RAPPORT STATISTIEK VLAANDEREN, 2022/5
GENDERONDERZOEK NAAR WERKSITUATIE EN SALARIS BIJ DE VLAAMSE OVERHEID IN 2021 WALTER VAN DONGEN, JOLIEN VOORSPOELS & MEREL TERLIEN
DIENST DIVERSITEITSBELEID
INHOUD SAMENVATTING 3 INLEIDING 4 1
GEGEVENS EN METHODE
2
PROFIEL VAN DE WERKNEMERS BIJ DE VLAAMSE OVERHEID
7
NAAR GENDER 11 2.1 Leeftijd en onderwijsniveau
12
2.2 Functieniveau, beroepsstatuut, dienstanciënniteit, beleidsdomein en entiteit
13
2.3 Aantal vte-werkdagen en vte-afwezigheidsdagen per jaar
16
2.4 Totaal bruto salaris, bruto salaris, bruto toelagen en totaal netto salaris per maand 3
19
WERKSITUATIE EN SALARIS NAAR GENDER, FUNCTIENIVEAU EN LEEFTIJD 23
3.1 Vte-werkdagen per jaar
24
3.2 Vte-afwezigheidsdagen per jaar
25
3.3 Totaal bruto salaris per maand
26
3.4 Bruto salaris per maand
27
3.5 Bruto toelagen per maand
28
3.6 Totaal bruto salaris per gepresteerd en erkend werkuur
29
3.7 Bruto salaris per gepresteerd en erkend werkuur
32
4
VERDELING VAN DE WERKNEMERS NAAR TOTAAL BRUTO MAANDSALARIS, GENDER EN ANDERE ASPECTEN
35
4.1 Functieniveau 35 4.2 Leeftijd 37 4.3 Beleidsdomein 39 5
TOTAAL BRUTO SALARIS NAAR GENDER, FUNCTIENIVEAU, LEEFTIJD EN ANDERE ASPECTEN
45
5.1 Dienstanciënniteit 46 5.2 Beroepsstatuut 47 5.3 Vte-werkdagen per jaar
48
5.4 Beleidsdomeinen 49 5.5 Entiteiten 52 6
MULTIVARIATE ANALYSE VAN HET TOTAAL BRUTO MAANDSALARIS EN BRUTO MAANDSALARIS
57
6.1 Totaal bruto maandsalaris
58
6.2 Bruto maandsalaris 59 BESLUIT 61 LITERATUURLIJST 63 BIJLAGEN 64
GENDERONDERZOEK NAAR WERKSITUATIE EN SALARIS BIJ DE VLAAMSE OVERHEID IN 2021 WALTER VAN DONGEN, JOLIEN VOORSPOELS & MEREL TERLIEN Walter Van Dongen is een medewerker van Statistiek Vlaanderen. Jolien Voorspoels en Merel Terlien zijn medewerkers van Dienst Diversiteitsbeleid - Agentschap Overheidspersoneel. De auteurs bedanken collega’s Dirk Moons, Myriam Vanweddingen en Jo Noppe voor hun reviewwerk ter voorbereiding van dit rapport.
SAMENVATTING Het ‘Genderonderzoek Vlaamse overheid’ (GOVO) is een initiatief van de dienst Diversiteitsbeleid van de Vlaamse overheid en wordt uitgevoerd in samenwerking met Statistiek Vlaanderen (SV). Het doel is de gender(on) gelijkheid bij de werknemers van de Vlaamse overheid in kaart te brengen, in relatie tot andere belangrijke factoren zoals functieniveau, leeftijd, werktijden, anciënniteit en statuut. Het onderzoek behandelt de verschillende componenten van de werksituatie en het salaris van de werknemers van de Vlaamse overheid (entiteiten die zijn aangesloten bij het personeelssysteem Vlimpers). Het eerste GOVO-onderzoek werd in 2019 en 2020 uitgevoerd en leidde in 2021 tot een eerste rapport met analyse van de Vlimpers-gegevens van 2018 (Van Dongen e.a., 2021). Dit SV-rapport geeft de belangrijkste resultaten van het tweede GOVO-onderzoek weer dat werd gestart in mei 2022 en focust op de analyse van de Vlimpers-gegevens van 2021. Het uitgebreide rapport met alle tabellen, grafieken en teksten kunt u vinden op de website van Statistiek Vlaanderen (https://www.vlaanderen.be/statistiekvlaanderen/rapporten) en op de website van de dienst Diversiteitsbeleid (https://overheid. vlaanderen.be/personeel/diversiteit-en-gelijkekansen/mannen-en-vrouwen). Genderverschillen in loopbaan en salaris blijven aanwezig binnen de Vlaamse overheid, maar die moeten altijd in combinatie met andere factoren worden bekeken en geïnterpreteerd.
Het totaal bruto en netto maandsalaris (met inbegrip van vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) omvat de bedragen die de medewerkers werkelijk ontvangen. Ze zijn het gevolg van de feitelijke werksituatie en het bestaande salarissysteem. Het algemeen genderverschil voor deze salariscomponenten ligt hoog: mannen verdienen gemiddeld duidelijk meer dan vrouwen. Er zijn evenwel grote verschillen tussen de diverse subgroepen. Voor het bruto en netto maandsalaris zonder vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen veel kleiner, vooral wegens het wegvallen van de zeer grote (gender)verschillen in de bruto toelagen die worden toegekend voor specifieke arbeidsomstandigheden. De multivariate analyse houdt rekening met de relevante verklarende factoren: gender, functieniveau, leeftijd, dienstanciënniteit, aantal werkdagen per jaar, type arbeidscontract, beleidsdomein en entiteit. Zoals in het vorige GOVO-rapport laat de analyse zien dat de gecontroleerde ‘netto-genderverschillen’ van de diverse salariscomponenten klein tot zeer klein zijn. Gender biedt op zich slechts een beperkte verklaring. De vastgestelde vrij grote verschillen tussen mannen en vrouwen in het salaris hangen dus samen met verschillen tussen mannen en vrouwen voor de andere verklarende factoren.
INLEIDING INLEIDING Het maatschappelijk streven naar (meer) gendergelijkheid op de arbeidsmarkt en in organisaties (privé en publiek) is een belangrijk onderdeel van de brede democratisering van het maatschappelijk leven in het algemeen en van de arbeidsverdeling in het bijzonder (EIGE, 2021; IGVM, 2021; Van Dongen, 2008, 2009). Een voldoende gelijke arbeidsverdeling tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt en binnen organisaties is in dat perspectief een belangrijke doelstelling, met aandacht voor centrale aspecten zoals werktijdregeling, functieniveau, statuut, vergoedingen, samenwerkingsverband, taakinhoud en besluitvorming. De Vlaamse overheid heeft als zeer grote publieke organisatie een voorbeeldfunctie in dat democratiseringsproces. Ze moet bijgevolg de gendergelijkheid zo veel en zo breed mogelijk realiseren in de eigen organisatie (Dienst Diversiteitsbeleid, 2016). Uiteraard zijn graduele verschillen tussen de diverse entiteiten mogelijk en zinvol, uitgaande van de concrete verschillen in onder meer opdrachten en beroepen/functies. Uitgaande van het fundamenteel principe ‘gelijk loon voor gelijk werk’ in het Europese en in het Belgische rechtssysteem (Eurostat; IGVM, 2021) is het personeelsstatuut van de Vlaamse overheid (https://overheid.vlaanderen.be/vps) gericht op de realisatie van (gender)gelijkheid in de verloning. Het salaris wordt bepaald volgens een salarisschaal die is gebaseerd op niveau, graad, rang en anciënniteit (Vlaanderen Intern). Tegenover het positieve formele stelsel staan in werkelijkheid hardnekkige genderverschillen in arbeidsparticipatie en verloning (Noppe e.a., 2021). Daarbij spelen verschillen in loopbaanverloop, aantal werkdagen, functieniveau, functie/beroep en groeikansen een grote rol. De voorbije decennia heeft de Vlaamse overheid diverse initiatieven genomen om de bestaande genderongelijkheid in loopbaan en verloning (verder) te verkleinen. De dienst Diversiteitsbeleid besteedt ook de
komende jaren aandacht aan het dichten van de genderkloof bij de Vlaamse overheid. Een periodiek grondig genderonderzoek binnen de Vlaamse overheid is daarbij een belangrijk onderdeel. In het kader van het ‘Strategisch Gelijkekansen- en Diversiteitsplan Vlaamse overheid 2016-2020’ nam de dienst Diversiteitsbeleid in 2018 het initiatief om in samenwerking met Statistiek Vlaanderen (SV) het ‘Genderonderzoek Vlaamse overheid’ (GOVO) te ontwikkelen: “In tijden waarin heel wat aandacht gaat naar de discussie over de verlenging van de loopbaan, wordt er weinig gesproken over de loopbaankloof tussen mannen en vrouwen. Dat die ‘genderloopbaankloof’ geen evident begrip is, maakt het aanzwengelen van de discussie erover extra moeilijk. Loonkloof, verschil in studiekeuze, verschil in arbeidsmarktpositie, ongelijke vertegenwoordiging in sectoren en in verticale doorstroom: het zijn maar enkele factoren in een complexe thematiek. Verschillende initiatieven moeten genomen worden om de loopbaankloof te dichten, ook bij de Vlaamse overheid. Hierin kan de Vlaamse overheid als werkgever een voorbeeldrol spelen. Meer transparantie kan genderongelijkheid open aankaarten. De dienst Diversiteitsbeleid zal in de komende jaren een bijkomende inspanning leveren om de genderloopbaankloof bij de Vlaamse overheid in kaart te brengen en te investeren in het verkleinen ervan.” GOVO is een initiatief van de dienst Diversiteitsbeleid en wordt uitgevoerd in samenwerking met Statistiek Vlaanderen. Het doel is de gender(on)gelijkheid bij de Vlaamse overheid in kaart te brengen, in relatie tot andere belangrijke factoren zoals functieniveau, leeftijd, werktijden en statuut. Het onderzoek behandelt de verschillende componenten van de werksituatie en het salaris van de werknemers van de Vlaamse overheid (entiteiten die zijn aangesloten bij het personeelssysteem Vlimpers). De eerste doelstelling was de ontwikkeling en validatie van GOVO als onderzoeksinstrument zodat de analyse periodiek kan worden herhaald. Vanuit het principe van onderbouwd beleid leidde dat tot de tweede doelstelling. De dienst
Diversiteitsbeleid wil GOVO gebruiken om te komen tot gerichte aanbevelingen ter bevordering van gendergelijkheid binnen de Vlaamse overheid. Een periodieke herhaling van GOVO levert daarvoor een goed beeld van de actuele stand van zaken.. Het GOVO-onderzoek is gericht op alle werknemers van de diensten van de Vlaamse overheid, dat wil zeggen werknemers van de entiteiten van de Vlaamse overheid waarvoor het personeelsstatuut (https://overheid.vlaanderen.be/vps) van kracht is. Het eerste GOVO-onderzoek werd in 2019 en 2020 uitgevoerd en omvatte de analyse van de Vlimpersgegevens van 2018. De belangrijkste resultaten van het onderzoek werden samengebracht in het SV-rapport 2021/8 (Van Dongen e.a., 2021). Een uitgebreid GOVO-rapport 2018 met alle tabellen, grafieken en teksten is te vinden op de website van Statistiek Vlaanderen (https://www.vlaanderen/ statistiekvlaanderen.be/rapporten) en op de website van de dienst Diversiteitsbeleid (https://overheid. vlaanderen.be/personeel/diversiteit-en-gelijkekansen/mannen-en-vrouwen). Voorliggend SV-rapport geeft de belangrijkste resultaten weer van het tweede GOVO-onderzoek waarin de Vlimpers-data van 2021 worden geanalyseerd. Een uitgebreid rapport met alle tabellen, grafieken en teksten staat op de website van Statistiek Vlaanderen en van de dienst Diversiteitsbeleid. De Vlimpers-data van 2021 omvat een veel groter aandeel van de werknemers van de diensten van de Vlaamse overheid dan de Vlimpers-data van 2018. Daarom is een vergelijkende analyse van 2018 en 2021 niet zinvol. De opbouw van dit rapport volgt grotendeels de chronologie en logica van het GOVO-onderzoek: van verkennende eenvoudige analyses naar doelgerichte meerdimensionale analyses om af te ronden met multivariate analyses waarin alle relevante factoren worden samengenomen. De eenvoudige analyses zijn nodig voor een doelmatige selectie van de variabelen voor de multivariate analyse. Hoofdstuk 1 geeft een korte toelichting bij de gebruikte gegevens en methode. Hoofdstuk 2 schetst een algemeen profiel van alle 26.835 medewerkers van de Vlaamse overheid die opgenomen zijn in het Vlimpers-databestand
van 2021. De eenvoudige analyses beschrijven de werksituatie en een aantal salariscomponenten: loonkosten, totaal bruto salaris, bruto salaris, bruto toelagen en totaal netto salaris per maand. De definities van de begrippen zijn vermeld in bijlage 1. Bijlage 2 toont de componenten en samenstelling van het salaris. Vanaf hoofdstuk 3 volgen meerdimensionale analyses van de relevante gelijkenissen en verschillen naar gender, functieniveau, leeftijd en andere aspecten. Daarbij worden alleen de werknemers opgenomen met een voldoende vergelijkbare werksituatie: minstens 100 effectieve VTE werkdagen en ten hoogste 50 dagen ziekteverlof en dienstvrijstelling samen. Het maximale aantal werknemers in de analyses bedraagt dan 22.420. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante gelijkenissen en verschillen in de gemiddelde waarden van het aantal werkdagen per jaar, het aantal afwezigheidsdagen per jaar en de salariscomponenten, per maand en per werkuur, met onderscheid naar gender, functieniveau en leeftijd. Hoofdstuk 4 geeft aanvullend de procentuele verdeling weer van de werknemers voor het totaal bruto maandsalaris, met onderscheid naar gender en de aspecten functieniveau, leeftijd en beleidsdomein. Per aspect wordt de verdeling bij mannen en vrouwen getoond, gevolgd door de verdeling van de genderverschillen (% mannen - % vrouwen). Hoofdstuk 5 onderzoekt het belangrijke verschil tussen het totaal bruto salaris (met vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) en het bruto salaris (zonder vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen). De aandacht gaat naar de betekenis ervan voor de verklaring van de genderverschillen. In hoofdstuk 6 wordt het onderzoek afgerond met een multivariate analyse van de relatie tussen het maandsalaris en de relevante verklarende factoren: gender, functieniveau, leeftijd, dienstanciënniteit, aantal werkdagen per jaar, type arbeidscontract, beleidsdomein en entiteit. In voorliggend SV-rapport gaat de aandacht naar de analyse van het totaal bruto salaris en het bruto salaris. De multivariate analyse voor alle salariscomponenten per maand en per werkuur is te vinden in het meer uitgebreide rapport op de website.
5
1.
GEGEVENS EN METHODE
1
Het GOVO-onderzoek is eind 2018 opgestart. Het is gericht op de werknemers van de diensten van de Vlaamse overheid waarvoor het Vlaams Personeelsstatuut van kracht is. Degelijk onderzoek van de werksituatie en het salaris van werknemers van de Vlaamse overheid vereist een databestand met voldoende consistente en betrouwbare gegevens over voldoende werknemers. Daarom wordt gebruik gemaakt van de gegevens van het personeelssysteem Vlimpers. Vlimpers wordt gebruikt voor het beheer van personeelsgegevens, functiegegevens en afwezigheden en voor de berekening van het salaris van de werknemers. Vlimpers is al geruime tijd van toepassing en omvat inmiddels 93,5% van de medewerkers van de Vlaamse overheid. Na overleg met de verantwoordelijken van Vlimpers werd afgesproken om in de eerste editie van GOVO te werken met de data van 2018. In de tweede editie werden de data van 2021 gebruikt. In 2021 waren er 28.704 werknemers actief bij de Vlaamse overheid, tegenover 28.645 werknemers in 2018, een netto toename met 59 personen (+0.2%). Tussen 2014 en 2018 steeg het aantal werknemers met 1.146 personen (+4,2%). Die stijging was grotendeels het gevolg van de zesde staatshervorming waarbij Vlaanderen nieuwe bevoegdheden kreeg en personeelsleden overkwamen van het federale niveau (Agentschap voor Overheidspersoneel, Statistiek Vlaanderen). (https://overheid.vlaanderen.be/bedrijfsinformatie/ personeelsaantal) Bijlage 3 toont het personeelsaantal in Vlimpers in 2018 en 2021, naar beleidsdomein en entiteit. In 2021 telde Vlimpers 26.835 personeelsleden, tegenover 20.755 in 2018. Dat is een toename met 6.082 medewerkers of 29%. Die stijging is te wijten aan de aansluiting bij het personeelssysteem Vlimpers van 3 entiteiten: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (5.044 medewerkers), Opgroeien regie (1.352 medewerkers) en het Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (of kort Agentschap Uitbetaling Groeipakket) (367 medewerkers). Het aandeel personeelsleden opgenomen in Vlimpers in het totaal aantal personeelsleden van de Vlaamse overheid steeg daardoor van 72,5% in 2018 tot 93,5% in 2021. Dit vervolgonderzoek bestudeert bijgevolg een veel ruimere en meer representatieve populatie. Daarom wordt in dit rapport geen vergelijking gemaakt tussen de resultaten van het eerste en het tweede GOVO-onderzoek. Dergelijke vergelijking zou namelijk gebaseerd zijn op vrij sterk van elkaar verschillende groepen werknemers. In dat opzicht beoogde het eerste GOVO-onderzoek vooral de ontwikkeling van het GOVOinstrument, terwijl het tweede onderzoek kan worden beschouwd als de eerste representatieve nulmeting.
7
We gaan ervan uit dat de gegevens van Vlimpers in hoge mate representatief zijn voor alle medewerkers van de Vlaamse overheid, aangezien voor iedereen het Vlaams Personeelsstatuut van kracht is. Toch moet rekening worden gehouden met een zekere foutenmarge die wordt bepaald door de omvang en de kenmerken van de 3 entiteiten die in 2021 niet waren aangesloten bij Vlimpers: het Openbaar Psychiatrisch Zorg- en Kenniscentrum Rekem (656 werknemers), het Openbaar Psychiatrisch Zorg- en Kenniscentrum Geel (700 werknemers) en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) (240 werknemers). Daarnaast zijn er nog 275 werknemers die in 2021 voor het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur en Buitenlandse Zaken in het buitenland werkzaam waren. Zij vallen wel onder Vlimpers, maar ze werden niet in het onderzoek opgenomen omdat hun gegevens niet volledig zijn. Het betreft 47 werknemers van het departement Kanselarij, Bestuur en Buitenlandse Zaken (DKBUZA), 191 werknemers van het agentschap Toerisme Vlaanderen (TOVLA) en 37 werknemers van het agentschap Flanders Investment & Trade (FIT). De Vlimpers-gegevens die in dit rapport worden weergegeven, hebben betrekking op de werksituatie en het salaris in 2021. In 2021 heerste de COVID19-pandemie volop en waren diverse maatregelen ter bestrijding ervan van toepassing. Dat heeft wellicht een invloed gehad op het aantal gepresteerde werkdagen. Het GOVO-onderzoek heeft het voordeel te werken met microdata op basis van de registratie in Vlimpers. Toch kunnen er variaties en/of onvolkomenheden in de registratie optreden. Voor sommige variabelen is er geen registratieverplichting in Vlimpers en het is niet duidelijk hoe nauwkeurig de personeelsleden die gegevens in hun Vlimpers-dossier invoeren. In dit onderzoek staan genderverschillen en -gelijkenissen in de werksituatie en het salaris centraal. De variabele gender is enkel binair (mannen/vrouwen) beschikbaar in de Vlimpers-gegevens (op basis van informatie uit het Rijksregister). Gender betreft hier dus ‘administratieve geslachtsinformatie’ die officieel is geregistreerd en komt niet noodzakelijk overeen met de genderidentiteit noch met het geboortegeslacht van de persoon. We gebruiken hier de term ‘gender’ en niet ‘geslacht’ omdat de focus ligt op de persoonlijke identiteit en de interacties daarvan met de persoonlijke, professionele en maatschappelijke situatie. Die interacties maken diversiteit en nuances zichtbaar met betrekking tot loopbanen en salaris. Genderverschillen verwijzen hier dus naar verschillen tussen de groep mannen en de groep vrouwen voor diverse belangrijke aspecten, al dan niet in combinatie met elkaar. Belangrijk om te vermelden is dat voor de analyses naast de functieniveaus A, B, C en D een 5de functieniveau A+ is toegevoegd. Functieniveau A+ omvat alle medewerkers in niveau A die een kaderfunctie uitoefenen. We beklemtonen dat de opgenomen dagen ziekteverlof, dienstvrijstelling en jaarlijks verlof (door de RSZ) worden gelijkgesteld met effectieve werkdagen
bij de bepaling van het salaris. Het onderzoek maakt een onderscheid tussen het aantal werkelijk gepresteerde voltijds equivalente werkdagen (VTE-werkdagen) en het totale aantal erkende VTE-dagen (met inbegrip van de RSZ-gelijkgestelde afwezigheidsdagen). Een VTE-werkdag omvat bij de Vlaamse overheid 7,60 werkuren.
9
2.
PROFIEL VAN DE WERKNEMERS BIJ DE VLAAMSE OVERHEID NAAR GENDER 2
Dit hoofdstuk schetst een algemeen profiel van alle 26.835 medewerkers van de Vlaamse overheid die in 2021 waren opgenomen in het personeelssysteem Vlimpers. De eenvoudige analyses beschrijven de beschikbare elementen van de werksituatie en de belangrijkste salariscomponenten: loonkosten, totaal bruto salaris, bruto salaris, bruto toelagen en totaal netto salaris per maand. De definities van de begrippen zijn vermeld in bijlage 1. Bijlage 2 toont de componenten en samenstelling van het salaris. Algemeen genomen zijn er in de onderzochte Vlimpers-populatie 11.427 mannen en 15.408 vrouwen. Dat komt overeen met 42,6% mannen en 57,4% vrouwen. In 2018 waren er 10.264 mannen (49,8%) en 10.340 vrouwen (50,2%) vrouwen opgenomen in het onderzoek. De sterke toename van het aantal en aandeel vrouwen is te wijten aan het veel hogere aandeel vrouwen in de entiteiten die na 2018 zijn toegetreden tot het personeelssysteem Vlimpers.
11
2.1 LEEFTIJD EN ONDERWIJSNIVEAU Een eerste vaststelling is dat de vrouwen over het algemeen jonger zijn dan de mannen: het aandeel personen in de jongere leeftijdsgroepen ligt beduidend hoger bij de vrouwen dan bij de mannen. De gemiddelde leeftijd van alle mannelijke werknemers bedraagt 46,8 jaar, die van de vrouwelijke werknemers 44,6 jaar. Voorts heeft een groter aandeel vrouwen dan mannen een diploma hoger onderwijs (bachelor of master/doctor). Het aandeel medewerkers met een diploma bachelor ligt bij vrouwen veel hoger dan bij mannen, terwijl het aandeel met een diploma master/doctor of een diploma hoger secundair bij mannen iets hoger ligt. Tegelijk zijn er meer mannen met maximaal een diploma lager secundair onderwijs. We vermelden nog dat meer vrouwen dan mannen een partner hebben die werkt in de privésector, als zelfstandige of die gepensioneerd is (niet in de figuur). Meer mannen hebben dan weer een partner die werkt als ambtenaar of die werkloos is. Figuur 2.1. Werknemers naar gender en naar leeftijd en onderwijsniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Leeftijd Mannen
Vrouwen
18-34 jaar
13,8
19,5
35-44 jaar
27,6
30,7
45-54 jaar
31,0
28,6
55 jaar en ouder
27,6
21,3
Onderwijsniveau Mannen
Vrouwen
Lager secundair
17,4
10,2
Hoger secundair
24,3
22,2
Bachelor
20,7
32,9
Master/doctor
37,7
34,8
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
2.2 FUNCTIENIVEAU, BEROEPSSTATUUT, DIENSTANCIËNNITEIT, BELEIDSDOMEIN EN ENTITEIT Een veel kleiner aandeel vrouwen dan mannen is werkzaam in niveaus A+ (kaderfuncties), A en D, terwijl hun aandeel in niveau B veel groter is en hun aandeel in niveau C iets groter. Hier wijzen we op het sterke positieve verband tussen functieniveau en onderwijsniveau, als gevolg van de diplomavereisten voor de diverse functies (niet in de figuur). Ruim 94% van de medewerkers met functieniveau A+ en 90% van de medewerkers met functieniveau A heeft een diploma master/ doctor. Bij vrouwen in deze niveaus ligt dat percentage 1 à 2 procentpunten hoger dan bij mannen. Bijna 70% van de medewerkers van niveau B heeft een diploma bachelor; bij vrouwen weer iets meer dan bij mannen.. Van de medewerkers in niveau C heeft ruim 75% een diploma hoger secundair onderwijs. Ten slotte heeft ruim 66% van de medewerkers met functieniveau D een diploma lager secundair en 32% heeft een diploma hoger secundair. Met betrekking tot de werksituatie is een groter aandeel vrouwen dan mannen als contractueel in dienst. Er zijn ook iets meer vrouwen contractueel op proef. Tegelijk hebben meer mannen een statutaire betrekking (vaste benoeming). Ten slotte ligt het aandeel met maximaal 10 jaar dienstanciënniteit bij vrouwen veel hoger dan bij mannen. Tegelijk is het aandeel mannen in de hogere categorieën (vanaf 10 jaar) groter dan bij vrouwen.
13
Figuur 2.2. Werknemers naar gender en naar functieniveau, beroepsstatuut en . dienstanciënniteit Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Functieniveau Mannen A+
8,5
Vrouwen 4,9
A
29,1
24,6
B
26,1
41,7
C
18,6
20,5
D
17,7
8,3
Beroepsstatuut Mannen Statutair Statutair op proef Contractueel Contractueel op proef
Vrouwen
74,6
64,5
3,4
3,4
19,1
27,7
3,0
4,4
Mannen
Vrouwen
Dienstanciënniteit
0 - <10 jaar
39,4
50,9
10 - <20 jaar
29,8
25,9
20 - <30 jaar
20,3
15,4
30 jaar en meer
10,5
7,8
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Voorts zijn er grote verschillen in de genderverdeling tussen de beleidsdomeinen. Alleen in het domein Mobiliteit en Openbare Werken is het aandeel mannen veel groter. In alle andere beleidsdomeinen ligt het aandeel vrouwen (veel) hoger. Het hoogste aandeel vrouwen is er in het domein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin., gevolgd door het domein Werk en Sociale Economie. Ook tussen de entiteiten zijn er op dit vlak grote verschillen. De entiteiten met het hoogste aandeel mannen zijn Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (86% mannen), De Vlaamse Waterweg nv (75%), Agentschap voor Natuur en Bos (73%), Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (71%) en Agentschap Wegen en Verkeer (70%).
De entiteiten met het hoogste aandeel vrouwen zijn Opgroeien regie (92% vrouwen), Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (79%), Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (73%) en Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (72%). Entiteiten met een bijna gelijk aandeel mannen en vrouwen zijn Audit Vlaanderen, Departement Financiën en Begroting, Agentschap Digitaal Vlaanderen, Vlaamse Landmaatschappij, Milieu- en Natuurraad Vlaanderen en Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek.
15
2.3 AANTAL VTE-WERKDAGEN EN VTE-AFWEZIGHEIDSDAGEN PER JAAR Vrouwen hebben gemiddeld 158 effectief gepresteerde VTE-werkdagen per jaar, tegenover 180 VTE-werkdagen bij mannen. Een veel hoger aandeel vrouwen (55%) dan mannen (31%) heeft minder dan 180 effectieve VTEwerkdagen per jaar. Tegelijk heeft 69% van de mannen meer dan 180 VTEwerkdagen, tegenover 45% van de vrouwen. Figuur 2.3.a. Werknemers naar gender en naar aantal VTE-werkdagen per jaar Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen 0
Vrouwen
1,8
2,3
1 - <20
0,7
1,2
20 - <40
1
1,7
40 - <60
1,2
2,3
60 - <80
1,8
80 - <100
2,1
100 - <120
3,2
120 - <140
3,9
3,3 5 7,2 6,4
140 - <160
5,6
9,3
160 - <180
9,2
16,3
180 - <200
14,6
12,1
200 - <210
22,9
15,5
210 en meer
31,8
17,3
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
De verschillen in het gemiddeld aantal VTE-werkdagen per jaar tussen de diverse beleidsdomeinen is niet zo groot. Het hoogste aantal werkdagen is er in het beleidsdomein Landbouw en Visserij (180 dagen), het laagste aantal in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (156 dagen). Het algemene genderverschil (mannen - vrouwen) bedraagt 21,4 dagen per jaar. Het beleidsdomein Werk en Sociale Economie kent het grootste genderverschil met 26 werkdagen per jaar, gevolgd door het domein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (23,4 dagen). Het kleinst genderverschil in werkdagen is er in het domein Mobiliteit en Openbare Werken (11,2 dagen), voorafgegaan door het domein Economie, Wetenschap en Innovatie (11,6 dagen).
Figuur 2.3.b. Aantal VTE-werkdagen per jaar naar gender en beleidsdomein Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddeld aantal dagen Mannen
Vrouwen
Totaal
Verschil M - V
Kanselarij, Bestuur en Buitenl. Zaken
175
158
164
Financiën en Begroting
186
167
175
18,8
Economie, Wetenschap en Innovatie
182
171
176
11,6
Onderwijs en Vorming
185
167
174
18,4
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
174
151
156
23,4
Cultuur, Jeugd, Sport en Media
171
157
164
13,6
Werk en Sociale Economie
179
153
160
26
Landbouw en Visserij
188
172
180
16
Omgeving
184
169
176
14,8
Mobiliteit en Openbare Werken
180
169
177
11,2
Totaal
180
158
168
17
21,4
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Het genderverschil in aantal VTE-werkdagen is slechts in beperkte mate te verklaren door het hoger aandeel vrouwen dat officieel in een deeltijds regime werkt. Bij vrouwen werkt 3,8% deeltijds, bij mannen slechts 0,8%. Een belangrijke verklaring is dat bij vrouwen het aantal VTE-afwezigheidsdagen (alle verloven en dienstvrijstelling samen) per jaar hoger ligt dan bij mannen. Vrouwen hebben gemiddeld 73 VTE-afwezigheidsdagen per jaar, mannen 61 dagen. Een veel hoger aandeel vrouwen (44%) dan mannen (30%) bevindt zich in de categorieën boven de 60 VTE-afwezigheidsdagen per jaar. Figuur 2.3.c. Werknemers naar gender en naar VTE-afwezigheidsdagen per jaar Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen 1 - <20
3,9
Vrouwen 2,8
20 - <40
18,9
16,3
40 - <60
47,3
37,3
60 - <80
13,2
13,4
80 - <100
6,2
10,4
100 - <120
3,5
6,6
120 - <140
1,8
3,1
140 - <160
1,4
3
160 - <180
0,8
2,2
180 - <200
0,7
200 en meer
2,3
1,4 3,6
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
17
Het genderverschil in VTE-afwezigheidsdagen wordt vooral bepaald door het hoger aantal VTE-dagen ziekteverlof, zorgverlof en loopbaanonderbreking bij vrouwen dan bij mannen. Voor het onbetaald verlof en de dienstvrijstelling is het gemiddeld aantal dagen per jaar bij vrouwen slechts beperkt hoger dan bij mannen. Mannen nemen daarentegen per jaar gemiddeld 3 dagen meer vakantieverlof op dan vrouwen. Figuur 2.3.d. Aantal VTE-dagen per jaar voor diverse verloven en voor dienstvrijstelling naar gender Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddeld aantal dagen Mannen Jaarlijks verlof
29,1
Onbetaald verlof Ziekteverlof
Vrouwen 26,2
2,2 10,7
Loopbaanonderbreking
3,4
2,9 17,2 6,8
Zorgkrediet
1,1
5,3
Dienstvrijstelling
0,8
1
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Ten slotte blijkt nog dat vrouwen in 2021 gemiddeld 89 telewerkdagen (plaats- en tijdsonafhankelijk werken (PTOW)) hadden en mannen 67. In 2018 lag dat aantal bij vrouwen op 23 dagen en bij mannen op 14. Het veel hogere aantal telewerkdagen in 2021 is in belangrijke mate het gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de Covid-19-pandemie.
2.4 TOTAAL BRUTO SALARIS, BRUTO SALARIS, BRUTO TOELAGEN EN TOTAAL NETTO SALARIS PER MAAND In dit onderzoek is het onderscheid tussen totaal bruto maandsalaris en bruto maandsalaris belangrijk. Bij het totaal bruto maandsalaris gaat het om het bruto salaris inclusief bruto vakantiegeld, bruto eindejaarspremie en bruto toelagen. Bij het bruto maandsalaris worden deze 3 componenten niet meegeteld. De bruto toelagen omvatten diverse toelagen die worden toegekend aan bepaalde groepen werknemers als vergoeding voor specifieke werkomstandigheden. Voor meer toelichting, zie https://overheid.vlaanderen. be/bvr_deel07-t2. Voor iets meer dan 26% van de medewerkers ligt het totaal bruto maandsalaris onder de 3.000 euro. Bij 49% bedroeg het 3.000 tot 5.000 euro per maand, bij 17% 5.000 tot 7.000 euro, bij 4,5% 7.000 tot 9.000 euro en bij 2,5% meer dan 9.000 euro. Bij mannen ligt het aandeel hoger in alle klassen vanaf 4.000 euro, terwijl bij vrouwen het aandeel hoger ligt in de categorieën tot 4.000 euro per maand. Het gemiddeld totaal bruto maandsalaris bedraagt bij mannen 4.775 euro en bij vrouwen 3.690 euro. Figuur 2.4.a. Werknemers naar gender en totaal bruto maandsalaris Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen 1 - <1.000
2,6
Vrouwen 4
1.000 - <2.000
3
8,4
2.000 - <3.000
10,5
21,2
3.000 - <4.000
26,5
30
4.000 - <5.000
23,5
18,7
5.000 - <6.000
13,1
9,2
6.000 - <7.000
9,1
4,8
7.000 - <8.000 8.000 - <9.000 9.000 - <10.000 10.000 en meer
3,9 2,9 1,5 3,3
1,7 1,2 0,5 0,3
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Het bruto maandsalaris is gelijk aan het totaal bruto maandsalaris zonder de eindejaarstoelage, het vakantiegeld en de bijkomende toelagen voor specifieke arbeidsvoorwaarden.
19
Voor 44% van de medewerkers ligt het bruto salaris onder de 3.000 euro per maand. Bij 40% bedraagt het 3.000 tot 5.000 euro per maand, bij 12% 5.000 tot 7.000 euro, bij 4% 7.000 tot 9.000 euro en bij bijna 1% meer dan 9.000 euro. Bij mannen ligt het aandeel hoger in alle klassen vanaf 4.000 euro, terwijl bij vrouwen het aandeel hoger ligt in de categorieën tot 4.000 euro per maand. Mannen hebben een gemiddeld bruto maandsalaris van 3.852 euro en vrouwen van 3.196 euro. Het valt op dat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen groter is voor het totaal bruto maandsalaris dan voor het bruto maandsalaris. Tegelijk laat de figuur zien dat de verschillen binnen de groep mannen en de groep vrouwen (vooral door de verschillen in functieniveau en leeftijd) veel groter zijn dan de verschillen tussen de 2 groepen (grote overlap van de grafieken). Figuur 2.4.b. Werknemers naar gender en bruto maandsalaris Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen 1 - <1.000
3,1
Vrouwen 5
1.000 - <2.000
4,9
12,2
2.000 - <3.000
27,9
32,9
3.000 - <4.000
25
25,4
4.000 - <5.000
16,5
13,9
5.000 - <6.000
10,5
6,4
6.000 - <7.000
5,2
7.000 - <8.000
5,2
8.000 - <9.000
1,2
2,3 1,4 0,4
9.000 - <10.000
0,5
0,1
10.000 en meer
0
0
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Het grote verschil tussen het totaal bruto maandsalaris en het bruto maandsalaris van mannen en vrouwen wordt in grote mate bepaald door de bruto toelagen, die niet zijn inbegrepen in het bruto salaris per maand. Het gemiddelde bedrag van die toelagen ligt bij mannen op 428 euro per maand en bij vrouwen op 79 euro. Het aandeel met meer dan 1.000 euro bruto toelagen per maand is bij mannen (10%) veel groter dan bij vrouwen (1%).
Figuur 2.4.c. Werknemers naar gender en bruto toelagen per maand Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
0
42,5
50,9
1 - <500
39,2
45
500 - <1.000
7,8
1.000 - <1.500
5
1.500 - <2.000 2.000 - <2.500
3 0,7
1,5 0,6
2.500 en meer
3,4
0,2 0,1 0,1
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Het totaal netto maandsalaris is gelijk aan het totaal bruto maandsalaris na aftrek van de bijdragen voor de Sociale Zekerheid en de bedrijfsvoorheffing. Voor ruim 45% van de medewerkers ligt het totaal netto maandsalaris onder de 2.500 euro. Bij 40% bedraagt het 2.500 tot 3.500 euro, bij 10% 3.500 tot 4.500 euro en bij ruim 2% bij 4.500 tot 5.500 euro en bij 3% meer dan 5.500 euro. Bij mannen ligt het aandeel hoger in alle klassen vanaf 2.500 euro, terwijl bij vrouwen het aandeel hoger ligt in de categorieën tot 2.500 euro per maand. Het gemiddelde ligt bij mannen op 2.992 euro per maand, bij vrouwen op 2.422 euro. De verschillen tussen mannen en vrouwen in de procentuele verdeling komen bij het netto maandsalaris in grote mate overeen met de verschillen bij het totaal bruto maandsalaris. Figuur 2.4.d. Werknemers naar gender en totaal netto salaris per maand Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
1 - <1.500
5,3
10,8
1.500 - <2.000
4,1
12,7
2.000 - <2.500
21,7
32,5
2.500 - <3.000
27,9
24
3.000 - <3.500
18,2
11,9
3.500 - <4.000
10,6
4,9
4.000 - <4.500
5
4.500 - <5.000 5.000 - <5.500 5.500 - <6.000 6.000 en meer
1,9 2,8 1,2
0,5 2,5
0,9 0,3 0,1 0,1
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
21
3.
WERKSITUATIE EN SALARIS NAAR GENDER, FUNCTIENIVEAU EN LEEFTIJD 3
De analyse in dit hoofdstuk laat belangrijke verschillen zien in de gemiddelde waarden van de centrale aspecten van de werksituatie en het salaris, met onderscheid naar gender, functieniveau en leeftijd. Aangezien hier de relevante verschillen naar gender, functieniveau, leeftijd en andere aspecten worden bestudeerd, zijn in de hierna volgende analyses alleen de werknemers opgenomen die in 2021 een voldoende ‘normale’ en vergelijkbare werksituatie hadden, met name de werknemers met minstens 100 effectieve VTE werkdagen en ten hoogste 50 dagen ziekteverlof en dienstvrijstelling samen. Het maximale aantal werknemers in de analyses daalt daardoor van 26.835 tot 22.420. De selectie maakt een meer gecontroleerde genderanalyse mogelijk. De gehanteerde criteria zijn altijd in zekere zin arbitrair en voor discussie vatbaar, maar de wijziging ervan impliceert slechts kleine verschillen in de resultaten.
23
3.1 VTE-WERKDAGEN PER JAAR Het gemiddeld aantal effectief gepresteerde VTE-werkdagen per jaar ligt bij de mannen op 195 dagen en bij de vrouwen op 179 dagen. Het gemiddelde genderverschil (mannen – vrouwen) bedraagt dus 14 werkdagen per jaar. Zowel bij mannen als bij vrouwen ligt het gemiddelde aantal VTE-werkdagen iets lager bij de 50-plussers. De verschillen naar functieniveau zijn klein. Bij mannen en vrouwen ligt het aantal werkdagen iets hoger bij de medewerkers in niveau A+ en iets lager bij de medewerkers in niveau D. Binnen de leeftijdsgroepen zijn diezelfde verschillen naar functieniveau zichtbaar. De genderverschillen liggen voor de meeste subgroepen naar leeftijd en functieniveau tussen 10 en 15 dagen per jaar. Het grootste gemiddelde genderverschil is er bij de medewerkers in niveau D (ongeveer 25 dagen), gevolgd door de medewerkers in niveau B. Bij de medewerkers in niveau A+ is het kleinste genderverschil zichtbaar, vooral bij de 50-plussers. Figuur 3.1. Genderverschil (mannen - vrouwen) in VTE-werkdagen per jaar naar leeftijd en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddeld aantal dagen A+
A
B
C
D
6,5 12,3 18-39 jaar
16,9 12,9 26,5 4,2 10,1
40-49 jaar
19,2 12,3 23,2 3,5 4,9
50 jaar en ouder
16,8 12,7 25,6 0
5
10
15
20
25
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
30
3.2 VTE-AFWEZIGHEIDSDAGEN PER JAAR Het gemiddeld aantal afwezigheidsdagen per jaar ligt bij de mannen op 54 dagen en bij de vrouwen op 61 dagen. Het totale genderverschil (vrouwen – mannen) bedraagt dus gemiddeld 7 dagen per jaar. Bij mannen neemt het aantal afwezigheidsdagen in beperkte mate toe met de leeftijd, terwijl er bij vrouwen nagenoeg geen verschil is naar leeftijd. Bij mannen en vrouwen ligt in alle leeftijdsgroepen het aantal afwezigheidsdagen het laagst bij de medewerkers met functieniveau A+, gevolgd door die met functieniveau A. De genderverschillen (vrouwen – mannen) liggen in de diverse subgroepen naar leeftijd en functieniveau tussen 3 en 11 dagen per jaar. Het kleinste genderverschil is er bij de 50-plussers in niveau A+ en A, het grootste bij 18tot 39-jarigen met functieniveau C en D. Figuur 3.2. Genderverschil (vrouwen - mannen) in VTE-afwezigheidsdagen per jaar naar leeftijd en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddeld aantal dagen A+
A
B
C
D
8,1 9,3 18-39 jaar
10,3 10,7 7,2 4 8,3
40-49 jaar
7,3 7,6 4,2 2,8 2,6
50 jaar en ouder
3,7 7,3 3,8 0
2
4
6
8
10
12
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
25
3.3 TOTAAL BRUTO SALARIS PER MAAND Het gemiddeld totaal bruto salaris per maand (met bruto vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) ligt bij de mannen op 4.982 euro en bij de vrouwen op 3.973 euro. Het gemiddelde genderverschil voor alle werknemers bedraagt dus 1.009 euro per maand (20%). Het totaal bruto salaris stijgt bij mannen en vrouwen sterk met de leeftijd en met het functieniveau. De genderverschillen variëren sterk tussen de subgroepen naar leeftijd en functieniveau. Veruit het hoogste verschil is er bij de 50-plussers in niveau A, gevolgd door de 40- tot 49-jarigen in niveau A. Ook bij de 50-plussers in niveau D zijn de genderverschillen groot. Figuur 3.3. Genderverschil (mannen - vrouwen) in totaal bruto salaris per maand (met bruto vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) naar leeftijd en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro A+
A
B
C
D
192 432 18-39 jaar
407 299 655 349 1.334
40-49 jaar
491 406 813 426 2.040
50 jaar en ouder
601 587 1.096 0
500
1.000
1.500
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
2.000
3.4 BRUTO SALARIS PER MAAND Het gemiddeld bruto maandsalaris (zonder bruto vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) ligt bij de mannen op 4.018 euro en bij de vrouwen op 3.449 euro. Het gemiddelde genderverschil voor alle werknemers bedraagt dus 569 euro per maand (14%), bijna de helft minder dan bij het totaal bruto maandsalaris. Het bruto salaris stijgt bij mannen en vrouwen eveneens sterk met de leeftijd en het functieniveau. De genderverschillen binnen de subgroepen zijn veel kleiner dan voor het totaal bruto maandsalaris en ze variëren minder sterk. Het hoogste verschil is er weer bij de 50-plussers in niveau A, gevolgd door de 40- tot 49-jarigen in niveau A en de 50-plussers in niveau B en D. Figuur 3.4. Genderverschil (mannen - vrouwen) in bruto salaris per maand (zonder bruto vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) naar leeftijd en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro A+
A
B
C
D
143 200 18-39 jaar
271 91 212 301 581
40-49 jaar
371 161 299 322 819
50 jaar en ouder
496 312 483 0
500
1.000
1.500
2.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
27
3.5 BRUTO TOELAGEN PER MAAND De veel grotere genderverschillen in het totaal bruto salaris per maand zijn hoofdzakelijk te wijten aan de veel hogere bruto toelagen die mannen ontvangen voor specifieke werkomstandigheden. Bij mannen liggen de gemiddelde bruto toelagen per maand op 451 euro en bij de vrouwen op 84 euro, een gemiddeld genderverschil van 367 euro (81%). De genderverschillen variëren sterk naar leeftijd en functieniveau, met veel hogere bedragen bij de 50-plussers in niveau A, gevolgd door de 40- tot 49-jarigen in niveau A en de 50-plussers in niveau D. Figuur 3.5. Genderverschil (mannen - vrouwen) in bruto toelagen per maand naar leeftijd en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro A+
A
B
C
D
26 205 18-39 jaar
100 201 418 13 674
40-49 jaar
74 225 478 58 1.122
50 jaar en ouder
45 232 547 0
500
1.000
1.500
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
2.000
3.6 TOTAAL BRUTO SALARIS PER GEPRESTEERD EN ERKEND WERKUUR Voor het totaal bruto uursalaris werden 2 maatstaven berekend: per effectief gepresteerd werkuur en per erkend werkuur. De maatstaven vullen elkaar aan in de voorstelling van de onderliggende genderverschillen. Het salaris per erkend werkuur is gebaseerd op het aantal erkende VTE-werkdagen, de som van gepresteerde VTE-werkdagen en gelijkgestelde afwezigheidsdagen. Ze vormen de basis van de salarisberekening en bieden inzicht in de genderongelijkheid van het salaris dat medewerkers effectief ontvangen. Het aantal gepresteerde VTE-werkdagen is kleiner dan het aantal erkende VTEwerkdagen. Bijgevolg ligt het salaris per gepresteerd werkuur hoger dan het salaris per erkend werkuur. Aangezien vrouwen gemiddeld meer afwezigsdagen hebben, is bij hen het verschil tussen het salaris per gepresteerd en per erkend werkuur groter dan bij mannen. In sommige subgroepen naar leeftijd en functieniveau verdienen vrouwen daardoor per gepresteerd werkuur meer dan mannen. Het salaris per gepresteerd werkuur is dus verbonden met de genderongelijkheid in VTE-werkdagen en VTE-afwezigheidsdagen. Deze salarismaatstaf vormt een indicatie voor de onderliggende genderongelijkheid in de verdeling van beroepsarbeid en gezinsarbeid. Figuur 3.6.a. Genderverschil (mannen - vrouwen) in totaal bruto salaris per gepresteerd werkuur naar leeftijd en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro A+
A
B
C
D
−0,5 1,6 18-39 jaar
0,9 0,8 2,1 1,5 10,4
40-49 jaar
0,9 1,6 3,6 2,1 18,9
50 jaar en ouder
1,9 2,9 5,7 0
5
10
15
20
Noot: het totaal bruto salaris per gepresteerd werkuur is gelijk aan het totaal bruto salaris per jaar gedeeld door het aantal effectief gepresteerde werkuren per jaar. Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
29
Het gemiddeld totaal bruto salaris per gepresteerd werkuur ligt bij de mannen op 41,1 euro en bij de vrouwen op 34,7 euro. Het totaal bruto salaris per werkuur stijgt bij mannen en vrouwen sterk met de leeftijd en het functieniveau. Het totale genderverschil ligt op gemiddeld 6,4 euro per gepresteerd werkuur (16%). De genderverschillen binnen de subgroepen variëren sterk en liggen tussen 1 en 20 euro per uur. Het verschil is opnieuw veruit het grootst bij de 50-plussers in niveau A, gevolgd door de 40- tot 49-jarigen in niveau A en de 50-plussers in niveau D. Alleen bij de 18- tot 39-jarigen in niveau A+ is het genderverschil negatief: het totaal bruto salaris per gepresteerd werkuur ligt daar bij vrouwen iets hoger dan bij mannen. Het gemiddeld totaal bruto salaris per erkend werkuur ligt bij mannen en vrouwen iets lager dan het salaris per gepresteerd werkuur. Bij de mannen bedraagt het 37,6 euro en bij de vrouwen 30,6 euro. Het totaal bruto salaris per erkend werkuur stijgt bij mannen en vrouwen eveneens sterk met de leeftijd en het functieniveau. Het genderverschil voor alle werknemers bedraagt gemiddeld 7,0 euro per werkuur (19%). Het verschil is iets groter dan voor het totaal bruto salaris per gepresteerd werkuur, omdat het verschil tussen het aantal erkende en gepresteerde werkdagen per jaar bij vrouwen hoger ligt dan bij mannen. De genderverschillen voor het salaris per erkend werkuur zijn in alle subgroepen positief, maar de variatie is kleiner. Bovendien zijn de genderverschillen in bijna alle subgroepen groter dan voor het salaris per gepresteerd werkuur. Alleen bij de 40- tot 49-jarigen en de 50-plussers in niveau A zijn die kleiner.
Figuur 3.6.b. Genderverschil (mannen - vrouwen) in totaal bruto salaris per erkend werkuur naar leeftijd en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro A+
A
B
C
D
2 3,1 18-39 jaar
2,7 2 4 2,4 9,4
40-49 jaar
2,7 2,6 5,2 3,1 14,8
50 jaar en ouder
3,6 3,7 6,9 0
5
10
15
20
Noot: het totaal bruto salaris per erkend werkuur is gelijk aan het totaal bruto salaris per jaar gedeeld door het aantal erkende werkuren per jaar, zijnde de som van de gepresteerde VTE-werkdagen per jaar en de gelijkgestelde afwezigheidsdagen per jaar. Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
31
3.7 BRUTO SALARIS PER GEPRESTEERD EN ERKEND WERKUUR Voor het bruto uursalaris zijn dezelfde maatstaven berekend per gepresteerd en per erkend werkuur. Het gemiddeld bruto salaris per gepresteerd werkuur bedraagt bij mannen 33,0 euro en bij vrouwen 30,1 euro. Het algemene genderverschil bedraagt dus gemiddeld 2,9 euro (9%). Ook het bruto salaris per werkuur stijgt sterk met de leeftijd en het functieniveau. De genderverschillen zijn veel kleiner dan bij het totaal bruto maandsalaris, waardoor ook de variatie veel kleiner is. Bovendien zijn er ook meer subgroepen met een negatief verschil waarbij vrouwen per uur meer verdienen dan mannen, vooral bij de 18- tot 39-jarigen. Bij de 50-plussers in niveau A zijn de verschillen het grootst, gevolgd door de 40- tot 49-jarigen in niveau A. Figuur 3.7.a. Genderverschil (mannen - vrouwen) in bruto salaris per gepresteerd werkuur naar leeftijd en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro A+
A
B
C
D
−0,6 −0,4 18-39 jaar
0,1 −0,7 −0,9 1,2 3,5
40-49 jaar
0,3 −0,1 0 1,5 7,4
50 jaar en ouder
1,5 0,9 1,3 0
5
10
15
Noot: het bruto salaris per gepresteerd werkuur is gelijk aan het bruto salaris per jaar gedeeld door het aantal effectief gepresteerde werkuren per jaar. Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
20
Het gemiddeld bruto salaris per erkend werkuur ligt bij mannen en vrouwen ook iets lager dan het salaris per gepresteerd werkuur. Bij de mannen bedraagt het 30,3 euro en bij de vrouwen 26,5 euro. Ook het bruto salaris per erkend werkuur stijgt bij mannen en vrouwen sterk met de leeftijd en het functieniveau. Het genderverschil voor alle werknemers bedraagt gemiddeld 3,7 euro per werkuur (12%). Ook hier is het verschil iets groter dan voor het bruto salaris per gepresteerd werkuur. De genderverschillen voor het salaris per erkend werkuur zijn in alle subgroepen positief, maar de variatie is nog iets kleiner. Bovendien zijn de genderverschillen in alle subgroepen groter dan voor het salaris per gepresteerd werkuur. Opnieuw zijn de verschillen het grootst bij de 50-plussers in niveau A, gevolgd door de 40- tot 49-jarigen in niveau A. Figuur 3.7.b. Genderverschil (mannen - vrouwen) in bruto salaris per erkend werkuur naar leeftijd en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro A+
A
B
C
D
1,6 1,4 18-39 jaar
1,7 0,5 0,8 2,1 3,8
40-49 jaar
1,9 0,8 1,4 2,4 5,6
50 jaar en ouder
2,9 1,8 2,3 0
5
10
15
20
Noot: het bruto salaris per erkend werkuur is gelijk aan het bruto salaris per jaar gedeeld door het aantal erkende werkuren per jaar, zijnde de som van de gepresteerde VTE-werkdagen per jaar en de gelijkgestelde afwezigheidsdagen per jaar. Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
33
4.
VERDELING VAN DE WERKNEMERS NAAR TOTAAL BRUTO MAANDSALARIS, GENDER EN ANDERE ASPECTEN 4
Dit hoofdstuk geeft aanvullend de procentuele verdeling weer van de werknemers voor het totaal bruto maandsalaris, met onderscheid naar gender en de aspecten functieniveau, leeftijd en beleidsdomein. Per aspect wordt de verdeling bij mannen en vrouwen getoond, gevolgd door de verdeling van de genderverschillen (% mannen - % vrouwen).
4.1 FUNCTIENIVEAU Voor het totaal bruto maandsalaris vertoont de verdeling naar functieniveau grote genderverschillen. In alle functieniveaus bevindt zich een hoger aandeel vrouwen in de lagere inkomensgroepen: de curves van vrouwen liggen telkens meer links dan die van mannen.
35
Figuur 4.1.b. Verdeling van vrouwen naar totaal bruto salaris per maand en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % A+
A
B
C
D
60 50 40 30 20 10
<2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
De genderverschillen in de verdeling (% mannen - % vrouwen, in procentpunten) zijn het grootst voor functieniveau D, gevolgd door niveau B. Figuur 4.1.c. Genderverschil (% mannen - % vrouwen) in de verdeling naar totaal bruto salaris per maand en functieniveau Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in procentpunten <2.000
2.000 -<3.000
7.000 -<8.000
3.000 -<4.000
8.000 -<9.000
4.000 -<5.000
9.000 -<10.000
5.000 -<6.000
6.000 -<7.000
10.000 en meer
20 10
−10 −20 −30 Niveau A+
Niveau A
Niveau B
Niveau C
Niveau D
Noot: het genderverschil in de verdeling is het verschil tussen het aandeel mannen en het aandeel vrouwen in de diverse salariscategorieën. Bij positieve waarden is het aandeel mannen groter dan het aandeel vrouwen, bij negatieve waarden is het aandeel vrouwen groter dan het aandeel mannen. Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
4.2 LEEFTIJD De verschillen tussen mannen en vrouwen naar leeftijd zijn groot, maar kleiner dan naar functieniveau. Bij mannen zijn er meer jongeren met een maandsalaris lager dan 4.000 euro, terwijl een hoger aandeel jonge vrouwen meer dan 4.000 euro verdient. Tegelijk ligt het aandeel 40- tot 49-jarigen en 50-plussers met een maandsalaris boven 5.000 euro bij mannen hoger dan bij vrouwen. Figuur 4.2.a. Verdeling van mannen naar totaal bruto salaris per maand en leeftijd Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % 18-39 jaar
40-49 jaar
50 jaar en ouder
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Figuur 4.2.b. Verdeling van vrouwen naar totaal bruto salaris per maand en leeftijd Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % 18-39 jaar
40-49 jaar
50 jaar en ouder
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
10.000
37
De genderverschillen in de verdeling (% mannen - % vrouwen, in procentpunten) zijn het grootst bij de 40- tot 49-jarigen. De curve van de 18tot 39-jarigen is bijna het spiegelbeeld van de curve van de 40- tot 49-jarigen. Figuur 4.2.c. Genderverschil (% mannen - % vrouwen) in de verdeling naar totaal bruto salaris per maand en leeftijd Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in procentpunten <2.000
2.000 -<3.000
7.000 -<8.000
3.000 -<4.000
8.000 -<9.000
4.000 -<5.000
9.000 -<10.000
5.000 -<6.000
6.000 -<7.000
10.000 en meer
20 10
−10 −20 −30 18-39 jaar
40-49 jaar
50 jaar en ouder
Noot: het genderverschil in de verdeling is het verschil tussen het aandeel mannen en het aandeel vrouwen in de diverse salariscategorieën. Bij positieve waarden is het aandeel mannen groter dan het aandeel vrouwen, bij negatieve waarden is het aandeel vrouwen groter dan het aandeel mannen. Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
De genderverschillen binnen de subgroepen naar dienstanciënniteit, beroepsstatuut en aantal werkdagen per jaar zijn kleiner dan voor functieniveau en leeftijd. Raadpleeg het uitgebreide rapport voor de gedetailleerde tabellen en grafieken op https://www.vlaanderen.be/statistiekvlaanderen/rapporten.
4.3 BELEIDSDOMEIN Algemeen gezien zijn er vrij grote verschillen tussen de 10 beleidsdomeinen in de verdeling naar totaal bruto maandsalaris bij mannen en vrouwen. Er zijn relatief grote genderverschillen in het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur en Buitenlandse Zaken, het domein Economie, Wetenschap en Innovatie, het domein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, het domein Werk en Sociale Economie, het domein Landbouw en Visserij en het domein Mobiliteit en Openbare Werken. Maar ook hier kan men vaststellen dat in elk beleidsdomein de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen veel kleiner is dan de ongelijkheid binnen de groep mannen en de groep vrouwen (vooral door de verschillen in functieniveau en leeftijd). Figuur 4.3.a. Verdeling van mannen en vrouwen naar totaal bruto salaris per maand in het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur en Buitenlandse Zaken Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Figuur 4.3.b. Verdeling van mannen en vrouwen naar totaal bruto salaris per maand in het beleidsdomein Financiën en Begroting Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
39
Figuur 4.3.c. Verdeling van mannen en vrouwen naar totaal bruto salaris per maand in het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Figuur 4.3.d. Verdeling van mannen en vrouwen naar totaal bruto salaris per maand in het beleidsdomein Onderwijs en Vorming Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Figuur 4.3.e. Verdeling van mannen en vrouwen naar totaal bruto salaris per maand in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
10.000
Figuur 4.3.f. Verdeling van mannen en vrouwen naar totaal bruto salaris per maand in het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Figuur 4.3.g. Verdeling van mannen en vrouwen naar totaal bruto salaris per maand in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Figuur 4.3.i. Verdeling van mannen en vrouwen naar totaal bruto salaris per maand in het beleidsdomein Omgeving Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
10.000
41
Figuur 4.3.i. Verdeling van mannen en vrouwen naar totaal bruto salaris per maand in het beleidsdomein Omgeving Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
Figuur 4.3.j. Verdeling van mannen en vrouwen naar totaal bruto salaris per maand in het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, in % Mannen
Vrouwen
40
30
20
10
<2.000
4.000
6.000
8.000
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
10.000
43
5.
TOTAAL BRUTO SALARIS NAAR GENDER, FUNCTIENIVEAU, LEEFTIJD EN ANDERE ASPECTEN 5
Dit hoofdstuk gaat nog een stap verder en toont de genderverschillen in het totaal bruto salaris naar functieniveau en leeftijd, met bijkomend onderscheid naar aantal VTE-werkdagen per jaar, dienstanciënniteit, beroepsstatuut, beleidsdomein en entiteit. De genderverschillen naar functieniveau en leeftijd zijn in alle figuren duidelijk zichtbaar, maar met grote verschillen tussen de subgroepen. Het aantal personen per subgroep varieert sterk en kan de grootte van de genderverschillen per subgroep en van de hele groep beïnvloeden.
45
5.1 DIENSTANCIËNNITEIT Het totale genderverschil in het totaal bruto salaris bij de medewerkers tot 15 jaar dienstanciënniteit bedraagt 701 euro per maand. Bij de medewerkers met meer dan 15 jaar dienstanciënniteit loopt dat op tot 1.177 euro. Bij de medewerkers tot 15 jaar dienstanciënniteit zijn de genderverschillen het grootst bij de 40- tot 49-jarigen in niveau A (1.251 euro) en de 50-plussers in niveau D (878 euro). In de groep met meer dan 15 jaar dienstanciënniteit bij de 50-plussers in niveau A (2.528 euro), gevolgd door de 40- tot 49-jarigen in niveau A (1.453 euro) en de 50-plussers in niveau D (1.085 euro). Figuur 5.1. Genderverschil (mannen - vrouwen) in totaal bruto salaris per maand naar leeftijd, functieniveau en dienstanciënniteit Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro Tot 15 jaar dienstanciënniteit 18-39 jaar A+ A
434
B
391
C D
40-49 jaar
209
1.251
271 690
Totaal
457
50 jaar en ouder
Totaal
542
668
488
446
394
499
426
435
778 466 305
854
878
813
865
843
701
Meer dan 15 jaar dienstanciënniteit 18-39 jaar A+
486
A B C
568
40-49 jaar 252 1.453
711 364
D
181
Totaal
106
539 380 644 828
50 jaar en ouder
Totaal
391 2.528
431 2.196
630
609
601
513
1.085
956
1.407
1.177
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
5.2 BEROEPSSTATUUT Bij de statutaire medewerkers bedraagt het totale genderverschil in het totaal bruto salaris 984 euro per maand, bij de contractuele medewerkers 616 euro. In de groep statutaire medewerkers is er het grootste genderverschil bij 50-plussers in niveau A, gevolgd door 40- tot 49-jarigen in niveau A en de 50-plussers in niveau D. Bij de contractuele medewerkers is er bij de 50-plussers in niveau A het grootste verschil, gevolgd door de 40- tot 49-jarigen in niveau B en de 50-plussers in niveau B en D. Figuur 5.2. Genderverschil (mannen - vrouwen) in totaal bruto salaris per maand naar leeftijd, functieniveau en beroepsstatuut Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro Statutaire medewerkers 18-39 jaar A+
236
A
525
40-49 jaar
50 jaar en ouder
411 1.405
Totaal
399
551
2.159
1.611
B
346
335
535
407
C
435
388
562
452
D
410
Totaal
410
681 842
1.047
864
1.312
984
Contractuele medewerkers 18-39 jaar
40-49 jaar
A+
−615
−643
A
33
B C D Totaal
50 jaar en ouder
462
301 −108 539 190
947
Totaal
1.225 501 820
318 491 701
425 474 956
637 318 867 57 473 616
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
47
5.3 VTE-WERKDAGEN PER JAAR Het totale genderverschil in het totaal bruto salaris bij de medewerkers met 100 tot 200 effectieve VTE-werkdagen per jaar ligt op 1.319 euro per maand, bij de medewerkers met meer dan 200 VTE-werkdagen per jaar op 440 euro per maand. Bij medewerkers met 100 tot 200 VTE-werkdagen per jaar zijn de genderverschillen in de diverse subgroepen groot, met een zeer grote variatie. Het grootste genderverschil is er bij de 50-plussers in niveau A, gevolgd door 40- tot 49-jarigen in niveau A en de 50-plussers in niveau D. In de groep met meer dan 200 werkdagen per jaar zijn de genderverschillen in de meeste subgroepen veel kleiner. Het grootste genderverschil is er bij de 50-plussers in niveau D, gevolgd door de 40- tot 49-jarigen in niveau D en de 50-plussers in niveau B en C. Figuur 5.3. Genderverschil (mannen - vrouwen) in totaal bruto salaris per maand naar leeftijd, functieniveau en aantal VTE-werkdagen per jaar Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro 100 tot 200 VTE-werkdagen per jaar 18-39 jaar A+
−78
A
759
40-49 jaar 75 2.864
50 jaar en ouder
Totaal
230
363
4.204
3.068
B
294
472
613
555
C
359
379
623
450
D Totaal
598
628
433
1.282
984
817
1.738
1.319
Meer dan 200 VTE-werkdagen per jaar 18-39 jaar
40-49 jaar
50 jaar en ouder
Totaal
A+
48
290
354
419
A
105
218
283
365
B
276
116
209
334
C
166
220
318
222
D
264
Totaal
233
557 223
748 477
584 440
Bron: Vlimpers Vlaamse overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
5.4 BELEIDSDOMEINEN In alle beleidsdomeinen is er voor mannen en vrouwen een positief verband tussen het totaal bruto salaris enerzijds en het functieniveau en de leeftijd anderzijds. Hierna wordt de figuur getoond voor de 5 beleidsdomeinen met de grootste genderverschillen. Het gemiddelde totaal bruto maandsalaris van mannen ligt in bijna alle subgroepen hoger dan dat van vrouwen. Er zijn vrij grote genderverschillen in het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur en Buitenlandse Zaken, het domein Welzijn, Gezondheid en Gezin, het domein Werk en Sociale Economie, het domein Landbouw en Visserij en het domein Mobiliteit en Openbare Werken. De grootste genderverschillen voor het totaal bruto maandsalaris zijn er in het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, meer specifiek bij de 50-plussers en 40- tot 49-jarigen in niveau A. Die worden vooral veroorzaakt door het zeer hoge totaal bruto salaris van de mannen in die subgroepen, hoofdzakelijk door de zeer hoge bruto toelagen. De impact op het algemene verschil naar gender en functieniveau is groot door het veel hoger aantal mannen in die groep. De genderverschillen voor het totale bruto salaris per gepresteerd werkuur zijn relatief gezien veel kleiner. De grootste genderverschillen zijn er opnieuw bij de 50-plussers en 40- tot 49-jarigen met functieniveau A in het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken.
49
Figuur 5.4.a. Genderverschil (mannen - vrouwen) in totaal bruto salaris per maand naar leeftijd, functieniveau en beleidsdomein Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro Kanselarij, Bestuur en Buitenlandse Zaken 18-39 jaar
40-49 jaar
A+
−255
428
50 jaar en ouder 714
655
A
189
579
633
796
B
41
319
C
205
326
693
459
D
156
453
608
428
Totaal
148
182
933
Totaal
286
1.756
1.154
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 18-39 jaar A+ A B
619 322 674
40-49 jaar 770 441
50 jaar en ouder −208
94
526
535
722
876
C
328
487
D
374
641
763
829
895
Totaal
613
Totaal
319
773 414 577 914
Werk en Sociale Economie 18-39 jaar A+
366
A
218
B C
340 44
D
270
Totaal
360
40-49 jaar 877 407 682
50 jaar en ouder 568
244
817
425
525
793
479
1.034 335
633
Totaal
734 692 294
1.071
813
Landbouw en Visserij 18-39 jaar A+ A
84 261
B
23
C
−40
D Totaal
40-49 jaar
94
50 jaar en ouder 762
719 411
952 153
Totaal 523 904 390
154
239
191
193
79
−18
475
943
665
Mobiliteit en Openbare Werken 18-39 jaar A+ A B C D Totaal
193 719 405 654 −104 421
40-49 jaar 101
50 jaar en ouder 532
Totaal 288
2.981
5.561
3.379
161
191
279
515 578 1.128
657 970 1.709
628 707 1.228
Figuur 5.4.b. Genderverschil (mannen - vrouwen) in totaal bruto salaris per gepresteerd werkuur naar leeftijd, functieniveau en beleidsdomein Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro Kanselarij, Bestuur en Buitenlandse Zaken 18-39 jaar
40-49 jaar
50 jaar en ouder
Totaal
A+
−0,9
2,5
2,9
3,7
A
−0,5
1,2
1
3,3
B
−0,3
1,4
0,7
1,4
C
0,1
0,9
4,1
2,1
D
−0,6
2,5
3,3
1,9
Totaal
−0,2
4,9
11
6,8
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 18-39 jaar
40-49 jaar
50 jaar en ouder
Totaal
A+
2,5
2,8
0,6
A
−0,6
0,8
1,1
B
3,2
2,3
3,8
0,7
2,2
1,6 2,2
C
0,2
D
1,6
3,4
3,2
Totaal
2,5
3,7
4,8
0,5 2,8 4,1
4,9
Werk en Sociale Economie 18-39 jaar
40-49 jaar
50 jaar en ouder
Totaal
A+
−0,6
A
−1,3
0,3
1,2
B
0,5
2,2
4
3,4
C
−1,7
1,8
4,2
2,2
D
−1,4
−1,5
Totaal
0,4
2,1
6,4
3,4
5,2 1,6
0,4
−0,2
5,8
3,9
Landbouw en Visserij 18-39 jaar A+
−0,5
A
−1,2
B C
50 jaar en ouder 4,6
Totaal 2,8
0,8
1,6
−1,3
1
0,1
1,5
1,1
−0,3
0,7
0,5
−0,1
−3,2
−3,4
4,5
2,5
D Totaal
40-49 jaar
−1,4
0,7
2,4
Mobiliteit en Openbare Werken 18-39 jaar A+
0,3
A B
5,9 1
C
4
D
−1,7
Totaal
2,2
40-49 jaar
50 jaar en ouder
Totaal
−0,5
−0,4
−0,2
31,6
67,1
36,6
0,3
0,1
0,7
3
4,2
3,9
2,7
5,7
3,7
10,5
16,6
11,3
Noot: het totaal bruto salaris per gepresteerd werkuur is gelijk aan het totaal bruto salaris per jaar gedeeld door het aantal effectief gepresteerde werkuren per jaar.
51
5.5 ENTITEITEN Binnen de beleidsdomeinen kan verder worden gekeken naar de genderverschillen in het totaal bruto salaris (met vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) in de entiteiten. In het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken zijn er zeer hoge salarissen en zeer grote genderverschillen in het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK), meer specifiek in niveau A en vooral bij 50-plussers. De gemiddelde waarden van Agentschap MDK wegen relatief zeer sterk door in de algemene gemiddelden van alle entiteiten samen, ook in het algemene genderverschil. Onderstaande figuur vergelijkt daarom de genderverschillen voor alle entiteiten en voor alle entiteiten zonder Agentschap MDK. Het gemiddelde genderverschil voor het totaal bruto maandsalaris bedraagt in alle entiteiten 1.009 euro, tegenover 719 euro wanneer Agentschap MDK niet wordt meegerekend. Figuur 5.5.a. Genderverschil (mannen - vrouwen) in totaal bruto salaris per maand (met vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) naar leeftijd en functieniveau, met onderscheid tussen alle entiteiten en alle entiteiten zonder het Agentschap MDK Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro Alle entiteiten 18-39 jaar A+
192 432
B
407
D Totaal
50 jaar en ouder
349
A
C
40-49 jaar
1.334 491
299
406
655 442
426
Totaal 544
2.040
1.487
601
595
587
424
813
1.096
925
873
1.296
1.009
Zonder Agentschap MDK 18-39 jaar A+
211
A
210
B C D Totaal
40-49 jaar
50 jaar en ouder
Totaal
432
564
385
407 188
529
609
588
488
600
596
339
470 341
481
329
662
795
682
590
905
719
De figuur zonder Agentschap MDK laat de genderverschillen in het totaal bruto maandsalaris zien die gelden voor de grote meerderheid van de medewerkers van de Vlaamse overheid. Die verschillen zijn verbonden met de centrale factoren: functieniveau, leeftijd, aantal werkdagen per jaar, beroepsstatuut en dienstanciënniteit.
De sterkste daling in de genderverschillen tussen alle entiteiten en de entiteiten zonder Agentschap MDK is er bij de 50-plussers in niveau A, van 2.040 euro tot 609 euro per maand, gevolgd door de 40- tot 49-jarigen in niveau A, van 1.334 euro tot 529 euro per maand. De invloed van het weglaten van Agentschap MDK en van de bruto toelagen wordt duidelijk wanneer de genderverschillen voor het totaal bruto maandsalaris worden vergeleken met die voor het bruto maandsalaris (zonder vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen). Voor het bruto maandsalaris bedraagt het gemiddelde genderverschil voor alle entiteiten samen 569 euro. Door het wegvallen van de bruto toelagen in het bruto maandsalaris vermindert het totale genderverschil voor alle entiteiten van 1.009 euro tot 569 per maand. Bij de 50-plussers in niveau A daalt het genderverschil het sterkst, van 2.404 euro voor het totaal bruto maandsalaris tot 819 euro voor het bruto maandsalaris. Door het weglaten van Agentschap MDK daalt het genderverschil bijkomend van 569 euro per tot 542 euro maand. De sterkste daling in het genderverschil is er weer bij de 50-plussers in niveau A, van 819 euro voor alle entiteiten tot 545 euro voor de groep zonder Agentschap MDK. Figuur 5.5.b. Genderverschil (mannen - vrouwen) in bruto salaris per maand (zonder vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) naar leeftijd en functieniveau, met onderscheid tussen alle entiteiten en alle entiteiten zonder Agentschap MDK Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro Alle entiteiten 18-39 jaar A+
143
A
200
B C
271 91
D
212
Totaal
199
40-49 jaar 301 581
50 jaar en ouder 322 819
371 161
446 693
496 312
299 464
Totaal
483 732
467 177 359 569
Zonder Agentschap MDK 18-39 jaar A+
164
A
154
B C
271 81
D
209
Totaal
210
40-49 jaar 323 456
50 jaar en ouder 328
505 497
292
294 435
460
545
372 159
Totaal
404 699
471 165 314 542
53
De verschuiving van het totaal bruto maandsalaris naar het bruto maandsalaris leidt tot de grootste daling van het gemiddelde maandsalaris en het algemene genderverschil, omdat de hoge bruto toelagen in alle beleidsdomeinen en entiteiten wegvallen. Het weglaten van Agentschap MDK impliceert een kleinere bijkomende daling doordat de impact van de hogere bruto toelagen en de hogere salarisschalen in dat agentschap wegvalt. Figuur 5.5.c toont de genderverschillen voor het totaal bruto salaris per gepresteerd werkuur. Het algemene genderverschil daalt van 6,4 euro per werkuur bij alle werknemers tot 3,0 euro zonder werknemers van Agentschap MDK. De sterkste daling is er weer bij de 50-plussers in niveau A, van 18,9 euro tot 1,7 euro. Figuur 5.5.c. Genderverschil (mannen - vrouwen) in totaal bruto salaris per gepresteerd werkuur (met vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) naar leeftijd en functieniveau, met onderscheid tussen alle entiteiten en alle entiteiten zonder Agentschap MDK Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro Alle entiteiten 18-39 jaar A+ A
40-49 jaar
50 jaar en ouder
−0,5
1,5
1,6
10,4
18,9
0,9
1,9
B
0,9
C
0,8
2,1
1,6
D
2,1
Totaal
1,5
3,6 5,1
Totaal 2,9 12,2
2,9
2,1 1,6
5,7
4,3
9
6,4
Zonder Agentschap MDK 18-39 jaar
40-49 jaar
50 jaar en ouder
Totaal
A+
−0,4
A
−1,4
0,6
1,7
1,5
B
0,8
0,9
1,9
2,1
C
−0,3
0,8
1,9
D Totaal
0,9 0,2
1,7
2,4 1,8
2,2
3,6 4,5
3,1
0,7 2,6 3
Noot: het totaal bruto salaris per gepresteerd werkuur is gelijk aan het totaal bruto salaris per jaar gedeeld door het aantal effectief gepresteerde werkuren per jaar.
Ook hier is de vergelijking met de genderverschillen voor het bruto salaris per gepresteerd werkuur veelzeggend. Het algemene genderverschil daalt van 2,9 euro per werkuur bij alle werknemers tot 2,0 euro zonder werknemers van Agentschap MDK. De sterkste daling is er weer bij de 50-plussers in niveau A, van 7,4 euro tot 1,6 euro.
Aangezien de hoge bruto toelagen in alle beleidsdomeinen en entiteiten worden uitgeschakeld, leidt de verschuiving van totaal bruto uursalaris naar bruto uursalaris (zonder bruto toelagen) eveneens tot de grootste daling van de gemiddelde salarissen per gepresteerd werkuur en de gemiddelde genderverschillen. Het weglaten van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust impliceert weer een kleine extra daling doordat de invloed van de hogere salarisschalen in dat agentschap wegvalt. Figuur 5.5.d. Genderverschil (mannen - vrouwen) in bruto salaris per per gepresteerd werkuur (zonder vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) naar leeftijd en functieniveau, met onderscheid tussen alle entiteiten en alle entiteiten zonder Agentschap MDK Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021, gemiddelde in euro Alle entiteiten 18-39 jaar
40-49 jaar
A+
−0,6
1,2
A
−0,4
B
0,1
0,3
1,5
1,4
C
−0,7
−0,1
0,9
−0,1
D
−0,9
0
1,3
Totaal
−0,4
3,5
50 jaar en ouder 1,5 7,4
Totaal 2,3 4,9
1,9
0,3 4,4
2,9
Zonder Agentschap MDK 18-39 jaar
40-49 jaar
50 jaar en ouder
Totaal
A+
−0,5
A
−1,4
0,5
1,6
1,2
B
0,1
0,3
1,5
1,4
C
−0,9
−0,3
0,6
−0,3
D
−0,7
0
0,9
0,1
Totaal
−0,5
1,4
0,9
1,5
3,2
2,4
2
Noot: het bruto salaris per gepresteerd werkuur is gelijk aan het bruto salaris per jaar gedeeld door het aantal effectief gepresteerde werkuren per jaar.
55
6.
MULTIVARIATE ANALYSE VAN HET TOTAAL BRUTO MAANDSALARIS EN BRUTO MAANDSALARIS 6
In dit hoofdstuk wordt het onderzoek afgerond met een multivariate analyse van de relatie tussen het salaris en de relevante verklarende factoren: gender, functieniveau, leeftijd, dienstanciënniteit, aantal werkdagen per jaar, type arbeidscontract, beleidsdomein en entiteit. De multivariate analyse is uitgevoerd via meervoudige lineaire regressies. Daarbij wordt het effect van elke mogelijk verklarende variabele op het salaris gecontroleerd voor de effecten van alle andere verklarende variabelen in het model. Op deze manier wordt het unieke netto-effect ingeschat van elke mogelijke verklarende variabele op het salaris. In het uitgebreide rapport op de website wordt meer methodologische toelichting gegeven bij de meervoudige lineaire regressie. We lichten de regressieresultaten toe voor het totaal bruto maandsalaris en het bruto maandsalaris. Alle mogelijke verklarende of onafhankelijke variabelen zijn omgezet tot binaire variabelen of dummies (met waarde 1 of 0), zodat ze een duidelijke betekenis krijgen in de vergelijking. De referentiegroep in de regressie waarvoor alle binaire variabelen of dummies gelijk zijn aan 0, bestaat uit mannen met functieniveau A, in de leeftijdsgroep 55 jaar of ouder, met meer dan 200 werkdagen per jaar, met meer dan 25 dienstjaren, statutair en niet werkzaam in Agentschap MDK. Het doel is een voldoende eenvoudige en begrijpelijke voorstelling te geven van de bijdrage van elke relevante verklarende variabele. Er worden geen gecombineerde dummies opgenomen om mogelijke interactie-effecten te bepalen, omdat de extra bijdrage tot de totale verklaarde variantie R2 zeer beperkt is. Bij regressies kan een probleem van multicollineariteit opduiken wanneer onafhankelijke variabelen sterk gecorreleerd zijn. Multicollineariteit reduceert de betrouwbaarheid van de regressiecoëfficiënten. De aanwezigheid van multicollineariteit wordt berekend via de variance inflation factor (VIF). In dit onderzoek is de VIF van alle onafhankelijke variabelen kleiner dan 4, wat wijst op de afwezigheid van multicollineariteit.
57
6.1 TOTAAL BRUTO MAANDSALARIS De totale verklaarde variantie van het model (R2) voor het totaal bruto salaris per maand bedraagt 0,695. Dat is een hoge waarde. Bijna 70% van de totale variantie wordt verklaard door de onafhankelijke variabelen die zijn opgenomen in het model. Gender heeft een beperkt negatief effect op het salaris (beta= -0,091), met gemiddeld 376 euro minder voor vrouwen, gecontroleerd voor de andere onafhankelijke variabelen in het model. De invloed van de dummies voor functieniveau B, C, en D is negatief en zeer groot: tegenover de referentiegroep ligt het gemiddeld totaal bruto salaris voor die subgroepen veel lager. Het verschil stijgt wanneer het functieniveau daalt. Voor functieniveau A+ is het effect positief en kleiner. De dummies voor de leeftijdsgroepen 18-34 jaar en 35-44 jaar, voor de groepen met 100<-150 en 150-<175 werkdagen per jaar, voor de groepen met 0-<5 en 5-<15 jaren dienstanciënniteit leveren een kleinere bijdrage aan de verklaring, met telkens een negatief effect. Het effect van werknemers in Agentschap MDK is positief en groot: zij verdienen gemiddeld 3.426 euro per maand meer dan de referentiegroep. Figuur 6.1. Multivariate analyse van het totaal bruto maandsalaris (met vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 2021 SAMENVATTING MODEL
COËFFICIËNTEN
Constante Vrouwen Functieniveau D Functieniveau C Functieniveau B Functieniveau A+ Leeftijd 18-34 jaar Leeftijd 35-44 jaar Leeftijd 45-54 jaar Werkdagen/jaar 100-150 Werkdagen/jaar 150-175 Werkdagen/jaar 175-200 Dienstanciënniteit 0-5 jaar Dienstanciënniteit 5-15 jaar Dienstanciënniteit 15-25 jaar Contractueel Werkzaam in entiteit MDK
VERKLAARDE VARIANTIE
ANOVA
R2
SE
df
Sign.
0,695
1.137
16,00
0,000
B
SE
BETA
SIGN.
VIF
7.012 -376 -2.987 -2.310 -1.716 1.713 -1.205 -796 -290 -849 -573 -195 -804 -550 -224 -169 3.427
26,7 16,4 27,7 22,7 19,9 32,7 30,0 24,3 22,5 24,2 21,8 20,3 30,5 26,5 26,4 20,6 37,7
0,000 -0,091 -0,462 -0,446 -0,397 0,213 -0,215 -0,177 -0,065 -0,141 -0,105 -0,037 -0,174 -0,125 -0,048 -0,036 -0,351
0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
0 1,15 1,34 1,41 1,55 1,21 2,11 2,16 1,86 1,18 1,18 1,12 3,18 2,64 2,31 1,38 1,10
Noot: B = niet gestandaardiseerde regressiecoëffinciënten, Beta = gestandaardiseerde regressiecoëfficiënten. Referentiegroep: man, functieniveau A, 55+ jaar, >200 werkdagen/jaar, >25 dienstjaren, statutair, niet in Agentschap MDK. Bron: Vlimpers Vlaamse Overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
6.2 BRUTO MAANDSALARIS De totale verklaarde variantie (R2) voor het bruto maandsalaris bedraagt 0,832. Ruim 83% van de variantie wordt dus verklaard door de onafhankelijke variabelen in het model. Dat is zeer hoog en beduidend hoger dan voor het totaal bruto maandsalaris. Vooral het wegvallen van de bruto toelagen leidt tot de hogere R2.
Figuur 6.2. Multivariate analyse van het bruto maandsalaris (zonder vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) Vlaamse overheid, entiteiten in Vlimpers, 20121 SAMENVATTING MODEL
COËFFICIËNTEN
Constante Vrouwen Functieniveau D Functieniveau C Functieniveau B Functieniveau A+ Leeftijd 18-34 jaar Leeftijd 35-44 jaar Leeftijd 45-54 jaar Werkdagen/jaar 100-150 Werkdagen/jaar 150-175 Werkdagen/jaar 175-200 Dienstanciënniteit 0-5 jaar Dienstanciënniteit 5-15 jaar Dienstanciënniteit 15-25 jaar Contractueel Werkzaam in entiteit MDK
VERKLAARDE VARIANTIE
ANOVA
R2
SE
df
Sign.
0,832
610
16,0
0,000
B
SE
BETA
SIGN.
VIF
5.903 -165 -2.503 -1.869 -1.391 1.693 -1.005 -631 -222 -1.035 -582 -201 -682 -475 -239 -120 776
14,4 8,8 14,9 12,2 10,7 17,6 16,1 13,1 12,1 13,0 11,7 10,9 16,4 14,2 14,2 11,1 20,2
0,000 -0,055 -0,535 -0,499 -0,444 -0,291 -0,248 -0,194 -0,069 -0,237 -0,148 -0,053 -0,203 -0,149 -0,070 -0,035 -0,110
0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
0 1,15 1,34 1,41 1,55 1,21 2,11 2,16 1,86 1,18 1,18 1,12 3,18 2,64 2,31 1,38 1,10
Noot: B = niet gestandaardiseerde regressiecoëffinciënten, Beta = gestandaardiseerde regressiecoëfficiënten. Referentiegroep: man, functieniveau A, 55+ jaar, >200 werkdagen/jaar, >25 dienstjaren, statutair, niet in Agentstap MDK. Bron: Vlimpers Vlaamse Overheid, bewerking Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid
59
Gender heeft weer een zeer beperkt negatief effect (beta= -0,055), met gemiddeld 165 euro minder voor vrouwen. De invloed van de dummies voor functieniveau B, C, en D is negatief en zeer groot: tegenover de referentiegroep ligt het gemiddelde bruto maandsalaris voor die subgroepen veel lager, respectievelijk 1.391 euro, 1.869 euro en 2.503 euro. Het verschil neemt toe wanneer het functieniveau daalt. Voor functieniveau A+ is het effect positief en ook groot: gemiddeld 1.693 euro per maand meer dan de referentiegroep. De dummies voor de leeftijdsgroepen 18-34 jaar en 35-44 jaar, voor de groepen met 100-<150 en 150-<175 werkdagen per jaar, voor de groepen met 0-<5 en 5-<15 jaren dienstanciënniteit leveren een betekenisvolle maar kleinere bijdrage aan de verklaring, telkens met een negatief effect. De positieve impact van de dummy voor werknemers van Agentschap MDK (+776 euro per maand) is veel kleiner aangezien het effect van de hoge bruto toelagen hier wegvalt. Hetzelfde model zonder de medewerkers van Agentschap MDK levert een iets hogere R2 op van 0,850 en het model voor alle werknemers in Vlimpers levert een lagere R2 van 0,702 (niet in dit rapport). Voor het totaal bruto maandsalaris en het bruto maandsalaris geeft dezelfde multivariate analyse met het aantal erkende werkdagen per jaar als onafhankelijke variabele een iets lagere R2 (niet in dit rapport). Het grote verschil in werkdagen tussen mannen en vrouwen valt dan immers grotendeels weg. Het effect van de andere onafhankelijke variabelen blijft nagenoeg gelijk. Dezelfde regressie voor het totaal bruto salaris en bruto salaris per gepresteerd werkuur leidt tot een iets lagere R2, omdat het relatieve verschil tussen mannen en vrouwen kleiner wordt Uitgaande van de referentiegroep kunnen op basis van de regressieresultaten de diverse salariscomponenten voor alle mogelijke subgroepen worden berekend. De calculatietabel kan men raadplegen in het uitgebreide rapport op de website. In de modellen is wellicht een bijkomende verklaring (en een hogere R2) mogelijk met de toevoeging van de beroepsgroep of functiegroep van de werknemers als onafhankelijke variabele, in combinatie met de reeds opgenomen onafhankelijke variabelen. De veronderstelling daarbij is dat er tussen de beroepsgroepen significante salarisverschillen bestaan die indirect ook een betekenis hebben voor de salarisverschillen tussen mannen en vrouwen. In Vlimpers is die variabele helaas niet beschikbaar.
BESLUIT
7
Voorliggend SV-rapport geeft de belangrijkste resultaten weer van het tweede ‘Genderonderzoek Vlaamse overheid’ (GOVO). Het onderzoek is een initiatief van de dienst Diversiteitsbeleid van de Vlaamse overheid en werd uitgevoerd in samenwerking met Statistiek Vlaanderen (SV). Het doel is de gender(on)gelijkheid bij de werknemers van de Vlaamse overheid in kaart te brengen, in relatie tot andere belangrijke factoren zoals functieniveau, leeftijd, werktijden, anciënniteit en statuut. Het eerste GOVO-onderzoek werd in 2019 en 2020 uitgevoerd en leidde in 2021 tot een eerste rapport met analyse van de Vlimpers-gegevens van 2018 (Van Dongen e.a., 2021). Het tweede GOVO-onderzoek werd gestart in mei 2022 en focust op de analyse van de Vlimpers-gegevens van 2021. In dit SV-rapport werden de belangrijkste resultaten besproken. Een uitgebreider rapport met alle tabellen, grafieken en teksten kunt u vinden op de website van Statistiek Vlaanderen (https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/rapporten) en op de website van de dienst Diversiteitsbeleid (https://overheid.vlaanderen. be/personeel/diversiteit-en-gelijke-kansen/mannen-en-vrouwen). Het startpunt van dit rapport waren de significante genderverschillen in tweedimensionale verbanden met diverse relevante factoren waarover gegevens beschikbaar zijn: persoonlijke kenmerken, werksituatie en salariscomponenten. Genderverschillen blijven dus aanwezig binnen de Vlaamse overheid. Maar ze moeten altijd in combinatie met andere factoren worden bekeken en geïnterpreteerd. Daarom werd vervolgens via drie- of vierdimensionale verbanden op zoek gegaan naar de centrale verklarende variabelen voor verschillen in de werksituatie en de salariscomponenten (per maand en per werkuur). Daarbij werden de genderverschillen gerelateerd aan bepaalde subgroepen en bijgevolg gedifferentieerd en genuanceerd. Het totaal bruto en netto maandsalaris (met vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) zijn de bedragen die de medewerkers werkelijk ontvangen. Ze zijn het gevolg van de feitelijke werksituatie en het bestaande salarissysteem. De analyse maakt duidelijk dat het algemeen genderverschil voor de salariscomponenten hoog ligt, maar dat er tegelijk grote verschillen zijn tussen de diverse subgroepen, afhankelijk van de waarde voor de centrale variabelen. Voor het bruto maandsalaris (zonder vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen) zijn de genderverschillen veel kleiner, zowel algemeen als in de diverse subgroepen. Het is niet het werkelijke bedrag dat de medewerkers ontvangen, maar het biedt een goede aanvullende meting omdat de zeer grote genderverschillen in de bruto toelagen worden uitgeschakeld. Op analoge wijze kunnen we andere differentiërende factoren ‘uitschakelen’
61
of ‘controleren’, zodat de genderverschillen worden verfijnd. Dat gebeurde via een multivariate analyse. Zo kunnen de aparte netto-effecten van de verschillende relevante verklarende factoren worden ingeschat. De gecontroleerde ‘netto-genderverschillen’ van de regressies van het totaal bruto maandsalaris en het bruto maandsalaris zijn klein tot zeer klein. De verschillen in maandsalaris kunnen dus bijna volledig worden toegeschreven aan andere verklarende factoren, vooral functieniveau, leeftijd, aantal werkdagen, aantal jaren dienstanciënniteit en specifiek de variabele ‘werkzaam zijn in het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust’. De vrij grote genderverschillen in het maandsalaris zijn dan grotendeels het resultaat van genderverschillen voor de genoemde centrale variabelen. Afsluitend kan gesteld worden dat in het kader van het GOVO-onderzoek een robuuste methodiek werd ontwikkeld om het onderzoek periodiek op een doelmatige wijze te herhalen. Telkens kunnen zinvolle verbeteringen worden aangebracht. Een bijkomende meerwaarde is dat de opeenvolgende onderzoeken toelaten om specifieke evoluties en hypothesen te onderzoeken. Uitgaande van het principe van gendergelijkheid zal de dienst Diversiteitsbeleid op basis van de resultaten van GOVO beleidsaanbevelingen formuleren. Het doel daarvan is de genderverschillen in werksituatie en salaris bij de werknemers van de Vlaamse overheid duurzaam te verkleinen. De aandacht zal daarbij moeten gaan naar maatregelen voor de vermindering van de genderverschillen naar functieniveau, aantal VTEwerkdagen per jaar, leeftijdsstructuur, beroepsstatuut, dienstanciënniteit, beleidsdomein en entiteit.
8
LITERATUURLIJST
Dienst Diversiteitsbeleid (2016). Strategisch Gelijkekansen- en Diversiteitsplan Vlaamse overheid 2016-2020: https://overheid.vlaanderen.be/sites/default/ files/media/documenten/personeel/diversiteit/Strategisch_meerjarenplan. pdf?timestamp=1517955906. European Institute for Gender Equality (EIGE) (2021). Gender inequalities in care and consequences for the labour market: https://eige.europa.eu/ publications/gender-inequalities-care-and-consequences-labour-market. Eurostat Gender pay gap statistics: https://ec.europa.eu/eurostat/statisticsexplained/index.php?title=Gender_pay_gap_statistics. Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (2021). De loonkloof tussen mannen en vrouwen in België – rapport 2021. Brussel: IGVM, 88 p. (https://igvm-iefh.belgium.be/nl/publicaties/de_loonkloof_tussen_vrouwen_ en_mannen_in_belgie_rapport_2021). Noppe, J., Vanweddingen, M. & Weekers, K. (2021). SV-Rapport 2021/1. Maatschappelijke positie en participatie van mannen en vrouwen. Brussel: Statistiek Vlaanderen. (https://www.vlaanderen.be/publicaties/ maatschappelijke-positie-en-participatie-van-mannen-en-vrouwen) Van Dongen, W. (2008). Naar een democratische arbeidsverdeling in Vlaanderen en Europa? Het Combinatiemodel als basis voor een geïntegreerd beleid, SVR-Studie, 2008/1, Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Van Dongen, W. (2009). Towards a democratic division of labour in Europe? The Combination Model as a new integrated approach to professional and family life. Bristol: The Policy Press. Van Dongen, W., Voorspoels, J. & Trippas, M. (2021). SV-rapport, 2021/8. Genderonderzoek naar werksituatie en salaris bij de Vlaamse overheid, Brussel: Statistiek Vlaanderen en Dienst Diversiteitsbeleid, Vlaamse overheid. (https://www.vlaanderen.be/publicaties/genderonderzoek-naarwerksituatie-en-salaris-bij-de-vlaamse-overheid) Vlaanderen Intern. Salaris personeel Vlaamse overheid: https://www. vlaanderen.be/intern/salaris-personeel-vlaamse-overheid.
63
BIJLAGEN
9
Bijlage 1. Definitie van begrippen Onderwijsniveau Beroepsgroep partner Beroepsstatuut
Functieniveau
Dienstanciënniteit Personeelsaantal personen
Werkdagen VTE dagen per jaar Gelijkgestelde werkdagen VTE dagen per jaar Erkende werkdagen VTE dagen per jaar Afwezigheid VTE dagen per jaar Werk, ziekteverlof en dienstvrijstelling VTE dagen per jaar Jaarlijks betaald verlof VTE dagen per jaar Onbetaald verlof – VTE dagen per jaar
Het hoogste diploma dat de werknemer heeft behaald in de studieloopbaan. De beroepsgroep waartoe de partner behoort: werknemer privé, ambtenaar, zelfstandige, werkloos of gepensioneerd. Het beroepsstatuut van de werknemer: statutair (vaste benoeming), statutair op proef (tijdens een bepaalde periode) of contractueel. In dit rapport worden 5 functieniveaus onderscheiden: A+, A, B, C en D. Ten behoeve van een zinvolle analyse van de salarissen werd niveau A+ geconstrueerd, bestaande uit medewerkers van niveau A die een kaderfunctie uitoefenen. Het aantal jaren dienst dat men als statutair of contractueel opbouwt binnen de diensten van de Vlaamse overheid. Het personeelsaantal wordt gedefinieerd als het aantal personen dat bij een entiteit in dienst is. Een persoon is in dienst bij de Vlaamse overheid als die een juridische band (tewerkstellingsrelatie) heeft met minstens één entiteit, in de vorm van een aanstellingsbesluit (statutair) of een tewerkstellingscontract, ongeacht of deze al dan niet bezoldigd wordt. Het personeelsaantal wordt uitgedrukt in ‘personeelsleden’ en wordt altijd berekend op een bepaald moment (bijvoorbeeld 31 december). Personeelsleden die niet beschikbaar zijn voor een entiteit omdat ze gebruik maken van enkele specifieke verloftypes worden toch meegeteld in het personeelsaantal van de entiteit omdat er aan het verlof van het betrokken personeelslid telkens een terugkeerrecht gekoppeld is. Dat betekent dat de tewerkstelling in de betrokken entiteit enkel wordt geschorst en dat de juridische tewerkstellingsrelatie tussen het personeelslid en de entiteit dus op geen enkel moment wordt verbroken. Het aantal voltijds equivalente werkdagen (VTE) dat de werknemer effectief per jaar heeft gepresteerd. Een VTE werkdag omvat 7,6 werkuren of 7 uur en 36 minuten. Het aantal gelijkgestelde voltijds equivalente werkdagen (VTE) per jaar, waarvoor men een normaal salaris ontvangt. Het aantal gepresteerde en gelijkgestelde voltijds equivalente werkdagen (VTE) per jaar, waarvoor men een salaris ontvangt. De som van het aantal opgenomen afwezigheidsdagen: betaalde vakantie, onbetaald verlof, ziekteverlof, loopbaanonderbreking, zorgkrediet en dienstvrijstelling, uitgedrukt in VTE dagen per jaar. De som van het aantal effectieve werkdagen per jaar, opgenomen dagen ziekteverlof en opgenomen dagen dienstvrijstelling, uitgedrukt in VTE dagen per jaar Het aantal opgenomen betaalde verlof- of vakantiedagen, uitgedrukt in VTE dagen per jaar. Het aantal opgenomen dagen onbetaald verlof, uitgedrukt in VTE dagen per jaar.
Ziekteverlof VTE dagen per jaar Loopbaanonderbreking VTE dagen per jaar Zorgkrediet – VTE dagen per jaar Dienstvrijstelling – VTE dagen per jaar
Het aantal opgenomen dagen erkend ziekteverlof, uitgedrukt in VTE dagen per jaar. Het aantal opgenomen dagen erkende loopbaanonderbreking, uitgedrukt in VTE dagen per jaar. Het aantal opgenomen dagen erkend zorgkrediet, uitgedrukt in VTE dagen per jaar. Het aantal opgenomen dagen erkende dienstvrijstelling, uitgedrukt in VTE dagen per jaar. Erkende dienstvrijstelling is onder meer mogelijk voor vakbondsactiviteiten overeenkomstig de federale bepalingen, voor vrijwillige brandweerlui, actieve vrijwilligers van het Rode Kruis, voor (verplichte) functies ter gelegenheid van verkiezingen, voor specifieke activiteiten van topsporters, voor specifieke gratis medische en zorgdiensten. Zie: https://overheid. vlaanderen.be/deel-x-de-verloven-en-dienstvrijstellingen-titel-13. Telewerken Het aantal effectieve werkdagen met telewerk of plaats- en VTE dagen per jaar tijdsonafhankelijk werken (PTOW), uitgedrukt in VTE werkdagen per jaar. Loonkosten per maand Alle kosten verbonden aan het tewerkstellen van de werknemer, ook de totale budgetlast genoemd (gemiddelde per maand). Zie ook Bijlage 2. Totaal bruto salaris per maand De loonkosten minus de bijdragen van de werkgever voor de Sociale Zekerheid, de extra vergoedingen, voor de maaltijdcheques en de hospitalisatieverzekering (gemiddelde per maand). Zie ook Bijlage 2. Bruto toelagen per maand Alle algemene en specifieke toelagen bovenop het normale salaris, met uitzondering van het vakantiegeld en de eindejaarspremie, en is onderdeel van het totaal bruto salaris (gemiddelde per maand). Zie ook Bijlage 2. Zie: https://overheid.vlaanderen.be/BVR_Deel07-T2. Bruto salaris per maand Het totaal bruto salaris minus het bruto vakantiegeld, de bruto eindejaarspremie en de bruto toelagen (gemiddelde per maand). Zie ook Bijlage 2. Netto salaris per maand Het totaal bruto salaris minus de bijdragen van de werknemer voor de Sociale Zekerheid, de bedrijfsvoorheffing (personenbelastingen), maaltijdcheques en de bijzonder RSZ, plus de extra vergoedingen (gemiddelde per maand). Zie ook Bijlage 2. Totaal netto salaris per maand Het netto salaris plus de vergoeding voor woon-werkverkeer (gemiddelde per maand). Zie ook Bijlage 2. Salaris per gepresteerd werkuur Het salaris per jaar wordt gedeeld door het aantal gepresteerde VTE werkuren per jaar. Salaris per erkend Het salaris per jaar wordt gedeeld door het aantal erkende VTE werkuur werkuren per jaar.
65
Bijlage 2. Componenten van het salaris Brutosalaris + Bruto vakantiegeld + Bruto eindejaarspremie + Bruto toelagen = Totaal bruto salaris + RSZ en FOP werkgever op bruto salaris, vakantiegeld, eindejaarspremie en toelagen + Vergoedingen + Maaltijdcheques (bijdrage werkgever + administratiekost) + Hospitalisatieverzekering (bijdrage werkgever) = Budgetlast + Vergoeding woon-werkverkeer = Totale budgetlast of loonkosten
Totaal bruto salaris - RSZ werknemer - FOP werknemer - Bedrijfsvoorheffing - Maaltijdcheques (bijdrage werknemer) - Bijzondere RSZ + Vergoedingen = Netto salaris + Vergoeding woon-werkverkeer = Totaal netto salaris
Bijlage 3. Personeelsaantal in Vlmpers naar beleidsdomein en entiteit Kanselarij, Bestuur en Buitenlandse Zaken
Financiën en Begroting
Economie, Wetenschap en Innovatie
Onderwijs en Vorming
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken Agentschap Binnenlands Bestuur Agentschap Digitaal Vlaanderen Agentschap Facilitair Bedrijf Agentschap Overheidspersoneel Audit Vlaanderen Dienst van de Bestuursrechtscolleges Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen Toerisme Vlaanderen Totaal beleidsdomein Departement Financiën en Begroting Vlaamse Belastingdienst Totaal beleidsdomein Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Agentschap Innoveren en Ondernemen Agentschap Plantentuin Meise Totaal beleidsdomein Departement Onderwijs en Vorming Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs Agentschap voor Onderwijsdiensten Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen GO! Gemeenschapsonderwijs Onderwijsinspectie Vlaamse Onderwijsraad Totaal beleidsdomein Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Agentschap Zorg en Gezondheid Opgroeien Opgroeien regie Vlaams Agentschap Uitbetaling Toelagen van Gezinsbeleid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap Totaal beleidsdomein Departement Cultuur, Jeugd en Media Sport Vlaanderen Vlaamse Regulator voor de Media Totaal beleidsdomein
2018 434 376 204 859 381 41 53 334
2021 268 379 217 765 514 49 64 147
192 2.874 190 913 1.103 110
167 2.570 200 1.017 1.217 105
335 166 611 257 70 412 252
404 165 674 241 68 390 222
190 14 21 1.216 1.011 283 1.618 0 0
167 16 19 1.123 1.147 310 1.762 1.352 367
295
288
3.207 555 715 19 1.289
5.226 432 674 22 1.128
67
Werk en Sociale Economie
309 133
373 5.044
442 616 245 861 929 758 201 9 290 345 4
5.017 595 216 811 858 680 196 8 250 355 3
121 591 888 281 4.417
145 584 825 260 4.164
1.246
1.197
Totaal - Vlimpers
782 1.315 1.392 4.735 20.755
714 1.295 1.299 4.505 26.835
Totaal medewerkers VO Vlimpers / VO (%)
28.645 72,5
28.704 93,5
Landbouw en Visserij
Omgeving
Departement Werk en Sociale Economie Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding Totaal beleidsdomein Departement Landbouw en Visserij Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek Totaal beleidsdomein Departement Omgeving Agentschap voor Natuur en Bos Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Milieu- en Natuurraad Vlaanderen Onroerend Erfgoed Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij Strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed Vlaams Energie- en Klimaatagentschap Vlaamse Landmaatschappij Vlaamse Milieumaatschappij Wonen-Vlaanderen Totaal beleidsdomein
Mobiliteit en Openbare Werken Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust Departement Mobiliteit en Openbare Werken De Vlaamse Waterweg Agentschap Wegen en Verkeer Totaal beleidsdomein
69
COLOFON Verantwoordelijke uitgever Statistiek Vlaanderen Havenlaan 88 bus 100, 1000 Brussel Auteurs Walter Van Dongen | walter.vandongen@vlaanderen.be Jolien Voorspoels | jolien.voorspoels@vlaanderen.be Merel Terlien | merel.terlien@vlaanderen.be Concept & grafische vormgeving The Oval Office Statistiek Vlaanderen Depotnummer D/2022/3241/259
Statistiek Vlaanderen Havenlaan 88 bus 100 1000 Brussel https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen