Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/213
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/213
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 10 maart 2021 diende xxx (hierna: verzoeker) een verzoek in bij de gemeente Herk-de-Stad , waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van het verzoekschrift dat aanleiding heeft gegeven tot de woningcontrole die door Wonen West-Limburg werd uitgevoerd op 6 februari 2020 op het adres xxx. Op 9 april 2021 werd voormeld openbaarheidsverzoek herhaald door verzoeker ten aanzien van de gemeente Herk-de-Stad. Op 22 april 2021 werd het openbaarheidsverzoek gedeeltelijk ingewilligd door de gemeente Herk-de-Stad. Op 21 mei 2021 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen de voornoemde gedeeltelijke weigeringsbeslissing vanwege de gemeente Herk-de-Stad. Het beroep werd geregistreerd op 25 mei 2021. Op 23 juni 2021 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet de beroepstermijn van dertig kalenderdagen verlengd tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Op 10 maart 2021 werd het oorspronkelijk verzoekschrift ingediend.
www.vlaanderen.be
De in beroep aangevochten beslissing van gemeente Herk-de-Stad van 22 april 2021 maakt geen melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet, zodat de beroepstermijn pas aanvangt vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het ingediende beroep van 21 mei 2021 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
De aangevochten beslissing
De beslissing van de gemeente Herk-de-Stad d.d. 22 april 2021 luidde als volgt: “Omdat het specifieke verzoek zowel betrekking heeft op de openbaarheid van bestuur als op de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer, werd het advies van het Agentschap ter zake ingewonnen dat als volgt luidt: 'Overwegende dat enkel de inhoud van het verzoekschrift kan worden meegedeeld en niet het verzoekschrift zelf, zodat de wet van de privacy gerespecteerd blijft. Hierbij wordt gesteund op het advies dat ter zake bij het Agentschap werd ingewonnen en als volgt luidt: "Het standpunt daarover is dat wel de inhoud moet meegedeeld worden, maar niet een kopie van het schrijven van de bewoner zelf. Openbaarheid van bestuur is slechts mogelijk als geen afbreuk gedaan wordt aan de privacy. In sommige gevallen kan dit opgelost worden door de identiteitsgegevens onherkenbaar te maken. In dit geval is dit echter niet mogelijk aangezien de aanvrager de identiteit van de bewoner kent. Het recht op inzage op grond van openbaarheid van bestuur heeft op zich niet als finaliteit om de rechten van een betrokken partij in een administratieve procedure te vrijwaren. De rechten van de partijen worden daar gevrijwaard door de procedureregels zelf: de kennisgevingen, de hoorplicht, de mogelijkheid om in beroep te gaan enz. Het is belangrijk om steeds goed het onderscheid maken tussen de rechten van een burger in een administratieve procedure enerzijds, en de openbaarheid van bestuur (die wel degelijk door het recht op privacy beperkt wordt) anderzijds". Daaropvolgend werd de inhoud van het opgevraagde verzoekschrift dat aanleiding heeft gegeven tot de woningcontrole als volgt meegedeeld in de mail d.d. 22 april 2021 van de gemeente Herk-de-Stad aan verzoeker: • Naam en adres van het pand en de verzoeker. • Korte omschrijving van de gebreken in de woning. De huurder vermoedt gebreken aan of met betrekking tot: O Elektriciteit O Vochtproblemen O Sanitair
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/213
pagina 2 van 5
O Ramen O Verwarming • De vermelding dat de bewoner (huurder) bereid is toegang te verlenen om het conformiteitsonderzoek te laten uitvoeren en de eigenaar de mogelijkheid geeft om de nodige werkzaamheden uit te laten voeren. • Ondertekening door de bewoner
2.
Inhoud van het beroepschrift
Verzoeker tekent beroep aan tegen de voormelde gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de gemeente Herkde-Stad en argumenteert zijn beroepschrift als volgt: “De gehanteerde argumentatie is dat geen kopie van het door mij gevraagde verzoekschrift ter beschikking
kan worden gesteld, omdat het een schending van de wet op de privacy betekent. Deze argumentatie geldt volgens mij niet, omdat er net geen schending van de wet op de privacy gebeurt. Het ter beschikking stellen van het verzoekschrift betekent geen schending van de privacy van de schrijver van het verzoekschrift (de bewoner) om volgende redenen: - Samen met de woningcontroleur heb ik het appartement bezocht op donderdag 25 februari 2021. De bewoner (huurder) was toen aanwezig. - Als mede-eigenaar van het gebouw ken ik de identiteit van de bewoner (huurder) van het appartement.
De beslissing van de waarnemende directeur haalt ook volgend element aan: In sommige gevallen kan dit opgelost worden door de identiteitsgegevens onherkenbaar te maken. In dit geval is dit echter niet mogelijk aangezien de aanvrager de identiteit van de bewoner kent. Dit argument doet niet ter zake. De identiteit van de huurder is mij vooraf al bekend. Er bestaat dus geen risico dat de identiteit van de schrijver van het verzoekschrift bekend geraakt. Bovendien vermeldt de beslissing van de waarnemende directeur van 22 april 2021 dat het verzoekschrift is ondertekend is door de huurder.” Verzoeker tekent om voormelde redenen bezwaar aan tegen de beslissing van de gemeente Herk-de-Stad en vraagt om een afschrift te ontvangen van het verzoekschrift dat aanleiding heeft gegeven tot het woningonderzoek op 6 februari 2020.
3.
Standpunt van de beroepsinstantie
Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie contact opgenomen met de gemeente Herk-de-Stad om enerzijds het gevraagde document toe te sturen aan de beroepsinstantie en anderzijds de gemeente in de gelegenheid te stellen om wat meer duiding te verstrekken betreffende dit dossier. De beroepsinstantie mocht van de gemeente bijkomende toelichting ontvangen op 4 juni 2021 en 9 juli 2021, waarbij ook het gevraagde document aan de beroepsinstantie werd bezorgd. De beroepsinstantie stelt vast dat de gemeente Herk-de-Stad in zijn beslissing d.d. 22 april 2021 heeft geweigerd om het eigenlijke verzoekschrift dat aanleiding heeft gegeven tot het woningonderzoek op 6 februari 2020 openbaar te make, waarbij eigenlijk impliciet woerd verwezen naar de toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/213
pagina 3 van 5
Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt in casu evenwel op dat in het opgevraagde document slechts één gegeven voorkomt dat betrekking heeft op een persoonsgegeven, namelijk de naam en de handtekening van de indiener van het verzoekschrift d.d. 6 februari 2020. De beroepsinstantie merkt evenwel op dat de gemeente in de aangevochten beslissing d.d. 22 april 2021 zelf de inhoud van de klacht al heeft weergegeven aan verzoeker en daarbij uitdrukkelijk heeft vermeld dat het verzoekschrift werd ingediend door de bewoner van de desbetreffende woning, zijnde de huurder ervan. De woning waar het hier om gaat is evenwel medeeigendom van verzoeker, zodat de identiteit van de huurder uiteraard is gekend bij verzoeker. De beroepsinstantie moet dan ook vaststellen dat er in casu moet geoordeeld worden dat er geen inbreuk wordt gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene (indiener van het verzoekschrift tot opstart van een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarheid van de desbetreffende woning), daar verzoeker al op hoogte is van de identiteit van de betrokkene, daar dit uitdrukkelijk door de gemeente werd vermeld in haar beslissing d.d. 22 april 2021 en de naam van die persoon al is gekend bij verzoeker, vermits hij de huurder is van die woning. De persoonlijke levenssfeer van de betrokken wordt dus in casu niet geschonden. De gemeente heeft bijgevolg onterecht verwezen naar de toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voorts stelt de beroepsinstantie vast dat de eigenlijke inhoud van het opgevraagde verzoekschrift (behalve de vermelding van de naam van de indiener ervan) al volledig werd meegedeeld aan verzoeker in de beslissing van de gemeente d.d. 22 april 2021, zodat de beroepsinstantie geen enkele reden ziet om dat verzoekschrift niet openbaar te maken. Geen van de in het Bestuursdecreet voorzien uitzonderingen komen in aanmerking om het opgevraagde document niet openbaar te maken. Het ingestelde beroep wordt daarom dan ook als gegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT:
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/213
pagina 4 van 5
Het beroepschrift d.d. 21 mei 2021 van xxxx, gericht tegen de gedeeltelijke weigerings-beslissing van de gemeente Herk-de-Stad wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd.. Bijgevolg dient de gemeente Herk-de-Stad aan verzoekster een afschrift te bezorgen van het verzoekschrift dat aanleiding heeft gegeven tot de woningcontrole die door Wonen West-Limburg werd uitgevoerd op 6 februari 2020 op het adres xxx.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet).
Brussel, 9 juli 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/213
pagina 5 van 5