Skip to main content

dossier 2021-427.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/427

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/427

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 14 oktober 2021 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoek in bij de gemeente Jabbeke om een afschrift te krijgen van “de integrale bezwaarschriften (met de identiteit en hoedanigheid van de bezwaarindieners)

in het kader van de weigeringsbeslissing dd. 20.09.2021 inzake aanvraag omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Jabbeke (xxx)”. Op 29 oktober 2021 werd door de gemeente Jabbeke een aantal geanonimiseerde bezwaarschriften overgemaakt aan verzoeker. Op 22 november 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie omdat hij de integrale bezwaarschriften wenst te krijgen, zonder weglating van gegevens. Op 23 november 2021 werd het beroep geregistreerd bij de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 14 oktober 2021.

www.vlaanderen.be


De bestreden beslissing van de gemeente Jabbeke dateert van 29 oktober 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (hierna: Bestuursdecreet). Op 22 november 2021 diende verzoeker beroep in tegen voormelde beslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

In haar beslissing van 29 oktober 2021 stelt de gemeente Jabbeke de ingediende bezwaarschriften ter beschikking van verzoeker, mits weglating van een aantal gegevens. 2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker dient beroep in tegen deze beslissing om, via een beslissing van de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur, alsnog inzage te krijgen in de integrale bezwaarschriften, zonder enige weglating van gegevens.

3. Standpunt van de gemeente Jabbeke De gemeente Jabbeke heeft aan de beroepsinstantie op 30 november 2021 de gevraagde gegevens en duiding bezorgd, zodat het thans aan de beroepsinstantie toekomt dit beroep te beoordelen. De gemeente blijft bij haar oorspronkelijk standpunt dat enkel de geanonimiseerde bezwaarschriften kunnen worden overgemaakt, en beroept zich daarvoor op artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet (bescherming van de persoonlijke levenssfeer).

4. Standpunt van de beroepsinstantie Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieu-informatie moet verstaan worden. De door de gemeente Jabbeke weggelaten gegevens bevatten geen informatie die gekwalificeerd kan worden als milieu-informatie in de zin van vermelde bepaling van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet stelt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/427

pagina 2 van 4


Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang en het belang van de openbaarheid (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen

belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond

niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). De beroepsinstantie stelt vast dat de bezwaarschriften, waarvan de integrale openbaarmaking wordt gevraagd, logischerwijze de persoonsgegevens bevatten van de bezwaarindieners: identiteit, woonplaats, telefoonnummers en handtekeningen. Aangezien het openbaar maken van dergelijke gegevens -zonder belangenafweging- dient te worden afgewezen, kunnen de bezwaarschriften in casu niet openbaar gemaakt worden, en dit in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. Nu de beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat alle ingediende bezwaarschriften persoonsgegevens bevatten die ontegensprekelijk behoren tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen, zou het vrijgeven van deze gegevens wel degelijk een effectieve en concrete inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt immers de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van de vermelde persoonsgegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Uit de dossiergegevens verstrekt door de gemeente Jabbeke blijkt echter dat de toestemming tot op heden niet werd verkregen. Op basis van artikel II.45 § 2 van het Bestuursdecreet kan een document ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/427

pagina 3 van 4


bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. De beroepsinstantie stelt evenwel vast dat de afsplitsbare informatie die wel openbaar kan gemaakt worden, door de gemeente Jabbeke op 22 november 2021 ook effectief reeds werd vrijgegeven aan verzoeker, zodat het voorliggende beroep, gericht op het verkrijgen van de integrale bezwaarschriften met inbegrip van de persoonsgegevens, als ongegrond dient afgewezen te worden. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 22 november 2021 van xxx, gericht tegen de beslissing d.d. 29 oktober 2021 van de gemeente Jabbeke wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 15 december 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/427

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-427.pdf by Vlaanderen-be - Issuu