Skip to main content

SERV_20210503_Kinderopvang olie in het raderwerk van gezin, arbeidsmarkt en samenleving_ADV.pdf

Page 1

ADVIES KINDEROPVANG: OLIE IN HET RADERWERK VAN GEZIN, ARBEIDSMARKT EN SAMENLEVING


Eigen initiatief Decretale opdracht SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie) Goedkeuring raad

3 mei 2021

Contactpersonen

Kristel Bogaerts

kbogaerts@serv.be

02 209 01 98


Inhoud Krachtlijnen 4

Inleiding 6

Kinderopvang: de olie in het raderwerk van gezin, arbeidsmarkt en samenleving

8

Kinderopvang op maat van gezin, arbeidsmarkt en samenleving realiseren

11

Een toereikend aantal betaalbare plaatsen

12

De doorslaggevende rol van de lokale besturen

20

Kleine aanpassingen in denken en handelen kunnen een wereld van verschil betekenen

23

Diversiteit als troef

25

Vitale kinderopvangsector met werkbare en leefbare kinderopvanginitiatieven 27

Bibliografie 30

Bijlagen 32

-3-


Krachtlijnen De SERV lanceert een pleidooi om te transformeren naar een kinderopvangmodel op maat van de noden van ouders en een soepel werkende arbeidsmarkt en samenleving. Kinderopvang, zowel voor baby’s en peuters als voor kleuters en schoolkinderen, is immers dé olie in het raderwerk van gezin, arbeidsmarkt en samenleving. Kinderopvang is daarom ook een gedeelde verantwoordelijkheid waarin de ouders, de formele opvang en onderwijs, de centrale én lokale overheid en diverse actoren rond arbeidsmarkt en samenleving een eigen rol hebben. Kinderopvang is een cruciaal element voor ouders om hun zorglandschap te vervolledigen, om hen beschikbaar te hebben voor de arbeidsmarkt en om hen toe te laten andere taken op te nemen in de samenleving. Op die manier gaat er van de opvang een maatschappelijk, economisch en budgettair hefboomeffect uit en zorgt het voor een extra opportuniteit voor sociaal beleid op Vlaams niveau. Om de kinderopvang zijn sociale, pedagogische én economische functie ten volle te laten vervullen is er een transformatie nodig van het bestaande opvangmodel: • Met een robuust organisatiemodel, meer IKT plaatsen en meer maatwerk. Zo kan de kinderopvang beter en flexibeler aansluiten op atypische werkuren of onregelmatige en urgente vragen van ouders en arbeidsmarkt en wordt de betaalbaarheid van de opvang verbeterd, in het bijzonder voor kwetsbare groepen en/of wie werkt aan een laag loon. Opvang op maat moet gebiedsdekkend aangeboden worden via netwerken van kinderopvanginitiatieven (in groeps- en/ of gezinsopvang) die reguliere plaatsen combineren met occasionele en flexibele plaatsen. Netwerkvorming in de praktijk via een actief bemiddelend lokaal loket kinderopvang kan deze functie ook opnemen of versterken. • Met een cruciale rol voor de lokale besturen die op de eerste lijn opvangnoden blijven detecteren en lokaal het opvangaanbod coördineren en eventueel versterken. Zij zijn ook de beste partij om een (outreachende) bemiddelingsfunctie te vervullen via het lokaal overleg én loket kinderopvang. • Met kleine aanpassingen in denken en handelen kunnen trajectbegeleiders, consulenten, opleiders, sociaal werkers maar ook werkgevers mee de zorgpuzzel van de ouders helpen leggen én er zelf ook voordeel uithalen. Dat kan o.a. door gezinnen pro-actief te

-4-


informeren, al dan niet ondersteund door de expertise van het lokaal loket kinderopvang, door gewoontes in de organisatie tegen het licht te houden, door kinderopvangplaatsen mee te financieren of door kosten van opvang mee te compenseren. • Met extra inzet op diversiteit als troef kunnen bestaande talige of culturele drempels weggewerkt worden: met afgestemd communicatiemateriaal, met een volledige dienstverleningsmix en met meer aandacht voor diversiteit in opleiding en in het personeelsbestand. • Met een vitale en werkbare kinderopvangsector waarin het aantrekkelijk is om te werken of er in te ondernemen, met toereikende subsidiëring en diverse opvangvormen en statuten die kwaliteitsvol werken toelaten.

-5-


Inleiding Het SERV-akkoord ‘Iedereen aan Boord’ onderstreepte het belang van kinderopvang in een flankerend beleid om iedereen aan het werk te krijgen en te houden: “Gebrek aan betaalbare kinderopvang mag in de toekomst geen drempel meer zijn om aan het werk te gaan. Daarom moet er een behoeftedekkend, betaalbaar, voldoende flexibel en kwaliteitsvol aanbod aan kinderopvang voor baby’s en peuters en aan buitenschoolse opvang voor schoolkinderen worden gerealiseerd via een verdere uitbouw van de inkomensgerelateerde kinderopvang met aandacht voor werkbaar werk van de begeleiders.” Ook in het advies ‘Iedereen terug aan Boord’ en het VESOC akkoord ‘Alle Hens Aan Dek‘ wordt het belang van kinderopvang aangehaald. Ook de adviezen van de Commissie Diversiteit ‘Actielijst migratieachtergrond’ en ‘Laaggeschoolde vrouwen met migratieachtergrond‘ verwijzen naar het belang van kinderopvang. In het VESOC-akkoord ‘Alle Hens Aan Dek’ heeft de Vlaamse Regering mee het engagement genomen om over de acties van de actielijst in overleg te gaan met de SERV.

en dat de combinatie met tewerkstelling moet verbeteren. Zowel de opvang voor baby’s en peuters als de buitenschoolse opvang voor kleuters en schoolkinderen komt daarbij in het vizier. Deze aanbevelingen sluiten aan bij enkele doelstellingen in het Vlaams Regeerakkoord 2019-2024 rond kinderopvang zoals “We zorgen voor voldoende, toegankelijke en betaalbare kinderopvang met een goed evenwicht tussen de verschillende types kinderopvang en een mix van groepsopvang en gezinsopvang, zodat ouders zelf het opvangtype kunnen kiezen.”, “We hebben aandacht voor de financiële leefbaarheid van de kinderopvangsector.”, “We voeren dit decreet [over een nieuw kader van buitenschoolse opvang voor kinderen van de basisschool] verder uit met een sterke regierol voor de lokale besturen en prioriteit voor de combinatie werk-gezin” en “Om de combinatie werk en gezin ook werkbaar te maken voor ouders met onregelmatige en flexibele arbeidstijden gaan we in overleg met de betrokken Vlaamse en federale ministers voor de nodige flexibilisering van het aanbod aan kinderopvang.” We vinden de beleidsaandacht voor dit thema ook terug in het recent gestarte VIONA-onderzoek ‘Kinderopvang en tewerkstelling in Vlaanderen: een mixed-method analyse’ (IDEA Consult i.s.m. HIVA).

Eveneens in het kader van de COVID-19 crisis en de aanbevelingen van de SERV voor de economische en maatschappelijke relance werd het belang van kinderopvang aangestipt als een essentiële dienst voor een veilige relance. Ook bij blijvende veranderingen in de organisatie van het werk in de nasleep van de COVID19 crisis, bijvoorbeeld met meer thuiswerk, zal kinderopvang belangrijk blijven.

De SERV bouwt dit advies op rond een geheel van vijf kernthema’s die gecombineerd de bestaande drempels richting arbeidsmarkt en opleiding door gebrek aan gepaste kinderopvang aanpakken. Een eerste thema speelt in op pistes om voldoende betaalbare plaatsen op maat van de noden van gezinnen te realiseren. In een tweede thema worden elementen aangereikt om de rol van de lokale besturen te

In dit advies stelt de SERV een kader voor dat het wegwerken van de verschillende drempels die gezinnen ervaren bij het (niet-) gebruik van kinderopvang moet faciliteren

-6-


verstevigen in hun regierol voor de kinderopvang. Het derde thema brengt een aantal ideeën aan over hoe andere actoren ouders extra kunnen ondersteunen bij de kinderopvang. Aanvullend daarop brengt het vierde thema een aantal aandachtspunten rond diversiteit en inclusief werken. Het vijfde en laatste thema speelt in op de werkbaarheid in en de leefbaarheid van de kinderopvang.

Kinderopvang moet het raderwerk van gezin, arbeidsmarkt en samenleving geruisloos laten draaien en vervult daarbij drie belangrijke en evenwaardige functies: pedagogisch, sociaal en economisch. Om werken en opleiding mogelijk te maken moeten gezinnen de zorg voor hun kinderen in elkaar puzzelen, met ondersteuning van kinderopvang, onderwijs, overheid en diverse actoren rond arbeidsmarkt en samenleving. Op die manier gaat er van de kinderopvang een hefboomwerking uit met een maatschappelijke, economische en budgettaire return.

-7-


Kinderopvang: de olie in het raderwerk van gezin, arbeidsmarkt en samenleving Kinderopvang is een cruciaal element voor ouders om hun zorglandschap te vervolledigen, om beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt en om andere taken op te nemen in de samenleving. Op die manier is de kinderopvang de olie in het raderwerk van gezin, arbeidsmarkt en samenleving. Een behoeftedekkend, betaalbaar, voldoende flexibel en kwaliteitsvol aanbod kinderopvang voor baby’s en peuters en buitenschoolse opvang voor schoolkinderen is daarmee een investering in de arbeidsmarkt, in de maatschappij én in mensen.

klok heeft (beschikbaarheid, openingsuren). Ouders moeten een haalbare route zoeken tussen al die delen van dat landschap. De zorg voor kinderen kan zowel informeel als formeel ingevuld worden. Kinderopvang is in dat opzicht deel van een flankerend beleid dat werken faciliteert en drempels naar werk wegwerkt. Kinderopvang is er echter ook niet enkel voor de strikte werktijd. Er zijn ook andere redenen waarvoor/waardoor ouders kinderopvang kunnen nodig hebben zoals opleiding, ziekte, zorg verlenen in een thuiscontext (mantelzorg) of huishoudelijke taken.

Door deze economisch en maatschappelijk belangrijke rol kan kinderopvang gezien worden als een gedeelde verantwoordelijkheid waarin verschillende actoren elk een eigen rol hebben: de ouders zelf en hun netwerk, de verschillende overheden, de kinderopvangsector en diverse actoren op het veld van arbeidsmarkt en samenleving.

Er kan echter niet altijd van uit gegaan worden dat er voldoende opvangmogelijkheden zijn binnen het eigen netwerk (grootouders, vrienden, buren …) waardoor formele opvang noodzakelijk is om taken en verantwoordelijkheden in de samenleving te kunnen opnemen. Onderzoek van Biegel, Neels en Van den Berg (2021) toont aan dat een grotere beschikbaarheid van formele kinderopvang de informele opvang niet zomaar verdringt, maar eerder zorgt voor een gecombineerde invulling van het zorglandschap via informele en formele oplossingen.

Kinderopvang als deel van het zorglandschap van gezinnen De kinderopvang, voor baby’s en peuters en voor schoolkinderen, is een belangrijk onderdeel in het zorglandschap van ouders in de zorg voor kinderen. Een ‘zorglandschap’ is hier te begrijpen als de verzameling van alle zorg die gezinnen op een dag, week of maand moeten organiseren via een net-

Gedeelde verantwoordelijkheid in het zorglandschap van de gezinnen De verantwoordelijkheid om de verbin-

werk van mensen, organisa­ties en voorzieningen waar zorg voor kinde­ren wordt verleend. Er komt heel wat denk- en planwerk bij kijken om de zorgpuzzel te leggen omdat elk deel van het netwerk een eigen plek en

ding tussen gezin, werk en kinderopvang te maken, ligt niet enkel bij de ouders. Ouders hebben vaak geen impact op de aangeboden jobs en tewerkstellingsmodaliteiten, de gevraagde flexibiliteit of de schooluren. Er is

-8-


een groeiende bewustwording nodig over de rol van andere actoren bij de afstemming van (de flexibiliteit op) de arbeidsmarkt, de schooluren, de aangeboden flexibiliteit in de kinderopvang en de uitdagingen van de ouders om werk en gezin te combineren.

op de arbeidsmarkt1. De sociale functie laat kinderopvang bijdragen aan een rechtvaardige samenleving en gelijke kansen van verschillende groepen op een kinderopvangplaats. Het zijn vaak kinderen die opgroeien in armoede en kwetsbare omstandigheden die het meest baat hebben bij een verbreding van het opvoedingsmilieu door middel van kwaliteitsvolle kinderopvang (Van Lancker, Wim & Michel Vandenbroeck, 2019). Ook voor de ouders vervult de kinderopvang een sociale functie door het creëren van kansen voor ontmoeting en deelname aan samenleving en arbeidsmarkt.

Het wegwerken van drempels richting de arbeidsmarkt die te maken hebben met de zorg van ouders voor hun kinderen valt evenwel niet te reduceren tot louter oplossingen binnen de kinderopvang en de opvangsector zelf. Het realiseren van een zorglandschap wordt daarmee een gedeelde verantwoordelijkheid en gezamenlijke inspanning waarin de ouders, hun netwerk, de formele kinderopvang, het onderwijs, de buitenschoolse activiteiten, de werkgevers, de opleiders, de (traject)begeleiders, de lokale én de centrale overheid elk een eigen rol hebben.

We moeten kinderopvang ook beschouwen als een eerste, én belangrijke, stap in een traject richting school en opleiding. Daarom moet er voldoende zorg besteed worden aan toegankelijke kinderopvang en aan de doorstroming naar kleuterschool en buitenschoolse opvang. Dat zorgt voor zekerheid voor de ouders en continuïteit voor de kinderen.

Sociale, pedagogische en economische functie: samen sterk Kinderopvang is een cruciaal element voor het algemeen welzijn van het kind, ouders en gezin en heeft een belangrijke en niet te onderschatten kracht op drie, evenwaardige assen: sociaal, pedagogisch en economisch. Deze drie functies moeten daarom samen vervuld worden. Ze kruisen elkaar immers voortdurend, spelen op elkaar in én versterken elkaar.

Hefboomwerking met maatschappelijke, economische en budgettaire return Er gaat van de kinderopvang én de middelen die erin geïnvesteerd worden een versterkende hefboomwerking uit met een grote maatschappelijke, economische en budgettaire return. Dit is te danken aan het samen vervullen van de economische, sociale en pedagogische functies van de kinderopvang. Deze return-effecten laten zich voelen op korte én langere termijn.

Met de pedagogische functie is kwaliteitsvolle kinderopvang een aanvulling op de gezinsopvoeding met langdurig positieve effecten voor de verdere ontwikkeling van kinderen. De economische functie van kinderopvang laat toe ouderlijke verantwoordelijkheden te combineren met betaalde

Op korte termijn vertalen bijkomende middelen voor de (voorschoolse) kinderop-

arbeid en draagt zo bij tot een hoge werkzaamheidsgraad en meer gendergelijkheid

1

vang (bv. toename van gesubsidieerde kinderopvangplaatsen) zich via een positieve

Bij een tekort aan kinderopvang zijn het vaak de moeders die hun arbeidsmogelijkheden beperkt zien. Zie: Michel Vandenbroeck, Karolien Lenaerts & Miroslav Beblavý (2018)

-9-


impact op de tewerkstellingsgraad van jonge ouders in hogere beschikbare gezinsinkomens, in een daling van de kinderarmoede, in dalende uitgaven voor sociale uitkeringen en in hogere inkomsten voor de belastingen en de sociale zekerheid (Hufkens, Figari, Vandelannoote & Verbist, 2019). Deze positieve effecten zijn nog sterker wanneer de uitbreidingen in de gesubsidieerde kinderopvang selectief gericht worden op gezinnen met een laag inkomen en/of een lage tewerkstellingsgraad op gezinsniveau.

effecten van beleidskeuzes zijn soms tegenstrijdig met wat op het eerste zicht verwacht wordt. Impactstudies en evaluaties van bestaand beleid bewijzen hun nut bij het maken van toekomstige beleidskeuzes. De overheidsinvesteringen in de kinderopvang nu zijn minder sociaal corrigerend dan men op het eerste zicht zou denken en worden gekenmerkt door een sterk Mattheuseffect. Proportioneel draagt de overheid per plaats wel meer bij voor gezinnen met een lager inkomen (gezien het inkomensgerelateerde tarief dat ouders betalen in de meeste voorzieningen). Onderzoek van Ghysels en Van Lancker (2009) toont echter dat, ondanks een hoog aantal plaatsen met inkomensgerelateerde tarieven, de overheidssubsidies voornamelijk toch naar de midden- en hogere inkomensgroepen gaan. Door het gecombineerde effect van een vraag naar plaatsen die het aanbod ruim overschrijdt (waardoor de nadruk ligt op de economische functie van kinderopvang) én een systeem van belastingvermindering voor uitgaven voor kinderopvang komen de middelen die de samenleving in de kinderopvang investeert vooral ten goede aan de werk-rijke en financieel sterkere gezinnen.

Verder zijn er ook terugverdieneffecten op lange termijn door de kwalitatieve voorschoolse voorzieningen door toekomstige minderuitgaven in uitkeringen, activerend arbeidsmarktbeleid, onderwijs en remediëring.

Extra opportuniteit voor sociaal beleid op Vlaams niveau De hefboomwerking die voortkomt uit de economische, sociale en pedagogische functie van de kinderopvang, biedt ook extra mogelijkheden voor het voeren van sociaal beleid binnen de contouren van de Vlaamse bevoegdheden. De (sociale)

- 10 -


Kinderopvang op maat van gezin, arbeidsmarkt en samenleving realiseren Een behoeftedekkend, betaalbaar, voldoende flexibel en kwaliteitsvol aanbod aan kinderopvang voor baby’s en peuters en aan buitenschoolse opvang voor schoolkinderen, als deel van dat zorglandschap voor kinderen, vertrekt vanuit de noden van gezinnen op basis van hun gezins- en sociaal-economische situatie. Deze noden leggen de basis voor wat er nodig is aan kinderopvang op het terrein. De kinderopvang ondersteunt daarmee onder andere een soepele werking van de arbeidsmarkt waarbij werk en opleiding niet belemmerd worden door gebrek aan gepaste opvang. Daaruit moet dan verder het gepaste reglementair, financieel en bestuurlijk kader afgeleid worden.

Het zal daarom niet volstaan om hier en daar in de marge wat aan te passen in het bestaande reglementaire kader. Toch pleit de SERV daarbij zeker niet voor revolutie: een evolutie met incrementele aanpassingen moet de nodige garanties voor continuïteit bieden. In een eerste fase en op korte termijn ziet de SERV mogelijkheden om binnen de bestaande regelgeving quick wins te realiseren om de opvang via uitbreidingen, maatwerk en netwerkvorming beter te laten aansluiten op de noden van gezinnen. Op langere termijn zal het evenwel nodig zijn om het opvanglandschap meer in de diepte aan te passen, zodat het beter aangepast is aan de wijzigende noden van de gezinnen, de arbeidsmarkt en samenleving, en aan de verwachtingen ten aanzien van werkenden en werkzoekenden.

Om die kinderopvang beter te laten aansluiten op de noden van de gezinnen is het noodzakelijk om in de diepte te gaan kijken naar zowel de vraag- als de aanbodszijde van de kinderopvang. Een betere afstemming, rekening houdend met het belang van de kinderen en hun ouders, de opvanginitiatieven en hun werknemers en de werking van de arbeidsmarkt, is een uitdaging waar men niet zomaar voorbij aan kan gaan. Het zorg- en opvanglandschap moet georganiseerd, gestructureerd en afgestemd worden zodat het maximaal tegemoet komt aan de noden van de gezinnen binnen een evoluerende sociaaleconomische en maatschappelijke context (omge-

Dit advies vertrekt van vijf uitgangspunten om een kinderopvangmodel op maat van de noden van ouders en een soepel werkende arbeidsmarkt en samenleving te realiseren: • Een robuust organisatiemodel met meer IKT plaatsen en meer maatwerk • Een cruciale rol voor de lokale besturen • Faciliterend denken en handelen van verschillende actoren • Extra inzetten op diversiteit • Een vitale en werkbare kinderopvangsector

ving). We moeten daar als SERV, in de kinderopvangsector zelf en op beleidsniveau met een open vizier naar durven kijken.

- 11 -


Een toereikend aantal betaalbare plaatsen Een arbeidsmarkt die aanstuurt op snelle inzetbaarheid na aanwerving en (in meer of mindere mate) flexibele arbeidsinzet heeft gevolgen voor gezinnen en voor de kinderopvang die de opvang moeten organiseren (cfr. Kinderopvang als deel van het zorglandschap van gezinnen). Een opleiding of een job starten of aanhouden lukt voor jonge ouders enkel wanneer er tegemoet gekomen wordt aan hun opvangnoden, binnen het eigen informele netwerk dan wel via de formele kanalen. Het hele zorglandschap voor het kind moet ingevuld zijn. Om daaraan tegemoet te komen, moeten er voldoende gepaste opvangplaatsen beschikbaar zijn.

Wie gebruikt er wel en geen (formele) kinderopvang en waarom ? 87% van de gezinnen gebruikt opvang voor kinderen tussen 3 maanden en 3 jaar: 58,2% combineert formele én informele opvang (de ‘combinatie’ groep), 18,4% gebruikt enkel formele opvang en 10,4% gebruikt enkel informele opvang. 13% van de gezinnen gebruikt geen externe opvang. Het gebruik van kinderopvang wordt voornamelijk gestuurd door de werksituatie van de ouders. De werksituatie van de moeder (of de alleenstaande ouder) is het meest doorslaggevend.

Vooruitplannen naar een evenwichtige balans tussen de economische en sociale functie

Er bestaat een sociale kloof in het gebruik van kinderopvang: een sterke samenhang tussen opvanggebruik en het netto beschikbare gezinsinkomen (hoger inkomen, hoger opvanggebruik).

De SERV ziet een belangrijke meerwaarde in een evenwichtige balans tussen een economische en sociale logica als het gaat over de beschikbaarheid en de spreiding van kinderopvangplaatsen. De kwantificering van de huidige noden op basis van recent onderzoek van Teppers e.a. (2019) en Van Lancker en Vandenbroeck (2019) toont aan dat er op dat vlak nog een lange weg af te leggen valt.

De kostprijs is voor 11,9% van de gezinnen zonder opvang één van de drie belangrijkste redenen om nu geen opvang te gebruiken. Hoe groot is de onvervulde behoefte aan kinderopvang ? Van de huidige niet-gebruikers van opvang (d.i. geen formele én informele opvang) geeft 24,5% aan een nood te hebben aan formele opvang.

Het voorziene uitbreidingsbeleid voor de kinderopvang in Vlaanderen voor de periode 2020-2024 zorgt voor het eerst met een meerjarenplanning voor een aantal interessante, positieve opties met voorafnames voor Antwerpen, Brussel en Gent (steden met grote noden op het vlak van kinderopvang en met een historische achterstand in

Op populatieniveau schat onderzoek voor Vlaanderen een onvervulde opvangbehoefte van 7.670 extra plaatsen (= ongeveer 14.831 kinderen die gemiddeld 2,6 dagen in de week nood hebben aan formele opvang).

het aanbod) en voor opportuniteiten voor de lokale besturen om de inplanting van nieuwe plaatsen gerichter te plannen op plaatsen waar de noden het grootst zijn. De SERV is

(Teppers e.a., 2019)

- 12 -


het idee van meerjarenplanning voor het uitbreidingsbeleid daarom zeker genegen.

beperkt sociaal kapitaal (wegens migratie). Kinderopvang is volgens het VDAB onderzoek ‘Elk talent telt’ (2019) het voornaamste struikelblok om vrouwen met een migratieachtergrond te werk te stellen.

De vormgeving van het uitbreidingsbeleid wordt evenwel sterk bepaald door budgettaire grenzen waardoor er vooralsnog onvoldoende balans ontstaat tussen het aantal nieuwe (2500) en omgeschakelde (462) plaatsen volgens inkomenstarief (IKT) en het aantal nieuwe plaatsen zonder inkomenstarief (4577). Bovendien worden er ondanks de geboden opportuniteiten op het vlak van langetermijnplanning weinig garanties geboden voor het realiseren van een voldoende spreiding in functie van de sociale dekkingsgraad op niveau van gemeenten of wijken (in het geval van steden).

De SERV benadrukt dat er binnen uitbreidingsbeleid een constante aandacht moet zijn voor de sociale functie van de opvang: toegankelijkheid voor iedereen, voor dringende opvangnoden, voor plaatsen (met begeleiding en voorrang) voor kwetsbare gezinnen en voor inclusieve opvang voor kinderen met een specifieke behoefte. De SERV stelt in dat kader voor om een percentage van de kinderopvangplaatsen in het uitbreidingsbeleid bij voorkeur aan te bieden als flexibele en occasionele plaatsen.

Opvangplaatsen die werken volgens het inkomenstarief zijn hét instrument voor wie werkt aan een laag inkomen, (her)intreders, werkzoekenden, inburgeraars en andere kwetsbare doelgroepen door lage scholing, beperkte financiële draagkracht en/ of migratieachtergrond. Het zijn deze plaatsen die het verschil maken als men werk wil maken van het wegwerken van drempels op en rond de arbeidsmarkt door de kinderopvang. Daarom moet voor het toekomstige opvangbeleid meer ruimte gecreëerd worden voor IKT plaatsen.

Geen plaats meer voor Mattheus in de kinderopvang Kinderopvang moet voor alle gezinnen even toegankelijk worden. Tegemoetkomen aan de opvangvraag van alle ouders, hoe onregelmatig of urgent de nood van de ouders ook is of wat hun financiële draagkracht ook is, moet een streefdoel zijn. Een voldoende beschikbaarheid van inkomensgerelateerde plaatsen is ook om deze reden belangrijk.

Een belangrijk aandachtspunt is de activering van vrouwen met een migratie-achtergrond, een expliciet aandachtspunt binnen het Vlaams Regeerakkoord 20192024, en daarbij horend de beschikbaarheid van opvangplaatsen op maat van hun noden. Vrouwen met een migratieachtergrond vormen een zeer kwetsbare groep, met talrijke structurele belemmeringen

Door het tekort aan betaalbare kinderopvangplaatsen (met wachttijden) is het in de praktijk gemakkelijker om een opvangplaats te vinden voor de gezinnen die (al) een stabiele tewerkstellingssituatie hebben. Zij zijn beter in staat zich tijdig in te schrijven op de wachtlijst voor de kinderopvang, kunnen de opvang tijdig plannen en komen zo in aanmerking voor de beschikbare plaatsen. Deze gezinnen met een stabiele tewerk-

gelinkt aan de verblijfstatuten, sociaaleconomische status, beperkte (Nederlandse) taalvaardigheid, kansarmoede, vooroordelen, racisme en discriminatie, te weinig opleiding, geen aangepast diploma en een

stelling hebben er uiteraard ook nood aan om snel zekerheid te hebben over de opvang om hun tewerkstelling te blijven verzekeren, maar door de beperkte beschikbaarheid van plaatsen blijven er onvoldoende

- 13 -


plaatsen beschikbaar voor de gezinnen die op korte termijn opvang nodig hebben voor (her)tewerkstelling of opleiding.

de opvang en vrije tijd van schoolkinderen. In dat verhaal zijn er verantwoordelijkheden voor de lokale besturen die lokaal de regie voeren over de kinderopvang (cfr. De doorslaggevende rol van de lokale besturen). Ook VDAB, opleiders, sociaal werkers of werkgevers kunnen hierin een rol spelen door pro-actief te informeren en/of mee naar oplossingen te zoeken (cfr Kleine aanpassingen in denken en handelen kunnen een wereld van verschil betekenen).

Ook de geografisch ongelijke spreiding van de kinderopvangplaatsen ligt mee aan de basis van het Mattheus-effect in de kinderopvang (cfr. Locatie: Nabij). Naast oplossingen in de kinderopvang zelf kan ook gekeken worden naar andere elementen in het gezinsbeleid om kwetsbare gezinnen te ondersteunen in de zorg voor hun kinderen. In het kader van het VESOC-akkoord ‘Alle Hens aan Dek’ zal de SERV nog pistes onderzoeken om sociale voordelen afhankelijk te maken van inkomen in plaats van statuut. Toegepast op het Groeipakket zal de SERV mogelijkheden bekijken voor een bijkomende toeslag voor de doelgroep van alleenstaande ouders en gezinnen met een laag inkomen.

Locatie : Nabij De inplanting van (nieuwe) kinderopvangplaatsen moet rekening houden met lokale sociale noden. Er is dus kort gezegd nood aan bijkomende inkomensgerelateerde opvangplaatsen, ook in de wijken waar er nog veel werkloosheid en inactiviteit is en waar veel kwetsbare groepen wonen. Een gepast aanbod moet gebiedsdekkend georganiseerd worden. Voor alle ouders moet er toegang kunnen zijn zodat de lokale arbeidsmarkt en werken in eigen streek ermee ondersteund worden. Dat wil evenwel niet zeggen dat het aanbod overal op dezelfde manier georganiseerd moet worden. De praktische organisatie kan verschillen over het grondgebied, aangepast aan de lokale vraag en aanbod. Zo zal er in steden en verstedelijkte gebieden anders gewerkt moeten of kunnen worden dan in landelijke gebieden. (cfr Een robuust organisatiemodel voor opvang op maat)

Opvang van kleuters en schoolkinderen Ook de doorstroming van kinderen van de voorschoolse opvang naar (kleuter)school, de afstemming van de schooluren op de hedendaagse werking van arbeidsmarkt en samenleving en daarbij aansluitend de werking van de buitenschoolse opvang verdient de nodige aandacht in dit verhaal. Het moet voor ouders mogelijk blijven om de opvangpuzzel te blijven leggen, o.a. via de initiatieven buitenschoolse opvang (IBO) en de Brede School. De opvangmogelijkheden bij avond- en weekendwerk, op woensdagnamiddagen en tijdens de schoolvakanties zijn daarbij belangrijke aandachtspunten.

Om lokaal en gebiedsdekkend een aanbod te creëren, moeten ook sociale factoren (zoals het fiscale inkomen of de kansarmoedecijfers) voldoende gewicht krijgen in de ver-

De concretisering en het uitvoering geven aan het decreet over de opvang en vrije tijd van schoolkinderen moet hier een degelijke invulling aan geven. De SERV verwijst hiervoor naar zijn eerdere advisering over

deling van de (uitbreidings)subsidies. Het is daarbij belangrijk dat er evidence-informed gewerkt wordt, met gedetailleerd cijfermateriaal op gemeentelijk en op wijkniveau. Dit materiaal moet rekening houden

- 14 -


met zowel sociale als economische argumenten en moet de basis vormen voor verdere besprekingen in de lokale overlegplatformen kinderopvang (LOK).

Er is de laatste decennia internationaal ruim onderzoek gevoerd naar de oorzaken van het ongelijke gebruik van kinderopvang door verschillende bevolkingsgroepen. Vroeger zocht men naar factoren eigen aan gezinnen (bijvoorbeeld verschillen in voorkeuren) om het ongelijke gebruik te verklaren. Vandaag is het onderzoek verder gevorderd en is duidelijk dat beleidsfactoren veel meer invloed hebben . Eén van de belangrijkste aspecten van dat gevoerde beleid, zo blijkt uit studies in zowat alle Europese landen, is de bereikbaarheid of – met andere woorden – de ongelijke geografische spreiding van de kinderopvangplaatsen. Voor kansengroepen is immers de nabijheid van groot belang: zij zijn minder mobiel en kunnen minder makkelijk gebruik maken van kinderopvang die veraf ligt. (Van Lancker, Vandenbroeck (2019)

De nu voorziene langetermijnplanning van de uitbreidingen voor de volledige legislatuur is daar alvast een belangrijke stap in. Door korte termijnplanning is men immers meer geneigd om bestaande locaties uit te breiden, eerder dan nieuwe voorzieningen in te planten. Dat kan er toe leiden dat er geen kinderopvang wordt gecreëerd op plaatsen waar er nog geen of weinig opvangmogelijkheden zijn.

Een sterk pleidooi voor meer maatwerk in de kinderopvang De SERV pleit voor (een begrensde vorm van) flexibiliteit in de kinderopvang met een kader dat meer maatwerk toelaat voor de gezinnen en de opvanginitiatieven waarbij de kinderopvang beter kan aansluiten op de vragen van de ouders en de arbeidsmarkt.

Van Lancker en Vandenbroeck maakten in 2019 een analyse van de verdeling van kinderopvangplaatsen over gemeenten in Vlaanderen, aangevuld met analyses op wijkniveau voor de (centrum)steden. Ze analyseerden gegevens tot 2017 en stelden een verband vast tussen het fiscaal inkomen en de dekkingsgraad: Inwoners van rijkere gemeenten hebben meer kinderopvangplaatsen in hun gemeente dan inwoners van armere gemeenten. Er is echter geen verband tussen het fiscaal inkomen en de sociale dekkingsgraad (dekkingsgraad van IKT plaatsen). Indien men vindt dat inkomensgerelateerde plaatsen overal gelijk verdeeld moeten zijn, dan is dit goed nieuws. Indien men vindt dat inkomensgerelateerde plaatsen

Met maatwerk wordt verwezen naar vlot(ter) aanpasbare opvangcontracten voor het regelen van flexibele en occasionele opvang door onregelmatige werkuren en werkweken, voor avond- en weekendwerk, voor schoolvakantieperiodes, voor korte opvangmomenten verspreid over de werkweek, voor werkweken met afwisselend veel en weinig nood aan opvang, voor seizoensgerelateerde arbeid, voor sporadische opvang, voor opvang die op zeer korte termijn moet kunnen starten zonder tijd voor een wenperiode, voor occasionele opvang in functie van sollicitaties of opleiding, voor complexe gezinssituaties en nieuw samen-

vooral nodig zijn waar de sociale noden het hoogst zijn, dan is dit geen goed nieuws.

gestelde gezinnen… Verschillende vormen van flexibiliteit of maatwerk kunnen nodig zijn op éénzelfde tijdstip of opeenvolgend in de tijd. Flexibele opvang kan ook een opstap zijn naar vastere opvangsequenties.

- 15 -


omgeving, routines en gezichten terugkomen, ook al is dat op onregelmatige tijdstippen tijdens de werkweek. Flexibele opvang is daarbij zeker geen vorm van babysit, maar een structurele en contractuele oplossing voor de opvang die gezinnen nodig hebben. Ook in de vaak grillige en discontinue trajecten van nieuwkomers en personen met een migratieachtergrond via inburgering, NT2 lessen, begeleidingstraject, CVO opleiding … is kinderopvang een stabiliserend element voor de kinderen wanneer ze telkens naar dezelfde opvangplaats kunnen én een krachtig instrument dat de ouders toelaat de opgestarte trajecten te voleinden.

Flexibele opvang is opvang met een onvoorspelbaar of onregelmatig verloop. Occasionele opvang is opvang voor een beperkte periode en/of op korte of zeer korte termijn, en is een specifieke vorm van flexibele opvang. Uit onderzoek van Raes e.a. (2020) en Teppers e.a. (2019) blijkt duidelijk dat verschillende groepen vaak geen permanente of regelmatige vraag naar opvang hebben maar dat er eerder noden zijn voor plotse afspraken, voor korte periodes of voor een wisselend aantal uren per week, bij voorkeur in de nabijheid van hun woonplaats. Bij een krapte aan kinderopvangplaatsen onder het IKT zijn het deze groepen die moeilijk toegang krijgen tot de opvang en daardoor kansen op de arbeidsmarkt kunnen verliezen.

Het blijft wel belangrijk dat de flexibilisering of het maatwerk geen afbreuk doen aan het welzijn van zowel de ‘zorg’ontvangers (de kinderen) als de ‘zorg’verleners (de kinderopvangbegeleiders), aan werkbaar werk voor de onthaalouders, kinderbegeleiders en opvanginitiatieven en aan de kwaliteit van het pedagogisch kader. Flexibele opvang aanbieden vraagt een bijkomende inspanning van de kinderopvanginitiatieven op het vlak van organisatie en administratie. Een correct kostendekkend subsidiërend kader, voor de bijkomende personele en administratieve inspanningen die de flexibelere opvang vraagt, is daarbij een minimale voorwaarde om de werkbaarheid en kwaliteit te behouden. Ook voor de gezinsopvang zijn daar zeker inspanningen nodig. (cfr. Vitale kinderopvangsector met werkbare en leefbare kinderopvanginitiatieven)

De flexibiliteit die ook vaak van ouders gevraagd wordt op het vlak van werkuren (vroeg – laat – kort – wisselende uurroosters – tewerkstelling op momenten waarop anderen vrij zijn, vaak in specifieke sectoren als zorg, toerisme en horeca …) en contracten (aaneensluitend – voor een korte periode – periode met onderbrekingen - …) vertaalt zich ook door in de opvangvragen van de ouders. Hetzelfde geldt voor de verwachtingen die er bestaan ten aanzien van werkzoekende ouders om een opleiding te volgen of te solliciteren. Toch wil dat niet zeggen dat kinderopvang zonder voorbehoud elke ontwikkeling in de arbeidsmarkt moet volgen. De evolutie naar meer onregelmatige contracten en flexibele uurroosters, vraagt ook een grotere flexibiliteit in de opmaak van opvangcontracten tussen ouders en opvan-

Een robuust organisatiemodel voor opvang op maat De organisatie van de kinderopvang zelf

ginitiatieven en een beleid rond respijtdagen dat daaraan tegemoet komt. In een onregelmatig werkrooster kan een flexibele opvangplaats ook een stabiliserende factor zijn voor de opgevangen kinderen als een vertrouwde

moet aangepast worden aan de gewijzigde noden op het vlak van kinderopvang door een flexibelere organisatie van de arbeidsmarkt enerzijds en het belang van snel beschikbare plaatsen

- 16 -


voor (her)intreders en wie in een traject naar werk of opleiding zit anderzijds.

Tegelijk betekent de aandacht voor meer maatwerk dat ook geografisch andere opties mogelijk zijn om de opvang op maat te organiseren. In steden en verstedelijkte gebieden met nood aan een groot volume korte en direct inzetbare kinderopvang kunnen, naar voorbeeld van de ACTIRIS crèches in Brussel bijvoorbeeld, aanvullend speciale opvanginitiatieven opgezet worden met uitsluitend of in hoofdzaak flexibele en occasionele plaatsen. De werkings- en pedagogische kaders kunnen dan aangepast worden aan de grotere doorstroom van kinderen. Voor meer landelijke regio’s waar die volumes veel kleiner zijn, is het interessanter om de flexibele en occasionele opvang te organiseren via het klassieke opvangcircuit, via uitbreidingen bij de bestaande voorzieningen en netwerkvorming bv. via een subsidie voor dit type flexibele plaatsen en/of de verlaging van de kind/begeleider ratio.

Het PACE-onderzoek2 over de organisatie van flexibiliteit in de kinderopvang toont aan dat het meest robuuste model om maatwerk met meer occasionele en flexibele opvang te organiseren, loopt via een netwerk van kinderdagverblijven (in groepsen/of gezinsopvang) die reguliere plaatsen combineren met occasionele en flexibele plaatsen. De netwerkvorming of samenwerking kan gecreëerd worden door de initiatieven zelf (feitelijke samenwerking) of kan in de praktijk gerealiseerd worden via de actief bemiddelende functie van het lokaal loket kinderopvang (cfr. De doorslaggevende rol van de lokale besturen). Door netwerkvorming en samenwerking worden de lasten van meer maatwerk (vroeg, laat, occasioneel, onregelmatig, weekend, administratief …) verspreid over meerdere initiatieven. De combinatie met reguliere, vaste opvang zorgt voor rust bij de kinderen in de flexibele opvang (kinderen leren routines van elkaar) en zorgt ervoor dat het pedagogisch kader van het initiatief niet te fel onder druk komt te staan. Maatwerk kan voor de opvanginitiatieven ook leiden tot extra inkomsten omdat rustige momenten van de reguliere opvang via occasionele opvang opgevuld worden.

Er is aandacht nodig voor het pedagogische kader. Onder de juiste voorwaarden (bv. lagere kind/begeleider ratio, pedagogische omkadering, ruimte voor teamwerk, administratief kader) kan dat goed blijven werken. Het leidt geen twijfel dat het leveren van meer maatwerk een inspanning vraagt van de opvanginitiatieven en de kinderbegeleiders, maar er zijn ook voordelen uit te halen mits er ruimte is voor onderlinge afstemming, reflectie en overleg.

Voor de ouders en kinderen zorgt deze manier van werken ervoor dat er een goede geografische spreiding is van de opvang die contracten op maat aanbiedt. Dit zorgt er ook voor dat gezinnen, wanneer ze doorstromen van een flexibeler opvang naar meer regelmatige opvang, binnen het-

De SERV is ervan overtuigd dat dit type opvang met netwerkvorming haalbaar en opschaalbaar is en aansluit bij wat er in Vlaanderen al bestaat aan reglementair en subsidiërend kader, de bestaande opvanginitiatieven en bij de lokale regie. Er kan evenwel niet ontkend worden dat er op al

zelfde opvanginitiatief kunnen blijven.

die vlakken ook aanpassingen nodig zijn om dit op grotere schaal uit te rollen.

2 Zie Raes, A., Piessens, A., Willockx, D. (2020), Flexibiliteit in de kinderopvang, Mechelen, Stad Mechelen. Bijlage 2 geeft een overzicht van verschillende mogelijke organisatiemodellen voor flexibele en occasionele opvang.

- 17 -


Met het oog op het wegwerken van drempels richting de arbeidsmarkt voor jonge ouders die nood hebben aan kinderopvang, heeft ACTIRIS in Brussel met de Maison d’Enfants eigen crèches voor het organiseren van dringende opvang.

betalen € 1/uur tot € 4,5 bij een aanwezigheid van meer dan 5 uur. • Voor een overgangsperiode van in principe maximaal 3 maanden, wanneer de werkzoekende ouder een nieuw tewerkstellingscontract tekent na een periode van werkloosheid. Dit geeft de ouder de tijd om een opvangoplossing te zoeken voor langere periode (andere crèche, peutertuin, kleuterschool …). Ouders betalen € 6 voor een volledige dag gedurende de eerste 6 weken (met korting voor halve dagen, eenoudergezinnen of grote gezinnen). Na 6 weken wordt het opvangtarief berekend volgens het barema van de ONE in functie van het inkomen van de ouders.

Het Maison d’Enfants onthaalt kinderen jonger dan 3 jaar van werkzoekenden die gedomicilieerd zijn in Brussel en die een geldige inschrijving hebben bij ACTIRIS. De ouders zijn vrij om al dan niet van het aanbod gebruikt te maken. De opvang kan op verschillende manieren gebeuren: • Op een bepaald moment in de tijd, voor activiteiten die gelinkt zijn aan het zoeken naar werk van de betrokken ouder (onderhoud met een werkgever, onderhoud bij ACTIRIS, selectietest …) voor enkele uren per dag tot enkele dagen per maand. Ouders

In 1992 werd gestart met een opvanglocatie met een capaciteit van 35 plaatsen, in 2020 is dat aangegroeid tot 4 sites met 170 opvangplaatsen in totaal en 105 bijkomende plaatsen verdeeld over 14 partner-crèches.

Aandacht voor een transparant prijsbeleid en lage tarieven om opleiding en (her)intrede te faciliteren

De lokale besturen zijn en blijven in dit verhaal een belangrijke partner: om netwerk te vormen, op regionaal niveau te denken en via de werking van het lokaal loket kinderopvang of een regionaal overleg kinderopvang (cfr. De doorslaggevende rol van de lokale besturen).

De prijs van de kinderopvang voor gezinnen vraagt onze bijzondere aandacht. De SERV ziet naast de ontoereikende beschikbaarheid van IKT plaatsen toch ook drempels voor ouders in het gebruik van kinderopvang in de huidige IKT tariefstructuur en in de fiscale aftrekbaarheid van kinderopvangkosten. Meerdere, complementaire oplossingen dienen zich aan.

De combinatie van de netwerken van kinderopvanginitiatieven met een goed uitgebouwd lokaal loket kinderopvang dat outreachend werkt en een bemiddelende rol opneemt (‘brokerage’) op last van het lokaal bestuur via de lokale regie kinderopvang is onmisbaar en een win voor ouders en opvanginitiatieven. (cfr. Outreachend werken en actief bemiddelen)

Een toereikend aantal inkomensgerelateerde plaatsen moet gerealiseerd worden in een doordacht uitbreidings- en inplanningsbeleid. In het bijzonder voor de gezinnen met

- 18 -


lage inkomens (die vaak ook zelf weinig vrijheid hebben over hun arbeidsuren en de flexibele contracten waarmee ze tewerkgesteld worden) is de beschikbaarheid van IKT plaatsen, die bovendien ook de nodige flexibiliteit bieden, doorslaggevend. Doorheen dit advies reiken we hiervoor belangrijke handvaten aan. De kostprijs van de kinderopvang voor de ouders mag er niet voor zorgen dat werken onaantrekkelijk is of wordt, ook niet voor wie werkt aan een laag loon.

vermindering van de dagprijs in plaats van nadien via de fiscaliteit of via het Groeipakket). De SERV stuurt daarvoor aan op een diepgaand overleg met opvanginitiatieven, gezinnen en overheid (waaronder Kind&Gezin) om zonder taboes na te denken over een alternatieve inzet van de fiscale aftrek voor kinderopvang die direct ten goede komt aan de gezinnen (met èn zonder IKT-plaats) en aan de opvanginitiatieven. In dit kader vindt de SERV het ook belangrijk om zicht te krijgen op de impact van de kinderopvangtoeslag (als deel van het Groeipakket) als instrument om de participatie aan en de betaalbaarheid van de (niet-inkomensgerelateerde) kinderopvang te vergroten. Een dergelijke impactanalyse moet toelaten deze toeslag, eveneens zonder taboes, te evalueren vanuit efficiëntie- en effectiviteitsperspectief. De beknopte evaluatie die nu is opgenomen in het evaluatierapport over de eerste anderhalf jaar werking van het Groeipakket, volstaat in dit opzicht niet.

Maar ook in de IKT plaatsen zelf zitten onbedoelde drempels voor participatie aan de kinderopvang. In de huidige tariefstructuur is het voor ouders niet meteen transparant hoeveel de opvang hen kost of zal kosten. Ook het periodiek vernieuwen van de inkomensattesten, de mogelijkheden die er zijn om een individuele aanpassing van het tarief te vragen (bv via het OCMW), het gevoerde beleid rond respijtdagen en het ‘bestellen is betalen’-principe zijn voorbeelden van drempels. De gezinnen, in het bijzonder uit de kwetsbare groepen, kunnen hierbij best wat bijkomende, pro-actief aangeboden informatie en ondersteuning gebruiken (cfr. Outreachend werken en actief bemiddelen en Pro-actief informeren). Er kan ook gewerkt worden aan het verlagen van de druk van kinderopvangkosten op het beschikbare gezinsinkomen, in het bijzonder voor de gezinnen met lage inkomens. Door te werken met opvangcontracten op maat die beter zijn afgestemd op de echte noden van gezinnen (cfr. Een sterk pleidooi voor meer maatwerk in de kinderopvang) kunnen onzekerheden opgevangen worden over het betalen voor opvang die niet (permanent) nodig is.

Als laatste moet er met open vizier nagedacht kunnen worden over specifieke maatregelen of tariefstructuren om de toegang tot de arbeidsmarkt te bevorderen. Voorbeelden hiervan kunnen zijn: speciale tarieven voor korte opvangmomenten bij sollicitaties voor gezinnen met lage inkomens, tijdelijk lagere tarieven bij (her)intrede op de arbeidsmarkt of het volgen van een opleiding (cfr. Maison d’enfants van ACTIRIS, met lage tarieven voor een beperkte periode), een aangepast beleid rond respijtdagen voor de opvangcontracten op maat. Dergelijke gerichte keuzes kunnen gezinnen bijkomend ondersteunen in hun opvangvraag en de toe-

Er kan ook gewerkt worden aan een prijs die een gezin op het einde van de maand betaalt voor de opvang die meteen ook de effectieve eindfactuur is (met een directe

gang tot de arbeidsmarkt faciliteren. Voor de opvanginitiatieven betekent dit dat zij de nodige subsidies/compensaties moeten ontvangen om deze vorm van werken op maat en flexibiliteit aan te bieden via IKT.

- 19 -


De doorslaggevende rol van de lokale besturen De SERV ziet de lokale besturen als een belangrijke partner in het opvangverhaal. Zij staan lokaal op de eerste lijn om de opvangnoden te detecteren en om lokaal het opvangaanbod te coördineren en eventueel te versterken. De lokale besturen lijken ook de beste partij te zijn om een (outreachende) bemiddelingsfunctie te vervullen via het lokaal overleg én loket kinderopvang.

tekenen van sociaal werkers, begeleiders of organisaties die in de gemeente werken met kwetsbare groepen, door vraag en aanbod samen te brengen, door netwerkvorming, door kennis te nemen van goede en innovatieve praktijken… Het is een proces van voortdurend leren en bijsturen. Het volstaat dan ook niet om eenmalig een omgevingsanalyse te maken. Een periodieke of permanente monitoring is eveneens nodig.

Lokale besturen en lokale expertise

De kennis over vraag en aanbod wordt best ook aangevuld met een brede kennis over de financieringsmogelijkheden voor bijkomende plaatsen en over goede praktijken om op maat van gezinnen of ondernemingen te werken, om vrije opvangplaatsen in de gemeente te detecteren , om opvanginitiatieven te ondersteunen bij het optimaliseren van de bezettingsgraad … Al deze expertise is nodig om de rol van lokaal regisseur inzake kinderopvang ten volle te benutten.

De lokale besturen en/of de lokale adviseur inzake kinderopvang moeten de nodige expertise hebben of opbouwen om een rol als lokaal regisseur ten volle te kunnen vervullen, op het vlak van vraag én aanbod van opvang, zowel voor baby’s en peuters als voor kinderen in de kleuterschool of op schoolplichtige leeftijd. De nodige expertise komt niet alleen uit centrale databanken, maar vraagt ook innovatief denken en netwerkvorming door de lokale adviseurs kinderopvang. De lokale adviseurs kinderopvang moeten échte experten (kunnen) zijn.

Er is daarbij ook aandacht nodig voor de dubbele rol – regisseur en actor – die het lokaal bestuur op het vlak van kinderopvang heeft. Dit kan leiden tot situaties waarin de lokale besturen tegelijk rechter en partij zijn en onvoldoende objectief kunnen oordelen en het noodzakelijke gelijke speelveld verstoren, bijvoorbeeld doordat de behoefte aan bijkomend aanbod in conflict komt met het criterium van complementariteit en supplementariteit t.o.v. het bestaande lokale aanbod (en bv. een probleem van mogelijke concurrentie) (cfr Lokaal leemtes invullen). In het kader van een rolscheiding voor lokale besturen vindt de SERV daarbij een

Gegevens die centraal beschikbaar worden gesteld met indicaties rond mogelijke opvangnoden moeten informatie geven op niveau van gemeenten én wijken. Het is noodzakelijk dat de centrale overheid daarop blijft inzetten met actuele gegevens. Een voortdurend streven naar meer verfijning en uitbreiding van de beschikbare data is noodzakelijk. Wat niet te capteren is uit centrale databanken moeten de lokale besturen zelf actief verzamelen via bevragingen bij ouders, door lokale actoren uit de sector kinderopvang samen te brengen, door signalen op te

participatief regiemodel op basis van corporate governance-principes interessant3.

3 Zie bv. https://www.sarwgg.be/sarwgg/publicatie/advies-conceptnota-buitenschoolse-kinderopvang

- 20 -


Een fysiek toegankelijk lokaal loket kinderopvang voor iedereen

opvang te regelen op een voor hen (financieel en praktisch) haalbare manier. Daar hoort bijvoorbeeld transparante informatie bij over verlaagde tarieven en kortingen, fiscale voordelen, tussenkomsten door het ziekenfonds of VDAB…

Het lokaal loket kinderopvang moet in Vlaanderen gebiedsdekkend en in fysieke vorm georganiseerd zijn. Daar moet verder aan gewerkt worden.

Het lokaal loket kinderopvang moet het outreachend werk ook aanvullen met een actieve bemiddelingsfunctie. Lokale of regionale netwerkvorming heeft in deze ook een meerwaarde (cfr. Een robuust organisatiemodel voor opvang op maat). De lokale adviseur of consulent heeft een goed overzicht over het aanbod en gaat zelf op zoek naar vrije plaatsen. Omgekeerd is het lokaal loket ook een verzamelplaats waar de aanbieders vrije plaatsen signaleren. Het is belangrijk dat de bemiddelaar fysiek bereikbaar is en dat er een grondige kennis is van het lokale

Een louter digitaal loket volstaat niet om voor iedereen in een gepaste dienstverlening te voorzien (cfr. Volledige dienstverleningsmix). Een fysieke toegankelijkheid is nodig als men de meeste kwetsbare groepen wil bereiken en helpen. Het lokaal loket maakt ook de brug tussen de kinderopvang, werkgevers, arbeidsbemiddeling, integratie en inburgering, OCMW’s … zodat ze met elkaar spreken en actief samenwerken en kansen creëren voor outreachend werken.

Outreachend werken en actief bemiddelen

Ouders, sociaal werkers en trajectbegeleiders kunnen met hun opvangvragen terecht bij het lokaal loket kinderopvang. Aanbieders van kinderopvang laten aan datzelfde loket weten welke beschikbaarheid ze hebben, hoe klein die ook is (bv iedere maandag of op woensdagnamiddag een plaats die open staat, een plaats die door een vakantie voor de komende drie weken beschikbaar is). Het lokaal loket brengt beide partijen samen waardoor er een win-win situatie kan ontstaan. De ouders moeten geen belronde organiseren langs de verschillende initiatieven om na te gaan waar er vrije plaatsen zijn, de opvanginitiatieven moeten niet zelf deze vragen beantwoorden en moeten zelf niet op zoek gaan naar de gezinnen die de vrijstaande plaatsen kunnen opvullen. Het occasioneel of flexibel invullen van de vrijstaande plaatsen kan ook de financiële leefbaarheid van bepaalde initiatieven verbeteren.

Outreachend werken op het terrein en nabij de gezinnen is cruciaal. Zeker voor kwetsbare groepen moeten oplossingen en aanbod inzake kinderopvang naar hen toe gebracht worden. De consulenten en begeleiders (bv via OCMW, Huizen van het kind, de consultatiebureaus van Kind & Gezin, VDAB) moeten als taak hebben/krijgen te polsen naar opvangnoden en daarover verder te informeren/verwijzen naar de juiste gemeentelijke of lokale kanalen. Op die manier ondersteunen de lokale regie en het lokaal loket kinderopvang mee de opvang op maat van de gezinnen. Het outreachend werken moet daarbij kunnen verlopen via een neutraal loket. De gezinnen moeten alle nodige informatie aangereikt krijgen. Dat is meer dan het in handen stoppen van een dik pakket informatie. Het vereist het actief bevragen van noden van ouders en het op maat aanreiken van informatie en oplossingen om de

- 21 -


opvanglandschap en de kansen die geboden kunnen worden via o.a. werkgevers, opleiders, arbeidsbemiddeling en sociaal werk.

kunnen tegemoetkomen aan een specifieke behoefte (bv voor inburgeringstrajecten, dringende of inclusieve opvang), kunnen door de lokale besturen ondersteund worden door subsidies, structureel of tijdelijk tot de plaatsen opgenomen kunnen worden in het reguliere uitbreidingsbeleid. De OKIDO’s in Antwerpen4 zijn daar een voorbeeld van. Ze ontvangen geen subsidies van Kind&Gezin, maar wel van de Stad Antwerpen.

Het lokaal loket kinderopvang kan ook nog actiever ingevuld worden wanneer het extra instrumenten in handen krijgt om actief te werken aan de sociale functie van kinderopvang. Voorbeelden daarvan zijn het actief zoeken naar occasionele of flexibele plaatsen voor cliënten van het OCMW in een begeleidingstraject of het (tijdelijk) mee financieren van een plaats in de zelfstandige kinderopvang zonder IKT voor een kwetsbaar gezin wanneer er geen IKT plaatsen meer beschikbaar zijn.

Er kan door de lokale besturen ook nagedacht worden hoe ze stimulerend of sturend kunnen optreden voor nieuw aanbod in de kinderopvang, bijvoorbeeld voor plaatsen of wijken waar er nu nog een onvoldoende aanbod is en die onaantrekkelijk zijn voor potentiële organisatoren van kinderopvang. Naar analogie met het vroegere IMPULSEO voor de huisartsenpraktijken kunnen de lokale besturen renteloze leningen of subsidies voor administratieve ondersteuning aanbieden. Het blijft hier belangrijk dat het gekozen ondersteuningsinstrumentarium oplossingsgericht werkt voor het sturen van nieuw aanbod in de kinderopvang, niet marktverstorend is en ook een gelijk speelveld voor alle aanbieders blijft garanderen.

Lokaal leemtes invullen Eigen opvanginitiatieven of (bijkomende) subsidiëring van initiatieven met lokale middelen zijn een krachtig instrument om als lokaal bestuur actief een beleid te voeren om aan specifieke lokale noden (of tekorten) tegemoet te komen. Er dient daarbij wel rekening gehouden te worden met de dubbele rol van de lokale besturen als regisseur en actor op het vlak van kinderopvang en het behoud van een gelijk speelveld (cfr. Lokale besturen en lokale expertise).

Een andere mogelijkheid om lokaal vraag en aanbod naar opvang beter te verbinden is door optimaal gebruik te maken van het lokaal loket kinderopvang en een bemiddelende functie op te nemen (cfr. Outreachend werken en actief bemiddelen).

Op het terrein zijn al mooie voorbeelden te vinden van innovatief denken om specifieke tekorten in de opvang te verhelpen. Kinderopvanginitiatieven die niet terecht kunnen bij het Agentschap Opgroeien voor bijkomende plaatsen ondanks prangende lokale noden of voor plaatsen die

4 De stad Antwerpen zorgt voor de financiering van een deel van de OKIDO-kinderdagverblijven. OKiDO’s zijn kinderdagverblijven die zich richten op de meest sociaal kwetsbare gezinnen. Zij bieden laagdrempelige, buurtgerichte opvang aan en werken niet met een wachtlijst. Zij zorgen ervoor dat ouders snel kunnen opstarten dankzij hun occasionele werking. OKiDO-kinderdagverblijven zijn bovendien ook sociale tewerkstellingsorganisaties. De stad Antwerpen voorziet voor deze groep kinderdagverblijven een budget van ongeveer € 1.500.000. Deze toelage is tijdelijk, in afwachting van overname door de Vlaamse overheid. https://www.antwerpen.be/info/6006fa2e2d8753a00b75d624/betaalbare-kinderopvang en https://www.antwerpen.be/info/5786080015fb6d646a16e227/ dringend-tijdelijke-opvang-nodig

- 22 -


Erkenning door de centrale overheid

in staat moeten zijn om medewerkers met dit doel in te zetten, om het overleg en het aanbod inzake kinderopvang te sturen, en om eventueel bijkomend aanbod te genereren of ondersteunen in eigen beheer.

De lokale regie en expertise op het vlak van kinderopvang verdient de nodige ondersteuning door de centrale overheid, samen met een daaraan gekoppelde gepaste financiering. Dat houdt in dat de lokale besturen

Kleine aanpassingen in denken en handelen kunnen een wereld van verschil betekenen Pro-actief informeren

Het is voor de SERV inspirerend als de opleiders, trajectbegeleiders, consulenten, sociaal werkers en ook de werkgevers zich meer bewust worden van de faciliterende rol die ze kunnen spelen en meestappen in het verhaal dat ze, ieder op hun eigen manier, kunnen bijdragen aan het oplossen van de zorgpuzzel van de ouders. Dat zij daar zelf ook een voordeel kunnen uithalen kan alleen maar motiverend werken om deze inspanning te leveren. Een werknemer of wie in opleiding is, is meer gemotiveerd en ervaart minder stress als die zich geen zorgen moet maken over de opvang van de kinderen. Onvoorziene afwezigheden door opvangproblemen en het volhouden van opleidings- of tewerkstellingstrajecten varen er wel bij. Deze voordelen kunnen een stimulans zijn om een gezin bij te staan en te ontlasten in de zoektocht naar adequate oplossingen voor de zorgnoden waarmee ze geconfronteerd worden.

Het pro-actief informeren van gezinnen over opvangmogelijkheden, kostprijs, procedures enz. via een outreachende houding levert een grote meerwaarde op. Het lokaal loket kinderopvang heeft daarin een belangrijke taak, maar er kan ook actief in begeleiding-, intake- of sollicitatiegesprekken mee aan de slag worden gegaan.

Deze actoren kunnen in veel gevallen ook zelf bijkomende ondersteuning of informatie over mogelijkheden of oplossingen inzake (flexibele) kinderopvang gebruiken. De consulenten van het lokaal loket kinderopvang spelen hierin een bepalende rol.

Niet iedereen is immers voldoende op de hoogte van gepaste en betaalbare opvangmogelijkheden in de eigen buurt, in de buurt van de werkplaats of het opleidingscentrum. Ook onwetendheid over de bestaande mogelijkheden voor dringende of occasionele opvang, de kost van opvang en de mogelijkheden om kortingen te krijgen op de dagprijs, misvattingen over inschrijvingen en wachtlijsten, de werking van de kinderopvang of de perceptie dat men niet welkom is in de kinderopvang (sociaaleconomische gradiënt) kunnen drempels opleveren voor het gebruik van kinderopvang, maar ook voor deelname aan opleiding of arbeidsmarkt. Het pro-actief informeren over kinderopvangoplossingen kan

Ook kleine aanpassingen en inspanningen van, trajectbegeleiders, opleiders en werkgevers in hun eigen werking kunnen voor ouders een wereld van verschil betekenen.

ondersteund worden door het Agentschap Opgroeien via inclusieve informatie en communicatie voor zowel gezinnen als begeleiders en werkgevers. (cfr. Diversiteit als troef)

- 23 -


Het is hierbij belangrijk dat de gezinnen, de werknemers of de werkzoekenden altijd zelf de vrije keuze houden om al dan niet in te gaan op de verstrekte informatie en op een eventueel concrete opvangoplossing.

Een eerste opstap kan gebeuren naar aanleiding van vakantieperiodes die bij gezinnen met schoolgaande kinderen een periode zijn met extra puzzelwerk om de opvang voor de kinderen te regelen. Er zijn faciliterende initiatieven mogelijk door vakantieopvang aan te bieden via een externe aanbieder.

Meezoeken naar oplossingen Trajectbegeleiders, opleiders, sociaal werkers en ook werkgevers kunnen de gezinnen ook ondersteunen door ook zelf oplossingen aan te reiken of mee te gaan zoeken naar oplossingen5.

Opleidingscentra kunnen opvangmogelijkheden creëren op of rond de eigen locatie. De crèches die ACTIRIS (mee) heeft opgericht, de Maison d’enfants, specifiek voor werkzoekenden en werkzoekenden in opleiding zijn een inspirerend voorbeeld van een opvangconcept, al dan niet in samenwerking met reguliere opvanginitiatieven.

Een eerste mogelijkheid is om de gewoontes in de organisatie tegen het licht te houden. Moeten de opleidingsuren/afspraakuren/shifts echt lopen zoals ze nu lopen ? Of kan er mee geschoven worden zodat ze beter aansluiten bij de schooluren of opvang ? Bestaan er mogelijkheden om cursusuren en -dagen beter af te stemmen op de frequent beschikbare opvanguren en -dagen nabij de opleidingssite (bv. beschikbaarheid door deeltijds werk of ouderschapsverlof van andere ouders)?

Voor de buitenschoolse opvang bestaan er mogelijkheden om opvang te organiseren in de onderneming, in samenspraak met bestaande organisatoren. Een voorbeeld daarvan is Infano (https://www. infano.be), maar er zijn ook voorbeelden van burgercollectieven, waarbij werknemers mekaars kinderen opvangen en waarbij de werkgever instaat voor opvang ruimte, beurtrolsysteem, verzekering …

Een tweede mogelijkheid bestaat er in om extra kinderopvangplaatsen te financieren of te organiseren. De SERV ziet het als een positief signaal dat begeleiders, opleiders en werkgevers hier meer aandacht voor krijgen. Het ontzorgt de gezinnen praktisch en werkt motiverend voor het volgen van een opleiding of het starten van een job. Het kan ook een troef zijn voor werkgevers die moeite hebben om personeel te vinden. Een samenwerking hierrond van de begeleidende organisatie, de opleidingsinstelling of de werkgever met het lokaal loket kinderopvang biedt zeker een meerwaarde.

Werkgevers kunnen een fiscaal voordeel ontvangen voor hun uitgaven voor kinderopvang. Dat kan tot € 8.400 per plaats per jaar (voor baby’s en peuters, niet voor buitenschoolse – of vakantieopvang) op voorwaarde dat het gaat over nieuwe plaatsen en dat het ouders dichter bij werk brengt of aan het werk helpt (artikel 104 van de Programmawet van 8 april 2003).

5 In het PACE-project werden hiervoor een aantal concrete tips en checklists samengebracht. Zie bv. https://www. mechelen.be/top-tips-for-businesses, https://www.mechelen.be/top-tips-for-employment-services, https://www. mechelen.be/top-tips-for-trainingproviders en https://www.mechelen.be/top-tips-for-childcareproviders

- 24 -


Het is hier belangrijk dat er steeds voldoende afstand behouden blijft tussen de bemiddelaar, opleider of werkgever en het opvanginitiatief. Het is de bedoeling dat de bemiddelaar, opleider of werkgever een louter faciliterende functie heeft en zich niet kan mengen in privé-aangelegenheden van de werknemers en/of de kinderopvang als drukkingsmiddel kan gebruiken. (bv. rond het opnemen van opvangdagen wanneer de werknemer een vrije dag heeft, de kinderopvang onder druk zetten om een ziek kind op te vangen zodat de werknemers toch kan komen werken/leren …)

Een derde mogelijkheid is de betaling of terugbetaling van de kosten voor kinderopvang door VDAB, OCMW of de werkgever. Zowel voor de reguliere opvang als voor specifieke vakantieopvang zijn hier mogelijkheden, al dan niet specifiek gericht op kwetsbare groepen en/of lage lonen. De bestaande VDAB-regeling voor de terugbetaling van kinderopvangkosten is een voorbeeld van een dergelijke regeling. Het blijft de verantwoordelijkheid van de ouders zelf om een opvangplaats te regelen, maar voor werkzoekenden in een erkende opleiding worden de kosten voor de opvang vergoed.

Diversiteit als troef Er moet meer aandacht gaan naar een goede toeleiding naar de (passende) opvang en de communicatie over de mogelijkheden op maat van de verschillende (kwetsbare) doelgroepen. Het louter bijcreëren van kinderopvangplaatsen komt niet noodzakelijk ten goede aan de groep met de grootste of moeilijkst invulbare nood. Dit geldt zowel voor baby’s en peuters in de voorschoolse opvang als voor peuters en schoolkinderen in de buitenschoolse opvang.

voldoende geïnformeerd zijn of de weg vinden naar de kinderopvang. Een versterkte aandacht en inzet is hier nodig.

Actief, divers en inclusief communiceren Er wordt vastgesteld dat niet iedereen de weg vindt naar het bestaande aanbod, dat er een onvervulde opvangvraag is, dat men onvoldoende geïnformeerd is over de inschrijvingsprocedure, aanmelding, voorwaarden, kostprijs, mogelijke kortingen, mogelijke flexibiliteit …

De kwetsbare groepen worden geconfronteerd met diverse drempels. Naast algemene talige of financiële drempels zijn er ook daar moeilijkheden om verder in de tijd te plannen door onzekere gezins- of werksituaties en digitale drempels (geen PC of smartphone, geen toegang tot internet, onvoldoende digitale vaardigheden). Wat Kind&Gezin in deze zin al aanbiedt6, legt alvast een goede basis en benoemt cor-

Via het lokaal loket kinderopvang, maar bijvoorbeeld ook via consulenten of begeleiders, kan hieraan gewerkt worden, actief en outreachend en met communicatiemateriaal dat afgestemd is op de doelgroep die men wil bereiken. Deze communicatie verschilt van een algemene informatiecampagne. Wie bijvoorbeeld op zoek is naar een

rect de werkpunten van de kinderopvanginitiatieven. Toch moet op het terrein vastgesteld worden dat niet alle gezinnen

opvang voor een korte periode (bv om een opleiding te kunnen volgen), heeft andere informatie nodig dan wie voor lange tijd een

6 Zie bv. https://www.kindengezin.be/kinderopvang/sector-babys-en-peuters/diversiteit-en-toegankelijkheid/

- 25 -


voltijdse plaats zoekt, of wie het Nederlands of digitale vaardigheden minder beheerst.

en schriftelijke communicatie in eenvoudig Nederlands of anderstalige informatie. Het gaat eerder over een gevoeligheid voor socio-culturele verschillen over (onwetendheid over) de gehanteerde waarden en normen in de opvang, over de perceptie of het kind al dan niet past in het opvanginitiatief (sociaaleconomische gradiënt), over (culturele) verschillen in de opvatting over de omgang en opvoeding van kinderen, over (religieuze en andere) voedingsvoorschriften, enz.

De aanzet tot een gediversifieerde communicatie kan een centrale start krijgen, bv vanuit het agentschap Opgroeien. De informatie kan daarna op lokaal niveau of voor de arbeidsbemiddeling, een onderneming, een OCMW … verder aangepast en verfijnd worden.

Volledige dienstverleningsmix

Dit vergt inspanningen van beleidsmakers en in de initiële opleiding van de kinderbegeleiders maar ook van de kinderopvanginitiatieven zelf. Alleen op die manier kan men ten volle de kracht en meerwaarde van diversiteit benutten, door de brug te slaan naar ouders uit kansengroepen, door met een andere bril naar problemen te kijken, enz. Er kunnen ook kansen gehaald worden uit initiatieven die vrouwen met een migratie-achtergrond toeleiden naar het beroep van kinderopvangbegeleider.

Digitale communicatie en instrumenten zijn belangrijk maar onvoldoende. Er is nood aan een volledige dienstverleningsmix, met een gecoördineerd e-inclusief kader via het Click-Call-Face-Home principe om alle gezinnen te bereiken. In het kader van een volledige dienstverleningsmix volstaat het niet om informatie enkel aan te bieden via websites, on-line diensten en/of sociale media. Zeker voor kwetsbare groepen is mondelinge informatie, ondersteund met toegankelijke informatie op papier zeer belangrijk. Die informatie laat hen toe om thuis de informatie rustig te herbekijken, vragen te formuleren en/ of erover in gesprek te gaan met anderen.

De SERV ziet een aantal pistes voor verbetering via het versterken van (basis)vaardigheden van het personeel rond interculturaliteit en diversiteit (omgaan met taal- of opvoedingsverschillen, communicatie met ouders, aanbieden van alternatieve voeding, omgaan met diversiteit onder opvangkinderen én opvangpersoneel…) zowel in initiële opleidingen als in bijscholingen, meer inzetten op een divers personeelsbestand in de kinderopvang zelf, het in de kijker zetten van rolmodellen en positieve verhalen en openheid van de kinderopvang naar de buurt waarin er gewerkt wordt.

Vertrouwen versterken in de (formele) kinderopvang Onderzoek brengt bijkomende drempels onder de aandacht die de toegang tot kinderopvang kunnen belemmeren. Dat gaat verder dan louter talige obstakels waarbij er eenvoudigweg nood is aan mondelinge

- 26 -


Vitale kinderopvangsector met werkbare en leefbare kinderopvanginitiatieven Betere waardering voor bijkomende inspanningen én kwaliteit

Rekening houdend met het maatschappelijk en economisch belang van de voldoende kinderopvang en kinderopvang op maat, heeft de Vlaamse overheid een verantwoordelijkheid te nemen in het garanderen van de goede en kwalitatieve werking van de kinderopvangsector.

Met het oog op een duurzame werking van de sector kinderopvang benadrukt de SERV het belang van meer aandacht voor professionalisering en kostendekkende subsidies voor de bijkomende personele en administratieve kosten die verbonden zijn aan meer maatwerk in de kinderopvang. Dat moet de kinderopvanginitiatieven toelaten om ook op meer atypische openingsmomenten een goede professionele omkadering te blijven voorzien, de kwaliteit van de opvang te handhaven en de administratieve inspanningen te leveren in functie van meer maatwerk. Beter afgestemde subsidiëring vergroot ook de aantrekkingskracht van de sector voor potentiële ondernemers en versterkt ook de duurzaamheid van de gestarte opvanginitiatieven.

Het beroep van begeleider in de kinderopvang staat in 2021 op de knelpuntberoepenlijst van VDAB aangevinkt als een functie waar zich zowel kwantitatief (er is een te beperkte uitstroom aan kandidaten uit het onderwijs), kwalitatief (de kandidaten die zich aanbieden hebben niet de juiste kwalificaties) als op het vlak van arbeidsomstandigheden (beperkte beschikbaarheid van kandidaten door de specifieke arbeidsomstandigheden als loon, werkuren, stress …) een probleem stelt. De vraag van de SERV naar bijkomende plaatsen en meer maatwerk in de kinderopvang kan op termijn de ernst hiervan nog vergroten: de vraag naar gekwalificeerde begeleiders in de kinderopvang zal alleen maar toenemen. Het is daarbij een kwestie om als sector aantrekkelijk te zijn om in te ondernemen én om een aantrekkelijke werkgever te zijn, zowel voor aanwervingen als op het vlak van retentie. Door als overheid blijvend te investeren in de professionele omkadering van het personeel, in bijscholingsmogelijkheden en in betere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden moet het mogelijk worden om de aantrekkelijkheid van de sector en de leef- en werkbaarheid erin te vergroten.

Meer maatwerk vereist een aangepaste organisatie van de opvang. De kinderbegeleiders én de beschikbare plaatsen moeten flexibeler ingezet worden en dat brengt kosten met zich mee: (periodieke) sub-optimale bezettingsgraad, extra nood aan teamoverleg en intervisie, versterking van het pedagogische kader, grotere verantwoordelijkheid in de job (nood om goed gekwalificeerde medewerkers aan te trekken) en nood aan bijkomende bijscholingsmogelijkheden voor het personeel. Een gebrekkige financiering kan de kwaliteit van de opvang onder druk zetten. Meer maatwerk mag zeker niet leiden tot een race-to-the-bottom op het vlak van kwaliteit.

- 27 -


Waardering van het beroep van onthaalouder en kinderbegeleider

onmisbaar voor de creatie van een voldoende en passend aanbod in de kinderopvang (aantal plaatsen). Het is belangrijk dat de verschillende opvang- en tewerkstellingsvormen evenwaardig zijn en gecombineerd ingezet worden in functie van noden, voorkeuren en de efficiënte organisatie van de kinderopvang.

Als samenleving hechten we veel belang aan kwalitatieve kinderopvang. Kinderopvang vervult naast een economische functie immers ook een belangrijke sociale en pedagogische functie. Er moet immers voorbereid worden op de kleuterschool, de opvang moet open en flexibel zijn, ouders moeten ondersteund worden en er moet veel expertise over opvoeden aanwezig zijn.

• Ieder statuut in de kinderopvang moet kwaliteitsvol werken toelaten: een tewerkstelling, onafhankelijk van het statuut, moet de nodige garanties bieden op het verzekeren van kwaliteitsvol werk (bv. roostering, opleidingsmogelijkheden) en op voldoende sociale bescherming. Specifiek is er aandacht nodig voor het statuut van de onthaalouders. Na het proefproject rond het werknemersstatuut voor onthaalouders dat in 2014 startte, wordt het tijd om conclusies te trekken met betrekking tot het huidige sui-generis statuut. Iedere kinderopvangbegeleider of onthaalouder moet de mogelijkheid hebben om te werken in een volwaardig statuut dat voldoende sociale bescherming biedt. Niemand mag daarbij tot schijnzelfstandigheid gedwongen worden. Elke kinderbegeleider verdient hierbij meer maatschappelijke waardering en erkenning, met een adequate verloning. Betrokkenheid van en overleg met verschillende actoren in het middenveld is cruciaal voor deze oefening.

De jobs van onthaalouder en kinderbegeleider kunnen daarom aangevinkt worden als jobs met een hoge verantwoordelijkheid. Echter, het zijn ook jobs met een laag aanzien. Er staat geen hoge verloning tegenover en er zijn ook weinig doorgroeimogelijkheden. Om voldoende instroom te verzekeren en de verwachtingen in te lossen die er zijn ten aanzien van kinderopvang in functie van kwaliteit en maatwerk, acht de SERV het zinvol om binnen de sector kinderopvang verder te werken aan: • Een variatie aan opvangvormen is een meerwaarde: In de organisatie van een sector die moet voorzien in opvang op maat van gezinnen hebben diverse opvangvormen elk een eigen rol. De ouders hebben voorkeuren als het gaat over de schaalgrootte van de opvang (gezinsof groepsopvang) en hebben uiteenlopende noden aan maatwerk (vroege of late opvang, lange of korte opvangmomenten, flexibele of occasionele opvang …). Ook de organisatoren, de onthaalouders en de kinderbegeleiders hebben eigen wensen

• De kwaliteit van de kinderopvang helpen garanderen: Binnen de werking van de kinderopvang moet er voldoende tijd voorzien worden voor teamwerk (planning - visieontwikkeling - intervisie) en voor nascholing. De subsidiëring van de kin-

en voorkeuren (voorkeur voor een stabiele tewerkstelling, zin in flexibel werken, graag aan de slag als zelfstandige,…). Een rijke variatie aan opvangvormen is, door de verschillende preferenties van ouders, aanbieders en kinderopvangbegeleiders,

deropvang moet daar de nodige financiële ruimte voor creëren. Ook de inzet van de bachelors ‘pedagogiek van het jonge kind’ in de opvanginitiatieven draagt daar op een positieve manier aan bij.

- 28 -


In het najaar verwacht de SERV nog de resultaten van het onderzoek van de Stichting Innovatie & Arbeid naar drempels bij zelfstandig ondernemerschap in de sector kinderopvang en mogelijke hefbomen om dit te stimuleren of ondersteunen7. De resultaten van dit onderzoek zullen interessant zijn vanuit het oogpunt van het behoud van een rijke variatie aan opvangvormen om een voldoende aanbod in de kinderopvang te realiseren.

In het najaar 2021 buigt de SERV zich ten gronde over het sociaal ondernemerschap in het kader van een brede evaluatie van het ondersteuningsdecreet sociale economie/sociaal ondernemerschap dat door de overheid is opgestart. Na de bepaling van de scope van ‘sociale economie/sociaal ondernemerschap’ wordt in de evaluatie nagegaan of het instrumentarium nog aansluit bij de noden, en hoe maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en sociaal en coöperatief ondernemerschap in brede zin gerichter kunnen worden ondersteund. De specifieke opportuniteiten voor de kinderopvang zullen uit dat algemenere kader afgeleid kunnen worden.

Sociaal ondernemerschap In de dagelijkse praktijk vinden we verschillende inspirerende opvanginitiatieven terug die gerealiseerd worden via sociaal ondernemerschap en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze tonen stuk voor stuk aan dat via deze manier van ondernemen ingespeeld kan worden op (al dan niet lokaal) specifieke opvangnoden.

Onder sociale ondernemingen verstaat de Europese Commissie ondernemingen: • die hun commerciële activiteiten baseren op een sociale of maatschappelijke doelstelling van algemeen belang, hetgeen zich vaak vertaalt in een hoge mate van sociale innovatie,

Als we een sociale onderneming bekijken vanuit de definitie van de Europese Commissie van het Initiatief voor sociaal ondernemerschap (Social Business Initiative)8 ziet de SERV daarin alvast een zeker potentieel om de doelstelling om een behoeftedekkend, betaalbaar, voldoende flexibel en kwaliteitsvol aanbod aan kinderopvang te realiseren, rekening houdend met de handvaten die in dit advies naar voor worden geschoven.

• die het grootste deel van de winst weer in de verwezenlijking van dit sociale doel investeren, • die in hun organisatie of eigendomsstructuur een afspiegeling zijn van hun missie en daarin stoelen op democratische of participatiebeginselen, of zijn gericht op sociale rechtvaardigheid.

7 https://www.serv.be/stichting/project/zelfstandig-ondernemen-kinderopvang 8 Zie bv. Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité Van de Regio’s. Initiatief voor sociaal ondernemerschap, Bouwen aan een gezonde leefomgeving voor sociale ondernemingen in een kader van sociale economie en innovatie (2011). https://www.europarl. europa.eu/meetdocs/2009_2014/documents/com/com_com(2011)0682_ /com_com(2011)0682_nl.pdf

- 29 -


Bibliografie Agentschap Opgroeien (2021), Evaluatie Groeipakket. Brussel. https://www.groeipakket.be/sites/ groeipakket/files/2021-03/20210226%20Evaluatierapport%20Groeipakket.pdf Commissie Diversiteit (2018), Advies laaggeschoolde vrouwen met een migratieachtergrond. Brussel. https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/COMD_20180523_vrouwen_ migratieachtergrond_ADV.pdf Commissie Diversiteit (2019), Advies Actielijst personen met een migratieachtergrond. Brussel. https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/COM_DIV_actielijst%20 migratieachtergrond_ADV.pdf Ghysels, Joris en Wim Van Lancker (2009). Het Matteüseffect onder de loep: over het ongelijke gebruik van kinderopvang in Vlaanderen. Berichten/UA, Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Antwerpen. https://medialibrary.uantwerpen.be/oldcontent/ container2453/files/CSB-Berichten%202009/CSB%20Bericht_11_10_2009_2.pdf Michel Vandenbroeck, Karolien Lenaerts & Miroslav Beblavý (2018), Benefits of early childhood education and care and the conditions for obtaining them. EENEE Analytical Reports. http://eenee.org/dms/EENEE/Analytical_Reports/EENEE_AR32.pdf Nicaise, I., Plantenga, J., Bircan, T., Ünver, Ö., Akgündüz, E., Van Huizen, T., Schepers, W. (2016). Socio-economic aspects of ECEC. CARE WP5 integrative report. https://ecec-care.org/ fileadmin/careproject/Publications/reports/D5_1_The_Socio-Economic_Dimension_of_ ECEC_in_Europe.pdf Raes, A., Piessens, A., Willockx, D. (2020), Flexibiliteit in de kinderopvang, Mechelen, Stad Mechelen. https://www.mechelen.be/flexibiliteit-in-de-kinderopvang SERV (2019), Akkoord ‘Iedereen Aan Boord’, Brussel. https://www.serv.be/sites/default/files/ documenten/Akkoord_SERV_Iedereen_aan_boord.pdf en https://www.serv.be/sites/ default/files/documenten/Akkoord_SERV_Iedereen_aan_boord_bijlage.pdf SERV (2020), VESOC-akkoord ‘Alle Hens aan Dek’. Brussel. https://www.serv.be/sites/default/files/ documenten/AHAD%20informeel%20VESOC%2014-12-2020%20definitief.pdf SERV (2020), Advies ‘Iedereen terug aan Boord’. Brussel. https://www.serv.be/sites/default/files/ documenten/SERV_20200525_Iedereen_terug_aan_boord.pdf SERV (2020), Advies ‘Sociale en solide maatschappelijke herstart’. Brussel. https://www.serv.be/ sites/default/files/documenten/SERV_20200622_Sociale_en_solide_maatschappelijke_ herstart_ADV.pdf SERV (2019), Advies ‘E-inclusie’. Brussel. https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/ SERV_20190513_e-inclusie_ADV.pdf SERV (2017), Advies ‘Voorontwerp Lokaal Sociaal Beleid’. Brussel. https://www.serv.be/sites/ default/files/documenten/SERV_20170410_decreet_lokaal_sociaal_beleid_ADV.pdf

- 30 -


SERV (2015), Advies Conceptnota opvang en vrije tijd van schoolkinderen. Brussel. https:// www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20151012_conceptnota_opvang_ schoolkinderen_ADV.pdf Teppers, E., Schepers, W., & Van Regenmortel, T. (2019). Het gebruik van en de behoefte aan kinderopvang voor baby’s en peuters jonger dan 3 jaar In het Vlaamse Gewest. https:// steunpuntwvg.be/images/swvg-3-rapporten/copy_of_ef24-gebruik-en-behoefte-aankinderopvang Tine Hufkens, Francesco Figari, Dieter Vandelannoote, Gerlinde Verbist (2019), Investing in Subsidized Childcare to Reduce Child Poverty: an Adequate Strategy?, JRC Technical reports march 2019. https://ec.europa.eu/jrc/sites/jrcsh/files/jrc116278.pdf Ünver, Ö., Nicaise, I. (sup.), Bircan, T. (cosup.) (2019). Accessibility and Inclusiveness of Early Childhood Education and Care across Europe: Policies and Experiences. https://lirias. kuleuven.be/retrieve/540359 Van Lancker, Wim & Michel Vandenbroeck (2019). De verdeling van de kinderopvang in Vlaanderen en in de centrumsteden: spanning tussen de economische en sociale functie van kinderopvang, Centrum voor Sociologisch Onderzoek: Leuven. https://soc.kuleuven. be/ceso/spsw/publications/de-verdeling-van-de-kinderopvang-in-vlaanderen-en-in-decentrumsteden-spanning-tussen-de-economische-en-sociale-functie-van-kinderopvang Van Lancker, Wim, Horemans, Jeroen (2017). Into the Great Wide Unknown: Untangling the Relationship between Childcare Service Use and In-Work Poverty . CSB Working Paper 17/04, Herman Deleeck Centre for Social Policy, Antwerp. https://medialibrary.uantwerpen. be/oldcontent/container2453/files/CSB%20WP%202017/CSB_WP_17_04.pdf Biegel Naomi, Wood Jonas, Neels Karel (2021), Migrant-native differentials in the uptake of (in) formal childcare in Belgium : the role of mothers’ employment opportunities and care availability. Journal of Family Research 2021, p. 1-42. https://doi.org/10.20377/JFR-463 Biegel Naomi, Neels Karel, Van den Berg Layla (2021), Uptake of childcare arrangements : grandparental availability and availability of formal childcare. Social Sciences - 10:2(2021), p. 1-23. https://doi.org/10.3390/socsci 10020050 VDAB (2019), Elk talent telt. Brussel. https://www.vdab.be/waarom-elk-talent-telt

- 31 -


Bijlage 1 De SERV stelde een matrix samen met een overzicht van de verschillende knelpunten, noden en opportuniteiten, rekening houdend met de drie verschillende functies van de kinderopvang, op het vlak van beschikbaarheid, bereikbaarheid, informatieverwerving, betaalbaarheid, flexibiliteit, diversiteit en kwaliteit. De knelpunten gelden zowel voor de opvang van baby’s en peuters als voor de buitenschoolse opvang van schoolkinderen.

Economische functie

Deze elementen werden samengebracht uit verschillende onderzoeken en signalen vanop het terrein en vormen de basis van het geformuleerde advies. De matrix bevat zowel elementen die spelen aan de aanbodszijde (opvang) als elementen die spelen aan de vraagzijde (ouders met een opvangvraag). De matrix bevat geen waardeoordelen.

Sociale functie

Pedagogische functie

Onder voorwaarde van toegang tot een gepaste plaats is tewerkstelling mogelijk en hebben ouders de handen vrij voor werk / opleiding / werk zoeken.

Onder voorwaarde van voldoende beschikbare plaatsen, krijgen alle kinderen de kans om zich in groep te ontwikkelen en sociale vaardigheden te verwerven en krijgen alle ouders kansen op deelname aan opleiding, arbeidsmarkt …

Onder voorwaarde van toegang tot een gepaste plaats kan gewerkt worden aan voorbereiding op kleuterschool, algemene vaardigheden, motoriek en taalontwikkeling.

Om nieuwe tewerkstelling te ondersteunen is het belangrijk dat (nieuwe) plaatsen ook daar beschikbaar zijn waar meer mensen wonen met een laag inkomen en een meer precaire arbeidssituatie.

Aangezien minder kansrijke gezinnen over het algemeen minder mobiel zijn en meer aangewezen zijn op het openbaar vervoer is het van belang dat er voldoende plaatsen beschikbaar zijn in de buurten waar zij wonen. De ‘nabijheid’ van de kinderopvang wordt door ouders vaak aangehaald als een van de belangrijkste factoren die hun keuze voor kinderopvang bepalen.

Kwaliteitsvolle kinderopvang in aanvulling op de gezinsopvoeding heeft langdurig positieve effecten op de verdere ontwikkeling van de kinderen.

Beschikbaarheid

- 32 -


Economische functie

Sociale functie

Het is van belang dat het aantal kinderopvangplaatsen de tewerkstelling in het algemeen en de vrouwelijke tewerkstelling in het bijzonder volgt. Waar meer vrouwen aan het werk gaan, moet meer kinderopvang komen. Het gevolg daarvan kan zijn en dat men vooral meer plaatsen krijgt in gebieden met hogere inkomens en met tweeverdienersgezinnen. Dat zou betekenen dat de nieuwe plaatsen die er bijkomen eerder ten goede komen aan de meer gegoede gezinnen.

Kinderopvang creëert (extra) kansen voor ouders om zich (sociaal) te ontwikkelen en contacten/netwerk op te bouwen, zowel binnen als buiten de opvang. Het creëert ook tijd voor de ouders zelf of voor gezinstaken zoals boodschappen doen.

Pedagogische functie

Geografische locatie Locatie dicht bij huis, op weg naar of dicht bij het werk, op de site van de werkgever is aan te bevelen.

Een opvanglocatie dicht bij de woonplaats is aan te bevelen om de bereikbaarheid voor alle gezinnen mogelijk te maken.

Bereikbaarheid met het vervoermiddel dat men ook voor woon-werkverkeer gebruikt : openbaar vervoer - fiets- te voetauto, tenzij de opvang dicht bij huis georganiseerd kan worden.

Kinderopvang in de buurt creëert de mogelijkheid tot gemeenschapsvorming. Men zit dan in de opvang samen met andere kinderen uit de buurt.

Een opvanglocatie die aansluiting heeft met de buurt en de latere kleuter- of lagere school is aan te bevelen.

Rekening houden met andere factoren zoals vroege en late uren, openbaar vervoer, combinatie kantoor- en thuiswerk, jobwissels … Informatie(verwerving) Algemeen: waar en hoe kan men als ouder informatie vinden over de aanwezige kinderopvanglocaties, beschikbare plaatsen, reservaties en wachtlijsten, mogelijke opvangcontracten, prijsinformatie en informatie over individuele kortingen, flexibele en korte opvangmogelijkheden, nood- en occasionele opvang, formele administratieve procedures, voeding, pedagogisch project, lokaal loket kinderopvang, Huis van het Kind … ? Voor specifieke groepen, onafhankelijk van de functie van de kinderopvang, is er nood aan al deze informatie in eenvoudig Nederlands, andere taal, aandacht voor verschillende pedagogische, culturele en religieuze waarden. Ook outreachend werken is zinvol om de informatie tot bij alle gezinnen te krijgen. Er is nood aan een aanspreekpunt voor de ouders in de opvang zelf, voor praktische vragen (bv over flexibiliteit en respijtdagen, impact van kinderopvang op het gezinsinkomen) en over opvoeding. Over openingsuren en -dagen, flexibiliteit van het opvangcontract, respijtdagen …

Bekendmaking en werving in de direct buurt van de opvang.

- 33 -

Informatie over het pedagogisch project.


Economische functie

Sociale functie

Pedagogische functie

Betaalbaarheid Beschikbaarheid van IKT plaatsen speelt een belangrijke rol (zeker voor gezinnen met lage inkomens en/of die beroep kunnen doen op kortingen). Kortingen op de dagprijs: er zijn verschillende kortingen die toegekend worden op de dagprijs (bv. bij meerdere kinderen, specifieke sociale situaties). Sommigen daarvan moeten individueel gevraagd worden. Fiscale aftrekbaarheid van de kosten voor kinderopvang: voordeel is niet voor ieder gezin even groot (afhankelijk van het gezinsinkomen). Gezinnen met lage inkomens hebben meer baat bij een onmiddellijk voordeel dan bij een voordeel dat later verrekend wordt. Contracten en respijtdagen: Er wordt vaak uitgegaan van tewerkstelling, het hele jaar rond en volgens een vast schema. Voor veel gezinnen is dit echter niet de effectieve tewerkstellingssituatie of niet de nood van het gezin. Flexibiliteit Niet alle tewerkstelling loopt van 9 tot 17u. Veel ouders hebben een grote flexibiliteit nodig door onregelmatige contacten, interim-werk, vroeg en laat werk, weekend, enkel voor een specifieke tijd (bv opleiding), tijdens schoolvakanties. Dit komt vaker voor bij kwetsbare groepen.

Gezinnen in kwetsbare omstandigheden hebben een flexibelere kinderopvang nodig. Er is flexibiliteit nodig wat betreft de regelmaat van de kinderopvang en de organisatie en planning van kinderopvang (ingaan op plotse vragen, atypische momenten, korte opvangmomenten).

In functie van het pedagogische project van de opvang, is een zekere regelmaat of regelmatige aanwezigheid wenselijk.

Zelfs een zeer onregelmatige of sporadische aanwezigheid in de opvang kan een stabiliserend factor kan zijn voor kinderen (in vergelijking met bv. telkens wisselende opvang bij iedere opvangnood). Flexibele opvangopties zijn nodig voor complexe/nieuw samengestelde gezinnen.

- 34 -


Economische functie

Sociale functie

Pedagogische functie

Diversiteit en socio-culturele verschillen Er bestaan talige obstakels in de opvang voor kinderen en/of ouders die (nog) geen Nederlands spreken. Aangepaste opvang voor kinderen met een specifieke behoefte (bv handicap) of gezinnen in een kwetsbare situatie (bv. opvang met extra ondersteuning voor de gezinnen). De perceptie van ouders over de toegankelijkheid van de opvang speelt een rol over het zich al dan niet aanbieden voor een opvangplaats (bv. ‘opvang is er enkel voor wie gaat werken’): Past mijn kind wel in dit type opvang ? (sociaaleconomische gradiënt) De gehanteerde waarden en normen spelen een rol in het vertrouwen dat ouders in de opvang stellen. Bv. (culturele) verschillen over de opvatting hoe men met kinderen omgaat zoals slapen in een aparte ruimte, huilende kinderen troosten, belonen en straffen, zindelijkheid, voedingsvoorschriften ivm religie … Vaardigheden van het personeel ivm interculturaliteit (omgaan met taal- of opvoedingsverschillen, communicatie met ouders, aanbieden van alternatieve voeding …) zijn belangrijk. Rolmodellen in de opvang en diversiteit in het personeelsbestand kunnen helpen om goed met diversiteit om te (leren) gaan. Kwaliteit van opvang en personeel Vinden van voldoende en voldoende gekwalificeerd personeel (kwantitatieve en kwalitatieve doelstelling). Initiële vorming en bijscholingsmogelijkheden van het personeel in functie van bv omgaan met diversiteit en verschillen, talige vaardigheden (aangepast aan de noden van de ouders in eenvoudig Nederlands). Diversiteit bij het personeel en rolmodellen: samenbrengen van verschillende invalshoeken/visies/ …

- 35 -


Bijlage 2 Het PACE project onderzocht verschillende modellen voor de organisatie van flexibele en occasionele opvang

PROTOTYPE 1: Volledig occasioneel kinderdagverblijf

PROTOTYPE 2: Netwerk van kinderdagverblijven dat het reguliere aanbod aanvult met occasionele en flexibele plaatsen

Een volledig occasioneel kinderdagverblijf biedt uitsluitend occasionele opvang aan. In zo’n opvang kunnen gezinnen snel terecht. Een opvangplan is er niet of bestaat maar voor een korte periode. Gezinnen kunnen de opvang eenmalig of meermaals gebruiken. Ze kunnen zelf bepalen hoe frequent hun kinderen naar de opvang gaan en of de tijdstippen dezelfde blijven of wisselen. Dat betekent dat de groep gezinnen die de opvang gebruikt elke dag anders is, en dat er op verschillende momenten van de dag nieuwe gezinnen kunnen aankomen. De coördinator en de begeleiders zijn hierop ingesteld, praktisch en mentaal. Gezinnen vinden de opvang met behulp van toeleiders.

Dit prototype houdt in dat kinderdagverblijven in een gemeente, stad of regio naast hun reguliere werking ook occasionele opvangplaatsen aanbieden. De aanbieders bakenen de doelgroep duidelijk af op basis van een buurtanalyse. De verschillende aanbieders werken samen om ouders te bereiken, om de plaatsen toe te wijzen en om te voorkomen dat het aanbod dichtslibt. Alle kinderdagverblijven weten voor wie deze plaatsen bedoeld zijn en elke aanbieder houdt zich hieraan. Omdat de kinderdagverblijven samenwerken, kunnen ze verschillende vormen van flexibiliteit aanbieden: noodopvang, kortdurende opvang of een flexibel opvangplan voor ouders met een ploegendienst en werkschema’s die pas kort van tevoren bekend zijn. Alle opvangorganisaties

- 36 -


hebben een duidelijke pedagogische visie die ruimte biedt om op een kwaliteitsvolle manier occasionele opvang aan te bieden.

en flexibele werking te voorzien met behulp van gezinsopvang. Op heel wat plaatsen zijn gastouders aangesloten bij een dienst. Die bemiddelt tussen gezinnen en gastouders, neemt administratieve taken over zoals facturatie, en zorgt soms voor alternatieven als een gastouder ziek wordt of stopt. Niet alle gastouders zijn aangesloten bij zo’n dienst. Sommige gastouders werken onafhankelijk.

PROTOTYPE 3: Opvang aan huis Prototype 3 vindt plaats in de gezinswoning van het gezin dat nood heeft aan opvang. Een professionele begeleider gaat naar dat huis om de kinderen uit het gezin te begeleiden en verzorgen. Dit is een formele opvangvorm. We bedoelen er dus geen opvang mee door gezinsleden, kennissen, huispersoneel of au pairs. Opvang aan huis biedt een antwoord op de opvangvragen van ouders die werken na sluitingstijd van kinderdagverblijven. Ook voor gezinnen die het moeilijk hebben om te wennen aan kinderopvang of school biedt deze opvangvorm een uitkomst. Sommige gezinnen combineren de opvangvorm met reguliere groeps- of gezinsopvang. In veel landen is deze opvangvorm de enige mogelijkheid om zussen en broers van uiteenlopende leeftijden samen op te vangen. Soms gaat het om kortdurende opvang, soms om een jarenlange samenwerking.

PROTOTYPE 5: Lokaal loket kinderopvang met makelaarsfunctie Een lokaal loket kinderopvang is een dienst die alle informatie over kinderopvang in een gemeente, stad of regio centraliseert. De dienst helpt ouders die op zoek zijn naar kinderopvang of kinderopvang gebruiken. Daartoe beschikt de dienst over een netwerk van organisaties die kinderopvang aanbieden en van organisaties die ouders ondersteunen. Ook die organisaties kunnen bij de dienst terecht voor informatie en ondersteuning. De dienst bemiddelt tussen ouders en kinderopvang en zoekt voor ouders naar oplossingen op maat. Tevens brengt de dienst regelmatig de vraag naar occasionele en flexibele opvang in kaart en pleit er bij de aanbieders en voorzieningen voor het aanbod daarop af te stemmen. In dit prototype spelen de medewerkers van de dienst een cruciale rol. Zij zijn als het ware de makelaars van de lokale of regionale kinderopvang. Zij kennen de sector van de kinderopvang goed, net zoals de omgeving van de dienst. Ze zijn in staat om in te schatten bij welke kinderopvangorganisatie ouders zich comfortabel zullen voelen. Een dergelijke dienst reikt een stuk verder dan een website of een platform waar ouders zelf contact moeten zoeken met opvangorganisaties.

PROTOTYPE 4: Gezinsopvang/ gastouderopvang Dit prototype beschrijft opvang waarbij een professionele begeleider een of meer kinderen opvangt in zijn of haar eigen woning. In Vlaanderen is de officiële benaming voor deze professional ‘begeleider in de gezinsopvang’, maar in de volksmond is vooral de term ‘onthaalouder’ gangbaar. Nederland spreekt over ‘gastouders’, Frankrijk over ‘assistant(e)s maternel(le)s’, Engeland over ‘childminders’. De opvangvorm bestaat al erg lang. Tijdens het PACE-project zocht een aantal partners naar manieren om in een occasionele

- 37 -


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20210503_Kinderopvang olie in het raderwerk van gezin, arbeidsmarkt en samenleving_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu