Advies
Vlaamse Sportraad 24 april 2020
Advies over het programmadecreet 2020 Op 17 april 2020 keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2020 principieel goed. De SARC ontving diezelfde dag een vraag tot spoedadvies van Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed Matthias Diependaele. De SARC-Vlaamse Sportraad brengt advies uit over twee afdelingen binnen hoofdstuk 2. Cultuur, Jeugd, Sport en Media: -
Afdeling 2: Indienmomenten voor de subsidieaanvragen voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur Afdeling 3: Uitdovingsregeling van de subsidiëring aan initiatieven in de sportsector, als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector
Op de plenaire vergadering van de Vlaamse Sportraad op 20 april 2020 hebben Diederik Van Briel (afdelingshoofd sportinfrastructuur), Sophie Cools (afdelingshoofd subsidiëring) en Sylvie Decanniere (juriste) van Sport Vlaanderen een toelichting gegeven bij het voorontwerp van programmadecreet. Dit advies is na deze toelichting op diezelfde vergadering besproken. Nadien is het advies via schriftelijke procedure afgewerkt. De Vlaamse Sportraad wenst op te merken dat het in de adviesvraag vooropgestelde tijdspad, nl. ‘De definitieve goedkeuring van het ontwerp van decreet is gepland op 4 mei 2020.’ de sectorraad tot grotere spoed dwong dan de voorziene tien werkdagen voor een spoedadvies. Om meegenomen te worden in het proces, dient het advies immers enkele dagen voor de geplande goedkeuring aangeleverd te worden.
Advies 1.1.
Indienmomenten voor de subsidieaanvragen voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur (hfdst 2, afdeling 2).
Artikel 3 van het voorontwerp van programmadecreet betreft een bepaling waarmee de rechtsgrond wordt geboden om bijkomende begrotingskredieten in deze legislatuur voor de subsidie voor de bouw en renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur toe te wijzen na een bijkomend indienmoment. Zo worden de volgende wijzigingen aangebracht in artikel 11 van het decreet van 5
Advies over het Programmadecreet 2020 24 april 2020
1
mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur: -
1° het woord “jaarlijks” wordt vervangen door de zinsnede “maximaal twee keer per jaar”; 2° de zinsnede “, waarbij per subsidieprocedure minstens het minimale begrotingskrediet voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur van 5.000.000 euro (vijf miljoen euro), vermeld in artikel 3, vierde lid, moet kunnen worden verdeeld onder de ingediende subsidieaanvragen” wordt toegevoegd.
Advies De Vlaamse Sportraad adviseert positief bij voorliggende aanpassingen die een welkome flexibiliteit bewerkstelligen. De leden wensen hierbij het belang te benadrukken dat er tijdig naar de betrokken actoren (lokale besturen, sportorganisaties etc.) gecommuniceerd wordt over het plaatsvinden van één dan wel twee indienmomenten voor de subsidieaanvragen voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur. De Vlaamse Sportraad komt met de suggestie om dit gelijktijdig vast te leggen met de begroting, zodat hierover duidelijkheid is voor de aanvang van het desbetreffende jaar waarin de indienmomenten zullen plaatsvinden.
1.2.
Uitdovingsregeling van de subsidiëring aan initiatieven in de sportsector (hfdst 2, afdeling 3)
Artikels 4 t.e.m. 10 van voorliggend voorontwerp van programmadecreet wijzigen het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector. Deze artikels regelen ten eerste een versnelde uitdoving van de DAC-subsidies aan de organisaties (initiatieven in de sportsector). Deze subsidies worden versneld afgebouwd, waarbij er na 2023 in geen enkel geval nog een subsidie in het kader van de ex-DAC werknemers wordt toegekend. De organisaties kunnen zelf kiezen op welke manier hiermee omgegaan wordt. De organisatie kan ervoor opteren om het betrokken personeelslid in opzeg te plaatsen, of niet. In beide gevallen wordt de opzegtermijn gesimuleerd, ingaand op 1 oktober 2020. Daarnaast regelen deze artikels ook een versnelde uitdoving van de toekenning van deze middelen aan de organisatie voor de coördinatie en de tewerkstelling van een pool van sportbegeleiders en sportondersteuners vanaf uitdiensttreding. Dit betekent o.a. concreet dat het automatische verdelingsmechanisme naar Sportwerk Vlaanderen bij uitdiensttreding van een werknemer met een DAC-statuut met verworven rechten wordt stopgezet1.
Advies De Vlaamse Sportraad stelt dat de huidige DAC-regeling voor organisaties niet meer afgestemd is op de actuele realiteit en adviseert daarom positief bij bovenstaande artikels die deze gedateerde DACregeling aanpassen. De leden waarderen daarnaast de maatregelen van de Vlaamse Regering om de betrokken organisaties bij deze versnelde uitdoving te ondersteunen.
1
Artikel 8, lid 3 van het Decreet houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector wordt opgeheven: ‘vanaf de beëindiging van de subsidiëring van de loonkosten van een werknemer met verworven rechten bij zijn uitdiensttreding, pensionering of overlijden, met een bedrag per vte’ Advies over het Programmadecreet 2020 24 april 2020
2
De leden zijn akkoord met de stopzetting van het automatisch verdelingsmechanisme naar Sportwerk Vlaanderen bij uitdiensttreding van een werknemer met een DAC-statuut met verworven rechten, maar formuleren daar wel enkele opmerkingen bij: -
-
-
-
Aangezien de huidige erkenning van deze middelen voor Sportwerk Vlaanderen is voorzien tot 2023, wil de Vlaamse Sportraad zijn bezorgdheid uiten omtrent de (juridische) procedure van het vroegtijdig stoppen hiervan. In de presentatie van Sport Vlaanderen werd toegelicht dat deze aangekondigde maatregelen zorgen voor circa €850.000,- aan extra vrije bestedingsruimte voor de Vlaamse Regering. De Vlaamse Sportraad wil hierbij benadrukken dat het belangrijk is dat deze middelen binnen de sportsector blijven. De Vlaamse Sportraad hoopt hierover tijdig geïnformeerd te worden en biedt zich aan om hierover mee te denken. De voorgestelde maatregelen zorgen er voor dat er enkele extra middelen voor Sportwerk Vlaanderen wegvallen, waardoor het des te belangrijk is dat er een jaarlijkse indexering wordt voorzien van het basissubsidiebedrag van Sportwerk Vlaanderen. De Vlaamse Sportraad benadrukt dat het goed is dat de voorgestelde wijzigingen de DAC-subsidies die in het verleden naar Sportwerk Vlaanderen gingen en de budgetten die in 2014 en 2015 vrijkwamen door de (gedeeltelijke) stopzetting van de DAC-subsidies niet wegnemen. Tot slot wil de Vlaamse Sportraad graag op korte termijn verder in gesprek met de Vlaamse Regering over het gehele Decreet houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector.
Advies over het Programmadecreet 2020 24 april 2020
3
Samenvatting De Vlaamse Sportraad brengt op vraag van Vlaams minister Matthias Diependaele advies uit over het programmadecreet 2020. Op basis van een toelichting van enkele medewerkers van Sport Vlaanderen, een plenaire discussie en een schriftelijke procedure komt de Vlaamse Sportraad tot onderstaand advies: Indienmomenten voor de subsidieaanvragen voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur (hfdst 2, afdeling 2) De Vlaamse Sportraad adviseert positief bij voorliggende aanpassingen die een welkome flexibiliteit bewerkstelligen. De leden wensen hierbij het belang te benadrukken dat er tijdig naar de betrokken actoren (lokale besturen, sportorganisaties etc.) gecommuniceerd wordt over het plaatsvinden van één dan wel twee indienmomenten voor de subsidieaanvragen voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur. Uitdovingsregeling van de subsidiëring aan initiatieven in de sportsector (hfdst 2, afdeling 3) De Vlaamse Sportraad stelt dat de huidige DAC-regeling voor organisaties niet meer afgestemd is op de actuele realiteit en adviseert daarom positief bij bovenstaande artikels die deze gedateerde DACregeling aanpassen. De leden zijn akkoord met de stopzetting van het automatisch verdelingsmechanisme naar Sportwerk Vlaanderen bij uitdiensttreding van een werknemer met een DAC-statuut met verworven rechten, maar formuleren daar wel enkele opmerkingen bij: -
-
-
-
Aangezien de huidige erkenning van deze middelen voor Sportwerk Vlaanderen is voorzien tot 2023, wil de Vlaamse Sportraad zijn bezorgdheid uiten omtrent de (juridische) procedure van het vroegtijdig stoppen hiervan. De Vlaamse Sportraad wil benadrukken dat het belangrijk is dat de extra middelen (circa €850.000) die vrij komen door de aangekondigde maatregelen binnen de sportsector blijven en biedt zich aan om over de besteding van deze middelen mee te denken. De voorgestelde maatregelen zorgen er voor dat er enkele extra middelen voor Sportwerk Vlaanderen wegvallen, waardoor het des te belangrijk is dat er een jaarlijkse indexering wordt voorzien van het basissubsidiebedrag van Sportwerk Vlaanderen. Tot slot wil de Vlaamse Sportraad graag op korte termijn verder in gesprek met de Vlaamse Regering over het gehele Decreet houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector.
Namens de Vlaamse Sportraad, Christophe Cools, voorzitter Charlotte Van Tuyckom, ondervoorzitter Maarten Koolen, secretaris
Advies over het Programmadecreet 2020 24 april 2020
4