Skip to main content

SERV_20220926_hemelwaterverordening_ADV.pdf

Page 1

HEMELWATERVERORDENING


Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be

Adviesvraag

Voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater

Adviesvrager

Zuhal Demir - Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme

Ontvangst adviesvraag

19 juli 2022

Decretale opdracht

SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie)

Goedkeuring raad

26 september 2022

Samenwerking met

Minaraad die het goedkeurde op 22 september 2022 Volgnummer 2022-19

Contactpersonen

Annick Lamote Wim Van Gils

alamote@serv.be wim.van.gils@minaraad.be


Mevrouw Zuhal DEMIR Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Koning Albert II-Laan 7 B-1210 Sint-Joost-ten-Node

Advies hemelwaterverordening Mevrouw de minister U vroeg de SERV en de Minaraad om advies over de nieuwe gewestelijke verordening hemelwater. De raden zijn in grote lijnen positief over deze verordening. In bijgaand advies formuleren ze enkele aanbevelingen met oog op een eenvormige toepassing, een adequate handhaving en een evaluatie en bijsturing in functie van klimaatverandering. Ze vragen ook om sterker in te zetten op collectieve oplossingen inzake gebruik van hemelwater en om via een sensibiliseringscampagne de voordelen van de vernieuwde verordening in de verf te zetten. Er is nood aan een grondig legistiek nazicht en verduidelijking van bepaalde begrippen. In bijlage van dit advies reiken de raden een niet exhaustieve lijst aan met suggesties waarvan het merendeel thuishoren in een technisch achtergronddocument bij de verordening. Hoogachtend Walter Roggeman

Hans Maertens

voorzitter Minaraad

voorzitter SERV

3


Inhoud Advies

5

1.

Globaal genomen positief

5

2.

Concrete aanbevelingen

6

Zorg voor eenduidige toepassing

6

Garandeer adequate handhaving

7

Evalueer en stuur bij in functie van klimaatverandering

8

Stimuleer collectieve oplossingen

8

Pas verordening steeds toe bij aansluiting bijkomende verharding op hemelwaterafvoer Voorzie afwijkingsmogelijkheid buiten vergunningen

9 10

Sensibiliseer en wijs op voordelen van hemelwatergebruik, buffering en infiltratie en heb oog voor kwetsbare gezinnen 11 Verduidelijk begrippen en verbeter legistieke kwaliteit

11

BIJLAGE

13

1.

Suggesties tot verduidelijking

13

2.

Legistieke aanbevelingen

14

4


Advies 1. Globaal genomen positief SERV en Minaraad zijn in grote lijnen positief over de nieuwe gewestelijke hemelwaterverordening en dit om verschillende redenen. Ten eerste onderschrijven ze de noodzaak van een inhoudelijke aanscherping in functie van de klimaatverandering. Het is positief dat hierbij expliciet wordt ingezet op wateroverlast én droogtebestrijding. De voorkeur van de raden gaat hierbij uit naar blauwgroene oplossingen1. Ook het expertenpanel hoogwaterbeveiliging schuift deze voorkeur naar voren in het advies “Weerbaar Waterland”2. Ten tweede is het een goede zaak dat de nieuwe hemelwaterverordening in tegenstelling tot de huidige ook van toepassing zal zijn op het openbaar wegdomein. Openbare besturen kunnen hiermee een voorbeeldfunctie uitoefenen. Al valt hierbij op te merken dat hemelwater dat afstroomt van wegverharding soms dermate vervuild zal zijn en als afvalwater moet beschouwd worden en dus de verordening niet van toepassing is. Gelet op de specifieke context van lijninfrastructuur op het openbaar wegdomein is het nodig om een sterkere link te leggen naar de code van goede praktijk rioleringen en om die code te actualiseren naar hetzelfde ambitieniveau als de nieuwe verordening. Ten derde bevat de verordening een expliciete bepaling om aan de opgelegde verplichtingen, waaronder hemelwatergebruik, ook collectief te voldoen. De raden formuleren hier bijkomende suggesties. Ten vierde steunen de raden dat het infiltreren van niet-vervuild hemelwater nu ook toegelaten wordt in drinkwaterwingebieden. Dit is aangewezen met het oog op het aanvullen van de grondwatervoorraden3. Wel is extra aandacht nodig om infiltratie van vervuild water in deze gebieden te voorkomen. Dit kan door enkel open, bovengrondse en visueel controleerbare infiltratievoorzieningen toe te laten en het opnemen van extra sensibilisatie-acties naar initiatiefnemers en

1

Gezamenlijke adviezen Derde Waterbeleidsnota (p. 27) en Derde Stroomgebiedbeheerplannen (p. 9 en 33 ev.).

2

OVINK, H. e.a. (2022) Weerwaar Waterland. Advies van het expertenpanel hoogwaterbeveiliging aan de Vlaamse regering. Eén van de principes voor een systeemaanpak die het expertenpanel voorstelt is ‘Kies natuurgebaseerde maatregelen waar het kan en civieltechnische waar het moet’. Minaraad (2013), Advies over de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater (p. 4).

3

5


vergunningverleners in de preventieve maatregelen binnen het risicobeheer in de onttrekkingsgebieden4.

2. Concrete aanbevelingen Minaraad en SERV formuleren hierna een aantal concrete aanbevelingen. Ze spreken zich niet uit over de technische bepalingen zoals de oppervlakte van daken en verhardingen of volumes van hemelwaterputten. Ze gaan ervan uit dat deze keuzes weloverwogen gemaakt zijn in de betreffende werkgroep binnen de CIW5.

Zorg voor eenduidige toepassing SERV en Minaraad dringen aan op een eenduidige toepassing van de verordening. Ze wijzen op het belang van een technisch achtergronddocument met heldere toelichtingen zowel voor de vergunningverlener als de vergunningsaanvrager. De verordening bevat een aantal bepalingen die de vergunningverlener ruimte voor interpretatie geeft. Ook kan hij op gemotiveerd verzoek van de aanvrager afwijkingen toestaan en in principe kan hij hierbij alle mogelijke oplossingen toelaten6. Enkele voorbeelden: •

de beoordeling of een renovatie al dan niet ingrijpend is (mogelijkheid tot opleggen van randvoorwaarden);

•

de beoordeling of collectieve oplossingen tot meer optimale oplossingen leiden;

•

het toestaan van een afwijking indien dit technisch niet of slechts tegen onredelijke kosten te realiseren is.

De raden vinden een zekere vorm van vrijheid voor de vergunningverlener geoorloofd, mits dit geen aanleiding geeft tot grote interpretatieve verschillen. Ze wijzen op het belang van een technisch achtergronddocument7 met oog op een eenduidige toepassing van de verordening. Dit technisch achtergronddocument kan periodiek aangevuld en geüpdatet worden zonder dat de verordening gewijzigd moet worden. Ook innovatieve toepassingen kunnen beschreven worden in dit achtergronddocument.

4

Ontwerp van Besluit van de Vlaamse Regering over de kwaliteit, kwantiteit en levering van water bestemd voor menselijke consumptie, artikel 8 §4.

5

Zie VMM Voorstellen bronbeleid – Aftoetsing mogelijkheden. Presentatie 5 mei 2022 ontvangen per mail van Bram Vogels (VMM) op 1 augustus 2022.

6

Artikel 11 van de verordening.

7

Ook bij de huidige gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater hoort een technisch achtergronddocument.

6


De bijlage bij dit advies bevat een niet exhaustieve lijst met suggesties van zaken waarvan de raden vragen om deze op te nemen in dit technisch achtergronddocument. De raden vragen ook duidelijkheid inzake overgangstermijnen, in het bijzonder voor projecten op het openbaar domein die een relatief lange doorlooptijd hebben.

Garandeer adequate handhaving De doelmatigheid van de hemelwaterverordening staat of valt met de handhaving ervan. SERV en Minaraad vragen om gekende knelpunten weg te werken via een adequate handhaving. Het verslag8 aan de Vlaamse Regering wijst op enkele knelpunten op het vlak van handhaving. Ook de toelichting9 bij provinciale hemelwaterverordening Vlaams-Brabant (in opmaak) citeert knelpunten. Het betreft: •

Volledigverklaring omgevingsvergunningsaanvraag: een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet bepaalde gegevens bevatten inzake ingebruikname van een hemelwaterput, infiltratie of buffering. De vereiste gegevens staan beschreven in diverse normenboeken van het departement Omgeving. Indien deze gegevens ontbreken mag het dossier niet volledig verklaard worden. Het verslag aan de Vlaamse Regering stelt hierover het volgende: “Het zal er dus vooral op aankomen om vergunningverleners hierop te wijzen om een betere toepassing af te dwingen”. De raden onderschrijven dit en dringen aan op een betere handhaving. Meer consequente weigering van een omgevingsvergunningsaanvraag omwille van het ontbreken van deze gegevens zal volgens de raden sensibiliserend werken zowel naar bouwheer als zijn architect toe. Tegelijk pleiten de raden voor een grondige afweging van welke gegevens op welk moment moeten aangeleverd worden: bij de vergunningsaanvraag of na de realisatie bij de keuring? De normenboeken moeten afgestemd worden op het resultaat van deze afweging.

•

Effectief gebruik hemelwater: het verslag aan de Vlaamse Regering wijst erop dat “in de realiteit blijkt bij renovatie het gebruik van regenwater voor sanitair en dergelijke vandaag de dag niet systematisch ingebouwd worden”. De toelichting bij de provinciale verordening Vlaams Brabant wijst op het feit dat “de verplichting om de hemelwaterput uit te rusten met een operationele pompinstallatie en één of meerdere aftappunten niet zelden zeer minimalistisch wordt geïnterpreteerd vooral in andere gebouwen dan ééngezinswoningen waar men zich beperkt tot één buitenkraantje (dat men nooit gebruikt)”. De raden dringen aan op een adequate handhaving op dit vlak, maar ook voor buffering en infiltratie en suggereren om hiervoor de criteria bij de verplichte keuring van de privéwaterafvoer aan te

8

VR 2022 1507 doc. 0911/4bis Verslag aan de Vlaamse Regering − nazicht met oog op ontvankelijk- en volledigverklaring van de omgevingsvergunningsaanvraag (p. 7) − gebruik van regenwater niet systematisch ingebouwd bij renovatie (p. 9)

9

Toelichting bij de provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot de opslag, het gebruik en de afvoer van hemelwater.

7


passen. Voor wie niet in orde is, moeten volgens de raden herstelmaatregelen opgelegd worden met een vooropgestelde hersteltermijn voor de eigenaar.

Evalueer en stuur bij in functie van klimaatverandering SERV en Minaraad vragen om een evaluatiebepaling in te voegen in de verordening om tijdig te kunnen bijsturen in functie van de klimaatverandering. De nieuwe verordening is een aanscherping van de huidige verordening met het oog op de klimaatverandering en een betere klimaatadaptatie. Volgens de raden is dit een goede zaak. De aanpassing is gebaseerd op de neerslagkarakteristieken van vandaag en houdt nog geen rekening met bijvoorbeeld een hoogimpactscenario. Een regelmatige toetsing van de nieuwe normen aan de reële evolutie van de klimaatverandering en in samenhang met andere beleidsinstrumenten is noodzakelijk. Daarom vragen de raden om in de verordening een evaluatiebepaling in te voegen die toelaat om de evolutie van de klimaatverandering strikt op te volgen en de normen in de verordening indien nodig periodiek bij te stellen10.

Stimuleer collectieve oplossingen Collectieve oplossingen om te voldoen aan de hemelwaterverordening moeten gestimuleerd worden. Volgens Minaraad en SERV kan dit bijvoorbeeld via verankering in planprocessen en via sensibilisering van diverse actoren. Maar ook gebruik en uitwisseling van hemelwaterstromen moet aangespoord worden. De raden vinden het positief dat aan de bepalingen van de verordening kan voldaan worden door de aanleg van collectieve voorzieningen. Vooral in stedelijke omgeving, maar bijvoorbeeld ook op bedrijventerreinen, bieden collectieve oplossingen heel wat potentieel. Belangrijk hierbij is de uitwisseling van goede praktijken en ervaringen in rolverdeling, aansprakelijkheid en beheer van collectieve systemen. Collectieve oplossingen moeten volgens de raden actief gestimuleerd worden. Mogelijke ideeën in dit verband zijn: Verankering in planprocessen

• −

Het verkennen van collectieve oplossingen in de gemeentelijke klimaatadaptatie-, hemelwater- en droogteplannen kan een bijzondere meerwaarde hebben

−

In die gevallen waar er grotere ruimtelijke ontwikkelingen gebeuren (vb. reconversie op brownfieldsites), zou kunnen geopperd worden om de collectieve mogelijkheden al in de planfase te onderzoeken en vast te leggen.

10

Ook de Inspectie van Financiën formuleert in haar advies over de verordening de suggestie om de effectiviteit van de verordening strikt op te volgen en bij te sturen wanneer klimatologische omstandigheden dit vereisen.

8


Sensibilisering diverse actoren

•

•

Architecten en aannemers: delen van ‘goede praktijken’ inzake ontwerp, aanleg en onderhoud van collectieve oplossingen. Dit kunnen zowel WTCB, NAV als de VMM opnemen (vb. via een aanvulling van de publicatie Waterwegwijzer voor Architecten11.

•

Lokale besturen: als intermediair naar burgers toe én als beheerder van openbaar domein waarop collectieve oplossingen concreet kunnen uitgewerkt worden.

•

Beheerders van bedrijventerreinen

Focus op watergebruik en uitwisseling van hemelwaterstromen

•

In het kader van de proeftuinen Droogte lopen al enkele projecten rond hemelwater(her)gebruik. Belangrijk is de ‘opschaling’ van deze projecten ‘. Dit kan in het kader van de Blue Deal, waarbij de raden een trekkersrol zien voor het CIW-platform Circulair Water/ werkagenda Waterkringlopen van Vlaanderen Circulair. Ook het COOCK-project “Waterbewust bouwen” van Embuild Vlaanderen, VLAKWA, NAV, VLARIO en WTCB zet in op collectieve buffering en infiltratie en op grijs- en zwartwaterrecuperatie. Collectieve oplossingen worden best ook gekoppeld aan de grootschalige collectieve renovatieprojecten waarbij veel woningen of hele wijken in één keer klimaatvriendelijker gemaakt worden12. Bij aanleg van lijninfrastructuur in het openbaar domein, bevindt de meest optimale oplossing zich soms in hetzelfde afwateringsgebied, maar op een andere locatie dan het project. Deze mogelijkheid is niet expliciet voorzien in het beluit. Ook hierop zou verder moeten ingezet worden. Het verslag aan de Vlaamse Regering bevat hierover enkele handvaten, die de code van goede praktijk rioleringen verder kan uitwerken.

Pas verordening steeds toe bij aansluiting bijkomende verharding op hemelwaterafvoer Minaraad en SERV vinden de voorgestelde uitbreiding van het toepassingsgebied van de verordening opportuun. Ze vragen wel om te verzekeren dat het aansluiten van bijkomende verhardingen of daken, steeds gevat zou worden. De raden zien concreet twee gevallen die onterecht niet onder de verordening zouden kunnen vallen: •

het aanleggen van een afwatering voor bestaande constructies en verhardingen waarvan het hemelwater voorheen op natuurlijke wijze in de bodem infiltreerde. Dit was wel opgenomen in de vorige verordening13.

11

De huidige Waterwegwijzer bevat slechts een summiere passage over collectieve regenwaterinstallaties.

12

SERV (2021) Advies Met ‘fit for 55’ naar een fit Vlaanderen. Krachttoeren om de CO2-trends snel om te keren.

13

Niet opgenomen in artikel 4 van de verordening, terwijl deze bepaling wel in de huidige verordening staat. (artikel 8)

9


•

het uitbreiden van overdekte constructies is enkel gevat indien dit gepaard gaat met werken aan de afwatering waarbij zowel de afvalwater- als de hemelwaterafvoer aangepast worden14.

De bepaling dat er zowel werken aan de afvalwaterafvoer als aan de regenwaterafvoer moeten zijn, vooraleer de verordening van toepassing is, zorgt ervoor dat een aantal opportuniteiten onbenut blijven. Het verslag aan de Vlaamse Regering stelt dat in het geval in de straat een gescheiden stelsel wordt aangelegd, of indien een burger enkel de interne afvoeren van badkamer en keuken verandert, dit niet valt onder het toepassingsgebied van de verordening 15. De raden kunnen de redenering uit deze voorbeelden steunen, maar wijzen erop dat de formulering ervoor zorgt dat de verordening niet van toepassing is op de uitbreiding van een bestaande constructie , tenzij én de afvalwaterafvoer én de hemelwaterafvoer mee worden aangepast. Bijkomend probleem is dat niet duidelijk gedefinieerd is wat het onderscheid is tussen een nieuwe constructie en een uitbreiding, noch in de verordening, noch in de duiding. Bouw je een carport tegen een woning aan, gaat het dan om de bouw van een overdekte constructie of over het uitbreiden van een bestaande constructie? De raden vragen dan ook om te verzekeren dat het toepassingsgebied ook deze gevallen omvat, omdat het gevallen zijn waarin bijkomende verharding of dakoppervlakte wordt aangesloten op de hemelwaterafvoer. Dit in lijn met de duiding waar die stelt dat “ongeacht de gebouwde of verharde oppervlakte, er steeds aandacht moet zijn voor het watersysteem” en rekening houdende met het uitgangspunt dat “voor kleine verhardingen en kleine daken het aangewezen is dat men het water gewoon in de tuin laat infiltreren” waardoor in die gevallen de verordening niet van toepassing is16.

Voorzie afwijkingsmogelijkheid buiten vergunningen Minaraad en SERV vragen om de mogelijkheid om af te wijken van de verordening ook te voorzien voor niet vergunningsplichtige werken. Voor werken op het openbaar domein zou dit kunnen gekoppeld worden aan de voorwaarde om te voldoen aan de code van goede praktijk rioleringen. De nieuwe hemelwaterverordening is van toepassing zowel voor vergunningsplichtige als niet vergunningsplichtige werken. Artikel 11 regelt de mogelijkheid tot afwijkingen van de verordening, maar dit is gekoppeld aan de vergunningsplicht. Dit impliceert dat afwijken van de voorschriften niet kan bij handelingen die vrijgesteld zijn van vergunningsplicht of die meldingsplichtig zijn. De raden vragen om de mogelijkheid tot afwijken ook te voorzien bij niet vergunningsplicht. Bij werken op het openbaar (weg)domein zou de afwijking kunnen gekoppeld worden aan de

14

De verordening definieert het begrip werken aan de afwatering als werken aan een bestaand gebouw waarbij de afvoer van afval- én hemelwater ingrijpend wordt aangepast.

15

Verslag aan de Vlaamse Regering, pagina 5

10


voorwaarde dat voldaan is aan de code van goede praktijk rioleringen. Voor werken op privédomein zou het technisch achtergronddocument moeten verduidelijken in welke gevallen er geen afwijkingen mogelijk zijn en in welke gevallen afwijkingen wel te motiveren zijn, om een toevloed van afwijkingsaanvragen te vermijden. Ook artikel 7 bevat een mogelijkheid tot afwijking van de verplichting inzake het volume van de hemelwaterput. De raden vragen om alle bepalingen die betrekking hebben tot afwijkingen te bundelen in artikel 11 van de verordening.

Sensibiliseer en wijs op voordelen van hemelwatergebruik, buffering en infiltratie en heb oog voor kwetsbare gezinnen SERV en Minaraad pleiten voor een sensibiliseringscampagne die de voordelen van hemelwater(her)gebruik, buffering en infiltratie in de verf zet. De raden pleiten om bij de inwerkingtreding van de nieuwe verordening een sensibiliseringscampagne op te zetten. Die moet naast een toelichting van de nieuwe regelgeving vooral ook de voordelen van hemelwatergebruik, buffering en infiltratie in de verf zetten. Deze campagne dient op maat van de doelgroep en in overleg met stakeholders uitgewerkt te worden. In het licht van waterschaarste en droogte is het immers belangrijk om slim om te gaan met water. Dit impliceert de toepassing van het ‘fit for use’ principe om het gebruik van drinkwater te vermijden voor laagwaardige toepassingen17. Deze sensibiliseringscampagne zou de mindset moeten ombuigen van “ik moet hemelwater gebruiken” naar “ik wil hemelwater gebruiken”. Tevens moeten de voordelen van buffering en infiltratie in het licht van waterschaarste en -overlast duidelijker gemaakt worden, alsook de noodzaak van ontharding. SERV en Minaraad vragen ook aandacht voor kwetsbare gezinnen die de investeringen om te voldoen aan de verordening niet kunnen betalen. Voor die groep moet bij prioriteit gewerkt worden aan collectieve oplossingen. Daarbij is bijzondere aandacht nodig voor kwetsbare stedelijke wijken, waar de bevolkingsdichtheid hoger dan gemiddeld is en de koopkracht lager.

Verduidelijk begrippen en verbeter legistieke kwaliteit SERV en Minaraad vragen om een aantal begrippen te verduidelijken, bepaalde inconsistenties weg te werken en de legistieke kwaliteit van het besluit te verbeteren.

17

SERV (2020) Advies voor waterschaarste en droogte. Aanbevelingen voor slim en circulair watergebruik p. 15-16.

11


Vanuit legistiek oogpunt is een nieuwe verordening te verkiezen boven wijzigingen aan de huidige. De raden ondersteunen dus de keuze om een volledig nieuwe verordening uit te werken, maar stellen vast dat het ontwerp van nieuwe verordening nog heel wat onduidelijkheden bevat. De verordening hanteert een aantal begrippen waarvan de definities in andere regelgeving staan, maar gaat daar op uiteenlopende manieren mee om. Voor sommige begrippen wordt de definitie uit andere regelgeving letterlijk overgenomen in art. 2 (bv. ‘hemelwater’). Voor andere begrippen verwijst de toelichting naar de bestaande regelgeving (bv. ‘constructie’, ‘herbouwen’ en ‘verbouwen’). Voor nog andere begrippen verwijst de definitie in art. 2 naar de definitie in andere regelgeving (bv. ‘afvalwater’). De raden vragen een uniforme aanpak. Sommige begrippen zijn onduidelijk en hebben een definitie nodig.. Hier en daar zijn er ook inconsistenties in het gebruik van begrippen en zijn er soms verschillen tussen de bepalingen in het besluit en de toelichting in het verslag aan de Vlaamse Regering. Niet alle begrippen zijn noodzakelijk in de tekst van de verordening. De toelichting van sommige begrippen gebeurt beter aan de hand van concrete voorbeelden in het technisch achtergronddocument. Dit document kan eveneens inspelen op innovatieve oplossingen. De bijlage bevat een niet exhaustieve lijst van suggesties die een nadere uitklaring nodig hebben, soms in de verordening zelf, maar meestal in het technisch achtergronddocument.

12


BIJLAGE 1. Suggesties tot verduidelijking Hierna volgt een niet exhaustieve lijst van suggesties tot verduidelijking. Sommige vergen wijzigingen aan het besluit, de verordening zelf dus, andere worden best meegenomen in het technisch achtergronddocument.

Verduidelijk en/of motiveer •

Waterdoorlatende verharding: deze definitie is niet eenduidig. Art. 2 definieert een waterdoorlatende verharding als ‘een verharding […]’. Over het begrip ‘verharding’ bestaat echter onduidelijkheid. De verordening zou daarom best ook het begrip ‘verharding’ definieren. Eventueel kan dit via een inverse definitie die beschrijft wat het zeker niet is. De raden verwijzen naar het voorstel van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant. Nadere beschrijving kan uitgewerkt worden in het technisch achtergronddocument en in de normenboeken van het departement Omgeving18. De raden suggereren om indien mogelijk een globale technische norm voor waterdoorlaatbaarheid in te voegen.

•

(Water)retentiedaken/groendaken: voor een retentiedak geldt een opvangcapaciteit van 50 l/m², voor een buffervoorziening is dit 43 l/m². De raden vragen om dit verschil te motiveren of weg te werken. De raden vragen daarnaast om te verduidelijken of een hemelwaterput verplicht is indien de volledige dakoppervlakte is aangelegd als retentiedak, en om te verduidelijken wat de regel is indien slechts een gedeelte van het dakoppervlak aangelegd is als retentie- of groendak19 of als een retentiedak of groendak met een beperkter bufferend volume werd aangelegd. Tenslotte vragen de raden of er voorbeelden zijn van retentiedaken met hergebruik.

•

In rekening nemen bestaande verharding. De raden vragen om te motiveren waarom bij infiltratie wél, en bij hergebruik niet de bestaande oppervlakte verharding (deels) mee in rekening wordt gebracht.

•

Gebouw vs. overdekte constructie. Het verschil tussen een nieuwe constructie en uitbreiding is onduidelijk. Het begrip bestaand gebouw krijgt soms een verschillende invulling in artikel 2, artikel 6 en artikel 7§1. Dit is verwarrend.

•

Woongelegenheden en wooneenheden. In artikel 7 worden de begrippen “woongelegenheden” en “wooneenheden” gebruikt. Deze begrippen worden niet geduid, noch in het

18

Cfr. de verschillende normenboeken voor aanvragen en meldingen met of zonder architect. Zie https://www.omgevingsloketvlaanderen.be/normenboeken-voor-dossiersamenstelling.

19

In de huidige GSV is dat verduidelijkt in artikel 9: “Delen van gebouwen die voorzien zijn van een groendak, hoeven niet aangesloten te worden op de hemelwaterput en hoeven niet in rekening gebracht te worden bij de berekening van de minimale inhoud van de regenwaterput”.

13


besluit, noch in de toelichting. De raden suggereren om in de plaats daarvan de terminologie te gebruiken uit de Vlaamse Codex Wonen, die het begrip in artikel 1.3 definieert. Aansluiten van alle daken bij meergezinswoningen en constructies. Artikel 7, § 1

•

schrijft voor dat alle ‘daken die vallen onder de verordening’ op de verplicht te plaatsen hemelwaterput(ten) moeten worden aangesloten bij eengezinswoningen. In de vergelijkbare paragrafen §2 (meergezinswoningen) en § 3 (constructies) is deze bepaling niet opgenomen. De raden vragen om dit te motiveren of aan te passen. Noodoverloop. Artikel 2 definieert een buffervoorziening als “een voorziening om hemel-

•

water tijdelijk te bufferen, waarbij in de lediging wordt voorzien met een vertraagde lozing en indien relevant een noodoverlaat”. De definities van een hemelwaterput, een infiltratievoorziening en een retentiedak bevatten geen bepalingen over noodoverlopen, terwijl verderop in art. 7, § 4 sprake is van een ‘noodoverloop’ en een ‘noodoverlaat’ bij een hemelwaterput en de ‘noodoverloop’ van een retentiedak. Art. 8, § 5 heeft het over de ‘noodoverloop’ van infiltratievoorzieningen. De raden vragen om één begrip te hanteren (noodoverloop) en de mogelijkheid toe te voegen aan de definities van hemelwaterput, infiltratievoorziening en retentiedak. Ingrijpende aanpassingen. Het technisch achtergronddocument moet aan de hand van

•

concrete voorbeelden verduidelijken wat ingrijpende aanpassingen zijn, dit zowel op privaat als op openbaar domein.

Anticipeer op innovatie De bepalingen van de verordening beschrijven een ‘state of the art’. Het is volgens de raden belangrijk om te kunnen anticiperen op innovaties in de toekomst. Nieuwe technologieën, materialen en praktijken kunnen beschreven worden in het technisch achtergronddocument dat periodiek wordt aangevuld. Enkele voorbeelden: •

hergebruik grijswater

•

gestuurde hemelwaterputten

•

hemelwaterzakken

•

combinatie systemen (vb. meerdere gekoppelde hemelwaterputten met één pompinstallatie) evaporitiebekken

•

2. Legistieke aanbevelingen i.

Herschrijf artikel 4. Artikel van het ontwerpbesluit klopt taalkundig niet; het stelt dat “tenzij het hemelwater dat erop valt op eigen terrein in de onverharde zone infiltreert …, is dit besluit van toepassing op volgende handelingen op privaat en openbaar domein”. Hemelwater valt niet op handelingen. Daarnaast maakt de meervoudige negatie in de eerste zin het artikel complex om lezen.

14


ii.

Verplicht de in gebruik name van alle opgelegde voorzieningen. De formulering in art. 5 kan gelezen worden alsof de initiatiefnemer de keuze heeft om of de hemelwaterput, of de infiltratievoorziening, buffervoorziening of lozingsbegrenzer in gebruik te nemen. Dit kan opgelost worden door ‘en’ te gebruiken in plaats van ‘of’.

iii.

Maak link met afvalwater sluitend. De verordening voorziet enkel het geval wanneer het hemelwater door contact met “een verharding” vervuild raakt, en vervolgens als afvalwater moet worden beschouwd. Hemelwater kan ook door contact met een overdekte constructie vervuild geraken en moet volgens de raden dan ook behandeld worden als afvalwater. De verordening stelt dat ze niet van toepassing is op die delen van de verharding waar het hemelwater dat erop valt afvalwater wordt. Dit moet genuanceerd worden omdat de verordening best wel zou aangevuld worden met een bepaling die stelt dat dit water dan als afvalwater moet behandeld worden, zodat artikel 6 van de verordening (scheiding) wél van toepassing blijft. De raden vragen daarnaast om de toelichting uit te breiden met paragrafen die duiden wat er met dat afvalwater moet gebeuren.

iv.

Pas nummering paragrafen aan. Er is een fout geslopen in de nummering van de paragrafen. Zo telt artikel 8 twee paragrafen die worden aangeduid met ‘§ 4’.

v.

Werk inconsistenties weg. Er zijn enkele inconsistenties tussen de tekst van het besluit en de toelichting in het verslag aan de Vlaamse Regering (definitie groendak) of inconsistenties in toelichting zelf (toepassing niet vergunningsplichtige handelingen op het openbaar domein - p. 7 en 11).

15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20220926_hemelwaterverordening_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu