Jezelf terugzien op deze pagina? Deel je mening, stel een tuinvraag of stuur je tuinfoto in via Facebook @tuinseizoen of Instagram @tuinseizoenmagazine.
Stelling v/d maand
Op onze socials delen we met regelmaat een prikkelende stelling, waar we het zelf ook echt niet altijd mee eens zijn...
‘Onkruid wieden is zinloos, het hoort bij een gezonde tuin.’
@ecologisch.tuinontwerper
Onkruid? Of ‘een plant op een onverwachte plek’? Ik laat het gewoon staan, alleen als het gaat woekeren en mijn vaste planten verdrukt, haal ik het weg. Onkruid kan ook heel mooi zijn!
@bloemenvanels
Hm, moeilijk… het hangt ervan af. Op de ene plek is onkruid welkom, op de andere plek moet het weg om andere planten een kans te geven.
@natuurlijk_ritme
Preventief de grond ‘schoon” houden vind ik op veel vlakken zonde. Soms gericht een bepaalde plant wat uitdunnen, draagt wel bij aan balans in je tuin. Ik laat zoveel mogelijk gewoon groeien. Zo kan ‘onkruid’ zelfs veranderen in een gewenste (inheemse) plant.
@planten_van_henk
Wat is onkruid? Voor mij planten die ik niet in de tuin wil hebben…
@Onzetuinperfecteimperfectie
Vroeger was onkruid wieden een regelmatige activiteit. Vandaag noem ik onkruid aanwaaiers en laat het groeien. Steeds een verrassing wat het wordt. Meestal zijn mijn aanwaaiers mooi en passen ze goed in de omgeving. Indien niet worden ze verwijderd.
@Hennie Verkerk
Voorkomen is beter dan genezen, en dat geldt helemaal voor onkruid.
Sneak peek
Het is geen geheim dat wij gek zijn op tuinen en we zetten er in ieder nummer graag een aantal in de spotlight. Ditmaal staat onze eigen freelance redacteur Linda van ’t Land in het zonnetje. Ben je benieuwd naar haar prachtige tuin en haar verhaal? Je vindt het artikel op pagina 66.
BEELD: SHUTTERSTOCK, @REMY_AND_MY_GARDEN_, LINDA VAN ‘T LAND
LENTEBOS IN BLOEI
In de kleine Hengelose stadstuin van Annie en Jo Pohlmann ontluikt eind maart een heus lentebos. Onder de bloeiende takken van zo’n tachtig verschillende kleine bomen en heesters weven zich kleurrijke tapijten aan elkaar van lentebolletjes en bijzondere vaste planten.
TEKST: MIRJAM ENZERINK BEELD: TRUI HEINHUIS
‘De overgang naar niet meer spitten kan best even lastig zijn.’
Mulchen doe je zó
• Hoe grover het materiaal, hoe dikker de mulchlaag mag zijn. De lucht moet er doorheen kunnen naar de grond.
• Belangrijk is dat de bodem helemaal bedekt is.
• Begin met een diversiteit aan organisch materiaal.
• Gebruik grasmaaisel maar ook oogstresten zoals bladeren van bijvoorbeeld kolen. Zorg ervoor dat gras geen dichte, compacte laag gaat vormen, laat het eventueel eerst even drogen.
voedingsstoffen als stikstof, fosfor, kalium, magnesium, calcium en zwavel voor planten. Het versterkt bovendien de bodemstructuur en verhoogt het vochthoudend vermogen. Een mix van compost en verse mulch is in mijn ogen ideaal, dan heb je een mooie voeding voor zowel je bodemleven als planten.”
TEELTBEDDEN MAKEN
Uitzondering voor het compostgebruik is, bij het opbouwen van nieuwe teeltbedden op bijvoorbeeld een grasmat. Anne Marie: “De overgang naar niet meer spitten kan best even lastig zijn. Je moet van het gras af en dit kun je doen door eenmalig onderspitten en daarna met rust laten of afdekken met dik karton, een methode die veel in de permacultuur wordt toegepast. Ook met karton verstoor je wel iets, de grond eronder krijgt tijdelijk minder zuurstof waardoor een deel van het bodemleven afsterft. En karton verteert niet als je er niets oplegt. Gebruik je een laag compost om het af te dekken, vermeng dit dan eerst met grond, zodat je minder compost nodig hebt, en dus minder voeding aanvoert. Uiteindelijk zal de oude grasmat onder het karton verteren, in het eerst jaar zorgt dat voor veel voeding. Groenbemesters zijn ideaal als tussenteelt, je knipt ze af en gebruikt ze direct als mulch. De wortels blijven in de grond zitten en
verteren uiteindelijk. Het bodemleven moet zich gaan opbouwen. Na verloop van tijd zal er een ecologisch evenwicht ontstaan en de biodiversiteit verbeteren. Om de bodem zo luchtig mogelijk te houden is het belangrijk om er niet meer op te lopen. Maak daarom de zaaien plantbedden niet te breed zodat je overal gemakkelijk bij kunt en leg duidelijke vaste paden aan. Met eenjarigen verstoor je de grond uiteraard meer dan met vaste planten, wanneer je alleen bovengronds oogst is dit minimaal. Ook rooigewassen zoals aardappelen of wortelen zitten nog altijd minder diep in de grond dan wanneer je zou spitten. Naarmate de grond verbetert en de bodemstructuur losser wordt, is het ook gemakkelijker om te oogsten.”
MEER AANDACHT VOOR HET BODEMLEVEN
Anne Marie merkt dat er de laatste jaren een opvallend toenemende belangstelling is voor het thema bodem verbeteren. “Vijftien jaar geleden begon ik lezingen te geven, de enige vraag die destijds vaak voorbijkwam was: ‘hoe weet ik of mijn grond wel of niet vervuild is?’
Als bleek dat de kust veilig was, ging men tevreden tuinieren. Inmiddels is de interesse helemaal omgeslagen en willen mensen alles weten over het bodemleven. Het is een maatschappelijke kentering, met name de permacultuur beweging heeft dit gestimuleerd.
Door Wageningse onderzoekers werd het programma ‘Onder het Maaiveld’ gestart dat mede door de gelijknamige film nog meer onder de aandacht kwam. In 2010 was er voor ons boek over het bodemleven geen publiek geweest, anno nu wel.”
Vanuit de landbouw is er ook steeds meer aandacht voor het herstellen en verbeteren van de bodem en het niet verdichten van de grond. Hierbij stuit men echter ook op onvermijdelijke, praktische bezwaren. “De suikerbieten bijvoorbeeld, die moeten er toch uit. Men ontkomt er niet aan om zware machines te gebruiken. Regeneratieve landbouw waarbij aandacht is voor herstel is fijn, maar ook ongrijpbaar. De een doet het biologisch of gaat nog een stap verder, maar niet iedereen gaat daar al in mee. Onze tuinen zijn maar kleine postzegeltjes ten opzichte van alle akkers, maar met alle tuinen samen kunnen we kleine stappen zetten in het zorgen voor de natuur.”
Levende mulch: bodembedekkers
Naast het gebruik van organisch materiaal zoals bladeren, stro of compost, winnen levende mulchlagen - ook wel dynamische bodembedekkers - terrein. Dit zijn lage, snelgroeiende planten die permanent tussen of onder de gewassen groeien. Ze vormen een levende bescherming van de bodem en bieden voordelen die een traditionele mulchlaag niet kan geven. Levende mulch voorkomt verdamping, houdt de bodem koel in de zomer en gaat erosie tegen, maar draagt ook actief bij aan de opbouw van vruchtbaarheid. De wortels houden de grond luchtig, voeden het bodemleven en stimuleren een rijk microbieel netwerk. Sommige soorten, zoals klavers of lupineachtigen, binden zelfs stikstof uit de lucht en maken die beschikbaar voor andere planten. Andere bodembedekkers onderdrukken onkruid of trekken bestuivers en natuurlijke vijanden van plagen aan (zoals kruiptijm en smeerwortel).
IN DE MOESTUIN
De moestuin schakelt in maart over van winterslaap naar activiteit. De bodem warmt langzaam op, de eerste zaden kunnen de grond in en veel gewassen kun je voorzaaien voor een vliegende start.
Vroeg zaaien in de vollegrond
Zodra de grond niet meer plakt aan je laarzen, kun je koudebestendige gewassen direct buiten zaaien, denk aan spinazie, raapsteel, winterpostelein, tuinbonen, radijs en rucola. Bekleed de bedden met vliesdoek om wind en kou te temperen; dat versnelt de kieming aanzienlijk. Voor tuinbonen kun je kiezen voor zaaien in potjes of bakjes, maar direct in de grond geeft vaak sterkere, minder kwetsbare planten.
Sla en bladgroen met optimale timing
Bladgewassen zoals kropsla, snijsla, krulsla en Aziatische bladkolen kun je in maart al perfect zaaien, maar alleen wanneer je strak timet en rekening houdt met de temperatuur. Sla kiemt het best bij 10-16 °C; bij te hoge temperaturen mislukt de kieming soms volledig. Zaai daarom buiten of in een koude bak, niet op de warme vensterbank. Zaai in rijtjes of plugtrays, want sla houdt niet van beschadigde wortels, verspenen gebeurt het liefst als er twee echte blaadjes te zien zijn. Door te zaaien in kleine porties, elke twee tot drie weken, voorkom je dat alles tegelijk geoogst moet worden. Aziatische bladgewassen (mizuna, paksoi, tatsoi) groeien razendsnel, maar schieten ook snel door bij temperatuurpieken. Zaaien in maart geeft stevige, compacte planten die minder stress ervaren dan zomerzaaisels.
Zaaien met precisie
Wortels, pastinaak en wortelpeterselie behoren tot de lastigere gewassen, juist omdat ze traag kiemen en gevoelig zijn voor bodemomstandigheden. Maart is een goede maand om te starten, mits de grond rul, luchtig en niet te nat is. Geef slechts enkel een beetje rijpe compost, maar werk nooit verse compost door het bed; dat veroorzaakt vertakking van de wortelgewassen. Maak ondiepe geultjes (0,5-1 cm diep) en zaai zo dun mogelijk. Meng het zaad desnoods met scherp zand om gelijkmatiger te zaaien. Druk de grond licht aan zodat er goed contact is, maar houd de structuur los. Wortels kiemen traag (14-21 dagen) en droogte in die fase betekent mislukking. Leg daarom een plank op de geultjes om vocht vast te houden en haal die weg zodra de eerste kiempuntjes zichtbaar zijn. Een vroege, gelijkmatige stand geeft je het hele seizoen door mooie, rechte wortels en voorkomt dat je moet uitdunnen, iets wat wortelvlieg aantrekt, want de geur werkt als een lokmiddel voor de wortelvlieg (Psila rosae).
Binnen / onder glas voorzaaien in maart
andijvie
bloemkool
artisjok
aubergine
boerenkool
broccoli
chilipeper
erwten (voorzaaien)
knolselderij
komkommer
paprika
radijs
basilicum
bonen (voorzaaien)
courgette
augurk
galiameloen
knolvenkel
koolraap
pastinaak
raapstelen
savooiekool
pluksla
snijbiet
tomaat
dille
kervel
koriander
kropsla
palmkool
paksoi
peterselie
rode biet
schorseneren
spinazie
tuinboon
winterpostelein
pompoen
rode kool
selderij
spitskool
venkel
winterprei
rucola
snijsla
spruiten
witte kool
winterwortelen
Vaste planten opschonen voor een frisse start
Nu de nieuwe scheuten tevoorschijn komen, is het tijd om vaste planten op te frissen. Oude stengels en bladresten vormen een natuurlijke bescherming, maar laten ook weinig licht door als ze te lang blijven liggen. Knip dorre stengels tot de basis terug en laat kleine stukjes staan voor insecten die er nog in schuilen. Werk langzaam en zorgvuldig: sommige planten, zoals Salvia’s en Penstemon, lopen vrij laat uit en lijken soms dood terwijl ze dat niet zijn. Hark vervolgens losjes door de border om het oppervlak te egaliseren en breng een dunne laag compost aan. De combinatie van licht, lucht en voeding zorgt dat de planten sneller en sterker groeien. Bovendien oogt de tuin direct frisser, precies wat je in maart nodig hebt om het seizoen energiek te starten.
Vaste planten vermeerderen
Maart is een uitstekend moment om vaste planten te delen, vooral soorten die snel groeien zoals asters, geraniums, daglelies, Nepeta en Helenium. Door te delen vernieuw je de planten, voorkom je dat ze openvallen en houd je de border in balans. Bovendien bespaar je kosten: uit één grote pol kun je gemakkelijk drie of vier sterke nieuwe planten maken. Zo ga je te werk: graaf de pol voorzichtig op, schud overtollige aarde los en verdeel de wortelkluit in meerdere stukken. Verwijder het oude, minder groeikrachtige middendeel en bewaar de jonge, frisse randen, die groeien het best. Plant de delen direct opnieuw en geef ruim water.
Mulchen met bladcompost
Door jaarlijks te mulchen, bouw je een duurzame, humusrijke bovenlaag op waar de hele tuin jarenlang van profiteert. Bladcompost is een van de meest waardevolle soorten mulch voor de siertuin en maart is hét moment om het uit te strooien. Het beschermt de bodem tegen uitdrogen, stimuleert het bodemleven en verbetert de structuur. Een laag van 3–5 cm volstaat voor de meeste borders. Rond schaduwminnende planten zoals Hosta’s, Epimedium, Tiarella en varens werkt bladcompost als een natuurlijke bosbodem waar deze soorten van nature op groeien. Let erop dat je de mulchlaag niet tegen de stengels van planten ophoopt; dat kan rotting veroorzaken.
OOK NIET VERGETEN
• Schrob paden en terrassen schoon van algen (want: glad!).
• Repareer schuttingen, pergola’s en steunpalen voordat alles uitloopt.
• Hang nestkastjes op een rustige plek, uit de wind en zon.
• Bemest het gazon en borders licht met organische mest.
• Controleer planten op slakkeneitjes en verwijder ze meteen.
• Zet steunen klaar voor vaste planten die snel hoog worden.
• Noteer lege plekken in de border, zaai een voorraadje in potten en bestel zomerbollen.
Helenium ‘Rubinzwerg’
ZAAIEN ZONDER ZORGEN
Jamie Walton is ecologisch tuinier en natuurbeschermer, online beter bekend als @nettlesandpetals. In zijn nieuwe boek Pompoenen & paardenbloemen laat hij zien hoe je zelf eenvoudig een duurzame en ecologische (moes)tuin kunt aanleggen. Aan TuinSeizoen geeft hij alvast wat zaaitips weg én zijn beste gewascombinaties.
BEELD EN TEKST: UIT POMPOENEN & PAARDENBLOEMEN
Een zaadje wil gewoon groeien! Dat was een openbaring voor mij toen ik mijn eigen planten begon te telen. Als moestuinier streef je naar optimale omstandigheden en goede groei, maar eigenlijk heb je niet meer nodig dan bodem, water en licht. Daarom vind ik teelthandleidingen vaak onnodig ingewikkeld en ik weet nog, toen ik begon, dat ik volledig overweldigd was door de enorme hoeveelheid informatie die er beschikbaar was.
DE BELANGRIJKSTE PRINCIPES
Toen ik voor het eerst begon met tuinieren, dacht ik dat ik alle vereisten moest kennen voor elk zaadje en elke plant die ik wilde
kweken, en dat ik de perfecte bodemomstandigheden moest creëren voordat ik een fatsoenlijke oogst kon verwachten. Inmiddels weet ik echter dat je de meeste zaadjes op dezelfde manier kunt zaaien, verzorgen en planten. Met de no-dig methode kun je de meeste grondsoorten snel verbeteren, waardoor bijna alle planten goed kunnen groeien. Natuurlijk zijn er een paar uitzonderingen. Dus als je eenmaal een klein aantal principes en praktijken begrijpt, zoals wat algemene zaai- en planttechnieken en de juiste manier van water geven, creëer je met succes een mooie en overvloedige tuin, waarbij je gaandeweg de nuances leert. Deze belangrijke praktijken en principes lees je op de volgende pagina.
Van dichtbij ervaren? De bijbehorende b&b is boekbaar, zoek naar Gardenguesthouse Oostkapelle op www.bedandbreakfast.nl
1
12 11
Zeeuwse lenteromance
In de lentetuin van Thea van Maldegem in Oostkapelle vormt een metalen tuinset een sierlijk rustpunt tussen weelderige voorjaarsborders. Spaanse boshyacinten, narcissen, tulpen en jonge pioenscheuten kleuren het terras, aangevuld met Helleborus, judaspenning en het frisse groen van wolfsmelk. Een intiem hoekje waar de Zeeuwse lente zich van haar meest charmante kant laat zien.
TEKST: KRISTEL ENGELEN BEELD: GAP PHOTOS/ROBERT MABIC ONTWERP: THEA MALDEGEM
Heinhuis dompelt zich onder in de pioenen in tuin De Prunushof.
4 SEIZOENEN MOOI
Linda van ’t Land is geen onbekende voor ons: normaal gesproken is zíj degene die voor TuinSeizoen de mooiste tuinverhalen bij anderen lospeutert. Onlangs stuurde ze wat foto’s van haar eigen tuin met de vraag: ‘Zou het wat zijn voor TuinSeizoen?’ Nou en óf! Tuinieren was eerder niet haar grootste hobby, maar op deze plek, tussen de uiterwaarden van de IJssel en de Veluwe, is het vanzelf gegroeid. “Je kunt niet anders als je zó woont.”
TEKST: KRISTEL ENGELEN BEELD: LINDA VAN ’T LAND
Wanneer je bij Linda van ’t Land het onverharde pad oprijdt - een hobbelige strook van 850 meter tussen de weilanden door - ontvouwt zich langzaam het uitzicht dat haar man Werner en haarzelf vijf jaar geleden direct betoverde: een boerderij aan de rand van de Veluwe, omringd door bijna 1 hectare tuin, weiland en lucht. “Ik loop met bezoek altijd meteen door naar achteren, de tuin in”, lacht Linda. “Het huis is prachtig hoor, maar dit… deze ruimte, die stilte… dát is voor mij het echte thuis.”
LANDELIJK WONEN,
EINDELIJK RUST
Linda en haar man woonden eerder in Soesterberg, maar verlangden naar meer ruimte én stilte. “Ik werk voor mezelf vanuit huis en had last van drukke buren. Wij hebben zelf geen kinderen en wilden geen muren meer delen, geen trampolines tegen de schutting, maar gewoon rust.”
Toen corona uitbrak en thuiswerken de norm werd, viel alles op zijn plek. De verhuizing bleek perfect getimed. “Nu werkt mijn man nog maar één dag per week op kantoor in Utrecht. Achteraf gezien hadden we dus eigenlijk overal kunnen wonen, maar dat wisten we toen nog niet. Nauwelijks hoeven reizen voor je werk maakt wonen op zo’n afgelegen plek juist heerlijk.”
BLOEIENDE TUINKAMERS EN VERGEZICHTEN
De structuur was in de oorspronkelijke tuin al aanwezig, met strakke beukenhagen die
de ruimte verdelen. Linda twijfelde destijds of die moesten blijven. “Ik vond het eerst wat saai en formeel, maar buren vertelden dat het hier ontzettend kan waaien. De hagen vormen onmisbare windbrekers.”
Nu bepalen ze de zichtlijnen: vanuit het huis kijk je overal over de borders heen naar het open landschap. “Het is de kunst om beschutte plekjes te hebben, maar toch dat eindeloze uitzicht te behouden.”
Voor de beplanting nam Linda een hovenier in de arm, die vrijwel ieder voorjaar
een dag terugkomt voor de grote klussen. Een voorwaarde was dat er bloemen in moesten, veel bloemen. Kleuren mochten knallen en zelfs de kleur geel mocht erin. “Ik geloof dat het in TuinSeizoen was, dat ik iets las over de kracht van de kleur geel. Voorheen koos ik graag voor een palet van roze, paars en wit, maar deze hovenier overtuigde me van Rudbeckia. Daar ben ik nu heel blij mee: dat geel in combinatie met het donkere hart, het geeft zó’n gloed aan de border, zelfs op sombere dagen.”
Trui
Ook kattenkruid en siergrassen doen het prima in haar tuin. Verbena bonariensis zaait zich naar hartenlust uit en mag grotendeels blijven staan. “Hij weeft zo mooi tussen andere planten door. Dat speelse en beetje rommelige past bij deze plek.”
VOEDZAAM MAAR DRASSIG
Naast de vasteplantenborders koos Linda bewust voor groepen grotere struiken zoals hortensia’s (vooral ‘Annabelle’) en Viburnums. “Met bijna een hectare tuin kun je niet élke meter intensief onderhouden. Grote struiken geven structuur en houden de bodem bedekt. Minder kale plekken betekent namelijk minder gras en onkruid in de borders.”
En dat laatste is wel een grote pre, want wilde grassen gedijen (iets te) goed in haar tuin. Ze komen uit de omliggende weilanden aanwaaien, maar Linda twijfelt of er misschien ook ongewenste zaden meekomen met de jaarlijkse lading compost. “Elk jaar strooien we 1 tot 1,5 kuub compost uit over
‘Rudbeckia geeft zó’n gloed aan de border, zelfs op sombere dagen.’
de borders. Het houdt de structuur luchtig.” De compost is wel nodig, want Linda’s grond is een bijzondere mix: zand vanuit de Veluwe en klei vanaf de IJssel. Dat maakt de bodem voedzaam, maar ook drassig, vooral in natte winters. “Je loopt hier regelmatig in je regenlaarzen naar de brievenbus,” zegt ze. “En planten zoals lavendel of rode zonnehoed doen het een paar jaar goed maar verdwijnen daarna.” Daar tegenover staat dat de bodem rijk, voedzaam en kruimelig is. En het vochthoudende aspect zorgt ervoor dat Linda in de zomer nauwelijks hoeft te sproeien. “Alleen de potten krijgen water. De borders redden zichzelf.”
ELKE DAG EEN FRISSE DUIK
Waar vroeger een moestuin lag, schittert nu Linda’s favoriete onderdeel van het hele terrein: een grote zwemvijver met helofytenfilter. “Het was altijd al mijn droom om in eigen tuin te kunnen zwemmen en we
Linda van ’t Land
Primula obconica ‘Appleblossom’
Primula vialii en Primula × pubescens ‘Harlow Car’
Primula ‘Francisca’
DE MOOISTE SLEUTELBLOEMEN
1 PRIMULA-HYBRIDEN - SLEUTELBLOEM
Lage sleutelbloemen in de mooiste kleuren, zoals ‘Francisca’ (groengeel), ‘Guinevere’ (lichtroze), ‘Marie Crousse’ (gevuld, paars), ‘Wanda’ (felpaars), ‘Sneeuwwitje’ (wit) en ‘Miss Indigo’ (donkerviolet, gevuld).
BLOEI MAART-MEI, HOOGTE 15 CM
2 PRIMULA BEESIANA - ETAGEPRIMULA, CHINESE SLEUTELBLOEM
De felroze bloemen zitten in kransen rondom de stengels, ze geuren verfijnd. Het smalle blad staat in een rozet. Liefst iets vochtige grond.
BLOEI JUNI-JULI, HOOGTE 50-60 CM
3 PRIMULA ELATIOR - SLANKE SLEUTELBLOEM
Een sierlijke inheemse plant met lichtgele bloemen. Voor vochtige grond. Van deze wilde soort zijn diverse grootbloemige tuinvormen verkrijgbaar, vaak in bonte mengsels en geschikt als eenjarige perkplant.
BLOEI MAART-APRIL, HOOGTE 15-25 CM
4 PRIMULA FLORINDAE - MOERASPRIMULA
Een hoge zomerbloeier uit Tibet met groot blad in rozetten. De zoet geurende bloemen zijn klokvormig en hangen boven aan stevige stengels. Ze zijn lichtgeel van kleur, er zijn ook rood bloeiende vormen.
BLOEI JUNI-JULI, HOOGTE 50-60 CM
5 PRIMULA JAPONICA - JAPANSE SLEUTELBLOEM
Een sterke soort met lichtgroen blad in volle rozetten. De roze bloemen zitten in kransen rond dikke stelen. ‘Apple Blossom’ bloeit zachtroze, ‘Harlow Carr Hybrids’ is een mengsel in roze en oranje.
BLOEI MEI-JUNI, HOOGTE 40-50 CM
6 PRIMULA SIEBOLDII
Een zeer fraaie en heerlijk geurende sleutelbloem met roze bloemen in een krans boven aan de stengel. Het blad is apart ingesneden. Moet beslist vochtig staan.
BLOEI MEI-JUNI, HOOGTE 20-25 CM
7 PRIMULA VERIS - GULDEN SLEUTELBLOEM
Een zeldzame inheemse soort met felgele bloemen uit een lichtgroene kelk. In het hart vijf oranje vlekjes. Kan ook iets droger staan. Mooi in de voorjaarstuin met verwilderingsbolletjes.
BLOEI MAART-MEI, HOOGTE 25-30 CM
8 PRIMULA VIALLII - ORCHIDEEPRIMULA
Je herkent deze aan het blad; paarse bloempjes in een dichte aar, de knopjes bovenaan zijn felrood. Voor vochtige grond, meestal kortlevend.
BLOEI MEI-JUNI, HOOGTE 30-40 CM
9 PRIMULA X PUBESCENS - AURIKEL
De aurikels zijn kruisingen tussen P. auricula en P. hirsuta. Leerachtig, soms bepoederd blad en prachtig getekende, vaak tweekleurige bloemen. Voor de liefhebber een verzamelobject, meestal in potten gekweekt.
BLOEI APRIL-JUNI, HOOGTE 10-15 CM
10 PRIMULA VULGARIS - STENGELLOZE SLEUTEBLOEM
Deze inheemse soort heeft geurende lichtgele bloemen op zeer korte stengels. Lang frisgroen blad in rozetten. Sterke stinzenplant, mooi in grote groepen. Soms als P. acaulis geleverd.
BLOEI MAART-APRIL, HOOGTE 15-25 CM
prachtig samen met de hartlelie (Hosta), moeraswolfsmelk (Euphorbia palustris), Siberische lis (Iris sibirica), zomerklokje (Leucojum) en varens zoals de koningsvaren (Osmunda) en de struisvaren (Matteuccia).
De zomerbloeiende Primula florindae is een aanrader voor een iets vochtige plek, het is een blikvanger tussen kattenstaart (Lythrum) en Hosta
STANDPLAATS
Sleutelbloemen zijn vrij makkelijke tuinplanten, maar ze moeten wel op de juiste plek staan. Zorg voor een voedzame bodem, rijk aan humus, mooi los en vooral altijd vrij vochtig. In de winter moet het water wel goed weg kunnen lopen. Een plek in de halfschaduw voldoet het best, of zoals de Engelsen zo mooi zeggen ‘dappled shade’ (zonlicht dat door boomkronen schijnt). Maar als de grond echt voldoende vochtig is bloeien sleutelbloemen extra rijk in de volle zon.
TIP
Let bij het combineren wel op de juiste plek, want sleutelbloemen gaan alleen goed samen met planten die dezelfde eisen aan hun standplaats stellen. Het is ook belangrijk dat de sleutelbloemen voldoende ruimte hebben en niet overwoekerd raken door de buurplanten.
TUINIEREN ZONDER DRUK
Moestuinliefhebber Loes Knoop, beter bekend als Loes_tuin op social media, vond in tuinieren haar rust na een burn-out. Inmiddels inspireert ze haar volgers via haar account en laat ze zien hoe tuinieren en genieten hand in hand gaan, zonder dat het een verplichting wordt. Daarnaast werkt ze als teamleider collectiemanagement bij het Wereldmuseum.
NAAM
Loes Knoop
LEEFTIJD
33 jaar
BURGERLIJKE STAAT
Samenwonend met vriend Onno
WOONPLAATS
Boskoop
GROEN MOTTO
‘Je kunt maar één fout maken en dat is niet beginnen.’
GROEN TALENT
Streeft naar ontspannen tuinieren zonder hoge lat.
JE HEBT JE EIGEN TUIN ONTWORPEN, LEG UIT!
“Sinds twee jaar hebben we een nieuw stuk grond achter ons huis. Voor mij stond het creëren van een gezellige tuin voorop. Ik liet me inspireren door social media en tijdschriften, puzzelde met ideeën en zette uiteindelijk een ontwerp op papier dat goed voelde. Daarbij vroeg ik mezelf af: wat wil ik in de tuin? Ik wist meteen dat ik veel meer fruit wilde hebben, zoals frambozen, Japanse wijnbessen en leibomen met appels en peren. Ook wilde ik kronkelige paadjes en een polycultuur waarbij planten door elkaar groeien. Voor de poortjes en bogen in de tuin heb ik veel natuurlijke materialen en gerecyclede producten gebruikt. Het kostte bijna niets en is goed voor het milieu, superfijn!”
HOE ZAG JE TUIN ER EERST UIT?
“We hadden eerst bijna geen achtertuin. Ik
‘IK VIND HET OOK PRIMA OM EEN WEEKJE NIKS TE DOEN; DAN HEB IK
TIEN TOMATEN MINDER EN DAT IS OOK OKÉ.’
had mijn moestuin een stukje verderop bij iemand anders. Uiteindelijk kwam er een stuk lege grond bij van een oude kwekerij. Iedereen uit de buurt kon toen een stuk grond bijkopen. Nu is onze tuin 30 meter diep en 7,5 meter breed, en hebben we van ongeveer de helft een eetbare siertuin gemaakt met een koude bak om groenten in te kweken. In het hoogseizoen eten we veel uit de tuin en in de winter staan er bladkolen, boerenkool en spruitkool. Dat maakt de tuin echt gezelliger.”
EEN KOUDE BAK! WAAR GEBRUIK JE DIE VOOR?
“Ik gebruik de bak voor komkommers. Veel mensen weten niet dat ze niet alleen klimmen, maar ook kruipen. De bak heeft drie ramen en per raam zet ik één komkommerplant neer, die de hele zomer zijn gang mag gaan. Doordat de temperatuur binnen en in de grond sneller oploopt, verdrinken we in de zomer in de komkommers. Vroeger plantte mijn vader er weleens aardbeien in, zodat we eerder van het fruit konden genieten.”
HOE ONTDEKTE JE HET (MOES)TUINIEREN?
“Zes jaar geleden kreeg ik een burn-out. Samen met mijn psycholoog ben ik op zoek gegaan naar iets waarin ik mijn ei kwijt kon. Zo ontdekte ik het tuinieren, waar ik nu veel voldoening uit haal. Vroeger vond ik het al superleuk om met mijn vader en opa in de moestuin te werken. Toen is dat zaadje geplant van iets dat later pas echt tot bloei kwam.”
WAT BRENGT TUINIEREN JOU?
“Als ik in de tuin ben, komen de snelle gedachten in mijn hoofd tot rust. Zolang tuinieren geen verplichting is, blijf ik ontspannen bezig. Omdat ik gebruik maak van polycultuur in mijn moestuin, onderhoudt hij zichzelf als het mij even niet lukt. Door dicht op elkaar te planten, groeit er bijvoorbeeld minder onkruid en hoef ik minder water te geven. Daarnaast voorkom je plagen door de planten te mengen, in plaats van in één vak te zetten. De insecten vinden zo niet alles op één plek en nuttige insecten helpen juist mee door plaagdieren te verjagen. Zo blijft de tuin gezond en de lat ligt laag.”
WAT GEEFT JOU HET MEESTE PLEZIER TIJDENS HET TUINIEREN?
“De magie van een zaadje in de grond stoppen en daar een hele zomer of seizoen van kunnen eten. Dat je iets ’s middags uit de tuin haalt en het ’s avonds op je bord hebt, vind ik geweldig. Groenten uit je eigen tuin, zoals komkommers en doperwten, smaken ook gewoon veel lekkerder. Het is daarnaast ook erg fijn om gewoon in de tuin te zijn. Er staat een bankje waar ik elke ochtend begin met een kop thee. In de avond spreken we er vaak samen de dag door.”
WELKE LEVENSLES HEB JE UIT DE TUIN MEEGENOMEN?
“Het kunnen genieten en het loslaten van gedachten in de tuin. Ik leg mezelf geen druk op om alles perfect te doen. Zo houd ik de lat laag en kan ik lekker genieten. Als het me dit weekend niet lukt om aan de slag te gaan in de tuin, dan doe ik het volgend weekend wel. Ik vind het ook prima om een weekje niks te doen; dan heb ik tien tomaten minder en dat is ook oké. De tuin is mijn ontspanning en daar ben ik niet streng op, zodat het geen verplichting wordt. Dat wil ik anderen ook leren.”
ZOU JE ALS INFLUENCER WILLEN GROEIEN?
“Ik ben in één keer best wel snel gegroeid op Instagram, wat even wennen was. Ik wil mensen graag inspireren en een groot bereik helpt daarbij, maar het is niet iets waar ik me door laat leiden. Het aantal volgers maakt me daarom niet meer zo uit. Uiteindelijk volgen mensen me om wat ik doe en draait het niet om cijfers. Als ik me er te veel mee bezighoud, wordt het een verplichting. Ik plaats graag wat ik zelf leuk vind, zodat het voor mij ook leuk blijft.”
WAT GEEF JE JE VOLGERS GRAAG MEE?
“Het maken en delen van sfeervolle filmpjes van mijn tuin vind ik het allerleukst, bijvoorbeeld het maken van een poortje van wilgentakken. Zo hoop ik mensen de tuin in te krijgen, door te laten zien hoe ik het zelf doe. Mensen zijn vaak bang om te beginnen. Leg je de lat hoog, dan verdwijnt het plezier. Ik laat graag zien dat het niet zo spannend en perfect hoeft te zijn. Bij mij ziet het er namelijk ook niet perfect uit.”