Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en Leader Eindrapport
31.12.2019
VLM.be
INHOUD Samenvatting ........................................................................................................................................... 3 Executive summary.................................................................................................................................. 7 1
Situering van de opdracht ...................................................................................................... 11
2
Verloop van de opdracht ....................................................................................................... 14
3
Quick scan literatuur .............................................................................................................. 15
4
De organisatie van de maatregelen in Vlaanderen................................................................ 18
4.1
Omgevingskwaliteit
18
4.2
LEADER
23
5
De drie case-gebieden............................................................................................................ 29
5.1
Wallonië
29
5.2
Nederland
31
5.3
Saksen
33
6
Conclusies uit de vergelijkende studie ................................................................................... 35
6.1
Maatregelen omgevingskwaliteit
35
6.2
LEADER
35
7
Aanbevelingen........................................................................................................................ 39
8
Bijlage: uitgebreide presentatie ............................................................................................. 44
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 2 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
SAMENVATTING Naar aanleiding van de voorbereiding van de nieuwe periode van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2021-2027 vroeg de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) aan IDEA Consult om na te gaan op welke manier de maatregelen Omgevingskwaliteit (M7 en M16) en LEADER (M19) in een drietal naburige lidstaten en regio’s worden ingevuld en georganiseerd. De organisatie in Vlaanderen werd vergeleken met de organisatie in respectievelijk Wallonië, Nederland en Saksen (DU). Vaststellingen op basis van de vergelijkende studie We gaan hieronder in op de conclusies die uit de vergelijking naar boven kwamen. MAATREGELEN OMGEVINGSKWALITEIT De maatregelen ‘Omgevingskwaliteit’ (M7 en M16) vinden we enkel in Wallonië op een gelijkaardige manier terug als in Vlaanderen. In de twee cases buiten België vinden we de maatregelen M7 en M16 op zichzelf niet meer terug. In Nederland zijn ze afgeschaft en in Saksen zijn de maatregelen ingekanteld in Leader. In Wallonië worden de maatregelen Omgevingskwaliteit vanuit één bestuurslaag georganiseerd, terwijl ze in Vlaanderen gezamenlijk door de provincies en de VLM worden opgenomen. Ondanks de twee bestuurslagen is de aanpak in Vlaanderen meer geïntegreerd omdat de VLM en de provinciale plattelandsdiensten de maatregelen vanuit één organisatie/dienst benaderen, terwijl ze in Wallonië door negen verschillende functionele departementen en agentschappen worden aangestuurd. LEADER De organisatie van LEADER is in elk van de cases een samenspel van de lokale actiegroepen met centrale en decentrale autoriteiten. We illustreren dat in onderstaande figuur. Figuur 1 rolverdeling LEADER in Vlaanderen en de benchmarkregio’s
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 3 van 44
Aan de hand van de figuur, komen we tot een aantal interessante vaststellingen:
Het aantal ‘agenten’ die zich inlaten met LEADER varieert in de cases van 3 in Saksen, over 4 in Vlaanderen tot 5 in Nederland en 11 in Wallonië.
In Vlaanderen en Nederland spelen de provincies een belangrijke en deels vergelijkbare rol. In Nederland zijn er wel grote onderlinge verschillen in organisatie tussen de provincies, wat in Vlaanderen niet het geval is door de kaderstelling vanuit de VLM voor het geheel. In Wallonië komen de provincies in het ganse verhaal niet voor. De intermediaire rol in Saksen wordt opgenomen door de Landkreis.
De Inhoudelijke focus van LEADER wordt in Saksen en Wallonië volledig overgelaten aan de PG’s. In Nederland bestaat een vergelijkbaar systeem als in Vlaanderen, waarbij de PG’s maximaal 3 thema’s kiezen uit een gemeenschappellijke lijst (lijst van 9 thema’s in NL, 15 thema’s in Vlaanderen).
De controlefunctie en betaling is in Vlaanderen over vier actoren gespreid: inhoudelijk (PG), administratief (provincie), controle en betalingen (VLM en betaalorgaan). In NL (RVO.nl) en DU (landkreis) zijn controle en betaling eenduidiger aan één instantie aangewezen, in Wallonië zijn er 2 instanties.
Op het lokale niveau van de PG stellen zich een aantal ‘issues’, zij het niet overal in dezelfde mate: beperkte kennis en belangstelling voor vormvereisten, kwaliteitsverlies omwille van de nauwe relaties tussen projectindieners en leden van de PG, gebrek aan innovatie. Deze aandachtspunten kwamen ook naar boven in een Europese survey bij plaatselijke groepen door het Europees Netwerk Plattelandsontwikkeling (ENRD, 2017).
Aanvullend komt uit de cases en een beperkte literatuuranalyse over LEADER nog het volgende naar boven:
In de artikels die we hebben geconsulteerd wordt de samenstelling van de PG’s nog hoofdzakelijk benaderd als een verhaal van besturen, maatschappelijke organisaties en ondernemers. De (rechtstreekse) betrokkenheid van burgers, of de betrokkenheid van kennisinstellingen blijft grotendeels buiten beeld, terwijl de ‘quadruple helix’ in de actuele literatuur rond innovatie en governance toch stilaan de standaard is geworden.
Waar in Vlaanderen de provinciegrenzen bij de afbakening van de Leadergebieden niet worden doorsneden, zien we dat daar in de cases minder rigoureus wordt aan vastgehouden.
In elk van de cases zien we dat er naast de Europees gefinancierde plattelandsprojecten ook een eigen nationale financieringslijn bestaat voor plattelandsprojecten. In Nederland en Saksen reserveert men de nationale middelen voor kleinere projecten die bijgevolg ook de EU-verplichtingen niet moeten volgen.
Aanbevelingen De vergelijkende analyse brengt ons tot volgende aanbevelingen voor Vlaanderen: 1. De huidige organisatie van de maatregelen Omgevingskwaliteit en LEADER in respectievelijk drie en vier lagen, kan het best behouden blijven in de toekomst. Vooreerst leerden we uit de vergelijking dat de situatie in Vlaanderen met vier betrokken actoren niet uitzondelijk is. Daarnaast zetten we door het wegknippen van de tussenkomsten van de VLM en/of de provinciebesturen geen stappen vooruit.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 4 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
2. De versnippering van de controlefunctie en betaling in Vlaanderen is opvallend tegenover de andere cases. We noemen in deze studie een aantal voordelen om de controle en betaling in de toekomst exclusief voor te behouden aan het Vlaamse niveau (VLM + betaalautoriteit). 3. De interbestuurlijke samenwerking zou kunnen verbeterd worden door de onderlinge afspraken nog beter te expliciteren in het reglement en in de overeenkomsten tussen de VLM en de provincies. 4. Het interbestuurlijk samenspel wordt op dit moment ondersteund door een e-loket. Deze digitale tool zou verder kunnen ontwikkeld worden tot een volwaardig projectopvolgings- en beheerssysteem. Zo zouden alle betrokkenen, ook de promotoren, ten allen tijde de stand van een project kunnen consulteren. 5. Het al dan niet vasthouden aan de provinciegrenzen voor de afbakening van Leaderregio’s, heeft voor- en nadelen. Het lijkt ons vanuit organisatieperspectief raadzaam om de provinciegrenzen te respecteren, tenzij er regionale identiteiten of netwerken ernstig worden doorsneden. 6. De cases challengen Vlaanderen om grondiger stil te staan bij de vraag welke maatregelen in het GLB ingesloten worden en welke met regionale middelen worden gefinancierd, alsook bij de vraag welke maatregelen via de LEADER-methodiek worden uitgevoerd. 7. In functie van een optimaal samenspel van actoren in het programma, adviseert het Europees Netwerk voor Plattelandsontwikkeling om een coördinatiegroep te installeren met alle betrokken stakeholders bij het programma. Op gezette tijdstippen worden binnen dit forum de samenwerking en de afspraken geëvalueerd. 8. Vanuit de case Saksen, kunnen we ons de vraag stellen, op welke manier we LEADER in de toekomst willen invullen binnen Vlaanderen? Een volwaardige bottom up aanpak, die grondig de lokale bevoking en groepen betrekt, vraagt meer middelen per groep en een ruimere personeelsomkadering. Zijn er bijgevolg in de toekomst meer middelen voor LEADER nodig, of moeten we selectiever zijn in het erkennen van LEADER-gebieden? Het is een keuze die zich stelt tussen het werken in de diepte of het aanhouden van het bestaande ‘spreidingsbeleid’. 9. Om te vermijden dat projecten worden goedgekeurd door de PMC’s of de PG’s, zonder dat ze aan alle vormvereisten voldoen, kan een procedure van voorafgaandelijke administratieve en juridische screening (EU-conformiteit) worden overwogen, zoals op vandaag in Nederland. Verder bouwend op ons advies om de controle- en betalingsfunctie centraal te organiseren in de toekomst, zou deze screening het best door de VLM gebeuren. 10. Het werken van onderuit (bottom up) heeft ook beperkingen. Innovatie en kwaliteit zijn nooit verworven en moeten blijvend bewaakt en aangejaagd worden. Daartoe zijn verschillende mogelijkheden, die overigens vandaag al op verschillende plaatsen in Vlaanderen worden toegepast: a. Empowerment van lokale actoren; b. Voldoende projectopvolging en -ondersteuning; c. Zelf projecten initiëren en opzetten vanuit de PG; d. De inzet van onafhankelijke experten als beoordelaars.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 5 van 44
11. Binnen de maatregelen LEADER en OKW voorziet PDPO III vereenvoudigde kostenopties voor de declaratie van personeelskosten (vastgestelde looncodes) en overhead (15%). Tijdens de vergelijkende studie zagen we nog aanvullende toepassingen van administratieve vereenvoudiging die in de toekomst kunnen overwogen worden: flat rate voor alle kosten buiten personeel, SSUC (Standard scales of unit costs) voor infrastructuurprojecten, ‘Umbrella projects’ en voorfinanciering voor kleine projecten.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 6 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
EXECUTIVE SUMMARY In preparation of the new programming period of the Common Agricultural Policy (CAP) 2021-2027, the Flemish Land Agency (VLM) requested IDEA Consult to examine the way in which the Environmental Quality (M7 and M16) and LEADER (M19) measures are being implemented and organised in three neighbouring member states and regions. The organisation in Flanders was compared with the organisation in Wallonia, the Netherlands and Saxony (Germany). Findings based on the comparative study We summarise the conclusions that emerged from the comparative study below. ENVIRONMENTAL QUALITY MEASURES It was only in Wallonia that we found the ‘Environmental Quality’ measures (M7 and M16) in a similar way to Flanders. We were unable to find the measures M7 and M16 per se in the two case studies outside of Belgium. The measures have been abolished in the Netherlands and in Saxony they have been incorporated into LEADER. In Wallonia, the Environmental Quality measures are organised at a single administrative level while in Flanders they are jointly incorporated by the provinces and the VLM. Thanks to the two administrative levels, the approach in Flanders is more integrated because the VLM and the provincial rural departments deal with the measures from a single organisation/department, while they are managed in Wallonia by nine different functional departments and agencies. LEADER The organisation of LEADER in each of the case studies is a combined action of the Local Action Groups with central and decentralised authorities. We have illustrated this in the figure below. Figure 2 allocation of roles for LEADER in Flanders and in the benchmark regions
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 7 van 44
The figure leads us to several interesting findings:
The number of ‘agents’ that are engaged in LEADER varies in the case studies from 3 in Saxony to 4 in Flanders, 5 in the Netherlands and 11 in Wallonia.
The provinces play an important and quite similar role in Flanders and the Netherlands. In the Netherlands, there are significant underlying organisational differences between the provinces. This is not the case in Flanders due to the creation of frameworks from the VLM for the entire region. The provinces do not have any involvement at all in Wallonia. In Saxony, the intermediary role is assumed by the Landkreis.
The focus on the substance of LEADER is left completely to the Local Action Groups in Saxony and Wallonia. In the Netherlands, there is a similar system to Flanders, in which the Local Action Groups choose a maximum of 3 themes from a common list (a list of 9 themes in the Netherlands and 15 themes in Flanders).
In Flanders, the monitoring function and payment is decentralised across four actors: content (Local Action Group), administration (province), monitoring and payments (VLM and payment authority). In the Netherlands (RVO.nl) and Germany (Landkreis), the monitoring and payment is more clearly designated to a single authority, whereas there are 2 authorities in Wallonia.
There are several challenges at the level of the Local Action Groups, though not to the same extent everywhere. Namely, these are limited knowledge and interest for formal requirements, loss of quality due to close relationships between project submitters and members of the Local Action Group, and a lack of innovation. These points for attention also emerged in the European survey on local groups by the European Network for Rural Development (ENRD, 2017).
In addition, the case studies and a limited analysis of the literature on LEADER also revealed the following:
In the articles we consulted, the approach taken towards the composition of the Local Action Groups is still mainly a matter of managing social organisations and businesses. The (direct) involvement of citizens, or the involvement of knowledge institutions is still largely missing from the picture, while the ‘quadruple helix’ in the current literature on innovation and governance is becoming the standard slowly but surely.
Whereas the provincial borders in Flanders are respected in the demarcation of the Leader areas, we see that these are broken in the case studies.
In each of the case studies, we see that there is also a national line of funding for rural projects alongside the European-funded rural projects. National resources in the Netherlands and Saxony are reserved for smaller projects which consequently are not required to follow the EU commitments.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 8 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
Recommendations The comparative analysis leads us to the following recommendations for Flanders: 1. In the future, it may be best to retain the current organisation of measures on Environmental Quality and LEADER in three and four levels respectively. Above all, we learnt from the comparison that the situation in Flanders with four actors involved is not exceptional. Furthermore, we will not make any progress by paring back the involvement of the VLM and/or the provincial authorities. 2. The fragmentation of the monitoring function and payment in Flanders is striking compared to the other cases. In this study, we identified several benefits of exclusively retaining the monitoring and payment activities at the Flemish level in the future (VLM + payment authority). 3. Cooperation between administrative authorities could be improved by making the underlying arrangements in the regulations and in the agreements between the VLM and the provinces even more explicit in the future. 4. Interaction between the administrative authorities is currently supported by an electronic service desk. This digital tool could be further developed into a fully-fledged project monitoring and administration system. This would allow all parties involved, including the promotors, to be able to consult the status of projects at all times. 5. There are advantages and disadvantages to retaining the provincial boundaries for the demarcation of the Leader regions. From the perspective of our organisation, it appears advisable to respect the provincial boundaries, unless these are seriously severed by regional identities or networks. 6. The case studies challenge Flanders to reflect more thoroughly on the issue of which measures are included in the CAP and which are funded using regional resources, as well as the issue of which measures are implemented via the LEADER methodology. 7. With a view to an optimum combined action by the actors in the programme, the European Network for Rural Development recommends the installation of a coordination group with all of the stakeholders involved in the programme. The collaboration and arrangements will be evaluated at set intervals within this forum. 8. The Saxony case study also allows us to ask ourselves about the manner in which we would like to give substance to LEADER within Flanders in the future. A fully-fledged bottom-up approach which thoroughly involves the local population and groups requires more resources for each group and broader staffing arrangements. Consequently, will more resources be needed in the future for LEADER, or should we be more selective in recognising LEADER areas? This is a choice between working in depth or maintaining the current ‘decentralisation policy’. 9. To avoid projects being approved by the Provincial Management Committees (PMC) or the Local Action Groups which do not meet all of the formal requirements, an advance administrative and legal screening procedure (EU-compliant) can be considered, as is currently the case in the Netherlands. Building further
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 9 van 44
on our recommendation to centrally organise the monitoring and payment function, this screening would be best performed by the VLM. 10. There are also limitations related to the bottom-up approach. Innovation and quality are never obtained and must be constantly monitored and encouraged. There are various options for this purpose, which incidentally are already being used in various places in Flanders: a. Empowerment of local actors; b. Adequate project monitoring and support; c. Initiating and setting-up of projects from the Local Action Group; d. The deployment of independent experts as assessors. 11. Within the LEADER and OKW measures, PDPO III provides simplified cost options for the declaration of staff costs (fixed payroll codes) and overhead (15%). During the comparative study, we saw additional applications of administrative simplification that can be considered in the future, such as a flat rate for all costs excluding personnel, SSUC (standard scales of unit costs) for infrastructure projects, umbrella projects and prefunding for small projects.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 10 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
1 SITUERING VAN DE OPDRACHT Naar aanleiding van de voorbereiding van de nieuwe periode van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2021-2027 wenst de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) na te gaan op welke manier de maatregelen Omgevingskwaliteit en LEADER in verschillende lidstaten en regio’s worden voorbereid, uitgevoerd, beheerd en opgevolgd. De coördinatie van de plattelandsprogramma’s in de Europese lidstaten en regio’s, is een vorm van ‘multilevel governance’. Ook in Vlaanderen worden een deel van de maatregelen decentraal aangestuurd, weliswaar in blijvende interactie met de centrale beheersautoriteit (Departement Landbouw en Visserij) en beheersdienst (VLM): de LEADER-maatregel wordt vanuit lokale plaatselijke groepen aangestuurd; bij de implementatie van de maatregel Omgevingskwaliteit spelen de provinciebesturen een belangrijke rol. Figuur 3 decentrale organisatie plattelandsmaatregelen
De inhoud van de opdracht VLM stelde, als beheersdienst voor de maatregelen LEADER en Omgevingskwaliteit, IDEA Consult aan om mee na te denken over hoe het interbestuurlijk samenspel in de toekomst het best georganiseerd wordt. Eerder dan deze vraagstelling op een theoretische manier te behandelen, wordt in deze opdracht gekeken hoe LEADER en de maatregelen Omgevingskwaliteit worden georganiseerd in Wallonië, Nederland en Saksen (Duitsland) en welke taakverdeling men in de uitvoering en opvolging hanteert tussen de verschillende bestuurlijke/ uitvoerende niveau’s en instanties. Op basis daarvan doen we inzichten op en trekken we lessen over hoe Vlaanderen het best met deze uitdagingen kan omgaan om de maatregelen verder te optimaliseren in de volgende programmaperiode.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 11 van 44
Figuur 4 benchmarkregio’s in deze studie: Wallonië, Nederland en Saksen (Duitsland)
Bron: IDEA Consult
De maatregelen binnen deze studie De maatregelen waarop deze studie is gericht zijn de maatregelen Omgevingskwaliteit en LEADER. Conform de Europese indeling zijn dit de maatregelen 7, 16 en 19, weliswaar met volgende afbakening:
In het geval van de maatregel 7 (basisdiensten en dorpsvernieuwing), hebben we het enkel over het versterken van de omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen (Artikel 20 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 – codes 7.1-7.2 en 7.4-7.7). De natuurinrichtingsinitiatieven, gerelateerd aan Natura 2000, houden we buiten de scope van deze studie omdat ze niet onder de verantwoordelijkheid vallen van de VLM als beheersdienst. Binnen de maatregel ‘Versterken van de omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen’ worden in Vlaanderen vijf thema’s meegenomen (zie onderstaande tabel).
Binnen maatregel 16 houden we de EIP-operationele groepen buiten beschouwing. Deze studie omvat enkel volgende acties: o
Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking (Art 35 van de verordening 1305/2013). De focus van deze acties kan betrekking hebben op 8 thema’s (zie onderstaande tabel);
o
Plattelandsontwikkeling door samenwerking met de stedelijke omgeving op het vlak van voedselvoorziening en hernieuwbare energie (Art 35 van de verordening 1305/2013).
de maatregel 19 (LEADER) wordt integraal meegenomen en omvat volgende vier acties:
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 12 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
o
Opmaak lokale ontwikkelingsstrategieën (Artikel 42 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en artikel 33 Verordening (EU) nr. 1303/2013 – code 19.1);
o
Uitvoering lokale ontwikkelingsstrategieën (Artikel 42 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en artikel 35 Verordening (EU) nr. 1303/2013 – code 19.2);
o
Samenwerkingsprojecten (Artikel 44 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en artikel 34 Verordening (EU) nr. 1303/2013 – code 19.3);
o
Werking Plaatselijke Groepen (Artikel 42 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en Artikel 34 Verordening (EU) nr. 1303/2013 – code 19.4).
Inhoudelijke focus van de maatregelen In onderstaande tabel geven we een overzicht van de inhoudelijke thema’s die worden gevat binnen de maatregelen die voorwerp zijn van deze studie.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 13 van 44
2 VERLOOP VAN DE OPDRACHT De opdracht werd uitgevoerd in de periode september-december 2019 en verliep in drie fasen, zoals in onderstaande tabel wordt weergegeven.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 14 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
3 QUICK SCAN LITERATUUR Om de consultaties en terreingesprekken binnen deze opdracht te voeden, consulteerden we een aantal wetenschappelijke artikels en publicaties. Die gingen in de eerste plaats over LEADER. Over de toepassing van de maatregelen M7 en M16 (Omgevingskwaliteit) vonden we geen specifieke literatuur terug. We geven hieronder aan aantal algemene bevindingen uit de quick scan en gaan vervolgens specifieker in op een voorstel voor de instalatie van een ‘LEADER Coordination Group’ en op een aantal resultaten in de ENRDsurvey bij Leadergroepen in 2017. Algemene bevindingen uit de literatuur quick scan1
Belangrijke verschillen over de toepassing van Leader in Oost- en West-Europa, zowel wat prioriteiten betreft, centralisatie/decentralisatie en regio-afbakening (economische of culturele cohesie versus samenvallen met bestuurlijke grenzen);
Waar de regio’s samenvallen met meer bestuurlijke grenzen, is ook de aansturing sterker administratief;
Door de noodzakelijke bovenlokale (co)financiering van projecten, vermindert het bottum up karakter;
Gewicht van actoren (administraties, economische actoren) is verschillend in EU en kleurt ook de acties.
LEADER Coordination group Het ENRD besteedt op haar website aandacht aan ‘delivery systems’ (vooral Leader) en de coördinatie van CLLD (Community-Led Local Development). Wat delivery systems betreft is er aandacht voor het verhogen van de autonomie van de PG, het terugdringen van administratieve lasten, etc. Wat coördinatie van CLLD betreft (voorwerp van deze opdracht), is er sterke focus op de kracht van een Leader coördination group waarin alle stakeholders op regelmatige basis de uitvoering van het plattelandsprogramma met elkaar bespreken en verbeteren. In het geval van Vlaanderen: de betaalautoriteit, de MA, de beheersdienst (VLM), de PG’s, het VRN, de provincies, andere rurale actoren. Zo een allesomvattende coördinatiegroep bestaat in Vlaanderen niet. Als je het PDPO III uitvoeringscomté, het overleg provinciale plattelandscoördinatoren en het overleg LEADER-coördinatoren samen neemt, kom je een heel eind, maar dan mis je nog het gebruikersperspectief (‘andere rurale actoren’).
1
Gebaseerd op volgende bronnen:
CHEVALIER P. (2012), le transfert du modèle Européen Leader entre diffusion des normes et durcissement réglementaire. Revue d’études comparatives Est-Ouest, 2012/3 nr.43, p17-55. LAIDIN C. en BERRIET-SOLLIEC M.(2016), Leader pour les campagnes littorales. Une analyse critique. Open Edition journals. CHEVALIER P en DEDEIRE M. (2014), Application du programme Leader selon les principes de base du développement local. Open edition journals. CHEVALIER P. en LACQUEMENT G., Le programme Leader en Europe centrale: apprentissage et pratiques de la gouvernance locale dans les campagnes post-socialistes. Presses universitaires de Rennes. 2016/4 nr 241, p.67-83.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 15 van 44
Een aantal observaties uit de LAG survey 2017 In november 2017 voerde het ENRD (European Network for Rural Development) een grootschalige bevraging uit bij Leadergroepen in Europa. Men ontving daarop 710 antwoorden, waaronder ook 8 uit België (4 VL en 4 WALL). De uitgebreide resultaten kunnen hier worden geconsulteerd. Relevante bevindingen in relatie tot deze opdracht:
PG’s klagen over administratieve lasten en verplichtingen. Dit wordt o.a. bevestigd in onderstaande grafieken. De eerste grafiek beschrijft de activiteiten waaraan de PG’s meer tijd zouden willen besteden. Daaruit blijkt dat men op lokaal niveau vooral met de begeleiding van projecten en promotoren wil bezig zijn en niet met financiële en administratieve verplichtingen. In de tweede grafiek ziet men in het blauw de tijd die de PG’s vandaag spenderen aan taken, terwijl in het rood wordt weergegeven waaraan men meer tijd zou willen spenderen. Daaruit blijkt duidelijk dat administratie en rapportage veel tijd vragen op vandaag en dat men in de toekomst die tijd vooral zou willen inzetten voor innovatie, animatie en projectuitvoering.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 16 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
Ondanks de wrevel die er op lokaal niveau bestaat over het teveel aan administratie, zien PG’s (beperkte) meerwaarde in de centralisatie van administratieve taken. Dat is rationeel een vreemde uitkomst, wellicht te verklaren door de vrees om samen met de centralisatie van taken, ook een deel van de autonomie te moeten prijsgeven. Merk op dat de scores van de 8 Belgische PG’s wel positief zijn, tegenover de eerder negatieve teneur in de globale surveyresultaten.
Uit de bevraging blijkt tot slot dat ‘cooperation projects’ en ‘innovation approaches’ worden aangeduid als de LEADER-aspecten waar de PG’s het meest mee worstelen.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 17 van 44
4 DE ORGANISATIE VAN DE MAATREGELEN IN VLAANDEREN Bij aanvang van de studie werd nagegaan hoe de maatregelen Omgevingskwaliteit en LEADER in Vlaanderen zijn georganiseerd. Deze inventarisatie vormde het startpunt voor de vergelijking met de buitenlandse cases. In Vlaanderen is het Departement Landbouw en Visserij (dept. L&V) de beheersautoriteit voor PDPO III als geheel. Voor de organisatie van een aantal maatregelen werkt het departement samen met andere Vlaamse departementen en agentschappen (‘beheersdiensten’). Zo treedt de Vlaamse Landmaatschappij op als beheersdienst voor de maatregelen Omgevingskwaliteit (OKW) en LEADER. Voor OKW (M07 en M16) werden er €10.786.537,98 aan EU-middelen geprogrammeerd en voor LEADER (M19) €19.189.945 EU-middelen. We beschrijven hieronder de organisatie voor de genoemde maatregelen meer in detail en verduidelijken hoe het departement, de VLM, de provinciebesturen en de PG’s elkaar aanvullen voor volgende taken en functies:
Programmering;
Dagelijkse uitvoering;
Betaling en controle;
Toezicht, evaluatie en monitoring;
Communicatie.
4.1 OMGEVINGSKWALITEIT De maatregelen Omgevingskwaliteit zijn van toepassing in gans Vlaanderen, met uitzondering van de 13 centrumsteden. Daarnaast wordt in de toepassing nog onderscheid gemaakt tussen sterk landelijke (max 350 inw/km2 of 15% bebouwde oppervlakte) en minder landelijke gemeenten. In de eerste groep van gemeenten wordt steun verleend aan zowel investerings- als dienstverleningsprojecten. In de tweede groep van gemeenten kunnen enkel werkingsprojecten worden gesubsidieerd.2 Op onderstaande kaart is af te lezen welke gemeente onder welke regeling valt:
Donkergroene gemeenten: zowel investerings- als dienstverleningsprojecten;
Lichtgroene gemeenten: dienstverleningsprojecten, mits de projecten betrekking hebben op minstens drie landelijke en aangrenzende gemeenten;
Rode gemeenten: daar kunnen geen projecten uitgevoerd worden, uitgezonderd als het over provinciedekkende projecten gaat.
Meer detail in de uitgebreide beschrijving van de maatregel op de VLM-website. https://www.vlm.be/nl/SiteCollectionDocuments/Platteland/PDPOIII/Reglemenent%20subsidieaanvraag%20PDPOIII.pdf 2
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 18 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
Figuur 5: Toepassingsgebied maatregelen Omgevingskwaliteit
Voor de maatregelen M07 en M16 (samenwerking) zijn samen €10.786.538 EU-middelen voorzien in PDPO III.
4.1.1 Programmering Wie doet wat als het gaat over: algemene inhoud en voorwaarden (programmeringsdocument), bepalen focus en prioriteiten, invulling maatregel omgevingskwaliteit? Vlaamse Overheid Dep L&V
De CCEP (Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid) treedt op als beheersautoriteit en is verantwoordelijk voor de opmaak en voor wijzigingen in het programma. Zij legt de globale contouren (kader) vast in het programmeringsdocument:
Vlaamse Overheid – VLM (als beheersdienst)
Prioriteiten en maatregelen; Mogelijke begunstigden; Subsidiabele kosten; Subsiabiliteitsvoorwaarden (bv. max €1 miljoen, maximaal steunpercentage, ...); Minimale lijst van selectiecriteria.
Als beheersdienst voor o.a. de maatregel Omgevingskwaliteit werkt VLM mee aan de voorbereiding van het programmeringsdocument en de concrete beschrijving van de maatregelen (inhoud en modaliteiten). De verschillende stakeholders (o.a. provincies) worden betrokken (werkgroepen) en geconsulteerd in de voorbereiding.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 19 van 44
Provincies
Verfijnen thema’s en subthema’s op basis van het Provinciaal plattelandsbeleidsplan. Consultatie tijdens voorbereiding.
4.1.2 Dagelijkse uitvoering Wie doet wat als het gaat over: oproepen voor projecten, selectie van projecten, begeleiding en opvolging van promotoren/projecten (inhoudelijk, administratief)? Vlaamse Overheid Dep L&V
High level coördinatie van de uitvoering via het uitvoeringscomité: om het programma op doeltreffende, doelmatige en correcte wijze te beheren en uit te voeren komt het uitvoeringscomité PDPO III op regelmatige tijdstippen samen. Hierin zetelen alle diensten die betrokken zijn bij de uitvoering van PDPO III, zijnde: de beheerautoriteit, het betaalorgaan, alle beheersdiensten, de personen belast met monitoring & evaluatie, het Vlaams Ruraal Netwerk, de interne audit.
Vlaamse Overheid – VLM (als beheersdienst)
Opstellen Subsidiereglement
E-loket (voor indiening projecten en opladen voortgangsrapportage)
Deelname aan en advies technische werkgroepen en PMC’s:
Provincies
o
Regionale VLM-medewerker voor inhoud;
o
Centrale VLM-medewerker voor technische voorwaarden.
Formele goedkeuring projecten: instemming Inspectie van financiën, formele goedkeuring door Minister bevoegd voor Plattelandsbeleid.
Goedkeuring technische wijzigingen of verlenging van projecten
Oproepen voor projecten
Selectie van projecten door het PMC (VLM Brussel + VLM regio aanwezig), na advies van de technische werkgroep (beheersdienst geeft hierin advies, vooral technisch en financieel)
1e lijnscommunicatie en -begeleiding van promotoren
Inhoudelijke opvolging van projecten3
Administratieve opvolging van de projecten
Goedkeuring inhoudelijke wijzigingen van projecten (e.g. extra doelstelling opnemen)
Er vindt ook interprovinciale coördinatie plaats binnen VVP, zie draaiboek projectgoedkeuring OKW in PDPO.
3
Een certificeringsaudit 2018 vraagt meer aandacht voor inhoudelijke en financiële opvolging van de projecten door het PMC.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 20 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
4.1.3 Betaling en controle Vlaamse Overheid Dep L&V
Het Betaalorgaan voert de effectieve stortingen uit naar de begunstigden en volgt de betalingskalender op.
Vlaamse Overheid – VLM (als beheersdienst)
De beheersautoriteit zorgt voor de administratieve (eind)controle van de betalingsaanvragen en geeft autorisatie voor de effectieve betalingen door het Betaalorgaan. 3 soorten van controles (opgelegd door EU): -
Controle ter plaatse: 5% van aangevraagde dossiers (= jaarlijks ca. 10 projecten) – 1 controle kan 4 werkdagen in beslag nemen (voorbereiding, bezoek, verslag)
-
Investeringscontrole/ administratieve controle: enkel bij investeringsdossiers, uitgevoerd door provincies (plattelandscoördinator), kijken of materialen effectief aangekocht zijn, alle dossiers
-
Controle achteraf: 1% van de uitbetalingen moet tot 5 jaar na eindbetaling gecontroleerd worden – VLM regio’s
Coördinatie van controles vanuit VLM Brussel. Illustratie: taakverdeling over controles in overeenkomst tussen VLM en de provincies (Bron: samenwerkingsovereenkomst tussen VLM en de provincie Oost-Vl, juni 2015)
Provincies
Opvolging inhoudelijke voortgangsverslagen Controle op volledigheid van ingediende project- en betalingsaanvragen en -bewijzen Investeringscontrole op projecten, zie hierboven (VLM stuurt ‘kalender’ naar de plattelandscoördinatoren)
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 21 van 44
4.1.4 Toezicht, evaluatie en monitoring Vlaamse Overheid Dep L&V
Algemeen toezicht op de uitvoering door het Toezichtcomité van PDPO III (komt 1x per jaar samen) CCEP (Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid):
Dagelijks toezicht
Rapportering in het kader van de monitoring (op basis van gegevens die worden aangebracht door VLM)
Evaluatie (i.s.m. de afdeling Monitoring en Studie van het departement Landbouw en Visserij)
Algemeen evaluatieplan en afspraken met de beheersdiensten daarover Rapportage aan de EU (jaarverslag) Vlaamse Overheid – VLM (als beheersdienst)
Provincies
Bijdragen aan de monitoring en ongoing evaluatie van de maatregelen:
Trimestrieel – financiële rapportage
Jaarlijks – indicatoren afgelopen projecten
Opmaak bijdrage aan de inhoudelijke rapportering als voorbereiding van EUrapportage
Eenmalige midterm zelfevaluatie (tegen uiterlijk 1 december 2018), gevraagd vanuit VLM
4.1.5 Communicatie Vlaamse Overheid Dep L&V
Beheersautoriteit (CCEP) i.s.m. het Vlaams Ruraal Netwerk: de algemene communicatie rond PDPO III en VRN
Vlaamse Overheid – VLM (als beheersdienst)
Passieve communicatie over de maatregelen via de VLM-website
Provincies
Brede promotie van PDPO naar de stakeholders in de provincies, via de plattelandsloketten: mogelijkheden, oproepen, goedgekeurde projecten, ...
Sjablonen die kunnen worden gebruikt voor de communicatie door de provincies (backoffice)
4.1.6 Samenvatting OKW Hoe sterker de groentint, hoe meer verantwoordelijkheid bij de bestuurslaag of instantie.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 22 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
4.2 LEADER
Overzicht LEADER-regio’s
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 23 van 44
4.2.1 Programmering Wie doet wat als het gaat over: algemene inhoud en voorwaarden (programmeringsdocument), bepalen focus en prioriteiten, invulling maatregel LEADER. Vlaamse Overheid Dep L&V
De CCEP (Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid) treedt op als beheersautoriteit en is verantwoordelijk voor de opmaak en voor wijzigingen in het programma. Zij legt de globale contouren (kader) vast in het programmeringsdocument:
Prioriteiten en maatregelen; Mogelijke begunstigden; Subsidiabele kosten; Subsiabiliteitsvoorwaarden (bv. max €1 miljoen, maximaal steunpercentage, ...); Minimale lijst van selectiecriteria.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 24 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
Vlaamse Overheid – VLM (als beheersdienst)
Als beheersdienst voor o.a. de maatregel LEADER werkt VLM mee aan de voorbereiding van het programmeringsdocument en de concrete beschrijving van de maatregel (inhoud en modaliteiten). Gezamenlijk reglement voor de opmaak van de lokale ontwikkelingsstrategieën. Goedkeuring ontwikkelingsstrategieën en budgetten gebeurt door de Vlaamse Regering (VR 2015 2205 DOC.0483/1), op voordracht van de Vlaamse Minister bevoegd voor Plattelandsbeleid.
Provincies
Oproep lokale ontwikkelingsstrategieën. Het PMC lanceert hiervoor een oproep. Selectie en voordracht van de lokale ontwikkelingsstrategieën aan de Vlaamse overheid. Elke provincie maakt via de Technische Werkgroep (TW) en het PMC een eigen rangschikking, op basis van de selectiecriteria.
Lokaal (PG)
Opmaak lokale ontwikkelingsstrategie, met o.a. de selectie van de prioriteiten waarrond het programma wordt opgebouwd. Die selectie wordt onderbouwd vanuit een nodenanalyse.4 Merk op: de provincie A’pen heeft 1 thema verplicht opgelegd aan de PG’s (armoede en kwetsbaarheid op het platteland).
4.2.2 Dagelijkse uitvoering Wie doet wat als het gaat over: projectoproepen, selectie van projecten, begeleiding en opvolging van projecten (inhoudelijk, administratief). Vlaamse Overheid Dep L&V
Uitvoeringscomité: om het programma op doeltreffende, doelmatige en correcte wijze te beheren en uit te voeren komt het uitvoeringscomité PDPO III op regelmatige tijdstippen samen. Hierin zetelen alle diensten die betrokken zijn bij de uitvoering van PDPO III, zijnde: de beheerautoriteit, het betaalorgaan, alle beheersdiensten, de personen belast met monitoring & evaluatie, het Vlaams Ruraal Netwerk, de interne audit. Rapportage aan de EU
Vlaamse Overheid – VLM (als beheersdienst)
Gezamenlijk reglement voor de opmaak van de lokale ontwikkelingsstrategieën. Samenwerkingprojecten:
Reglement
Projectoproep (permanent open)
Advisering van samenwerkingsprojecten. Finale goedkeuring door minister.
LEADER-coördinatoren bijeenbrengen i.f.v. afstemming uitvoering Informeel advies, klankbord van PG’s en PG-coördinatoren
Tijdens een werksessie met Leader-coördinatoren werd opgemerkt dat de prioriteiten in de LOS-strategie niet alleen het resultaat zijn van een objectieve nodenanalyse, maar dat ze in onderhandeling tot stand komen en ook een vertaling zijn van de agenda van de sterke partijen in de regio. 4
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 25 van 44
Provincies
De technische werkgroep en het PMC geven advies over samenwerkingsprojecten Aanspreekpunt en ondersteuning van de PG-coördinatoren Deelname in PG (vaak ook voorzitterschap)
Lokaal (PG)
Projectoproepen5 Vastleggen procedure en criteria voor de selectie van projecten Selectie van projecten door de PG, na advies van de technische werkgroep Begeleiding van promotoren Inhoudelijke opvolging van projecten6 Administratieve opvolging van de projecten Eventuele wijzigingen of verlengingen van projecten (beheersdienst moet goedkeuren indien budget nodig buiten oorspronkelijke termijn (n+2) gaat)
Merk op: Gezien de LEADER-coördinatoren vaak zijn ingebed in de provinciale structuren, is er een sterk samenspel tussen het lokale en het intermediaire niveau (provincies). Op dat vlak zijn er overigens belangrijke verschillen tussen de provincies.
4.2.3 Betaling Vlaamse Overheid Dep L&V
Het Betaalorgaan voert de effectieve stortingen uit naar de begunstigden en volgt de betalingskalender op.
Vlaamse Overheid – VLM (als beheersdienst)
E-loket voor indienen van declaraties, ook voor opladen voortgangdossiers. Zie wegwijzer. Controle declaratiedossiers (na controle op volledigheid door LEADER-coordinator), financieel en administratief Verlenen van autorisatie voor de effectieve betalingen door het Betaalorgaan. 3 soorten van controles (opgelegd door EU): -
Controle ter plaatse;
-
Investeringscontrole/administratieve controle door de LEADER-coörindator;
-
Controle achteraf (tot 5 jaar na afloop van projecten).
Coördinatie van controles vanuit VLM Brussel. Provincies
/
In Pajottenland+ treedt de PG vaker zelf op als promotor. Zo houden ze een sterkere regie over de projecten en zijn o.a. declaraties van een beter niveau. Anderzijds vermindert dat het initiatief van onderuit. 5
6
Een certificeringsaudit 2018 vraagt meer aandacht voor inhoudelijke en financiële opvolging van de projecten door de PG.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 26 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
Lokaal (PG)
Zie raster van controles hierboven: administratieve controles op projectaanvragen, declaratiedossiers en voor investeringsprojecten (bezoek)
4.2.4 Toezicht, evaluatie en monitoring Vlaamse Overheid Dep L&V
Algemeen toezicht op de uitvoering door het Toezichtcomité van PDPO III CCEP (Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid):
Dagelijks toezicht
Rapportering ikv monitoring
Evaluatie (ism met de afdeling Monitoring en Studie van het departement Landbouw en Visserij)
Algemeen evaluatieplan en afspraken met de beheersdiensten daarover. Vlaamse Overheid – VLM (als beheersdienst)
Bijdragen aan de monitoring en ongoing evaluatie van de maatregelen:
Trimestrieel – financiële rapportage
Jaarlijks – indicatoren afgelopen projecten
Opmaak bijdrage aan de inhoudelijke rapportering als voorbereiding van EU-rapportage
Provincies
/
Lokaal (PG)
Eenmalige midterm zelfevaluatie (tegen uiterlijk 1 december 2018), gevraagd vanuit VLM
4.2.5 Communicatie Vlaamse Overheid Dep L&V
Beheersautoriteit (CCEP) i.s.m. het Vlaams Ruraal Netwerk: de algemene communicatie rond PDPO III en VRN
Vlaamse Overheid – VLM (als beheersdienst)
Passieve communicatie over LEADER via de VLM-website
Provincies
Communicatie over LEADER naar alle stakeholders in de provincie via het plattelandsloket
Lokaal (PG)
Communicatie vanuit de PG naar de regio over het programma, oproepen, resultaten.
Sjablonen die kunnen worden gebruikt voor de communicatie door de PG (backoffice) Input voor communicatie VRN (good practices bv.)
4.2.6 Samenvatting LEADER Hoe sterker de groentint, hoe meer verantwoordelijkheid bij de bestuurslaag of instantie.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 27 van 44
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 28 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
5 DE DRIE CASE-GEBIEDEN Hieronder gaan we in op de organisatie van de maatregelen Omgevingskwaliteit (indien van toepassing) en LEADER in de drie caseregio’s: Wallonië, Nederland en Saksen. We beperken ons tot een algemene impressie en aantal globale kenmerken, meer details steken in de slides in bijlage.
5.1 WALLONIË
De budgetten voor de maatregelen Omgevingskwaliteit en LEADER bedragen (aandeel Europese middelen): €12.870.576 (M7); €5.581.400 (M16) en €13.201.594 (M19).
De sleutelactoren voor de betreffende maatregelen in het Waalse programma zijn: o
Direction des programmes Européennes: deze directie coördineert de tweede pijler van het landbouwbeleid met 5 mensen (2 LEADER, 3 voor de andere maatregelen).
o
de verschillende functionele administraties, die de projecten – zowel Omgevingskwaliteit als LEADER - inhoudelijk beoordelen en opvolgen (9):
SPW Mobilité SPW Energie et Patrimoine SPW Agriculture et environnement SPW Economie et Emploi SPW Actions Sociales AVIQ, pour la Santé CGT, pour le tourisme FWB, pour la Culture Communauté Germanophone
De meeste projecten worden opgevolgd door ambtenaren in de centrale Waalse administratie in Namen. Voor sommigen thema’s gebeurt dit door ambtenaren in gedecentraliseerde kantoren.
De provinciebesturen spelen geen rol in de organisatie van het Europese plattelandsbeleid. De grenzen van de LEADERregio’s doorkruisen ook regelmatig de provinciegrenzen.
De maatregelen Omgevingskwaliteit en LEADER zijn inhoudelijk afgebakend als volgt:
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 29 van 44
De PG’s treden doorgaans zelf op als promotor van LEADER-projecten, op culturele- en toeristische projecten na, waar de Waalse administratie een statuut vereist van de promotor van cultureel centrum of opérateur touristique. In een aantal gevallen is de PG erkend als ‘opérateur touristique’, waar dit niet het geval is, treedt een toeristische organisatie met het statuut van opérateur touristique op als promotor.
Er is een regelmatige opvolging, zowel van de projecten Omgevingskwaliteit, als van de LEADER-projecten, via zogenaamde ‘comités d’accompagnement’, die twee maal per jaar samenkomen per project.
De organisatie van het Waals Ruraal Netwerk is uitbesteed aan TR@ME (10 personen)
Wallonië werkt niet met een e-loket.
Hieronder een samenvattend overzicht van het interbestuurlijk samenspel (rollen en verantwoordelijkheden) m.b.t. de maatregelen Omgevingskwaliteit.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 30 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
Hieronder een samenvattend overzicht van het interbestuurlijk samenspel (rollen en verantwoordelijkheden) m.b.t. de maatregel LEADER.
5.2 NEDERLAND
In Nederland is er één plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3), met een sterke focus op landbouw. Plattelandsontwikkeling, de voormalige AS3, is minimaal aanwezig. Zo werd M7 (investeringen) volledig geschrapt. Voor LEADER bedraagt het budget 5% van de beschikbare ELFPO-middelen, of 40,9 miljoen EUR.
Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is de Managementautoriteit, maar de facto wegen de provincies, als belangrijkste co-financiers, sterker op de inhoud en uitvoering dan het Rijk
De toepassing van POP3 is per provincie sterk verschillend, zowel naar inhoudelijke accenten, tijdstip van oproepen, bottom up karakter, ... De provincie Overrijsel bevoorbeeld zet sterk in op ‘bottom up’ terwijl sommige andere provincies kiezen voor een paar grote projecten om met minimale administratie het Europese budget te besteden.
Het rijk en de provincies stelden samen een Regiebureau aan dat in de coördinatie voorziet en het Ruraal Netwerk organiseert. De interprovinciale coördinatie blijkt in de praktijk niet evident, zoals hoger aangeduid (andere tijdstippen van oproepen, etc).
Een aantal provincies werken samen met een apart uitvoeringsorgaan voor het coördineren van hun subsidiebeleid. Dat is o.a. het geval in het Noorden van Nederland, waar het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) optreedt als uitvoeringsorgaan voor de drie Noordelijke provincies (Friesland, Drenthe, Groningen) en in Zuid-Nederland waar Stimulus dit voor Noord-Brabant en Limburg doet.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 31 van 44
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO.nl) is de betaalautoriteit.
Projectaanvragen worden digitaal ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO.nl). Voordat een aanvraag ter beoordeling aan de PG wordt voorgelegd, is vanaf het moment van indienen een periode van 16-20 weken nodig voor de vormelijke beoordeling door de RVO.nl. Op deze algemene regel bestaan evenwel uitzonderingen, in het bijzonder in de provincies die samenwerken met een apart uitvoeringsorgaan voor het coördineren van hun subsidiebeleid (zie hoger). In die gevallen zien we dat projectaanvragen eerst bij het uitvoeringsorgaan (in casu SNN en Stimulus) worden ingediend en pas daarna naar RVO gaan voor de EU-conformiteitstoets.
De PG’s binnen LEADER kiezen hun inhoudelijke thema’s uit een lijst van 9:
Het LEADER-programma bestaat uit twee financieringssporen om kleinere aanvragen niet te belasten met de administratie die voorkomt uit Europese subsidiëring: een Europees deel en een nationaal deel. Projecten waarbij een bijdrage tot €25.000 wordt gevraagd, gaan via het nationale gedeelte. Gevraagde bijdragen vanaf €25.000 tot het subsidieplafond van €100.000 gaan via het Europese spoor. Enkel de grotere projecten hebben bijgevolg te maken met de Europese regelgeving.
In 2018 werd het LEADER-netwerk Nederland opgericht met de bedoeling om LEADER in de komende programmeerperiode een prominente plek te geven. De 20 LEADER-gebieden hebben hun gedachten hierover verwoord in een gezamenlijke position paper. In het verlengde daarvan illustreert het netwerk in een recente brochure hoe de huidige Leaderprojecten in Nederland bijdragen aan elk van de doelen en subdoelen van het toekomstig Landbouw- en plattelandsbeleid. Een pleidooi dus om de Leadermethodiek in de toekomst programmabreed in te zetten.
Hieronder een samenvattend overzicht van het interbestuurlijk samenspel (rollen en verantwoordelijkheden) m.b.t. de maatregel LEADER.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 32 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
5.3 SAKSEN
De Vrijstaat Saksen is een deelstaat in het oosten van Duitsland, tegen de Poolse grens. Het is in oppervlakte 1,5 x Vlaanderen en het telt ongeveer 4 miljoen inwoners.
40% van hun ELFPO-middelen worden ingezet via de LEADER-methodiek, goed voor 380 miljoen euro. De maatregelen M07 en M16 – bij ons bekend als ‘omgevingskwaliteit’- bestaan niet op zichzelf maar ressorteren onder LEADER. Er wordt bewust gekozen voor een zeer open LEADER-aanpak: er zijn geen aanvullende voorwaarden op de Europese, geen voorgeschreven maatregelen of thema’s. Dat resulteert in veel verschillende maatregelen (1.000+). In de volgende programmaperiode denkt men om die reden met een brede keuzelijst te werken.
De coördinatiecapaciteit per LEADER-groep is aanzienlijk sterker uitgebouwd dan in Vlaanderen, van 2 VTE tot 14 VTE afhankelijk van het budget van de PG (max.25% TA). Dit ligt in lijn met het uitgangspunten dat de PG’s autonoom en onafhankelijk moeten kunnen functioneren.
De Landkreis (10 in Saksen, kan vergeleken worden met provincie) staat in voor de controle en betaling van projecten. PG en Landkreis functioneren volledig gescheiden, begunstigde heeft 2 contacten:
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 33 van 44
Er bestaat een soortgelijke regeling als in Nederland, waar kleinere projecten gefinancierd worden vanuit nationale budgetten. De goedkeuring en opvolging verloopt via de PG, maar er gelden minder administratieve lasten.
Hieronder een samenvattend overzicht van het interbestuurlijk samenspel (rollen en verantwoordelijkheden) m.b.t. de maatregel LEADER.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 34 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
6 CONCLUSIES UIT DE VERGELIJKENDE STUDIE We maken hieronder een aantal vaststellingen die uit deze vergelijkende studie naar boven kwamen.
6.1 MAATREGELEN OMGEVINGSKWALITEIT De maatregelen ‘Omgevingskwaliteit’ (M7 en M16) vinden we enkel in Wallonië op een gelijkaardige manier terug als in Vlaanderen. In Nederland zijn deze maatregelen afgeschaft en bestaan er enkel landbouwmaatregelen en LEADER. In Saksen worden de maatregelen 7 en 16 ingesloten in de LEADER aanpak. Als we de vergelijking maken tussen Vlaanderen en Wallonië, zien we dat de maatregelen Omgevingskwaliteit in Wallonië vanuit één bestuurslaag worden georganiseerd, waar ze in Vlaanderen gezamenlijk door de provincies en de VLM worden opgenomen. De functionele administraties in Wallonië laten zich zowel in met inhoud als controle, terwijl in Vlaanderen de inhoudelijke organisatie bij de provincies zit, het kader en de controle bij VLM. Ondanks de twee bestuurslagen is de aanpak in Vlaanderen meer geïntegreerd. In het geval van de VLM en de provinciale plattelandsdiensten spreken we over één organisatie of dienst die het geheel van maatregelen overziet, terwijl de maatregelen in Wallonië door negen verschillende functionele departementen en agentschappen worden aangestuurd en opgevolgd (toerisme, cultuur, mobiliteit, economie,...).
6.2 LEADER We beschrijven eerst het interbestuurlijk samenspel in Vlaanderen en de cases. Vervolgens maken we nog een aantal andere vaststellingen die naar voor komen uit de vergelijkende studie. Interbestuurlijk samenspel De organisatie van LEADER is in elk van de cases een samenspel van de lokale actiegroepen met centrale en decentrale autoriteiten. In Vlaanderen zijn vier partijen betrokken bij de organisatie van de LEADER-maatregel: het Departement L&V, de VLM als beheersdienst, de provincie en de lokale actiegroepen. Dat lijkt op het eerste gezicht veel, maar de situatie is in de benchmarkgebieden niet danig verschillend. We illustreren dat in onderstaande figuur.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 35 van 44
Figuur 6 rolverdeling LEADER in Vlaanderen en de benchmarkregio’s
Aan de hand van de figuur, kunnen we een aantal interessante vaststellingen maken:
Het aantal ‘agenten’ die zich inlaten met LEADER varieert in de cases van 3 in Saksen, over 4 in Vlaanderen tot 5 in Nederland en 11 in Wallonië. Het grote aantal in Wallonië heeft te maken met de negen functionele administraties die de inhoudelijke opvolging opnemen van projecten. Als we deze administraties als één groep zouden beschouwen, tellen we 3 agenten.
In Vlaanderen en Nederland spelen de provincies een belangrijke en deels vergelijkbare rol. In Nederland zijn er wel grote onderlinge verschillen in organisatie tussen de provincies, wat in Vlaanderen niet het geval is door de kaderstelling vanuit de VLM voor het geheel. Het regiebureau in Nederland dat gezamenlijk door de Rijksoverheid en de provincies werd geïnstalleerd, slaagt er onvoldoende in om de werkwijzen tussen de provincies onderling te synchroniseren. In Wallonië komen de provincies in het ganse verhaal niet voor. De intermediaire rol in Saksen wordt opgenomen door de Landkreis, wat enigszins vergelijkbaar is met onze provincies. Hun rol binnen LEADER is administratief-controlerend en volledig gescheiden van de werking van de PG.
De kaderstelling (criteria voor LEADER-gebieden, mogelijke thema’s,...) is in elk van de cases een interbestuurlijke aangelegenheid tussen het centrale en het intermediaire niveau. Ook in Vlaanderen komt het kader voor LEADER tot stand in een overleg tussen de VLM en de provincies. De Inhoudelijke focus van LEADER wordt in Saksen en in Wallonië breed open gelaten. De inhoudelijke prioriteiten zijn de volle bevoegheid van de PG’s, die hun keuze verantwoorden op basis van de noden van het gebied. In Nederland bestaat een vergelijkbaar systeem als in Vlaanderen, waarbij de PG’s maximaal 3 thema’s kiezen uit een gemeenschappellijke lijst (lijst van 9 thema’s in NL, 15 thema’s in Vlaanderen).
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 36 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
De controlefunctie en betaling is in Vlaanderen over vier actoren gespreid: inhoudelijk (PG), administratief (provincie), 1e lijnscontrole en betaling (VLM en Vlaams betaalorgaan). In NL (RVO.nl) en DU (landkreis) zijn controle en betaling eenduidiger aan één instantie aangewezen. In Wallonië zien we 2 instanties: het functionele departement doet de controle, DG03 is betaalorgaan.
Andere vaststellingen
Op het niveau van de PG stellen zich een aantal ‘issues’ die te maken hebben met nabijheid en (gebrek aan) bestuurskracht: o o
o
beperkte kennis en belangstelling voor vormvereisten (bv. de regelgeving rond overheidsopdrachten of staatssteun); kwaliteitsverlies omwille van de nauwe relaties tussen projectindieners en leden van de PG. De betrokkenen kennen elkaar en willen zich onderling niet te kritisch opstellen. Ze hebben twee door elkaar lopende rollen, met name als lid van het beoordelingsteam en als promotor; gebrek aan innovatie.
Deze aandachtspunten kwamen ook naar voor in een bevraging van plaatselijke groepen door het Europees Netwerk Plattelandsontwikkeling (ENRD, 2017). Ze werden bevestigd tijdens de werksessies die we binnen deze opdracht hadden met de LEADER-coördinatoren en de provinciale plattelandscoördinatoren, zij het niet overal in dezelfde mate.
De samenstelling van de Leadergroepen in de verschillende casegebieden hebben we niet systematisch onderzocht, omdat deze micro-analyse niet de kern van de opdracht vormt. Bovendien spreken we over 70 LAG’s in totaal (30 Saksen, 20 in NL en 20 in WALL), met elk hun specifieke inrichting. Niettemin laten we hieronder een aantal observaties achter uit onze literatuurstudie en cases: o
In de artikels die we hebben geconsulteerd wordt de samenstelling van de PG’s nog hoofdzakelijk benaderd als een verhaal van besturen, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Representativiteit wordt als belangrijkste criterium voor de samenstelling gehanteerd. De (rechtstreekse) betrokkenheid van burgers, of de betrokkenheid van kennisinstellingen blijft nog buiten beeld, terwijl de ‘quadruple helix’ in de actuele literatuur rond innovatie en governance toch stilaan de standaard is geworden.
o
Naast representativiteit wordt ook deskundigheid als een voornaam criterium gehanteerd voor de selectie van PG-leden. Twee voorbeelden uit Nederland: o
In het Leadergebied Achterhoek (NL, provincie Gelderland) bestaat de PG uit 12 leden: twee wethouders, 1 vertegenwoordiger van het Waterschap en 9 vertegenwoordigers uit maatschappij en bedrijfsleven. Deze laatste zijn aangeduid door de gemeenten, maar we zien wel dat inspanningen werden gedaan om creatieve en ondernemende profielen aan te trekken (landbouwer, planoloog, journalist, innovator-businesscoach,...).
o
In de Leadergroep Holland Rijnland (NL, provincie Zuid-Holland) bestaat de PG uit 14 personen. Vier overheidsvertegenwoordigers en 10 vertegenwoordigers die gekozen werden op basis van hun affiniteit met de twee centrale thema’s in het ontwikkelingsplan: gezondheid en circulaire economie.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 37 van 44
o
In hun artikel wijzen Guillaume Lacquement et Pascal Chevalier (2016) er op dat niet enkel de samenstelling de kwaliteit van de PG bepaalt, maar ook de organisatie en de intensiteit van de interactie.7
Waar in Vlaanderen de provinciegrenzen bij de afbakening van de Leadergebieden niet worden doorsneden, zien we dat daar in de cases minder rigoureus wordt aan vastgehouden: o
In Nederland, waar de provincies zoals in Vlaanderen een sterke rol spelen, wordt de provinciegrens het best gerespecteerd. We vonden slechts één uitzondering, met name het Leadergebied ‘Polders met waarden’ dat zich uitstrekt over de provincies Zuid-Holland én Utrecht. De gemeenten worden samen gehouden omwille van gemeenschappelijke kenmerken, ondermeer omdat ze deel uitmaken van het Groene Hart.
o
In Saksen mogen de Leadergebieden de administratieve grenzen van de Landkreis doorkruisen, wat ook regelmatig het geval is.
o
In Wallonië doorsnijden ook verschillende Leaderregio’s de provinciegrenzen.
In elk van de cases zien we dat er naast de Europees gefinancierde plattelandsprojecten ook een eigen nationale financieringslijn bestaat voor plattelandsprojecten: o In Wallonië bestaat een regeling voor PCDR’s (Programme Comunal de Développement Rural) waarbinnen geïntegreerde plattelandsstrategieën van lokale besturen door het Waals Gewest worden mee gefinancierd. o In Nederland en Saksen maakt men een onderscheid op basis van de grootte van projecten. Het Europese programma is er – omwille van de administratieve en financiële verplichtingen - voor de grotere projecten, de nationale middelen worden gereserveerd voor kleinere projecten die bijgevolg ook niet de formele verplichtingen moeten volgen vanuit de EU. In Vlaanderen kennen we naast de Europese financiering van plattelandsprojecten, de regeling Platteland Plus. In vergelijking met de cases zien we twee verschillen: o
Binnen Platteland Plus hebben de PG’s geen rol, waar we in Nederland en Saksen zien dat de Plaatselijke groepen van LEADER ook worden ingeschakeld voor het toewijzen van de nationale middelen voor plattlandsprojecten;
o
Er wordt in Vlaanderen geen onderscheid gemaakt tussen Europese en nationale financiering op basis van de grootte van projecten.
CHEVALIER P. en LACQUEMENT G., Le programme Leader en Europe centrale: apprentissage et pratiques de la gouvernance locale dans les campagnes post-socialistes. Presses universitaires de Rennes. 2016/4 nr 241, p.67-83. 7
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 38 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
7 AANBEVELINGEN De vergelijkende analyse brengt ons tot volgende aanbevelingen voor Vlaanderen:
De huidige organisatie van de maatregelen Omgevingskwaliteit en LEADER in respectievelijk drie en vier lagen, kan het best behouden blijven in de toekomst. Daarmee formuleren we een antwoord op de vraag of we in de toekomst het aantal betrokken actoren niet zouden vereenvoudigen. Vooreerst leerden we uit de vergelijking dat de situatie in Vlaanderen met vier betrokken actoren niet uitzonderlijk is. Daarnaast is vereenvoudigen enkel mogelijk door de VLM en/of de provinciebesturen er van tussen te knippen. De beheersautoriteit en de PG’s zijn immers verplichte lagen. Een of beide van deze partijen er tussenuit halen lijkt ons geen stap vooruit om volgende redenen: o
Als we de parallel trekken met de Nederlandse situatie, zien we dat VLM in Vlaanderen de interprovinciale coördinatie verzekert voor zowel de maatregelen Omgevingskwaliteit als LEADER. Het regiebureau dat in Nederland mede om die reden is opgericht door de provincies en de Rijksoverheid, slaagt daar niet in. Zeker de plattelandsorganisaties die landelijk zijn georganiseerd in Nederland, klagen over de verschillende tijdstippen van oproepen en uitvoeringsmodaliteiten.
o
De betrokkenheid van de provincies resulteert in een belangrijke en noodzakelijke financiële injectie voor de realisatie van het plattelandsbeleid (cofinanciering van projecten, maar ook personeelscapaciteit, infrastructuur en tools). De provincies ervan tussen halen, moet minstens gepaard gaan met een overdracht van middelen, willen we het niet laten imploderen. Zonder provincies zou de VLM wellicht ook decentrale commissies in het leven moeten roepen om de beoordeling van projecten te organiseren.
Dit principiële pleidooi voor het behoud van de bestaande lagen, betekent vanzelfsprekend niet dat de samenwerking niet kan worden vereenvoudigd en verbeterd. Daar gaan we hieronder verder op in.
De versnippering van de controlefunctie en betaling in Vlaanderen is opvallend tegenover de andere cases. Dat brengt ons bij de vraag of controle en betaling niet eenduidiger aan één instantie (of minstens niveau) zouden moeten worden toegewezen? We zien een aantal voordelen om de controle en betaling in de toekomst exclusief voor te behouden aan het Vlaamse niveau (VLM + betaalautoriteit): o
Op het lokale niveau wil men vooral met de inhoud bezig zijn en zo min mogelijk met administratie (zie bevraging van de LAG’s door het ENRD in de slides in bijlage);
o
De controlefunctie wordt omwille van de noodzakelijke onafhankelijkheid, het best op een zekere afstand van de uitvoering gesitueerd. Ook de meeste coördinatoren geven de wenselijkheid aan om de begeleiding van promotoren en projecten te scheiden van het toezicht erop;
o
De complexiteit van regels rond overheidsopdrachten en staatssteun neemt toe. Het biedt een voordeel om de kennis hierover centraal te organiseren.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 39 van 44
Bij een centrale organisatie van het toezicht en de betaling, heeft een promotor te maken met maximaal 2 contactpersonen: 1 adviseur (plattelandscoördinator of LEADER-coördinator) en 1 ‘controleur’ (back office). Deze aanbeveling is ingegeven vanuit efficiëntie-overwegingen, maar vanzelfsprekend dient nog beter nagegaan te worden welke consequenties deze verschuiving heeft op vlak van werklast en personeelsbezetting. Het bundelen van de controlefunctie op het Vlaamse niveau ontslaat de PG-coördinatoren en de provinciale plattelandscoördinatoren niet van hun plicht om promotoren voldoende, correct en volledig te informeren over de administratieve en juridische verplichtingen.
De interbestuurlijke samenwerking zou kunnen verbeterd worden door de onderlinge afspraken tussen de provincies en de VLM nog beter te expliciteren. Zo werd er tijdens gesprekken gesteld dat: o
het reglement niet altijd eenduidig of ‘sluitend’ is;
o
de overeenkomsten tussen de VLM en de provincies veel ruimte laat die tot discussie kan leiden. Enerzijds moeten wellicht een aantal dingen beter worden beschreven, anderzijds is het niet wenselijk om elke afspraak tot in het laatste detail te beschrijven. De beste regeling bestaat o.i. in het helder toewijzen van paketten aan ofwel VLM, ofwel aan de provinciebesturen, zoals het voorbeeld hierboven rond controle en betaling. ‘Gedeelde’ bevoegdheden leiden het makkelijkst tot wrevel.
Het interbestuurlijk samenspel wordt op dit moment ondersteund door een e-loket. Deze digitale tool zou verder kunnen ontwikkeld worden tot een volwaardig projectopvolgings- en beheerssysteem. Zo zouden alle betrokkenen, ook de promotoren, ten allen tijde de stand van een project kunnen consulteren.
Het al dan niet vasthouden aan de provinciegrenzen voor de afbakening van Leaderregio’s, is een medaille met twee zijden. Vanuit de praktijk komt het over als een administratief-formalistisch criterium (sterk aanbodgestuurd i.p.v. vraaggestuurd), maar naar beheer en organisatie zou het verlaten van de provinciegrenzen wel voor bijkomende complexiteit zorgen. Dan zijn er immers twee provinciebesturen aan zet voor één LEADER-gebied. Gezien deze problematiek in Vlaanderen geen groot ‘issue’ is, lijkt het ons raadzaam om de provinciegrenzen niet al te lichtzinnig te doorsnijden zolang de provinciebesturen een belangrijke rol spelen in beheer en opvolging. Enkel in geval bestaande regionale identiteiten of netwerken worden doorsneden, kan hierover anders worden beslist, zoals in NL, waar het Leadergebied ‘Polders met waarden’ provinciegrensoverschrijdend is omdat het als één geheel tot het Groene Hart behoort.
De cases challengen Vlaanderen om grondiger stil te staan bij de vraag welke maatregelen in het GLB ingesloten worden en welke met regionale middelen worden gefinancierd. In NL en Saksen hebben we gezien dat men de nationale middelen reserveert voor de kleinere projecten, waardoor ze ook gespaard blijven van de administratieve en financiële verplichtingen vanuit de EU. Daarnaast moet binnen het GLB worden bepaald wat ingesloten wordt in Leader en wat niet. In Saksen worden 40% van de POP-middelen via LEADER toegewezen. Ook in NL werd vorig jaar het lobbywerk ingezet om LEADER in de komende programmeerperiode een prominente plek te geven. De 20 LEADER-
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 40 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
gebieden (LEADER Netwerk Nederland) hebben hun gedachten hierover verwoord in een gezamenlijke position paper. Ze illustreren in een recente brochure ook hoe de huidige Leaderprojecten in Nederland bijdragen aan elk van de doelen en subdoelen van het toekomstig Landbouw- en plattelandsbeleid. Een indirect pleidooi om de Leadermethodiek in de toekomst programmabreed in te zetten.
In functie van een optimaal samenspel van actoren in het programma, adviseert het Europees Netwerk voor Plattelandsontwikkeling om een coördinatiegroep te installeren met alle betrokken stakeholders bij het programma: beheersautoriteit, betaalautoriteit, beheersdienst (VLM), provinciebesturen, LEADERgroepen, alsook de gebruikers.8 Op gezette tijdstippen worden binnen dit forum de samenwerking en de afspraken geëvalueerd. Tijdens de consultaties binnen dit traject, werd dit voorstel positief onthaald. De provinciale plattelandscoördinatoren gaven aan dat deze groep vooral bij aanvang intensief zou moeten werken zodoende een goede start met het programma te kunnen nemen.
Vanuit de case Saksen, kunnen we ons de vraag stellen, op welke manier we LEADER in de toekomst willen invullen binnen Vlaanderen? Op vandaag kennen we 12 LEADER-gebieden, met relatief beperkt budget en beperkte bestaffing. Een volwaardige bottom up aanpak, die grondig de lokale bevolking en groepen betrekt, vraagt meer middelen per groep en een ruimere personeelsomkadering. Moeten er bijgevolg in de toekomst meer middelen voor LEADER worden voorbehouden, of moeten we selectiever zijn in het erkennen van LEADERgebieden? Het is een keuze die zich stelt tussen het werken in de diepte of het aanhouden van het bestaande ‘spreidingsbeleid’. Een beslissing hierover kan o.i. het best genomen worden op basis van de SWOT die werd gemaakt naar aanleiding van de voorbereiding van de volgende programmeerperiode. Welke problematieken op het Vlaamse platteland komen als aandachtsvelden naar voor? In welke gebieden het sterkst? Is LEADER het aangewezen instrument om hierop in te spelen?
Om te vermijden dat projecten worden goedgekeurd door de PMC’s of de PG’s, zonder dat ze aan alle vormvereisten voldoen, kan een procedure van voorafgaandelijke administratieve en juridische screening zoals in Nederland worden overwogen. Projecten worden na indiening via het loket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), eerst door de RVO gecontroleerd op vormvereisten. Voor die vormelijke beoordeling nemen ze een termijn van 16-20 weken. Die duurtijd is o.i. te lang, maar het systeem van voorafgaande screening biedt een betere garantie dan vandaag dat de administratieve en juridische regels worden nageleefd. Verder bouwend op ons advies om de controle- en betalingsfunctie centraal te organiseren, zou deze controle in de toekomst het best door VLM gebeuren.
8
Het werken van onderuit (bottom up) heeft ook beperkingen. Innovatie en kwaliteit zijn nooit verworven en moeten blijvend bewaakt en aangejaagd worden. Daartoe zijn verschillende mogelijkheden, die overigens vandaag al op verschillende plaatsen in Vlaanderen worden toegepast:
Zie website ERDN: https://enrd.ec.europa.eu/leader-clld/leader-toolkit/working-leader-delivery-system_en#four.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 41 van 44
o
Empowerment van lokale actoren: het gebrek aan innovatie of kwaliteitsvolle projecten van onderuit mag geen reden zijn om de bottom up benadering te verlaten en het kind met het badwater weg te gooien. Eerder integendeel, het moet een signaal zijn om nog sterker in te zetten op capacity building. Dit is een indirect appel naar voldoende omkadering. Plattlands- en LEADERcoördinatoren moeten het lokale veld inspireren en uitdagen.
o
Voldoende projectopvolging en -ondersteuning: via regelmatig contact met de projecten, kunnen de plattelands- en LEADER-coördinatoren de projectpromotoren op permanente basis challengen om vernieuwend en kwaliteitsvol te werken.
o
Projecten opzetten vanuit de PG’s: in het geval er geen voldoende initiatief op gang komt rond bepaalde ambities, kunnen de PG’s zelf de promotorrol opnemen. Deze praktijk is in Wallonië zelfs de standaard geworden en wordt zo goed als door alle PG’s gevolgd. Ook de PG in het Pajottenland volgt overwegend deze werkwijze.
o
Inzet van onafhankelijke beoordelaars: om de hoogstaande kwaliteit van projecten te verzekeren, kan gewerkt worden met onafhankelijke experten (die voeling hebben met de lokale situatie) die de PG adviseren over ingediende projectvoorstellen en helpen bij de beoordeling van projecten. Deze werkwijze zet ook druk op PG’s die omwille van goede onderlinge verhoudingen tussen de leden minder kritisch worden ten aanzien van elkaars voorstellen. Daarbij moeten niet altijd nieuwe werkgroepen of organen in het leven worden geroepen. De inzet van de kwaliteitskamer in meerdere provincies voor de advisering van infrastructuurprojecten, is daar een voorbeeld van.
Binnen de maatregelen LEADER en OKW voorziet PDPO III vereenvoudigde kostenopties voor de declaratie van personeelskosten (vastgestelde looncodes) en overhead (15%). Tijdens de vergelijkende studie zagen we nog aanvullende toepassingen van administratieve vereenvoudiging die in de toekomst kunnen overwogen worden in Vlaanderen: o
Naast de Flat rate van 15% overhead, hanteert Saksen een tweede flat rate van 40% voor ‘other costs’, waaronder verstaan wordt: alle kosten buiten personeel (marketing, inhuren van expertise, leasing van wagens, etc).
o
In Saksen werkt men ook met SSUC (Standard scales of unit costs) voor infrastructuurprojecten. De tussenkomst van LEADER in gebouwen bedraagt standaard €1.272/m2 (cijfer 2019, jaarlijkse update) x het financieringspercentage dat door de PG werd bepaald (20%, 30%, 50%,... afhankelijk van de maatregel)
o
Een andere mogelijkheid is de inzet van zogenaamde ‘Umbrella projects’. Eigenlijk gaat het daarbij om een verzameling van kleine projecten die uitgevoerd worden binnen ‘de paraplu’ van de PG. De PG treedt op als promotor en ontlast de kleine projecten van administratie door voor hen de financiële en inhoudelijke verantwoording te doen.
o
In Nederland overweegt men in de volgende programmaperiode een vorm van voorfinanciering voor kleine projecten, omdat de voorfinanciering van kosten door sommige promotoren als een
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 42 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
drempel wordt ervaren. Dit is ook een pleidooi in de position paper van het LEADER-netwerk Nederland naar de volgende programmeerperiode toe. De Europese commissie adviseert om het gebruik van vereenvoudigde kostenopties in de volgende programmeerperiode maximaal af te stemmen tussen de verschillende fondsen binnen de regio of lidstaat, zodat er uniformiteit is voor de gebruikers.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
pagina 43 van 44
8 BIJLAGE: UITGEBREIDE PRESENTATIE
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 44 van 44
Vergelijkende studie maatregelen omgevingskwaliteit en LEADER
31.12.2019
Vergelijkende studie maatregelen Omgevingskwaliteit en LEADER
Synthesedocument, december 2019 Bart Van Herck, Veerle Vermeyen IDEA Consult
Samen versterken we de open ruimte landschappen waterlopen
inrichten
gronden
klimaat
Dynamisch beleid VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │2
Situering van de opdracht
Context van het onderzoek De maatregelen LEADER en Omgevingskwaliteit van PDPO III worden in belangrijke mate decentraal georganiseerd (PG’s en provinciebesturen), weliswaar in blijvende interactie met de centrale beheersautoriteit (Dep. L&V) en beheersdienst (VLM). We spreken over een vorm van ‘multilevel governance’.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │4
Maatregelen OMGEVINGSKWALITEIT (OKW) Maatregel 07 (Basisvoorzieningen en dorpsvernieuwing, excl natuur) Maatregel 16 (Samenwerking, excl. EIP) Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen (vijf thema’s); Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking; Plattelandsontwikkeling door samenwerking met de stedelijke omgeving
LEADER
Maatregel 19 Opmaak lokale ontwikkelingsstrategieën; Uitvoering lokale ontwikkelingsstrategieën; Samenwerkingsprojecten; Werking Plaatselijke Groepen.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │5
Doelstelling van het onderzoek Hoe kan het interbestuurlijk samenspel op de meest efficiënte wijze worden georganiseerd? Welke actor, of welk bestuursniveau, neemt welke taken op, gegeven de karakteristieken van de maatregelen (bv. het bottom up karakter van LEADER) en de toenemende verwachtingen van de EC naar het behalen van resultaten en een professioneel beheer en management?
Hoe vullen de verschillende bestuurslagen elkaar het beste aan?
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │6
Aanpak van het onderzoek We maken geen uitgebreide theoretische analyse van het thema, maar gaan na wat we leren uit een vergelijkende studie met Wallonië, Nederland en Saksen (Duitsland).
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │7
Plan van aanpak Sept 2019
FASE 1: Opstart en scoping van de Vlaamse uitgangspositie Startvergadering met begeleidingsgroep Documentanalyse en verkennende (groeps)interviews Redactie / Synthesematrix + afstemming opdrachtgever
FASE 2: Vergelijkend onderzoek (NL, WALL, DU) Literatuuranalyse per case Interviews per case Aanvulling synthesematrix, tussentijdse rapportage en begeleidingsgroep
FASE 3: Conclusies en aanbevelingen
Dec 2019
Opmaak syntheserapport met conclusies en aanbevelingen Slotvergadering met de begeleidingsgroep + bijsturing rapport op basis van de bespreking
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │8
Inhoud studie
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
19/11/2019 ǀ 9
Inspiratie vanuit de literatuur
Conclusies uit een beknopte literatuurscreening Vooral literatuur over de implementatie van LEADER, weinig over andere specifieke maatregelen zoals ‘Omgevingskwaliteit’. Belangrijke verschillen wat betreft de uitvoering van Leader in de verschillende Europese lidstaten, zowel naar: Prioriteiten; Mate van centralisatie/decentralisatie; Selectiecriteria PG; Regio-afbakening PG (economische of culturele cohesie versus samenvallen met bestuurlijke grenzen). ....
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │11
Website ENRD ENRD besteedt op haar website aandacht aan ‘delivery systems’ (vooral Leader) en coördinatie van CLLD. Wat delivery systems betreft aandacht voor het verhogen van de autonomie van de PG, het terugdringen van administratieve lasten, etc. Wat coördinatie van CLLD betreft (voorwerp van deze opdracht), sterke focus op de kracht van een ‘Leader coördination group’ waarin alle stakeholders op regelmatige basis de uitvoering met elkaar bespreken en verbeteren: betaalautoriteit, MA, beheersdiensten (VLM), PG’s, VRN, provincies, andere rurale actoren. Zo een allesomvattende coördinatiegroep bestaat in Vlaanderen niet. Als je het PDPO III uitvoeringscomté, het overleg provinciale plattelandscoördina-toren en het overleg LEADER-coördinatoren samen neemt, kom je een heel eind, maar dan mis je nog het gebruikersperspectief (‘andere rurale actoren’).
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │12
Een aantal observaties uit de LAG survey 2017 over centraal/decentraal LAGs klagen over administratieve lasten en verplichtingen vanuit MA/PA
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │13
Een aantal observaties uit de LAG survey 2017 over centraal/decentraal LAGs willen het liefst af van administratie en rapportage
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │14
Een aantal observaties uit de LAG survey 2017 over centraal/decentraal
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │15
Een aantal observaties uit de LAG survey 2017 over centraal/decentraal LAGs zien (beperkte) meerwaarde in centralisatie van administratieve taken
EU
BE
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │16
Een aantal observaties uit de LAG survey 2017 over centraal/decentraal Onderdelen die lokaal moeilijker lukken: ‘cooperation projects’ en ‘innovation approaches’
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │17
Actuele invulling en taakverdeling in Vlaanderen
Criteria Leadergebieden Om in aanmerking te komen als Leader-gebied moet een gebied: ruraal zijn op gebiedsniveau. 'Ruraal' zijn gebieden met maximum 350 inw/km² of een bebouwde oppervlakte van minder dan 15%; geografisch en bestuurlijk coherent zijn; een geheel vormen vanuit fysisch, economisch en sociaal oogpunt; beschikken over een adequate kritische massa in termen van menselijke, financiële en economische hulpbronnen; bestaan uit minstens 3 gemeenten, waarvan tenminste 1 gemeente behoort tot het plattelandsgebied in Vlaanderen; gebiedsgrenzen hebben die samen vallen met gemeentegrenzen; maximaal 240.000 inwoners omvatten. Per provincie ligt de bovengrens op 540.000 inwoners voor de som van de respectievelijke Leader-gebieden.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │19
Leadergebieden in Vlaanderen
Dekkingsgraad Leader: 57% van het Vlaamse grondgebied 33% van het aantal Vaamse inwoners
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │20
Leadergebieden in Vlaanderen Leadergebied Kempen Oost Kempen Zuid MarkAante Kempen Totaal Antwerpen Waasland Meetjesland Vlaamse Ardennen Totaal Oost-Vlaanderen Westhoek Midden-West-Vlaanderen Totaal West-Vlaanderen Hageland Pajottenland Totaal Vlaams-Brabant Haspengouw Kempen-Maasland Totaal Limburg Totaal Vlaams Gewest
Opp (in km²) 446,73 514,66 678,09 1639,48 355,71 646,42 684,32 1686,45 1187,25 629,46 1816,71 761,51 227,58 989,09 761,26 839,1 1600,36 7732,09
% tov provincie 15,58% 17,95% 23,65% 57,18% 11,93% 21,68% 22,95% 56,55% 37,76% 20,02% 57,78% 36,16% 10,81% 46,97% 31,43% 34,64% 66,08%
% tov Gewest 3,30% 3,81% 5,02% 12,13% 2,63% 4,78% 5,06% 12,47% 8,78% 4,66% 13,44% 5,63% 1,68% 7,32% 5,63% 6,21% 11,84% 57,19%
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │21
Thema’s M07 - Omgevingskwaliteit M16 - Omgevingskwaliteit door investeringen door samenwerking 5 thema’s:
Actie omgevingskwaliteit
1. 2. 3.
1.
4. 5.
Streekidentiteit Multifunctionele open ruimte Aandacht voor kwetsbare groepen en armoede Leefbare dorpen Functioneel wegennet
2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Proefprojecten, rond milieu en biodiversiteit, klimaat, armoede, toeristische en sociaaleconomische projecten met duidelijke landbouwlink Micro ondernemingen die middelen delen (landbouw, plattelandstoerisme) Samenwerking korte keten Klimaatmitigatie en –adaptatie, milieu, water, energie Ketensamenwerking rond levering biomassa Diversificatie landbouw (sociaal, milieu, voeding) Erfgoed Armoede
Actie samenwerking met stedelijke omgeving 1. Voedselvoorziening 2. Hernieuwbare energie
M19 - LEADER Elke PG kiest max 3 thema’s uit onderstaande lijst van 15: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.
Erosiebestrijding Bodem- en waterbeheer Energie en klimaatadaptatie Biodiversiteit Duurzaam bosbeheer Lokale voedselstrategieën en streekproducten Landbouw- en natuureducatie Kennisoverdracht en innovatie Startende en jonge rurale ondernemers Armoede en kwetsbaarheid Leefbare dorpen Agrarisch en ruraal erfgoed Open ruimte Streekidentiteit Functioneel wegennet
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │22
Budget Voor M07 en M16: €10.786.537,98 EU-middelen Voor M19: €19.189.945 EU-middelen
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │23
Vereenvoudigde kostenopties Binnen de maatregelen Leader en OKW wordt gewerkt met vereenvoudigde kostenopties voor de declaratie van personeelskosten en overhead. Personeelskosten: er wordt gewerkt met vastgestelde looncodes Overhead: 15% van de gedeclareerde personeelskosten
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │24
Omgevingskwaliteit: wie doet wat? (M7 en M16) Hoe sterker de groentint, hoe meer verantwoordelijkheid bij de bestuurslaag of instantie.
Europese kaderstelling en budgettering
EU (pm)
Dep L&V
Programmerings -document
Algemene voortgang opvolgen via uitvoeringscomité
Effectieve betaling (betaalorgaan)
Algemeen toezicht Evaluatieplan
Algemene communicatie (VRN)
VLM
Invulling maatregelen
Reglementen, kaders, tools (e-loket)
Controle en betalingsopdracht
Monitoring en ongoing evaluatie
Passief aanbieden van info
Selectie (sub)thema’s
Behandelen projecten, ondersteunen promotoren
Eerstelijnscontrole
Opvolging projectuitvoering
Brede promotie naar stakeholders
Dagelijkse uitvoering
Betaling en controle
Toezicht, monitoring, evaluatie
Communicatie
Provincies
Programmering
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │25
Leader: wie doet wat? (M19) Hoe sterker de groentint, hoe meer verantwoordelijkheid bij de bestuurslaag of instantie.
Europese kaderstelling en budgettering
EU (pm) Programmerings -document
Algemene voortgang opvolgen via uitvoeringscomité
VLM
Goedkeuring LOS
Reglementen, kaders, tools (e-loket), samenwerkingsprojecten
Provincies
Oproep Voordracht LOS
Ondersteuning Leadercoördinatoren
PG
Lokale ontwikkelingsstrategie (LOS)
Behandelen projecten, Ondersteunen promotoren
Eerstelijnscontrole
Opvolging projectuitvoering
Organisatie communicatie
Dagelijkse uitvoering
Betaling en controle
Toezicht, monitoring, evaluatie
Communicatie
Dep L&V
Programmering
betaalorgaan
Algemeen toezicht Evaluatieplan
Algemene communicatie (VRN)
Controle en betalingsopdracht
Monitoring en ongoing evaluatie
Passief info aanbieden Faciliteren van communicatie plattelandsloket
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │26
Verdere duiding en nuancering bij de organisatie Belangrijke verschillen tussen de provincies. In een aantal provincies worden de PG’s heel sterk ondersteund door de provinciale medewerkers platteland en maken ze ook gebruik van provinciale tools en kanalen (website bv.) In andere gevallen is deze verweving met de provincie minder het geval.
Themakeuze is in principe een aangelegenheid van de PG, maar de provincie Antwerpen heeft wel 1 thema verplicht opgelegd aan de PG’s (armoede en kwetsbaarheid op het platteland). De verschillende ‘lagen’ zijn niet strikt gescheiden, maar verweven. Voorbeelden: VLM is als waarnemer aanwezig in de PMC’s; Een aantal leadercoördinatoren zijn provinciale medewerkers; Gedeputeerde als voorzitter PG; etc...
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │27
Case 1 - Wallonië
Benchmark - Wallonië Sleutelactoren: Direction des programmes Européennes - coördineert de tweede pijler GLB met 5 mensen: 2 LEADER, 3 voor de andere maatregelen de verschillende functionele administraties (9) die de projecten inhoudelijk selecteren en opvolgen: SPW Mobilité SPW Energie et Patrimoine SPW Agriculture et environnement SPW Economie et Emploi SPW Actions Sociales AVIQ, pour la Santé CGT, pour le tourisme FWB, pour la Culture Communauté Germanophone
Voor sommigen thema’s worden de projecten opgevolgd vanuit gedecentraliseerde kantoren en niet vanuit Namen.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │29
Benchmark - Wallonië PG’s treden doorgaans op als projectpromotor
op culturele- en toeristische projecten na, waar de Waalse administratie een statuut vereist van cultureel centrum of opérateur touristique
Opvolging projecten via ‘comités d’accompagnement’ komt 2x per jaar samen per project
Waals Ruraal Netwerk is uitbesteed aan TR@ME (10 personen) Geen e-loket
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │30
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │31
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │32
Criteria Leadergebieden Om in aanmerking te komen voor Leader moet een gebied: Bestaan uit ten minste 3 aaneengesloten gemeenten, gesitueerd in ruraal gebied. Ruraal gebied = een maximale bevolkingsdichtheid van 150 inwoners/km² of (indien > 150 inw/km2) 80% van de oppervlakte landbouw, bos en natuur (*);
een bevolking hebben begrepen tussen de 10.000 en 70.000 inwoners (*). Grenzen van de Leaderregio’s doorkruisen regelmatig de provinciegrenzen, wat niet echt een ‘issue’ is, gezien ze ook geen rol spelen in het Europese plattelandsverhaal.
(*) INS-gegevens op 1 januari 2013. VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │33
Criteria Leadergebieden De 20 LAG’s tellen in totaal 111 gemeenten (met variatie van 3 tot 10 gemeenten per LAG) en ze bereiken samen 814.000 inwoners (22,4% van het aantal Waalse inwoners)
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │34
Thema’s M07 - Omgevingskwaliteit door investeringen
M16 - Omgevingskwaliteit door samenwerking (M16)
M19 - LEADER
4 thema’s
2 thema’s
Keuze van de thema’s is vrij
1. Investeringen in kleine toeristische infrastructuur 2. Investeringen in basisvoorzieningen voor de plattelandsbevolking 3. Investeringen in het creëren, verbeteren of ontwikkelen van kleinschalige infrastructuur van welke aard dan ook. 4. Ondersteuning voor het herstel en beheer van de natuurlijke omgeving
1. Andere vormen van samenwerking tussen de actoren bij de organisatie van gezamenlijke werkzaamheden, de installatie en verdeling van de middelen en de ontwikkeling van het toerisme. 2. Diversificatie van de land- en bosbouwactiviteiten in de gezondheidssector
• rurale economie, milieu, erfgoed, etc… • Keuze van de thema’s moet wel aansluiten bij lokale noden en aangetoond worden in de ontwikkelingsstrategie.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │35
Budget Maatregel
ELFPO (€)
Nationale cofinanciering (€)
Totaal (€)
M 7.2
3.956.400,00
5.934.600,00
9.891.000,00
M 7.4
2.663.976,00
3.995.964,00
6.659.940,00
M 7.5
3.050.200,00
4.575.300,00
7.625.500,00
M 7.6
3.200.000,00
4.800.000,00
8.000.000,00
12 870 576,00
19 305 864,00
32 176 440,00
M 16.3
2.625.000,00
2.375.000,00
5.000.000,00
M 16.9
2.956.400,00
2.674.838,00
5.631.238,00
Totaal M16
5 581 400,00
5 049 838,00
10 631 238,00
Totaal M19
13.201.594,00
17.499.787,00
30.701.381,00
Totaal M7
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │36
Omgevingskwaliteit: wie doet wat? (M7 en M16) Hoe sterker de groentint, hoe meer verantwoordelijkheid bij de bestuurslaag of instantie.
Europese kaderstelling en budgettering
EU (pm) DGO 3 – Direction des programmes européens
Programmerings -document
Algemene voortgang opvolgen
Effectieve betaling (betaalorgaan)
Administration fonctionnelle
Samenspraak bij invulling maatregelen
Toezicht op projecten, Begeleidingscomité per project
Controle en betalingsopdracht
Programmering
Dagelijkse uitvoering
Betaling
Rapportage aan EU Evaluatieplan
Waals Ruraal Netwerk
Opvolging projectuitvoering Toezicht, monitoring, evaluatie
Communicatie
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │37
Leader: wie doet wat? (M19) Hoe sterker de groentint, hoe meer verantwoordelijkheid bij de bestuurslaag of instantie.
Europese kaderstelling en budgettering
EU (pm) DGO3 – Direction des programmes européens
Goedkeuring Oproep (Minister)
Administration fonctionnelle PG
Algemene voortgang opvolgen
Effectieve betaling (betaalorgaan)
Algemeen toezicht Evaluatieplan
Opvolging projecten
Controle en betalingsopdracht
Voorbereiding EU-rapportage
Lokale ontwikkelingsstrategie
Ontwerp en uitvoering projecten
Programmering
Dagelijkse uitvoering
Waals Ruraal Netwerk
Lokale communicatie
Betaling
Toezicht, monitoring, evaluatie
Communicatie
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │38
Interesse punten Is er vernieuwing van de actoren binnen de PG’s? Wordt nog als niet problematisch ervaren, maar … hoe langer PG’s bestaan, hoe minder vernieuwing
Gebruik van vereenvoudigde kostenopties? Forfait voor exploitatiekosten (‘indirecte personeelskosten’) van project = max. 14% van de in aanmerking komende personeelskosten
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │39
Case 2 - Nederland
Benchmark - Nederland Eén plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) voor Nederland, maar de toepassing kan sterk verschillen per provincie, zowel naar inhoudelijke accenten, tijdstip van oproepen, bottom up karakter,... Vb: Overrijsel sterk bottom up terwijl sommige andere provincies kiezen voor een paar grote projecten om met minimale administratie het Europese budget te besteden.
Sterke focus op landbouw, zwakke focus op plattelandsontwikkeling. Enkel Leader (5% budget), geen M7 zoals in Vlaanderen. De vroegere AS3 is volledig geschrapt.
Ministerie van LNV is MA, maar de facto wegen de provincies, als belangrijkste cofinanciers, sterker op de inhoud en uitvoering dan het Rijk. Rijk en provincies stelden samen een Regiebureau aan dat in coördinatie voorziet en het Ruraal Netwerk organiseert. De interprovinciale coördinatie blijkt in de praktijk niet evident, zoals hoger aangeduid (andere tijdstippen van oproepen, etc).
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │41
Benchmark - Nederland Een aantal provincies werken samen met een apart uitvoeringsorgaan voor het coördineren van hun subsidiebeleid. Dat is o.a. het geval in het Noorden van Nederland, waar het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) optreedt als uitvoeringsorgaan voor de drie Noordelijke provincies (Friesland, Drenthe, Groningen) en in Zuid-Nederland waar Stimulus dit voor Noord-Brabant en Limburg doet.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │42
Criteria Leadergebieden Kernen met meer dan 30.000 inwoners zijn uitgesloten Provinciegrenzen worden niet overschreden, behoudens door het Leadergebied ‘Polders met waarden( provincies Zuid-Holland én Utrecht) Bij de start van de programmaperiode is een landelijke selectiecommissie ingesteld die voorstellen voor LEADER-gebieden heeft beoordeeld op onderstaande kenmerken: Gebiedsomschrijving (= Een definitie van het gebied. Een goede onderbouwing voor gebieden met meer dan 150.000 inwoners. Een beschrijving van de populatie waarop de strategie betrekking heeft.) Probleemanalyse Strategie Bottom-up proces Activiteitenplan Beheer- en toezichtregelingen Financiering en begroting Bestuurskracht
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │43
Overzicht Leadergebieden Er zijn 20 LAGs 64,86% van de plattelandsbevolking
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │44
Overzicht Leadergebieden (inwoners) Leaderregio Oost Groningen Noordoost FRYSLÂN Noardwest Fryslân Zuid Oost Drenthe Zuid West Drente Noord Overijssel Noordoost-Twente Zuidwest-Twente De Kracht van Salland Achterhoek Flevoland Utrecht Oost Weidse Veenweiden Kop van Noord-Holland Holland Rijnland Polders met Waarden Noord- en Midden Zeeland Zeeuws Vlaanderen Grenscorridor 69 (N-Brabant) Zuid Limburg
Provincie Groningen Friesland Friesland Drente Drente Overijssel Overijssel Overijssel Overijssel Gelderland Flevoland Utrecht Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Zuid-Holland Zeeland Zeeland Noord-Brabant Limburg Totaal
Bevolkingsaantal 148 944 124 652 93 142 105 310 163 413 215 781 69 651 190 551 100 708 223 085 130 000 228 520 219 000 125 000 346 586 228 627 275 000 106 000 127 694 170 064 3 391 728 =20% van het aantal inwoners van NL VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │45
Thema’s M19 - LEADER De LAGs kiezen in hun LOS 3 van 9 onderstaande thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
(toekomstige) bevolkingskrimp; (sociale) innovaties en de toepassing ervan; economische impuls bij achterblijvende minder verstedelijkte regio’s; circulaire economie, biobased economy en duurzame energie; verstevigen van de relatie stad-land: een verbinding leggen tussen de vraag uit de stad en het aanbod op het platteland, het realiseren van betrokken burgerschap en een verbeterd maatschappelijk draagvlak voor de agrarische sector; het uitbreiden en verbeteren van de (agro) toeristische infrastructuur; multifunctioneel grond- en watergebruik; natuur- en milieu-educatie binnen het programma Duurzaam Door; activiteiten of ontmoetingsplaatsen die de sociale cohesie op het platteland vergroten, zeker daar waar men sterker afhankelijk is van nabuurschap.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │46
LEADER in de volgende periode? In 2018 werd het LEADER-netwerk Nederland opgericht met de bedoeling om LEADER in de komende programmeerperiode een prominente plek te geven. De 20 LEADER-gebieden hebben hun gedachten hierover verwoord in een gezamenlijke position paper. Tegelijk illustreert het netwerk in een recente brochure hoe de huidige Leaderprojecten in Nederland bijdragen aan elk van de doelen en subdoelen van het toekomstig Landbouw- en plattelandsbeleid. Een indirect pleidooi dus om de Leadermethodiek in de toekomst programmabreed in te zetten.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │47
Budget
Maatregel M 19
ELFPO (€)
Nationale cofinanciering (€)
Totaal (€)
40.900.000,00
Ca. 70.500.000,00
Ca. 111.400.000,00
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │48
Leader: wie doet wat? (M19)
Hoe sterker de groentint, hoe meer verantwoordelijkheid bij de bestuurslaag of instantie.
EU (pm)
Ministerie LNV
Europese kaderstelling en budgettering
Programmeringsdocument
Beheersautoriteit, Indiening via loket RVO.nl
RVO.nl
RVO.nl
Coördineren tussen provincies
de monitoringen evaluatieactiviteiten
Netwerk Platteland
provincies
Programmeringsdocument
Formele goedkeuring projecten
Audit en controle achteraf
POP-coördinator
PG
Lokale ontwikkelingsstrategie
Voordracht Opvolging projecten
Programmering
Dagelijkse uitvoering
Toezicht, monitoring, evaluatie
Communicatie
Regiebureau POP
Betaling
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │49
Voorbeeld Noord Overrijsel Drie doelstellingen in de LOS van LEADER Noord Overijssel: Jongeren en onderwijs; Vrijetijdseconomie; Verbinden van de samenleving met de toekomst van de landbouw en water
De LAG maakt online bekend wanneer de LAG-vergaderingen voor het beoordelen van ingediende aanvragen worden gehouden. Projectaanvragen worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO.nl) via een digitaal aanvraagformulier. Voordat een aanvraag ter beoordeling aan de PG wordt voorgelegd, is vanaf het moment van indienen een periode van 16-20 weken nodig voor de vormelijke beoordeling door de RVO.nl. Een aanvraag wordt door de LAG als adviescommissie beoordeeld op basis van onderstaande selectiecriteria: De mate waarin het project bijdraagt aan de doelen van de LOS2. De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER De mate waarin het project haalbaar is vanuit financieel en organisatorisch oogpunt De mate van efficiency en doelmatigheid van het project
Beschikbaar budget: het subsidieplafond bedraagt € 1.624.784,46 (samengesteld uit € 1.083.189,64 Europese middelen (ELFPO) en € 541.594,82 Provinciale middelen).
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │50
Interesse punten Is er voldoende instroom van nieuwe actoren en ideeën? Er zijn verschillen tussen de LEADER-gebieden, maar doorgaans wel voldoende instroom; De gevestigde organisaties tekenen ‘natuurlijk’ present, maar er zijn veel gebieden waar soms onverwachte actoren hun intrede doen. Er zijn signalen dat voor sommige aanvragers de voorfinanciering een drempel vormt. Tijdens een Leader-workshop ter voorbereiding van het Nationaal Strategisch Plan voor de volgedne periode, werd het voorstel gedaan om voor de relatief kleine LEADER-projecten voorfinanciering mogelijk te maken, in plaats van de gebruikelijke declaratiesystematiek.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │51
Interesse punten Gebruik vereenvoudigde kostenopties? Ingeval personeelskosten: Basis: brutosalaris (+ eventuele eindejaarsuitkering) Vaste opslag voor werkgeverslasten van 43,5% (inclusief vakantiegeld) Vaste opslag voor overhead van 15% op bovenstaande 2 categorieën
Indien aanvrager gebruik mag maken van Integraal kosten systeem (IKS) Vast tarief van 35 euro per uur voor eigen arbeid Vast tarief van 22 euro per uur voor vrijwilligers
Opdeling Europese en nationale projecten (Groningen) Het LEADER-programma bestaat uit twee financieringssporen om kleinere aanvragen niet te belasten met de administratie die voorkomt uit Europese subsidiëring: een Europees deel en een nationaal deel. Projecten waarbij een bijdrage tot €25.000 wordt gevraagd, gaan via het nationale gedeelte. Gevraagde bijdragen vanaf €25.000 tot het subsidieplafond van €100.000 gaan via het Europese spoor.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │52
Interesse punten
Opdeling Europese en nationale projecten (Groningen) Totaal: €2,5 miljoen/jaar
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │53
Case 3 - Saksen
Benchmark - Saksen Zeer groot budget voor Leader: 40% van POP M07 en M16 niet apart geprogrammeerd, maar onder Leader
Zeer open Leader aanpak Geen aanvullende voorwaarden bovenop de Europese ‘Bottom-up’: geen voorgeschreven maatregelen, geen voorgeschreven thema's of doelen in LEADER-strategieën (alleen gegeven doelen van ELFPO 6b = zeer breed) Hierdoor zeer veel verschillende maatregelen (1.000+). In de volgende programmaperiode denkt men om die reden toch met een brede keuzelijst te werken.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │55
Benchmark - Saksen PG en Landkreis functioneren volledig gescheiden, begunstigde heeft 2 contacten: PG – inhoudelijk Landkreis (~provincie) – administratief (controle en betaling)
Voldoende coördinatiecapaciteit per Leadergroep verzekerd, van 2 VTE tot 14 VTE afhankelijk van budget van de PG (max.25% TA).
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │56
Criteria Leadergebieden Om in aanmerking te komen als Leadergebied: Geen overlap: een gemeente kan maar behoren tot één LAG In heel Saksen mogelijk op vier grote stedelijke gebieden na: Dresden, Leipzig, Chemnitz, Zwickau.
Leadergebieden mogen de administratieve grenzen van de Landkreis doorkruisen.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │57
Criteria Leadergebieden De 30 LAGs omvatten ongeveer 2 miljoen inwoners (= ongeveer de helft van het aantal inwoners van Saksen).
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │58
Budget Maatregel M 19
ELFPO (€)
Nationale cofinanciering (€)
Totaal (€)
380.000.000,00
75.400.000,00
455.400.000,00
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │59
Leader: wie doet wat? (M19)
Hoe sterker de groentint, hoe meer verantwoordelijkheid bij de bestuurslaag of instantie.
Europese kaderstelling en budgettering
EU (pm)
Länder
Programmeringsdocument
Landkreis
Plattelandsbeleid county als kader
Administratie
PG
Lokale ontwikkelingsstrategie
Oproepen, goedkeuring en opvolging projecten
Programmering
Dagelijkse uitvoering
Officiële PA
Rapportage aan EU
NRN - saksen
BA, Controle en betaling
Monitoring via digitale database
Advise LAG Brede promotie naar stakeholders
Betaling
Toezicht, monitoring, evaluatie
Communicatie
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │60
Verdere toelichting De rol van de PG’s en de Landkreis zijn sterk gescheiden. LEADER must be fun Men wil de ‘last’ voor de projectindieners nog verder proberen verlagen in de toekomst
Er bestaat voor de leaderaanvrager een serieuze kloof tussen het informele karakter van de LAG en de formele, administratieve regels die door Europa worden opgelegd.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │61
Interesse punten Is er vernieuwing van actoren binnen PG? Ervaring van teveel routine is er nog niet, nog maar de tweede keer dat Leader open staat voor het ganse grondgebied Omwille van de grote budgetten, wel grote belangstelling. Gemeenten zijn doorgaans sterk betrokken in de LAGS, in sommige gevallen ook doorslaggevend in de besluitvorming
Gebruik vereenvoudigde kostenopties? Standard unit costs voor bouwproject: 1.272 €/m2 x financieringspercentage bepaald door PG Flat rate voor overhead (40%), incl. indirecte kosten (15%)
Pilootprogramma met nationaal geld
kleinere projecten met minder administratieve lasten, maken gebruik van bestaande PG.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │62
Verder info - vereenvoudigde kosten opties flat rate financing of non-investment projects Flat rate for indirect costs (15 %) indirect costs are expenses for room hire including costs, telephone charges, Internet fees, Office supplies, reproduction, paper and printer costs, porto, hospitality expenses, insurance, travel expenses.
Flat rate for other costs (40 %) for all costs other than personnel costs for all incurred in connection with the project expenditures such as public relations and presentation materials, leasing of vehicles, legal advice and expert reports, Marketing activities indirect costs are included in the flat rate
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │63
Vaststellingen en aanbevelingen
Vaststellingen - OKW MAATREGELEN OMGEVINGSKWALITEIT
De maatregelen ‘Omgevingskwaliteit’ (M7 en M16) vinden we enkel in Wallonië op een gelijkaardige manier terug als in Vlaanderen. In de twee cases buiten België vinden we de maatregelen op zichzelf niet meer terug. In Nederland zijn ze afgeschaft en in Saksen zijn de maatregelen ingekanteld in Leader.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │65
Vaststellingen - OKW MAATREGELEN OMGEVINGSKWALITEIT
In Wallonië worden de maatregelen Omgevingskwaliteit vanuit één bestuurslaag georganiseerd, terwijl ze in Vlaanderen gezamenlijk door de provincies en de VLM worden opgenomen. Ondanks de twee bestuurslagen is de aanpak in Vlaanderen meer geïntegreerd omdat de VLM en de provinciale plattelandsdiensten de maatregelen vanuit één organisatie/dienst benaderen, terwijl ze in Wallonië door negen verschillende functionele departementen en agentschappen worden aangestuurd.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │66
Vaststellingen - LEADER LEADER
De organisatie van LEADER is in elk van de cases een samenspel van de lokale actiegroepen met centrale en decentrale autoriteiten. Zie figuur (volgende slide).
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │67
Organisatie LEADER in de casegebieden VL
Min. LNV
PG
PG
RVO.nl
Provincie
Programmatie Projecten
Min LNV + provincies samen (regiebureau) + Eigen regelingen binnen elke provincie
SAKSEN
Landkreis
VLM
Functionele administraties (9)
Kaderstelling
Controle
NL
Min. Env. & Agri
Dept. L&V DG03
Formele verantwoordelijkheid
WALL
PG
(verweving met de provinciale laag, cfr. VL)
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
PG
7/01/2020 │68
Vaststellingen - LEADER LEADER
Het aantal ‘agenten’ die zich inlaten met LEADER varieert in de cases van 3 in Saksen, over 4 in Vlaanderen tot 5 in Nederland en 11 in Wallonië. In Vlaanderen en Nederland spelen de provincies een belangrijke en deels vergelijkbare rol. In Nederland zijn er wel grote onderlinge verschillen in organisatie tussen de provincies, wat in Vlaanderen niet het geval is door de kaderstelling vanuit de VLM voor het geheel. In Wallonië komen de provincies in het ganse verhaal niet voor. De intermediaire rol in Saksen wordt opgenomen door de Landkreis.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │69
Vaststellingen - LEADER LEADER
De Inhoudelijke focus van LEADER wordt in Saksen en Wallonië volledig overgelaten aan de PG’s. In Nederland bestaat een vergelijkbaar systeem als in Vlaanderen, waarbij de PG’s maximaal 3 thema’s kiezen uit een gemeenschappellijke lijst (lijst van 9 thema’s in NL, 15 thema’s in Vlaanderen). De controlefunctie en betaling is in Vlaanderen over vier actoren gespreid: inhoudelijk (PG), administratief (provincie), controle en betalingen (VLM, betaalorgaan). In NL (RVO.nl) en DU (landkreis) zijn controle en betaling eenduidiger aan één instantie aangewezen, in Wallonië zien we 2 instanties.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │70
Vaststellingen - LEADER LEADER
Op het niveau van de PG stellen zich een aantal ‘issues’ die voortkomen uit de nabijheid van actoren en het gebrek aan bestuurskracht: beperkte kennis en belangstelling voor vormvereisten; kwaliteitsverlies omwille van de nabijheid van projectindieners en leden van de PG; gebrek aan innovatie.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │71
Aanbevelingen 1. De huidige organisatie van de maatregelen
Omgevingskwaliteit en LEADER in respectievelijk drie en vier lagen, kan het best behouden blijven in de toekomst. Vooreerst leerden we uit de vergelijking dat de situatie in Vlaanderen met vier betrokken actoren niet uitzondelijk is. Daarnaast zetten we door het wegknippen van de VLM en/of de provinciebesturen geen stappen vooruit. 2. De versnippering van de controlefunctie en betaling in Vlaanderen is opvallend tegenover de andere cases. We noemen in deze studie een aantal voordelen om de controle en betaling in de toekomst exclusief voor te behouden aan het Vlaamse niveau (VLM + betaalautoriteit).
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │72
Aanbevelingen 3. De interbestuurlijke samenwerking zou kunnen verbeterd
worden door de onderlinge afspraken nog beter te expliciteren in het reglement en in de overeenkomsten tussen de VLM en de provincies. 4. Het interbestuurlijk samenspel wordt op dit moment ondersteund door een e-loket. Deze digitale tool zou verder kunnen ontwikkeld worden tot een volwaardig projectopvolgings- en beheerssysteem. Zo zouden alle betrokkenen, ook de promotoren, ten allen tijde de stand van een project kunnen consulteren.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │73
Aanbevelingen 5. Het al dan niet vasthouden aan de provinciegrenzen voor
de afbakening van Leaderregio’s, heeft voor- en nadelen. Het lijkt ons vanuit organisatieperspectief raadzaam om de provinciegrenzen te respecteren, tenzij er regionale identiteiten of netwerken ernstig worden doorsneden. 6. De cases challengen Vlaanderen om grondiger stil te staan bij de vraag welke maatregelen in het GLB ingesloten worden en welke met regionale middelen worden gefinancierd, alsook bij de vraag welke maatregelen via de LEADER-methodiek worden uitgevoerd.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │74
Aanbevelingen 7. In functie van een optimaal samenspel van actoren in het
programma, adviseert het Europees Netwerk voor Plattelandsontwikkeling om een coördinatiegroep te installeren met alle betrokken stakeholders bij het programma. Op gezette tijdstippen worden binnen dit forum de samenwerking en de afspraken geëvalueerd.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │75
Aanbevelingen 8. Vanuit de case Saksen, kunnen we ons de vraag stellen, op
welke manier we LEADER in de toekomst willen invullen binnen Vlaanderen? Een volwaardige bottom up aanpak, die grondig de lokale bevoking en groepen betrekt, vraagt meer middelen per groep en een ruimere personeelsomkadering. Zijn er bijgevolg in de toekomst meer middelen voor LEADER nodig, of moeten we selectiever zijn in het erkennen van LEADER-gebieden? Het is een keuze die zich stelt tussen het werken in de diepte of het aanhouden van het bestaande ‘spreidingsbeleid’.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │76
Aanbevelingen 9. Om te vermijden dat projecten worden goedgekeurd door
de PMC’s of de PG’s, zonder dat ze aan alle vormvereisten voldoen, kan een procedure van voorafgaandelijke screening zoals in Nederland worden overwogen. Verder bouwend op ons advies om de controle- en betalingsfunctie centraal te organiseren in de toekomst, zou deze screening door VLM gebeuren.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │77
Aanbevelingen 10. Het werken van onderuit (bottom up) heeft ook zijn
beperkingen. Innovatie en kwaliteit zijn nooit verworven en moeten blijvend bewaakt en aangejaagd worden. Daartoe zijn verschillende mogelijkheden, die overigens vandaag al op verschillende plaatsen in Vlaanderen worden toegepast: Empowerment van lokale actoren; Voldoende projectopvolging en –ondersteuning; Projecten opzetten vanuit de PG’s; Inzet van onafhankelijke beoordelaars.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │78
Aanbevelingen 11. Binnen de maatregelen LEADER en OKW voorziet PDPO III
vereenvoudigde kostenopties voor de declaratie van personeelskosten (vastgestelde looncodes) en overhead (15%). Tijdens de vergelijkende studie zagen we nog aanvullende toepassingen van administratieve vereenvoudiging die in de toekomst kunnen overwogen worden: flat rate voor alle kosten buiten personeel; SSUC (Standard scales of unit costs) voor infrastructuurprojecten; ‘Umbrella projects’; voorfinanciering voor kleine projecten.
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │79
Contact
Bart Van Herck Senior Expert 0477 26 34 44 bart.vanherck@ideaconsult.be
Jozef II straat 40 B1 1000 Brussel Tel +32 (0)2 282 17 10
Veerle Vermeyen Onderzoeker 02 609 53 04 veerle.vermeyen@ideaconsult.be
www.ideaconsult.be
Meer informatie www.vlm.be info@vlm.be https://twitter.com/VLMtweet https://www.facebook.com/VlaamseLandmaatschappij https://www.linkedin.com/company/vlaamse-landmaatschappij
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ
7/01/2020 │81