Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/085
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/085
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande feiten Op 13 maart 2020 diende xxx bij de gemeente Mol een verzoek in tot het verkrijgen van een aantal documenten met betrekking tot zijn aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het evenement ‘Buffelbar’ op de locatie Kleinendijk. Meer concreet ging het over: -
De vraag die de gemeente daaromtrent stelde aan de Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (verder: IOK) Het antwoord van IOK daarop
xxx verzocht eveneens om een afschrift te verkrijgen van de klachten die werden ingediend naar aanleiding van twee voorgaande evenementen die hij heeft georganiseerd op dezelfde locatie. De gemeente Mol weigerde bij beslissing van 1 april 2020 deels om in te gaan op het verzoekschrift. De gemeente bezorgde xxx een afschrift van het e-mailbericht waarmee de hoger vermelde vraag vanuit de gemeente aan IOK werd gesteld. IOK heeft hierop enkel mondeling gereageerd tijdens een overleg, het gaat dus om een niet-bestaand document. Voor wat betreft de klachten waar xxx afschrift van wenst te krijgen, wees de gemeente erop dat de indieners zelf uitdrukkelijk hebben verzocht om de verstrekte informatie vertrouwelijk te behandelen, waardoor er niet op het openbaarheidsverzoek kon worden ingegaan.
www.vlaanderen.be
Op 2 april 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing vanwege de gemeente Mol. Het beroep werd geregistreerd bij de beroepsinstantie op 2 april 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek van xxx dateert van 13 maart 2020. De weigeringsbeslissing van de gemeente Mol dateert van 1 april 2020 en deze beslissing bevat de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Het beroepschrift d.d. 2 april 2020 is bijgevolg tijdig ingediend en wordt als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals bepaald in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Met de beslissing d.d. 1 april 2020 bezorgde de gemeente Mol het gevraagde afschrift van haar e-mail gericht aan IOK. Zij wees er eveneens op dat IOK hierop niet schriftelijk heeft gereageerd, maar wel mondeling, tijdens een overleg. Een afschrift van het gevraagde kan dus niet worden bezorgd, omdat het niet bestaat. De gemeente Mol liet xxx weten dat er diverse klachten werden ontvangen over de organisatie van twee evenementen in de loods Kleinendijk 16. Dit gebeurde per e-mail, aan het loket en door een delegatie van een tiental mensen persoonlijk op het bureau van de burgemeester. Aangezien deze mensen zelf uitdrukkelijk hebben verzocht om de door hen verstrekte informatie vertrouwelijk te behandelen, heeft de gemeente de klachten niet openbaar gemaakt. Hiervoor verwijst zij naar de artikelen II.34, 6° en II.36, §1, 5° van het Bestuursdecreet.
2. Beroepschrift
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/085
pagina 2 van 6
Op 2 april 2020 diende xxx beroep in tegen de beslissing van de gemeente Mol van 1 april 2020.
3. Toelichting door de gemeente Mol Om met voldoende kennis van zaken te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 2 en 3 april 2020 contact opgenomen met de gemeente Mol. De gemeente bevestigt dat het antwoord van IOK noch schriftelijk, noch per e-mail aan hen is overgemaakt. Er is wel een afspraak geweest met de mensen van IOK, de burgemeester en een medewerker van de dienst ruimtelijke ordening op het bureau van de burgemeester. Maar er is dus geen schriftelijk antwoord gekomen op de vraag van de gemeente, wel een mondelinge toelichting door IOK. De gemeente Mol ontving diverse klachten over de organisatie van twee voorgaande evenementen in de loods Kleinendijk 16. Dit gebeurde in de meeste gevallen telefonisch, aan het loket en door een delegatie van een tiental mensen persoonlijk op het bureau van de burgemeester. Hiervan zijn er dus geen documenten beschikbaar. Eén buurtbewoner heeft de gemeente per e-mail gecontacteerd. Aangezien ook die persoon telefonisch uitdrukkelijk heeft verzocht om de verstrekte informatie vertrouwelijk te behandelen, heeft de gemeente de stukken niet openbaar gemaakt. Hiervoor verwijst de gemeente naar de artikelen. II.34, 6° en II.36, §1 5° van het Bestuursdecreet.
4. Standpunt van de beroepsinstantie •
Betreffende de reactie van IOK op de vraag van de gemeente Mol
De beroepsinstantie stelt vast dat IOK enkel mondeling heeft gereageerd op de door de gemeente Mol gestelde vraag. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocumenten” gedefinieerd als: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Aangezien de reactie van IOK zich niet op een drager bevindt, is er geen bestuursdocument voorhanden dat openbaar kan worden gemaakt. Het beroepsonderdeel betreffende de reactie van IOK wordt bijgevolg als ongegrond beschouwd. •
Betreffende de klachten die werden ingediend naar aanleiding van de twee voorgaande evenementen die beroeper heeft georganiseerd
De beroepsinstantie stelt vast dat alle klachtindieners, uitgezonderd één, hun klachten mondeling hebben geformuleerd, zonder dat hier een weerslag van werd gemaakt. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocumenten” gedefinieerd als: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Aangezien deze ingediende klachten zich niet op een drager bevinden, zijn er geen bestuursdocument voorhanden die openbaar kunnen worden gemaakt. Voor wat betreft de mondeling ingediende klachten moet dit beroepsonderdeel bijgevolg als ongegrond worden beschouwd.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/085
pagina 3 van 6
De beroepsinstantie heeft de klachten die per e-mail werden ingediend kunnen inkijken. Het gaat daarbij zowel om milieu-informatie zoals bedoeld in artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet, als om andere informatie. Artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een overheidsinstantie een aanvraag tot openbaarmaking afwijst als het om bestuursdocumenten gaat die informatie bevatten die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt. Dezelfde uitzondering op de openbaarheid is van toepassing voor milieu-informatie, waarbij de overheidsinstantie conform artikel II.36, §1, 5° van het Bestuursdecreet wel een belangenafweging dient te maken. Uit een letterlijke lezing van deze bepalingen blijkt dat deze uitzonderingsgronden slechts kunnen worden ingeroepen, voor zover voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden: ten eerste moet het gaan om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de overheid, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, en ten tweede moet die derde die vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld. Dat het om een cumulatieve voorwaarde gaat, blijkt voldoende uit het gebruik, in artikel II.36, §1, 5° van het Bestuursdecreet, van het woord “en”. De beroepsinstantie heeft de ingediende klachten kunnen inkijken. De klachten kunnen niet als verplicht in te dienen informatie worden beschouwd. De beroepsinstantie moet echter vaststellen dat de indiener ervan ze niet uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld. Weliswaar gebeurde dit volgens de gemeente Mol telefonisch, maar een telefonische melding volstaat niet om te voldoen aan de vereiste van de betreffende uitzonderingsgronden. Het vertrouwelijke karakter moet uitdrukkelijk in het document zelf worden vermeld. Bijgevolg zijn de door de gemeente Mol ingeroepen uitzonderingsgronden in casu niet aan de orde. De beroepsinstantie heeft onderzocht of er andere uitzonderingsgronden van toepassing zijn. Duidelijk is er sprake van heel wat gegevens betreffende de persoonlijke levenssfeer van de indiener, zonder dat deze echter betrekking hebben op milieu-informatie. Bepaalde informatie beschrijft ook situationele of feitelijke gebeurtenissen, waarbij het mogelijk kan zijn dat de identiteit van de klager enkel en alleen op basis daarvan al kan worden achterhaald. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een overheidsinstantie het verzoek voor wat betreft andere dan milieu-informatie afwijst als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/085
pagina 4 van 6
precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De persoonsgegevens met betrekking tot de klachtindiener behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokken indiener van de melding of klacht. Het vrijgeven van deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is, na inzage van de betrokken klachten, van oordeel dat deze inderdaad elementen bevatten zoals naamgegevens, adresgegevens, een persoonlijk mailadres en dat deze tot de persoonlijke levenssfeer van de klachtindiener behoren. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van die gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Bovendien is er, zoals al gesteld, contextuele toelichting in de klachten verwerkt, waaruit de identiteit van de klager mogelijk kan worden afgeleid. De beroepsinstantie acht het niet realiseerbaar om die informatie zomaar te onderscheiden en meent dan ook dat de betreffende stukken in hun volledigheid dienen te worden afgeschermd. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat nog de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon. Betrokkene heeft echter al aan de gemeente Mol de wens te kennen gegeven om de klachten vertrouwelijk te behandelen. De beroepsinstantie besluit bijgevolg dat de klachten die werden ingediend naar aanleiding van de twee voorgaande evenementen die beroeper heeft georganiseerd, in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet niet openbaar kunnen worden gemaakt. Het beroep wordt bijgevolg ongegrond verklaard. Na beraadslaging,
BESLUIT:
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/085
pagina 5 van 6
Het beroepschrift d.d. 2 april 2020 van xxx tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 1 april 2020 van de gemeente Mol wordt als ontvankelijk doch als ongegrond beschouwd. Brussel, 9 april 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/085
pagina 6 van 6