Skip to main content

BRAFCO_0426_book_NL_ISSUU

Page 1


Br ndstoffen

TWEEMAANDELIJKS BLAD VAN DE BELGISCHE FEDERATIE DER

05

EDITO

Programmaovereenkomst hypothekeert leefbaarheid ondernemingen in de sector

06

ENERGIECRISIS

Hoorzitting voor de Commissie Energie, Leefmilieu en Klimaat

10

IN4FUELS

Nieuwe start voor de verwarmingstransitie van gebouwen in Duitsland

20 - 23

EVENT BRAFCO

EV-BELGIUM

Is uw station klaar voor de toekomst?

38

SOCIAAL NIEUWS

Energy Drivers verbindt chauffeurs van vandaag en morgen

LESS CO2 DRIVE BLUE

Comfort Energy, de grootste onafhankelijke distributeur van vloeibare brandstoffen in België, biedt met trots de snelste weg naar verduurzaming.

Haalbaar

Met Blauwe Diesel effenen we het pad naar een duurzamere toekomst – niet alleen voor ons netwerk van meer dan 70 partners, maar voor iedereen. Blauwe Diesel is een duurzamere brandstof, samengesteld uit hoogwaardige diesel en HVO, die een vlotte en efficiënte overstap naar CO2-reductie mogelijk maakt.

Directe impact

Blauwe Diesel stelt klanten in staat om op hun eigen tempo te verduurzamen, met een CO2-reductie tot 90% ten opzichte van traditionele brandstoffen. Bovendien is de brandstof direct beschikbaar en compatibel met bestaande infrastructuur. Daardoor is het een ideale drop-in oplossing om snel en zonder grote investeringen aan duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen. Met Blauwe Diesel kunnen jouw klanten uitpakken in CSRD-rapporteringen en is verduurzaming al meteen een stap dichterbij.

Betaalbaar

Als partner krijg je exclusieve toegang tot deze innovatieve brandstof, positioneer je jouw bedrijf als koploper in duurzame energie en profiteer je van onze expertise en toekomstige groene initiatieven.

ZET DE EERSTE STAP EN CONTACTEER ONS VANDAAG NOG:

Tom Lambert I CEO +32 477 94 83 68 tom.lambert@comfortenergygroup.com

Walter Vankerckhoven I CSO +32 479 74 40 07 walter.vankerckhoven@comfortenergygroup.com

WWW.COMFORTENERGY.BE

05 EDITO

COLOFON

VU

Johan Mattart, Algemeen Directeur van de Belgische Federatie der brandstoffenhandelaars v.z.w. Léon Lepagestraat 4, 1000 Brussel info@brafco.be www.brafco.be

LAYOUT

Bold & pepper n.v. ‘t Hofveld 6C4 1702 Groot-Bijgaarden 02 325 64 64 www.boldandpepper.be

FOTO’S

AdobeStock, Brafco, Daniel Dumont, en2x, ©FPS Economy/ Rémy Hartiel, Promaz, Q8

PUBLICITEITSREGIE

Bold & pepper nv rik@boldandpepper.be 0477 30 21 32

De redactie is niet verantwoordelijk voor publireportages.

Vijf minuten politieke moed…

08 MILIEU

Blijvend meer ondersteuning voor mazoutgebruikers

10 IN4FUELS

Het Gebäudemodernisierungsgesetz: een nieuwe start voor de verwarmingstransitie in Duitsland

12 ENERGIEMARKT

• De energie veiligstellen in een instabiele wereld: de strategische keuzes die zich opdringen

• Aandeel aardolieproducten dominant in de finale energieconsumptie in 2024

36 DIENSTEN

Vakbekwaamheid, ADR-cursussen…

40 PERS

Energiecrisis: Brafco in de media

43 GRAADDAGEN & ZOEKERTJES

06 ENERGIECRISIS

Hoorzitting voor de Commissie Energie, Leefmilieu en Klimaat

SPECIALE BIJLAGE TANKSTATIONS

20 - 23

FUTURE-PROOF STATION

Event Brafco - EV Belgium

37 SOCIAAL NIEUWS

• Echocheques

• Webinar arbeidsduur en werkbaar werk

• Energy Drivers 17-35

Neem een gratis proefabonnement op de noteringen!

De oliemarkt is voortdurend in beweging. Daarom biedt Brafco haar leden de mogelijkheid om de evolutie van de petroleumprijzen 4 maal per werkdag te ontvangen, via fax of mail. Ook worden ze een dag op voorhand op de hoogte gebracht van alle wijzigingen van de officiële maximumprijzen.

Indien u interesse heeft in deze (betalende) dienst, kan u twee weken GRATIS dit abonnement op proef ontvangen (zonder verdere verplichtingen).

Neem daarvoor contact op met Ann: telefonisch 02/502.42.00 of via mail ann.deknibber@brafco.be

Ook kan u via sms tweemaal per dag geïnformeerd worden omtrent de koersevolutie van de dollar en van de noteringen op de internationale markt van gasolie en diesel.

Interesse? Neem voor een GRATIS proefperiode ook contact op met Ann!

EDITO

Vijf minuten politieke moed…

Exact drie jaar geleden hadden we het in het editoriaal van dit magazine over de impact van de Programmaovereenkomst op de leefbaarheid van de familiale ondernemingen in de sector. De inval van Rusland in Oekraïne op 24 februari 2022, en de daaropvolgende spectaculaire stijging van de olieprijzen wereldwijd, had de brandstoffendistributiesector in België zwaar getroffen, in het bijzonder de laatste schakels in de keten. De Programmaovereenkomst die begin de jaren ’70 van vorige eeuw was ingevoerd om de bevoorrading van het land te verzekeren door nota bene een “snelle aanpassing van de maximumprijzen van de petroleumproducten in België aan de prijzen op de internationale markten”, bleek in de praktijk de bevoorrading van de burger in crisisperiodes gekenmerkt door sterk stijgende energieprijzen nagenoeg onmogelijk te maken.

Nu drie jaar later, met de oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran, en de sluiting van de Straat van Hormuz, is het niet anders, in tegendeel. Gedurende maar liefst 18 dagen, van 6 tot 23 maart jl., was de gevreesde K-factor – een “correctiemechanisme” dat er voor zorgt dat sterke stijgingen van de olieprijzen op de internationale markten niet integraal worden doorgerekend in de maximumprijzen, maar ten koste gaan van de distributiemarge – van toepassing, maar liefst 11 dagen langer dan in 2022 het geval was!

Eigenlijk had deze dramatische periode zich niet mogen herhalen, temeer daar de Federatie sinds maart 2022 herhaaldelijk heeft aangedrongen om voorgoed komaf te maken met die K-factor en het huidig systeem van maximumprijzen voor petroleumproducten te vervangen door een concept van adviesprijzen. Dat hieraan tot op heden geen gevolg werd gegeven door de bevoegde federale ministers is onbegrijpelijk. Vooral de laatste schakel in de keten is hiervan andermaal het slachtoffer. Hogerop in de distributieketen wordt met die K-factor of met maximumprijzen immers nauwelijks of geen rekening gehouden, waardoor de aankoopprijs voor menig brandstoffenhandelaar of pomphouder gedurende meerdere dagen hoger was dan de maximumprijs die op de brandstof van toepassing was!

We mogen van geluk spreken dat deze crisis zich niet voor de aanvang van het stookseizoen heeft voorgedaan. Wat als in volle winterperiode de K-factor er voor had gezorgd dat de inkoopprijs van huisbrandolie gedurende een tweetal weken hoger was dan de maximumprijs die de handelaars moeten respecteren? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat stookolieverdelers hun klanten niet meer op een legale manier kunnen bevoorraden?

Voor pomphouders was de situatie niet minder catastrofaal. Ook hun distributiemarge was door de K-factor, maar ook door de onvoldoende snelle aanpassing van de maximumprijzen aan de prijzen op de internationale markten, meermaals zo goed als onbestaande. Door de K-factor weerspiegelden de maximumprijzen, vooral die van diesel, geenszins de reële marktprijzen. Het gevolg was dan ook dat het tanktoerisme naar ons land welig tierde. Rijk werd de pomphouder er niet van, in tegendeel: een aantal uitbaters van tankstations overwogen zelfs hun zaak tijdelijk te sluiten daar het economisch onverantwoord was de verliezen verder te laten oplopen. Voor pomphouders die hun klanten contractueel een vaste korting t.o.v. de maximumprijs toekennen, was de situatie dramatisch: per tankbeurt stapelden de verliezen zich op, waardoor ze in financiële problemen terechtkwamen.

Indien wordt vastgehouden aan het huidig systeem van maximumprijzen is een gewaarborgde marge voor de laatste schakel in de keten absoluut noodzakelijk.

De moeilijkheden waarmee de laatste schakels in de distributieketen van petroleumproducten worden geconfronteerd, blijken maar weinig beleidsmakers te interesseren. Het is electoraal interessanter om in de media voorstellen te formuleren die de koopkracht van de burger moeten vrijwaren dan zich het lot aan te trekken van de familiale ondernemingen die diensten leveren die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking.

Dit plaatst de brandstoffenhandelaar voor een onmogelijke keuze: ofwel de maximumprijs respecteren (en dus met verlies verkopen, wat niet enkel verboden maar ook onhoudbaar is), ofwel boven de maximumprijs verkopen (wat eveneens verboden is). De derde optie is de enige legale: geen bestellingen meer aanvaarden en dus de klant in de kou laten...

Regeren is vooruitzien. Vijf minuten politieke moed moeten volstaan om definitief komaf te maken met de K-factor, die duidelijk nefast is voor de sector en de bevoorrading van de burger. Wil de regering in de huidige marktomstandigheden absoluut vasthouden aan maximumprijzen, en niet zoals bij onze Noorderburen “adviesprijzen” invoeren, dan dient er ten allen tijde een gewaarborgde distributiemarge te worden voorzien voor de laatste schakel in de keten. Enkel dan kan de bevoorrading van de eindgebruiker worden verzekerd.

Hoog tijd om NU actie te ondernemen! We hebben al lang genoeg op Godot gewacht...

JOHAN MATTART ALGEMEEN DIRECTEUR

HOORZITTING VOOR DE COMMISSIE ENERGIE, LEEFMILIEU EN KLIMAAT

Brafco vraagt afschaffing maximumprijzen en K-factor

Terwijl de energie-inflatie op de Belgische huishoudens blijft wegen, kwamen op 24 maart de vertegenwoordigers van de energiesector de Commissie Energie, Leefmilieu en Klimaat van de Kamer van Volksvertegenwoordigers toespreken. Johan Mattart, algemeen directeur van Brafco, zette er zijn aanbevelingen uiteen om de bevoorrading van de burger veilig te stellen en de economische leefbaarheid van de verdelers en pomphouders te vrijwaren.

Geen officiële maximumprijzen meer: onvermijdelijk om de bevoorrading van de burger veilig te stellen Het systeem van de officiële maximumprijzen voor petroleumproducten heeft lange tijd zijn nut bewezen, maar de professionals uit de sector geven nu aan dat het zijn limieten heeft bereikt. Zoals Johan Mattart het verwoordde: het mechanisme is, zoals ook bleek in maart 2022, niet opgewassen tegen de recente crisissen. De Programmaovereenkomst garandeert al decennia de bevoorradingszekerheid van het land maar brengt nu de bevoorrading van de burgers in het gedrang

In periodes van sterk stijgende prijzen op de oliemarkten volgen de maximumprijzen in ons land onvoldoende snel die trend, waardoor de hogere aankoopprijzen de beschikbare distributiemarge van de laatste schakel in de keten, of dat nu de stookolieverdeler of de pomphouder is, doen wegsmelten. Hierdoor worden zij al te vaak geconfronteerd met een onmogelijke keuze: ofwel de maximumprijs respecteren, waardoor ze in bepaalde gevallen zelfs met verlies moeten verkopen (wat verboden is), ofwel boven de maximumprijs verkopen (wat eveneens verboden is). De derde optie is geen bestellingen meer aanvaarden en klanten verliezen aan concullega’s die de wetgeving niet respecteren. Wat als dit was gebeurd aan het begin van het stookseizoen?, ging Johan Mattart verder.

De oplossing die de Federatie voorstelt, is dat het huidig concept van maximumprijzen wordt vervangen door ‘adviesprijzen’ die worden berekend door een onafhankelijke instantie, zoals de FOD Economie. Zo beschikt de consument over een duidelijke referentie om te beslissen waar en wanneer hij zijn brandstof aankoopt maar krijgen de verdelers wel de vrijheid om hun prijzen te bepalen in functie van de marktomstandigheden, aldus Johan Mattart.

Er zijn genoeg argumenten die voor deze verandering spreken:

• Voor aardgas en elektriciteit is de markt al sinds 2007 vrij. Daar worden geen maximumprijzen gehanteerd. Waarom dan wel voor petroleumproducten?

• Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) adviseerde België al verschillende keren om af te stappen van het huidig systeem van maximumprijzen,

waar het (samen met Luxemburg en Slovenië) als enige land in de EU aan vasthoudt.

• Een systeem met referentieprijzen, dat transparant is en regelmatig wordt bijgewerkt, zorgt voor een gezonde concurrentie en beschermt tegelijk de consument.

Afschaffing van de K-factor: geen wereldvreemde maximumprijzen meer maar behoud van de distributiemarge Nog een groot obstakel voor de economische leefbaarheid van de distributiesector volgens de algemeen directeur van Brafco: de K-factor. Dat mechanisme zorgt er voor dat sterke stijgingen van de olieprijzen op de internationale markten niet integraal worden doorgerekend aan de eindgebruiker. In de praktijk betekent dit dat de distributiemarge van de laatste schakel in de keten hiervoor wordt opgeofferd. De K-factor doet de distributiemarge volledig wegsmelten en brengt de bevoorradingszekerheid in gevaar, benadrukte Johan Mattart. Hierdoor wordt de aankoopprijs van brandstoffenhandelaars en pomphouders nl. hoger dan de maximumprijs waaraan ze de aangekochte energieproducten mogen verkopen. Dit brengt de bevoorrading van de klant in gevaar: je kan toch niet verwachten dat een brandstoffenhandelaar of pompuitbater op elke geleverde of getankte liter brandstof x cent moet bijpassen? Ook wees hij op de catastrofale gevolgen van de door de K-factor veroorzaakte irrealistische maximumprijzen, in het bijzonder bij fleet cards waarbij klanten genieten van kortingen op basis van de maximumprijs.

Volledig betrokken worden bij de besprekingen over de Programmaovereenkomst

Een derde dringende vraag van de sector betreft de rechtstreekse deelname aan de besprekingen over de Programmaovereenkomst. Momenteel kan Brafco enkel onrechtstreeks, via een zogenaamd ‘gemotiveerd bezwaarschrift’, haar eisen op tafel leggen, die dan door de ondertekenaars van de Programmaovereenkomst worden beoordeeld. Johan Mattart vindt dat proces oneerlijk: Het is niet normaal dat beslissingen boven ons hoofd worden genomen terwijl wij 90% van de distributie van huisbrandolie en meer dan 50% van de tankstations vertegenwoordigen. We zouden actief moeten kunnen meepraten over de technische bijlage van de

Programmaovereenkomst. Door ons rechtstreeks daarbij te betrekken wordt ook onze expertise benut over de verdeling van de distributiemarge en de mechanismen voor de bevoorradingszekerheid.

Antwoorden op korte en lange termijn

Tijdens de vragensessie van de parlementsleden vestigde Johan Mattart de aandacht op de limieten van tijdelijke maatregelen als prijsplafonds of gedeeltelijke accijnsverlagingen via het omgekeerde cliquetsysteem. Dat leidt

GEEN BEVOORRADINGSCRISIS

Brafco was niet de enige die zijn analyse van de huidige situatie kwam uiteenzetten en aanbevelingen gaf over hoe om te gaan met stijgende energieprijzen... Energia van haar kant verdedigde de Programmaovereenkomst maar gaf wel toe dat die slecht werkt in tijden van snelle prijsstijgingen. Volgens Energia leidt de huidige fragmentatie van de waardeketen ertoe dat de distributiemarge over te veel spelers wordt verdeeld, wat soms leidt tot verkoop met verlies. Net als Brafco stelt Energia dus voor om de K-factor af te schaffen, aangezien die de marges nog verkleint. Op die manier zou de rendabiliteit van de ondernemingen gevrijwaard blijven. Energia benadrukte ook dat de bevoorradingszekerheid van het land niet in het gedrang komt, maar dat de prijzen marktconform moeten blijven.

De Commissie voor de Regulering van Elektriciteit en Gas (CREG) en de FOD Economie stelden de parlementsleden ook gerust over de energiebevoorrading van België, inclusief voor LNG. Volgens hen blijft de huidige prijsstijging beperkt in vergelijking met de energiecrisis van 2022-2023. De CREG had het over de

tot een grote administratieve belasting die het probleem van de marges voor de verdelers niet oplost. Bovendien kan een omgekeerd cliquetsysteem enkel op motorbrandstoffen worden toegepast, niet op huisbrandolie.

We hebben enorm veel geluk gehad dat het probleem zich voordoet nu het verwarmingsseizoen op zijn einde loopt, benadrukte hij, en hij riep de regering op om in actie te komen voor een gelijkaardige crisis de bevoorrading van de consument opnieuw in gevaar brengt.

invloed van de internationale markten, maar bevestigde dat er op korte termijn geen tekorten in Europa worden verwacht. De organisaties raden de consument aan om hun verbruik in het oog te houden en hun situatie zorgvuldig te analyseren voordat ze hun energiecontract veranderen.

Consumentenorganisatie Testaankoop benadrukte de noodzaak van anticiperende maatregelen om kwetsbare huishoudens te beschermen. Zij stelde in dat kader doelgerichte maatregelen voor, zoals de uitbreiding van het sociaal tarief en de activering van de omgekeerde cliquet op motorbrandstoffen.

De Federatie van de Belgische Elektriciteits- en Gasbedrijven (FEBEG) benadrukte dat de huidige situatie geen dringend ingrijpen vereist zoals in 2022 en dat er genoeg tijd is om de prijsontwikkeling te evalueren en maatregelen te coördineren tussen het federale niveau en de gewesten. FEBEG lichtte toe dat de marges van de sector beperkt blijven en dat een beslissing over het sociaal tarief valt onder de bevoegdheid van de regering.

Johan Mattart, algemeen directeur van Brafco, zet de eisen van de Federatie uiteen voor de Commissie Energie, Leefmilieu en Klimaat van het federaal parlement. Hij wordt omringd door (v.l.n.r.) : Jordi Van Paemel en Julie Frère (Testaankoop) en Wim De Wulf (Energia).

PROMAZ, DE OPLOSSING VOOR BODEMVERONTREINIGING DOOR LEKKENDE MAZOUTTANKS

Blijvend meer ondersteuning voor mazoutgebruikers

Sinds de periode voor het indienen van aanvragen tot tussenkomst op 28 februari 2025 afliep, blijft Promaz mazoutgebruikers verder ondersteunen. Hoewel er sinds deze deadline geen nieuwe dossiers voor historische gevallen van verontreiniging meer kunnen worden aanvaard, werd er een verzekeringsmechanisme in het leven geroepen voor bodemverontreinigingen die na die datum voor het eerst worden vastgesteld.

Op 28 februari 2025 waren er bij Promaz 4.835 volledige aanvraagdossiers ingediend. 2407 daarvan werden ondertussen ontvankelijk verklaard. Van die aanvragen worden er 100, hetzij zo’n 2%, momenteel nog behandeld. De rest is dus afgewerkt. We hebben de mensen twee maand voor de deadline opgeroepen om bodemverontreinigingen veroorzaakt door een lekkende stookolietank zo snel mogelijk te melden, zelfs zonder een volledig dossier, vertelt Willem Voets, afgevaardigd bestuurder van Promaz. Het was de bedoeling om ervoor te zorgen dat niemand werd uitgesloten door een gebrek aan informatie. Iedere aanvraag wordt administratief en technisch beoordeeld om onder meer na te gaan of het om een lekkende mazouttank gaat.

VOORNAMELIJK ONDERSTEUNING VOOR RESIDENTIËLE

DOSSIERS

De overgrote meerderheid van de aanvragen (82%) betreft residentiële dossiers (verontreinigingen door gasolietanks voor verwarming van gebouwen met een woonfunctie). Geografisch ziet de verdeling van de aanvragen er als volgt uit: 66% in Vlaanderen, 24% in Wallonië en 10% in Brussel.

Samengevat zijn er twee soorten dossiers: enerzijds dossiers waarvoor de tussenkomst van Promaz louter financieel is, en anderzijds dossiers waarvoor Promaz ook de sanering voor zijn rekening neemt. Voor de dossiers waarvoor een terugbetaling moet worden gedaan, heeft Promaz er reeds 327 afgehandeld en terugbetaald. Dat is iets meer dan de helft van de betrokken dossiers. Voor de dossiers waarvoor Promaz instaat voor de sanering is de doelstelling om jaarlijks 160 nieuwe werven op te starten. Even herhalen dat Promaz de dossiers waarbij er een risico bestaat voor het milieu of de gezondheid, prioritair behandelt. In dat kader werden tussen 2022 en 2025 reeds 270 dossiers opgestart. Wat de financiële tussenkomsten betreft, had Promaz eind maart 2026 reeds 327 dossiers afgewerkt, goed voor een totaal bedrag van € 10.130.354.

HERVERZEKERINGSMECHANISME NA 28 FEBRUARI 2025

PROMAZ richtte een verzekeringssysteem op om mazoutgebruikers te ondersteunen die te maken krijgen met een bodemverontreiniging die na 28 februari 2025 is vastgesteld. De bedoeling van dat verzekeringssysteem is om de saneringskosten te dekken tot 100.000 euro voor residentiële dossiers en tot 50.000 euro voor niet-residentiële dossiers. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet aan twee voorwaarden worden voldaan: het schadegeval moet na 28 februari 2025 voor het eerst zijn vastgesteld en de aanvrager moet nog steeds mazout gebruiken voor de verwarming van zijn woning of gebouw.

Het verzekeringssysteem werd op 1 maart 2025 gelanceerd en is dus al iets meer dan een jaar operationeel. We ontvingen intussen 153 nieuwe aanvragen. Dat is iets meer dan de 120 die we hadden voorzien, benadrukt Willem Voets. Maar niet al die aanvragen konden worden aanvaard. Zo werden historische verontreinigingen die vastgesteld werden vóór 28 februari 2025 alsook dossiers die betrekking hebben op een vreemde, niet-mazout gerelateerde verontreiniging geweigerd.

STRUCTURELE FINANCIERING NOODZAKELIJK

Er wordt nog steeds gepraat met de overheid over de modaliteiten van een structurele financiering, iets wat essentieel is om alle engagementen die Promaz aanging af te kunnen werken. Promaz kreeg reeds het akkoord van de drie gewesten en van de IBC (Interregionale Bodemsaneringscommissie) om de bijdrage op te trekken naar € 10 per 1.000 liter mazout, aangezien de huidige € 2 niet volstaan om de saneringskosten te dekken. We hebben opnieuw een dossier ingediend, want als er niets aan deze situatie verandert, bestaat het risico dat Promaz zijn missie de komende jaren niet meer zal kunnen voortzetten, waarschuwt Willem Voets. Het zou niet logisch zijn dat de overheid de financiering stopzet voor een organisatie die zij zelf heeft willen oprichten om mensen te helpen.

Met zijn herverzekeringssysteem en inspanningen voor een duurzame financiering zorgt Promaz ervoor dat mazoutgebruikers op beide oren kunnen slapen. Vandaag, maar ook morgen nog.

Waardeverhoging

van maaltijdcheques

in de sector (PC 127)

Alle werkgevers onder PC 127 zijn binnenkort verplicht om maaltijdcheques te geven. Vanaf 1 januari 2026, om precies te zijn.

Er zijn 2 mogelijkheden:

Je geeft al maaltijdcheques

In dit geval moet je ze met +€2 per cheque verhogen.

Je geeft nog geen maaltijdcheques

Vanaf 1 januari moet je maaltijdcheques toekennen. De minimumwaarde bedraagt €3,09 per gewerkte dag.

Meer informatie?

Daarvoor kun je terecht bij Brafco.

Nog geen klant bij Edenred?

Word lid van de Edenred-community! Advies en ondersteuning voor onze +55.000 kmo's en bedrijven

Erkenning en vergoeding voor de +2 miljoen werknemers die onze oplossingen gebruiken.

Eco 1 2

Met Edenred Maaltijd krijg je eenvoudigweg meer voor je geld. Meer voordelen, meer comfort, meer plezier.

Partnerschap vernieuwd… en VERSTERKT!

Voor 2026 heeft Brafco nog voordeligere tarieven onderhandeld met Edenred. Wat dat voor jou betekent?

-40% korting* met de kortingscode TR2601BRAFCO65 Edenred Maaltijd

Meer informatie op edenred.be of via federations-BE@edenred.com.

-40% korting* met de kortingscode EC2601BRAFCO34

* Deze korting is van toepassing op de basisprestatievergoeding en niet cumuleerbaar.

Het Gebäudemodernisierungsgesetz: een nieuwe start voor de verwarmingstransitie in Duitsland

Eind februari heeft de Duitse coalitieregering een hervorming bekendgemaakt van de Duitse wetgeving gericht op het koolstofarm maken van de verwarming in gebouwen. De huidige verwarmingswetgeving wordt ingetrokken en vervangen door nieuwe wetgeving, het Gebäudemoderniserungsgesetz (de Gebouwmoderniseringswet).

In4fuels sprak met dr. Ernst-Moritz Bellingen, directeur van de ‘verwarmingsmarkt’ bij en2x, de zusterorganisatie van in4fuels, om uit te leggen wat er door de Duitse regering is besloten en wat de impact ervan is op de stookoliegebruiker en de sector.

Hoe groot is de Duitse verwarmingsmarkt voor stookolie en welke rol speelt de bouwsector bij het behalen van de klimaatdoelstellingen van uw land ?

In Duitsland zijn er 4,85 miljoen stookolieketels in een markt van 21,6 miljoen verwarmingstoestellen en dat cijfer is relatief stabiel gebleven de laatste 30 jaar. We verbruiken ongeveer 10 miljoen ton huisbrandolie,

MINDER INVESTERING IN HET STOOKLOKAAL:

DE VERKOOP VAN NIEUWE VERWARMINGSTOESTELLEN DAALT DRASTISCH

Renovatie & nieuwbouw: marktevolutie van diverse verwarmingstechnologieën de voorbije 10 jaar (volumes per duizend toestellen, zonder wijkverwarming)

wat veel lager is dan in 1990 door efficiëntiewinsten en een betere isolatie van de woningen. De sector van de verwarmingstoestellen is economisch belangrijk in ons land, maar kende vorig jaar wel een moeilijke periode. De reden hiervan is dat Duitse huiseigenaren en verbouwers niet investeerden in hun verwarmingsinstallaties omwille van de onzekerheid over de regelgeving. De verkoop van verwarmingstoestellen viel bijgevolg zeer sterk terug, tot minder dan de helft van 3 jaar geleden.

De aankondiging door de Duitse regering van de Gebouwmoderniseringswet betekent een definitieve breuk met het eerdere beleid. Kan u de grote lijnen daarvan samenvatten? Op dit moment is het een plan dat moet leiden naar een wettelijk kader. Er zijn momenteel 2 onderdelen in het plan. Onderdeel 1 is een minimum quotum van 1% hernieuwbare brandstof dat de sector moet garanderen in het totaal volume verkochte gasolie verwarming in 2028. Dat aandeel hernieuwbaar zal gradueel over de jaren toenemen. Dit is voor ons beter uitvoerbaar dan de huidige regelgeving voor verwarming waarbij de klant verplicht wordt om 65% hernieuwbare energie te gebruiken als hij zijn verwarmingsinstallatie vernieuwt. Onderdeel 2 in het plan is dat klanten die hun stookolieketel vervangen door een nieuw toestel vanaf 2029 10% hernieuwbare stookolie moeten aankopen. Dat aandeel zou stapsgewijs verhogen tot 100% hernieuwbaar in 2045. We zijn nog in overleg met de overheid over hoe dit nu praktisch in zijn werk zal gaan.

Dit lijkt op een behoorlijke ommezwaai in de wetgeving?

Kent u andere landen waar de verantwoordelijkheid voor de transitie naar klimaatneutraliteit op het vlak van verwarming wordt verschoven van de consument naar de leveranciers?

Frankrijk is misschien vergelijkbaar waar ze de F30* hebben ingevoerd voor nieuwe verwarmingstoestellen. Het is inderdaad een grote ommezwaai, maar het positieve is dat geen enkele verwarmingstechnologie wordt uitgesloten, en dat is belangrijk voor onze sector. En een tweede voordeel is dat de stap van (initieel) 10% hernieuwbaar voor nieuwe toestellen een kleinere stap is voor de consument die zijn verwarming moet vernieuwen dan de 65%. De lat lag zo hoog waardoor de consument gewoon niets meer ondernam om zijn verwarmingsinstallatie te vernieuwen.

Hoe reageren de producenten van brandstoffen, de groothandelaars en de logistieke operatoren op deze uitdagingen?

Als dit de hernieuwbare doelstellingen zijn voor de toekomst, dan zijn de producenten van brandstoffen bereid om ook de investeringen te doen om daaraan te voldoen, zowel voor transport- als verwarmingsbrandstoffen. De groothandelaars en logistieke operatoren moeten ook wel sommige installaties aanpassen.

Zijn er specifieke zaken waarop een eigenaar moet letten wanneer hij kiest voor een nieuwe stookolieketel eens deze wet in voege is?

Neen, hij kan zijn bestaande cv-ketel gewoon vervangen door een nieuwe energiezuinige condensatieketel. Hij kan nu terug zelf de situatie van zijn woning evalueren, eventueel met de hulp van een professional, en beslissen wat voor hem de beste optie is. In de vorige regelgeving stond ook dat zogenaamde “standaardketels” van 30 jaar en ouder ook verplicht vervangen moesten worden; dat staat ook niet meer in het nieuwe plan.

VERWARMINGSWIJZE GEBOUWEN: 87% GEBRUIKT VLOEIBARE EN GASVORMIGE BRANDSTOF

% 40,0 % 5,4 %

Aantal 2024: 21,6 mln toestellen (+/- 50% technisch verouderd) 7,9 % 17,8 %

%

olieketels (lagetemperatuur) olieketels (condensatie) gasketels (condensatie) gasketels (lagetemperatuur) warmtepompen biomassaketels

Bron: BDH, ZIV, BWP Duitsland; copyright: en2x

En wat met de eigenaars die hun stookolieketel niet moeten vernieuwen?

Die krijgen die 1% aan hernieuwbare vloeibare brandstof vanaf 2028 maar gaan daar weinig van merken.

Tot slot: Wanneer kunnen huiseigenaren verwachten dat dit plan van kracht wordt?

Het is de bedoeling dat de wet op 1 juli 2026 van kracht wordt. Of deze deadline gehaald wordt, is niet zeker. Maar de ambitie en richting is wel duidelijk aangegeven.

*n.v.d.r.: F30 is een vloeibare brandstof die bestaat uit klassieke gasolie waaraan 30% FAME werd toegevoegd. Meer info daarover in Brandstoffen nr.5 – september-oktober 2025.

WORLD ENERGY OUTLOOK 2025

De energie veiligstellen in een instabiele wereld: de strategische keuzes die zich opdringen

Ieder jaar analyseert het Internationale Energieagentschap (IEA) in zijn World Energy Outlook de belangrijkste energietrends in de wereld en licht het de strategische keuzes van beleidsmakers toe.

Bij de presentatie van de World Energy Outlook 2025 op 5 maart onderstreepte Nancy Mahieu, directeur-generaal van de Algemene Directie Energie bij het FOD Economie, het cruciale belang van de energieveiligheid en de overstap naar hernieuwbare energiebronnen. Ze herinnerde eraan dat recente gebeurtenissen – de pandemie van COVID-19, de invasie van Oekraïne door Rusland en het huidige conflict in het Midden-Oosten – hebben aangetoond hoe centraal energie staat in de geopolitieke en economische uitdagingen. Voor haar is energieveiligheid onlosmakelijk verbonden met de nationale veiligheid.

Nancy Mahieu belichtte de diversificatie van de energiebronnen in België, met een combinatie van kernenergie, offshore windenergie en nieuwe strategische infrastructuren, en een versterkte Europese samenwerking. Ze hamerde op de centrale rol van het Internationaal Energieagentschap als multilateraal platform voor de bevordering van de stabiliteit en internationale samenwerking. Tot slot herhaalde ze nog eens dat de World Energy Outlook niet enkel een jaarlijks rapport is, maar een oproep tot collectieve actie om een veilige, betaalbare en duurzame energietoekomst te waarborgen.

HET ELEKTRISCH TIJDPERK IS AANGEBROKEN

Laura Cozzi, directeur Sustainability, Technology and Outlooks bij het Internationale Energieagentschap, herhaalde eerst dat in een geopolitiek en economisch instabiele context energieveiligheid een centraal thema blijft dat gepaard gaat met urgente bedreigingen en risico’s op lange termijn.

Hoewel fossiele energiebronnen nog enkele decennia zullen blijven meespelen, zo benadrukte ze, stapt de mensheid nu resoluut het ‘elektrisch tijdperk’ in. De wereldwijde vraag naar elektriciteit zal naar alle verwachting de komende jaren spectaculair toenemen, hoofdzakelijk onder invloed van de elektrificatie van het vervoer, de uitbreiding van datacenters, de opkomst van artificiële intelligentie en het steeds toenemende gebruik van airco’s in tropische en subtropische regio’s.

Om daarop in te spelen, pleit Laura Cozzi voor een onophoudelijke uitbreiding van de verschillende hernieuwbare energieën (wind- en zonne-energie) en het behoud van een significante rol voor aardgas en kernenergie. De elektrische infrastructuur, in het bijzonder netwerken en opslagbatterijen, moet fors worden uitgebreid: de opslagcapaciteit zou moeten vertienvoudigen om de variabiliteit van de hernieuwbare energieën te compenseren.

De vertegenwoordigster van het Internationale Energieagentschap onderstreepte bovendien het belang van de kritieke mineralen, die essentieel zijn voor de elektrificatie en de energietransitie, en de noodzaak om leveranciers en technologieën te diversifiëren om de energieveiligheid te waarborgen. Tot slot is ook de verdere uitbouw van kwalificaties, met name op het vlak van kernenergie en netwerken, van cruciaal belang om het vertrek van mensen die de pensioenleeftijd hebben bereikt en de stijgende vraag naar gekwalificeerd personeel op te vangen.

Voor Nancy Mahieu (FOD Economie) is energieveiligheid onlosmakelijk verbonden met nationale veiligheid.
Laura Cozzi (IEA) benadrukte dat hoewel fossiele energiebronnen nog enkele decennia zullen blijven meespelen, de mensheid nu resoluut het ‘elektrisch tijdperk’ instapt.

HVO100 Verminder uw impact op het milieu

VERVANGT uw gebruikelijke diesel

VERMINDERT de uitstoot van CO2 en andere sto en* CONFORM de norm EN 15940

Uw brandstof van 100% hernieuwbare oorsprong.

Ontdek hier meer

* Tests uitgevoerd met HVO100 in 2018 en 2019 op verschillende soorten voertuigen, vergeleken met een standaard EN 590 dieselbrandstof.

Energieveiligheid en energietransitie: een geïntegreerde visie voor Europa

In een debat tussen zes vertegenwoordigers uit de sectoren energie, industrie en onderzoek werd een samenhangend beeld geschetst van de huidige energie-uitdagingen, waarin bevoorradingszekerheid, industrieel concurrentievermogen, diversificatie van de energiebronnen en technologische keuzes voor de energietransitie met elkaar verweven zijn.

Olivier Van der Maren, Energy Advisor bij het VBO, schetste meteen de context: voor bedrijven is de absolute prioriteit niet de prijs, maar de beschikbaarheid van energie. Zonder bevoorradingszekerheid geen concurrentievermogen. Dat idee vindt ook zeer concreet weerklank in de uitleg van Pascal De Buck, CEO van Fluxys, voor wie de centrale kwestie niet de jaarlijkse volumes zijn, maar de capaciteiten tijdens perioden van piekverbruik. Sinds de stopzetting van de invoer van aardgas uit Rusland via pijpleidingen worden deze capaciteiten gewaarborgd door een combinatie van Noors gas en LNG, wat de veerkracht maar ook de aanhoudende afhankelijkheid van Europa illustreert.

Pascal De Buck benadrukte dat een reële vermindering van die afhankelijkheid een langetermijnvisie vereist. Het Europese model, dat sterk is afgestemd op de spotmarkten, is niet bevorderlijk voor de grote investeringen die nodig zijn voor nieuwe productiecapaciteiten. Stabiele contractuele verbintenissen zijn onmisbaar om dergelijke projecten te verzekeren en de energieveiligheid te verbeteren.

Wim De Wulf, Secretary General Energia, herhaalde dan weer dat België met zijn raffinaderijen en productie van met name duurzame motorbrandstoffen een strategische positie bekleedt. Hij drong dan ook aan op diversificatie van de energiebronnen en technologische neutraliteit. Biobrandstoffen, synthetische brandstoffen en koolstofarme moleculen kunnen volgens hem daarbij een aanvullende rol spelen, zeker voor het transport en de petrochemie.

De discussie over waterstof, die werd gemodereerd door Bram De Wispelaere, General Manager EnergyVille, illustreert perfect die benadering. Hij opperde om af te stappen van uitsluitend waterstof en om ook methanol, ammoniak en e-methaan in het verhaal te betrekken. Europa beschikt noch over goedkope hernieuwbare elektriciteit, noch over voldoende ruimte om massaal economisch interessante waterstof te produceren. De Europese politiek moet dus kiezen welke industriële waardeketens ze wil behouden en haar energiekeuzes daarop afstemmen.

De elektrificatie blijft de andere grote hefboom. Grégoire Dallemagne, CEO EDF Luminus, herinnerde eraan dat elektriciteit in België nog maar 17 tot 18% van het totale energieverbruik vertegenwoordigt, tegenover de 30% van China. Volgens hem verbetert de energie-efficiëntie fors bij de elektrificatie van mobiliteit en verwarming, en tegelijk hoeven er dan minder fossiele brandstoffen te worden ingevoerd. Laura Cozzi (IEA) legde uit dat landen zonder eigen fossiele grondstoffen historisch gezien altijd al getracht hebben om hun afhankelijkheid van de invoer te verkleinen. Dat deden ze bijvoorbeeld

Debat tussen zes vertegenwoordigers uit de sectoren energie, industrie en onderzoek (v.l.n.r.) : moderator Pieter-Jan Provoost (Energy TECH BELGIUM), Laura Cozzi (IEA), Wim De Wulf (Energia), Pascal De Buck (Fluxys), Bram De Wispelaere (EnergyVille), Grégoire Dallemagne (EDF Luminus) en Olivier Van der Maren (VBO).

door fors in te zetten op energie-efficiëntie en elektrificatie van het gebruik. Door aardolie en aardgas te vervangen door plaatselijk geproduceerde elektriciteit hebben ze hun energieveiligheid verbeterd. Ze noemde daarbij Japan en Zuid-Korea als voorbeelden, waar deze logica al behoorlijk ver is doorgedreven. Omgekeerd gebruikte Europa lange tijd het overvloedig beschikbare en goedkope gas uit Rusland. Die situatie creëerde een soort strategisch comfort in de energiekeuzes. Heel wat landen organiseerden hun systeem alsof die bevoorrading van buitenaf een vaststaand feit was. De huidige crisis illustreert hoe zwaar die afhankelijkheid altijd is onderschat.

De technische uitdagingen zijn dus reëel. Wim De Wulf benadrukte de moeilijkheden om laadpalen te installeren doordat de infrastructuur niet volstaat, in het bijzonder op het platteland. Pascal De Buck bevestigde dat zelfs de gasmaatschappijen moeite hadden om bepaalde installaties te elektrificeren door de beperkingen van het elektriciteitsnet. Tot slot zet, volgens Bram De Wispelaere, de hoge kostprijs van elektriciteit een rem op de industriële elektrificatie.

Al die vaststellingen leidden tot een door iedereen gedeelde conclusie: de energietransitie vraagt om een geïntegreerde aanpak met een combinatie van verschillende energiebronnen, technologische neutraliteit, investeringen op lange termijn en kostenbeheersing om zowel de bevoorradingszekerheid als ons concurrentievermogen te garanderen.

Aandeel aardolieproducten dominant in de finale energieconsumptie in 2024

De nieuwste gegevens van het Belgian Energy Data Overview, die regelmatig worden bijgewerkt door de FOD Economie, tonen de evolutie van de energiemarkt in België in 2024. Aardolieproducten en aardgas blijven de dominante energiebron in de finale energieconsumptie, met een lichte stijging voor de hernieuwbare energieën.

FINALE ENERGIECONSUMPTIE IN 2024, PER ENERGIEBRON

Tussen 2015 en 2024 varieerde de finale energieconsumptie (totale energieverbruik van eindgebruikers, zoals huishoudens, de industrie en de landbouw) tussen 36,4 en 41,0 Mtoe. Die variatie is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. De aandelen van de diverse energiebronnen in het finale energieverbruik bleven de laatste jaren vrij constant. Gemiddeld over de periode 2015-2024 bedroegen de aandelen:

• 48% voor aardolieproducten

• 26% voor aardgas

• 17% voor elektriciteit

• 6% voor hernieuwbare energie en afval

• 2% voor vaste fossiele brandstoffen

• 1% voor warmte

Aardolieproducten blijven de dominante energiebron in de totale finale energieconsumptie met een aandeel van 47,9% in 2024.

FINALE ENERGIECONSUMPTIE PER SECTOR

In 2024 is het energieverbruik in de industriële sector, inclusief de niet-energetische toepassingen, licht toegenomen. De industrie maakte voornamelijk gebruik van aardgas (38,9%), elektriciteit (30,5%) en aardolieproducten (15,7%). Die drie energiebronnen zijn eveneens de belangrijkste, zij het in een andere volgorde, in de huishoudelijke sector (respectievelijk 41,1%, 19,8% en 25,6%) en de tertiaire sector (respectievelijk 37,2%, 45,4% en 11,3%). Aardolieproducten (88,1%) vormden het grootste deel van het verbruik in de transportsector. De rest bestaat uit:

• biobrandstoffen (bio-ethanol en biodiesel): 7,9%

• elektriciteit (gebruikt in het wegverkeer en spoorwegvervoer): 3,1%

• een kleine hoeveelheid aardgas: 0,9%

■ Aardolieproducten

■ Aardgas

■ Elektriciteit

■ Hernieuwbare energie en afval*

■ Vaste fossiele brandstoffen

■ Warmte

* Exclusief elektriciteit en warmte afkomstig van hernieuwbare energiebronnen

■ Industrie

■ Transport

■ Huishoudelijk

■ Diensten en gelijkgesteld

■ Niet-energetisch verbruik

NETTO-INVOER VAN ENERGIE IN 2024

Aangezien de natuurlijke bronnen van fossiele brandstoffen in België relatief beperkt zijn en de exploitatie ervan niet rendabel genoeg is, blijft het land sterk afhankelijk van de invoer van fossiele brandstoffen om aan de binnenlandse vraag te voldoen. De energieafhankelijkheid wordt berekend als de netto-invoer gedeeld door de som van het bruto binnenlands verbruik en de leveringen aan internationale zeeschepen. In 2024 bedroeg die 75,4%. Diversificatie van importlanden en het aanhouden van strategische voorraden moeten de bevoorradingszekerheid van België garanderen.

AANDEEL HERNIEUWBARE ENERGIE IN DE FINALE ENERGIECONSUMPTIE

In 2024 bedroeg het aandeel van hernieuwbare energie in de finale energieconsumptie 14,21%. Dat “reële” aandeel hernieuwbare energie (HEB) wordt in de grafiek aangeduid met de groene stippellijn. Aangezien dat percentage boven de 13% ligt, moest België, in tegenstelling tot in 2020 en 2021, geen beroep doen op aankopen van hoeveelheden energie uit hernieuwbare bronnen uit andere lidstaten om de baseline te behalen. Contracten die vóór de geopolitieke crisis werden aangegaan en nog steeds van kracht zijn, hebben België echter verplicht om hernieuwbare energie aan te kopen. Die aankopen verhogen het aandeel HEB tot 14,34% (de volle lijn in de grafiek toont dit “officiële” aandeel HEB, dat het reële aandeel plus de aankopen uit andere lidstaten omvat).

Bindende doelstelling: aandeel hernieuwbare energie in de finale energieconsumptie

Belgische doelstelling

■ Aardolie en aardolieproducten

■ Aardgas

■ Vaste fossiele brandstoffen

■ Elektriciteit

■ Hernieuwbare brandstoffen en afval

OORSPRONG VAN DE INVOER VAN RUWE AARDOLIE IN 2024

In tegenstelling tot historische trends, leverde geen enkel land (of groep van landen) in 2024 meer dan 20% van de in België ingevoerde ruwe olie. De Verenigde Staten, Noorwegen en de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) domineerden de invoer, met aandelen van respectievelijk 18,3%, 18,0% en 16,8%. In de grafiek verwijst de categorie “Overige” naar landen zoals de Democratische Republiek Congo, Angola, Canada en Colombia. In 2022 was België gedwongen om zijn bevoorradingsbronnen voor ruwe olie te diversifiëren om het verlies van het Russische aandeel (ongeveer 30%) te compenseren. Dat verlies was het gevolg van Europese sancties tegen Russische olie als reactie op de geopolitieke situatie in Oekraïne. De diversificatie nam sindsdien toe.

HEB (%) reëel

Baseline richtlijn 2018/2001

HEB (%) reëel+ aankopen

ENKELE CIJFERS OVER WATERSTOF

2025 markeert het begin van het opmaken van officiële Europese statistieken over waterstof, met 2024 als eerste referentiejaar in het kader van Verordening 1099/2008 betreffende energiestatistieken. Daarbij wordt alleen zuivere waterstof (meer dan 98%) in aanmerking genomen. In België werd in 2024 ongeveer 20.000 TJ waterstof geproduceerd. Volgens het European Hydrogen Observatory werd iets meer dan 10% van die waterstof, hetzij 2.418 TJ, met behulp van elektriciteit geproduceerd. In hetzelfde jaar bedroeg het uiteindelijke waterstofverbruik circa 11.000 TJ. Ongeveer 10.000 TJ werden door de industriële sector (chemie en petrochemie) gebruikt voor niet-energetische doeleinden, en 2,9 TJ door de transportsector (wegvervoer) voor energetische doeleinden.

■ OPEC

■ Noorwegen

■ Verenigde Staten

■ Verenigd Koninkrijk

■ Kazachstan

■ Guyana

■ Brazilië

■ Overige

Tussen crisisbeheer en de toekomst voorbereiden

De energiecrisis die we momenteel doormaken, zet onze sector onder een zelden geziene druk. Voor de automobilist is de spectaculaire stijging van de prijzen aan de pomp pijnlijk. Voor tankstationuitbaters is ze eenvoudigweg onhoudbaar wanneer het regelgevend kader hen verhindert hun prijzen aan te passen aan de marktrealiteit.

Bij Brafco zijn we niet doof voor de woede, het onbegrip en soms zelfs de verwijten van onze leden. Sommigen vragen zich af waarom de resultaten niet zichtbaarder zijn. Het antwoord is eenvoudig: we zitten vast in een systeem – de Programmaovereenkomst – dat in crisistijden op al zijn limieten botst.

Het Belgische mechanisme van de ‘toegestane maximumprijzen’, een erfenis uit een andere tijd, omvat vandaag tal van vertragingen en parameters die de officiële prijs loskoppelen van de realiteit van de internationale markten. Concreet is de prijs van vandaag gebaseerd op gemiddelden van de voorgaande dagen, waaraan de fameuze K-factor wordt toegevoegd. Die is bedoeld om de berekening van de officiele maximumprijs aan te passen, maar vergroot in tijden van extreme spanning net het verschil. Resultaat: uitbaters worden verplicht te verkopen onder hun aankoopprijs. Een situatie die juridisch, economisch en moreel onhoudbaar is.

helder inzicht, om te vermijden dat elke toekomstige crisis de uitbaters opnieuw in dezelfde wurggreep brengt.

Laat ons duidelijk zijn: de bevoorrading is nooit echt in gevaar geweest. Het is het prijszettingsmechanisme dat problemen veroorzaakt. En dat probleem treft vooral zelfstandige uitbaters, die niet over dezelfde hefbomen beschikken als de grote groepen om deze schokken op te vangen.

Onze rol is niet om voor iedereen het commerciële beleid voor te schrijven. Sommigen hebben ervoor gekozen om aanzienlijke kortingen te blijven aanbieden om hun marktaandeel te beschermen. Dat is een respectabele keuze, maar maakt het soms moeilijker om onze boodschap over te brengen aan de overheid, die van mening is dat, als sommige pomphouders nog kortingen kunnen geven, de situatie wel niet zo ernstig zal zijn. Voor velen op het terrein is de realiteit echter anders.

Tussen crisisbeheer en de toekomst voorbereiden geeft onze sector blijk van aanpassingsvermogen.

Dit systeem plaatst de laatste schakel in de distributieketen voor absurde keuzes: zich houden aan de maximumprijs en met verlies verkopen, de maximumprijs overschrijden en in overtreding zijn, of tijdelijk stoppen met bevoorraden en klanten verliezen. Geen van deze opties is aanvaardbaar in een moderne economie.

Daarom heeft Brafco tijdens een hoorzitting voor de Commissie Energie van de Kamer op 24 maart twee duidelijke eisen op tafel gelegd.

Eén: het begrip ‘maximumprijs’ vervangen door dat van een ‘referentieprijs’, naar het voorbeeld van Nederland. Een referentieprijs, objectief berekend door de FOD Economie, zou de consument een transparant ijkpunt geven en tegelijk de markt laten functioneren. Voor elektriciteit en gas is er geen maximumprijs meer sinds de liberalisering in 2008. Waarom dan deze uitzondering voor petroleumproducten behouden? Te meer daar het Internationaal Energieagentschap (IEA) België al lang aanbeveelt om dit systeem, dat uniek is in Europa (met uitzondering van het Groothertogdom Luxemburg en Slovenië), af te schaffen.

Twee: de K-factor afschaffen. Deze parameter, die de markt moest beschermen, leidt vandaag tot ‘kunstmatige’ prijzen die de realiteit niet meer weerspiegelen. Hij brengt ook operatoren in moeilijkheden wanneer die contracten hebben lopen met vaste kortingen die gekoppeld zijn aan de maximumprijs. Die situatie verzwakt financieel heel wat ondernemingen, vooral kleinere uitbaters die niet over een eigen bevoorradingscapaciteit beschikken.

Zodra de geopolitieke spanningen afnemen, zal het noodzakelijk zijn om deze eisen opnieuw op tafel te leggen. Niet uit een paniekreactie, maar met

Parallel met deze brandende actualiteit bereidt onze sector actief zijn toekomst voor. Het tweede seminarie ‘Future-Proof Stations’, dat op 26 maart werd georganiseerd in samenwerking met EV Belgium, is daar een mooi voorbeeld van.

Dat evenement toonde aan dat de energietransitie zich niet beperkt tot het plaatsen van enkele laadpalen. Het is een complex ecosysteem waarin netbeheerders, energieleveranciers, specialisten in batterijopslag, lokale stroomproducenten en tankstationuitbaters een rol spelen. De nood aan vermogen en laadsnelheid neemt fors toe, terwijl het net niet altijd kan volgen.

Voor veel spelers uit de petroleumwereld blijven deze technologieën nieuw, veranderlijk en soms verwarrend. Het seminarie sloeg bruggen, opende concrete discussies en bood inzicht aan wie zijn bedrijf wil laten evolueren.

Want een andere realiteit dringt zich geleidelijk op: de structurele daling van de volumes van de klassieke brandstoffen. De trend is duidelijk: steeds meer automobilisten schakelen over op elektrisch laden, thuis, op parkings van winkels of op het werk. Een deel van deze vraag zal echter via tankstations blijven verlopen, op voorwaarde dat we er klaar voor zijn.

De toekomst zal niet uitsluitend elektrisch zijn. Voor vrachtwagens en bepaalde toepassingen zullen vloeibare brandstoffen, inclusief hernieuwbare brandstoffen zoals HVO en e-fuels, een belangrijke rol blijven spelen, temeer omdat ze kunnen worden verdeeld via de bestaande infrastructuur. Maar die evolutie vereist informatie, opleiding en een langetermijnvisie.

Tussen crisisbeheer en de toekomst voorbereiden geeft onze sector blijk van aanpassingsvermogen. Nu moet het regelgevend kader ons nog de mogelijkheid bieden om te werken in economisch leefbare omstandigheden.

Lid van Brafco?

Geniet van een exclusieve korting op je maaltijdcheques!

Nieuwe

Pluxee-klant?

Geniet van - 45%

op de dienstprestatie van je maaltijdcheques*

Bestaande Pluxee-klant?

Geniet ook van 45%

op de dienstprestatie van je maaltijdcheques*

Bovendien ontvang je een gratis account, gratis eerste kaart én gratis levering voor al je huidige en toekomstige medewerkers.

* Deze korting is van toepassing op de standaard dienstprestatie en niet cumuleerbaar.

En dat is nog niet alles: dankzij Pluxee krijgen jij en je medewerkers ook gratis toegang tot ons voordelenplatform Benefits at Work voor nog meer extra koopkracht.

Contact : sales@sales.pluxee.be +32 2 547 55 05

Schenk uw medewerkers een abonnement!

Brandstoffen, een waardevolle bron van informatie voor uw onderneming

Als lid van Brafco ontvangt u het vakblad Brandstoffen. Wenst u een of meer bijkomende abonnementen voor uzelf of voor uw medewerkers? Dat kan, tegen een zeer interessante prijs:

Ter herinnering: niet-leden betalen 95 euro (excl. btw) voor een abonnement.

Interesse? Mail naar info@brafco.be

FUTURE-PROOF STATIONS: VAN TRADITIONELE TANKSTATIONS TOT GEÏNTEGREERDE ENERGIEHUBS

Is uw station klaar voor de toekomst?

Het seminarie dat op 26 maart door Brafco en EV Belgium werd georganiseerd, belichtte alle aspecten van de transformatie van tankstations tot energiehubs. Tijdens het evenement kwamen experts samen om de uitdagingen rond de energietransitie, energiebeheer en elektrische mobiliteit te bespreken.

In zijn inleiding toonde Etienne Rigo, voorzitter van Brafco, zich dankbaar voor de aanwezigheid van de tankstationuitbaters die er ondanks de huidige energiecrisis toch bij waren en hij benadrukte hun engagement in de energietransitie, onder meer via de plaatsing van laadpalen, HVO-pompen en andere oplossingen. Hij wees op de samenwerking met EV Belgium en de synergieën tussen e-mobiliteit en traditionele energie, evenals op het belang om technische expertise te combineren met een strategische visie om de uitdagingen van de toekomst van tankstations aan te gaan.

In zijn uiteenzetting had voorzitter van EV Belgium Bart Massin het over de energieonafhankelijkheid in het licht van de geopolitieke volatiliteit. Hij benadrukte de noodzaak voor België en Europa om hun energie-autonomie te versterken, onder meer via elektrische mobiliteit. Hij sneed ook de toekomst van hybride mobiliteit aan om zich aan te passen aan de schommelende petroleumprijzen en hij hamerde op het optimaliseren van deze transitie voor een duurzamere en rendabelere transportsector.

Europees parlementslid Bruno Tobback belichtte de uitdagingen van de energietransitie, in het bijzonder op het vlak van elektrische mobiliteit. Hij stelde elektromobiliteit voor als een sterk groeiende sector, ondersteund door de toenemende toegankelijkheid van elektrische voertuigen en een fors stijgende vraag, vooral in Azië. Daarnaast ging hij in op de uitdagingen van de energie-infrastructuur in Europa en het belang van het optimaliseren van netwerken en batterijen om stroomverspilling te vermijden en de energieonafhankelijkheid te versterken.

Account Manager B2B bij Ores Didier Gérard besprak de congestie van het elektriciteitsnet in Wallonië, die nog wordt versterkt door de versnelde energietransitie. Hij gaf uitleg bij de toenemende vraag naar meer vermogen voor fotovoltaïsche installaties, elektrische mobiliteit en verwarming via warmtepompen en presenteerde enkele oplossingen, zoals flexibiliteit in aansluitingen en nieuwe tarieven om het verbruiksgedrag bij te sturen en het gebruik van het net te optimaliseren, met tegelijk vergoedingsmechanismen voor flexibele klanten.

Hans Van Sebroeck, E-Mobility Expert, ging dieper in op de uitdagingen van de energie-infrastructuur in Vlaanderen, met name de congestie van transport- en distributienetten. Hij benadrukte dat de toename van energievolumes voor elektrische mobiliteit knelpunten veroorzaakt, vooral bij de transformatoren, en gaf enkele flexibiliteitsoplossingen, zoals het moduleren van het verbruik, om overbelasting te vermijden en de stabiliteit van het systeem op lange termijn te waarborgen.

Brecht Caers, Project Engineer in Renewable Energy aan de UGent, gaf uitleg bij de werking van de elektriciteitsmarkt in België en focuste daarbij op het beheer van vraag en aanbod. Hij besprak de impact van de productie van hernieuwbare energie op de prijsvolatiliteit en lichtte reguleringsmechanismen toe, zoals flexibiliteitsdiensten en balanceringsmarkten, die essentieel zijn voor de stabiliteit van het net.

Onderzoeker bij Lemcko Toon Vanhove ging dieper in op de optimalisatie van het energiebeheer binnen laadparken voor elektrische voertuigen. Aan de hand van een case study bij een Vlaamse kmo toonde hij hoe een flexibel laadbeheer de energiekosten kan verlagen door zelfverbruik te verhogen, verbruikspieken te beheren en gebruik te maken van dynamische tarieven. Daarnaast illustreerde hij hoe oplossingen zoals bidirectionele batterijen rendabel kunnen zijn.

François Boveroux, Head of Maintenance & Energy BeLux bij Electra, stelde het businessmodel van Electra voor, het eerste snellaadnetwerk in België. Hij legde uit hoe het bedrijf netcongestie aanpakt door batterijen en zonnepanelen te installeren op laadstations. Zo worden de batterijen tijdens periodes van lage vraag opgeladen en wordt de energie voor snelladen geoptimaliseerd. Hij besprak ook de technische en regelgevende criteria voor de uitrol van deze energiehubs in bestaande tankstations, met name het beheer van de energie en de certificering van de installaties.

Business Development Manager bij Energy Solutions Frederik Leempoels legde uit hoe energieflexibiliteit geïntegreerd kan worden in industriële activiteiten en tankstations. Hij illustreerde dit aan de hand van praktijkvoorbeelden, waaronder installaties met batterijen, zonnepanelen en gecentraliseerde controlesystemen die piekbelastingen verminderen, overtollige energie benutten en deelname aan flexibiliteitsmarkten mogelijk maken. Daarbij benadrukte hij het belang van coördinatie met de netbeheerders en van financiële optimalisatie, evenals de noodzaak van een robuust centraal systeem om operationele continuïteit te waarborgen en tegelijk het net in balans te houden.

Nico Ramacker, CEO & medeoprichter van FIRN Energy, besprak de oplossingen om de energieflexibiliteit en de beperkingen van het net in laadstations voor elektrische voertuigen te beheren. Hij benadrukte het belang van batterijen, semi-off-gridsystemen en een met AI geautomatiseerde CMS om het laden te optimaliseren. Verder toonde hij aan hoe het beheer van verbruikspieken, dynamische tarieven en de optimalisatie van investeringen in elektrische infrastructuur kunnen helpen om kosten te verlagen en een beter evenwicht te bereiken tussen netcapaciteit, kosten en uitrolsnelheid.

Synergieën aangaan

Na het seminarie konden de deelnemers nog even napraten tijdens een aangenaam walking dinner in een gezellige omgeving. Zo konden tankstationuitbaters en energiedeskundigen in een informeel kader ervaringen uitwisselen en hun expertise delen over de uitdagingen en kansen van de energietransitie. De ideale gelegenheid om professionele banden aan te halen en te bouwen aan nieuwe samenwerkingen, vooral op het vlak van het intelligent beheer van energie en de integratie van laadpalen. Een mooi voorbeeld van synergie tussen alle spelers in de sector.

E20: het antwoord op de economische en klimaatuitdagingen?

Benzine E20, met 20% bio-ethanol en 80% klassieke benzine, zet zijn eerste stappen in Europa, met name in Duitsland, waar enkele proefprojecten werden opgestart. Deze brandstof biedt heel wat voordelen: een aantrekkelijkere prijs, een lagere CO2-uitstoot en een belangrijke rol in de energietransitie.

Voordat benzine E20 overal wordt ingevoerd, zijn tests nodig om de co mpatibiliteit met bestaande voertuigen te beoordelen. Duitsland fungeert als laboratorium met praktijkevaluaties om de motorprestaties en de impact op mechanische onderdelen, zowel voor recente als oudere modellen, na te gaan.

Dat kadert in een bredere Europese dynamiek die aangedreven wordt door ambitieuze klimaatdoelstellingen. Zodra de RED III-richtlijn in Belgisch recht is omgezet, zal ze een verhoging van het aandeel hernieuwbare energie in motorbrandstoffen opleggen, en E20, dat rijk is aan bio-ethanol, zal dan een belangrijk instrument worden om dat te bereiken. Daarnaast zou de ETS2koolstoftaks, die normalerwijze op 1 januari 2028 in werking treedt, een ruimere invoering van E20 kunnen stimuleren vermits het gehalte bioethanol minder zwaar wordt belast en vrijgesteld is van de CO2-taks.

De compatibiliteit van voertuigen blijft echter een centrale vraag. Volgens de eerste feedback van autofabrikanten zouden de meeste modellen van na 2016 compatibel moeten zijn met E20. Merken zoals Volkswagen, BMW en Mercedes hebben de compatibiliteit van hun moderne voertuigen al bevestigd, al zijn er wel uitzonderingen. Krachtige motoren, in het bijzonder sportmodellen, kunnen problemen ondervinden met het hogere ethanolgehalte, dat bepaalde componenten kan beschadigen. Bovendien kan E20 leiden tot een lichte stijging van het brandstofverbruik (3 tot 4%) door de lagere energiedichtheid van bio-ethanol, hoewel dit nadeel wordt gecompenseerd door een aantrekkelijkere prijs aan de pomp.

E85

in Frankrijk: een economische kans

In Frankrijk kent superethanol E85 een indrukwekkende groei, zeker in het licht van de huidige forse prijsstijging van motorbrandstoffen. Ter herinnering: E85 is een motorbrandstof die bestaat uit 65 tot 85% ethanol en uit 15 tot 35% loodvrije benzine 95. De ethanol wordt geproduceerd in Frankrijk uit de fermentatie van suikers en zetmeel in suikerbieten, granen en hun verwerkingsresiduen. Met een prijs die vaak onder € 1 per liter ligt, vormt deze bio-ethanol een echte besparingshefboom voor automobilisten. In vergelijking met klassieke benzine kan het prijsverschil meer dan € 1 per liter bedragen, wat steeds meer bestuurders ertoe aanzet om voor deze alternatieve brandstof te kiezen. De besparingen kunnen oplopen tot € 500 per jaar voor een bestuurder die 13.000 km rijdt. Toch moet er ook rekening worden gehouden met het hogere verbruik van E85, dat schommelt tussen 15% en 25%. Desondanks blijft de totale besparing, zelfs met dit meerverbruik, aanzienlijk.

Het succes van E85 bij onze zuiderburen wordt ook ondersteund door een goed ontwikkeld netwerk van tankstations, met meer dan 4.000 verkooppunten. Bijna 93% van de Fransen woont op minder dan tien kilometer afstand van een station dat deze brandstof aanbiedt, wat de inburgering ervan vergemakkelijkt. Bovendien zijn, mits een aanpassing via een gehomologeerde ombouwkit, bijna alle recente wagens compatibel met E85. Opgemerkt moet worden dat België nooit de politieke wil heeft gehad om een norm of een juridische basis uit te werken voor de invoering van E85 op de Belgische markt. En zelfs als die er zou zijn, zou E85, zoals in Frankrijk, moeten worden ondersteund door een lagere fiscaliteit dan die van andere brandstoffen...

E20 zou door zijn hoger gehalte aan bio-ethanol minder worden belast.

Madic Benelux

In het hart van de mobiliteit van morgen

Al meer dan 40 jaar is Madic een toonaangevende speler op het vlak van energieoplossingen voor transport en mobiliteit. Het Franse bedrijf, oorspronkelijk bekend om zijn technische oplossingen (tanks, pompen, energie-infrastructuur,…) en IT-systemen (betalingsoplossingen, telebeheer, rapportering,…), zet vandaag resoluut de stap naar elektromobiliteit.

“We blijven trouw aan onze kernactiviteit,” zegt Bill Olivier, Managing Director van Madic Benelux. “Maar met de energietransitie moeten we onze klanten helpen de overstap te maken naar een wereld waarin energiebronnen diverser zijn dan ooit.”

Een veelzijdige energie-toekomst

Met de groei van de elektromobiliteit kiest Madic voor een multienergetische aanpak.

Het bedrijf biedt alle elektrische oplossingen aan die op de markt beschikbaar zijn, zonder afstand te nemen van zijn industriële roots. Een symbolische mijlpaal volgde op 17 december, met de opening van het eerste Madicwaterstofstation in Frankrijk.

“De toekomst zal niet eendimensionaal zijn,” vervolgt Bill Olivier. “Diesel, elektriciteit, waterstof, biogas,... al die energievormen zullen naast elkaar blijven bestaan.

Onze rol is om onze klanten te helpen de juiste combinatie te vinden die past bij hun economische en operationele realiteit.”

Transporteurs en vlootbeheerders vormen één van de belangrijkste doelgroepen van Madic. Voor hen ontwikkelt het bedrijf vaak hybride oplossingen: snelladers, trage laadinfrastructuur of gedeelde systemen. Madic Benelux legt daarbij de nadruk op langdurige samenwerking: eerder partnerschap dan louter commerciële transacties.

Daarnaast blijft de groep zijn digitale oplossingen uitbreiden: betalingsinterfaces, energiemonitoringsoftware, rapporteringstools en systemen voor professionele betaalkaarten. “Onze ambitie,” besluit Bill Olivier, “is om een partner te zijn die technische expertise, strategisch advies en digitale tools combineert. De energie verandert, maar de geest van Madic blijft dezelfde: onze klanten duurzaam begeleiden in hun mobiliteit.”

Advies op de eerste plaats

Madic beperkt zich niet tot de levering van apparatuur of software. Het bedrijf wil zich profileren als een echte adviespartner, die ondernemingen helpt bij hun strategische keuzes rond energie en mobiliteit. De groep hanteert daarbij een neutrale adviesaanpak: analyse van het bedrijfsprofiel, studie van het gebruik en bepaling van de laad- en energiebehoeften. “We willen samen met onze klanten nadenken, niet in hun plaats,” zegt Bill Olivier. “Voor je een oplossing aanbiedt, moet je het gebruik, de exploitatielogica en de werkelijke kost van het laden begrijpen, want die kan enorm variëren.”

Madic Benelux bv

• Brandekensweg 13 2627 Schelle (Zetel)

• Poortakkerstraat 90 9051 Sint-Denijs-Westrem (Burelen)

+32 (0) 9 296 45 20 sales@madic-benelux.com

FIRN ENERGY

Energie sturen om kosten om te vormen tot kansen

In een energiemarkt die steeds volatieler wordt, volstaat een eenvoudige kostenverlaging niet meer: optimaliseren, anticiperen en zelfs inkomsten genereren is voortaan de boodschap. En dat is nu precies wat FIRN Energy belooft, een bedrijf dat materieel en slimme software combineert om het energiebeheer van bedrijven te transformeren.

Waar advies, technologie en investering elkaar ontmoeten, vinden we het model van FIRN Energy dat uitgaat van een idee dat eigenlijk heel eenvoudig is: klanten de middelen in handen geven om zelf hun energie te beheren, ondersteund door geavanceerde tools. Of zoals CEO en medeoprichter Nico Ramacker het samenvat: We bieden een dienst en verkopen materieel... maar vooral een tienjarenvisie.

HYBRIDEMODEL:

INVESTEREN, UITRUSTEN EN OPTIMALISEREN

Waar sommige spelers hun installaties financieren en zelf exploiteren, pakt FIRN Energy het anders aan. Het bedrijf stelt zijn klanten voor om zelf te investeren in hun energie-infrastructuur – laadpalen, batterijen, zonnepanelen – waarbij ze van A tot Z worden begeleid.

Wij bieden een investeringsplan aan: onze klanten investeren en behouden de latere opbrengsten die daaruit voortvloeien, licht Nico Ramacker het concept toe. Een aanpak die vooral in de smaak valt in de horeca, de industrie, de landbouw en de sector van de laadinfrastructuur. Het model steunt op drie pijlers:

• een snelle eerste studie (vaak op één dag);

• de levering van geschikte apparatuur;

• een continue opvolging over verschillende jaren.

De bedoeling is duidelijk: de installaties in vier tot zes jaar afschrijven en vanaf de eerste optimalisatie al meteen kosten reduceren en winst genereren.

TECHNOLOGISCHE ‘BUILDING BLOCKS’, MAAR MET UNIEKE STURING

Voor zijn materieel werkt FIRN Energy met relatief standaard producten: batterijen, omvormers, laadpalen en zonnepanelen. Maar dat is niet waar de échte waarde van het bedrijf zit. Het is niet de batterij op zich die het verschil maakt. Alles staat of valt met de sturing, vertelt Nico Ramacker.

Iedere installatie is dus ontworpen als een modulair systeem, waarbij de intelligentie in één centraal element zit: de energiecontroller. De FIRN Controller werkt als artificiële energie-intelligentie. De FIRN Controller gebruikt door AI gestuurde voorspellingen en realtime marktgegevens om continu de elektriciteitsprijzen te analyseren en het energiesysteem aan te sturen om energie te

Nico Ramacker, CEO FIRN Energy, in het laboratorium en atelier waar al het materieel wordt voorbereid, getest en geoptimaliseerd voor het aan de klant wordt geleverd.

Dit laadstation in Merelbeke is uitgerust met 8 power blocks van FIRN Energy. Die combineren een krachtige energieopslag met een geavanceerde vloeistofkoeling op kastniveau.

kopen wanneer de prijzen laag zijn en te verkopen wanneer ze hoog zijn. Om het uur wordt alles herberekend op basis van de nieuwste gegevens. We zoeken voortdurend naar de minimale kost, aldus Nico Ramacker.

Die sturing gaat uit van verschillende strategieën die elkaar aanvullen:

• Geoptimaliseerd eigenverbruik: zonne-energie opslaan om aankopen op het net te verlagen.

• Slim aankopen: profiteren van lage of zelfs negatieve prijzen.

• Strategisch verkopen: stroom in het net injecteren wanneer de prijzen hoog zijn.

• Peak shaving: verbruikspieken afvlakken om bijkomende kosten te vermijden.

De verbruiker zelf hoeft amper iets te doen: De klant observeert. Het systeem werkt volledig autonoom.

VAN KOSTEN TOT WAARDECREATIE

Uitgaven verminderen blijft dan wel een belangrijke doelstelling van FIRN Energy, maar het bedrijf gaat nog een stap verder door het concept van energiewinst te introduceren. Met een dynamisch contract kan je tegen 15 cent of meer injecteren in plaats van 2 cent, zegt Nico Ramacker. Zo worden

 p.28

Hoe werkt een batterijoplossing?

Met een batterijoplossing kan een groot deel van de door zonnepanelen geproduceerde energie worden opgeslagen. Die energie kan dan later worden gebruikt, bijvoorbeeld ‘s avonds, wanneer de zon niet meer schijnt.

batterijen naast technische ook financiële instrumenten. Door gebruik te maken van:

• de day-ahead prijzen (uurprijzen voor morgen die vandaag worden gepubliceerd. In België worden die prijzen vastgelegd door Belpex, de Belgische elektriciteitsbeurs);

• de realtime prijzen;

• en onbalansen op het net.

Klanten kunnen dus extra inkomsten genereren. Vooral de ‘onbalans’ biedt unieke kansen: het is het verschil tussen de voorspellingen en de realiteit op het net. Dat is eerder speculatief, maar kan wel grotere inkomsten genereren, legt de CEO van FIRN Energy uit.

FIRN Energy beperkt zich overigens niet tot elektriciteit. Het bedrijf interageert ook met andere energiemarkten, vooral de gasmarkt, waarvan de schommelingen de stroomprijzen rechtstreeks beïnvloeden. Alles hangt met elkaar samen. De stroomprijs hangt sterk af van de gasprijs en die schommelingen spelen zich soms af binnen een tijdsspanne van een kwartier, benadrukt Nico Ramacker. Die globale aanpak maakt het mogelijk om strategieën voortdurend aan te passen, in een omgeving waar “onzekerheid de enige zekerheid is”.

TRANSPARANTIE

Iedere klant heeft een uniek energieprofiel. FIRN Energy past zijn oplossingen dus aan in functie van de verbruikshistoriek, de bestaande apparatuur, de activiteitensector en de locatie. Er zijn geen twee identieke profielen. Het systeem past zich automatisch aan, gaat Nico Ramacker voort.

Het bedrijf werkt zowel met bestaande installaties als aan nieuwe projecten, met een voorkeur voor sites die al operationeel zijn, omdat die gemakkelijker te modelleren zijn doordat er al data beschikbaar zijn.

Los van de technologie zet FIRN Energy in op transparantie en pedagogie. Klanten ontvangen maandelijks een gedetailleerd rapport met hun verbruik, productie, besparing en prestaties. Het is nooit eenvoudig om deze winsten uit te leggen, maar we tonen concreet de impact van de energiesturing aan, aldus Nico Ramacker. Het bedrijf haalt zijn verloning uit een commissie op het beheer en het onderhoud, in een model waarin de klant de controle behoudt over zijn investeringen en winsten.

Op een moment waarop energie een strategische uitdaging wordt voor alle bedrijven biedt FIRN Energy een nieuwe manier van verbruiken aan. Door de combinatie van materieel, artificiële intelligentie en marktexpertise vormt het bedrijf een beperking om tot een prestatiehefboom.

Gebruikersinterface van FIRN Energy. De klant krijgt er grafieken te zien van het niveau en het beheer van zijn batterij, zijn verbruik en de reële vs. de voorspelde zonneproductie. Hij ziet ook wat er is ondernomen in functie van de stroomprijs en het autonome gebruik van het net. Tot slot ziet hij er de gebruikte apparatuur (controller, batterijen, power blocks) en hij kan in real time de voorspellingen en realisaties vergelijken.

“Energie moet een intelligent systeem worden”

Nico Ramacker leidt een team van zo’n twaalf ingenieurs en ontwikkelaars die gespecialiseerd zijn in de intelligente sturing van batterijen. Tussen technische expertise en strategische visie pleit hij vooral voor een pragmatische aanpak van de energietransitie waarbij aanpassingsvermogen en prestaties centraal staan.

Brandstoffen: Waarom legt u zich toe op B2B?

Nico Ramacker: B2C heeft niet genoeg optimaliseringsmarge, vooral als je enkel met eenvoudige apparatuur werkt. Wij zijn echt B2B-georiënteerd, met klanten die vrij complexe energieprofielen hebben en voor wie onze technologie een echte meerwaarde biedt. In bepaalde sectoren, zoals de landbouw of de industrie, hebben de gebruikers al een beter inzicht in hun verbruik, waardoor we bij de optimalisering heel wat verder kunnen gaan.

Geef eens een beschrijving van uw ‘power blocks’, die we geregeld zien staan bij elektrische laadpalen.

N.R. : ‘Power blocks’ groeperen batterijen en omvormers in één module. Het zijn industriële units die tot 3000 kilo per stuk kunnen wegen. In bepaalde snellaadstations staan er soms meerdere om de laadpalen van stroom te voorzien. Het voordeel eraan is dat het een modulair systeem is: ze kunnen starten met een beperkte capaciteit en daarna kunnen er gaandeweg extra blokken aan worden toegevoegd als de vraag stijgt. Zo kunnen onze klanten geleidelijk investeren zonder al meteen het hele pakket te moeten voorzien.

Kan u ons het principe van ‘curtailment’ uitleggen?

N.R. : Curtailment is een eenvoudig maar essentieel deel van de optimaliseringslogica. Wanneer de stroomprijzen negatief worden – wat regelmatig voorkomt door zonneenergieoverschotten – onderbreken we de netinjectie. Zo

vermijden we dat de klant betaalt om zijn energie aan het net te leveren. Zodra de prijzen weer positief worden, start de injectie automatisch opnieuw op. Dergelijke beslissingen moet in real time worden genomen, afhankelijk van de markt, en precies daar maakt ons sturingssysteem het verschil.

Heeft de energiecrisis het gedrag van uw (potentiële) klanten veranderd?

N.R. : Ja, duidelijk. Ze nemen nu vooral sneller beslissingen. Vroeger werd vaak maandenlang over bepaalde projecten gepraat. Nu zien bedrijven de noodzaak in en gaan sneller over tot actie. De prijsvolatiliteit zorgt er ook voor dat ze op zoek gaan naar intelligentere oplossingen om hun verbruik veilig te stellen en te optimaliseren.

Hoe kunnen bedrijven de toenemende onzekerheid op de energiemarkt opvangen?

N.R. : Ze moeten adaptief zijn. We weten niet wat er over vijf jaar zal gebeuren, maar we kunnen ons wel voortdurend aanpassen. De energiemarkt verandert constant, onder invloed van het weer, de energieprijzen, geopolitiek of het globale verbruik. Het is dan zaak om systemen te ontwikkelen die slim genoeg zijn om samen met die veranderingen te evolueren. Energie mag niet iets zijn wat we ondergaan. Het moet een strategische hefboom zijn, die op een autonome en geoptimaliseerde manier onafgebroken wordt gestuurd.

VOORSTEL VAN UPEI VOOR DE HERZIENING VAN DE CO2-EMISSIENORMEN

Instaan voor een evenwichtige en technologieneutrale aanpak van de decarbonisatie van het wegvervoer

Wat zijn de aanbevelingen van UPEI (Europese koepelorganisatie van onafhankelijke handelaars in traditionele en duurzame brandstoffen, waarvan Brafco een actief lid is) aan het adres van het Europees Parlement en de Raad van de EU om de herziening van de verordening (EU) 2019/631 te wijzigen en te versterken? Die verordening betreft de aanscherping van de prestatienormen inzake CO2-emissies voor nieuwe personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen, in overeenstemming met de verhoogde klimaatambitie van de Unie.

In december 2025 stelde de Europese Commissie een herziening voor van de CO2-emissienormen voor lichte voertuigen, waaronder personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen, in het kader van het “Automotive Package”. Die herziening vormt een essentieel onderdeel van de Europese wetgeving en heeft het potentieel om de decarbonisatie van het wegvervoer in de hele Unie te versnellen overeenkomstig de ambitieuze klimaatdoelstellingen. Hoewel die herziening cruciaal is, is UPEI wel van mening dat het huidige voorstel geen echte technologische neutraliteit waarborgt en de rol van CO2-neutrale brandstoffen in de decarbonisatie van de transportsector niet volledig erkent.

UPEI benadrukt dat, hoewel elektrificatie een essentiële rol speelt bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen in de transportsector, ook andere duurzame alternatieven, zoals CO2-neutrale brandstoffen en hernieuwbare brandstoffen, in het regelgevingskader moeten worden opgenomen. Het doel is een evenwichtige en technologieneutrale aanpak te ontwikkelen die alle haalbare en verifieerbare decarbonisatieoplossingen de kans biedt bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen van de EU, terwijl tegelijkertijd de industriële concurrentiekracht en innovatie in Europa worden gewaarborgd.

EEN BREDERE DEFINITIE VAN HERNIEUWBARE BRANDSTOFFEN

Een van de belangrijkste bezorgdheden van UPEI met betrekking tot het huidige voorstel is het ontbreken van een duidelijke en inclusieve definitie van CO2-neutrale brandstoffen. Het ontbreken van een geharmoniseerde definitie sluit een brede waaier aan duurzame brandstoffen, die aanzienlijk zouden kunnen bijdragen aan de vermindering van de uitstoot in het wegvervoer, uit.

Om dat probleem op te lossen, vraagt UPEI een herziening van de verordening om de definitie van hernieuwbare brandstoffen te verruimen. Die zou moeten worden afgestemd op de Richtlijn hernieuwbare energie (RED III), die duurzaamheidscriteria vastlegt voor hernieuwbare energiebronnen. Specifieker pleit UPEI voor de opname van alle brandstoffen die aan deze duurzaamheidscriteria voldoen, waaronder biobrandstoffen, biogas, hernieuwbare vloeibare en gasvormige brandstoffen, en brandstoffen op basis van gerecycleerde koolstof (RCF’s). Die worden geproduceerd uit biomassa of gerecycleerde koolstofbronnen, kunnen tastbare klimaatvoordelen bieden en moeten binnen het regelgevingskader worden erkend als geschikt om bij te dragen aan de vermindering van de uitstoot.

UPEI ondersteunt de door de Working Group on Monitoring Methodologies of Carbon Neutral Fuels (WGMM) voorgestelde definitie, die CO2-neutrale brandstoffen omschrijft als brandstoffen die tijdens hun productie een hoeveelheid CO2 vasthouden die gelijk is aan de hoeveelheid die bij hun verbranding vrijkomt. Door die definitie te hanteren kan de EU de coherentie in de regelgeving en het vertrouwen van de markt in de duurzaamheid van hernieuwbare brandstoffen garanderen.

EEN SPECIFIEKE CATEGORIE VAN “ZEROEMISSIEVOERTUIGEN” CREËREN VOOR VOERTUIGEN DIE UITSLUITEND OP CO2-NEUTRALE BRANDSTOFFEN RIJDEN Nog een belangrijke aanbeveling van UPEI is het creëren van een specifieke categorie voor voertuigen die uitsluitend op CO2-neutrale brandstoffen rijden. Zo’n categorie is niet opgenomen in het huidige voorstel. UPEI stelt dat een specifieke classificatie voor dergelijke voertuigen noodzakelijk is om duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden aan fabrikanten en consumenten.

De herziening van de verordening inzake CO2-emissienormen voor lichte voertuigen biedt de EU-instellingen een doorslaggevende kans om de toekomst van een klimaatneutrale mobiliteit in Europa vorm te geven. Een technologieneutrale aanpak, die naast elektrificatie ook de bijdrage van CO2-neutrale brandstoffen erkent, zal de emissiereductie versnellen en tegelijk de industriële concurrentiekracht en innovatiecapaciteit van Europa behouden. Door de deur open te zetten voor meerdere decarbonisatietrajecten bouwt de EU een mobiliteitsecosysteem op dat veerkrachtiger, duurzamer en concurrentiëler is.

Ter ondersteuning van deze nieuwe categorie vereist de herziening van de verordening de opmaak van een goedkeuringskader voor voertuigen die uitsluitend rijden op brandstoffen die voldoen aan de RED, met inbegrip van een set opvolgingsmethoden om te controleren dat de voertuigen inderdaad uitsluitend op die brandstoffen rijden. UPEI benadrukt dat het doel moet zijn om concurrentie tussen verschillende technologieën te stimuleren, in plaats van zich te beperken tot één enkele oplossing. Dat zou innovatie en flexibiliteit bevorderen.

Bovendien zou de verordening ook bindende voorwaarden moeten omvatten om te verzekeren dat voertuigen die op CO2-neutrale brandstoffen rijden, op dezelfde manier worden behandeld als elektrische voertuigen. Om hun milieu-integriteit te verzekeren, zou er ook een pragmatisch en efficiënt aanmoedigingssysteem moeten komen dat er over waakt dat tijdens het gebruik van deze voertuigen geen fossiele brandstof wordt gebruikt.

HET BIOTICKETSYSTEEM VOOR HERNIEUWBARE BRANDSTOFFEN VERBETEREN

Het is van essentieel belang dat de huidige plafonds van 3% voor hernieuwbare brandstoffen en van 1% voor biobrandstoffen uit bepaalde grondstoffen worden geschrapt. Die restricties beperken de mogelijkheid van de industrie om duurzame brandstoffen volledig in de energietransitie te integreren, ondanks de in het kader van de RED-richtlijn geverifieerde en gecertificeerde emissiereducties. Door deze plafonds op te heffen, zou de EU de flexibiliteit op het vlak van conformiteit bevorderen, meer gediversifieerde decarbonisatietrajecten ondersteunen en garanderen dat alle geverifieerde emissiereducties op gelijke voet worden behandeld in het kader van de CO2-doelstellingen. Hernieuwbare motorbrandstoffen zouden moeten worden gecrediteerd op basis van hun emissiereducties over de gehele levenscyclus volgens RED III,

wat het mogelijk moet maken om hun bijdrage aan het behalen van de CO2-emissiereductiedoelstellingen van fabrikanten te vergroten. Bij de herziening van de verordening zou geen enkele nieuwe drempel mogen worden opgenomen.

DE FORMULE VOOR BRANDSTOFCREDITS BIJWERKEN

UPEI erkent het belang van de formule die wordt gebruikt om biotickets voor hernieuwbare brandstoffen te berekenen, maar wijst ook op de moeilijkheden die samenhangen met de huidige uitrol van de databank voor biobrandstoffen van de Unie (UDB). De UDB heeft tot doel de traceerbaarheid te verbeteren, het risico op fraude te verlagen en een dubbeltelling van hernieuwbare brandstoffen te voorkomen, maar ondervindt in de praktijk verschillende implementatieproblemen.

Gezien deze uitdagingen stelt UPEI voor dat de Europese Commissie overweegt om de SHARES-databank als tijdelijke oplossing te gebruiken indien de UDB op het moment dat de herziening van kracht wordt, niet volledig operationeel is. Dat zou garanderen dat het systeem van brandstofcredits blijft functioneren en hernieuwbare brandstoffen verder kunnen bijdragen aan het behalen van de emissiereductiedoelstellingen.

Bovendien pleit UPEI ervoor dat de in de formule voor brandstofcredits gebruikte waarde voor de gemiddelde kilometerstand van personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen wordt afgestemd op de bestaande regelgeving, en dan met name op de regelgeving voor de homologatie van de types (Euro 7), waarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde kilometerstand van 200.000 km. Dat zou ervoor zorgen dat de berekening van de brandstofcredits de realiteit van het voertuiggebruik in de EU beter weerspiegelt.

Net zoals hier in Châtelineau versterkt Q8 zijn aanwezigheid op de strategische locaties van herontwikkelde Shopping Cora-sites.

Shopping Cora-sites

Op 1 februari startte Q8 met de overname van 7 tankstations op de terreinen van de herontwikkelde Shopping Cora-sites in Anderlecht, Châtelineau, Hornu, La Louvière, Rocourt en Sint-Lambrechts-Woluwe. Met die uitbreiding versterkt Q8 zijn aanwezigheid op strategische locaties, waar retail, mobiliteit en hoge bezoekersstromen samenkomen.

De voormalige Cora-hypermarktsites in Brussel en Wallonië worden momenteel door fondsenbeheerder Mitiska REIM omgevormd tot moderne winkelcentra met nieuwe retailers zoals Dreamland, Kiabi, Jysk, Dreambaby, Aldi en Delhaize – al jarenlang een vertrouwde partner van Q8. Met deze uitbreiding speelt Q8 in op drie strategische pijlers:

• Een sterke retailmix: een aanbod dat shopping en mobiliteit praktisch combineert.

• Groeien in high-traffic zones: maximale zichtbaarheid en vlot bereik voor klanten.

• Toekomstbestendige en duurzame mobiliteit: locaties met potentieel voor multimodale en elektrische mobiliteit.

De combinatie van onze stations met shopping werkt al jaren goed en daar blijven we volop op inzetten, legt Bart Moens, Network Development Manager bij Q8, uit. We willen precies daar zijn waar de klant ons nodig heeft. Deze locaties zijn dan ook een slimme, strategische uitbreiding van ons netwerk. Ze liggen vlak bij drukke verkeersassen en bedrijventerreinen, wat ze extra relevant maakt voor de toekomst. We zien op deze sites bovendien nog kansen voor de uitrol van Q8 electric. Die mogelijkheden zullen we later nog bekijken.

MODERNISERING

De stations zullen in de komende maanden het Q8 easy-logo krijgen. Daarna moderniseren we de stations stap voor stap, gaat Bart Moens voort. Met een volledige rebranding tillen we ze naar het hoogste niveau op het vlak van gebruiksgemak, veiligheid en klantbeleving.

Mitiska REIM is blij om een sterke partner als Q8 te kunnen toevoegen aan de Shopping Cora-sites. De langetermijnsamenwerking tussen Mitiska REIM en Q8 bevestigt het herontwikkelingspotentieel van de Shopping Cora-sites in Brussel en Wallonië, besluit Bram Thomas, Managing Director BNF bij Mitiska REIM.

Q8 heeft ruim 465 tankstations en een netwerk van meer dan 120 lokale 'Shop&Go'-convenience stores in België, samen met Delhaize en Panos. Met HVO100, CNG, LNG en Q8 electric zet Q8 zich ook in voor een duurzamere mobiliteit. Sinds Q8 vier jaar geleden Q8 electric lanceerde, gaat het snel met de uitbouw van zijn laadnetwerk. De Q8-laadpas en Q8-app geven toegang tot meer dan 500.000 laadpunten in Europa en nagenoeg alle laadpunten in de Benelux. De komende vijf jaar zal Q8 meer dan 500 Q8 electric-snelladers plaatsen in de Benelux.

Impact van het toekomstige energielabel voor elektrische auto’s

De Europese Unie staat op het punt een nieuw energielabelsysteem voor elektrische en oplaadbare hybride voertuigen in te voeren, naar het voorbeeld van de labels op onze huishoudelijke apparaten. Hoewel dit label bedoeld is om meer transparantie te bieden, zou het ook aanzienlijke fiscale gevolgen kunnen hebben voor automobilisten, met name in België. Wat zijn de gevolgen van deze maatregel en wat zou er veranderen voor kopers van elektrische wagens?

In de toekomst krijgt ieder voertuig een A- tot F-label afhankelijk van zijn energieverbruik, uitgedrukt in kWh/100 km.

Het label wil meer duidelijkheid brengen over het energieverbruik van elektrische auto’s. Momenteel krijgen elektrische voertuigen automatisch de beste score op het vlak van CO2-uitstoot, aangezien die “aan de uitlaat” onbestaande is. Maar niet alle elektrische modellen verbruiken evenveel energie om 100 kilometer af te leggen. In de toekomst krijgt ieder voertuig een A- tot F-label afhankelijk van zijn energieverbruik, uitgedrukt in kWh/100 km. De drempels zijn duidelijk: A voor een verbruik van minder dan 14 kWh per 100 km, B voor 14 tot 16 kWh, C voor 16 tot 18 kWh en zo verder.

AFZONDERLIJKE CLASSIFICATIES

Dit energieclassificatiesysteem zou kunnen leiden tot een duidelijke hie rarchie tussen verschillende types elektrische voertuigen. Een klein stadsautootje bijvoorbeeld zoals de elektrische Renault Twingo verbruikt ca. 13 kWh/100 km en zou dus een A-label krijgen, terwijl een imposante elektrische SUV zoals een Audi Q6 e-tron, die een hoger verbruik heeft, eerder onderaan de ranglijst zou komen te staan. Dit onderscheid wil de reële energie-efficiëntie van de beschikbare modellen beter weerspiegelen, want die varieert toch aanzienlijk van model tot model.

FISCALE HEFBOOM

Dit label biedt voordelen op het vlak van transparantie voor de consument, maar zou ook verstrekkende fiscale gevolgen kunnen hebben. Modellen die meer energie verbruiken zouden het fiscale voordeel dat ze vandaag hebben, kunnen verliezen. Zo zouden de belastingvoordelen voor elektrische

voertuigen bijvoorbeeld kunnen worden teruggeschroefd voor wie heeft gekozen voor een model dat meer energie verbruikt, zoals een SUV of luxeberline, en niet voor een kleinere en zuinigere auto.

Bovendien zou deze nieuwe regelgeving kunnen leiden tot een belastingverhoging of meer kosten voor wie in het bezit is van een energieverslindend voertuig, vooral in steden die al maatregelen hebben ingevoerd om zuinige voertuigen te stimuleren. Bepaalde eigenaars van elektrische auto’s zouden daardoor gestraft worden en bijkomende kosten moeten ophoesten.

ALLE SEGMENTEN VAN DE MARKT

Dit initiatief beperkt zich niet tot nieuwe voertuigen, maar zal ook gelden voor tweedehandswagens en lichte bedrijfsvoertuigen. Dat zou de verkoop en aankoop van tweedehandswagens kunnen bemoeilijken, aangezien die voortaan een officieel energielabel zullen moeten kunnen voorleggen. Professionals uit de autosector zullen alle gegevens in een databank moeten gaan opzoeken alvorens een auto te kunnen verkopen.

Het toekomstige energielabel getuigt van de wil van de Europese Unie om de automarkt transparanter en verantwoorder te maken. Per slot van rekening geniet de elektrische auto niet langer de welwillendheid van het begin, maar staat hij nu onder toenemende druk wat betreft energie-efficiëntie en fiscale gevolgen. Een teken dat de markt van de elektrische auto volwassen wordt?

Nieuwe affiche prijzen motorbrandstoffen

De overheid wil het consumenten gemakkelijker maken om ook alternatieve, niet-fossiele brandstoffen in overweging te nemen bij de keuze voor een nieuwe auto.

Biedt u in uw tankstation drie of meer van deze brandstoftypes aan: benzine, diesel, lpg, elektriciteit, waterstof, cng? Dan moet u, ingevolge het koninklijk besluit van 9 december 2021 tot wijziging van het KB van 13 april 2019 betreffende de benaming en de kenmerken van de alternatieve brandstoffen, sinds 1 april 2022 een affiche ophangen met de gemiddelde brandstofprijzen per 100 km. Die moet u in uw tankstation op een goed zichtbare plaats tonen, bij de pompen en in de shop. Het doel: consumenten beter informeren over de prijs van verschillende soorten brandstof.

WAAROM BRANDSTOFPRIJZEN VERGELIJKEN?

De Europese Unie wil auto’s die rijden op alternatieve brandstoffen een duwtje in de rug geven én consumenten helpen bij de keuze van een wagen. Niet alleen de aankoopprijs is daarbij van belang, ook de prijs die de consument betaalt voor de brandstof. Daarom geldt er vanaf 1 april 2022 een Europese verplichting om bij tankstations die naast benzine en diesel nog cng, lpg, waterstof of elektriciteit (via laadpalen) aanbieden, een brandstofprijsvergelijking te afficheren. Die toont de prijzen van de volgende zes brandstoffen, gebaseerd op een verbruik per 100 km:

• benzine 95 E10

• diesel B7

• lpg

• elektriciteit

• waterstof

• cng

Op die manier wenst de overheid het voor consumenten gemakkelijker te maken om ook alternatieve, niet-fossiele brandstoffen in overweging te nemen bij de keuze voor een nieuwe auto.

HOE WORDT DE BRANDSTOFPRIJS BEREKEND?

Op Europees niveau is bepaald hoe de prijs wordt berekend, zodat de prijzen in Europa onderling vergelijkbaar zijn. De FOD Economie vergelijkt de brandstofprijzen over een afstand van 100 km voor de meest verkochte automodellen binnen een segment. Met de gemiddelde verbruiksinformatie van die voertuigen (volgens WLTP, Worldwide harmonized Light vehicles Test Procedures), wordt het gemiddelde brandstofverbruik berekend. Dat gemiddelde verbruik (in brandstofeenheden per 100 km) wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde brandstofprijzen die in het voorafgaande kwartaal zijn geregistreerd (in euro per brandstofeenheid). Het resultaat is de prijs in euro per 100 km.

VOOR WIE GELDT DE NIEUWE AFFICHAGE VAN BRANDSTOFPRIJSVERGELIJKING?

Als uw tankstation drie of meer van de zes brandstoffen aanbiedt, moet u de affiche op een duidelijk zichtbare plaats bij de pompen en in de shop van uw tankstation aanbrengen.

WANNEER MOET U DE AFFICHE TONEN?

De affiche wordt telkens twee weken voor het begin van elk kwartaal bijgewerkt met de laatste info over de brandstofprijzen. De nieuwe versie moet uiterlijk op de eerste dag van elk kwartaal (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober) in uw tankstation te zien zijn.

WAAR VINDT U DE AFFICHE OVER DE BRANDSTOFPRIJZEN?

Download de nieuwe affiche over de brandstofprijzen op de website van de FOD Economie of van de website van Brafco (rubriek “Documenten”) en print hem af op minimum A3-formaat. Of vraag de affiche aan via het e-mailadres externcom@economie.fgov.be. Dan bezorgt de FOD Economie u deze per post.

Brandstofprijsvergelijking

2e kwartaal 2026

SUV

Soort brandstof Prijsschatting per 100 km

Elektriciteit 1

Cng

Waterstof H2

Lpg 2

Benzine 95 E10 2

Diesel B7 2

€  5,3

onbestaand voor dit segment

onbestaand voor dit segment

€  6,0

€ 14,3

€ 10,9

Meer info: brandstoffen.belgie.be

economie.fgov.be 0800 120 33

De affiche met de brandstofprijsvergelijking moet op een opvallende plaats bij de pompen en in de shop worden aangebracht. Naast de Nederlands- en de Franstalige versie is ook een tweetalige versie beschikbaar.

Pomphouder, sluit u aan bij Brafco!

Telefonisch : 02/502.42.00 of via e-mail : info@brafco.be

Als uitbater van een servicestation heeft u recht op een optimale en energieke verdediging van uw belangen! Zoals u hebt kunnen lezen in deze speciale editie, wordt de pomphouder vandaag met tal van problemen geconfronteerd.

Brafco strijdt al jaren voor de belangen van eigenaars en uitbaters van

service-stations. Niet zonder resultaat! Als u nog geen lid bent van Brafco, aarzel dan niet langer.

Sluit u vandaag nog aan en voeg u bij de collega’s die reeds lid zijn van Brafco. Samen staan we nog sterker!

Vakbekwaamheid (code 95)

Chauffeurs met een rijbewijs C of CE moeten om de 5 jaar 5 erkende opleidingen van ten minste 7 uur (samen 35 kredieturen) hebben gevolgd om hun rijbewijs te verlengen.

Ukan bij Brafco terecht voor deze cursussen “vakbekwaamheid”. Brafco werkt hiervoor samen met erkende externe opleidingspartners. Deelnemers aan de opleidingsmodules ontvangen een getuigschrift van nascholing en 7 kredietpunten.

Sinds de inwerkingtreding van het KB van 10 januari 2013 moeten de betrokken chauffeurs ten minste één module volgen in elk van de volgende 3 categorieën:

I. Nascholing in rationeel rijden (dit zijn o.m. cursussen stuwing ­ en ladingzekering, economisch rijden…)

II. Toepassing van de voorschriften (dit zijn o.m. cursussen ADR, rij­ en rusttijden, vervoerdocumenten, tachograaf…)

III. Gezondheid, verkeers ­ en milieuveiligheid, dienstverlening (dit zijn o.a. cursussen ongevalsaangifte, EHBO, conflictbeheer, communicatie, agressiviteit…)

Het KB preciseert dat minstens één van de modules moet handelen over defensief en zuinig (economisch) rijden, die ten minste 3 uur praktisch rijonderricht bevat.

De prijzen verschillen naargelang de opleidingsmodule. In de prijs zijn inbegrepen: syllabus, drank­ en koffiepauze en een broodjeslunch. De opleidingen komen in aanmerking voor een subsidie van 50% door de Vlaamse overheid via de kmo ­ portefeuille.

ADR-cursussen

Brafco organiseert zelf ADR­cursussen en werkt ook samen met erkende externe opleidingspartners.

U kan bij ons terecht voor initiële en bijscholingsopleidingen voor zowel colli, tank als vloeibare brandstoffen.

De volgende ADR­bijscholingscursus “Vloeibare brandstoffen” zal doorgaan in Oudenaarde, op 13 en 20 juni. Deze cursus “Vloeibare brandstoffen” kan ook als initiële ADR­opleiding gevolgd worden door chauffeurs die nog geen ADR­getuigschrift hebben of waarvan het getuigschrift vervallen is. Voor deze personen is een bijkomende praktijkopleiding van 4 uur voorzien, die zal doorgaan in Gent op 1 juli.

U kan uzelf of een medewerker inschrijven voor een ADR­opleiding via https://www.brafco.be/nl/opleidingen

Sinds 1 januari 2024 ADR­examen niet langer schriftelijk maar digitaal in Vlaanderen

Sinds 1 januari 2024 verlopen de ADR­examens in Vlaanderen digitaal (op computer) en kunnen chauffeurs zelf kiezen wanneer ze hun examen afleggen. Ze kunnen daarvoor terecht bij een van de 16 erkende examencentra van GOCA Vlaanderen. Het examen kan van maandag t.e.m. vrijdag plaatsvinden (en dus niet meer op zaterdag) tijdens een vooraf te reserveren tijdsslot. Het is belangrijk dat kandidaten zich op voorhand inschrijven om aan het examen deel te nemen.

Aan het examen zelf verandert er niets. Het blijft een openboekexamen dat per categorie 90 minuten duurt. Examinandi die dit wensen kunnen nog steeds het examen schriftelijk afleggen, doch dit kan enkel op zaterdag in de kantoren van het ITLB. Geïnteresseerden dienen dit vooraf te melden bij de instantie waar zij de opleiding volgen.

NIEUW: tussenkomst

in de kosten van de initiële ADR-opleiding van nieuwe chauffeurs !

Werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité 127 kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op een forfaitaire tussenkomst van € 500 van het Sociaal Fonds voor de kosten van de initiële ADR-opleiding (en bijhorend examen) van “nieuwe” werknemers. (Zie www.brafco.be e Nieuws e Sociale zaken).

GE ZOC H T VOO R E XPOR T:

chemische stoffen, levensmiddelen, cement en bulkopleggers. Aankoop trekkers en ander rollend materieel.

Materiaal te koop of een overname?

BEL VANDAAG!!!

G SM +32 (0)475-60

ADR-veiligheidsadviseur

Zoekt u een externe ADR­veiligheidsadviseur? Neem contact op met de Federatie!

Maak voor de opleidingen vakbekwaamheid en ADR gebruik van de kmo-portefeuille!

Hoeveel steun u krijgt, is afhankelijk van de grootte van uw onderneming. De steun is beperkt tot een bepaald maximumbedrag dat u jaarlijks kan opnemen. U kan vrij kiezen of u dat bedrag inzet voor advies of opleiding of voor een combinatie van beide. De kosten die in aanmerking komen voor subsidie via de kmo­portefeuille zijn altijd exclusief btw

Kleine ondernemingen Steun 30%, maximaal 7.500 euro Middelgrote ondernemingen Steun 20%, maximaal 7.500 euro

iVoor een overzicht van de aangeboden opleidingen kan u best contact opnemen met Naziha Boulben. Tel.: 02/213.14.12, aziha.boulben@brafco.be. U geeft aan waar u en/of uw chauffeur(s) een opleiding wenst/wensen te volgen en u ontvangt een overzicht van de mogelijkheden!

Arbeiders in de sector hebben recht op ecocheques in juli

Werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de Handel in Brandstoffen (PC 127) zijn verplicht om in de loop van de maand juli ecocheques toe te kennen aan hun arbeiders.

De referteperiode voor het recht op ecocheques loopt van 1 juli 2025 tot 30 juni 2026. Arbeiders in de sector die gedurende deze periode

12 maanden voltijds gewerkt hebben, hebben recht op het volledige bedrag van 250 euro. Arbeiders die deeltijds werken of die in de loop van de referteperiode in of uit dienst zijn getreden, hebben recht op een gedeelte van dit bedrag:

• Vanaf 4/5de tewerkstelling: € 250

• Vanaf 3/5de tewerkstelling: € 200

• Vanaf 1/2de tewerkstelling: € 150

• Minder dan 1/2de tewerkstelling: € 100

• Onvolledige tewerkstelling: € 20 per volledige maand tewerkstelling

De betaling van deze ecocheques vindt plaats in de loop van de maand juli

De geldigheid ervan is beperkt tot 24 maanden vanaf de datum van de terbeschikkingstelling aan de werknemer.

GRATIS WEBINAR

De toekenning kan enkel elektronisch gebeuren (geen papieren cheques meer).

WELKE PRODUCTEN EN DIENSTEN?

Ecocheques zijn bestemd voor de aankoop van goederen en diensten van ecologische aard. Die goederen en diensten worden opgesomd in een officiële lijst die bestaat uit volgende categorieën:

• Ecologische producten en diensten

• Duurzame mobiliteit en vrije tijd

• Hergebruik, recyclage en afvalpreventie

• Korte keten

https://werk.belgie.be/nl/themas/verloning/ecocheques

Arbeidsduur en werkbaar werk

in het PC 127

Het Sociaal Fonds organiseert opnieuw een gratis webinar over de sectorale arbeidsduurregeling in het Paritair Comité 127 (PC 127), in samenwerking met een sociaal secretariaat.

Tijdens deze sessie wordt het wettelijk kader toegelicht en wordt ingegaan op de correcte toepassing ervan binnen uw onderneming. Daarnaast wordt de link gelegd met werkbaar werk: hoe kan u binnen de bestaande regelgeving de werkdruk beheersen en een duurzame werkomgeving creëren voor uw chauffeurs en medewerkers?

WAAROM DEELNEMEN?

U krijgt:

• Inzicht in de wettelijke bepalingen rond de arbeidsduur in het PC 127;

• Praktische tips voor een correcte toepassing binnen uw bedrijf;

• Advies over flexibiliteit en werkbaar werk om uw medewerkers gemotiveerd en inzetbaar te houden.

Gratis opleiding op afstand, eenvoudig te volgen vanop uw werkplek:

• In het Nederlands: Dinsdag 19 mei van 10u30 tot 12u

• In het Frans: Donderdag 21 mei van 10u30 tot 12u

Blijf op de hoogte van de sectorale regelgeving en ontdek hoe u arbeidsduur en werkbaarheid optimaal kan combineren binnen uw onderneming.

Als werkgever in de sector kan u zich inschrijven via het inschrijvingsformulier op de website van het Sociaal Fonds: www.fonds127.be/nl/kalender

EEN EDUCATIEF BELEVINGSATELIER OP SCHOOL

Energy Drivers verbindt chauffeurs van vandaag en morgen

In 2026 rijden chauffeurs met hun tankwagen vol energie, kennis en toekomstmogelijkheden naar scholen in hun buurt. Zo maken zij rechtstreeks kennis met leerlingen die willen ontdekken wat het beroep van chauffeur binnen het brandstoftransport inhoudt.

De leerlingen stappen voor één dag in een voor hen vaak onbekende sector. Ze ontdekken hoe een tankwagen functioneert, welke taken een chauffeur uitvoert en waarom het beroep ook in de toekomst een belangrijke rol blijft vervullen.

EEN LEERERVARING OP WIELEN

Met Energy Drivers brengt het Sociaal Fonds een praktische en interactieve beleving naar de scholen. Geen traditionele les, maar een ervaring waarbij leerlingen via een smartphonespel opdrachten uitvoeren, quizvragen oplossen en de technische kant van de vrachtwagen verkennen.

Een ervaren chauffeur staat hen daarbij persoonlijk te woord. Hij geeft inzicht in zijn dagelijks werk en toont de veelzijdigheid van het beroep, van veiligheid en productkennis tot planning, techniek en contact met klanten.

Het atelier sluit aan bij eindtermen van technische, arbeidsmarktgerichte of duale opleidingen rond arbeidsmarktverkenning, veiligheid en techniek. Op elk schoolterrein kan in overleg een geschikte plaats worden voorzien.

SAMEN INVESTEREN IN NIEUWE ENERGY DRIVERS

Het Sociaal Fonds wil samen met bedrijven in de sector jongeren warm maken voor het beroep. De sector evolueert snel en blijft nood hebben aan goed opgeleide professionals. Via dit project helpen huidige chauffeurs zelf mee bouwen aan de toekomstige instroom.

Een inspirerend voorbeeld is de samenwerking tussen Tilmans Energies en Mosa-RT in Maaseik. Zeventien leerlingen uit het zesde jaar Automechanica maakten er kennis met het beroep tijdens een Energy Drivers-atelier.

“Het enthousiasme van Tilmans Energies werkte aanstekelijk en zette de sector van brandstoftransport op een toegankelijke en interactieve manier in de kijker bij de leerlingen.” – Niels Ceyssens, coördinator STEM bij Mosa-RT

Ook het bedrijf Tilmans Energies bevestigde de meerwaarde:

“Via het atelier konden we het enthousiasme aanwakkeren bij de jongeren van Mosa-RT en hen warm maken voor een toekomst als Energy Driver.”

– Vital Tilmans, Tilmans Energies

DOE MEE EN BEREIK JONGEREN IN UW REGIO

Wil u als bedrijfsleider mee bijdragen aan de nieuwe generatie Energy Drivers? Of wenst u als sectorpartner bedrijven of scholen uit uw netwerk te inspireren en te verbinden?

Het Sociaal Fonds ondersteunt u graag bij uw zoektocht naar een geïnteresseerde school.

Neem contact op via info@fonds127.be of lees de info op www.energydrivers.be

Het bedrijf Tilmans Energies uit Maaseik bevestigde de meerwaarde van het Energy Drivers-atelier.

Energiecrisis: Brafco in de media

Sinds het begin van de energiecrisis werden de woordvoerders meermaals per dag door de media om toelichtingen gevraagd. Daarbij beperkten ze zich niet tot hun taak om de consumenten te informeren, maar wezen ze er ook nadrukkelijk op welke enorme problemen een crisis van dergelijke omvang met zich meebrengt voor brandstofverdelers en tankstationuitbaters.

BX1 – 04.03.2026

“Door de onrust in het Midden-Oosten dreigt het aanbod krap te worden, terwijl de vraag juist kan stijgen als mensen in paniek raken en nog snel willen tanken uit angst dat benzine nog duurder wordt. Ook dat heeft een invloed op de petroleumprijzen.” Maar Emmanuel Cécille, adviseur Energie & Milieu bij Brafco, stelt ook gerust: “We hoeven ons geen zorgen te maken als het conflict aanhoudt. België beschikt over strategische voorraden petroleumproducten die goed zijn voor zo’n 90 dagen.”

DE TIJD – 06.03.2026

Brafco roept de regering al langer op om de maximumprijzen voor petroleumproducten af te schaffen en te vervangen door richtprijzen. “België is, naast Luxemburg, het enige land van de EU dat een systeem van maximumprijzen voor petroleumproducten kent”, aldus Johan Mattart, algemeen directeur van Brafco. Tegelijkertijd roept de sector klanten op niet te hamsteren en hun aankopen uit te stellen, indien mogelijk. “Het is bijna lente, dus stookolie inslaan is voor de meeste mensen niet meer zo dringend. Wacht met bestellen tot de situatie is genormaliseerd.”

AVS - OOST-VLAAMSE TELEVISIE – 09.03.2026

Minister van Consumentenbescherming Rob Beenders (Vooruit) riep vorige week de economische inspectie op streng op te treden tegen handelaars die de regels niet respecteren. “Hij moet eerst naar een oplossing zoeken in plaats van olie op het vuur te gooien met populistische uitspraken", reageert Mattart

DE MORGEN – 09.03.2026

De Federatie van brandstofhandelaars Brafco vraagt de regering om dringend een leefbare distributiemarge te verzekeren voor de pomphouders of om het systeem van maximumprijzen op te schorten. “De huidige regeling doet de bevoorrading van de consument in het gedrang komen”, zegt Johan Mattart

LE VIF – 14.03.2026

Brafco vraagt de regering om zo snel mogelijk een haalbare distributiemarge voor tankstationuitbaters te garanderen of het systeem van de maximumprijzen op te schorten. “De minister moet de Programmaovereenkomst aanpassen of op zijn minst tijdelijk opschorten tot de prijzen weer leefbaar worden. In plaats van een maximumprijs die niet mag overschreden worden, zou er een drempel moeten worden vastgelegd in de vorm van een adviesprijs”, vindt Vincent Orts, woordvoerder van Brafco.

VRT NWS – 18.03.2026

... Dat is goed nieuws voor de consument, die voor een deel wordt beschermd tegen de snel stijgende prijzen. Maar het systeem is niet houdbaar, zegt Mattart. “Sommige pomphouders worden nu verplicht om hun brandstof duurder aan te kopen dan wat ze ervoor mogen vragen. Terwijl verkopen met verlies eigenlijk niet is toegestaan. Sommige pomphouders kunnen met moeite nog overleven en denken er zelfs aan om hun tankstation te sluiten.”

HET LAATSTE NIEUWS – 20.03.2026

Het omgekeerde cliquetsysteem werd een eerste keer ingevoerd in 2005, toen diesel boven 1,1 euro per liter steeg... De brandstofhandelaren huiveren bij het idee van het systeem, dat de laatste keer in 2018 toegepast werd. “Bij elke wijziging van het accijnstarief komt er voor de pomphouders een enorme administratieve rompslomp bij – terwijl het regeerakkoord juist aanstuurt op administratieve vereenvoudiging. Zelfs de FOD Financiën is er volgens mij geen voorstander van. Wij stellen een substantiële accijnsverlaging voor die in één keer doorgevoerd wordt”, zegt Johan Mattart

L’ECHO – 20.03.2026

Volgens Brafco leidt het geleidelijk toepassen van het cliquetsysteem, dat wil zeggen bij elke verhoging, tot een aanzienlijke administratieve last. Daarom pleit de sector voor het systeem dat vier jaar geleden werd ingevoerd. “De regering besloot toen om de accijnzen op benzine en diesel in één keer te verlagen met 14,4 cent”, herinnert Vincent Orts zich.

VRT-FOCUS – 22.03.2026

Johan Mattart: “Door de werking van de Programmaovereenkomst en het correctiemechanisme (K-factor) dat erin voorzien is, is het resultaat van de berekening een prijs die lager is dan de werkelijke marktprijs op de internationale markten. Dat systeem dwingt brandstoffenhandelaars en tankstationuitbaters dus om producten aan te kopen tegen prijzen die in het beste geval hetzelfde zijn als de maximumprijs, of er misschien lichtjes onder. Maar het gebeurt ook dat ze moeten aankopen tegen prijzen die hoger zijn dan de maximumprijs die ze zelf moeten toepassen.”

LE SOIR – 23.03.2026

Een primeur voor ons land: de prijzen aan de pomp stegen... op een zondag! Nooit gezien. Waarom? De Programmaovereenkomst, het mechanisme dat de maximumverkoopprijzen voor brandstoffen vaststelt, bepaalt dat de prijs op maandag wordt berekend op basis van de slotkoers van de voorafgaande vrijdagavond en de openingskoers van maandagochtend, en dat deze prijs vanaf dinsdag van kracht is. “Maar onze leden zijn genoodzaakt om hun producten in te kopen tegen een prijs die hoger is dan de maximumprijs”, licht Vincent Orts toe. “Maar ze mogen niet verkopen aan een hogere prijs, want dat is tegen de wet. En ze mogen niet met verlies verkopen, want ook dat is verboden.” De petroleumfederatie Energia en de Federale Overheidsdienst Economie zijn dus uitzonderlijk overeengekomen om de prijsstijging onmiddellijk door te rekenen.

MSN – 25.03.2026

Volgens Brafco-directeur Johan Mattart liggen de Belgische brandstofprijzen kunstmatig laag, zijn ze "wereldvreemd en komt door het wegsmelten van de marges de bevoorrading van de burger in het gedrang”. Brafco wil dat de maximumprijzen worden vervangen door richtprijzen en dat de K-factor wordt afgeschaft.

RTBF - MATIN PREMIÈRE – 26.03.2026

Vincent Orts: “We bevinden ons in een zeer moeilijke situatie, net zo moeilijk als bij het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, omdat onze leden, met het huidige systeem van de Programmaovereenkomst, gedwongen zijn producten te verkopen tegen een lagere prijs dan deze waaraan ze die hebben ingekocht. Dat is een van de redenen waarom we onder andere tijdens onze hoorzitting voor de Commissie Energie van de Kamer hebben gevraagd om de officiële maximumprijs te vervangen door een systeem van adviesprijzen.”

AA (TURKS NIEUWSAGENTSCHAP) – 30.03.2026

Speaking to Anadolu, Johan Mattart, general manager of BRAFCO – the Belgian federation of fuel distributors – said recent price surges linked to Middle East tensions have put suppliers under severe pressure. “With the war that started in the Middle East, we saw that the prices of oil products on the international markets were going up”, he said. “And because we have in Belgium a system of official maximum prices for oil products, we saw that our members had to buy gas, heating oil, gasoline, at prices that were higher than the maximum price that they (are allowed to sell to consumers).” “They were obliged to sell with losses. That was not acceptable”, Mattart added, estimating industry losses at around €100 million ($115 million).

TRENDS Z – 08.04.2026

Er is vandaag geen prijsdaling, omdat de prijzen die de FOD Economie voor vandaag heeft bekendgemaakt, door de Programmaovereenkomst worden berekend op basis van de noteringen van de eindproducten op de internationale markten van gisteren. Dus vóór het akkoord over Iran, legt Vincent Orts uit.

BRUXELLES TODAY – 12.04.2026

Hoewel de markten onmiddellijk op de aankondiging van het staakt-het-vuren hebben gereageerd, zal het effect op de prijzen aan de pomp geleidelijk merkbaar worden. Waar komt dit uitstel vandaan? “De prijzen voor morgen worden bepaald op basis van de markten van gisteren, vóór het akkoord”, legt Vincent Orts aan RTL Info uit. Het voordeel? Zo worden plotse en forse stijgingen vermeden. Maar er zijn ook nadelen mee verbonden, aangezien het langer duurt voor dalingen zich doorzetten in de prijzen. Volgens Vincent Orts “vlakt dat de prijzen af in beide richtingen”.

“Je kan toch niet verwachten dat een pomphouder per liter 5 cent toesteekt. Dat is absurd

Johan Mattart bij VRT-FOCUS op 22 maart.
Emmanuel Cécille op een Japanse zender, op 23 maart.
De Franstalige woordvoerder van Brafco bij QR le Débat (RTBF) op 11 maart.
Vincent Orts op televisiezender Trends Z op 8 april.
Het Laatste Nieuws, 9 maart.
Johan Mattart Brafco-directeur
De algemeen directeur van Brafco op de RTBF, op 24 maart.

www.brafco. be

Met de dealer locator vinden consumenten die op zoek zijn naar een handelaar nu ook de naam van uw bedrijf in alle gemeentes waar u levert.

HOE WERKT HET?

Ga naar “Ledenportaal”  “Mijn account”  “Vestigingen”  “Vestiging bewerken”  “Selecteren” (om een postcode toe te voegen).

U kan individuele postcodes toevoegen en/of postcodebereiken selecteren door op “bereik” te klikken. Klik elke keer op “Item toevoegen” en helemaal aan het einde op “Opslaan”.

Zie ook de verklarende nota “Postcodes aanpassen voor vestigingen” in de rubriek “Documenten” op de website.

Gewoon even de gegevens in uw account aanvullen!

BRAFCO

Om zoekertjes te laten verschijnen in de volgende editie van Brandstoffen (juni-juli 2026), kan u het formulier gebruiken dat u vindt op pagina 46 van onze uitgave van september-oktober 2025.

Graaddagen

Wij helpen jouw klanten met het betalen van hun energierekening

→ ONTDEK ONZE WEBSITE

mét simulatiemodule, brandstofprijzen en getuigenissen.

Meer info: www.verwarmingsfonds.be

→ FOLDERS

Bestel jouw exemplaren via onze website.

P.S.: Vergeet niet om ook de syndici van appartementsgebouwen te informeren.

We hebben allemaal recht op een warme thuis, toch? ZOEKERTJES

Vergelijking van de laatste drie mobiele jaren met de norm* (graaddagen 15/15, station Ukkel)

* De norm is het gemiddelde van de graaddagen berekend in Ukkel tussen 1833 en 1979

STATISTIEKEN

Maand Normaal jaar Jaar 2023/2024 Jaar 2024/2025 Jaar 2025/2026

Contacteer ons voor meer info:

▶ Verkoop nieuwe & tweedehandse ADR voertuigen

▶ Aankoop en overname van uw ADR tankwagen voor internationale export

▶ 25 jaar ervaring in aankoopadvies en technische ondersteuning

Bezoek onze showparking

Kanaalstraat 8, 3560 Lummen

Jean-François Riche

+32 (0)475 61 83 22

jfr@tvw-fueltrucks.com www.tvw-fueltrucks.com

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook