Afgiftekantoor Wevelgem I – Erkenning : P2A6227 Jrg. 28 nr. 2 april – mei – juni 2016
Hof Claeys: meer dan 100-jarige Stropneus.
Eentje uit de vele… Nieuweling Stropneus en de zoektocht naar. De Stropneus. Sinds Bart en ik (de schrijver van dienst is Dieter) een stand bemanden op de nationale tentoonstelling ‘Knappel en Babbel’ ingericht door de Nationale Boomgaardenstichting, te Brugge kwam de Stropneus weer in beeld. Tal van mensen stonden verwonderd te kijken naar de mooie glimmende, in z’n vel blinkende Stropneuzen die we meegebracht hadden. De vertellingen uit lang vervlogen tijden werden ten berde gebracht door medemensen die we op z’n zachts; ‘niet zo jong meer’ kunnen noemen. Eenieder disselde z’n herrinneringen aan de tijd van toen op. Algauw werd het een gezellig gebabbel voor onze standjes. Links en rechts hoorden we: ‘O, bij ons staat er nog 1’ of ‘Aja, op dat oud hof staat er nog 1’. Daar gingen we gretig op, genoeg om stof voor Bart en mezelf om op zoektocht te gaan. We vinden slechts een aantal verwijzingen terug: HOOGSTAMFRUITBOMEN in West-Vlaanderen
Maar ook, in hetzelfde boek, onderstaande vermelding bij: Typische West-Vlaamse appelrassen gezocht.
Een paar jaar geleden stond Bart Vanden Hove met de appeloogst in de wachtrij bij Lombarts Calville (de plek waar onze appelen omgevormd worden tot appelsap). Niet nieuwgierig maar geïnsteresseerd kijkt Bart naar de oogts van andere mensen. Op een bepaald moment ziet hij een pak fijne rode appelen. Een appel die Bart niet onmiddellijk herkent. Dit zorgt er uiteraard voor dat Bart in gesprek gaat met deze medemens… Blijkt dat het om Stropneuzen gaat. Bart kent ook het boek Hoogstamboomgaarden in West-Vlaanderen en er gaat een belletje rinkelen. Bart gaat uiteindelijk enthout halen en de Stropneus wordt via Bart Dequidt verdeeld aan liefhebbers met onderstaande omschrijving. bewaart tot nov Stropneuzen
HS
weinig ziektegevoelig, typisch streek Brugge 15/9
weinig sap dessert
geel, bleekrood gekleurd en gestreept zonkant afgeplat, matig groot
Ondertussen werd de Stropneus aangeplant in boomgaard Poelenbos. Deze boom bezorgd ons zeer fijne vruchten.
Wanneer je echter bovenstaande foto’s bekijkt van de Stropneuzen merk je dat deze vruchten verre van gelijken op Bismark zoals er in het boek weergegeven wordt. (alsook http://www.fruitboomkwekerij.be/appelbismarckmal.html beweert op zijn site) De zoektocht naar info omtrent Stropneuzen loopt moeilijk. Telke malen vinden we stropneus terug als synoniem voor Bismark. Bismark was vroeger geliefd als bakappel. Te wrang om zo te eten. Vroeger waren bakappelen naast appelmoes erg geliefd. Bij een bakappel werd geen suiker gebruikt omdat dit indertijd te duur was). Vroeger werd er goed betaald voor de Bismark, daar deze appel zeer goed bewaard zonder uitval. De rode kleur was geliefd. Ook bovenstaande omschrijving strookt niet met de Stropneus die wij nu kennen. De kwaliteit van de Stropneus als eetappel is trouwens beter dan die van Bismark. Daarom vinden we het nodig dat we verder op zoek gaan naar de Stropneus. Dit kunnen we enkel doen door zoveel mogelijk verschillende moederbomen terug te vinden. Aan de hand van de vruchten die aan die bomen groeien kunnen we na onderzoek, vruchtbeschrijvingen en dergelijke meer een vaster beeld vormen over de stropneus.
Op de ‘knappel en babbel’ hoorden we verschillende vertellingen. De ene die nog een boom wist staan heeft het over ‘je moet hem direct opeten’ (kan dus tot november zijn). Terwijl de andere het heeft over ‘Goh, wij aten ervan tot in januari’. Duchtig werden een aantal telefoonnummers en adressen genoteerd. Op zondag 31 januari jongst leden mocht ik naar het familiefeest van de kant van m’n allerliefste. Niet dat ik geen familiemens ben, maar als ik iets kan doen rond appelen of peren, dan wordt het moeilijk kiezen… Met de toestemming van m’n schone moeder mocht ik op pad. Ik bracht een bezoek aan de Familie Ronse te Sijsele. Zij hebben zelf een Stropneus staan in hun tuin. De boom werd in 1967 geplant. Het betreft een geënte boom die aan hen bezorgd werd door een bevriende liefhebber: Remi Doesselaere. Hieronder de fiere eigenaars, de familie Ronse te Sijsele.
De man des huizes nam me mee naar een oude vriend die voor z’n hoeve een oude boomgaard heeft. En werkelijk, we gingen precies terug in de tijd. Helemaal in de stukken, een pak verwijderd van de wereld reden we het erf Claeys op. Ik trof er de restanten aan van een zeer oude boomgaard. Binnen in het hof kreeg ik van de heer des huizes een aantal Stropneuzen die hij in een emmer in een koele berging bewaard had. Hij wees me twee oude Stropneuzen aan. Rechts vooraan in z’n boomgaard. Onder de twee bomen trof ik zowaar nog resterende vruchten aan. Alle vruchten zijn voorzien van het typische calville-achtige kroontje, de strop van de appel. Is dit dan werkelijk de lang bewarende Stropneus waarvan sprake?
Nu, over 1 nacht ijs gaan we niet. De nieuw verworven info werd ons op een zeer schoon presenteerblaadje bezorgd. Voldoende input om verder aan de slag te gaan en de zoektocht uit te breiden en te verdiepen. Alvast op het programma voor september - Onze eigen variant stropneus - Stropneus familie Ronse - Moederboom stropneus familie Ronse - Stropneus Moerkerke (2 meer dan 100 jarige bomen) - Een aantal stropneuzen in de buurt van Damme/Sijsele/Moerkerke We zullen van deze bomen vruchten verzamelen, buurt-info inzamelen, rasbeschrijvingen maken, vergelijkingen opstellen en-ga-zo-maar-verder‌ We hebben alvast fijne vooruitzichten, jullie horen er zeker van‌ Dieter Dewite.