WIN EEN ELEKTRISCHE SNOEISCHAAR!
ZOMERBLOEI ROZEN
Van patio tot XL-paradijs
EEN BORDER VOL
OOK NIET
TE MISSEN
• ONTWERP VAN EEN
ZINTUIGENTUIN
• TUINMYSTERIES ONTRAFELD
• THEE UIT EIGEN TUIN
PURPLE POWER
Voor de bijen











Kijktuinen
6 Natuurtuin aan het Leusveld
42 Lilly's groen geluk
52 Tuin van de ontwerper
66 Op ontdekkingsreis bij Suzette
Plantenliefde
16 Nu te zien
58 Plant in de kijker: kamperfoelie
72 Plantportret: theeplanten
Inspiratie
14 Shoppen in stijl
22 Bordeaux
48 Bloemenborder met namen
64 Om precies te zijn
80 Groen talent
Praktisch
28 Tuinmysteries ontrafeld
32 Uitgediept: spoedcursus Latijn
38 Praktische tuintips
50 De pot die verdwijnt
En verder
4 Kom binnen
61 Groene uitjes
62 Snippers
78 Puzzel
82 Volgende keer/colofon
3X TUINSEIZOEN
VOOR
€ 21,95
Kijk op pagina 21
KOM BINNEN
Jezelf terugzien op deze pagina? Deel je mening, stel een tuinvraag of stuur je tuinfoto in via Facebook @tuinseizoen of Instagram @tuinseizoenmagazine.
BEELD: SHUTTERSTOCK, LILLY VAN DER FLAAS
Stelling v/d maand
Op onze socials delen we vaak prikkelende stellingen, waar we het zelf soms wel en soms niet mee eens zijn.
Een
vijver is noodzakelijk voor échte biodiversiteit in de tuin.
@de_snoepjestuin
Ik vind van wel, al is het maar een kleintje, het trekt zo veel extra leven. Ik zou wel de vissen eruit laten.
@marionvanhoogenhuizen
In mijn tuin/omgeving zeker wel. We wonen in de Maasduinen, vlak naast een beek. Alle insecten, kikkers en vogels uit het gebied komen ook graag in mijn tuin. Heb daarom een vijvertje aangelegd. Binnenkort komt er zelfs een grotere voor alle beestjes.
@kleinetuinen_nl
Niet zozeer een vijver, maar wel water… Dit brengt leven in de tuin! Wist je dat je helemaal niet veel ruimte nodig hebt voor water in je tuin? Met een minivijver geniet je bijvoorbeeld al snel van libellen, kikkers en salamanders. Vogels kunnen er drinken en badderen. En vergeet de waterplanten niet!

De favoriete kleur van bijen
Wist je dat bijen de wereld heel anders zien dan wij? De kleur rood zien ze niet, maar blauw, paars en ultraviolet zien ze juist uitstekend. Paarse en violetblauwe bloemen weerkaatsen veel UV-licht en zijn voor bijen daardoor extra opvallend. Ze zijn als een soort neonbord dat schreeuwt: hier is nectar! Het helpt ook dat paarse bloemen zoals lavendel, kattenkruid en sierui gemiddeld veel nectar produceren. Geel en wit doen het overigens ook goed. Wil je je tuin bijvriendelijker maken? Kies dan voor een mix van vooral blauw-paarse, maar ook gele en witte enkelvoudige bloemen. Zorg dat de nectar makkelijk bereikbaar is, want ook dát telt voor bijen mee.

MET LOSSE TEUGELS
Omringd door weiden, bosschages, zandpaden en oude eiken verwelkomt Machteld de natuur in haar tuin. De sfeer van het aangrenzend natuurgebied vormt al jarenlang de leidraad voor de plantenkeuze en inspireerde haar om ecologisch te gaan tuinieren.
TEKST: MARIEKE DE GEUS BEELD: SIETSKE DE VRIES

SHOPPEN IN DE STIJL VAN MACHTELD








5 11 1 10 8 3




1 POPPY FLOWERS Papaver-zadenmengsel, € 1,29, www.dehobbytuinder.nl 2 MARINEBLAUW Parasol, ø 270cm, exclusief voetstuk, met beschermhoes, € 199, www.parasols.nl 3 INSECTENMAGNEET Zaden van Ammi majus, € 1, www.zaadhandelvanderwal.nl
4 KNUS VOGELHUISJE Met raampje, 25 cm hoog, € 30,99, www.vogelhuisjes.nl 5 MOOIE KAS Vrijstaande Euro-Maxi, 2,36 x 3,09 m (maat en afwerking aanpasbaar), vanaf € 2.248, www.euroserre.com 6 KWEEK HET ZELF Kweektafel met bakjes, drielaags, 99 x 40 x 100cm, € 125, www.warentuin.nl 7 STRAKKE BLOEMENBOOG Van zwart sparrenhout, vanaf € 1.049, www.trendyard.nl 8 KLASSIEKE TUINSET Van acaciahout, 4 stoelen en 1 tafel, € 549, www.maximavida.com 9 KLASSIEKE GIETER Met goudkleurige details, 5 liter, € 69,90, www.manufactum.nl 10 VOOR MUURBLOEMPJES Houten klimrek, 100 x 200 cm, € 26,95, www.hornbach.nl 11 BLAUW ACCENT Echium vulgare in P9-pot, € 3,55, www.border.nl
EEN VLEUGJE
BORDEAUX
Diepe roodtinten en warme schakeringen: de bordeauxkleur doet het altijd goed in de tuin. Van bloeiende borders tot rijpende druiven, het palet doet denken aan de gelijknamige streek, maar vertaalt zich moeiteloos naar je eigen tuin.
TEKST: KRISTEL ENGELEN

RODE DRAAD
Heb je een tint die het hele seizoen als een rode draad door je border loopt? Laat deze kleur dan terugkomen in een meubelstuk of accessoire in je tuin; je zult zien dat ze elkaar versterken. De warme bloeitinten van Aquilegia vulgaris ‘Ruby Port’ en Rosa ‘Scharlachglut’ keren hier terug in de bordeauxrode poef. Grassen en schermbloemen zorgen voor lucht en beweging, terwijl de gelaagde beplanting insecten aantrekt.
Beeld: GAP Photos/Rob Whitworth
Ontwerp: Angus Thompson and Jane Brockbank

WARME NAZOMER
Dahlia ‘Mary Eveline’ heeft precies dat volle, rijpe kleuraccent dat doet denken aan een glas bordeaux. De open bloemvorm trekt insecten aan en geeft de plant een natuurlijke uitstraling. Door de losse groei laat hij zich goed combineren met siergrassen en andere nazomerbloeiers. Beeld: GAP Photos/Pernilla Bergdahll

SPOEDCURSUS (PLANTEN) LATIJN
Plantennamen kunnen er best ingewikkeld uitzien, maar zodra je begrijpt hoe ze zijn opgebouwd, valt het eigenlijk wel mee. En met een klein beetje basiskennis van Latijnse woorden wordt het al een stuk inzichtelijker.
Duik mee in de naamgeving van planten.
TEKST: MARIEKE DE GEUS BEELD: SHUTTERSTOCK
Misschien heb je wel eens achter een plantnaam officinalis zien staan, bijvoorbeeld bij echte valeriaan. Officinalis komt van het Latijnse woord officium en betekent werkplaats of apotheek. Staat er officinalis achter een plantnaam, dan heb je te maken met een geneeskrachtige plant, zoals Rosmarinus officinalis, Salvia officinalis of Valeriana officinalis. Zo bestaan er verschillende aanwijzingen of soortnamen die aangeven met wat voor type plant je te maken hebt. Wist je bijvoorbeeld dat odoratus geurend betekent? En mollis geeft aan dat een plant zacht aanvoelt, terwijl hyemalis staat voor winterbloeiend.
EENDUIDIG
Latijnse plantennamen worden wetenschappelijke of botanische namen genoemd en zijn wereldwijd hetzelfde. Handig, want zo weten botanici, kwekers en tuiniers overal ter wereld over welke plant het gaat. Zoals Bellis perennis, die bij ons madeliefje heet en in Engeland daisy, maar in Duitsland als gänseblümchen door het leven gaat. Om die reden gebruiken doorgewinterde plantliefhebbers en professionals bijna altijd de wetenschappelijke naam; het voorkomt gewoon verwarring. Sterker nog, als je aan een kweker de Nederlandse naam van een plantje vraagt, zie je hem of haar dikwijls hard nadenken, omdat het gebruik van de Latijnse namen zo ingesleten is geraakt.
DE EERSTE NAMEN
Het geven van namen aan planten wordt al eeuwenlang gedaan, dit gaat terug tot zo’n vier eeuwen voor Christus. Destijds gebeurde dit door planten met dezelfde eigenschappen te groeperen en te beschrijven met uitgebreide Latijnse namen, ook wel polynomialen genoemd. Het waren meer beschrijvende zinnen dan namen, want allerlei kenmerken zoals de vorm van de bladeren, stengels en bloemen werden erin beschreven. Deze namen waren niet eenduidig omdat botanici zelfgekozen namen hanteerden, met als resultaat dat er verschillende namen konden bestaan voor dezelfde plant. Dat dit nogal verwarrende situaties opleverde, behoeft geen uitleg.
CARL LINNAEUS
Er kwam meer duidelijkheid toen de Zweedse arts en botanicus Carl Linnaeus in de achttiende eeuw het binomiale systeem bedacht om planten te benoemen. Hij publiceerde in 1753 zijn boek Soorten der Planten, waarin elke plant een unieke combinatie van twee namen kreeg, namelijk een geslachtsnaam (genus) en soortaanduiding (epitheton). De geslachtsnaam staat vooraan en wordt altijd met een



GROEN GELUK
Voor TuinSeizoen-lezer Lilly van der Flaas is tuinieren niet zomaar een hobby. De liefde voor groen en het werken met de aarde is iets wat van generatie op generatie is doorgegeven. Ze herinnert zich hoe ze als klein meisje met haar tenen in de aarde van de tuin van haar oma stond. Inmiddels is het haar lust en haar leven: “Het voelt als een levend kunstwerkje.”


DE POT DIE VERDWIJNT
Ieder jaar belanden er in het Verenigd Koninkrijk meer dan vijfhonderd miljoen plastic plantenpotjes op de vuilnisbelt. Tegelijkertijd wordt er jaarlijks enorm veel schapenwol verbrand omdat er geen bestemming voor is. Graham Hull zag daarin een kans en maakte van die twee problemen één oplossing: Wool Pots.
TEKST: TESS MUTSTERS
Het begon met een gesprek op een boerderij. Graham had vrienden met schapen en die vertelden hem iets wat hem niet losliet: een schaap scheren kost een boer anderhalve pond, terwijl ze voor de wol slechts vijftig pence terugkrijgen. Verliesgevend dus, bij elk dier. En de wol? Die stapelde zich op in het veld en werd uiteindelijk verbrand. Tegelijkertijd las Graham een artikel over het enorme plasticprobleem in de tuinwereld. Meer dan vijfhonderd miljoen plastic plantenpotjes worden er jaarlijks weggegooid in het Verenigd Koninkrijk alleen al, en het duurt zo'n vierhonderdvijftig jaar om plastic af te breken. Dan is het ook nog niet echt weg, want dan valt het uiteindelijk uiteen in microplastics die in de bodem en het water terechtkomen.
Graham: “Ik dacht: er moet toch een manier zijn om die wol te gebruiken voor plantenpotten?” Na een periode van onderzoek en ontwikkeling was Wool Pots geboren: een biologisch afbreekbare plantenpot, gemaakt van honderd procent Britse wol die anders verloren zou gaan.
BETER VOOR DE PLANT, BETER VOOR DE TUIN
Wool Pots zien er misschien eenvoudig uit, maar de voordelen voor de plant zijn groter dan je op het eerste gezicht zou verwachten. Het Eden Project, een botanisch project in Engeland, deed er onderzoek naar en vergeleek Wool Pots met alle andere soorten potten op de markt. Wat bleek? Wollen potten laten meer zuurstof door naar de wortels, wat zorgt voor een sterkere wortelgroei en daarmee voor een gezondere, stevigere plant. Bovendien houden ze vocht beter vast, waardoor je twintig tot dertig procent minder water nodig hebt dan bij plastic potten. Ook praktisch heeft de pot een handige eigenschap: wol is van nature een afweermiddel tegen slakken en naaktslakken. Bij het uitplanten laat je de bovenrand van de pot iets boven de grond uitsteken. De wol houdt ongewenst bezoek op afstand, zonder dat je naar bestrijdingsmiddelen hoeft te grijpen.
GEWOON DE GROND IN
Het mooiste aan Wool Pots is misschien wel de manier waarop je ze gebruikt. Je plant de hele pot gewoon de grond in. Geen wortels loswrikken, geen verstoring


Tom.
van de kluiten, geen stressvol verpotten. De pot breekt in de bodem vanzelf af en voegt daarbij nog voedingsstoffen toe aan de grond ook. “Zorg dat er voldoende ruimte tussen de potten zit als je ze gebruikt voor het opkweken. Wortels zijn sociaal ingesteld en gaan graag op bezoek bij de buren als de potjes lekker tegen elkaar aan staan. Dat is natuurlijk iets dat je liever voorkomt als je de planten straks apart wilt uitplanten”, geeft Graham nog als tip. Welk gewas er het beste in gedijt? “Eigenlijk alles wel”, zegt Graham. Hij kweekte er zelf zelfs avocado’s in op, gestart met een pit van een keukenavocado. Zijn diepere motivatie ligt overigens een stuk dichter bij huis dan een avocadoplant. “Ik kweek het liefst dingen die ik ook op kan eten. Mijn vrouw en zoon zijn allebei geweldige koks en ik ben heel gelukkig als ik dingen kan kweken waar zij vervolgens iets moois mee maken. Probeer het gewoon uit en kijk wat voor jou werkt.”
WOL DIE ANDERS VERBRAND
ZOU WORDEN
Alle wol die Wool Pots gebruikt, is afkomstig van Britse boeren en zou anders geen bestemming vinden. “We steunen onze boeren graag en zijn blij dat we wol kunnen gebruiken die anderen niet willen hebben”, zegt Graham. Het gaat om zogenaamde ‘ongeliefde’ wol. Die is te grof, te ruw of simpelweg niet in trek bij de textielindustrie. Voor een plantenpot maakt dat niets uit. “De plant heeft er geen mening over”, zegt Graham. De potten worden geproduceerd in Portugal, waar de infrastructuur en vakkennis voor dit soort wolverwerking aanwezig is. Het resultaat is een product dat op elk punt
Geen wortels loswrikken, geen verstoring van de kluiten, geen stressvol verpotten.
het tegenovergestelde is van plastic. Het gebruikt restmateriaal, het breekt volledig af, het voedt de bodem en het vraagt minder water. Voor de moestuinier die bewust bezig is met wat er in én om de tuin gebeurt, is dat een combinatie die moeilijk te negeren valt.
Check de website!
Ben je nieuwsgierig geworden naar Wool Pots? Neem dan eens een kijkje op de website www.wool-pots.eu/nl. Ook met vragen kun je altijd bij Graham terecht. “Stuur een mail naar info@wool-pots.eu, we vinden het leuk om met je in gesprek te gaan!”, zegt hij.
Zwoel in de schemer
Tussen frisgroen blad ontvouwen zich sierlijke bloemblaadjes die zacht verkleuren van roomwit naar warmgeel of zachtroze. Kamperfoelie (Lonicera) groeit niet in stilte: hij slingert omhoog, zoekt houvast en vult de tuin met een kenmerkend, zoet parfum dat vooral in de avonduren intenser wordt.
TEKST: ISA BEELEN BEELD: SHUTTERSTOCK
Familie van?
Kamperfoelie behoort tot de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae), een geslacht van klimplanten en struiken met zo’n 180 soorten wereldwijd. Bekende soorten zijn beemdkroon, echte valeriaan en duifkruid. De bekendste kamperfoelie is Lonicera periclymenum, ook wel wilde kamperfoelie genoemd, die in grote delen van Europa van nature voorkomt.
In het wild
In het wild groeit deze plant vaak langs bosranden en struikgewas, waar hij zich met zijn slingerende stengels om andere planten of steunconstructies wikkelt. De plant hecht zich niet met zuignappen, maar klimt door zijn stengels te draaien; een elegante manier om hoogte te winnen. Veel soorten verliezen ’s winters hun blad, maar sommige klimmende varianten houden langer blad vast. Onder gunstige omstandigheden kan kamperfoelie metershoog worden en een kale schutting of pergola omtoveren tot een weelderig groen en geurend bladerdak.
Geurige bloei
Wat kamperfoelie zo geliefd maakt, is de uitgesproken geur. De bloei begint meestal in juni en kan, afhankelijk van de soort of cultivar, doorlopen tot in september. De bloemen verschijnen in paarse, roomwitte of geelachtige trosjes en hebben een buisvormige structuur met meeldraden die net uitsteken. De intens zoete geur bereikt zijn hoogtepunt tegen de avond, een slimme aanpassing om nachtvlinders en andere bestuivers te lokken. Na de bloei vormen zich kleine rode bessen, die voor vogels een delicatesse zijn, maar door mensen beter niet gegeten kunnen worden, want ze zijn licht giftig.
Groei met karakter
Kamperfoelie staat bekend om zijn krachtige groei. In vruchtbare, goed doorlatende grond kan hij flink uitlopen en met zijn ranken meters omhoog klimmen. De beste plek is met zijn wortels in de schaduw en de top in de zon. Tegen een pergola, hekwerk of klimrek komt hij het best tot zijn recht, maar let op: zonder begeleiding kan
hij andere planten overwoekeren. Regelmatig snoeien na de bloei of in het vroege voorjaar helpt om de plant jong en vitaal te houden. De plant stelt weinig eisen, maar humusrijke grond en voldoende vocht in droge perioden ondersteunen een rijkere bloei. Een mulchlaag helpt de wortels koeler en vochtig te houden.
Soorten en selecties
Binnen het geslacht Lonicera bestaan veel soorten en cultivars. Lonicera periclymenum is de inheemse soort met een natuurlijke uitstraling en sterke geur. Populaire cultivars zoals ‘Serotina’ hebben feller gekleurde bloemen die van roomwit naar dieprood kunnen verkleuren. Andere soorten, zoals Lonicera japonica, zijn bekend om hun snelle groei en zijn in sommige gebieden zelfs invasief. Er zijn ook compactere cultivars beschikbaar die minder woekeren, maar wel dezelfde geurige bloei bieden.
Symboliek en traditie
In verschillende culturen staat kamperfoelie symbool voor trouw, verbondenheid en bescherming, mogelijk dankzij de manier van groeien: altijd om iets heen kronkelend. In oude volksverhalen werd de plant soms bij de ingang van een woning geplant als teken van welkom en bescherming. In cottagetuinen en romantische borders is kamperfoelie al eeuwen een vaste waarde. Zijn natuurlijke, bijna nonchalante uitstraling past perfect in informele tuinen waar geur, beweging en sfeer belangrijker zijn dan strakke lijnen.
Wat
kamperfoelie zo geliefd maakt, is de
uitgesproken geur; een heerlijk zoet parfum.
Kamperfoelie (Lonicera)
Dankzij de zoete geur is kamperfoelie (Frans: chèvrefeuille) een geliefd ingrediënt in zeep en badproducten.
De geur is ’s avonds het sterkst, de plant trekt nachtvlinders aan voor bestuiving.
Sommige soorten kunnen tot wel zes meter hoog klimmen.

Kamperfoelie kan tientallen jaren oud worden op een geschikte standplaats.
IN DE SPOT LIGHT

THEEPLANTEN
Er gaat niets boven een kop geurige thee (of beter: tisane) van verse tuinplanten; de smaak is heel puur en fris. Je maakt het zelf van bladeren, bloemen, bessen en ander lekkers uit de tuin. Brouw een mengsel van één soort of maak je eigen theemengsel.

In de volksmond noemen we inmiddels elke warme drank die gemaakt is van planten ‘thee’, maar een aftreksel waar geen blaadjes van de echte theestruik (Camellia sinensis) in zitten, mag eigenlijk niet zo genoemd worden. Je kunt het dan kruidenthee noemen, maar een veel mooier woord is tisane. Deze benaming geeft aan dat het om een aftreksel van kruiden in water gaat. Er zijn verrassend veel planten waarvan je een aangename kruidenthee kunt trekken. Er is volop variatie in smaken, geuren en kleuren. En het leuke is: deze planten groeien vaak gewoon in de tuin.
OOGST UIT EIGEN TUIN
Pluk je uit eigen tuin, van planten die je zelf gezaaid of geplant hebt, dan kan de superverse oogst direct in theepot of theeglas. Vaak is er voor de thee slechts een deel van een plant nodig. Het oogsten kun je dan eigenlijk zien als het fatsoeneren van de plant; terugknippen is bij
‘De meeste soorten smaken al heerlijk van zichzelf, maar het proeven van combinaties maakt het spannend.’
veel soorten toch aan te raden om een compacte groei of rijke bloei te stimuleren. Knip altijd vlak boven een jong scheutje zodat de plant weer uitloopt. Snoeien doet groeien: je kunt dus al snel weer oogsten. Als je theeplanten gaat plukken, is het belangrijk dat je zeker weet wat je plukt. Oogst je van een benaamde plant van de kweker, dan is het duidelijk. Maar wil je een plant uit een wildebloemenweide oogsten, of een onbekende zaailing in de tuin, dan kan het misgaan. Het blad van de smeerwortel bijvoorbeeld lijkt best wel op het zeer giftige vingerhoedskruid. Schermbloemigen hebben veel dubbelgangers, waaronder ook giftige. Weet dus wat je plukt.
SMAKEN
De planten voor een tisane kies je uit vanwege de lekkere smaak en de aangename geur. De meeste soorten smaken al heerlijk van zichzelf, maar het proeven van combinaties maakt het spannend. Bij het maken van een kruidenmelange is het handig om de smaken goed op elkaar af te stemmen. Elke plant, en zelfs iedere variëteit, smaakt weer anders. Je kunt smaken in vier hoofdgroepen verdelen: • Zoet. De meeste bloemen smaken zoet vanwege de aanwezige nectar, maar er zijn ook zoete zaden zoals die van venkel en anijs, suikerhoudende vruchten zoals de aardbei en zoete bladeren van het honingkruid (Stevia).