EWI ANALYSE VLAAMSE CONJUNCTUURNOTA NAAR EEN V-, U-, W- OF L-VORMIG HERSTEL VAN DE VLAAMSE ECONOMIE ? | MEI 2020 | www.ewi-vlaanderen.be
Deze “Vlaamse Conjunctuurnota” wordt twee keer per jaar (voorjaar en najaar) opgesteld door het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie in het kader van de Vlaamse begrotingsopmaak en -aanpassing. Voor België is het Federaal Planbureau belast met het opstellen van de Belgische groeivooruitzichten, deze vormen dan ook de basis voor deze nota. Daarnaast werden ook informatie en data van internationale economische instellingen (Europese Commissie, OECD en IMF) gebruikt. Met dank aan Thierry Vergeynst van de Vlaamse Statistische Autoriteit voor het aanleveren van bronnenmateriaal.
Coverfoto ©www.Shutterstock.com | D/2020/3241/147 1
INHOUDSTAFEL Inhoudstafel ............................................................................................................................................................ 2 Een conjunctuuranalyse in tijden van een pandemie: twee delen ......................................................................... 3 Deel I: Conjunctuurnota ................................................................................................................................... 5 1. Groei BBP en vooruitzichten in een internationale context....................................................................... 6 Groeiverwachtingen België en Vlaanderen..................................................................................................... 6 Groeiverwachtingen Eurozone en belangrijkste handelspartners .................................................................. 6 Risico’s voor de Vlaamse en Belgische groei en het uitvoersaldo................................................................... 7 Evolutie en vooruitzichten korte- en lange termijn rente .............................................................................. 8 Prijsevoluties .................................................................................................................................................. 9 2. Gerelateerde conjunctuurindicatoren gebaseerd op perceptie en verwachtingen .................................. 11 2.1
Evolutie consumentenvertrouwen en haar voornaamste componenten ........................................... 11
Evolutie van het consumentenvertrouwen voor Vlaanderen en België ....................................................... 11 Evolutie van de componenten van het consumentenvertrouwen voor Vlaanderen en België .................... 12 2.2
Indicatoren van de productie .............................................................................................................. 13
Evolutie synthetische conjunctuurcurve voor Vlaanderen en België ........................................................... 13 Evolutie synthetische conjunctuurcurve voor de Vlaamse deelsectoren ..................................................... 14 Industriële productie in Vlaanderen en bezetting van de productiecapaciteit ............................................ 14 3. Conclusie conjunctuurnota ..................................................................................................................... 15 Deel II: Impact van de coronapandemie op de bedrijfstakken binnen de Vlaamse economie ........................ 16 1. Wat leren ons de ondernemingen- en zelfstandigen enquêtes in de schoot van de ERMG? .................... 17 2. De beleidsreacties van de Europese, federale en Vlaamse overheden .................................................... 21 Corona hinderpremie .................................................................................................................................... 21 Corona compensatiepremie .......................................................................................................................... 21 Uitbreiding Waarborgregeling door coronacrisis .......................................................................................... 21 COVID-19 waarborg ...................................................................................................................................... 21 Nieuwe achtergestelde lening ...................................................................................................................... 22 PMV ondersteuning ingevolge coronavirus .................................................................................................. 22 3. Herstel van de Vlaamse economie: V, U, W of L?.................................................................................... 23 3.1
‘Flatten the curve’ als onmiddellijke beleidsdoelstelling..................................................................... 24
3.2
De exit- en relancestrategie op korte termijn ..................................................................................... 26
3.3 Naar een relancebeleid in functie van een kwantitatieve én kwalitatieve groei van het bbp in Vlaanderen ................................................................................................................................................... 28 Annex: Spring Forecast Europese Commissie - 6 mei 2020 ............................................................................. 30 1. Prognoses voor België ............................................................................................................................ 31 2. Prognoses voor de EU-landen ................................................................................................................. 32
2
EEN CONJUNCTUURANALYSE IN TIJDEN VAN EEN PANDEMIE: TWEE DELEN
Op 4 februari kende ons land haar 1ste bevestigde geval van het COVID-19 virus bij één van de 9 gerepatrieerde Belgen uit de Chinese provincie Wuhan. Aan het einde van de Krokusvakantie kwamen nieuwe besmettingen aan het licht, parallel met terugkerende toeristen uit diverse Europese skigebieden. De volgende dagen werd het aantal gerapporteerde besmettingen steeds hoger, wat leidde tot de sluiting van de scholen en horeca en de afgelasting van alle grote bijeenkomsten vanaf 13 maart, met het oog op het controleren van de verspreiding van het virus. Op 17 maart werd beslist additionele maatregelen te nemen, wederom om de verspreiding van het virus trachten in te dijken. “Social distancing” maatregelen werden in het leven geroepen, niet-essentiële reizen werden verboden, niet-essentiële winkels moesten gesloten blijven en ondernemingen die deze (beschermings-) maatregelen voor hun personeel niet konden handhaven moesten sluiten. Op 27 maart werd beslist de maatregelen aan te houden tot na de paasvakantie, waarna er overgegaan werd tot een volgende verlenging tot 3 mei. De genomen maatregelen om de verspreiding van het virus in te dijken en het internationale karakter van deze gezondheidscrisis, hebben een zeer doordringende economische impact, waarvan het momenteel nog koffiedik kijken is wat de uiteindelijke economische gevolgen zullen zijn. Wat al wel duidelijk is, is dat zowel de sociale- als de economische impact groot zal zijn. Veel zal afhangen van de verdere evolutie van het virus en haar verspreiding, de timing en het succes van het afbouwen van de beperkende maatregelen en het opstellen en uitvoeren van een succesvol relance-plan. Een conjunctuuranalyse opmaken in deze context van extreme onzekerheid is niet evident. Macro-economische modellen trachten aan de hand van historische data, de toekomstige evolutie van bepaalde indicatoren (zoals economische groei, werkloosheid, inflatie, …) op de korte en middellange termijn in te schatten gebruik makend van zo recent mogelijk bronnenmateriaal (dat nog niet altijd de periode van uitbraak van de crisis covert) . Gezien de hoge mate van onzekerheid waarin we ons momenteel bevinden, gecombineerd met het feit dat een externe (gezondheids) crisis, waarvan nog niet duidelijk is hoe deze gaat evolueren en hoe lang deze nog zal aanhouden, een overduidelijke negatieve economische impact zal hebben, is het een bijna onmogelijke opdracht om binnen een aanvaardbare marge van onzekerheid voorspellingen te maken. In wat volgt zal getracht worden om op basis van de op dit moment meest recente informatie (6 mei 2020) een situatieschets te maken van de richting en de omvang van de impact van deze crisis op onze economie. Het is belangrijk te melden dat sommige indicatoren die weergegeven zullen worden niet, of slechts in beperkte mate, de impact van het Corona-virus mee in rekening brengen en dat indicatoren die dit toch trachten te doen zeer beperkt zijn door de onzekerheid vervat in de gebruikte scenario’s. De impact van het virus en de daaraan verbonden maatregelen zullen dermate groot zijn, dat deze andere tendensen in de data compleet overschaduwt.
3
De gevolgen van het coronavirus en de lockdown maatregelen treffen niet alle sectoren van de Vlaamse economie op dezelfde wijze. In de schoot van de Economic Risk Management Group (ERMG) 1 werden in samenwerking met de federaties die de ondernemingen en zelfstandigen vertegenwoordigen (UNIZO, VOKA, NSZ, VBO, UWE, …) sinds eind maart reeds vijf enquêtes gehouden bij bedrijven in België 2. Daarbij werd gepeild naar het ingeschatte omzetverlies. Gemiddeld wordt dit omzetverlies voor het hele land geschat op 31%, maar met grote verschillen tussen de bedrijfstakken. Zo worden de bedrijfstakken ‘horeca en toerisme’ en ‘Kunst, amusement en recreatie’ (events) geconfronteerd met ingeschatte omzetverliezen van bijna 90%. Voor de bedrijfstakken chemische en farmaceutische industrie en het bank- en verzekeringswezen liggen de ingeschatte omzetverliezen daarentegen onder de 20%. Om die reden voegen we aan deze conjunctuurnota een tweede deel toe, die op basis van de ERMG-enquête en de meest recente regionale rekeningen een beeld schetst van de relatieve gewichten van de sectoren en bedrijfstakken in de Vlaamse economie in termen van aandeel in bruto toegevoegde waarde en werkzame personen (werknemers en zelfstandigen). In dat deel gaan we ook dieper in op de beleidsuitdagingen die de coronapandemie stelt voor de Vlaamse economie.
De ERMG werd door de federale regering op 19 maart 2020 in het leven geroepen o.l.v. de gouverneur van de Nationale Bank, Pierre Wunch en dhr. Piet Vanthemse en heeft een drievoudige opdracht (1) impact van de coronapandemie meten op bedrijven, de sectoren en financiële markten, (2) ervoor zorgen dat de voor ons land zeer kritieke bedrijven en infrastructuren blijven draaien en (3) maatregelen voorstellen aan de regering om deze crisis te bestrijden en daarbij een coördinerende rol spelen. Ook de deelgebieden zijn betrokken in de ERMG. 2 ERMG Perscommuniqué, 1 mei 2020 ‘Omzetverlies van Belgische ondernemingen verkleint wat maar verhoogde faillissementsrisico’s wijzen op permanente schade in bepaalde bedrijfstakken’. 1
4
DEEL I: CONJUNCTUURNOTA
5
1. GROEI BBP EN VOORUITZICHTEN IN EEN INTERNATIONALE CONTEXT
GROEIVERWACHTINGEN BELGIË EN VLAANDEREN Gezien we op dit moment niet over andere gegevens beschikken lijkt het ons aangewezen om ook voor Vlaanderen uit te gaan van een daling in de grootteorde van -8,0% voor 2020, gevolgd door een verwachte groei van 8,6% in 2021, zoals weergegeven in het scenario van de Nationale Bank van België (NBB) en het Federaal Planbureau van 8 april 2020. In dit scenario werd uitgegaan van een duur van de beperkende maatregelen van 7 weken en een verlies van een derde van de toegevoegde waarde van de private sector, gevolgd door een periode van herstel gespreid over 9 maanden. Meer informatie over het gebruikte scenario kan u terugvinden op de websites van het Federaal Planbureau en de NBB. De meest recente flashraming 34 van de Nationale Bank op basis van informatie tot en met 20 april geeft een eerste indicatie van de impact van de Corona-crisis op het Belgische bruto binnenlands product (bbp). Zo daalde het bbp met 3,9% ten opzichte van het vierde kwartaal 2019 en in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar met 2,8%. Belangrijk te vermelden is dat het eerste kwartaal van 2020 slechts in beperkte mate gekenmerkt werd door de economische effecten van de beperkende maatregelen, die ingingen vanaf 17 maart. De meest recente schatting voor de groeiverwachtingen van België komt van het IMF in haar World Economic Outlook van 14 april 2020 5 met een negatieve groei in 2020 van -6,9% en een heropleving in 2021 met een verwachte groei van 4,6% voor België.
GROEIVERWACHTINGEN EUROZONE EN BELANGRIJKSTE HANDELSPARTNERS Voor de groeiverwachtingen van de Eurozone en onze belangrijkste partners, zorgt ook hier de doorrekening van de effecten van het COVID-19 virus voor grote onzekerheden in de voorspellingen. De meest recente data werd in onderstaande tabel samengevoegd, maar schattingen die een maand geleden werden uitgevoerd (zoals deze van de EC en de OESO) houden nog maar in zeer beperkte mate rekening met de effecten van de virusuitbraak. De meest recente internationale inschatting is deze van het IMF, die samen met de OESO interim outlook (enkel voor de G20) de basis vormt voor onderstaande bespreking. Begin mei zou de EC met een nieuwe “Spring Forecast” komen die toch al een iets duidelijker beeld zou scheppen van de werkelijke impact van het virus en de genomen maatregelen. Zo gaat het IMF uit van een negatieve groei voor de Eurozone in 2020 van -7,5% en een herstel in 2021 met een groei van 4,7%. Wanneer gekeken wordt naar de ons omliggende landen, tevens ook onze belangrijkste handelspartners, kunnen we op basis van de IMF prognoses verwachten dat de groei van de Nederlandse economie, in tegenstelling tot de voorgaande jaren, niet meer beduidend hoger zou liggen dan deze van Vlaanderen en onze andere buurlanden. Duitsland kende net als Nederland een sterke terugval in de gerealiseerde groei in 2018 en 2019 en zou volgens het IMF in 2020 geconfronteerd worden met een negatieve groei van -7%, gevolgd door een groei van 5.2% in 2021.
https://www.nbb.be/doc/dq/n/dq3/histo/nna19iv.pdf Deze groeicijfers zijn omgeven met een grotere onzekerheid dan bij de flashraming gebruikelijk is. Door gebrek aan administratieve gegevens voor de maand maart waarin de impact van covid-19 werd waargenomen, is voor deze flashraming gebruik gemaakt van een aangepaste methode. Voor meer informatie gelieve u te wenden tot de volledige publicatie, te raadplegen via de link in voetnoot 3. 5 IMF, World Economic Outlook, April 2020, The Great Lockdown. 3 4
6
Ook Frankrijk zal geconfronteerd worden met een negatieve groei in 2020, ten belope van -7.2%, gevolgd door een positieve groei van 4,5% in 2021 en leunt zo dicht aan bij het gemiddelde van de Eurozone.
Realisaties
Vooruitzichten EC
OECD
IMF (14 april)
Planbureau / NBB
2017
2018
2019
2020
2021
2020
2021
2020
2021
2020
2021
1,7
1,4
1,3
1,2
1
1,1
1,1
-6,9
4,6
-8,0
8,6
2
1,7
1,5
x
x
x
x
x
X
x
X
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
0,8
0,9
0,8
x
x
x
x
x
X
x
X
Waals Gewest
1,6
1,3
1,2
x
x
x
x
x
X
x
X
Nederland
3
2,6
1,7
1,3
1,3
1,8
1,6
-7,5
3
x
X
Duitsland
2,5
1,5
0,6
1,1
1,1
0,3
0,9
-7
5,2
x
X
Frankrijk
2,3
1,6
1,3
1,1
1,2
0,9
1,4
-7,2
4,5
x
X
Eurozone
2,5
1,8
1,2
1,2
1,2
0,8
1,2
-7,5
4,7
x
X
VK
1,8
1,4
1,2
x
x
0,8
0,8
-6,5
4
x
X
VS
2,2
2,9
2,3
x
x
1,9
2,1
-5,9
4,7
x
X
Japan
1,9
0,8
0,7
x
x
0,2
0,7
-5,2
3
x
X
China
6,8
6,6
6,1
x
x
4,9
6,4
1,2
9,2
x
X
India
7,2
7
4,9
x
x
5,1
5,6
1,9
7,4
x
X
België Vlaanderen
Bron: Federaal Planbureau, OECD, IMF en Europese Commissie, samenstelling EWI
Het Verenigd Koninkrijk kon tussen 2015 en 2017 groeipercentages voorleggen van om en bij de 2%. De groeiprestaties in 2018 en 2019 lagen met 1,4% en 1,3% beduidend lager dan de voorgaande jaren maar de prognoses van het IMF voor 2020 en 2021 daarentegen geven voorlopig een iets positiever beeld weer voor het VK, in vergelijking met de andere ons omliggende landen. Zo wordt uitgegaan van een economische terugval van rond de 6,5% gevolgd door een positieve groei van 4% in 2021. Op 6 mei maakte de Europese Commissie haar ‘Voorjaarsprognoses 2020: een diepe en ongelijke recessie, een onzeker herstel’ bekend (nog niet opgenomen in bovenstaande tabel!). U vindt die in annex bij deze nota. Voor België raamt de Europese Commissie de bbp-krimp in 2020 op -7,2% bbp en het herstel in 2021 op + 6,7%. RISICO’S VOOR DE VLAAMSE EN BELGISCHE GROEI EN HET UITVOERSALDO Als kleine en zeer open economie is België en bij uitstek Vlaanderen, zeer gevoelig voor internationale ontwikkelingen. Dit betekent dat we voor ons herstel uit de Corona-crisis, meer dan andere landen, ook afhankelijk zijn van de evoluties in het buitenland. Hierdoor zal een “exit strategie” uit de Coronamaatregelen, rekening moeten houden met het buitenland en hun afbouw van de maatregelen en hun succes in het bestrijden van het virus. Daarnaast mogen we niet vergeten dat naast de Corona-epidemie, zaken zoals de Brexit en handelsspanningen tussen de VS en China nog verder afgehandeld dienen te worden, wat ongetwijfeld ook een effect zal hebben op onze toekomstige economische prestaties. Het is momenteel echter nog moeilijk in te schatten hoe groot de exacte impact zal zijn. Onderstaande grafiek geeft de vooruitzichten weer voor wat betreft de uitvoer en het uitvoersaldo van België. Deze vooruitzichten komen uit de “Economische Begroting” van het Federaal Planbureau, gepubliceerd in februari 2020 en houden dus geen rekening met de effecten van het Corona-virus. 7
vooruitzichten invoer, uitvoer en saldo: BelgiĂŤ (pre-corona) 8 7 6 5 4 3 2 1 0 -1 -2
2012
2013
2014 2015 2016 Uitvoer van goederen en diensten
2017
2018
2019
2020
Uitvoer van goederen en diensten - vooruitzichten Invoer van goederen en diensten Invoer van goederen en diensten - vooruitzichten Netto-uitvoer (bijdrage tot de groei van het bbp) Netto-uitvoer (bijdrage tot de groei van het bbp) - vooruitzichten Bron: voorstelling EWI op basis van NBB en Federaal Planbureau (2020)
Hoewel bovenstaande evoluties geen rekening houden met de effecten van het virus, kan verwacht worden dat de impact hiervan op de internationale handel substantieel zal zijn. De mate waarop is wederom afhankelijk van de duur, de aard en de snelheid van afbouw van de diverse maatregelen.
Evolutie en vooruitzichten korte- en lange termijn rente De interbancaire- en lineaire obligatierentevoeten en hun verwachte evolutie, geven een indicatie over de richting waarin de algemene rentevoeten de komende jaren zullen evolueren. De huidige niveaus wijzen er duidelijk op dat de monetaire autoriteiten de markten van voldoende liquiditeit willen voorzien. Zoals onderstaande grafiek weergeeft, werd 2016 gekenmerkt door een (lokaal) dieptepunt in zowel de OLO als Euribor rentevoeten. De Euribor (3 maanden) rentevoet werd in 2016 zelfs negatief (tot -0.3%); een niveau dat in 2017 en 2018 aangehouden werd. 2019 werd gekenmerkt door een verdere daling naar -0.4%, een daling die initieel verwacht werd zich door te zetten tot -0.6% in 2020, maar bij de meest recente Economische Begroting van het Federaal Planbureau wordt een verder aanhouden van de Euribor rond -0.4% verwacht voor 2020. Tot op dit moment heeft de ECB haar leidende rentevoeten nog ongemoeid gelaten en tracht de ECB via openmarktoperaties de gestegen kredietvraag n.a.v. de coronamaatregelen op vangen. Niet enkel de KT rente-evolutie kende een dalend verloop, ook van de OLO-rente op 10 jaar wordt verwacht dat deze in 2020 ook sterk onder het niveau van voorgaande jaren zal blijven. 2019 werd gekenmerkt door een OLO rentevoet op 10 jaar van 0.2%. Voor 2020 leiden de verwachtingen ook naar een negatieve OLO op 10 jaar van 0.2%.
8
KT (Eurobor) en LT rentes (OLO) (in %) 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 -1,0
2010
2011
2012
2013
2014
2015
Korte rente (Euribor, 3 maanden) (%)
2016
2017
2018
2019
2020
Lange rente (OLO, 10 jaar) (%)
Bron: voorstelling EWI op basis van Euribor-rates.eu en Federaal Planbureau
Prijsevoluties
Prijsevoluties BelgiĂŤ 5 4 3 2 1 0 -1
2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Nationaal indexcijfer der consumptieprijzen
Gezondheidsindex
voorspelling indexcijfers der consumptieprijzen
voorspelling gezondheidsindex
Bron: voorstelling EWI op basis van Federaal Planbureau (2020)
Wanneer naar de Belgische prijsevoluties gekeken wordt, blijkt 2016 gekenmerkt door een sterke versnelling van de inflatie, vooral onder impuls van gestegen elektriciteitsprijzen ten gevolge van maatregelen in het Vlaamse Gewest. In 2017 koelde de onderliggende inflatie sterk af onder invloed van het verdwijnen van het effect van genomen maatregelen in de index. Maar sterk gestegen olieprijzen leidden ertoe dat de totale inflatie voor 2017 uiteindelijk nog uitgekomen is op 2.1%. De stabilisatie van de olieprijzen in 2018, gecombineerd met de effecten van het wegvallen van Vlaamse bijdrage aan het Energiefonds, leidde tot een inflatie van 2.1% in 2018.
9
Sinds 2017 is de groei van de arbeidskosten duidelijk versneld, waardoor zowel in 2019 en 2020 de onderliggende inflatie zou aantrekken. Het opwaartse effect hiervan op het nationaal indexcijfer van de consumptieprijzen is echter beperkter dan de neerwaartse impact van de energieprijzen op de index. De olieprijzen in euro zouden dalen, terwijl ook de prijzen voor aardgas en elektriciteit onder hun niveau van 2018 zouden blijven. De inflatie, die in 2018 nog 2,1 % bedroeg, zou daardoor terugvallen tot 1,4 % in 2019 en tot 1,1 % in 2020. De toename van de gezondheidsindex, die niet wordt beĂŻnvloed door de prijsevolutie van benzine en diesel, zou hierdoor hoger uitkomen dan de evolutie van het nationaal indexcijfer en voor 2019 1,5 % bedragen. Ook in 2020 zou de toename van de gezondheidsindex, met 1,2 % hoger uitkomen dan de inflatie. Bovenstaande evoluties houden nog geen rekening met mogelijke prijseffecten ten gevolge van de Corona crisis en -maatregelen. Er kan verwacht worden dat zowel vraag-, als aanbod effecten ten gevolge van de Coronacrisis een effect zullen hebben op het algemene prijsniveau. Zo kenden de olieprijzen een sterke daling ten gevolge van een teruggevallen vraag, wat zich ook uitte in lagere prijzen aan de pomp. Ook werd er kennis genomen van hogere prijzen in de warenhuizen ten gevolge van het stopzetten (voor een beperkte periode) van voordeelacties.
10
2. GERELATEERDE CONJUNCTUURINDICATOREN GEBASEERD OP PERCEPTIE EN VERWACHTINGEN
Bovenstaande gegevens en voorspellingen zijn allen gebaseerd op historische data die voorspellende modellen aansturen. In wat volgt komen conjunctuurindicatoren (kort) aan bod gebaseerd op de perceptie, inschattingen en verwachtingen van ondernemingen en de algemene bevolking. Deze indicatoren kunnen met een zekere betrouwbaarheid de algemene richting van de evoluties van de economie voospellen, maar kunnen best in tandem met bovenstaande data geïnterpreteerd worden. Hieronder zal vooral gefocust worden op de tendensen binnen het consumentenvertrouwen, de verwachtingen en inschattingen van de ondernemers wat betreft capaciteitsbenutting en geplande investeringen en op basis van algemene productie-indexen. Ook hier is het belangrijk te melden dat niet alle weergegeven indicatoren reeds een effect van de Coronamaatregelen weergeven.
2.1 Evolutie consumentenvertrouwen en haar voornaamste componenten EVOLUTIE VAN HET CONSUMENTENVERTROUWEN VOOR VLAANDEREN EN BELGIË De positieve tendens van het consumentenvertrouwen kende in januari 2018 haar hoogste waarde sinds 2012 voor zowel België, als Vlaanderen. 2018 en de eerste negen maanden van 2019 werden echter gekenmerkt door een dalende trend in het consumentenvertrouwen. De nettoresultaten voor Vlaanderen daalden gedurende heel 2018, maar bleven wel positief om dan bij aanvang van 2019 negatief te worden en verder te dalen tot en met het derde kwartaal van 2019. Vanaf november 2019 kende het consumentenvertrouwen een positieve evolutie. De bevraging in maart gaf een eerste (beperkte) indicatie van de effecten van het Corona-virus op het consumentenvertrouwen. De indicator kende voor maart een daling van de netto-percentages zowel voor België, als voor Vlaanderen, maar dan wel minder uitgesproken voor deze laatste. De april update omvat het gehele effect van de Corona-crisis en maatregelen, wat leidde tot een historische val in het consumentenvertrouwen voor zowel België, als voor Vlaanderen.
11
2012M1 2012M4 2012M7 2012M10 2013M1 2013M4 2013M7 2013M10 2014M1 2014M4 2014M7 2014M10 2015M1 2015M4 2015M7 2015M10 2016M1 2016M4 2016M7 2016M10 2017M1 2017M4 2017M7 2017M10 2018M1 2018M4 2018M7 2018M10 2019M1 2019M4 2019M7 2019M10 2020M1 2020M4
15 10 5 0 -5 -10 -15 -20 -25 -30
Indicator consumentenvertrouwen België
Indicator consumentenvertrouwen Vlaanderen
Bron: voorstelling EWI op basis van NBB/EWI
EVOLUTIE VAN DE COMPONENTEN VAN HET CONSUMENTENVERTROUWEN VOOR VLAANDEREN EN BELGIË Wanneer naar de componenten van het consumentenvertrouwen gekeken wordt, kan een meer genuanceerd beeld geschetst worden. De sub-indicator aangaande de verwachtingen betreffende de werkloosheid geeft aan dat de Vlaamse consument een serieuze stijging in de Belgische werkloosheid verwacht, een sentiment dat door de consumenten over heel België gedeeld wordt. Verder ziet de Vlaamse consument de algemene economische situatie in België voor de komende 12 maanden slechter evolueren. Toch ziet de gemiddelde Vlaamse consument de situatie iets minder negatief evolueren dan de gemiddelde Belgische consument. De doorsnee consument in Vlaanderen, zowel als in België, ziet de financiële situatie van de gezinnen verslechteren de komende 12 maanden in vergelijking met de verwachtingen van april 2019. Deze daling is minder uitgesproken voor Vlaanderen, dan voor België in haar geheel. De Vlaamse en de gemiddelde Belgische consument daarentegen ziet het spaarvermogen van de gezinnen positief evolueren in vergelijking met de voorgaande periode, ook hier is de verwachting meer uitgesproken voor Vlaanderen, dan voor België. Hoewel de Vlaming de situatie algemeen iets positiever inschat, kan gesteld worden dat de tendensen over heel België en de verschillende deelstaten, zich in dezelfde scherpe neerwaartse richting begeven, wanneer vergeleken wordt met dezelfde periode in het vorige jaar, met uitzondering de voorspelling van het spaarvermogen van de gezinnen.
12
Indicator consumentenvertrouwen en haar componenten
regio
2019M4
2020M4
Indicator consumentenvertrouwen
België
-7
-26
Vlaanderen
-3
-20
België
-13
-47
Vlaanderen
-10
-43
België
12
60
Vlaanderen
10
60
België
-1
-6
Vlaanderen
1
-2
België
-1
9
Vlaanderen
9
27
Voorspelling economische situatie België voor de komende 12 maanden Voorspelling werkloosheid België voor de komende 12 maanden Voorspelling financiële situatie gezinnen voor de komende 12 maanden Voorspelling sparen door huishoudens voor de komende 12 maanden
evolutie april 2019 - april 2020
Bron: weergave EWI op basis van NBB/EWI
2.2 Indicatoren van de productie EVOLUTIE SYNTHETISCHE CONJUNCTUURCURVE VOOR VLAANDEREN EN BELGIË
10
2012M1 2012M4 2012M7 2012M10 2013M1 2013M4 2013M7 2013M10 2014M1 2014M4 2014M7 2014M10 2015M1 2015M4 2015M7 2015M10 2016M1 2016M4 2016M7 2016M10 2017M1 2017M4 2017M7 2017M10 2018M1 2018M4 2018M7 2018M10 2019M1 2019M4 2019M7 2019M10 2020M1 2020M4
Wanneer naar de algemene synthetische conjunctuurcurves van Vlaanderen en België gekeken wordt, merken we dat de lichte opwaartse trend sinds het najaar 2019 een serieuze duik heeft genomen. Maart 2020 tekende de grootste maand op maand daling op binnen de tijdreeks, gevolgd door een nog meer uitgesproken daling in april, wat leidde tot het laagste niveau van deze conjunctuurbarometer ooit gemeten. Deze daling kan verklaard worden door het uitrollen van de Corona-maatregelen en het effect hiervan op de prestaties en verwachtingen van ondernemingen.
5 0 -5 -10 -15 -20 -25 -30 -35 -40 Conjunctuurcurve: hele economie België
Conjunctuurcurve: hele economie Vlaanderen
Bron: voorstelling EWI op basis van NBB
13
EVOLUTIE SYNTHETISCHE CONJUNCTUURCURVE VOOR DE VLAAMSE DEELSECTOREN Wanneer we in een volgende stap ons focussen op de verschillende deelsectoren binnen Vlaanderen merken we een gelijkaardige trend op als bij de algemene synthetische curve, al dan niet meer uitgesproken voor bepaalde deelsectoren.
20
2012M1 2012M4 2012M7 2012M10 2013M1 2013M4 2013M7 2013M10 2014M1 2014M4 2014M7 2014M10 2015M1 2015M4 2015M7 2015M10 2016M1 2016M4 2016M7 2016M10 2017M1 2017M4 2017M7 2017M10 2018M1 2018M4 2018M7 2018M10 2019M1 2019M4 2019M7 2019M10 2020M1 2020M4
De netto-percentages 6 binnen de zakelijke dienstensectoren kenden, in tegenstelling tot de andere beschouwde sectoren, al meer dan 5 jaar onafgebroken positieve waarden, om dan bij de bevragingen in maart en april eerst scherp te dalen en dan zelfs negatief te worden op een historisch laag peil.
0 -20 -40 -60 -80 Conjunctuurcurve: hele economie Vlaanderen Conjunctuurcurve: verwerkende nijverheid Vlaanderen Conjunctuurcurve: zakelijke dienstverlening Vlaanderen Conjunctuurcurve: handel Vlaanderen Conjunctuurcurve: ruwbouw Vlaanderen Bron: voorstelling EWI op basis van NBB
De handelssectoren worden in vergelijking met de andere deelsectoren gekenmerkt door lage getalwaarden in Vlaanderen en relatief grote KT-verschillen in de indicator. Ook hier heeft het uitbreken van de Corona-crisis geleid tot een grote daling van de vertrouwensindicator tot op haar laagste peil ooit. De indicator van de ruwbouw en deze van de verwerkende nijverheid kenden ook een enorme terugval, maar duidelijk minder uitgesproken dan deze in de handelssectoren en de zakelijke dienstverlening.
INDUSTRIËLE PRODUCTIE IN VLAANDEREN EN BEZETTING VAN DE PRODUCTIECAPACITEIT Het doel van een conjunctuur-analyse is om middellange en lange termijn economische tendensen vast te stellen. In dit onderdeel worden normaal gezien aan de hand van de Prodcom-enquête de evoluties binnen de Vlaamse productie in kaart gebracht. De meest recente data loopt echter tot januari 2020 en mist hierdoor enige weergave van het effect van het COVID-virus. Met het oog op duidelijkheid werd ervoor gekozen deze evolutie niet mee te nemen in deze conjunctuuranalyse. Wanneer meer recente data beschikbaar wordt, die ons iets meer kan zeggen over het effect van Corona op onze industriële productie, zullen deze indicatoren opnieuw mee opgenomen worden in de analyse.
6
Verschil tussen positieve en negatieve antwoorden.
14
3. CONCLUSIE CONJUNCTUURNOTA
Op dit moment is het niveau van onzekerheid te hoog om voorspellingen te doen over de effecten van het Corona-virus op de Vlaamse economische prestaties. De impact van het virus en de daaraan verbonden indijkmaatregelen zullen echter ongetwijfeld zware economische gevolgen hebben. Hoe zwaar de impact zal zijn op de economie is op dit moment moeilijk te zeggen. Een eerste indicatie van de impact kan men terugvinden in de flashraming van de NBB, die een terugval inschat van het Belgische BBP in het eerste kwartaal van 3,9% in vergelijking met het laatste kwartaal van 2019. Ook wanneer men in de macro-economische modellen rekening tracht te houden met het effect van de coronapandemie en de verbonden maatregelen op de economie, worden de resultaten nog steeds gekenmerkt door een grote mate van onzekerheid. Het is nog niet duidelijk hoe lang deze maatregelen nog zullen gelden, wat het tempo zal zijn van een mogelijke afbouw, de verdeling van de schade binnen sectoren, de mogelijkheid van het opnieuw opflakkeren van het virus, de reacties van andere landen en de afbouw van hun maatregelen, … . Gegeven het ontbreken van data nemen we het scenario voor België van het Federaal Planbureau en de Nationale Bank van België ook voor Vlaanderen als referentie: krimp -8% bbp in 2020 en opleving + 8,6% in 2021. Het is wachten op de Regionale Economische vooruitzichten in juli om gewestelijke inschattingen te kunnen maken. De inflatie, die in 2018 nog 2,1 % bedroeg, kende een daling tot 1,4 % in 2019 en er wordt verwacht dat deze zal dalen tot 1,1 % in 2020. Deze daling zal zich vooral voordoen onder impuls van een daling van de olieprijzen, die een stijging van de arbeidskosten meer dan compenseert. Ook bij de voorspellingen rondom de evolutie van het prijspeil creëert de Corona-crisis onzekerheden. De hierboven besproken evolutie houden dan ook nog geen rekening met de mogelijke prijseffecten ten gevolge van de crisis en de genomen maatregelen. Een voorbode van de uiteindelijke impact van de huidige situatie op de conjunctuur wordt duidelijk bij de bespreking van de aanvullende, aan de conjunctuur gerelateerde, indicatoren. Zo tekende het consumentenvertrouwen al een duidelijke daling op in maart, gevolgd door een verdere daling tot een historisch laag peil in april 2020. Ook de synthetische conjunctuurcurves werden geconfronteerd met een opmerkelijke maand op maand daling over alle deelsectoren heen. De daling was het meest uitgesproken bij de handelssectoren en de zakelijke dienstverlening. Daar waar in de vorige conjunctuuranalyse nog gewag gemaakt werd van het (mogelijke) einde van een hoogconjunctuur, leiden onze verwachtingen nu evident naar een zeer uitgesproken negatieve groei voor 2020 door de overheersende impact van het COVID-19 virus en de genomen maatregelen. Hoe negatief het effect uiteindelijk zal zijn en hoe lang het zal aanhouden, is gegeven de extreme onzekerheid op dit moment niet in te schatten.
15
DEEL II: IMPACT VAN DE CORONAPANDEMIE OP DE BEDRIJFSTAKKEN BINNEN DE VLAAMSE ECONOMIE
16
1. WAT LEREN ONS DE ONDERNEMINGEN- EN ZELFSTANDIGEN ENQUÊTES IN DE SCHOOT VAN DE ERMG? Het maken van een impactanalyse van de coronapandemie op de Vlaamse economie wordt sterkt bemoeilijkt door de afwezigheid van actuele data. Om daaraan zo goed als mogelijk te verhelpen, werden in de schoot van de ERMG sinds eind maart 2020 enquêtes georganiseerd bij ondernemingen en zelfstandigen in België. Die enquêtegegevens worden door de Nationale Bank van België bewerkt zodanig dat de representativiteit ervan verhoogt. Onderstaande tabel geeft de resultaten van de impact van de coronacrisis op de omzet van de ondernemingen, voor de vijf tot dusver uitgevoerde enquêtes. Aan de laatste enquête namen 4.208 ondernemingen en zelfstandigen deel. De gerapporteerde omzetdaling komt voor België uit op gemiddeld 31%.
De impact voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt lager, omwille van het grotere gewicht van de financiële sector in Brussel. Deze sector is tot dusver ‘minder’ geïmpacteerd door de coronapandemie. In de enquête wordt ook gepeild naar de liquiditeits- en solvabiliteitsproblematiek en naar de ‘algemene bezorgdheid’ van de ondernemers. In de enquête van 24-30 april 2020: • geven 34% van de deelnemers aan liquiditeitsproblemen te ondervinden; • achten 9% van de deelnemers een faillissement ‘waarschijnlijk’ of ‘zeer waarschijnlijk’; • wordt op een schaal van ‘bezorgdheid tussen 1 en 10’ een score van 7 gegeven. Voor details verwijzen we naar het perscommuniqué 7. We verleggen nu de focus van de Belgische economie in haar geheel naar de onderliggende bedrijfstakken die de (Vlaamse) economie vorm geven. Het is binnen die bedrijfstakken dat het bbp uiteindelijk tot stand komt. De aandelen van de drie gewesten in de totstandkoming van de bruto toegevoegde waarde in ons land zijn gekend: Vlaanderen staat voor een kleine 60% van de economie, Wallonië voor 23% en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor bijna 18%. 7
Zie voetnoot 2. 17
In de Nationale en Regionale rekeningen wordt traditioneel gewerkt volgens de NACE-indeling, de Europese economische activiteitennomenclatuur. Daarin wordt de economie opgedeeld in vier sectoren, 21 secties, 88 afdelingen, 272 groepen en 615 klassen van economische activiteiten. De vier sectoren (met bijhorende lettercodes voor de bedrijfstakken die er onder vallen) zijn: • de primaire sector: o landbouw, bosbouw en visserij (A) + o winning van delfstoffen (B); • de secundaire sector: o industrie (C) + o nutsbedrijven (D + E) + o bouw (F) • de tertiaire sector: commerciële dienstverlening (G -> N) • en de quartaire sector: niet-commerciële dienstverlening (O -> T). Het belang van deze vier sectoren in termen van gecreëerde bruto toegevoegde waarde is af te lezen uit onderstaande tabel. Het betreffen de cijfers voor de Vlaamse economie en het jaar met de laatst beschikbare data, 2018: Opdeling Bruto Toegevoegd Waarde en Bezoldigde werkgelegenheid naar hoofdsectoren: absolute cijfers (2018) 8
Sector
Bruto Toegevoegde Waarde (miljoen Euro)
Werkgelegenheid (# personen)
Bruto Toegevoegde Waarde (aandeel totaal)
Werkgelegenheid (aandeel totaal)
Primair
1.801
20.584
1%
1%
Secundair
60.278
500.799
25%
21%
Tertiair
130.731
1.028.186
54%
44%
Quartair
47.750
786.287
20%
34%
Totaal
240.561
2.335.856
100%
100%
Wij leggen nu de focus op de bedrijfstakken. Op basis van de ERMG-enquêtes zijn in de onderstaande tabel de bedrijfstakken geordend in functie van de grootte van de impact van de coronapandemie op de omzet van de bedrijfstak (zie derde kolom van de tabel). Om de impact van die omzetdaling op de Vlaamse economie in perspectief te plaatsen, werden in de tabel een aantal kolommen toegevoegd die informatie bevatten over de toegevoegde waarde van die bedrijfstak en over het aantal werkzame personen (werknemers en zelfstandigen) in die bedrijfstak. Dit op basis van de gegevens in de Regionale rekeningen voor het meest recente jaar waarvoor voldoende gedetailleerde gegevens beschikbaar zijn, 2017.
8
Bron: INR, Regionale Rekeningen, februari 2020. 18
De bruto toegevoegde waarde van een bedrijfstak is het verschil tussen de output van de bedrijfstak en haar intermediair verbruik. De bruto toegevoegde waarde vormt de maatstaf waarmee de bijdrage van de bedrijfstak aan het bbp wordt gemeten en vormt dus een cruciale economische indicator. Uit de tabellen is af te leiden dat de zwaarst getroffen sectoren in termen van omzetverlies (Horeca en Toerisme + Kunst, Amusement en Recreatie) tekenen voor 6,5% van de bruto toegevoegde waarde, 8,5% van het aantal werknemers en 11% van het aantal zelfstandigen. De bedrijfstakken die minstens 50% omzetverlies rapporteren door de Coronacrisis staan voor 9,1% van de Vlaamse bruto toegevoegde waarde en 12% van de bezoldigde en 11,9% van de zelfstandige werkgelegenheid. Dat is niet te onderschatten. Gelukkig maken die bedrijfstakken die vooralsnog ‘licht’ getroffen worden door de Coronacrisis (omzetverlies tussen 4 en 20%) 24,1% uit van de bruto toegevoegde waarde en 15%, resp. 47% van de bezoldigde, resp. zelfstandige werkgelegenheid. De gewichten van de andere getroffen bedrijfstakken laten zich aflezen uit de tabel.
19
Gewogen gemiddelde van omzetverlies per bedrijfstak t.g.v. coronacrisis, in % omzet 2019 BEDRIJFSTAK
NACE-code
IMPACT OP OMZET, gerangschikt VAN HOOG TOT LAAG (bron: vijf ERMG-enquêtes tussen 27 maart en 30 april 2020) A. Substantiële impact op omzet A.1. Impact tussen 90 en 80 % omzetverlies Horeca en Toerisme
55-56
Eventing (Kunst, amusement en recreatie) Detailhandel - niet voeding
90-93 45 + 47.3 tot 47.9
Omzetverlies in % Kwantitatief belang van de bedrijfstak in t.o.v. 2019 Vlaamse economie (cijfers 2017, Regionale (gemiddelde van rekeningen) de vijf enquêtes) in bruto in # in # toegevoegde werknemers zelfstandigen waarde (mio €)
31-32
Textielindustrie, kleding en schoeisel
13-15
Wegtransport – Personen Vervaardiging van transportmiddelen
49.3 29-30
Luchtvaart
51
Bruto toegevoegde waarde
Werknemers
Zelfstandigen
-89
4 425,8
66 167
20 829
1,9%
2,9%
4,3%
-85 -80
1 360,7 9 248,5 15 035,0
13 418 115 175 194 760
7 819 24 360 53 008
0,6% 4,0% 6,5%
0,6% 5,0% 8,5%
1,6% 5,0% 11,0%
-66
1 063,3
14 521
2 259
0,5%
0,6%
0,5%
-61
1 233,3
17 565
1 262
0,5%
0,8%
0,3%
-55 -54
1 148,3 2 103,0
17 160 25 788
606 206
0,5% 0,9%
0,7% 1,1%
0,1% 0,0%
-51
409,2
4 959
114
0,2%
0,2%
0,0%
5 957,1
79 993
4 447
2,6%
3,5%
0,9%
-49
17 568,6
131 900
9 580
7,5%
5,7%
2,0%
-45
13 757,0
130 218
40 950
5,9%
5,7%
8,5%
3 466 3 194
9,2% 0,9%
0,5% 1,1%
0,7% 0,7%
A.2. Impact tussen de 80 en 50% omzetverlies Meubelindustrie
Aandeel bedrijfstak in totale Vlaamse economie 2017 (in %)
A.3. Impact tussen de 50 en 30% omzetverlies Groothandel
46
Bouw
41-43
Immobiliën
68
Houtindustrie, papier en papierwaren, drukkerijen Human Resources
16-18
-36 -36
21 366,9 2 156,8
11 007 25 636
78
Ingenieursdiensten
71
-35
5 495,6
150 064
326
2,4%
6,5%
0,1%
-33
2 912,2
24 432
11 308
1,2%
1,1%
2,3%
63 257,1
473 257
68 824
4,5%
8,7%
3,1%
-29
3 886,1
33 510
412
1,7%
1,5%
0,1%
-28
1 202,7
8 200
107
0,5%
0,4%
0,0%
A.4. Impact tussen de 30 en 20 % omzetverlies Machinebouw en elektrische appartatuur Elektronische, optische en informaticaproducten
27-28 26
19
Metallurgie
24-25
Vrije beroepen
74-75
Logistiek
52
Communicatie, IT, software, informatie en media
58-63
A.5. Impact tussen 20 en 4% omzetverlies Vervaardiging van kunststof- en nietmetaalhoudende producten
22-23
Agrarische en voedingsindustrie
10-12
Bedrijfsadvies Chemische en farmaceutische industrie Landbouw en visserij Bank- en verzekeringswezen Detailhandel -voeding
69-73 20-21 1-3 64-66 47.1 + 47.2
B. Bedrijfstakken waarvoor geen of te weinig waarnemingen in enquĂŞte (maar impact eerder beperkt) Vervaardiging van cokes en geraffineerde aardolieproducten
-23
5 163,4
54 329
2 800
2,2%
2,4%
0,6%
-23
726,6
3 778
10 579
0,3%
0,2%
2,2%
-22
6 825,7
57 283
712
2,9%
2,5%
0,1%
-20
9 183,4 26 987,9
59 548 216 648
8 595 23 205
3,9% 11,6%
2,6% 9,4%
1,8% 4,8%
-19
3 269,2
33 965
523
1,4%
1,5%
0,1%
-18
6 008,2
63 776
3 426
2,6%
2,8%
0,7%
-17 -16 -14 -13 -4
21 199,3 11 389,6 2 118,0 7 783,6 4 360,5 56 128,4
71 290 44 591 19 224 44 027 67 642 344 515
182 541 111 21 225 4 345 15 155 227 326
9,1% 4,9% 0,9% 3,3% 1,9% 24,1%
3,1% 1,9% 0,8% 1,9% 2,9% 15,0%
37,8% 0,0% 4,4% 0,9% 3,1% 47,0%
1 507,1
3 927
0
0,6%
0,2%
0,0%
3 045,5
9 014
0
1,3%
0,4%
0,0%
19
Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht
35
Distributie van water, afval- en afvalwaterbeheer en sanering
36-39
Openbaar bestuur
84
Onderwijs
85
Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening
86-88
Andere bedrijfstakken Totale economie
20
2 208,1
17 158
293
0,9%
0,7%
0,1%
11 623,8
179 543
0
5,0%
7,8%
0,0%
14 609,0
209 520
4 794
6,3%
9,1%
1,0%
16 283,1 49 276,6
317 429 736 591
47 110 52 197
7,0% 21,1%
13,8% 32,1%
9,7% 10,8%
16 391,3
251 074,6
54 191,0
7,0%
10,9%
11,2%
233 033,4
2 296 839
483 198
100,0%
100,0%
100,0%
2. DE BELEIDSREACTIES VAN DE EUROPESE, FEDERALE EN VLAAMSE OVERHEDEN Ten einde de zware schok van de coronapandemie op de gezinnen en bedrijven te helpen opvangen hebben de diverse beleidsniveaus gevat gereageerd. Het zou ons te ver leiden in te gaan op de Europese en federale maatregelen. We verwijzen hiervoor naar de websites die goede overzichten van de diverse maatregelen bevatten 9. We beperken ons tot de economische maatregelen van het Vlaamse beleidsniveau. Om de zelfstandigen en ondernemingen te ondersteunen en om te voorkomen dat ze in zware financiële problemen komen ingevolge de coronacrisis, nam de Vlaamse overheid op initiatief van viceminister-president en Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en Landbouw, Hilde Crevits, diverse maatregelen. Hieronder een kort overzicht van deze tijdelijke maatregelen 10. CORONA HINDERPREMIE Je kan bij VLAIO een corona hinderpremie aanvragen als je als ondernemer je fysieke locatie volledig moet sluiten ingevolge de federale richtlijnen. De ondernemers die getroffen zijn door een sluiting bekomen een eenmalige premie van € 4.000. Indien door extra federale maatregelen de sluitingsperiode na 5 april 2020 wordt verlengd, zal de onderneming voor elke bijkomende sluitingsdag van haar locatie een bijkomende sluitingspremie ontvangen. Deze bedraagt € 160 per verplichte sluitingsdag die samenvalt met een normale openingsdag. CORONA COMPENSATIEPREMIE Deze premie richt zich tot de ondernemingen en hun toeleveranciers die nog verder mogen werken of winkels die openblijven maar door de beperkende maatregelen een omzetdaling van minstens 60% hebben in de periode tussen 15 maart 2020 en 30 april in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De steun omvat een éénmalige compensatiepremie van € 3.000. Er zijn maximaal 5 premies per onderneming als er meerder exploitatiezetels per onderneming zijn. UITBREIDING WAARBORGREGELING DOOR CORONACRISIS Om de economische impact van het coronavirus op te vangen, heeft de Vlaamse Regering besloten om tot eind dit jaar de bestaande waarborgregeling bij PMV/z uit te breiden voor bepaalde schulden. Daarvoor wordt € 100 miljoen vrijgemaakt. COVID-19 WAARBORG In het kader van de tijdelijke versoepeling van de Europese staatssteunregels ingevolge de coronacrisis, zal Gigarant (Waarborgregeling boven € 1,5 miljoen) een aangepaste COVID-19 waarborg in de markt kunnen zetten, die meer flexibiliteit biedt. De waarborgcapaciteit van Gigarant wordt hiervoor opgetrokken van de huidige € 1,5 miljard naar € 3 miljard.
Voor Europa (https://ec.europa.eu-info-healthqq) en voor federaal (https://economie.fgov.be-themas) en voor Vlaanderen (https://www.vlaio.be/nl) 10 Voor een heldere duiding zie, via website Vlaams Parlement, de gedachtewisselingen in de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie met minister Crevits op 9, 23 en 30 april en 7 mei 2020. 9
21
NIEUWE ACHTERGESTELDE LENING Er komen meer en meer signalen uit de markt dat er, naast de federaal voorziene overbruggingskredieten op maximum 12 maand die liquiditeitsnoden op heel korte termijn lenigen, een grote nood is aan financieringsinstrumenten die een financiële buffer op middellange termijn creëren. PMV is daarom bezig met de uitwerking van een nieuwe achtergestelde lening. PMV ONDERSTEUNING INGEVOLGE CORONAVIRUS Heel wat Vlaamse bedrijven hebben te kampen met het coronavirus, of met de gevolgen van de maatregelen die zijn genomen om het virus in te dijken. De economische impact is groot. Daarom gaat PMV haar arsenaal aan financiële en andere middelen volop inzetten om het economische leed voor de bedrijven te helpen verzachten. Zo verleent PMV/z een betalingsuitstel van 3 maanden aan alle klanten die een Startlening, Cofinanciering, of Cofinanciering+ hebben gekregen. Als kredietgever van een winwinlening kan je, ingevolge de coronacrisis, een uitstel van betaling in kapitaal of interesten verlenen aan de kredietnemer. Naast bovenvermelde belastingmaatregelen: •
• • •
economische
maatregelen
nam
de
Vlaamse
Regering
ook
een
aantal
Uitstel onroerende voorheffing voor bedrijven: er werd tevens beslist om de aanslagbiljetten voor de onroerende voorheffing voor de bedrijven later uit te sturen om te voorkomen dat bedrijven in liquiditeitsproblemen terecht komen. Dit betekent dat voor ongeveer 1 miljard aan belastingen niet geïnd zullen worden in het voorjaar, maar pas in het najaar. Concreet zullen de aanslagbiljetten onroerende voorheffing voor bedrijven vanaf september uitgestuurd worden. 4 maanden uitstel betaling jaarlijkse verkeersbelasting. Soepel toestaan van afbetalingsplannen. Verlenging van termijnen om aan fiscale verplichtingen te voldoen voor erfbelasting en registratiebelasting. Door de veiligheidsmaatregelen die in België gelden kunnen notariskantoren en burgers niet altijd tijdig alle (fiscale) formaliteiten vervullen. De Vlaamse Belastingdienst kent daarom als algemene maatregel een tolerantieperiode toe met een termijnverlenging tot twee maanden na het einde van de periode waarin de verstrengde corona-maatregelen gelden.
Bovenvermelde maatregelen zijn gericht op het opvangen van de schokken op korte termijn. In wat volgt kijken we naar de langeretermijneffecten van de coronapandemie op de Vlaamse economie en op de beleidsuitdagingen die ze stelt.
22
3. HERSTEL VAN DE VLAAMSE ECONOMIE: V, U, W OF L?
Economen maken er een sport van de scenario’s van economisch herstel uit te drukken in letters. De letter ‘V’ duidt dan op een snel herstel uit de crisis: een diepe duik van de economie, maar ook een snel herstel eens de contactbeperkingen binnen de (wereld)economie weggenomen zijn. De ‘U’ staat voor een herstel dat wat langer duurt. De negatieve effecten op de vraag- en aanbodkant van de economie werken wat langer door en het herstel komt trager op gang. Afhankelijk van hoe lang die negatieve effecten doorwerken, spreekt men van een korte of langgerekte U. De ‘W’ staat dan weer voor een herstelscenario waarbij de pandemie op korte termijn toch niet onder controle geraakt -bijvoorbeeld omdat een vaccin uit blijft, en/of het virus muteert - en we na de periode van exit uit de lockdownmaatregelen, in het najaar of de winter, weer hervallen en nieuwe lockdownmaatregelen dienen te nemen met alle negatieve economische gevolgen van dien. De letter ‘L’ tenslotte staat voor een scenario waarbij het groeipotentieel van de economie zodanig is aangetast dat een opwaarts gericht herstel permanent uit blijft en we vrede moeten nemen met een lager bbp-niveau. Welk scenario zich uiteindelijk zal voltrekken is volkomen afhankelijk van het epidemiologisch verloop van het virus en kan vandaag niemand voorspellen. Wel kunnen we op basis van de inzichten van de economische wetenschap een aantal (beleids)relevante beschouwingen geven over het crisisverloop en de relancestrategie. We maken daarbij dankbaar gebruik van twee visualisaties in twee recente publicaties: het e-book ‘Economics in the time of covid-19’ uitgegeven door de Zwitserse econoom Richard Baldwin 11 en een recent artikel van de research afdeling van de Rabobank.
11
Baldwin, R. en Weder di Mauro, B. ‘Economics in the time of covid-19’, CEPRS Press
23
3.1 ‘Flatten the curve’ als onmiddellijke beleidsdoelstelling
‘Flatten the curve’ is vandaag vanuit het oogpunt van volksgezondheid wereldwijd dé prioriteit: het aantal besmettingen zo laag mogelijk houden opdat de gezondheidssystemen niet overbelast zouden worden. Daartoe zetten landen diverse ‘isolatiestrategieën’ in, gaande van zachte tot harde ‘lock downs’. Het onvermijdelijke neveneffect van de opgelegde ‘contactbeperkingen’ tussen burgers onderling en tussen burgers en ondernemingen en tussen ondernemingen onderling is evenwel dat men het economisch leven doet stilvallen. Producenten worden verhinderd te produceren en consumenten te consumeren. Maar er is geen alternatief wil men de verspreiding van het virus tegen gaan. De ‘lock downs’ in al hun varianten veroorzaken een gelijktijdige en wereldwijd quasi symmetrische aanbod- én vraagschok waardoor de economie noodgedwongen richting recessie wordt geduwd. En hoe strenger de ‘lock down’- maatregelen en hoe langer ze duren, hoe dieper de recessie. Een recessie die men dan weer probeert af te vlakken met een batterij economische beleidsmaatregelen. Dat wordt mooi weergegeven door de Zwitsers econoom Richard Baldwin in een artikel dat op 22 maart verscheen op de website voxeu.org:
Beleidsmakers staan voor het zoeken naar een moeilijk evenwicht tussen enerzijds een gezondheidspolitiek die er op gericht is de besmettingscurve af te vlakken en anderzijds een economische politiek die tracht de recessiecurve af te vlakken.
24
Op datum van eind april 2020 kunnen we stellen dat de Belgische overheden alvast gelukt zijn in het afvlakken van de besmettingscurve.
Deze strategie kon maar slagen door het nemen van een aantal lockdownmaatregelen die onze economie in een recessie duwen. Ook dat heeft zich voltrokken, getuige de bbp-krimp in het eerste kwartaal 2020 met 3,9% ten opzichte van het vierde kwartaal 2019 ‌ De hogervermelde economische maatregelen, door de diverse overheden genomen, hebben evenwel getracht de ergste effecten op te vangen. Zo niet was de weerslag nog zwaarder geweest.
25
3.2 De exit- en relancestrategie op korte termijn
Onderstaande figuur uit een recente publicatie van de research afdeling van de Rabobank 12 visualiseert mooi de beleidsuitdaging die gepaard gaat met het maken van de overgang van het korte termijn crisisbeheer via lockdownmaatregelen naar een exit- en relancestrategie.
De coronapandemie en de lockdownmaatregelen die regeringen wereldwijd opleggen, hebben zowel effecten op de aanbod- als op de vraagkant van de economie. In de eerste fase van de ‘beleidsaanpak lockdown’ verhinderen de genomen maatregelen (de opgelegde contactbeperkingen) aan de aanbodkant van de economie het normale productieproces van de bedrijven. De productie wordt verminderd of zelfs stilgelegd. Het ‘aantal gewerkte uren’ daalt. Werknemers verliezen hun baan of worden op technische werkloosheid gezet. Aan de vraagkant treden eveneens negatieve effecten op. Het verlies aan jobs en de angst voor de toekomst (‘vertrouwenseffect’) drukken de vraag in de economie. In de tweede fase – de ‘exit-fase’ – kan de aanbodkant van de economie zich dankzij het verminderen of opheffen van de contactbeperkingen herstellen. De productieprocessen worden daarbij afgestemd op de ‘anderhalvemetereconomie’ ten einde te voldoen aan de gezondheidsvereisten. Maar de vraagkant heeft het nog altijd moeilijk. Door het job- en daarbij gepaard gaande inkomensverlies blijft de consumentenvraag achterwege. En ook bedrijven stellen door de onzekere situatie hun investeringsvraag uit en/of vinden moeilijker krediet bij een meer risico-avers bankwezen.
12
Erken, H., De Groot E., Hayat, R. ‘Looking beyond the covid-19 crisis’, Raboresearch, mei 2020
26
In de derde fase – ‘lasting damage’ – zijn de tendensen aan zowel de aanbod- als de vraagkant gunstig, maar kampen zowel de aanbod- als de vraagkant van de economie nog met de negatief doorwerkende effecten van de crisis op het arbeidsaanbod, de investeringsneiging van bedrijven en de productiviteit.
Afhankelijk van de vraag hoe sterk deze effecten van de derde fase doorwerken kan een dubbel effect op de economische groei optreden: 1) een lager niveau van bbp 2) een lager groeiritme van het bbp.
Dat het niveau van het bbp zakt is onvermijdelijk. Maar een gepast relancebeleid kan wel haar invloed uitoefenen op het nieuwe groeiritme. Daar wordt in het volgende hoofdstuk op in gegaan.
27
3.3 Naar een relancebeleid in functie van een kwantitatieve én kwalitatieve groei van het bbp in Vlaanderen
De afgelopen twee decennia kende het Vlaams bbp onderstaand verloop.
Reële bbp-groei Vlaams Gewest (in %) 5 4 3 2 1 0 -1 -2 -3
2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
3,8
0,3
1,9
0,8
3,8
2,1
3,0
4,2
0,4
-1,8
2,6
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2,2
0,6
0,7
2,1
1,9
1,9
2
1,7
1,5
??
??
Dé vraag is hoe diep de val in 2020 zal zijn en hoe groot het herstel in 2021. Na de financiële crisis van 2008-2009, met een krimp van de Vlaamse economie met 1,9%, trad een V-vormig herstel op. In 2020 zal de krimp zwaarder zijn. De uitdaging voor het herstelbeleid zal nu dus groter zijn. En nog om een andere reden. Het relancebeleid zal niet enkel aandacht moeten hebben van het kwantitatief economisch herstel, maar ook voor het kwalitatief aspect van de groei. Reeds voor de uitbraak van de coronapandemie stond het aspect duurzaamheid hoog op de beleidsagenda. En dit in haar drie hoedanigheden: economisch, ecologisch én sociaal. Het relancebeleid zal dan ook deze kwalitatieve aspecten dienen te integreren in haar strategie. Concreet denken we daarbij aan de digitale transitie, circulariteit en arbeidsmarktinclusie.
28
In het Vlaams Parlement werden o.l.v. Robrecht Bothuyne, voorzitter van de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie alvast hoorzittingen geprogrammeerd met diverse experten 13. En de Vlaamse Regering installeerde een Vlaams RelancecomitĂŠ, bestaande uit zes onafhankelijke experts en leden van de Vlaamse Regering (de minister-president, de viceminister-presidenten en de minister van Begroting). Ook het Beleidsdomein EWI zet graag mee haar schouders onder het relancebeleid.
13 Zie via de website van het Vlaams Parlement de hoorzittingen van 30 april en 7 mei 2020 met o.a. de experten Freddy Heylen, Yves Marx, Stijn Baert, Ignace Glorieux, Koen Schoors, Peter De Keyser, Jo Caudron, Gino Van Ossel, Mathias Bienstman, en diverse stakeholders.
29
ANNEX:
SPRING FORECAST EUROPESE COMMISSIE - 6 MEI 2020 -
30
1. PROGNOSES VOOR BELGIË
31
1. BELGIUM Economic growth in Belgium is set to be severely hit by the COVID-19 outbreak in 2020, but should see a rebound in 2021. Domestic demand is projected to plummet due to restrictions to consumption linked to lockdown measures, supply chain disruptions and an historic drop in confidence. International trade is expected to detract from growth in both 2020 and 2021. Inflation is forecast to decrease markedly in 2020 and rise slightly thereafter. The general government deficit is projected to deteriorate significantly, leading to a rise in public debt. A broad-based economic plunge in 2020
Economic growth is forecast to fall from 1.4% in 2019 to -7% in 2020 due to the COVID-19 pandemic. This is expected to be driven by a large drop in household consumption, which has been hindered by restrictive measures put in place to combat the pandemic and low confidence. A more significant slump in investment due to supply chain disruptions and falling aggregate demand is also expected. Measures to protect employment, household disposable incomes and corporate liquidity should support domestic demand recovery from mid-2020 onwards, underpinning a rebound in GDP growth in 2021.
8
pps.
Graph II.1.1: Belgium - Real GDP growth and contributions, output gap % of pot. GDP forecast
8
6
6
4
4
2
2
0
0
-2
-2
-4
-4
-6
-6
-8 12
13 14 15 Output gap (rhs) Net exports
16
17
-8 18 19 20 21 Dom. demand, excl. invent. Inventories
Real GDP (y-o-y%)
Real GDP growth is forecast to fall to -7% in 2020 and to rebound to 6ž% in 2021. The impact of the lockdown measures is expected to lead to negative quarterly GDP growth in the first and second quarters of 2020, followed by a rebound in the third quarter once restrictive measures are gradually lifted. Economic activity is projected to recover progressively throughout the rest of the forecast horizon, although GDP level in 2021 is forecast to remain below that of 2019.
Private consumption and investment to plummet in 2020, amid rising unemployment
The lockdown measures in place since mid-March are expected to decrease private consumption significantly, which is projected to fall by almost 7% in 2020. This is set to most severely affect services sectors (hotels, restaurants, leisure) and durable goods consumption. Automatic stabilisers and measures taken to protect employment and purchasing power are expected to help offset part of the fall in private consumption as households are temporarily raising precautionary savings. Despite widespread recourse to the short-term unemployment scheme to avoid job losses during the lockdown period, the unemployment rate is set to rise from 5.4% in 2019 to 6½% in 2021. Falling demand, strong supply chain disruptions and high uncertainty are expected to lead to a decrease of over 15% in investment in 2020. After an expected slump during the lockdown period, housing investment is set to rebound, supported by fundamentals. Business investment is projected to fall in line with the reduction in gross operating surplus, and is expected to recover more slowly, as supply chains are restored gradually and uncertainty subsides. Public investment is projected to fall in 2020 and to recover in 2021. Investment growth is forecast to grow by almost 16% in 2021. Exports are projected to plunge in 2020 due to a fall in external demand, and to rebound in 2021 amid the expected global recovery. Reflecting Belgium’s position as a trade hub, imports are projected to evolve in line with exports, resulting in a contraction in 2020 and a rebound in 2021. The contribution of net exports to GDP growth is forecast to remain negative in 2020 and 2021. Inflation to decline
Headline inflation is forecast to fall from 1.2% in 2019 to 0.2% in 2020, mainly driven by lower
80
Euro Area Member States, Belgium
energy prices. Headline inflation is expected to rise slightly to 1.3% in 2021, reflecting rising food and services prices. This should support core inflation, which is projected to increase in 2021. Deficit and debt to increase sharply in 2020
The general government deficit increased to 1.9% of GDP in 2019, 0.2 pps. higher than projected in the 2019 autumn forecast. In 2020, the COVID-19 crisis is expected to push the general government deficit to about 9% of GDP. In 2020, the sharp decline in economic activity is expected to weigh heavily on tax collection and social transfers. In particular, a sizeable increase in the number of temporary unemployed and selfemployed benefitting from replacement income is set to lead to a strong rise in social benefits. On top of automatic stabilisers, the government adopted expenditure measures totalling about 1¼% of GDP, both to alleviate the economic impact of the crisis and to fight the spread of the pandemic. They include a top-up of the federal temporary unemployment allowance, regional transfers to companies and self-employed workers forced to halt their activities and regional subsidies to the most affected sectors. Moreover, a federal provision for health spending is set to boost
intermediate consumption. Tax and social contribution deferrals, aimed at providing liquidity support to companies, are not assumed to have a budgetary impact in 2020. Similarly, public guarantees totalling around EUR 52 billion are expected to entail no immediate budgetary impact. Other factors impacting the deficit in 2020 are a cut in corporate tax rates, amid a broader reform of corporate taxation launched in 2018, and a reduction in employers’ social contributions as a part of the tax shift reform. Consequently, the expenditure-to-GDP ratio is projected to increase by 7½ pps. to 59¼%, while the revenue-to-GDP ratio is set to remain roughly stable. Interest payments are projected to continue declining. Given the temporary nature of the measures taken in 2020 and the expected economic recovery in 2021, the general government deficit is expected to shrink to 4¼% of GDP in 2021 on a no-policy change basis. Public debt is forecast to rise from 98¾% of GDP in 2019 to 113¾% of GDP in 2020, falling back slightly to 110% of GDP in 2021.
Table II.1.1: Main features of country forecast - BELGIUM 2018 bn EUR GDP Private Consumption Public Consumption Gross fixed capital formation of which: equipment Exports (goods and services) Imports (goods and services) GNI (GDP deflator) Contribution to GDP growth:
Annual percentage change
Curr. prices
% GDP
00-15
2016
2017
2018
2019
2020
2021
459.8
100.0
1.7
1.5
2.0
1.5
1.4
-7.2
6.7
237.2
51.6
1.4
1.9
1.8
1.5
1.1
-6.9
6.5
106.1
23.1
1.5
0.4
0.3
0.9
1.6
2.8
0.3
109.6
23.8
2.1
3.8
1.3
4.0
3.1
-15.3
15.9
37.1
8.1
1.2
14.3
-3.1
5.1
3.4
-19.6
19.0
379.7
82.6
3.3
6.5
5.3
1.2
1.0
-10.6
7.7
380.4
82.7
3.3
7.5
4.4
2.1
1.2
-10.2
8.1
462.8
100.6
1.7
1.0
2.1
1.0
1.5
-6.7
6.6
1.5
1.9
1.3
1.9
1.7
-6.6
6.9
0.1
0.2
-0.1
0.3
-0.2
-0.3
0.1
0.1
-0.7
0.7
-0.7
-0.1
-0.3
-0.3
0.9
1.3
1.6
1.4
1.5
-1.0
1.2
7.8
7.8
7.1
6.0
5.4
7.0
6.6
2.4
0.6
1.8
1.9
1.7
-1.4
1.2
1.5
0.3
1.5
1.8
1.9
5.1
-4.0
Domestic demand Inventories Net exports
Employment Unemployment rate (a) Compensation of employees / head Unit labour costs whole economy Real unit labour cost Saving rate of households (b) GDP deflator Harmonised index of consumer prices Terms of trade goods Trade balance (goods) (c) Current-account balance (c) Net lending (+) or borrowing (-) vis-a-vis ROW (c) General government balance (c) Cyclically-adjusted budget balance (d) Structural budget balance (d) General government gross debt (c)
-0.2
-1.4
-0.2
0.3
0.3
3.6
-5.5
16.1
12.2
12.0
11.8
12.9
20.6
12.9
1.7
1.7
1.7
1.5
1.6
1.4
1.6
2.0
1.8
2.2
2.3
1.2
0.2
1.3
-0.4
0.3
-1.0
-1.3
0.5
0.8
0.2
1.2
0.4
0.7
-0.2
-0.3
0.0
-0.1
3.1
0.6
1.2
-1.0
-0.7
-0.1
-0.3
3.1
0.7
1.3
-1.0
-0.6
-0.1
-0.2
-2.0
-2.4
-0.7
-0.8
-1.9
-8.9
-4.2
-2.2
-2.6
-1.3
-1.4
-2.4
-4.5
-2.9
-
-2.6
-1.8
-2.0
-2.6
-4.7
-2.9
101.0
104.9
101.7
99.8
98.6
113.8
110.0
(a) as % of total labour force. (b) gross saving divided by adjusted gross disposable income. (c) as a % of GDP. (d) as a % of potential GDP.
81
2. PROGNOSES VOOR DE EU-LANDEN
32
MAIN ECONOMIC INDICATORS 2011-2021 (a) Real Gross Domestic Product (% change) 5-year average Belgium Germany Estonia Ireland Greece Spain France Italy Cyprus Latvia Lithuania Luxembourg Malta Netherlands Austria Portugal Slovenia Slovakia Finland Euro area Bulgaria Czechia Denmark Croatia Hungary Poland Romania Sweden EU P.M.: United Kingdom
Spring 2020 forecast
2011-15
2016
2017
2018
2019
2020
2021
1.3 1.7 3.3 7.1 -3.9 0.0 1.0 -0.7 -1.6 3.6 3.8 2.9 5.7 0.8 1.1 -0.8 0.4 2.6 0.1 0.8 1.8 1.7 1.3 -0.2 2.1 3.0 3.0 2.1 1.0 2.0
1.5 2.2 2.6 3.7 -0.2 3.0 1.1 1.3 6.7 1.8 2.6 4.6 5.8 2.2 2.1 2.0 3.1 2.1 2.7 1.9 3.8 2.5 3.2 3.5 2.2 3.1 4.8 2.4 2.1 1.9
2.0 2.5 5.7 8.1 1.5 2.9 2.3 1.7 4.4 3.8 4.2 1.8 6.5 2.9 2.5 3.5 4.8 3.0 3.1 2.5 3.5 4.4 2.0 3.1 4.3 4.9 7.1 2.4 2.7 1.9
1.5 1.5 4.8 8.2 1.9 2.4 1.7 0.8 4.1 4.3 3.6 3.1 7.3 2.6 2.4 2.6 4.1 4.0 1.6 1.9 3.1 2.8 2.4 2.7 5.1 5.3 4.4 2.2 2.1 1.3
1.4 0.6 4.3 5.5 1.9 2.0 1.3 0.3 3.2 2.2 3.9 2.3 4.4 1.8 1.6 2.2 2.4 2.3 1.0 1.2 3.4 2.6 2.4 2.9 4.9 4.1 4.1 1.2 1.5 1.4
-7.2 -6.5 -6.9 -7.9 -9.7 -9.4 -8.2 -9.5 -7.4 -7.0 -7.9 -5.4 -5.8 -6.8 -5.5 -6.8 -7.0 -6.7 -6.3 -7.7 -7.2 -6.2 -5.9 -9.1 -7.0 -4.3 -6.0 -6.1 -7.4 -8.3
6.7 5.9 5.9 6.1 7.9 7.0 7.4 6.5 6.1 6.4 7.4 5.7 6.0 5.0 5.0 5.8 6.7 6.6 3.7 6.3 6.0 5.0 5.1 7.5 6.0 4.1 4.2 4.3 6.1 6.0
MAIN ECONOMIC INDICATORS 2011-2021 (b) Total Investment (% change) 5-year average 2011-15 Belgium Germany
Spring 2020 forecast 2020 2021
2016
2017
2018
2019
2.5
3.8
1.3
4.0
3.1
-15.3
15.9
2.2
3.8
2.4
3.5
2.6
-5.8
5.9
Estonia
8.6
0.9
12.5
1.7
13.2
-8.7
6.3
Ireland
16.7
50.6
-6.7
-21.1
94.2
-41.6
16.9
Greece
-11.3
4.7
9.1
-12.2
4.7
-30.0
33.0
Spain
-2.0
2.4
5.9
5.3
1.8
-20.7
10.3
France
0.5
2.7
4.7
2.8
3.6
-13.3
14.0
3.1
1.4
-14.2
13.0
Italy
-3.6
4.0
3.2
Cyprus
-11.6
48.9
24.1
-6.6
0.1
-6.1
5.3
Latvia
6.5
-8.2
11.3
15.8
3.1
-12.0
9.2
Lithuania
7.4
3.4
8.2
8.4
7.4
-5.0
7.9
Luxembourg
4.6
4.6
5.6
-5.9
3.9
-12.0
8.5
Malta
9.8
-0.3
-6.9
-2.1
7.2
-7.0
5.0
Netherlands
4.7
-7.3
4.2
3.2
5.3
-11.2
5.9
Austria
2.2
4.1
4.0
3.9
2.9
-9.5
6.9
Portugal
-5.2
2.5
11.5
5.8
6.3
-8.6
8.9
Slovenia
-2.3
-3.7
10.4
9.1
3.2
-13.0
11.7
Slovakia
6.0
-9.3
3.9
3.7
4.4
-14.7
10.7
Finland
-0.5
8.8
4.0
3.7
-0.8
-9.8
9.1
Euro area
0.5
4.0
3.4
2.3
5.7
-13.3
10.2
Bulgaria
0.8
-6.6
3.2
5.4
2.2
-18.0
1.0
Czechia
1.9
-3.1
3.7
7.6
2.8
-14.5
9.6
Denmark
3.1
7.9
3.0
5.4
3.4
-9.5
7.9
Croatia
-0.7
6.5
5.1
4.1
7.1
-8.2
4.2
Hungary
4.5
-10.6
18.7
17.1
15.3
-18.7
8.9
Poland
4.4
-8.2
4.0
9.4
7.2
-8.4
5.9
Romania
2.9
-0.2
3.6
-1.2
18.2
-15.0
5.0
Sweden
3.4
4.1
5.6
4.2
-1.2
-14.3
6.7
EU
0.8
3.3
3.7
2.9
5.7
-13.2
9.7
P.M.: United Kingdom
2.9
3.6
1.6
-0.2
0.6
-14.3
11.5
MAIN ECONOMIC INDICATORS 2011-2021 (c) Employment growth (%) (1) 5-year average 2011-15
Spring 2020 forecast 2020 2021
2016
2017
2018
2019
Belgium
0.5
1.3
1.6
1.4
1.5
-1.0
1.2
Germany
1.0
1.2
1.4
1.4
0.9
-0.9
0.6
Estonia
2.6
0.3
2.7
1.2
1.3
-5.7
3.7
Ireland
1.3
3.7
3.0
3.2
2.9
-2.5
1.3
Greece
-2.8
0.5
1.5
1.7
2.0
-3.7
3.8
Spain
-1.4
2.8
2.8
2.5
2.3
-8.7
6.1
France
0.3
0.5
0.9
1.0
1.3
-9.1
10.0
Italy
-0.6
1.4
0.8
0.8
0.3
-7.5
5.5
Cyprus
-1.9
4.7
5.3
4.1
3.1
-2.5
2.3
Latvia
1.1
-0.3
0.0
1.6
-0.1
-2.6
0.9
Lithuania
1.5
2.3
-0.7
1.4
0.5
-3.5
2.0
Luxembourg
2.5
3.0
3.4
3.7
3.6
0.9
3.1
Malta
3.8
4.3
8.1
6.0
5.6
-1.8
2.8
Netherlands
0.0
2.1
2.2
2.6
1.8
-2.4
1.4
Austria
0.9
1.3
1.7
1.7
1.2
-1.4
1.4
Portugal
-1.2
1.6
3.3
2.3
0.8
-3.4
2.7
Slovenia
-0.4
1.8
3.0
3.2
2.4
-2.7
2.0
Slovakia
0.9
2.4
2.2
2.0
1.2
-3.4
2.0
Finland
0.2
0.5
1.0
2.5
1.0
-2.5
1.1
Euro area
0.1
1.4
1.5
1.5
1.2
-4.7
3.9
Bulgaria
-0.9
0.5
1.8
-0.1
0.3
-2.5
0.5
Czechia
0.5
1.6
1.6
1.3
0.7
-3.1
0.8
Denmark
0.3
1.7
1.6
1.4
1.2
-1.6
1.4
Croatia
-1.2
0.3
2.2
1.8
1.4
-3.9
3.0
Hungary
1.8
3.7
1.9
2.4
1.7
-3.8
1.1
Poland
0.8
0.8
1.3
0.5
-0.2
-4.5
2.2
Romania
-0.5
-1.1
2.4
0.2
-0.1
-2.5
0.6
Sweden
1.4
1.9
2.5
1.6
0.6
-2.5
1.1
EU
0.1
1.3
1.6
1.4
1.0
-4.4
3.3
P.M.: United Kingdom
1.4
1.5
1.0
1.2
1.1
-2.7
1.5
MAIN ECONOMIC INDICATORS 2011-2021 (d) Unemployment rate (%) 5-year average 2011-15 Belgium Germany
Spring 2020 forecast 2020 2021
2016
2017
2018
2019
8.0
7.8
7.1
6.0
5.4
7.0
6.6
5.2
4.1
3.8
3.4
3.2
4.0
3.5 6.5
Estonia
8.9
6.8
5.8
5.4
4.4
9.2
Ireland
13.3
8.4
6.7
5.8
5.0
7.4
7.0
Greece
24.3
23.6
21.5
19.3
17.3
19.9
16.8
Spain
23.8
19.6
17.2
15.3
14.1
18.9
17.0
France
10.0
10.0
9.4
9.0
8.5
10.1
9.7 10.7
Italy
11.2
11.7
11.2
10.6
10.0
11.8
Cyprus
13.4
13.0
11.1
8.4
7.1
8.6
7.5
Latvia
12.8
9.6
8.7
7.4
6.3
8.6
8.3
Lithuania
12.1
7.9
7.1
6.2
6.3
9.7
7.9
Luxembourg
5.7
6.3
5.5
5.6
5.6
6.4
6.1
Malta
6.0
4.7
4.0
3.7
3.4
5.9
4.4
Netherlands
6.5
6.0
4.9
3.8
3.4
5.9
5.3
Austria
5.2
6.0
5.5
4.9
4.5
5.8
4.9
Portugal
14.4
11.2
9.0
7.1
6.5
9.7
7.4
Slovenia
9.2
8.0
6.6
5.1
4.5
7.0
5.1
Slovakia
13.3
9.7
8.1
6.5
5.8
8.8
7.1
Finland
8.4
8.8
8.6
7.4
6.7
8.3
7.7
Euro area
11.2
10.0
9.0
8.1
7.5
9.6
8.6
Bulgaria
11.4
7.6
6.2
5.2
4.2
7.0
5.8
Czechia
6.4
4.0
2.9
2.2
2.0
5.0
4.2
Denmark
7.2
6.0
5.8
5.1
5.0
6.4
5.7
Croatia
16.1
13.1
11.2
8.5
6.6
10.2
7.4
Hungary
9.3
5.1
4.2
3.7
3.4
7.0
6.1
Poland
9.3
6.2
4.9
3.9
3.3
7.5
5.3
Romania
6.9
5.9
4.9
4.2
3.9
6.5
5.4
Sweden
7.9
7.0
6.7
6.4
6.8
9.7
9.3
EU
10.6
9.1
8.1
7.2
6.7
9.0
7.9
P.M.: United Kingdom
7.0
4.8
4.3
4.0
3.8
6.7
6.0
MAIN ECONOMIC INDICATORS 2011-2021 (e) Consumer-price inflation (%)
(1)
5-year average 2011-15
Spring 2020 forecast 2020 2021
2016
2017
2018
2019
1.7
1.8
2.2
2.3
1.2
0.2
1.3
1.5
0.4
1.7
1.9
1.4
0.3
1.4
2.3
0.7
1.7
0.9
-0.3
0.9
0.5
-0.6
0.5
1.7
0.8
0.0
1.0
2.1
1.3
0.4
0.9 0.7
Belgium Germany Estonia
2.6
0.8
3.7
3.4
Ireland
0.8
-0.2
0.3
0.7
Greece
0.2
0.0
1.1
0.8
Spain
1.2
-0.3
2.0
France
1.2
0.3
1.2
Italy
1.6
-0.1
1.3
1.2
0.6
-0.3
Cyprus
1.0
-1.2
0.7
0.8
0.5
-0.2
1.0
Latvia
1.5
0.1
2.9
2.6
2.7
0.2
1.9
Lithuania
1.6
0.7
3.7
2.5
2.2
0.8
1.5
Luxembourg
1.8
0.0
2.1
2.0
1.6
0.7
1.6
Malta
1.7
0.9
1.3
1.7
1.5
0.7
1.1
Netherlands
1.7
0.1
1.3
1.6
2.7
0.8
1.3
Austria
2.1
1.0
2.2
2.1
1.5
1.1
1.5
Portugal
1.4
0.6
1.6
1.2
0.3
-0.2
1.2
Slovenia
1.3
-0.2
1.6
1.9
1.7
0.5
1.2
Slovakia
1.8
-0.5
1.4
2.5
2.8
1.9
1.1
Finland
2.0
0.4
0.8
1.2
1.1
0.5
1.4
Euro area
1.4
0.2
1.5
1.8
1.2
0.2
1.1
Bulgaria
0.7
-1.3
1.2
2.6
2.5
1.1
1.1
Czechia
1.6
0.6
2.4
2.0
2.6
2.3
1.9
Denmark
1.2
0.0
1.1
0.7
0.7
0.3
1.3
Croatia
1.6
-0.6
1.3
1.6
0.8
0.4
0.9
Hungary
2.3
0.4
2.4
2.9
3.4
3.0
2.7
Poland
1.6
-0.2
1.6
1.2
2.1
2.5
2.8
Romania
2.7
-1.1
1.1
4.1
3.9
2.5
3.1
Sweden
0.7
1.1
1.9
2.0
1.7
0.4
1.1
EU
1.5
0.2
1.6
1.8
1.4
0.6
1.3
P.M.: United Kingdom
2.3
0.7
2.7
2.5
1.8
1.2
2.1
MAIN ECONOMIC INDICATORS 2011-2021 (f) Current-account balance (% of GDP) 5-year average 2011-15
Spring 2020 forecast 2020 2021
2016
2017
2018
2019
Belgium
0.9
0.6
1.2
-1.0
-0.7
-0.1
-0.3
Germany
7.2
8.6
8.3
7.6
7.6
6.1
7.4
Estonia
0.4
1.6
2.7
2.0
2.3
1.1
2.2
Ireland
0.4
-4.2
0.5
10.6
-9.4
4.6
4.4
Greece
-3.8
-1.1
-1.0
-1.1
-0.3
0.1
-1.2
Spain
0.6
3.2
2.7
1.9
2.0
3.2
2.7
France
-1.0
-0.6
-0.6
-0.6
-0.1
-0.1
-0.4
Italy
0.3
2.6
2.5
2.5
3.0
3.4
3.3
Cyprus
-2.4
-4.2
-5.1
-4.4
-5.7
-10.9
-10.1
Latvia
-2.5
1.4
1.0
-0.7
0.6
1.1
1.2
Lithuania
-0.5
-1.1
0.5
0.3
3.5
2.2
2.9
Luxembourg
-0.3
0.2
-0.9
0.0
4.5
4.5
4.5
Malta
1.3
3.8
11.5
11.3
10.7
7.6
9.7
Netherlands
9.0
8.1
10.8
11.2
10.2
9.0
8.4
Austria
2.1
2.9
1.7
2.4
2.3
0.9
1.6
Portugal
-1.2
0.6
1.0
0.2
0.0
-0.6
-0.2
Slovenia
2.2
4.9
6.4
6.3
6.8
6.8
6.8
Slovakia
0.8
-2.0
-1.8
-1.6
-2.6
-2.9
-2.4
Finland
-1.5
-1.9
-0.8
-1.6
-0.8
-1.3
-1.5
Euro area
2.5
3.6
3.8
3.7
3.3
3.4
3.6
Bulgaria
0.7
5.3
6.1
4.7
5.2
3.3
5.4
Czechia
-2.1
0.1
0.3
-0.1
0.7
-1.5
-1.0
Denmark
7.6
7.8
7.8
7.0
7.9
6.2
6.7
Croatia
0.4
2.0
3.3
1.9
2.4
-1.7
0.5
Hungary
1.8
4.7
2.3
-0.3
-0.9
1.3
1.5
Poland
-1.9
0.0
0.1
-0.7
0.4
0.6
0.9
Romania
-2.4
-2.0
-3.4
-4.4
-4.6
-3.3
-3.4
Sweden
4.3
2.9
3.4
2.6
4.4
3.7
4.0
EU
2.4
3.4
3.6
3.4
3.2
3.1
3.4
P.M.: United Kingdom
-3.9
-5.2
-3.5
-3.9
-3.8
-4.1
-4.3
MAIN ECONOMIC INDICATORS 2011-2021 (g) General government balance (% of GDP) 5-year average 2011-15
Spring 2020 forecast 2020 2021
2016
2017
2018
2019
-2.4
-0.7
-0.8
-1.9
-8.9
-4.2
1.9
1.4
-7.0
-1.5
-0.6
-0.3
-8.3
-3.4
0.1
0.4
-5.6
-2.9
1.0
1.5
-6.4
-2.1
-3.0
-2.5
-2.8
-10.1
-6.7
-2.9
-2.3
-3.0
-9.9
-4.0
-2.4
-2.4
-2.2
-1.6
-11.1
-5.6
0.3
2.0
-3.7
1.7
-7.0
-1.8
-2.0
0.2
-0.8
-0.8
-0.2
-7.3
-4.5
-3.1
0.2
0.5
0.6
0.3
-6.9
-2.7
Belgium
-3.4
Germany
0.1
1.2
1.2
Estonia
0.4
-0.5
-0.8
Ireland
-6.5
-0.7
-0.3
Greece
-8.3
0.5
0.7
Spain
-7.7
-4.3
France
-4.3
-3.6
Italy
-3.0
Cyprus
-5.4
Latvia Lithuania Luxembourg
0.9
1.8
1.3
3.1
2.2
-4.8
0.1
Malta
-2.2
1.0
3.3
1.9
0.5
-6.7
-2.5
Netherlands
-3.1
0.0
1.3
1.4
1.7
-6.3
-3.5
Austria
-2.1
-1.5
-0.8
0.2
0.7
-6.1
-1.9
Portugal
-6.2
-1.9
-3.0
-0.4
0.2
-6.5
-1.8
Slovenia
-6.7
-1.9
0.0
0.7
0.5
-7.2
-2.1
Slovakia
-3.5
-2.5
-1.0
-1.0
-1.3
-8.5
-4.2
Finland
-2.2
-1.7
-0.7
-0.9
-1.1
-7.4
-3.4
Euro area
-3.1
-1.5
-1.0
-0.5
-0.6
-8.5
-3.5
Bulgaria
-2.0
0.1
1.1
2.0
2.1
-2.8
-1.8
Czechia
-2.1
0.7
1.5
0.9
0.3
-6.7
-4.0
Denmark
-1.4
0.1
1.8
0.7
3.7
-7.2
-2.3
Croatia
-5.5
-1.0
0.8
0.2
0.4
-7.1
-2.2
Hungary
-3.0
-1.8
-2.5
-2.1
-2.0
-5.2
-4.0
Poland
-3.8
-2.4
-1.5
-0.2
-0.7
-9.5
-3.8
Romania
-2.6
-2.6
-2.6
-2.9
-4.3
-9.2
-11.4
Sweden
-0.8
1.0
1.4
0.8
0.5
-5.6
-2.2
EU
-3.0
-1.3
-0.8
-0.4
-0.6
-8.3
-3.6
P.M.: United Kingdom
-6.3
-3.3
-2.5
-2.2
-2.1
-10.5
-6.7
MAIN ECONOMIC INDICATORS 2011-2021 (h) General government gross debt (% of GDP) 5-year average
Spring 2020 forecast 2020 2021
2011-15
2016
2017
2018
2019
Belgium
105.2
104.9
101.7
99.8
98.6
113.8
110.0
Germany
77.5
69.2
65.3
61.9
59.8
75.6
71.8
Estonia
9.3
10.2
9.3
8.4
8.4
20.7
22.6
Ireland
106.4
73.8
67.7
63.5
58.8
66.4
66.7
Greece
172.8
178.5
176.2
181.2
176.6
196.4
182.6
Spain
90.4
99.2
98.6
97.6
95.5
115.6
113.7
France
92.5
98.0
98.3
98.1
98.1
116.5
111.9
Italy
129.9
134.8
134.1
134.8
134.8
158.9
153.6
Cyprus
93.4
103.4
93.9
100.6
95.5
115.7
105.0
Latvia
41.1
40.9
39.3
37.2
36.9
43.1
43.7
Lithuania
39.8
39.7
39.1
33.8
36.3
48.5
48.4
Luxembourg
21.9
20.1
22.3
21.0
22.1
26.4
25.7
Malta
65.5
55.5
50.3
45.6
43.1
50.7
50.8
Netherlands
65.6
61.9
56.9
52.4
48.6
62.1
57.6
Austria
82.9
82.9
78.3
74.0
70.4
78.8
75.8
Portugal
127.8
131.5
126.1
122.0
117.7
131.6
124.4
Slovenia
66.6
78.7
74.1
70.4
66.1
83.7
79.9
Slovakia
51.1
52.0
51.3
49.4
48.0
59.5
59.9
Finland
56.3
63.2
61.3
59.6
59.4
69.4
69.6
Euro area
92.8
92.2
89.8
87.8
86.0
102.7
98.8
Bulgaria
20.4
29.3
25.3
22.3
20.4
25.5
25.4
Czechia
42.3
36.8
34.7
32.6
30.8
38.7
39.9
Denmark
43.8
37.2
35.8
33.9
33.2
44.7
44.6
Croatia
76.9
80.8
77.8
74.7
73.2
88.6
83.4
Hungary
77.9
75.5
72.9
70.2
66.3
75.0
73.5
Poland
53.3
54.3
50.6
48.8
46.0
58.5
58.3
Romania
37.1
37.3
35.1
34.7
35.2
46.2
54.7
Sweden
40.9
42.2
40.8
38.8
35.1
42.6
42.5
EU
86.5
85.8
83.3
81.3
79.4
95.1
92.0
P.M.: United Kingdom
84.1
86.8
86.2
85.7
85.4
102.1
101.5
VOOR MEER INFORMATIE Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Tel. 02 553 59 80 info.ewi@vlaanderen.be Contact: Jan van Nispen @: jan.vannispen@vlaanderen.be Johan Hanssens @: johan.hanssens@vlaanderen.be
33
Departement Economie, Wetenschap & Innovatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel info@ewi.vlaanderen.be www.ewi-vlaanderen.be