Skip to main content

dossier 2020-228.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/228

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/228

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 30 juni 2020 diende xxx een verzoek in bij het kabinet van de heer Jan Jambon, minister-president van de Vlaamse Regering, tot het verkrijgen van een afschrift van de volgende documenten: - De tekst van de lezing uitgesproken door de minister-president op 11 december 2019 tijdens een diner, op een ontmoetingsplek die staat voor de verbinding met Vlaanderen en de rest van de wereld, waarin de Minister-president ter staving van zijn visie inzake de uitbetaling van kindergeld met terugwerkende kracht, sprak over een concrete casus van asielzoekers die met achterstallig kindergeld een huis konden kopen; - Alle correspondentie ter voorbereiding van de lezing van de Minister-president van 11 december 2019 tijdens een diner, op een ontmoetingsplek die staat voor de verbinding met Vlaanderen en de rest van de wereld, waarin de minister-president ter staving van zijn visie inzake de uitbetaling van kindergeld met terugwerkende kracht, sprak over een concrete casus van asielzoekers die met achterstallig kindergeld een huis konden kopen. Tevens vroeg verzoeker om meer uitleg aangaande een mail van 25 februari 2020 vanuit het kabinet Jambon aan verzoeker: “Hoe de minister-president kon concluderen dat het toen geleverde postadres geleverd bij een vraag openbaarheid niet geldig was waardoor toen geen inhoudelijk antwoord werd geleverd op de vraag om de bestuursdocumenten te leveren op grond waarvan de minister-president een casus van asielzoekers die met achterstallig kindergeld een huis konden kopen kon vernoemen op een lezing tijdens een diner, op een ontmoetingsplek die staat voor de verbinding met Vlaanderen en de rest van de wereld?�

www.vlaanderen.be


Het kabinet van de minister-president van de Vlaamse Regering heeft op 7 augustus 2020 geantwoord op voormeld openbaarheidsverzoek. Op 24 augustus 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde beslissing vanwege het kabinet van de minister-president van de Vlaamse Regering. Dit beroep werd geregistreerd op 31 augustus 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 30 juni 2020. De beslissing vanwege het kabinet van de minister-president van de Vlaamse Regering dateert van 7 augustus 2020. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 24 augustus 2020 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

Het kabinet van de minister-president van de Vlaamse Regering heeft met zijn beslissing d.d. 7 augustus 2020 aan verzoeker de tekst bezorgd van de lezing die werd uitgesproken op 11 december 2019. Voorts werd er aan verzoeker meegedeeld dat er geen correspondentie bestaat ter voorbereiding van die lezing.

2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker geeft aan dat hij eraan twijfelt of de op 7 augustus 2020 ontvangen tekst de juiste tekst is van deze lezing. Voorts vindt hij het ongeloofwaardig dat er geen correspondentie bestaat ter voorbereiding van die lezing. Tenslotte geeft verzoeker aan dat hij geen enkel antwoord op zijn vraag om uitleg heeft gekregen.

3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft in dossier OVB/2020/205 met zijn beslissing d.d. 19 augustus 2020 al eerder een uitspraak gedaan omtrent de eerste twee onderdelen van dit nieuwe beroepschrift: -

De beroepsinstantie stelt vast dat er op 7 augustus 2020 vanuit het kabinet van de ministerpresident van de Vlaamse Regering een mail werd gestuurd aan verzoeker, met daarbij als bijlage de tekst van de lezing, uitgesproken door de minister-president van de Vlaamse Regering op 11 december 2019. De beroepsinstantie ontving een afschrift van voormeld mailbericht. Een nieuwe

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/228

pagina 2 van 3


-

navraag bij het kabinet van de Minister-president van de Vlaamse Regering heeft uitgewezen dat het daarbij wel degelijk ging om tekst van de lezing die door de Minister-president van de Vlaamse Regering op 11 december 2019 werd uitgesproken. Wat betreft het tweede onderdeel van het openbaarheidsverzoek, de correspondentie ter voorbereiding van de lezing van de minister-president van 11 december 2019, stelde de beroepsinstantie in haar beslissing d.d. 19 augustus 2020 (dossier OVB/2020/205) vast dat daarbij een onbestaand document betreft. In artikel I.4, 3° Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocument” gedefinieerd als: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Daar nu is gebleken dat er geen correspondentie ter voorbereiding van de lezing van de minister-president van 11 december 2019 bestaat, kan daar uiteraard ook onmogelijk een afschrift van worden verleend. De beroepsinstantie kan dit hierbij enkel nog maar eens herbevestigen.

Het ingestelde beroep wordt, wat de beide voormelde onderdelen betreft, dan ook als ongegrond beschouwd. Het derde onderdeel van het openbaarheidsverzoek heeft betrekking op een vraag om uitleg bij een mail van 25 februari 2020 vanuit het kabinet Jambon aan verzoeker in verband met postadres dat door verzoeker werd bezorgd aan het kabinet van de minister-president van de Vlaamse Regering. Vanuit het kabinet Jambon werd aan de beroepsinstantie de volgende uitleg gegeven, zoals gevraagd door verzoeker: “Wij zijn er van uitgegaan dat het Bestuursdecreet met ‘postadres’ naar een reëel verblijfsadres van verzoeker verwijst om te vermijden dat anonieme aanvragers/klagers het systeem misbruiken.” Hiermee wordt alsnog de gevraagde uitleg bezorgd aan verzoeker, zodat dit onderdeel van zijn beroepsschrift als zonder voorwerp dient te worden beschouwd. De beroepsinstantie hoeft zich in dit dossier niet uit te spreken over de adequaatheid/juistheid van de uitleg. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 24 augustus 2020 tegen de beslissing vanwege het kabinet van de Ministerpresident van de Vlaamse Regering wordt als ontvankelijk en deels ongegrond en deels zonder voorwerp beschouwd Brussel, 29 september 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/228

pagina 3 van 3


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-228.pdf by Vlaanderen-be - Issuu