SAMENVATTING
PREVENTIE- EN SORTEERGEDRAG VAN DE VLAAMSE BEVOLKING KWANTITATIEVE EN KWALITATIEVE BEVRAGING 2021
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
SAMENVATTING
PREVENTIE- EN SORTEERGEDRAG VAN DE VLAAMSE BEVOLKING Kwantitatieve en kwalitatieve bevraging 2021 publicatiedatum 29.04.2022 ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
pagina 2 of 17
29.04.2022
INHOUD 1. 2. 3.
Voorwerp en doelstelling van het onderzoek .......................................................................... 4 Methodiek ................................................................................................................................ 4 Resultaten ................................................................................................................................ 4
3.1 3.1.1
Kwantitatieve online enquête Vlaamse bevolking Gedrag: beperken, vermijden en sorteren van afval
5 5
3.1.2 3.1.3
Motivatoren om te sorteren Demotivatoren om te sorteren
5 6
3.1.4 3.1.5
Informatie Stimulansen
6 6
3.1.6 3.2
Waargenomen huishoudprofielen inzake vermijden, beperken en sorteren van huishoudelijk afval Kwantitatieve bevraging via Focusgroepen
6 11
3.2.1 3.2.2
Afvalinzameling in gemeente Sorteren – Praktisch
12 12
3.2.3 3.2.4
Sorteren – Motivatie Sorteren - Mogelijke belemmeringen
12 12
3.2.5 3.2.6
Sorteren – Demotivatie Sorteren – Stimulansen
12 13
3.2.7 3.2.8
Afvalophaling / recyclagepark - Kostprijs Afvalophaling / recyclagepark - Mogelijke verbeterpunten
13 13
3.2.9 3.2.10
Communicatie Afvalpreventie & hergebruik
13 14
3.2.11
Prioritair te nemen maatregelen
14
4.
Aanbevelingen........................................................................................................................ 14
4.1 4.2
Maatregelen tot stimuleren van meer/beter sorteren van huishoudelijk afval Maatregelen tot stimuleren van voorkomen van afval
15 16
4.3
Flankerende maatregelen inzake beperken, vermijden en sorteren van huishoudelijk restafval
16
pagina 3 of 17
29.04.2022
1. VOORWERP EN DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK Het onderzoek dient de opdrachtgever toe te laten handvaten te bekomen om de burger aan te moedigen, te overtuigen en te leiden naar minder productie van huishoudelijk afval via het voorkomen en sorteren ervan. Met de resultaten uit de bevraging, zowel kwalitatief als kwantitatief, moeten de OVAM, Fost Plus, de intercommunales en de lokale besturen een beter beeld van de drijfveren van de burger krijgen om al dan niet afval correct te sorteren en afval te voorkomen. De analyse dient het destilleren van meer gerichte acties mogelijk te maken op verschillende thema’s zoals service, prijs, communicatie, argumentatie, infokanalen…, rekening houdend met de verschillende drijfveren en opgesplitst volgens de verscheidenheid van de bevolking / socio-demografische profielen. Het onderzoek moet een antwoord bieden op volgende vragen, indien relevant per socio-demografisch profiel: Waarom komt een bepaalde selectieve fractie soms nog bij huisvuil of grofvuil terecht? Wat zijn de motivatoren en demotivatoren voor het beperken van restafval via voorkomen/sorteren van afval dat thuis kan vrijkomen? – In welke mate speelt bewust of onbewust gedrag (attitude versus gedrag)? – Wat trekt de burger over de streep om restafval (huisvuil en grofvuil) toch te voorkomen? – Via welke infokanalen wordt informatie opgepikt? – –
De uiteindelijke uitvoering van acties of uitwerking van nieuwe communicatie-accenten moet leiden tot een verdere daling van de hoeveelheid restafval.
2. METHODIEK De kwantitatieve bevraging werd gerealiseerd bij 2.500 Vlaamse burgers van 18 jaar en ouder middels een online enquête. De resultaten van dit kwantitatieve onderzoek werden verder uitgediept, verfijnd, aangevuld met de resultaten van het kwalitatieve onderzoek dat uitgevoerd werd middels de inzet van vijf focusgroepen.
3. RESULTATEN In wat volgt worden de belangrijkste bevindingen opgenomen voor wat betreft de bevraging van de Vlaamse bevolking enerzijds en de focusgroepen anderzijds.
pagina 4 of 17
29.04.2022
3.1 KWANTITATIEVE ONLINE ENQUÊTE VLAAMSE BEVOLKING Achtereenvolgens komen aan bod: 1. het gedrag van de Vlaming inzake beperken, vermijden en sorteren van huishoudelijk afval; 2. de motivatoren en demotivatoren om (niet) te sorteren; 3. de aangewende en gewenste informatiekanalen; 4. mogelijke stimulansen om meer/beter te sorteren / afval te voorkomen; 5. de zes waargenomen huishoudprofielen inzake beperken, vermijden en sorteren.
3.1.1 Gedrag: beperken, vermijden en sorteren van afval1 –
–
De respondenten werd een lijst van 16 afvalfracties voorgelegd die alle gesorteerd dienen te worden. Uit de bevraging blijkt dat de overgrote meerderheid (≥80%) deze afvalfracties consequent sorteert. De fracties die het minst gesorteerd worden en bij het restafval terecht komen (16% tot 36%), zijn etensresten en GFTafval2, aluminium schaaltjes en bakjes, kleine harde plastiek, en plastieken folies en zakjes. Nog 6% van de Vlamingen geeft toe wel eens een afvalfractie thuis te verbranden (in hoofdzaak GFT-afval en papier/karton). Drie kwart van de Vlamingen probeert zoveel als mogelijk hun hoeveelheid afval te beperken. Om minder huisvuil te hebben, sorteren vier op de vijf Vlamingen zo goed als mogelijk. Veel Vlamingen hebben de weg gevonden naar de tweedehandsmarkt om goederen die ze niet meer gebruiken, weg te geven of te verkopen (7 op de 10); vier op de tien Vlamingen koopt zelf wel eens tweedehandsgoederen. Van zij die een nieuw goed aankopen, stelt 40% te kiezen voor een goed met langere levensduur. Drie op de tien Vlamingen gooien wel eens iets bij het restafval waarvan ze weten dat het er eigenlijk niet in thuishoort. De twee belangrijkste redenen om af en toe iets bewust foutief te sorteren, zijn: het bij het restafval gooien van etensresten, groenten- en fruitafval om dit sneller te kunnen buitenzetten voor ophaling, alsook het bij het restafval gooien van voedsel in de verpakking omdat men het niet wil scheiden van de verpakking. Bij twijfel in welke afvalzak of -container iets thuis hoort, gooit een vierde van de Vlamingen het afval bij het restafval.
3.1.2 Motivatoren om te sorteren –
De vier belangrijkste redenen om huishoudelijk afval te sorteren (voor circa 80% van de Vlamingen), zijn: het is het juiste om te doen; het maakt deel uit van de dagelijkse routine; het levert een bijdrage aan het milieu; en de huidige sorteerregels zijn duidelijk.
1 de term “restafval” zoals opgenomen in de vragenlijst en hier verder in besluiten: hieronder dient “huisvuil” begrepen te worden; bij de opmaak van de vragenlijst werd geopteerd de term “restafval” te gebruiken omdat dit voor de burger de courant gebruikte en begrepen term is. Indien verder in het rapport de term “restafval” wordt vernoemd, dan wordt hieronder verstaan “huisvuil”. 2
GFT wordt niet overal selectief ingezameld; in dit geval is het wel terecht dat GFT bij het huisvuil terechtkomt. Het aandeel etensresten en GFT-afval dat bij restafval terechtkomt in de regio’s zonder GFT-inzameling bedraagt hier 55% tegenover 28% in de regio’s met GFT-inzameling.
pagina 5 of 17
29.04.2022
3.1.3 Demotivatoren om te sorteren −
De drie vaakst aangehaalde redenen om huishoudelijk afval niet te sorteren (voor circa 30% van de Vlamingen), zijn: denken dat veel gesorteerd afval uiteindelijk toch op dezelfde afvalberg terechtkomt; van mening zijn reeds voldoende te sorteren en bijgevolg is het niet erg af en toe iets fout te sorteren; en tot slot het te weinig hebben van bepaalde afvalsoorten om er een aparte zak/container mee te vullen. De antwoorden zijn hier niet zo sterk uitgesproken – noch in positieve, noch in negatieve zin.
3.1.4 Informatie –
De papieren afvalkalender, gevolgd door de website van de stad of gemeente, zijn de meest gebruikte kanalen om informatie terug te vinden over afvalophaling en –sortering (voor circa 50% tot 60%).
–
Hét kanaal waarlangs men informatie en tips wil krijgen om afval te verminderen, is eveneens de papieren afvalkalender (50%).
3.1.5 Stimulansen –
–
Meer dan acht op de tien Vlamingen geven aan dat ze gestimuleerd kunnen worden om (nog) meer / beter te sorteren. De twee vaakst opgegeven stimulansen voor sortering (voor circa 4 op de 10 Vlamingen), zijn: het goedkoper maken van de huis-aan-huis ophaling van selectieve fracties en het duidelijk aangeven op de verpakking of op product hoe het gesorteerd moet worden. Inzake het voorkomen van afval, zijn de voornaamste stimulansen waarin de gemeente of stad kan voorzien (voor circa 30% van de Vlamingen): het aanbieden van compostvaten en –bakken; het voorzien van herbruikbare boodschappentassen; het organiseren van tweedehandsbeurzen / rommelmarkten; alsook het gratis of goedkoop uitlenen van gereedschap. Ongeveer een vierde van de Vlamingen hoeft géén dergelijke stimulansen om afval te voorkomen.
3.1.6 Waargenomen huishoudprofielen inzake vermijden, beperken en sorteren van huishoudelijk afval –
–
Achterliggend de 34 motivatoren en demotivatoren inzake het beperken van huishoudelijk restafval, kunnen vijf componenten onderscheiden worden: (1) milieubewustzijn en duurzaamheid, (2) bezwaren, (3) beperken/vermijden van afval, met financieel motief, (4) desinteresse, en (5) plichtsbesef en routine. Bij beschouwing van de vijf componenten samen, kunnen zes huishoudprofielen of ‘clusters (van personen)’ onderscheiden worden die op basis van door de respondenten gerapporteerde uitspraken, eenzelfde attitude en gedrag vertonen ten aanzien van vermijden, beperken en sorteren van huishoudelijk afval. Voor elke cluster kan vervolgens worden nagegaan via welke maatregelen deze kan gestimuleerd worden om meer en/of beter te sorteren en afval te voorkomen, en via welke informatiekanalen de cluster kan bereikt worden.
pagina 6 of 17
29.04.2022
3.1.6.1
Cluster 1: Onverschillige – ongeïnteresseerde burgers (N=244)
3.1.3.1.1 Profiel – Cluster 1 omvat de op één na minst goede sorteerders: ze zijn het minst bezig met milieubewustzijn & duurzaamheid, en kennen het minste plichtsbesef & routine inzake sorteren; daarenboven halen ze vaker bezwaren aan om te sorteren en vertonen ze een hogere mate van desinteresse in sorteren. – Personen in deze cluster zijn gemiddeld jonger (aanzienlijk aandeel in de leeftijdsklasse 18 tot 34 jaar oud) en hebben vaker dan andere clusters (m.u.v. cluster 4) kinderen tussen 3 en 5 jaar. Niettegenstaande een grotere aanwezigheid in de lagere inkomensklassen, geeft de helft aan niet moeilijk, niet makkelijk rond te komen. 3.1.3.1.2 Informatiebehoeften – In cluster 1 is de website van de stad of gemeente het vaakst gebruikte kanaal (33%) om informatie op te zoeken over afvalophaling of -sortering; het tweede belangrijkste kanaal is de papieren afvalkalender (26%). Door beide voornoemde kanalen te combineren, kan tot de helft van de cluster bereikt worden. 18% van de personen in cluster 1 wenst géén extra informatie. – Cluster 1 wenst bij voorkeur informatie en tips over het verminderen van huishoudelijk afval te ontvangen via de papieren afvalkalender (25%). Het bijkomend aanbieden van dergelijke informatie via de website van de stad/gemeente, via het magazine of krantje van de gemeente/stad, en via de online afvalkalender, verhoogt het bereikte aandeel in cluster 1 tot 44%. Maar liefst 31% van de personen in cluster 1 heeft geen nood aan dergelijke informatie (in de overige vijf clusters is dit 8% tot 22%). 3.1.3.1.3 Stimuleren: sorteren van afval en verminderen van restafval – De maatregelen die in cluster 1 het meeste effect zouden ressorteren op meer en/of beter sorteren en zo het restafval verminderen, zijn op de eerste plaats het goedkoper maken van de huis-aan-huis ophaling van selectieve fracties, gevolgd door het eenvoudiger maken van de sorteerregels en het duidelijk aangeven op de verpakking of het product hoe te sorteren. – Circa een kwart van de Vlamingen in cluster 1 stelt daarnaast géén stimulansen nodig te hebben om meer en/of beter te sorteren. 3.1.3.1.4 Stimuleren: voorkomen van afval – Cluster 1 is niet enkel de groep van de op één na minst goede sorteerders, maar tevens de groep die gemiddeld het minste aantal acties onderneemt om het huishoudelijk afval te verminderen. Eén derde van de personen in cluster 1 stelt hier dan ook dat ze géén stimulansen wenst om afval te voorkomen. – De drie maatregelen die een stad of gemeente kan nemen om de personen in cluster 1 alsnog in aanzienlijke mate te stimuleren om afval te voorkomen, zijn: het organiseren van een tweedehandsbeurs of rommelmarkt; het gratis of goedkoop uitlenen van gereedschap (bv. boormachine, tuingereedschap, ...) en het aanbieden van compostvaten.
3.1.6.2
Cluster 2: Modale burger (die relatief goed sorteert) (N=775)
3.1.6.2.1 Profiel – Personen in cluster 2 behoren tot de één van de betere sorteerders (samen met cluster 5 & 6), maar halen nog iets vaker (dan cluster 5 & 6) redenen aan om af en toe iets foutief te sorteren. Het is een groep die qua attitude niet opvalt: men scoort overal gemiddeld op. – Ook inzake socio-demografische karakteristieken zijn er geen opvallende vaststellingen: we vinden ze in gelijke mate terug in alle leeftijdsklassen en alle huishoudtypes; wel behoren ze iets vaker tot de 2-
pagina 7 of 17
29.04.2022
persoonshuishoudens. Hoewel ze net als cluster 1 wat vaker tot de lagere inkomensklassen behoren, resulteert dit niet in een lager subjectief inkomen. 3.1.6.2.2 Informatiebehoeften – In cluster 2 zijn (net als in clusters 3, 5 en 6) de twee vaakst gebruikte kanalen om informatie over afvalophaling en -sortering te zoeken de papieren afvalkalender (62%) en de website van de stad of gemeente (54%); de beide samen bereiken circa 8 op de 10 personen in deze cluster. – Cluster 2 wenst bij voorkeur informatie en tips over het verminderen van huishoudelijk afval te ontvangen via de papieren afvalkalender (52%). 3.1.6.2.3 Stimuleren: sorteren & verminderen van afval – De twee belangrijkste maatregelen die de personen in cluster 2 kunnen aanzetten tot meer en/of beter sorteren, zijn: het goedkoper maken van de huis-aan-huis ophaling van PMD, GFT- en groenafval enerzijds, en duidelijk aangeven op de verpakking of product hoe te sorteren anderzijds. – In cluster 2 stelt circa 1 op de 10 géén stimulansen nodig te hebben. 3.1.6.2.4 Stimuleren: voorkomen van afval – In cluster 2 is de meest aangeduide maatregel die een lokale overheid kan nemen tot stimuleren om afval te voorkomen: het aanbieden van compostvaten en -bakken. – Circa 1 op de 5 personen in cluster 2 geeft aan géén stimulansen te wensen om (meer) afval te voorkomen.
3.1.6.3
Cluster 3: achteloze goedverdieners (n=363)
3.1.6.3.1 Profiel – Personen in cluster 3 kennen een eerder gemiddeld sorteergedrag: het zijn niet de beste sorteerders, maar ook niet de slechtste; ze geven wel eens een reden op om iets bewust foutief te sorteren. – Ze hebben weinig aandacht voor milieubewustzijn & duurzaamheid, wat zich tevens uit in de minst goede score inzake vermijden & beperken van afval (met financieel motief). Op de overige componenten scoren ze eerder gemiddeld. – Cluster 3 omvat eerder jongere respondenten, met een groot aandeel tussen 18 en 49 jaar oud; met meer vrouwelijke respondenten. Hoewel geen opvallende gezinssamenstelling, zien we een iets grotere aanwezigheid van huishoudens met kinderen tussen 0 en 2 jaar. De respondenten behoren vaker tot de hogere inkomensklassen en geven ook vaker aan maandelijks gemakkelijk rond te komen. 3.1.6.3.2 Informatiebehoeften – In cluster 3 zijn (net als in clusters 2, 5 en 6) de twee vaakst gebruikte kanalen om informatie over afvalophaling en -sortering te zoeken de papieren afvalkalender (60%) en de website van de stad of gemeente (46%); de beide samen bereiken circa 8 op de 10 personen in deze cluster. – Cluster 3 wenst bij voorkeur informatie en tips over het verminderen van huishoudelijk afval te ontvangen via de papieren afvalkalender (48%).
pagina 8 of 17
29.04.2022
3.1.6.3.3 Stimuleren: sorteren & verminderen van afval – De maatregelen die reeds een aanzienlijk aandeel personen binnen cluster 3 zouden stimuleren om meer en/of beter te sorteren en zo het restafval te verminderen, zijn: het duidelijk aangeven op de verpakking of het product hoe te sorteren en het goedkoper maken van de huis-aan-huis ophaling van PMD, GFT- en groenafval. – Iets meer dan circa 1 op de 10 personen in cluster 3 wenst géén stimulansen om meer of beter te sorteren. 3.1.6.3.4 Stimuleren: voorkomen van afval – Ook in cluster 3 wordt het aanbieden van compostvaten en -bakken het meest vernoemd als maatregel die een lokale overheid kan nemen tot stimuleren om afval te voorkomen. – Cluster 3 is de cluster met een huidig ‘gemiddeld’ gedrag inzake voorkomen van afval; dit blijkt ook uit het grote aandeel personen (circa 1 op 3) dat géén stimulansen wenst om meer afval te voorkomen.
3.1.6.4
Cluster 4: Jonge gezinnen met kinderen die moeilijk rondkomen en niet goed sorteren (N=204)
3.1.6.4.1 Profiel – In cluster 4 vinden we de minst goede sorteerders: ze halen het vaakst – net zoals personen in cluster 1 – redenen aan om af en toe iets bewust foutief bij het restafval te gooien. – Hun minder goed sorteergedrag gaat samen met de minst goede attitude inzake sorteren: ze kennen de hoogste score betreffende het aanhalen van bezwaren om niet te sorteren, alsook de hoogste score inzake desinteresse in sorteren. – Nog meer dan in cluster 1, kent cluster 4 voornamelijk jongere personen. Het is de cluster met het grootste aandeel gezinnen met kinderen (in verscheidene leeftijdscategorieën) en de grootste gemiddelde gezinsgrootte. Een groter aandeel personen geeft aan nog thuis te wonen bij de ouders, of reeds samen te wonen met een partner en kinderen. Een groter aandeel dan in de overige clusters geeft aan in een studio te wonen. Het betreft ook vaker personen die nog niet zo lang in hun stad of gemeente wonen. Hoewel de personen in deze cluster in de verschillende inkomensklassen zijn terug te vinden (en zelfs eerder in de hogere inkomensklassen), geven ze het vaakst aan het (heel erg) moeilijk te hebben om maandelijks rond te komen. 3.1.6.4.2 Informatiebehoeften – Net zoals in cluster 1, is in cluster 4 de website van de stad of gemeente het vaakst gebruikte kanaal om informatie op te zoeken over afvalophaling of –sortering (32%); het tweede belangrijkste kanaal is de papieren afvalkalender (26%). Door beide voornoemde kanalen te combineren, kan tot de helft van de cluster bereikt worden. Ook cluster 4 wenst bij voorkeur informatie en tips over het verminderen van huishoudelijk afval te ontvangen via de papieren afvalkalender (26%; cfr. cluster 1 een lager aandeel dan in de overige clusters). 3.1.6.4.3 Stimuleren: sorteren & verminderen van afval – In cluster 4 bevinden zich – zoals dit ook het geval is voor cluster 1 – diegenen die gemiddeld het minst goed sorteren. Ook hier is een goedkopere huis-aan-huis ophaling van PMD, GFT- en groenafval de meeste vermelde maatregel teneinde meer en/of beter te sorteren, zij het dat het aandeel hier veel bescheidener is dan in de overige clusters. Een tweede belangrijke stimulansmaatregel betreft het duidelijker communiceren over de tarieven op het recyclagepark. – 10% van de personen in cluster 4 wenst géén stimulansen om meer en/of beter te sorteren.
pagina 9 of 17
29.04.2022
3.1.6.4.4 Stimuleren: voorkomen van afval – Hoewel in cluster 4 t.o.v. de andere clusters thans gemiddeld het minste ondernomen wordt om afval te voorkomen, kunnen de personen in deze cluster in belangrijke mate aangespoord worden om hun gedrag inzake afvalvoorkoming te verbeteren, aangezien slechts 1 op de 10 stelt géén stimulansen te willen. – De maatregelen die de lokale overheid kan opzetten om hen er in aanzienlijke mate toe aan te zetten om afval te voorkomen, zijn: het voorzien van herbruikbare boodschappentassen, het gratis of goedkoop uitlenen van gereedschap en het aanbieden van compostvaten en -bakken.
3.1.6.5
Cluster 5: Goede sorteerders uit plichtsbesef en routine met goed inkomen (N=319)
3.1.6.5.1 Profiel – Cluster 5 omvat (samen met cluster 6) de personen met het beste sorteergedrag: ze sorteren gemiddeld de meeste afvalfracties, en halen het minst vaak redenen aan om al eens iets bewust foutief bij het restafval te gooien. – Hun sorteergedrag wordt gedreven door plichtsbesef & routine, eerder dan milieubewustzijn & duurzaamheid. Ze kennen de laagste score inzake aanhalen van bezwaren om te sorteren, en kennen – samen met cluster 6 – de laagste score op de component ‘desinteresse in sorteren’. – Cluster 5 omvat eerder oudere personen, die we in verschillende huishoudtypes kunnen onderbrengen. Ze wonen vaker in een open bebouwing, eerder dan in een appartement en hebben een goed inkomen (zowel objectief als subjectief). 3.1.6.5.2 Informatiebehoeften – In cluster 5 zijn (net als in clusters 2, 3 en 6) de twee vaakst gebruikte kanalen om informatie over afvalophaling en -sortering te zoeken de papieren afvalkalender (67%) en de website van de stad of gemeente (50%); de beide samen bereiken circa 8 op de 10 personen in deze cluster. – Cluster 5 wenst bij voorkeur informatie en tips over het verminderen van huishoudelijk afval te ontvangen via de papieren afvalkalender (54%). 3.1.6.5.3 Stimuleren: sorteren & verminderen van afval – De twee belangrijkste maatregelen die de personen in cluster 5 kunnen stimuleren om meer en/of beter sorteren, zijn: het duidelijk aangeven op de verpakking of product hoe te sorteren en het goedkoper maken van de huis-aan-huis ophaling van PMD, GFT- en groenafval. – Circa een kwart van de personen in cluster 5 wenst géén stimulansen om meer en/of beter te sorteren. 3.1.6.5.4 Stimuleren: voorkomen van afval – Het aanbieden van compostvaten en -bakken, samen met het voorzien in herbruikbare boodschappentassen, het organiseren van een tweedehandsbeurs of rommelmarkt, en het gratis of goedkoop uitlenen van gereedschap, zijn voor de personen in cluster 5 de belangrijkste maatregelen die de lokale overheid kan nemen om hen ertoe aan te zetten afval te voorkomen. – Aangezien cluster 5 tot de betere clusters behoort inzake voorkomen van afval, stelt dan ook iets meer dan 1 op de 3 personen, terzake géén stimulansen te behoeven.
pagina 10 of 17
29.04.2022
3.1.6.6
Cluster 6: Goede sorteerders die wat ouder zijn (N=595)
3.1.6.6.1 Profiel – Net zoals cluster 5, omvat cluster 6 de personen met het beste sorteergedrag inzake consequent sorteren van specifieke afvalfracties, alsook inzake niet (af en toe) bewust iets foutief bij het restafval te gooien. – In tegenstelling tot zij in cluster 5, vertonen de personen in cluster 6 wel een hoge mate van milieubewustzijn & duurzaamheid, en daaruit volgend een veel grotere mate van afvalbeperkend/-vermijdend gedrag (met financieel motief) ten opzichte van cluster 5. Voorts scoren ze ook vrij hoog inzake plichtsbesef & routine. Cluster 6 kent ook een lage score op de component ‘bezwaren’, en – samen met cluster 5 – de laagste score op de component ‘desinteresse’. – Cluster 6 omvat de personen met de hoogste gemiddelde leeftijd. Het betreft vooral koppels zonder kinderen, alsook een groot aandeel alleenstaanden; dit uit zich in de kleinste gemiddelde gezinsgrootte van alle clusters. Niettegenstaande een groot aandeel van deze cluster tot de lagere inkomensklassen behoort, laat evenzeer een groter aandeel personen hier weten (heel erg) makkelijk rond te komen. 3.1.6.6.2 Informatiebehoeften – In cluster 6 zijn (net als in clusters 2, 3 en 5) de twee vaakst gebruikte kanalen om informatie over afvalophaling en -sortering te zoeken de papieren afvalkalender (72%) en de website van de stad of gemeente (56%); de beide samen bereiken circa 8 op de 10 personen in deze cluster. – Van alle clusters staat in cluster 6 de papieren afvalkalender het meest uitgesproken bovenaan als voorkeurkanaal om informatie en tips over het verminderen van huishoudelijk afval te ontvangen (64%). 3.1.6.6.3 Stimuleren: sorteren & verminderen van afval – Voor zij die dat wel willen, valt de eerste keuze op het goedkoper maken van de huis-aan-huis ophaling van PMD, GFT- en groenafval, gevolgd door het duidelijk aangeven op de verpakking of product hoe te sorteren. – Circa 1 op de 5 personen in cluster 6 wenst géén verdere stimulansen om meer en/of beter te sorteren. 3.1.6.6.4 Stimuleren: voorkomen van afval – De twee belangrijkste maatregelen die volgens de personen in cluster 6 door de lokale overheid kunnen worden genomen om hen te stimuleren meer afval te voorkomen, zijn: het aanbieden van compostvaten en -bakken, gevolgd door het voorzien van herbruikbare boodschappentassen. – Circa een kwart van de personen in cluster 6 wenst géén (bijkomende) maatregelen van de lokale overheid ter voorkoming van hun huishoudelijk afval.
3.2 KWANTITATIEVE BEVRAGING VIA FOCUSGROEPEN Over het algemeen – i.c. over de vijf focusgroepen heen – kan gesteld worden dat er weinig verschillen naar voor kwamen tussen de verscheidene huishoudprofielen inzake kennis, gedrag en perceptie ten aanzien van afvalsortering, -beperking en -voorkoming. Uit de groepsgesprekken kunnen volgende belangrijkste bevindingen opgetekend worden.
pagina 11 of 17
29.04.2022
3.2.1 Afvalinzameling in gemeente – –
Men is over het algemeen goed op de hoogte van de praktische regeling (welke fracties wanneer) van afvalophaling in de stad of gemeente. De (exacte) kostprijs van de verschillende afvalfracties, inclusief huisvuil, die aan huis worden ingezameld, maar zeker van deze die op het recyclagepark worden ingezameld, is minder goed gekend.
3.2.2 Sorteren – Praktisch −
− − −
De deelnemers geven aan goed op de hoogte te zijn van de huidige sorteerregels voor PMD en GFT. Niettemin bestaan er bij vrijwel elk huishoudprofiel twijfels over hoe specifieke soorten afval gesorteerd dienen te worden (bijv. aluminiumschaaltjes, isomo, eierschalen, enz.). Bij twijfel wordt het afval doorgaans bij het restafval gegooid of moffelt men dit weg in een andere verpakking (PMD). Ook nieuwe GFT-regels zorgen voor vragen: eierschalen, kattenbakvulling, vleesresten,… Vervallen voedingsproducten in verpakking belanden bij alle huishoudprofielen hoofdzakelijk bij het restafval. Over alle huishoudprofielen heen kan worden vastgesteld dat men niet vaak naar het recyclagepark gaat; dit omwille van diverse redenen.
3.2.3 Sorteren – Motivatie −
−
De belangrijkste redenen waarom de deelnemers sorteren, zijn: de kostprijs (sorteren is goedkoper / restafval is duurder dan PMD/GFT/papier en karton), uit milieu-overwegingen, uit gewoonte en omwille van (sociale / wettelijke) verplichting. Hoewel men veelal niet op de hoogte is van de exacte kostprijs van de verschillende afvalfracties die worden ingezameld, zijn vrijwel alle deelnemers ervan overtuigd dat sorteren goedkoper is dan alles bij het restafval steken.
3.2.4 Sorteren - Mogelijke belemmeringen − −
−
−
In de keuken heeft men doorgaans aparte afvalbakken voor restafval en PMD, en sommigen ook voor GFT; keukenafval wordt dan ook doorgaans goed gesorteerd. Merken we wel op, dat wie (1) op een appartement woont, (2) en/of minder (buiten)ruimte heeft om afvalzakken/-containers te plaatsen, en/of (3) weinig afval heeft (bijv. alleenstaande), vaker het GFT bij het restafval gooit (zeker in de zomer cfr. geurhinder). Afval dat op andere plaatsen in huis vrijkomt (bijv. toilet, badkamer, slaapkamer) en waar doorgaans één vuilbakje staat, wordt minder goed gesorteerd en belandt bij het restafval; de uitzonderingen hierop zijn wc-rolletjes en grotere PMD-verpakkingen (bijv. shampoofles, scheerschuimbus, enz.). De twee belangrijkste belemmeringen om naar het recyclagepark te gaan, zijn een gebrek aan (eigen) vervoer (inzonderheid in geval van grote stukken), en de beperkte openingsuren (binnen de kantooruren, op zaterdag te druk, verplichting om op afspraak te komen).
3.2.5 Sorteren – Demotivatie −
De belangrijkste redenen om niet – of niet correct – te sorteren, zijn: gebrek aan tijd, gemakzucht, onduidelijke sorteerregels, maar ook onduidelijkheid over wat met het gesorteerd afval gebeurt. De perceptie leeft dat veel gesorteerd afval, alsook restafval wordt verbrand, gesmolten, vermalen, en/of ‘verscheept’ naar de derde wereld.
pagina 12 of 17
29.04.2022
−
Voor sommigen is ook de combinatie van verschillende verpakkingsmaterialen (en bijgevolg het scheiden van de verschillende verpakkingen) een reden om afval niet te sorteren en bij het restafval te gooien.
3.2.6 Sorteren – Stimulansen −
−
Op de vraag hoe mensen gemotiveerd kunnen worden om minder afval te hebben en/of hun afval (beter) te sorteren, worden als belangrijkste stimulansen opgegeven: invoeren van statiegeld en het goedkoper maken van de inzameling (huis-aan-huis, alsook recyclagepark) van gesorteerd afval (inzonderheid voor wie het financieel moeilijk heeft, bijv. gratis PMD-zak of middels tegemoetkoming). Overige stimulansen die meermaals worden aangehaald, zijn: duidelijkere sorteerregels; het duurder maken van producten met veel verpakking of goedkoper maken van producten met geen of weinig verpakking; voorzien in een beloningsstrategie versus sanctioneringsstrategie voor wie respectievelijk goed en slecht sorteert; en tot slot burgers sensibiliseren / informeren over het belang van goed sorteren (incl. wat met gesorteerd afval gebeurt).
3.2.7 Afvalophaling / recyclagepark - Kostprijs − −
− −
Over het algemeen is men van mening dat de huis-aan-huisophaling van restafval correct geprijsd is gezien – zo stelt men – de kostprijs grotendeels gerelateerd is aan het eigen consumptiegedrag. Niettegenstaande een prijsverhoging volgens de deelnemers tot minder afval kan leiden. In het bijzonder voor wie het financieel moeilijk heeft, wordt in geval van een prijsverhoging door de focusgroepen aangedrongen op een tegemoetkoming. Een aantal deelnemers vindt dat het inzamelen van betalende afvalfracties in het recyclagepark duur is geworden, met uitzondering van zij die over gratis beurten of x-aantal kilogram gratis beschikken. In dit kader wordt ook opgemerkt dat er geen uniformiteit is naar organisatie en tarifering over de stadsen gemeentegrenzen heen.
3.2.8 Afvalophaling / recyclagepark - Mogelijke verbeterpunten −
− −
Een meer frequente huis-aan-huis ophaling van gesorteerd afval, alsook restafval wordt door alle huishoudprofielen aangehaald als mogelijk verbeterpunt inzake afvalinzameling huis-aan-huis; er is tevens een grote vraag naar het aan-huis-ophalen van glas. Ook een gratis ophaling van grofvuil aan huis (bijv. halfjaarlijks) wordt door een aantal deelnemers vermeld. Ruimere, flexibele openingsuren en een minder hoge kostprijs (of meer gratis afvalfracties) worden als mogelijke verbeterpunten inzake de afvalinzameling via het recyclagepark aangehaald. Naast het uniformiseren van de werking en organisatie van de recyclageparken in België, wordt ook het inrichten van een pop-up of mobiel recyclagepark als een mogelijk verbeterpunt gezien.
3.2.9 Communicatie − − −
Alle huishoudprofielen informeren zich op de eerste plaats via de (papieren) afvalkalender. Ook het infoblad van de stad of gemeente wordt hiervoor aangewend. Volgende digitale tools worden ook vermeld: sociale media, app Recycle! en de website van de stad of gemeente. Indien de sorteerregels of andere zaken met betrekking tot de afvalinzameling wijzigen, wenst men bij voorkeur schriftelijk op de hoogte te worden gesteld; dit bijvoorbeeld middels een folder bij de aankoop van nieuwe vuilzakken of een folder in de bus. In tweede instantie kan dergelijke informatie ook worden aangereikt via sociale media, e-mail of tv-spotje.
pagina 13 of 17
29.04.2022
3.2.10 Afvalpreventie & hergebruik −
−
−
Om minder afval te hebben, levert men – over alle huishoudprofielen heen – momenteel reeds volgende inspanningen: minder / bewuster aankopen; hergebruiken / repareren / verkopen van goederen; aankopen van producten met minder of geen verpakking; composteren en drinken van kraantjeswater. Om naar de toekomst toe nóg minder afval te hebben, stelt men – over alle huishoudprofielen heen – dat dit gerealiseerd kan worden door nóg minder / bewuster aan te kopen; alsook nóg meer producten met weinig of geen verpakking aan te kopen. Bijkomend – zij het in mindere mate – is men bereid volgende inspanningen te leveren: statiegeld betalen; instappen in deeleconomie; moestuin aanleggen / composteren; en minder plastieken verpakking aankopen (eerder glas). Alle huishoudprofielen zijn de mening toegedaan dat ze beter sorteren dan vroeger en bijgevolg minder restafval hebben.
3.2.11 Prioritair te nemen maatregelen − − −
Volgens de deelnemers dient – ter verbetering van de afvalsortering/-beperking – prioritair ingezet te worden op: communicatie rond het belang van sorteren; hoe te sorteren (PMD en GFT); alsook wat met gesorteerd afval gebeurt. Verder verwacht men ook een effect op het sorteergedrag middels financiële maatregelen, zoals het duurder maken van restafval versus goedkoper maken van gesorteerd afval, het belonen van goed sorteergedrag versus sanctioneren van minder goed sorteergedrag, alsook het invoeren van statiegeld. Meer afvalfracties aan huis ophalen; meer uniformiteit over de stads- en gemeentegrenzen heen inzake afvalinzameling en –sortering; alsook producenten ertoe aanzetten minder verpakking te gebruiken, worden ook nog als mogelijk te nemen maatregelen aangehaald.
4. AANBEVELINGEN De finaliteit van het sorteergedragonderzoek is inzicht te geven in wat de burger zou kunnen overhalen om zijn/haar sorteergedrag te optimaliseren. Het onderzoek dient de OVAM handvaten aan te reiken om de burger (verder) aan te moedigen, te overtuigen en te leiden naar minder productie van restafval via het voorkomen en sorteren ervan. In wat volgt, worden dan ook terzake een reeks aanbevelingen van te nemen maatregelen opgenomen, waarbij volgende opdeling kan gemaakt worden: 1. maatregelen tot stimuleren van meer/beter sorteren van huishoudelijk afval; 2. maatregelen tot stimuleren van voorkomen van afval; en 3. flankerende maatregelen inzake beperken, vermijden en sorteren van huishoudelijk restafval
pagina 14 of 17
29.04.2022
4.1 MAATREGELEN TOT STIMULEREN VAN MEER/BETER SORTEREN VAN HUISHOUDELIJK AFVAL
1
Goedkoper maken van huis-aan-huis ophaling gesorteerd afval, gekoppeld aan duurder maken huishoudelijk restafval
De Vlaming is zich bewust dat de huis-aan-huis ophaling van restafval3 duurder is dan de overige gesorteerde afvalfracties. Niettemin, worden bepaalde te sorteren afvalfracties toch nog bewust bij het restafval gegooid. Bij alle in het onderzoek onderscheiden huishoudprofielen komt een prijsverlaging van gesorteerd afval als één van de belangrijkste maatregelen – zo niet dé belangrijkste – naar voor die hen zal stimuleren om meer/beter te sorteren. Deze maatregel wordt onderschreven in alle focusgroepen, zij koppelen evenwel deze maatregel aan een prijsverhoging van de huis-aan-huis ophaling van huishoudelijk restafval. . Om een mogelijke negatieve impact te ondervangen, kan voor Vlamingen met financieel beperkte middelen, voorzien worden in een tegemoetkoming.
2
Sorteerregels : eenvoudiger maken & betere communicatie Responsabalisering en sensibilisering van producenten
Uit de bevraging, alsook uit de focusgroepen, blijkt dat sommige te sorteren afvalfracties bij het restafval terechtkomen omwille van twijfels; het betreft vnl. PMD (bijv. aluminium schaaltjes, plastieken zakjes, ...), maar tevens keukenafval (bijv. eierschalen). Het eenvoudiger maken en meer uniform maken (tussen gemeenten) van de sorteerregels kan hieraan verhelpen en zodoende huishoudelijk restafval verminderen. In alle focusgroepen wordt hier als kanttekening aangehaald dat de sorteerregels voldoende constant moeten zijn (verandering schept verwarring & meer restafval). Hier is ook een rol weggelegd voor de producent en dit inzake: het produceren van minder verpakking in het algemeen, en in het bijzonder voor wat betreft samengestelde verpakkingen, alsook het op de verpakking aangeven hoe te sorteren. Responsabilisering en sensibilisering van de producent is terzake aangewezen. Aangezien er nood is aan duidelijke informatie over de sorteerregels – i.c. praktische schikkingen – concrete voorbeelden en aanduiding wat waar thuis hoort –, zo blijkt uit de bevraging én de focusgroepen, dient ingezet te worden op een betere communicatie & informatievoorziening hieromtrent. Voor alle huishoudprofielen is het meest aangewezen kanaal de papieren afvalkalender; aangevuld met de website en infokrant van de gemeente, alsook de online afvalkalender. In geval nieuwe sorteerregels worden uitgevaardigd, wordt men hierover bij voorkeur ingelicht via een folder in de brievenbus en/of een infofiche gehecht aan de PMD-zakken. Deze tools kunnen uiteraard ook ingezet worden om de afvalfracties die thans vaak foutief gesorteerd worden, onder de aandacht te brengen.
3 de
term “restafval” zoals opgenomen in de vragenlijst en hier verder in besluiten : hieronder dient “huisvuil” begrepen te worden; bij de opmaak van de vragenlijst werd geopteerd de term “restafval” te gebruiken omdat dit voor de burger de courant gebruikte en begrepen term is. Indien verder in het rapport de term “restafval” wordt vernoemd, dan wordt hieronder verstaan “huisvuil”.
pagina 15 of 17
29.04.2022
3
Tarifering van het recyclagepark
Uit de focusgroepen blijkt dat de tarifering van de verschillende afvalfracties die op het recyclagepark worden ingezameld minder goed gekend is; daarentegen is de perceptie dat de afvalinzameling op het recyclagepark duur is. Een betere communicatie over de prijszetting van de verscheidene fracties (i.c. tarief, al dan niet betalend) kan hiervoor een antwoord bieden – zeker, zo blijkt uit de bevraging, kan dit voor de slechtst sorterende huishoudprofielen een stimulans tot meer/beter sorteren zijn.
4.2 MAATREGELEN TOT STIMULEREN VAN VOORKOMEN VAN AFVAL Uit de bevraging blijkt dat de lokale overheid burgers kan stimuleren om afval te voorkomen. De twee maatregelen die over alle huishoudprofielen heen het grootste effect zouden hebben, zijn het voorzien van compostvaten en -bakken, en het aanbieden van herbruikbare boodschappentassen. Het voorzien van beiden door de lokale overheid zou circa de helft van goede sorteerders en circa een derde van de minder goede sorteerders ertoe aanzetten om (nog meer) afval te voorkomen. Twee bijkomende stimuli vanuit de lokale overheid – die voornamelijk de minst goede sorteerders zou aanzetten tot afvalvoorkoming –, zijn het organiseren van een tweedehandsbeurs of rommelmarkt, alsook het gratis of goedkoop uitlenen van gereedschap. Hierdoor bereikt men in totaal minstens de helft van de minst goede sorteerders. Het voorzien van bovenstaande vier maatregelen kunnen aldus behoorlijk effectief zijn; en dit voor alle huishoudprofielen.
4.3 FLANKERENDE MAATREGELEN INZAKE BEPERKEN, VERMIJDEN EN SORTEREN VAN HUISHOUDELIJK RESTAFVAL −
Naast een betere communicatie over de sorteerregels en tarifering van het recyclagepark, kan ook (betere) communicatie over het belang van sorteren, maar zeker over wat met het gesorteerde afval gebeurt, een effect teweegbrengen. Zowel uit de bevraging, als uit de focusgroepen, blijkt immers dat het belang van sorteren in twijfel wordt getrokken, omdat men niet (met zekerheid) weet wat er met gesorteerd afval gebeurt (verbrand, verscheept, ... ?).
−
Betreffende de organisatie en werking van de recyclageparken zouden ruimere en flexibelere openingsuren een maatregel kunnen zijn die enerzijds drempelverlagend kan zijn voor zij die momenteel amper of niet naar het recyclagepark gaan, en anderzijds bevorderend kan zijn voor zij die er momenteel reeds gebruik van maken (i.c. beroepsactieve betere sorteerders).
pagina 16 of 17
29.04.2022
−
Naast uniformiteit inzake sorteerregels over de gemeentegrenzen heen, wordt vanuit de focusgroepen de vraag gesteld naar het creëren van meer uniformiteit inzake organisatie en werking van de recyclageparken tussen de gemeenten.
−
Naast sanctioneren van zij die niet (goed) sorteren, is er tevens een duidelijke vraag naar een beloningsstrategie voor zij die wel goed sorteren (bijv. inleveren van lege plastieken flessen in ruil voor een ticket, een tegoedbon, ...). Hierbij aansluitend wordt vanuit de focusgroepen het invoeren van statiegeld als een te nemen maatregel aangehaald in het kader van verminderen van restafval.
−
Tot slot zou het frequenter ophalen van de courant gesorteerde afvalfracties een andere maatregel zijn die in de marge de gehele bevolking kan treffen, en inzonderheid zij die in een stedelijke omgeving wonen, in een appartement of klein huis (zonder tuin), relatief veel afval hebben (bijv. gezinnen met (jonge) kinderen), relatief weinig afval hebben (bijv. alleenstaanden en dit dan in combinatie met het aanbieden van kleinere afvalzakken/-containers.
pagina 17 of 17
29.04.2022