Skip to main content

TuinSeizoen MoestuinGids 03-03-2026

Page 1


MOESTUIN

MET HANDIGE

ZAAIKALENDER

PRAKTISCHE TIPS

JOUW MOESTUIN

VAN START TOT OOGST

GEUR & KLEUR

EETBAAR ONKRUID EN BLOEMEN OP JE BORD

GEMAKKELIJKE MOESTUIN

ALLE KLUSJES PER MAAND OP EEN RIJ

ZO KWEEK JE DE LEKKERSTE

GROENTEN, FRUIT & KRUIDEN

INHOUD

Colofon

De Moestuingids is een special van TuinSeizoen en een uitgave van Vipmedia

Publishing & Services

Hoofdredactie: Jacqueline Leenders

Eindredactie: Monique van der Voort

Redactie TuinSeizoen: e-mail: redactie.tuin@vipmedia.nl

Voor Nederland:

TuinSeizoen, Postbus 7272, 4800 GG Breda.

Voor België: TuinSeizoen, Komiteitstraat 46-52, 2170 Merksem.

Internet: www.tuinseizoen.com

Mediaconsultant:

Dorien van Dijk

Tel. 06 - 19 65 27 49 dorien@vipmedia.nl

Peter Kroes

Tel. 06 - 12 18 48 93 peter@vipmedia.nl

Marketing: Chiara van Roeyen

Directie: Michel Florisson (verantwoordelijk uitgever)

Edwin Fijnaut (commercieel directeur)

Distributie losse verkoop: Aldipress BV (Nederland) AMP NV (België)

Vormgeving: Diederik Martens

Druk: PreVision Graphic Solutions BV

Abonnementen en bestellingen:

Voor Nederland: tel. 076 - 530 17 18

Voor België: tel. 03 / 645 42 94 e-mail: abo.tuin@vipmedia.nl

Oude nummers van TuinSeizoen en andere specials kun je bestellen via www. vipwinkel.nl

Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

DE BASICS VOOR JE MOESTUIN

6 Zo start je een moestuin

8 Tot op de bodem

10 Tips voor een slimme indeling

12 Goede buren kies je zelf

14 Alles over zaaien

16 Zaaikalender

PRAKTISCH MOESTUINIEREN

22 Meer bloemen graag!

38 Haal alles uit de kas

40 Onkruid met een bite

42 Ook een tuin voor vogels, vlinders en bijen

54 Gier maken & andere tuinhacks

58 Water geven en vakantiestress

60 Zo kweek je de lekkerste kruiden

68 Een composthoop in 12 stappen

72 Kan ik dit al oogsten?

74 Bewaartips voor je oogst

80 Moestuinieren in potten en bakken

90 Fruit snoeien

94 Groenbemesters

GEWAS IN HET KORT

21 Zomerwortelen

37 Aardappelen

49 Aardbeien

57 Maïs

70 Aardperen

KLUSSEN PER MAAND

18 Januari/februari

Zaaien onder glas en de eerste voorbereidingen

24 Maart

Het moestuinseizoen gaat van start: veel gewassen kun je nu binnen en buiten zaaien

28 April

Rabarber scheuren, uitjes planten en je start met de komkommerfamilie

32 Mei

Na half mei mogen de vorstgevoelige soorten naar buiten

44 Juni

Tijd voor late gewassen en nateelten

50 Juli

Veel oogsten, veel gieten en tijd voor vakantie

64 Augustus

Nog steeds veel oogsten, maar ook lege bedden opnieuw vullen

76 September

Zaai winterharde bladgroenten en poot knoflook

82 Oktober

Laatste kans om pompoen en tomaat te oogsten

86 November

Het is vooral opruimen geblazen in deze natte en donkere maand

96 December

Plannen maken voor het nieuwe moestuinjaar

VERS GEOOGST IS ALTIJD HET LEKKERST!

TOT OP DE BODEM

Een succesvolle moestuin begint bij het begrijpen van de bodem waarin je werkt. Tuinier je op droge zandgrond of zware klei? Als je de samenstelling van je tuingrond kent, weet je ook hoe je die bodem het beste kunt aanvullen en verbeteren voor een gezonde oogst.

BEELD: SHUTTERSTOCK

De meest voorkomende grondsoorten zijn zand, klei en veen. Een eenvoudige manier om je bodem te herkennen is de kneedtest. Neem wat licht vochtige aarde in je hand en probeer er een bal van te maken. Zandgrond valt snel uiteen en voelt korrelig. Kleigrond kneedt gemakkelijk tot een stevige massa. Leem vormt wel een bal maar brokkelt weer als je erin knijpt. Veengrond is donker, licht van gewicht en bevat vezelige of sponsachtige deeltjes.

VAAK GEMENGD

In de praktijk bestaan de meeste tuinen echter niet uit een ‘pure’ grondsoort. Nederland en België kennen veel overgangszones waarin bodems geleidelijk in elkaar overlopen. Zo komt zand-leem regelmatig voor, waarbij de voordelen van luchtigheid en een redelijke voedings-

waarde worden gecombineerd. Leem-klei is weer voedzaam, maar beter te bewerken dan zware rivier- of zeeklei. In hogere zandgebieden kom je vaak zandgrond tegen met een donkere, organische toplaag. Dat houdt meer water vast dan puur zand en reageert goed op compost. Klei met zand voelt lichter aan en warmt sneller op, terwijl klei met veen veel organisch materiaal bevat maar langer nat kan blijven.

Zelfs binnen één tuin kun je variatie tegenkomen; hoger gelegen plekken zijn vaak droger en zanderiger, lage delen hebben de neiging om zwaarder of natter te zijn. Daarom is het zinvol om op verschillende plekken een handvol grond te bekijken.

Zandgrond warmt snel op in het voorjaar en laat water goed door, maar droogt snel uit en bevat weinig voeding. Kleigrond is rijk aan mineralen en houdt water vast,

maar wordt bij droogte hard en bij regen zwaar. Veengrond heeft veel organisch materiaal en houdt vocht uitstekend vast, maar is vaak zuur en niet altijd voedzaam genoeg voor groenteteelt.

LUCHTIGHEID IS GOED

Naast de grondsoort zelf speelt de structuur van de bodem een grote rol. Een goede moestuinbodem is kruimelig en bevat veel humus. Wormen en schimmels zorgen voor gangen en verbindingen, waardoor wortels dieper kunnen groeien en water beter kan wegstromen. Door intensief spitten of veelvuldig op de bedden te lopen, raakt de bodem verdicht, waardoor wortels minder toegang krijgen tot zuurstof. Probeer de bodem daarom zo min mogelijk te verstoren, maak de grond alleen los waar nodig en voed de bodem door bovenop organisch materiaal toe te voegen.

ZO START JE IN DE LENTE

1. Bekijk wat voor bodem je hebt

2. Verwijder hardnekkig onkruid

3. Verstoor de bodem zo min mogelijk

Bij zware klei kun je wel de bovenste laag voorzichtig losmaken met een woelvork. Bij zand of menggrond is vaak alleen harken en egaliseren voldoende. Werk niet dieper dan 10­15 cm; het bodemleven houdt van rust.

4. Voeg compost toe Leg 1 tot 2 cm compost op je bedden en verdeel het met een hark of met je handen. Onderwerken is niet nodig.

5. Eventueel lavameel toevoegen

Dit is aan te raden als je grond arm is, snel uitdroogt of weinig structuur heeft. Het is voldoende om een dun laagje (bijvoorbeeld een handje per m²) over de compost te strooien.

BODEMLEVEN ALS BASIS

WAT IS MULCHEN?

6. Pas op met kalk

In het voorjaar hoef je meestal geen kalk te strooien, tenzij je een pH­test hebt gedaan en je bodem echt te zuur blijkt (pH < 5,5). Veel mensen kalken te snel; dit verstoort de balans meer dan nodig is. Lavameel is meestal ruim voldoende.

7. Mulch zodra de grond wat is opgewarmd

8. Baken bedden af en loop er niet op

9. Laat de bodem even rusten

Na het toevoegen van compost en eventueel lavameel is het goed om de bodem 1­2 weken met rust te laten. Dit geeft micro­organismen tijd om actief te worden en wormen de kans om de compost te verwerken.

10. En dan… zaaien en planten

Leg hiervoor de mulch even opzij. Zodra de zaailingen sterk genoeg zijn, leg je de mulch weer terug.

Mulchen betekent dat je de bodem afdekt met organisch materiaal zoals stro, bladeren, houtsnippers, grasmaaisel of compost. Dit beschermt de bodem tegen uitdroging, temperatuurschommelingen en zware regen. Het materiaal verteert langzaam en vormt zo een voortdurende bron van humus. Mulch remt ook de groei van onkruid en voorkomt dat de bodem dichtslaat. In een natuurlijke moestuin blijft de bodem bijna altijd bedekt.

De echte vruchtbaarheid van de bodem komt voort uit het bodemleven. Wormen, bacteriën, schimmels en andere organismen breken organische stof af, bouwen humus op en maken voedingsstoffen beschikbaar voor planten. Een levendige bodem ruikt fris, voelt veerkrachtig aan en bevat zichtbaar wormen. Als de bodem compact, geurloos of juist muf ruikt, of weinig leven toont, is verbetering nodig. Door de bodem te voeden in plaats van te verstoren, ontstaat een steeds stabieler ecosysteem.

ZO VERRIJK JE DE BODEM

Stalmest is een effectieve bodemverbeteraar. Alleen goed verteerde mest is geschikt voor de moestuin; verse mest kan wortels verbranden en verstoort het bodemleven. Verteerde mest verhoogt het gehalte aan organische stof, verbetert de

structuur en levert geleidelijk voedingsstoffen. Het aanbrengen gebeurt bij voorkeur in de herfst of winter, zodat het materiaal de tijd krijgt om in te werken. Compost is onmisbaar. Door jaarlijks een dunne laag compost over je bedden te verspreiden, geef je het bodemleven voedsel en verbeter je de luchtigheid en het humusgehalte. Zandgrond is hierdoor beter in staat water en voeding vast te houden, terwijl kleigrond losser wordt en minder snel klontert. Lavameel, gemaakt van vulkanisch gesteente, is rijk aan sporenelementen zoals silicium en magnesium. Deze mineralen dragen bij aan de weerbaarheid van planten en verbeteren de structuur van de bodem, met name bij kleigrond. Veel moestuiniers strooien jaarlijks een dun laagje lavameel op hun bedden of voegen het toe aan de composthoop.

DE PH-WAARDE

VAN DE BODEM

De zuurgraad bepaalt in grote mate hoe goed planten voedingsstoffen kunnen opnemen. De meeste groenten groeien optimaal tussen pH 6 en 7. Zand en veen zijn vaak zuurder, klei is meestal neutraler. Met een eenvoudig testsetje kun je de pH van je tuingrond meten. Als de pH te laag is, kan een bescheiden hoeveelheid kalk helpen, maar het is belangrijk om hierbij terughoudend te zijn. Lavameel is een mild alternatief dat de pH niet overdreven beïnvloedt, maar wel helpt stabiliseren en tegelijkertijd mineralen toevoegt.

GOEDE BUREN KIES JE ZELF!

Goede buren zijn combinaties van planten die elkaar helpen door plagen

te weren, de bodem te verbeteren of licht en voeding slim te delen.

Slechte buren zijn planten die elkaars groei remmen, meer vatbaar maken voor ziekten of te veel concurreren om voeding en licht.

BEELD: SHUTTERSTOCK

Goede en slechte buren zijn geen harde wetten, maar richtlijnen. Het effect van combinatieteelt hangt af van factoren zoals bodemtype, weer, afstand tussen planten en de duur van de teelt. In een natte zomer spelen schimmels bijvoorbeeld een grotere rol, terwijl in een droge zomer geur- en insectenwerking belangrijker is.

Sommige combinaties zijn gebaseerd op ervaring en observatie, niet op harde wetenschap. Wat in de ene tuin goed werkt, kan in een andere tuin minder effect hebben. Het loont daarom om combinaties een paar jaar te testen, aantekeningen te maken en te kijken wat in jouw tuin het beste resultaat geeft

AFSTAND EN TIMING

ZIJN CRUCIAAL

Planten hoeven niet letterlijk tegen elkaar aan te staan om elkaar te beïnvloeden. Vaak is het al voldoende dat ze in hetzelfde bed groeien. Ook het moment van zaaien speelt mee: snelle gewassen zoals radijs of sla zijn vaak alweer geoogst voordat langzame buren elkaar echt gaan beïnvloeden.

LET OP BIJ KLEINE TUINEN

In een kleine moestuin of bak is de concurrentie om water en voeding groter. Zelfs ‘goede buren’ kunnen elkaar dan alsnog in de weg zitten. Extra compost, regelmatig water geven en voldoende plantafstand zijn hier extra belangrijk.

VASTE KRUIDEN

Meerjarige kruiden zoals rozemarijn, tijm en salie zijn vaak betere buren langs de rand van bedden dan middenin. Zo profiteren groenten van hun geur, zonder dat ze worden verdrongen. Woekerende kruiden (zoals munt) horen altijd in potten of aparte vakken.

Ook al houd je rekening met goede buren en slechte buren, vruchtwisseling blijft belangrijk!

GOEDE BUREN

STERKE COMBINATIES

Aardbeien met bieslook of knoflook

Deze combinatie vermindert schimmelziekten (zoals meeldauw) en houdt luizen op afstand.

Bonen met maïs en pompoen Bekend als de Drie Zusters. Bonen binden stikstof, maïs ondersteunt de bonen, pompoen houdt de bodem vochtig en onderdrukt onkruid.

Tomaat met basilicum

Basilicum helpt om witte vlieg en spint te beperken en verbetert het microklimaat rondom de tomaat.

Kolen met aromatische kruiden Kruiden zoals tijm, rozemarijn en salie maskeren de geur van kool en verminderen koolvlieg en rupsen. Munt werkt ook, maar altijd in pot vanwege woekeren.

SLECHTE BUREN

Sla met radijs of ui

Radijs groeit snel en geeft lichte schaduw voor jonge sla. Ui helpt luisdruk laag te houden.

Wortel met ui of prei

Deze combinatie vermindert zowel wortelvlieg als uienvlieg. Een van de bekendste en meest betrouwbare duos.

COMBINATIES DIE JE BETER VERMIJDT

Venkel met andere groenten

Venkel scheidt groeiremmende stoffen af. Beter apart zetten.

Wortels met oudere dille

Jonge dille gaat goed, maar zodra dille ouder wordt kan het de groei van de wortels remmen.

Kolen met aardappelen

Beiden zijn veelvraten en putten de grond sterk uit. Extra risico op schimmels.

Aardappelen met tomaten

Ze zijn gevoelig voor dezelfde schimmelziekte (Phytophthora). Door ze bij elkaar te zetten verspreidt de ziekte zich veel sneller.

Ui met bonen

Uien remmen de groei van bonen.

Komkommer met aardappelen

Beide zijn gevoelig voor schimmelziekten, waardoor de kans op problemen toeneemt als je ze samen zet.

AAN DE SLAG MET ZAAIEN!

De meeste gewassen zaai je natuurlijk pas in het voorjaar, maar wil je op tijd beginnen, dan is het belangrijk dat je je goed voorbereidt. Wij maakten daarom een uitgebreide zaaikalender voor je. Zo weet je precies wat je wanneer kunt zaaien en kun jij op het beste moment aan de slag.

JANUARI - FEBRUARI

GEDULD IN DE WINTER

Misschien sta je al te popelen om aan de slag te gaan, maar in januari en februari is het nog volop winter en moet je de tuin zoveel mogelijk met rust laten. Alhoewel… er zijn wel wat klusjes waar je in deze periode al mee kunt beginnen om het jezelf later in het seizoen wat gemakkelijker te maken.

BEELD: SHUTTERSTOCK

Wat je in de winter al kunt zaaien

Binnen zaaien met warmte of op de vensterbank is geschikt voor gewassen met een lange groeitijd of snelle kieming. Deze zaden hebben vaak minimaal 20 °C nodig.

Æ Aubergine

Æ Paprika

Æ Peper

Æ Tuinkers

In een onverwarmde kas of koude bak kun je al koudebestendige gewassen zaaien zolang de grond bewerkbaar is.

Æ Pluksla

Æ Radijs

Æ Rucola

Æ Sluitkolen

Æ Spinazie winterrassen

Æ Tuinboon

Æ Tuinkers

Æ Veldsla

Hoewel sommige van deze gewassen officieel pas later buiten worden gezaaid kun je ze in de winter al onder glas starten om het seizoen te vervroegen.

EEN BEETJE WARMTE GRAAG!

Om in de zomer een goede oogst te krijgen, begin je in de winter al met warmteminnende vruchtgewassen. Pepers, paprika’s en aubergines hebben een lange groeitijd en zaai je daarom vanaf eind januari of begin februari binnenshuis. Ze kiemen het beste bij een constante bodemtemperatuur van ongeveer 25 tot 27 °C. Gebruik zaai- en stekgrond en zet ze op een lichte plek maar niet te warm zodat de planten compact en sterk blijven.

VOORBEREIDING VAN DE MOESTUINBEDDEN

Hoewel de grond in februari nog met rust moet worden gelaten om het bodemleven niet te verstoren, kunnen de eerste voorbereidingen voor het nieuwe seizoen nu starten. Verwijder winterbedekking zoals stro of bladeren, zodat de grond kan opwarmen door de zon. Pas in maart is het tijd om compost aan te brengen, wat de grond verbetert en luchtiger maakt. Je kunt dan ook lavameel toevoegen.

NIET SNOEIEN IN DE WINTER

Niet alle fruitbomen zijn geschikt voor wintersnoei. Sommige soorten zijn gevoelig voor vorst, bloeden sterk of reageren beter op snoei tijdens de groeiperiode. Deze fruitbomen snoei je liever niet in de winter:

Steenfruit zoals kers, pruim, perzik, abrikoos en nectarine. Deze bomen zijn gevoelig voor schimmelziekten en bloeden sterk bij wintersnoei. Snoei ze bij voorkeur in de zomer, direct na de oogst.

Vijg Een vijg is vorstgevoelig en kan verzwakken door wintersnoei. Snoei deze boom in het vroege voorjaar of na de oogst en beperk wintersnoei tot het verwijderen van duidelijk dode takken.

Walnoot en hazelaar Deze bomen bloeden sterk als je ze in de winter snoeit. De beste snoeitijd is in de zomer, wanneer de sapstroom rustiger is.

Druif Snoei in de periode voor kerst. De sapstroom is dan nog niet op gang gekomen.

FRUIT SNOEIEN

In de winter is snoeien van fruitbomen en kleinfruit een belangrijk onderdeel van het tuinonderhoud. Zodra bomen en struiken hun blad hebben laten vallen en in rust zijn, zie je de structuur van de plant duidelijk. Dat maakt snoeien overzichtelijk en doelgericht. Snoei altijd op vorstvrije dagen om schade aan takken te voorkomen. Verwijder oud, ziek en kruisend hout om de luchtcirculatie te verbeteren en meer licht in de kroon te brengen. Dit verkleint de kans op schimmelziekten en stimuleert de vorming van nieuw vruchthout. Appel- en perenbomen kun je goed in de winter snoeien, net als aalbessen en kruisbessen. Bij frambozen hangt de snoei af van het type. Zomerframbozen snoei je door de oude dragende takken tot aan de grond te verwijderen en jonge scheuten te laten staan. Herfstframbozen kun je in de winter volledig terugknippen. Een goede wintersnoei zorgt voor gezonde planten en een betere oogst in het nieuwe seizoen.

ZAAIEN IN DE KAS OF KOUDE BAK

Een onverwarmde kas of koude bak is in de winter van grote waarde. Overdag warmt het er snel op door de zon waardoor zaden beter kiemen. Je kunt hier al spinazie, pluksla, veldsla en radijs zaaien. Door de beschutting zijn de planten schoner, droger en beter beschermd tegen kou en wind. Later gebruik je deze plek ook om zaailingen af te harden.

Door nu al een paar klusjes aan te pakken, maak je straks een vliegende start.

Zaad testen

De winter is ideaal om je zadenvoorraad te bekijken en een moestuinplan te maken. Je kunt oudere zaden testen door ze op een vochtig papiertje te leggen. Zo weet je of ze nog kiemkrachtig zijn en of je nieuwe zaden moet bestellen.

Vogelmuur
Brandnetel Melganzenvoet
Paardenbloem
Zevenblad

ONKRUID MET EEN BITE

Word je wel eens wanhopig van al het onkruid in je moestuin? Bekijk het eens op een andere manier. Diverse planten die wij ‘onkruid’ noemen zijn eetbaar en zitten boordevol vitaminen en mineralen.

BEELD: SHUTTERSTOCK

Moestuinen zijn ideale groeiplekken voor wilde planten: de grond wordt regelmatig losgemaakt, is voedselrijk en krijgt voldoende licht en water. Dat zijn precies de omstandigheden waar veel pioniersplanten van houden. Wat wij ‘onkruid’ noemen, zijn vaak soorten die snel kiemen en zich goed aanpassen.

ZEVENBLAD

(AEGOPODIUM PODAGRARIA)

Deze plant heeft misschien wel het slechtste imago onder tuiniers, terwijl zevenblad vroeger in kloostertuinen zelfs speciaal werd aangeplant. Tegenwoordig zijn we deze hardnekkige woekeraar liever kwijt dan rijk. Groeit hij toch in je tuin, oogst dan het jonge, malse blad. De smaak doet denken aan peterselie of selderij en past goed in soepen, stoofgerechten en pesto. Door regelmatig jonge blaadjes te oogsten, verzwak je de plant bovendien. In plaats van een probleem wordt zevenblad zo een vaste bladgroente in het voorjaar.

BRANDNETEL (URTICA DIOICA)

Brandnetel houdt vooral van stikstofrijke plekken en groeit graag langs randen en composthopen. Door zijn brandharen kun je je lelijk bezeren, maar die haren verdwijnen volledig na koken of blancheren. Jonge brandneteltoppen zijn rijk aan mineralen en vitaminen en kun je gebruiken als spinazievervanger of als basis voor soep en thee. Je kunt er ook prima pesto van maken. Brandnetel

is bovendien een belangrijke waardplant voor diverse vlindersoorten, dus haal niet alles weg.

PAARDENBLOEM (TARAXACUM OFFICINALE)

In landelijke streken in Frankrijk wordt volop paardenbloem gegeten. De bladeren worden gebleekt, net als witlof. Het blad wordt daardoor mals en smaakt minder bitter. Vervolgens kun je het stoven of rauw in een salade eten. Je kunt het blad ook ongebleekt gebruiken en de bloemblaadjes bijvoorbeeld als garnering. Paardenbloemen bloeien al vroeg en zijn belangrijke leveranciers van stuifmeel en nectar voor onder andere wilde bijen. Laat dus ook wat bloemen staan.

VOGELMUUR (STELLARIA MEDIA)

Een subtielere verschijning is vogelmuur. Deze laagblijvende plant vormt vaak dichte

DASLOOK KWEKEN

matten tussen jonge groenten, vooral in het voorjaar en bij vochtig weer. Vogelmuur heeft een zachte structuur en een frisse, milde smaak, waardoor hij uitstekend rauw gegeten kan worden. Hij is populair in salades, op brood of door smoothies. Omdat de plant snel groeit en bloeit, is regelmatig oogsten aan te raden.

MELGANZENVOET

(CHENOPODIUM ALBUM)

Melganzenvoet is een robuuste plant die sterk lijkt op quinoa, waar hij nauw aan verwant is. In moestuinen verschijnt hij vaak tussen aardappelen, bonen en maïs. De jonge bladeren en scheuten zijn eetbaar en kunnen worden bereid als spinazie. Ook de zaden zijn bruikbaar, al vraagt dat wat meer verwerking. Zoals bij meer bladgroenten bevat melganzenvoet oxaalzuur, dus het advies is om het blad met mate te eten.

Bij ons groeit daslook vooral in oude loofbossen en beekdalen en vormt daar complete tapijten. Het blad smaakt heerlijk naar knoflook en vooral in Duitsland wordt het in veel voorjaarsgerechten toegepast. In onze natuurgebieden geldt vaak een plukverbod voor daslook, dus je kunt deze ‘wilde’ plant beter zelf in je tuin kweken. Je plant de bolletjes van Allium ursinum in het najaar, waarna in het voorjaar het blad en de bloemen verschijnen. Na de bloei sterft het blad af, maar het volgende voorjaar komt de plant gewoon weer terug. Heb je ook lelietjes-van-dalen in je tuin? Pas dan goed op, want de planten lijken sterk op elkaar. Lelietje-van-dalen is giftig.

Zaai vlak voor je vakantie liever niets nieuws.

Jonge kiemplanten hebben veel aandacht nodig en zijn extra kwetsbaar voor uitdroging.

WATER GEVEN EN VAKANTIESTRESS

Wat doe je met je moestuin als je een paar dagen of weken weg bent? Niets is zo zonde als verdroogde planten, doorgeschoten sla en door onkruid overwoekerde bedden. Met een goede voorbereiding kun je met een gerust hart op reis en kom je terug in een tuin die er nog steeds gezond bij ligt.

BEELD: SHUTTERSTOCK

De voorbereiding begint al een week voordat je vertrekt. Kijk kritisch naar wat er in je tuin staat. Oogst rijpe groenten en kruiden vlak voor vertrek.

Sla kan doorschieten, dus oogst dit zoveel mogelijk. Bonen, courgettes en tomaten kun je beter niet laten hangen als ze oogstrijp zijn. Ze remmen de groei van nieuwe vruchten en kunnen ziek worden of doorschieten. Door vooraf te oogsten, ontlast je de planten en verklein je de kans op problemen tijdens je afwezigheid.

LAAT DE BOEL NIET VERDROGEN!

Water is de grootste zorg in de zomer. Een paar droge dagen kunnen al funest zijn, vooral voor planten in potten of verhoogde bakken. Geef ze vlak voor vertrek een flinke gietbeurt. Liever één keer goed dan meerdere keren oppervlakkig: zo stimuleer je je planten om dieper te wortelen. Mulchen is een van de beste maatregelen tegen uitdroging. Bedek de bodem rondom je planten met stro, grasmaaisel, bladeren of houtsnippers. Mulch houdt vocht vast, beschermt de bodem tegen felle zon en remt onkruidgroei.

Heb je potplanten? Zet ze dicht bij elkaar, eventueel op een plek met meer schaduw. Zo verdampt er minder water en beschermen de planten elkaar tegen de hitte.

WANNEER JE LANGER WEGBLIJFT

Als je langer dan een week weg bent, is extra hulp geen overbodige luxe. De eenvoudigste oplossing is een buur, familielid of vriend vragen om af en toe water te geven. Maak het ze zo makkelijk mogelijk: zet gieters klaar, markeer kwetsbare planten en leg eventueel een kort lijstje neer met instructies.

Heb je niemand die kan helpen, dan kun je bijvoorbeeld olla’s ingraven. Een olla is een pot van aardewerk waar je water in giet. Omdat de wand poreus is, sijpelt het water langzaam de bodem in. Een ingegraven petfles met kleine gaatjes in de dop werkt op een soortgelijke manier. Je kunt ook een automatisch watergeefsysteem aanschaffen, zoals een druppelslang die met een timer is bevestigd aan de buitenkraan. Test het systeem wel zorgvuldig voordat je op vakantie gaat.

SNOEIEN EN ONDERSTEUNEN

Snoei planten lichtjes terug. Verwijder ziek of beschadigd blad en leid rankende planten zoals komkommer en pompoen langs rekken of stokken. Zo voorkom je dat ze omwaaien of breken bij een zomerse storm. Bind tomaten extra goed op en controleer of stokken stevig in de grond staan. Een plant die omvalt terwijl je weg bent, herstelt vaak niet meer.

KNIP ALLE BLOEMEN AF

Heb je een pluktuin met dahlia’s en eenjarigen? Knip ze voor je vertrek een stukje terug. Je knipt dan wel alle bloemen eraf, maar na je vakantie hebben de planten weer nieuwe bloemen gevormd en staan ze er weer fris bij. Dit kun je ook doen met bloeiende terrasplanten zoals pelargoniums.

BESCHERM TEGEN EXTREME ZON

Bij aanhoudende hitte kunnen zelfs gezonde planten verbranden. Overweeg om tijdelijk wat schaduw te creëren met vliesdoek, een oud laken of schaduwdoek, vooral boven bladgroenten en jonge planten. Span het doek zo, dat er nog voldoende lucht kan circuleren.

In kassen is hitte een extra risico. Zorg voor goede ventilatie: laat ramen of deuren open en plaats eventueel een automatische raamopener. Geef de kasplanten extra water en mulch ook hier de bodem.

DENK OOK AAN DE BODEM

Een levende, gezonde bodem kan veel beter omgaan met stress. Door compost toe te voegen en niet op kale grond te telen, help je de bodem om vocht vast te houden. Hoe beter de bodemstructuur, hoe minder afhankelijk je tuin is van dagelijks water geven.

Van sommige slasoorten zoals pluksla, van snijbiet en van palmkool oogst je steeds de buitenste bladeren. De groente blijft doorgroeien, zodat je lang van één plant kunt oogsten.

KAN IK DIT AL OOGSTEN?

Na maanden van wieden en verzorgen, lijkt je gewas oogstklaar, maar is dat ook zo? Hoe zie je eigenlijk of je de kolen van het land mag halen, of de pompoenen al rijp zijn en of de spinazie geplukt kan worden?

BEELD: SHUTTERSTOCK

Zaadzakjes en moestuinkalenders geven vaak een indicatie: ‘oogst na 8 tot 10 weken’. Dat is handig als richtlijn, maar de werkelijkheid is grilliger. Weer, bodem, water en voeding hebben grote invloed op de groei.

Twee planten die op dezelfde dag zijn gezaaid, kunnen weken verschillen in oogsttijd.

WAAR MOET JE OP LETTEN?

De juiste grootte

Bij sommige gewassen zegt grootte iets over het juiste oogstmoment. Zo zijn courgettes veel smakelijker als je ze klein oogst. Ook sla en radijs zijn lekkerder als je ze jong oogst.

Let op kleur

Kleurverandering is een duidelijk signaal van rijping. Bladgroenten krijgen een diepere kleur, vruchtgewassen kleuren volledig door en bonen horen frisgroen te zijn. Vale of gele tinten wijzen vaak op overrijpheid of stress. Behalve wanneer een gewas geel hoort te zijn natuurlijk, zoals bij gele courgettes.

Check de structuur

Een oogstklaar gewas voelt stevig aan, maar is niet hard. Het is sappig, maar niet slap. Bij twijfel kun je voorzichtig knijpen of buigen. Bij vruchten kun je proeven en appels kun je eventueel doorsnijden. Zijn de pitjes bruin gekleurd, dan is de appel rijp.

Groeifase van de plant

Bij bladgewassen en kruiden geldt meestal: oogst vóór de bloei. Zodra een plant doorschiet en bloemen vormt, verandert de smaak. De energie gaat naar zaad, niet meer naar blad of malsheid.

MOMENT VAN DE DAG

Het is ook belangrijk om het juiste moment van de dag te kiezen om te oogsten. Meestal is de ochtend het meest geschikt. Bladgroenten bevatten dan meer vocht en blijven langer vers. Dat geldt ook voor zachte kruiden en voor snijbloemen. Vermijd het heetste moment van de dag, omdat je oogst dan minder goed houdbaar is. Oogst het liefst bij droog weer.

ONDER DE GROND

Bevindt de oogst zich onder de grond, dan is het lastiger om te bepalen wat het juiste oogstmoment is.

Aardappel

Bewaaraardappelen en late aardappelen kun je oogsten als het loof is afgestorven. Wacht daarna nog ongeveer twee weken, zodat de schil kan uitharden. Vroege aardappelen oogst je als het loof nog groen is. Deze aardappelen eet je meteen op.

Uien

Een ui is oogstklaar als het loof omvalt, het groen vergeelt en verdroogt en de hals van de ui zacht wordt. Laat uien goed drogen voordat je ze opslaat.

Wortelen

Bij wortelen is het lastiger om te zien wanneer ze oogstklaar zijn. Soms gaan ze ‘schouderen’: dan steekt er een stukje wortel boven de grond uit. Denk je dat je wortelen klaar zijn om te oogsten, test er dan eentje. Is deze goed op kleur en smaakt de wortel goed, dan kun je oogsten. Het loof moet nog fris en stevig ogen.

Knoflook

Het juiste moment van oogsten is cruciaal bij knoflook. Oogst je te vroeg, dan zijn de bollen klein. Oogst je te laat, dan vallen de tenen uiteen en zijn ze slecht te bewaren. Het juiste moment is wanneer ongeveer twee derde van het loof is vergeeld, de onderste bladeren zijn afgestorven en de bovenste bladeren nog groen zijn. Prei

Deze groente is niet gebonden aan één oogstmoment, maar kan maanden in de grond blijven. Je oogst prei wanneer je de stengel groot genoeg vindt voor gebruik. Herfst- en winterprei zijn zelfs bestand tegen vorst.

Pastinaak

Pastinaak kun je in de herfst in één keer oogsten en vervolgens koel en vochtig opslaan (bijvoorbeeld in zand). Je kunt ze ook in de grond laten zitten en oogsten naar behoefte. Ze smaken zelfs zoeter als de vorst eroverheen is gegaan.

VOOR EEN GROTE OPBRENGST FRUIT SNOEIEN

Wat is er heerlijker dan frambozen, bramen of aalbessen rechtstreeks van de struik? Of een sappige appel, die je net van de boom hebt geplukt?

Vooral kleinfruit is in de winkel vaak prijzig, terwijl het relatief eenvoudig te kweken is, mits je weet hoe en wanneer je moet snoeien. Goed snoeien is de sleutel tot een gezonde plant en een rijke oogst.

DECEMBER

TIJD OM TE PLANNEN

De dagen zijn nu echt kort en we worden vaak volledig opgeslokt door de voorbereidingen voor de feestdagen. Gebruik deze periode om te reflecteren op het voorbije jaar en plannen te maken voor het komende moestuinseizoen.

BEELD: SHUTTERSTOCK

Zaaien in December

BINNEN ZAAIEN

Æ Kiemgroenten op de vensterbank

BUITEN POTEN

(bij vorstvrij weer)

Æ Bloembollen (voorjaarsbloeiers)

Æ Knoflook

PLANNEN VOOR HET VOLGENDE MOESTUINJAAR

Dit is de ideale tijd om het volgende seizoen te plannen. Maak een moestuinplan om de teeltrotatie te bepalen, wat bodemziekten en -moeheid helpt voorkomen. Inventariseer de zaden die je nog hebt en let op de houdbaarheid; zaden van bijvoorbeeld tomaat zijn 5-6 jaar goed, maar prei slechts 1-2 jaar. Dit is ook het moment om te evalueren wat goed ging en wat fout, zodat je volgend jaar de missers kunt corrigeren. Kies een aantal basisgewassen die je graag eet en experimenteer met een paar nieuwe rassen.

WINTERHARDE GROENTEN

OOGSTEN NA DE VORST

In december is er nog oogst van winterharde gewassen zoals pastinaak en winterwortel. Het is wel belangrijk om winterwortel voor strenge vorst te oogsten. Groenten als boerenkool en spruitjes zijn na de vorst juist lekkerder. Dit komt doordat de kou het zetmeel in de kolen omzet in suikers. Je kunt deze oogsten zolang de grond niet bevroren is.

WATER EN VORST

Tijdens de koude wintermaanden is het belangrijk om wateropvangsystemen en tuinslangen te controleren. Door vorst zet water uit, waardoor regentonnen en waterleidingen kunnen barsten of lekken. Daarom moet je de regentonnen en de tuinslang legen en de buitenkraan afkoppelen zodra strenge vorst wordt voorspeld. Je kunt de tonnen na de vorst weer aansluiten. Laat ook alle gieters leeglopen.

FRUITBOMEN SNOEIEN

TIJDENS DE RUST

Oudere appel- en perenbomen kunnen vanaf december tot maart gesnoeid worden, wanneer de boom in rust is. Kies hiervoor een vorstvrije dag uit. Dit onderhoudswerk helpt om de boom luchtig en vitaal te houden. Steenvruchtbomen, zoals kers en pruim, snoei je nu niet.

HELP DE VOGELS

In december kan het al vriezen. Vogeltjes zoals het koolmeesje kunnen tijdens een koude nacht wel 15 procent van hun lichaamsgewicht verliezen. Met deze tips help je de vogels de winter door:

• Begin alleen met voeren als het echt koud wordt en blijf dit dan consequent doen.

• Geef vooral energierijk voedsel zoals zaden en ongezouten pinda’s.

• Koop vetbollen zonder netje en plaats ze in een houdertje.

• Zorg voor variatie zodat verschillende vogelsoorten worden geholpen.

• Geef nooit brood, melk, zout of gekruid eten, want dit is schadelijk voor vogels.

• Leg geen grote hoeveelheden voer neer die kunnen bederven of beschimmelen.

• Houd voederplaatsen schoon om ziektes te voorkomen.

• Zet voer op meerdere plekken zodat vogels elkaar niet verdringen.

• Bied ook vers water aan om te drinken en te baden, zonder toevoegingen.

Bodemanalyse

December is een goed moment om een bodemanalyse uit te voeren om tekorten in de bodem te bepalen, zodat je in het voorjaar gericht kunt bemesten.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook