Gezamenlijk briefadvies
Gezamenlijk briefadvies Subsidie wolfwerende maatregelen
Briefadvies over het voorontwerp van besluit houdende de subsidiëring van wolfwerende maatregelen Datum goedkeuring Minaraad Datum goedkeuring SALV
16/09/2021 17/09/2021
Volgnummer voor Minaraad Volgnummer voor SALV
2021|019 2021-13
Coördinator + e-mailadres
Kathleen Quick, kathleen.quick@minaraad.be
Co-auteur + e-mailadres
Wouter Vanacker, wvanacker@serv.be
Mevrouw Zuhal Demir Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Koning Albert II-laan 7 1210 Brussel
Minaraad Herman Teirlinckgebouw Havenlaan 88 bus 15 1000 Brussel T 02 558 01 30 E info@minaraad.be www.minaraad.be Datum: 16 september 2021 Betreft:
Ons kenmerk: 02/L22/2021/285
Uw bericht van: 16 juli 2021
Uw kenmerk: ZD/JVDB
Adviesvraag met betrekking tot het voorontwerp van besluit houdende de subsidiëring van wolfwerende maatregelen
Mevrouw de minister, Op 16 juli 2021 ontvingen de Minaraad en de SALV de adviesvraag inzake het voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende subsidiëring van wolfwerende maatregelen. Voorliggend ontwerpbesluit wordt genomen in uitvoering van art. 13, §1, 3°, van het Decreet Natuurbehoud en voert een subsidie in voor het nemen van wolfwerende maatregelen door nietprofessionele landbouwers in risicogebied. Voor professionele veehouders werd een complementaire regeling in het kader van niet-productieve VLIF-investeringen uitgewerkt1. De aanwezigheid van wolven in Vlaanderen werd in 2018 vastgesteld na een lange periode van afwezigheid. De wolf is een Europees beschermde soort en Vlaanderen moet dus opnieuw leren samenleven met deze soort. Met dit ontwerpbesluit wil de Vlaamse Regering werken aan draagvlak voor de bescherming van de wolf in Vlaanderen. De Minaraad en de SALV menen dat na de recente aanvallen door de wolf op diverse landbouwdieren er nog heel wat werk aan de winkel is om het oorspronkelijk draagvlak in het risicogebied te behouden. Er dient hierbij in het wolvenplatform dringend een discussie gevoerd te worden over de evolutie van het jachtgedrag van de wolvenroedel, in relatie tot het “Interventieprotocol probleemsituaties wolf”. Preventieve maatregelen om vee te beschermen zijn bovendien ook nodig om te voorkomen dat wolven zich op termijn gaan specialiseren in landbouwdieren en vergelijkbare prooien. Gelet op het feit dat er voor professionele veehouders reeds een steunmechanisme bestaat, maar er in Vlaanderen ook veel niet-professionele landbouwers een of andere soort vee houden, beoordelen de Raden de invoering van deze bijgestuurde subsidieregeling positief. Ook Inspectie van Financiën nam dit als volgt op in zijn advies: “Behoudens (verboden) eliminatie, lijken er
weinig alternatieven beschikbaar. Men zou de houders van kleinvee kunnen verplichten/aanmoedigen om zelf alle kosten (of een groter aandeel) van de wolfwerende maatregelen te dragen. Anderzijds: hoe sneller gewenning (vee als gemakkelijke prooi) vermeden wordt, hoe groter de kans op vreedzame co-existentie (subsidie als sensibiliserings-instrument op grote schaal).” Wat nu voor advies voorligt, is volgens de Raden een hele verbetering ten opzichte van de huidige ad-hoc regeling. De Raden zijn van mening dat deze nieuwe regeling kan bijdragen aan het
Ministerieel Besluit van 11 juni 2021 tot uitvoering van artikel 4 en 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 20215 betreffende steun aan niet-productieve investeringen en aan de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven. 1
verhogen van het draagvlak. Bovendien werd de voorbereiding van dit besluit ook uitvoerig in het wolvenplatform besproken, wat de Raden een bijkomend positief gegeven vinden. De Raden formuleren in dit briefadvies evenwel nog enkele aanbevelingen op dit ontwerp van besluit. Om ervoor te zorgen dat iedereen in het risicogebied die de in het besluit genoemde diersoorten houdt in aanmerking kan komen voor een van beide steunregelingen, stellen de Raden voor om artikel 3, tweede lid, 3° te vervangen door: “de houder kan geen beroep doen op steunmaatregelen onder het VLIF”. Met betrekking tot het te beschermen vee dat in aanmerking komt, vragen de Raden om ook kleinere paardachtigen, zoals pony’s en ezels, in het algemeen mee op te nemen bij de opsomming van soorten in artikel 3, vierde lid, 1°, gezien deze ook vaak als hobbydieren worden gehouden of worden ingezet bij beheer van natuurgebieden en deze vanwege hun beperkte grootte en gewicht ook als makkelijk grijpbare prooi kunnen worden beschouwd. De Raden stellen vast dat hobbyrundveehouders enkel beroep kunnen doen op deze subsidie bij zieke of verzwakte runderen. Het is echter onduidelijk wanneer men hier beroep op kan doen. De Raden vragen dit op te vangen door ook runderen toe te voegen aan artikel 3, vierde lid, 1°. Met betrekking tot het “in een goede wolfwerende staat houden van de omheining”, menen de Raden dat het (1) niet duidelijk is wat hiermee precies wordt bedoeld; (2) niet duidelijk is wat de regeling is in geval van overmacht (gevallen takken, …) en (3) niet vermeld wordt hoe dit zal worden gecontroleerd. De Raden wijzen er op dat het reglement waarnaar wordt verwezen in artikel 4, tweede lid, niet werd toegevoegd aan de adviesvraag. Ze vragen om erover te waken dat in het besluit en het reglement eenzelfde terminologie zou worden gebruikt (vb. wolfwerend versus wolfbestendig). De Raden vragen eveneens om bovenvermelde zaken in het ontwerpbesluit te verduidelijken en/of in het reglement op te nemen en eveneens dat dit reglement op een eenvoudige manier te vinden zou zijn op de website.. De Raden vragen om het woord “maximaal” in artikel 5, §1, 1°, en 2°, te schrappen. Wat betreft het eenmalig forfait voor onderhoud vragen de Raden dat de vergoeding voor onderhoud ook aangevraagd kan worden voor houders die reeds een subsidie voor het aanpassen van hun omheining hebben verkregen onder de huidig geldende regeling, gezien daar geen vergoeding voor onderhoud in werd voorzien. In dit kader vragen de Raden eveneens dat aan deze houders ook de bijkomende 10% zou worden vergoed. Inzake het maximaal bedrag van 4,8 euro per lopende meter afsluiting zijn de Raden van mening dat dit bedrag in bepaalde specifieke gevallen hoger kan liggen (vb. er is een talud aanwezig, waardoor een hogere omheining moet worden voorzien of er moet gewerkt worden met duurdere draad voor paarden, ….). De Raden stellen voor om te voorzien dat van dit bedrag kan worden afgeweken indien kan worden aangetoond dat voor de situatie op terrein een hogere investering vereist is. Met betrekking tot de aanvraagprocedure, vermeld in artikelen 6 en 7, stellen de Raden vast dat de aanvrager de kosten al moet gemaakt hebben vooraleer er duidelijkheid is over het al dan niet verkrijgen van de subsidie. Bovendien is de in dit artikel vermelde termijn van zes maanden tamelijk kort, gelet op de mogelijk lange levertijden van de materialen (ook in geval van een schutkring). De Raden stellen voor om deze procedure te wijzigen en in twee stappen te werken, gelijkaardig aan de huidige manier van werken (o.a. met offertes en in twee stappen) en om ook
de termijn voor het indienen van de aanvraag te verlengen. En dit om ervoor te zorgen dat aanvragers duidelijkheid hebben over de subsidieerbaarheid vooraleer ze effectieve kosten maken. De Raden merken eveneens op dat, met betrekking tot de bepalingen in artikelen 9 en 10, niet voorzien werd in een beroepsprocedure in hoofde van de aanvrager en vragen om een dergelijke procedure aan het besluit toe te voegen. Tenslotte vragen de Raden om voor professionele landbouwers ook te voorzien in de subsidiëring van gespecialiseerde waakhonden. De Raden willen in dit briefadvies ook enkele opmerkingen maken met betrekking tot de VLIFregeling, met name: − In de VLIF- regeling is geen ondersteuning voor onderhoud voorzien. De Raden vragen dat ook hier een vergoeding voor periodiek onderhoud mogelijk moet zijn, bijvoorbeeld via een beheerovereenkomst). − Onder de huidige VLIF-regeling is het ook niet mogelijk om eerder gemaakte investeringen met terugwerkende kracht te financieren. De Raden stellen vast dat een aantal personen hierdoor tussen de mazen van het net vallen. Ze vragen om na te gaan of er in deze specifieke gevallen een oplossing kan worden voorzien. − In het VLIF-besluit wordt gesteld dat 3° zieke, kwetsbare of verzwakte dieren enkel met nachtrasters of flexinetten [worden ]beschermd; in dat geval is de omheining die in aanmerking komt, beperkt tot maximaal 400 m; De Raden vragen zich af welke redenering aan deze bepaling is verbonden. − Verder merken de Raden op dat ook onder de VLIF-regeling het normbedrag van 4,80 euro/m afhankelijk van het type omheining te laag is. Ze vragen om ook hier dezelfde regeling te voorzien als degene die hierboven wordt voorgesteld voor de niet VLIFgerechtigde houders. Afsluitend menen de Raden dat de Vlaamse overheid de komende periode schapenhouders (en houders van andere dieren in de risicozone) zo goed en zo veel als mogelijk dient te informeren en sensibiliseren over deze nieuwe subsidieregeling. Het wolvenplatform is het ideale forum om dit samen met alle belanghebbenden op te volgen. Daarnaast kan men hier in tweede instantie en op langere termijn bespreken onder welke voorwaarden en op welke termijn er een koppeling kan gelegd worden tussen het nemen van preventieve maatregelen en het vergoeden van schade door aanvallen van de wolf in het kader van artikel 11 van het Soortenschadebesluit. Met vriendelijke groeten,
Piet Vanden Abeele Voorzitter Minaraad
Hendrik Vandamme Voorzitter SALV