren op rij definitief uitgesloten. Regelmatig gaat het over jongeren met zulke complexe problematieken dat binnen een schoolse context geen oplossing meer voorhanden is. Door de wachtlijsten in bijzondere jeugdbijstand en psychiatrie kan hun nood aan bijstand niet ingevuld worden. Voor deze jongeren zijn de opvangmogelijkheden vaak heel beperkt. Leerplichtopvolging stopt niet aan de grenzen van Vlaanderen. Naast de huidige, goede samenwerking met de Franse gemeenschap, is het ook belangrijk te blijven inzetten op een samenwerking met onze buurlanden. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten zet zich in eerste instantie in om de samenwerking met Nederland verder te optimaliseren.
60
SAMENVATTING • Controle op de inschrijvingen Voor elke leerplichtige die op 1 september in het Vlaams Gewest woont, gaan we na of hij/zij ingeschreven is in een school of op een andere manier aan de leerplicht voldoet. Voor 3.115 kinderen in het basisonderwijs en 3.831 leerlingen uit het secundair onderwijs schrijven we in het schooljaar 2018-2019 de ouders aan van kinderen voor wie we niet over de noodzakelijke gegevens beschikken. Bij deze kinderen is er immers een vermoeden van niet voldoen aan de leerplicht. Als we geen informatie van de ouders krijgen, dan sturen we de dossiers door naar de gemeenten. Dit gebeurde voor 733 leerlingen uit het basisonderwijs (een daling met 143 dossiers ofwel 16,3% t.o.v. schooljaar 2017-2018) en 971 leerlingen uit het secundair onderwijs (een stijging met 121 dossiers ofwel 14,2% t.o.v. schooljaar 2017-2018). De grote meerderheid (99,87%) van de leerplichtigen is ingeschreven in een school, volgt huisonderwijs of voldoet op een andere manier aan de leerplicht. Voor 65 leerlingen die op basis van hun leeftijd zouden schoollopen in het basisonderwijs (of 0,02% van de leerplichtigen in het basisonderwijs) en 1.050 leerlingen uit het secundair onderwijs (of 0,25% van de leerplichtigen in het secundair onderwijs), vinden we na het doorlopen van de procedure geen toereikend antwoord. Voor deze leerplichtigen bestaan er dus twijfels over de invulling van de leerplicht. In het basisonderwijs stuurden we van de 65 dossiers er 54 (of 83,1%) door naar de procureur. Vorige schooljaar ging het om 85 dossiers waarvan er 60 (of 70,5%) werden doorgestuurd naar de procureur. In het secundair onderwijs stuurden we van de 1050 dossiers er 187 (of 17,8%) door naar de procureur. Vorig schooljaar waren dat van de 752 dossiers er 126 (of 16,7%). De stijging in het secundair onderwijs van het aantal dossiers (zowel in absolute aantallen als procentueel) dat naar het parket werd gestuurd, is te verklaren doordat we, naar analogie met de reeds bestaande procedure voor basisonderwijs, nu ook de groep leerplichtigen die niet in orde zijn met de leerplicht uit de trekkende bevolking naar de procureur sturen. Elf dossiers in het basisonderwijs en 863 dossiers in het secundair onderwijs volgde AGODI zelf op. Vorig schooljaar waren dat respectievelijk 25 dossiers voor het basisonderwijs en 626 dossiers voor het secundair onderwijs. De stijging van het aantal dossiers voor het secundair onderwijs kan o.a. verklaard worden door de opvolging van de zeventienjarigen die achttien werden in het begin van het schooljaar. Zij worden intern opgevolgd, tot ze achttien jaar worden en hun leerplicht vervalt. We zien voor het secundair onderwijs ook een duidelijke daling in het aantal vrijstellingen van de leerplicht De kinderen voor wie we geen toereikend antwoord vonden tijdens de leerplichtcontrole, zijn procentueel vaker kinderen die niet beschikken over de Belgische nationaliteit en wonen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en voor het basisonderwijs in de grootsteden Gent en Antwerpen. De zeventienjarigen zijn binnen deze groep oververtegenwoordigd.
39
Zie glossarium.
61
• Opvolging van in- en uitschrijvingen In het basisonderwijs gebeurt de opvolging van schoolveranderingen lokaal; door de uitschrijvende en de inschrijvende school. In het secundair onderwijs bestaat er een centrale opvolging van het verloop van in- en uitschrijvingen van leerlingen. Als een leerling gedurende een periode nergens ingeschreven is, nemen we een aantal administratieve stappen om het mogelijke absolute schoolverzuim van die leerling te beperken. Verder hebben we ook een beeld van het aantal laattijdige inschrijvingen30. De cijfers tonen aan dat de meeste leerlingen in het secundair onderwijs (93%) tot het einde van het schooljaar ingeschreven blijven in dezelfde school en studierichting. Dat percentage is nagenoeg gelijk aan vorig schooljaar (93,2%). Het aantal leerlingen dat verandert van school of van studierichting is toegenomen. Daarbij merken we dat de meerderheid van de leerlingen wel steeds ingeschreven blijft. Bovendien is er niet steeds sprake van bewust absoluut schoolverzuim bij leerlingen die een periode niet ingeschreven zijn. Sommige leerlingen stappen bijvoorbeeld over naar andere vormen van onderwijs, zoals huisonderwijs e.d. Toch stellen we vast dat een beperkte groep jongeren een heel instabiele schoolloopbaan doormaakt en dat deze groep altijd hetzelfde profiel heeft. Het betreft voornamelijk zeventienjarige leerlingen die een andere nationaliteit hebben dan de Belgische. Jongeren met een instabiele schoolloopbaan zijn vaak vertegenwoordigd in de B-stroom van het voltijds gewoon secundair onderwijs en in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Deze doelgroep loopt ook vaker schoolse vertraging op. Deze jongeren waren ook meer problematisch afwezig tijdens het voorafgaande en het lopende schooljaar. Tot slot zien we dat een instabiele loopbaan vaak samenhangt met een laattijdige inschrijving.
• Opvolging van minstens 30 halve dagen problematische afwezigheden
Problematische afwezigheden zijn afwezigheden waarvoor geen geldige verantwoording (medisch attest, ziektebriefje ouder…) werd ingediend. Sinds het schooljaar 2013-2014 worden alle afwezigheden via Discimus ook geregistreerd in de databanken van AGODI. Zo heeft AGODI een zicht op de afwezigheidsproblematiek. In het basisonderwijs blijft het percentage leerlingen die minstens 30 halve dagen problematisch afwezig was al verschillende schooljaar stabiel. Vanaf schooljaar 2015-2016 tot en met 2018-2019 gaat het om 0,66% van de schoollopende leerlingen. Kinderen van twaalf en dertien jaar oud zijn het vaakst problematisch afwezig. Deze kinderen hebben al de leeftijd om in het secundair onderwijs te zitten. Ook de zesjarigen zijn verhoudingsgewijs meer problematisch afwezig. Sommige ouders zijn er zich mogelijk niet van bewust dat hun kinderen ook dan al leerplichtig zijn. Het gewoon kleuteronderwijs kent een groter aandeel leerplichtigen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid dan het buitengewoon kleuteronderwijs. In het lager onderwijs is dat omgekeerd. Binnen het gewoon lager onderwijs daalt het percentage leerlingen met een problematische afwezigheid naarmate de leerlingen opklimmen naar een hoger leerjaar. Net geen 50% van de leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid, verzamelt de eerste halve dag problematische afwezigheid al in de maand september. 62% behaalt zijn tiende halve dag problematische afwezigheid in het eerste trimester en 25% behaalt zijn 30e halve dag problematische afwezigheid in het eerste trimester. In juni is er een duidelijke piek van leerlingen die hun dertigste halve dag verzamelen. Niet-Belgische leerlingen zijn verhoudingsgewijs meer problematisch afwezig (meer leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid). Vooral onder de leerlingen met een Oost-Europese nationaliteit tellen we meer leerlingen die problematisch afwezig zijn. Leerlingen die in grootsteden zoals Antwerpen of Gent wonen of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, lopen meer kans om problematisch afwezig te zijn.
62
Het aandeel leerlingen dat scoort op de kansarmoede-indicatoren is hoger bij de leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid dan bij de totale schoolbevolking. In het secundair onderwijs blijft het aantal problematische afwezigheden toenemen (van 2,0% in 2014-2015 tot 2,6% in 2018-2019). Ook hier vindt men bij de niet-Belgen, relatief gezien, meer leerlingen terug met problematische afwezigheden. Net zoals in het basisonderwijs zien we binnen de groep van Oost-Europese leerlingen verhoudingsgewijs meer leerlingen met problematische afwezigheden. In het deeltijds en buitengewoon secundair onderwijs is een hoger percentage meisjes dan jongens problematisch afwezig. In het gewoon voltijds secundair onderwijs zijn er meer jongens problematisch afwezig dan meisjes. Een groot deel van de geregistreerde jongeren in het secundair onderwijs is tussen zestien en achttien jaar. De kinderen met een problematische afwezigheid wonen verhoudingsgewijs vaker in een verstedelijkt gebied. Vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in de steden Antwerpen en Gent ligt het percentage problematische afwezigheden een stuk hoger dan in de andere gebieden. Ook in het secundair onderwijs scoren leerlingen die doorgegeven worden als problematisch afwezig hoger op de GOK-indicatoren. Op het vlak van de schoolloopbaan kunnen we stellen dat, net als vorige schooljaren, leerlingen met problematische afwezigheden in het secundair onderwijs veel prominenter voorkomen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. In de eerste graad van het voltijds gewoon onderwijs situeren de meeste problematische afwezigheden zich in de B-stroom en in de tweede en derde graad in het beroepssecundair onderwijs (bso). Daarnaast zien we in het secundair onderwijs relatief veel registraties van problematische afwezigheid in het onthaalonderwijs. Er is een samenhang tussen leerlingen met problematische afwezigheden en schoolse vertraging. AGODI geeft ook ondersteuning aan scholen en CLB’s die geconfronteerd worden met leerlingen voor wie de problematische afwezigheid door hen als zorgwekkend wordt beschouwd. Voor deze zorgwekkende dossiers40 schrijven we op vraag van de school of het CLB een brief aan de ouders en/of we bezorgen het dossier aan de procureur.
• Tucht in het secundair onderwijs
Het aantal tuchtmeldingen is in het schooljaar 2018-2019 licht gestegen in vergelijking met het voorgaande schooljaar. In 2018-2019 werd voor 0,7% van de schoolbevolking zo’n melding verstuurd. Net als voor problematisch afwezige leerlingen, zien we dat leerlingen met een niet-Belgische nationaliteit in verhouding vaker definitief worden uitgesloten. Het percentage jongens dat definitief wordt uitgesloten, ligt veel hoger dan het percentage meisjes. Qua leeftijd zijn de meldingen vrij gelijkmatig verdeeld, alleen bij de twaalfjarigen zijn er minder meldingen. Op het vlak van de schoolloopbaan zien we dat definitieve uitsluitingen relatief iets meer voorkomen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, maar dit in veel mindere mate dan de problematische afwezigheden. In het voltijds gewoon onderwijs situeren de meeste definitieve uitsluitingen zich in de eerste graad in de B-stroom en in de tweede en derde graad in het beroepssecundair onderwijs. Leerlingen worden relatief gezien vaker definitief uitgesloten als ze schoolse vertraging opliepen maar slechts een minderheid van de leerlingen wordt verscheidene schooljaren op rij definitief uitgesloten.
40
Zie glossarium.
63
Overzicht van tabellen Tabel 1: Overzicht procedurestappen bij de controle op de inschrijvingen van de zes- tot zeventienjarigen in het Vlaams Gewest Tabel 2: Overzicht van het resultaat van de controle op de inschrijvingen van de zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest Tabel 3: Overzicht van het aantal verstuurde brieven bij de opvolging van in- en uitschrijvingen in het secundair onderwijs Tabel 4: Evolutie in het aantal leerplichtige leerlingen uit het secundair onderwijs dat zich tijdig of laattijdig inschrijft. Tabel 5: Evolutie in het aantal leerplichtige leerlingen uit het secundair onderwijs dat zich tijdig of laattijdig inschrijft (OKAN niet inbegrepen) Tabel 6: Leerlingen uit het secundair onderwijs die zich verschillende keren uitschrijven en opnieuw inschrijven in de loop van het schooljaar volgens de frequentie van schoolveranderingen Tabel 7: Leerlingen uit het secundair onderwijs die zich uitschrijven, maar zich niet onmiddellijk opnieuw inschrijven volgens het aantal dagen schoolverzuim Tabel 8: Leerlingen uit het secundair onderwijs die zich uit- en inschrijven volgens de soort van wijziging Tabel 9: Leerlingen uit het secundair onderwijs die zich na een uitschrijving niet opnieuw inschrijven volgens het moment van uitschrijving Tabel 10: Leerlingen uit het secundair onderwijs die in de maand van uitschrijving meerderjarig zijn of worden volgens de maand van uitschrijving Tabel 11: Evolutie van het aantal en het percentage inschrijvingen – uitschrijvingen met onmiddellijke inschrijvingen, laattijdige inschrijvingen en uitschrijvingen Tabel 12: Aantal en percentage leerplichtige leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheden (PA) Tabel 13: Aantal en percentage leerplichtige leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheden in kleuter- en lager onderwijs Tabel 14: Aantal leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden t.e.m. 2018-2019 Tabel 15: Leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden t.e.m. 2018-2019 Tabel 16: Percentage scholen met minstens één leerling met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid per hoofdstructuur en per schooljaar t.e.m. 2018-2019 Tabel 17: Aantal leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden volgens hoofdstructuur voor schooljaar 2018-2019 Tabel 18: Aantal en percentage leerplichtige leerlingen met 5, 10 en 15 problematische afwezigheden voor schooljaar 2018-2019 Tabel 19: Aantal leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden per provincie en per hoofdstructuur voor schooljaar 2018-2019
64
Tabel 20: Evolutie aantal zorgwekkende dossiers Tabel 21: Zorgwekkende dossiers per hoofdstructuur Tabel 22: Zorgwekkende dossiers per geboortejaar Tabel 23: Aantal meldingen van definitieve uitsluitingen van leerplichtige leerlingen tijdens de afgelopen drie schooljaren Tabel 24: Aantal meldingen definitieve uitsluitingen van leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen tijdens de afgelopen drie schooljaren Tabel 25: Percentage meldende scholen per hoofdstructuur en per schooljaar tijdens de afgelopen drie schooljaren Tabel 26: Aantal meldingen van definitieve uitsluiting per provincies en per hoofdstructuur Tabel 27: Verschillende schooljaren op rij definitief uitgesloten Tabel 28: Spreiding in de tijd van definitieve uitsluitingen
65
Overzicht van figuren Figuur 1: Schematisch overzicht van de verschillende stappen bij de controle van de inschrijvingen. Figuur 2: Schematisch overzicht van de verschillende stappen bij de opvolging van in- en uitschrijvingen in het secundair onderwijs Figuur 3: Indeling van ingeschreven leerlingen in tijdig en laattijdig ingeschreven leerlingen voor schooljaar 2018-2019 Figuur 4: Indeling van ingeschreven leerlingen in het secundair onderwijs volgens verschillende categorieën voor schooljaar 2018-2019
66
GLOSSARIUM A-stroom: Leerlingen van de eerste graad die in het eerste leerjaar A en het tweede leerjaar van de eerste graad zitten. Absoluut schoolverzuim: Schoolverzuim waarbij een leerling niet in een school of onderwijsinstelling is ingeschreven en ook geen huisonderwijs volgt. De leerling voldoet niet aan de leerplicht. Administratieve groep: Een entiteit binnen de onderwijsstructuur die geïdentificeerd wordt door een uniek administratief groepsnummer. Ambtshalve afschrijving: De gemeente en/of politie heeft sterke vermoedens dat een gezin definitief uit de gemeente is vertrokken, maar weet niet waar het verblijft. Het gezin wordt dan geschrapt uit het bevolkingsregister van de gemeente. Andere instellingen (cfr. leerplicht): Instellingen die niet behoren tot de gefinancierde of gesubsidieerde scholen. Daaronder vallen onder meer de erkende scholen, de Europese scholen, de internationale scholen, de private scholen, de Syntra, de centra voor deeltijdse vorming en de instellingen en voorzieningen bijzondere jeugdzorg. Antwoord niet toereikend (controle op de leerplicht): Deze leerlingen hebben we noch teruggevonden in onze bestanden, noch hebben wij van ouders of gemeente een antwoord ontvangen waaruit blijkt dat de leerlingen aan de leerplicht voldoen. Antwoord toereikend (controle op de inschrijvingen): Ofwel hebben we deze leerlingen teruggevonden in de bestanden met ingeschreven leerlingen ofwel ontvingen we een antwoord van ouders of gemeenten waaruit blijkt dat de leerlingen aan de leerplicht voldoen. B-stroom: Leerlingen van de eerste graad die in het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar zitten. Centrum deeltijdse vorming: Een centrum ingericht door een vzw, actief in het vormings- en jeugdwerk, waar vormingsprogramma’s worden aangeboden aan jongeren die door diverse omstandigheden (sociale, persoonlijke, maatschappelijke …) niet meer kunnen participeren aan het bestaande schoolse systeem. Code B: Registratiecode voor problematische afwezigheden. Code T: Registratiecode voor afwezigheden als gevolg van een tijdelijke of definitieve uitsluiting. Collectief huisonderwijs: Zie huisonderwijs. Deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso): Het onderwijs dat minder weken per jaar of minder lesuren per week omvat dan bepaald voor het voltijds secundair onderwijs (zie definitie voltijds secundair onderwijs). Hoofdstructuur: Dit is het niveau, soort onderwijs en soort programma waar de leerling les volgt: gewoon kleuteronderwijs, buitengewoon kleuteronderwijs, gewoon lager onderwijs, buitengewoon lager onderwijs, voltijds gewoon secundair onderwijs, deeltijds beroepssecundair onderwijs, buitengewoon secundair onderwijs. Huisonderwijs: Onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben, beslist hebben zelf dit onderwijs te organiseren en te bekostigen. Het huisonderwijs moet aan twee minimumeisen voldoen: enerzijds moet het gericht zijn op de ontplooiing van de volledige persoonlijkheid en de talenten van de jongere en op de voorbereiding op een actief leven als volwassene; anderzijds moet het respect
67
voor de grondrechten van de mens en voor de culturele waarden van de jongere zelf en van anderen bevorderen. Andere inhoudelijke voorwaarden worden niet opgelegd. Huisonderwijs kan individueel gegeven worden (individueel huisonderwijs) ofwel in een organisatie of instelling al dan niet gebaseerd op een zekere rechtsvorm (collectief huisonderwijs). De wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen maken geen onderscheid tussen verschillende vormen van huisonderwijs. Individueel huisonderwijs: Zie huisonderwijs. Laattijdige inschrijving: Binnen het bestek van dit rapport worden hiermee de leerlingen bedoeld die zich pas na de derde schooldag inschrijven in een school van het Vlaams gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs. Leerplichtcontrole (controle op de inschrijvingen): Controle uitgevoerd door het Agentschap voor Onderwijsdiensten, waarbij wordt bekeken of alle leerplichtige kinderen, die op 1 september in het Vlaams Gewest wonen, ook daadwerkelijk aan de leerplicht voldoen. Modulair onderwijs: Een aantal scholen organiseert experimenteel voltijds gewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel. De opleidingen bestaan uit een aantal modules en worden georganiseerd per studiegebied, zonder opdeling in graden of leerjaren. Een verwijzing naar graden of leerjaren komt nog wel tot uiting op de studiebewijzen in het voltijds gewoon secundair onderwijs omwille van gelijkwaardigheid en gelijkvormigheid met het lineair onderwijs. Nationaliteit: Hiermee bedoelen we de nationaliteit zoals geregistreerd in het Rijksregister. Personen met de Belgische nationaliteit beschouwen we als Belgen, personen die niet de Belgische nationaliteit hebben beschouwen we als vreemdelingen of niet-Belgen. Bij de Belgen maken we een onderscheid tussen autochtone Belgen (personen die als Belg geboren zijn) en allochtone of nieuwe Belgen (personen die niet als Belg geboren zijn). Onderwijsnetten: Traditioneel worden er drie netten onderscheiden: het Gemeenschapsonderwijs (met als inrichtende macht het Gemeenschapsonderwijs, een Vlaamse openbare instelling met rechtspersoonlijkheid), het gesubsidieerd officieel onderwijs (omvat de gemeentescholen, stedelijke scholen en provinciale scholen, als inrichtende macht achtereenvolgens gemeentebesturen, stadsbesturen en provinciebesturen) en het gesubsidieerd vrij onderwijs (georganiseerd op privé-initiatief, door een privépersoon of een privéorganisatie, de inrichtende macht is vaak een vzw). Onderwijsniveau: Indeling van het leerplichtonderwijs in kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs. Onderwijsvormen (opdeling in de tweede, derde en vierde graad secundair onderwijs): Het algemeen secundair onderwijs, het beroepssecundair onderwijs, het kunst secundair onderwijs en het technisch secundair onderwijs. Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het secundair onderwijs (OKAN): Dit onderwijs heeft tot doel Nederlandsonkundige leerlingen, die onlangs in België zijn aangekomen, op te vangen, zo snel mogelijk Nederlands te leren en hen te integreren in de onderwijsvorm en studierichting die het nauwst aansluit bij de individuele capaciteiten van die anderstalige nieuwkomer. Het onthaalonderwijs bevat daarom eerst een onthaaljaar, waarbij de leerling gedurende een schooljaar intensief Nederlands (minimaal 28u/week) krijgt. Na het onthaaljaar worden de leerlingen verder ondersteund, begeleid en opgevolgd. Opleidingsvorm: Op het niveau van het buitengewoon secundair onderwijs, de algemene aard en de doelstelling van het verstrekte onderwijs. Volgende opleidingsvormen kunnen worden ingericht volgens het type van buitengewoon onderwijs en volgens de mogelijkheden van de leerlingen:
68
• het buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing (OV 1) • het buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing en arbeidsgeschiktmaking (OV 2) • het buitengewoon secundair beroepsonderwijs (OV 3) • het secundair algemeen, technisch, kunst- en beroepsonderwijs met doorstromingsafdeling of met kwalificatieafdeling (OV 4). Problematische afwezigheid: Een afwezigheid waarvoor ofwel geen, ofwel laattijdig een geldige verantwoording (medisch attest, briefje ouders …) werd ingediend. Dat wordt in het aanwezigheidsregister geregistreerd met een code B. Regelmatige leerling: (algemeen) Leerling die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en die het geheel van de vorming van het leerjaar waarvoor hij is ingeschreven werkelijk en regelmatig volgt voor de hele duur van het schooljaar, behalve bij gewettigde afwezigheid. Een regelmatige leerling komt in aanmerking voor financiering/subsidiëring, schoolbevolkingsnormen en voor het behalen van een officieel studiebewijs. Schoolse vertraging: Het niet meer op leeftijd zitten van een leerling in het betrokken leerjaar. Uitgedrukt in aantal jaren is dat de vertraging die een leerling oploopt ten opzichte van de groep leerlingen van hetzelfde geboortejaar. Wie ouder is dan de ‘normale’ leeftijd om in een bepaald leerjaar te zitten heeft schoolse vertraging. Studiegebied: Een groep van structuuronderdelen op basis van een inhoudelijke verwantschap en, in het technisch en beroepssecundair onderwijs, ook op basis van een behoefte aan eenzelfde onderwijsinfrastructuur en een uitweg naar eenzelfde beroepssector. De meerderheid van de studiegebieden zijn tsoen bso-overschrijdend. Syntra: Opleidingsnetwerk voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen, gesubsidieerd door de overheid. Hun aanbod omvat opleiding, vorming en begeleiding. Binnen het Syntra-aanbod situeren de opleidingsprogramma’s zich in de leertijd, ook wel middenstandsopleiding of leercontract genoemd. Thuislozen: Onder thuislozen worden de leerlingen verstaan die tijdelijk of permanent buiten het eigen gezinsverband opgenomen zijn door een gezin of persoon, een voorziening of sociale dienst, vermeld in de gecoördineerde decreten van 4 april 1990 inzake bijzondere jeugdbijstand en in de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, met uitzondering van de internaten, gefinancierd of gesubsidieerd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Trekkende bevolking: De binnenschippers, de kermis- en circusexploitanten en -artiesten en de woonwagenbewoners bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden. Voltijds engagement: Combinatie van leren en werkplekleren voor de leerlingen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd. De combinatie van beide componenten bedraagt minimaal 28 uur per week. De component leren kan worden ingevuld via het dbso of via de theoretische vorming binnen de leertijd. De invulling van de component werkplekleren is afhankelijk van de invulling van de component leren. In het dbso kan de component werkplekleren worden ingevuld via arbeidsdeelname, via een brugproject of via een voortraject. In het dbso kunnen beide componenten vervangen worden door een persoonlijk ontwikkelingstraject. Voltijds secundair onderwijs: Het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen wordt verstrekt gedurende veertig weken per jaar naar rato van ten minste achtentwintig wekelijkse lesuren en rekening houdend met het maximale aantal wekelijkse lesuren zoals wettelijk vastgesteld.
69
Vrije leerling (secundair onderwijs): Leerling die niet voldoet aan de voorwaarden van regelmatige leerling (zie definitie regelmatige leerling). De inschrijving van een vrije leerling is niet onderworpen aan door de Vlaamse overheid bepaalde normen en omvat dan ook uitsluitend een onderlinge overeenkomst tussen de betrokken inrichtende macht of de schooldirectie en de ouders of de meerderjarige leerling zelf. Een vrije leerling komt noch in aanmerking voor financiering/subsidiëring, schoolbevolkingsnormen, noch voor het behalen van een officieel studiebewijs. Een vrije leerling beantwoordt wel aan de bepalingen inzake de leerplicht op voorwaarde dat, zoals een regelmatige leerling, het geheel van de vorming wordt gevolgd. Vrijstelling van de leerplicht: Bij een fysieke of mentale handicap kan een tijdelijke of definitieve vrijstelling van de leerplicht worden toegekend. Daarnaast hebben ook de jongeren die al een diploma van secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad BSO of een kwalificatiegetuigschrift van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon onderwijs behaalden, een vrijstelling van de leerplicht. Zorgwekkend dossier: Dit is een dossier waarbij elke vorm van vrijwillige begeleiding uitgeput is en waarbij er sprake is van totale onwil bij de ouders en/of de leerling. Als de school een zorgwekkend dossier meldt aan AGODI wordt samen met de school en het CLB bekeken of er een brief verstuurd wordt naar de ouders. Als het nodig is, bezorgt AGODI het dossier aan de procureur
70
AFKORTINGENLIJST AGODI: Agentschap voor Onderwijsdiensten ASO: Algemeen Secundair Onderwijs BaO: Basisonderwijs BSO: Beroepssecundair Onderwijs BuSO: Buitengewoon Secundair Onderwijs CDV: Centrum Deeltijdse Vorming CLB: Centrum voor Leerlingenbegeleiding CMP: Centraal Meldpunt (Antwerpen) DBSO: Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs EDISON: Elektronisch Doorgeven van Informatie tussen Schoolinstellingen en Onderwijs GO: Gemeenschapsonderwijs KSO: Kunst Secundair Onderwijs LOP: Lokaal Overlegplatform OKAN: Onthaalklas (onthaalonderwijs) voor Anderstalige Nieuwkomers OV: Opleidingsvorm PA: Problematische Afwezigheid SES: Sociaal Economische Status SO: Secundair Onderwijs TSO: Technisch Secundair Onderwijs VDAB: Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding
71
BRONNEN Bibliografie • DUQUET, N., GLORIEUX, I., LAURIJSSEN I. en Van Dorsselaer, Y. Wit krijt schrijft beter. Antwerpen, 2006. • European Commission/EACEA/Eurydice, 2020. The Structure of the European Education Systems 2020/21: Schematic Diagrams. Eurydice Facts and Figures. Luxembourg: Publications Office of the European Union. • Ministerie van Onderwijs en Vorming. Een sluitende aanpak voor spijbelen en schoolverzuim. Brussel, 2006. • Ministerie van Onderwijs en Vorming, Statistisch Jaarboek van het Vlaams Onderwijs – schooljaar 2016-2017. Brussel, 2017. • Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2010-2011. Brussel, 2012. • Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2011-2012. Brussel, 2013. • Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2012-2013. Brussel, 2014. • Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2013-2014. Brussel, 2016. • Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2014-2015. Brussel, 2017. • Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2015-2016. Brussel, 2017. • Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2016-2017. Brussel, 2018. • PERQUY, J. “Leerplicht vanuit de sociale dimensie”. Tijdschrift voor Onderwijsrecht en –Beleid,1995-1996. • UGent. Wiskundige geletterdheid bij 15-jarigen. Overzicht van de eerste Vlaamse resultaten van PISA 2012. Gent, 2012. • Verdrag inzake de Rechten van het Kind, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20/11/1989. • Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies over welbevinden en gelijke kansen in het gezondheidsbeleid op school, 2011.
72
Regelgeving • Wet betreffende de leerplicht van 29 juni 1983. • Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. • Decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering, gewijzigd door het Onderwijsdecreet XIX van 8 mei 2009. • Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding van 1 december 1998. • Decreet betreffende het onderwijs II van 31 juli 1990. • Decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap van 10 juli 2008. • Decreet op het onderwijs XIX van 8 mei 2009. • Decreet integrale jeugdhulp van 12 juli 2013. • Koninklijk besluit houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs van 28 juni 1978. • Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs van 16 september 1997, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008. • Besluit van de Vlaamse Regering houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs, laatst gewijzigd bij decreet op 8 juli 2011 • Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs van 12 november 1997, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007. • Besluit van de Vlaamse Regering van 28/08/2000 tot vaststelling van de operationele doelstellingen van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingenbegeleiding. • Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de studiegebieden en structuuronderdelen in het secundair onderwijs van 7 september 1999. • Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs. • Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009 tot vaststelling van de operationele doelstellingen van de Centra voor Leerlingenbegeleiding
Ministeriële omzendbrieven: • SO 60 over het studieaanbod voltijds secundair onderwijs, 05/02/1999 • SO 68 over de leerplicht, 01/03/2000 • SO 70 over de registratie van leerlingen secundair onderwijs, 03/07/2000
73
• SO/2002/05/buso over afwezigheden en in- en uitschrijvingen in het buitengewoon secundair onderwijs, 15/8/2002 • BaO/2002/11 over de afwezigheden van leerlingen in het basisonderwijs, 16/08/2002 • BaO/2001/10 over de toelatingsvoorwaarden in het gewoon basisonderwijs, 10/08/2001 • SO/2005/04 over afwezigheden en in- en uitschrijvingen in het voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds secundair onderwijs, 08/07/2005 • SO/2007/05 over zendingen van leerlingengegevens in het secundair onderwijs, 30/08/2007 • SO/2008/08 over het stelsel van leren en werken, 08/08/2008
Databanken • Databank huisonderwijs, AGODI • Databank in- en uitschrijvingen, AGODI • Databank tuchtmeldingen, AGODI • Databank leerplichtcontrole, AGODI • Databank problematische afwezigheden, AGODI • Inschrijvings- en leerlingendatabank, Ministerie van Onderwijs en Vorming • Studiedienst van de Vlaamse Regering (demografische gegevens), http://www4.vlaanderen.be/ dar/svr/Pages/default.aspx.
74