Gesprekken met Soeur Minke van Grandchamp (1929-2013) over leven in gemeenschap. De Soeurs de Grandchamp zijn voortgekomen uit dezelfde spiritualiteit als waaruit ook Taizé ontstond, met een roeping tot gebed, retraite en gastvrijheid. Vanaf 1944 liet Grandchamp zich tevens inspireren door katholieke, anglicaanse en orthodoxe kloosters. Onder leiding van Geneviève Micheli sloten vrouwen uit vele landen en kerken zich aan. Van meetaf werd een oecumenische koers gevaren. Deze oecumenische uitstraling van Grandchamp werd met Soeur Minke de Vries, als priorin tussen 1970 en 1999, verder versterkt. Michel Cornuz, auteur van Le Protestantisme et la mystique, en Minke spraken over haar jeugd en studietijd in Leiden, over geweldloosheid en vergeven, over leiding geven en daarbij samen met anderen toekomstgericht blijven, haar innerlijke weg. Zo ontstond deze spirituele autobiografie.
Zuster Minke van Grandchamp Gesprekken
‘Soeur Minke de Vries brengt de liefde voor God en de liefde voor de naasten bij elkaar in de kernwaarden van haar spiritualiteit: eenheid in Christus en solidariteit met anderen.’ Kitty Bouwman
Michel Cornuz
‘Als we bidden gaat er een stroom van energie door de wereld… Er kan iets nieuws gebeuren. Dat probeer ik hier te leven.’ Zuster Minke in Kloosterserie Kruispunt van Leo Fijen
Michel Cornuz
Zuster Minke van Grandchamp Gesprekken
NUR 708 ISBN 978 90 435 2601 2
9 789043 526012
kokBOgesprekken0915afwerken.indd 1
16-09-15 13:52
Inhoud Ten geleide door Kitty Bouwman 7 Inleiding 8 DEEL I Hoofdstuk 1. Kindertijd en jeugdjaren Complexe gezinsverhoudingen 11 Jong meisje tijdens de oorlog 22 Studie en bekering 32 Hoofdstuk 2. Voorbereidende vormingsjaren voor het gemeenschapsleven De ontdekking van Grandchamp 43 Het begin van het gemeenschapsleven, de fraterniteiten 48 Het noviciaat 59 Werken in de fabriek 63 Libanon en Jeruzalem 73 Hoofdstuk 3. Verantwoordelijkheden Verantwoordelijk voor de novicen 80 Nieuwe verantwoordelijkheden in de communiteit 86 Grandchamp, een eigen roeping 91 DEEL II Hoofdstuk 4. Priorin: hoedster van de vrede van anderen Beschikbaar zijn opdat de ander kan groeien 98 Een rots die kan huilen 102 De gemeenschap is Gods werk 106
5
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 5
15-09-15 17:08
Hoofdstuk 5. Open naar de oecumene Roeping tot eenheid 110 Openheid naar andere tradities 113 Liefde die liefde wekt 117 Vertrouwen ondanks alles 119 Hoofdstuk 6. Monastieke spiritualiteit Een gelijkenis van het gemeenschapsleven waarmaken 133 Eerst Gods liefde, daarna veel loslaten 137 Met het oog op meer kwaliteit van leven 142 Hoofdstuk 7. De stilte Luisteren, met heel ons wezen 154 De kosmische lofprijzing 159 Contemplatie in de praktijk 162 DEEL III Hoofdstuk 8. De overdracht van het ambt van priorin Terugblik 170 Nu moet het gebeuren! 173 Als het lichaam instort 176 Twee visioenen 184
6
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 6
15-09-15 17:08
Ten geleide In het besef van de eindigheid van haar leven kijkt soeur Minke de Vries terug op haar leven. Vele jaren was ze priorin van de internationale communiteit van Grandchamp, die ontstaan is vanuit het erfgoed van de reformatie. Met deze terugblik creëert ze een nieuw perspectief op haar leven: als pelgrim wandelt ze met God in verbondenheid met anderen. Haar verhaal maakt zichtbaar dat God betrokken is bij de gebeurtenissen in haar leven. Op openhartige wijze vertelt ze over haar geestelijke weg. Zij beschrijft hoe ze een tempel werd waarin het goddelijke Woord inwoning kon vinden, en ook hoe de heilige Geest haar omgevormd heeft tot de mens door wie God zijn verlangen verwerkelijkt naar een gemeenschap waarin mensen er mogen zijn en in hun waardigheid hersteld worden. Deze weg heeft haar omgevormd tot een geestelijke moeder, niet alleen voor haar medezusters, maar ook voor andere vrouwen ‘die vernederd en verwond werden in wie zij zijn als vrouw’. Soeur Minke de Vries brengt de liefde voor God en de liefde voor de naasten bij elkaar in de kernwaarden van haar spiritualiteit: eenheid in Christus en solidariteit met anderen. Met dit dubbele gebod van de liefde opent ze deuren naar een oecumenische spiritualiteit, een spiritualiteit waarin de eigenheid van iedere christelijke stroming tot haar recht kan komen. Kitty Bouwman, Hoofdredacteur van Herademing, oecumenisch tijdschrift voor mystiek en spiritualiteit
7
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 7
15-09-15 17:08
Inleiding Meelopen op een geestelijke levensweg en ontdekken wat dat inhoudt: dat probeert dit boek te doen door gesprekken op te tekenen met soeur Minke, die bijna dertig jaar lang priorin is geweest van de protestantse communiteit van Grandchamp, gelegen bij Neuchâtel in Franssprekend Zwitserland. In 1940 begonnen soeur Marguerite, soeur Marthe en soeur Irène een gemeenschapsleven in Grandchamp. In 1943 vroegen zij Geneviève Micheli de eerste ‘moeder’ te worden van de nieuw ontstane communiteit. Samen met Taizé en Pomeyrol herontdekte Grandchamp het monastiek geïnspireerde gemeenschapsleven binnen het Franssprekende protestantisme. De communiteit telt vandaag de dag een vijftigtal zusters uit meerdere kerken van de reformatie en uit meerdere landen. De communiteit heeft banden met andere protestantse communiteiten, maar ook met katholieke en orthodoxe kloosters. De oecumenische en spirituele uitstraling van Grandchamp vindt erkenning ook ver buiten de geografische en confessionele grenzen.1 Dit boek is dus een persoonlijk getuigenis, ook al valt de levensweg van soeur Minke vaak samen met de lotgevallen van de communiteit van Grandchamp. Het boek bestaat uit drie gedeelten: het eerste, biografische deel beschrijft de kindertijd van soeur Minke, haar jeugdjaren tijdens de oorlog, de ontdekking van Grandchamp en de eerste ervaringen in de communiteit. Het tweede deel omvat de gehele periode waarin soeur Minke priorin van de communiteit was. Daar is de persoonlijke levensweg nauw gelieerd aan de weg die de communiteit gaat. Omdat we niet uit waren op de geschiedschrijving van Grandchamp zelf, hebben we een meer thematische invalshoek 1 Zie http://www.grandchamp.org voor een presentatie van de communiteit. De vertaler dankt mevrouw Iny Slomp voor het nauwgezet en deskundig meelezen bij de vertaling van dit boek.
9
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 9
15-09-15 17:08
gekozen, zoals de beleving van haar functie als priorin, de oecumene, de monastieke spiritualiteit en de stilte. Het derde deel herneemt de biografische invalshoek, na de overdracht van haar verantwoordelijkheid als priorin, met name de beproeving door ziekte. Soeur Minke, wat gaat er in u om, nu we aan deze gesprekken beginnen? Ik ben vooral heel blij… Ja, heel blij en ik weet niet waarom… Toen ik instemde met de gesprekken voor dit boek dacht ik: misschien kan ik dan eindelijk alles eens op een rij zetten?! Ik vind dat er in mijn leven veel interessante elementen zitten: waar ik vandaan kom, wat er van mij geworden is, en hoe ik met alles wat bij mij hoort de communiteit heb kunnen dienen. Deze gesprekken zijn voor mij dus een manier om rekenschap af te leggen, zo zou ik ze in ieder geval willen beleven. Want ik verbaas mij iedere keer weer over wat God door mij heen tot stand heeft gebracht. Ik heb een boek geschreven over de oecumenische weg van Grandchamp: Vers une gratuité féconde.2 Die titel is betekenisvol: alles is genade, en die genade is vruchtbaar. Dat voel ik ook heel diep van binnen als ik zie hoe mijn leven gelopen is. Als u terugkijkt op uw leven, dan overheerst dus de verbazing en ook de blije verwondering? Ja, blije verwondering over wat God ervan heeft gemaakt.
2 Minke de Vries, Vers une gratuité féconde. L’expérience oecuménique de Grandchamp. Parole et Silence, 2009. Ned. vert.: Christen zijn vandaag. Monastieke inspiratie. Lannoo 2009.
10
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 10
15-09-15 17:08
DEEL I Hoofdstuk 1 Kindertijd en jeugdjaren Complexe gezinsverhoudingen
U zei dat u verbaasd, was, blij verwonderd over wat God van uw leven gemaakt heeft: over waar u vandaan komt, en wat er van u geworden is. Laten we even stilstaan bij ‘waar u vandaan komt’ zodat we uw roeping en uw geestelijke groei beter kunnen begrijpen. Kunt u het milieu beschrijven waarin u geboren bent?
M
ijn ouders waren heel verschillend en vulden elkaar sterk aan. Mijn moeder was afkomstig van een eiland (Texel) in Noord-Holland, van een zelfstandig boerenbedrijf, hetgeen veel betekende in die jaren. Haar familie was heel gelovig. Gezegd moet worden dat mijn moeder zwakke zenuwen had zoals dat bij meerdere familieleden van haar het geval was. Zij kon heel onrechtvaardig zijn als ze niet goed in orde was. Mijn vader van zijn kant was afkomstig uit een stadje in Friesland, geboren uit een doopsgezinde 3 vader en een hervormde moeder, maar hij heeft altijd open gestaan voor de mennonitische stroming in Nederland. Hij kwam uit een eenvoudig milieu: mijn grootvader van vaders zijde was timmerman. Ze woonden in een heel klein huisje. Ik herinner mij dat mijn grootmoeder ’s zondags nog een kap droeg, helemaal van goud onder haar witte muts. Mijn vader begon als leerling-timmerman, en kon later dankzij 3 Protestantse kerk, voortgekomen uit de beweging van de wederdopers uit de 16e eeuw onder invloed van Menno Simons (1496-1561). Kenmerkend voor mennonieten is dat zij de kinderdoop afwijzen, in aanleg vredesgezind zijn en eenvoudig leven.
11
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 11
15-09-15 17:08
de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland neutraal bleef, een opleiding tekenen volgen, speciaal voor het ontwerpen van gewapend betonconstructies. Hij kwam later in overheidsdienst en daarom zijn mijn ouders in Den Haag gaan wonen. Hij werd erg gewaardeerd en werd uiteindelijk hoofd van het bureau. Mijn ouders waren eenvoudig maar goed ontwikkeld, ze interesseerden zich voor veel dingen. Mijn moeder was onderwijzeres. Het was heel moedig van haar dat ze haar eiland verliet om in Friesland te gaan werken. Daar heeft zij mijn vader ontmoet. Is ze doorgegaan met werken na haar huwelijk? Ja. Moeder hield van haar werk, het deed haar goed zolang ze geen kinderen had. Dat heeft acht jaar geduurd. In die lange periode van wachten is ze ook weer gaan schrijven, dat deed ze graag. Daarna is ze opgeslorpt door ons, door haar kinderen‌ U was de oudste dochter? Een oudste dochter waar lang naar uitgekeken was! Dat heeft echt een stempel gedrukt op mijn vroege kindertijd. Mijn geboorte was een feest, een groot feest. Toen ik 3 jaar was, werd mijn broertje geboren. Ik herinner me dat ik blij met hem was, ik heb hem het mooiste gegeven dat ik had: mijn volstrekt versleten eendje. Maar het werd moeilijk voor mij op den duur, want Moeder had een heel sterke band met deze zoon, die erg op haar familie leek. Hij was ook nog vernoemd naar haar vader‌ Twee kleine kinderen, dat was teveel tegelijk voor haar. Mijn ouders hebben mij toen al heel vroeg op een kinderbewaarschool gedaan, zonder voldoende begeleiding en voorbereiding. Ik herinner me dat nog steeds, ik was misschien 3 of 4 jaar, vreselijk was het, ik kon niet spelen met de andere kinderen. Ik was als verlamd, helemaal aan mezelf overgeleverd. Ik zie mij daar nog zitten, helemaal alleen aan mijn tafeltje.
12
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 12
15-09-15 17:08
Was dat iets dat je verdriet kunt noemen? Nou en of. Thuis was er niet veel aandacht meer voor mij. Zo klein als ik was voelde ik me opzij geschoven, afgewezen. Op een dag heb ik gezegd, vlak voor de deur van de bewaarschool waar mijn oom mij heengebracht had: ‘Nee, ik ga niet meer.’ Niemand kon me er verder nog toe overhalen! U had dus al een stevig temperament? Ja, maar het hing erg af van de omstandigheden. Ik was ook heel verlegen: als er thuis bezoek was verstopte ik me meestal onder de tafel. Andere keren kon ik best nee zeggen en mijn zin doen. Later ging mijn broertje ook naar een particuliere bewaarschool, dicht bij huis, en toen kon ik meegaan ‘om hem te helpen’: op die manier kon ik het herstellen, de afgang te boven komen. Waar speelde uw kindertijd zich af? Na een tijdje in Den Haag gewoond te hebben, konden mijn ouders een kleine woning krijgen in een wijk van het nabijgelegen dorp Wassenaar. Daar stonden veel villa’s van rijke mensen, maar er waren ook een paar straten met huizen voor mensen van de middenklasse. Daar woonden we echt heel fijn, niet ver van de zee, aan de voet van de duinen, met braakliggende terreinen waar je ideaal kon spelen. We waren heel vaak buiten, in de natuur. Maar mijn moeder bleef heimwee houden naar haar eiland en de weidsheid ervan. Ging u van tijd tot tijd naar het eiland op familiebezoek? Ja zeker, elk jaar gingen we naar de grootouders van beide kanten. Om naar Friesland te gaan moest je ook de boot nemen om een ingedijkt stuk zee, nu het IJsselmeer, over te steken. Mijn grootouders van vaders kant woonden in een stadje midden tussen
13
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 13
15-09-15 17:08
eindeloze weidevelden met veel kanalen. We gingen graag vissen. Maar ik herinner me ook dat zij sommige godsdienstige praktijken streng onderhielden, bijvoorbeeld het ‘niets doen’ op zondag, de dag des Heren. Op zondag verveelde ik me verschrikkelijk. Maar op Texel op de boerderij was het heerlijk… Mijn twee broers hebben er ook veel gewerkt, daardoor hebben ze zich georiënteerd op landbouwkunde en zijn ze met het oog daarop geëmigreerd naar Canada. Geen van beiden heeft uiteindelijk een eigen landbouwbedrijf nu. Aanvankelijk werkten ze heel hard in de zomer en konden ze daardoor in de winter studeren naast hun werk. Jan is verder gegaan in de landbouwkunde. Pieter, de jongste, die ook heel graag weg wilde, is hem na zijn eindexamen achternagegaan en is in Canada met landbouwkunde begonnen. Daarna is hij zijn eigen weg gegaan: in de culturele antropologie. Jan heeft gedoceerd aan de Universiteit van Vancouver en Pieter in Montréal. Pieter woont nu aan de andere kant van Canada, aan de Atlantische Oceaan. Heeft het land, de aarde, de schepping voor u ook betekenis? Ja, ik was echt altijd buiten, jongensachtig. Ik zocht planten en ik had een tuintje. Ik hield veel van Moeder, ze was altijd zo blij als we haar bloemen brachten. Mijn vader leerde ons de namen van planten en vogels. Ik had trouwens wel natuurkunde willen studeren, maar ik heb uiteindelijk de meer literaire kant van het gymnasium gekozen, dat ging mij veel beter af dan wiskunde. Hoe was de sfeer thuis? Het was niet altijd harmonieus tussen mijn ouders, zij waren tegengesteld van temperament, mijn moeder extravert, mijn vader soms erg gesloten. Iedereen reageerde gauw driftig, wij kinderen ook. Maar na elke ruzie verzoenden mijn ouders zich met elkaar.
14
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 14
15-09-15 17:08
Dat heeft veel indruk op me gemaakt, te zien hoe ze elkaar na een ruzie lang in de armen hielden en omhelsden. Maar toch heeft dat permanent onzekere klimaat mij sterk beïnvloed: als ik alleen thuis was, was ik altijd bang dat er ergens in een hoekje brand uitbrak! Ik ging overal kijken. Dat is abrupt opgehouden toen ik de brand meemaakte waarbij de boerderij van mijn grootouders volledig in vlammen opging. Dat was vlak na de oorlog, toen ik toevallig bij hen was. We konden ook heel goede momenten hebben als gezin. Op vakantie zie ik me nog achterop de fiets bij mijn vader, ik duwde tegen hem aan ‘om hem vooruit te helpen’. Of ’s avonds, als mijn vader hardop een boek in het Fries voorlas en Moeder verstelwerk deed. Dan voelden we ons thuis bij elkaar, in harmonie. Vader kon zo gelukkig zijn als zijn vrienden uit Friesland op bezoek kwamen en iedereen Fries sprak, ook Moeder op haar manier. Of op andere momenten, als hij uitrustte en zijn pijp of sigaar rookte, ’s zondags na de kerk. In 1936 had mijn vader een soort verhuiscontainer op de kop kunnen tikken voor een belachelijk lage prijs. Wij stonden met open mond te kijken hoe hij die met veel werk langzaam omtoverde in een woonwagen. Daarna zagen we die wagen vertrekken, getrokken door paarden, om op een boot gezet te worden: richting Texel. We waren allemaal in Oudeschild, het haventje van Texel, om hem te zien aankomen. Mijn oom heeft hem verder vervoerd, getrokken door twee paarden, en hem neergezet naast de boerderij. De bedoeling van die woonwagen was om mijn grootmoeder te ontlasten als wij bij haar te gast waren. We konden vanaf dat moment voor onszelf zorgen. U had het over een tweede, jongste broer… Zeven jaar na de geboorte van mijn broer Jan kreeg mijn moeder
15
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 15
15-09-15 17:08
nog een derde kind, Pieter – ze was 42 jaar – en het was het jaar 1939. Stel je voor wat dat voor onze arme moeder betekende. Een jaar later werd ons land bezet door de Duitsers. Toen volgden de bezettingsjaren. Deze baby, dit kindje groeide op terwijl wij steeds moeilijker aan de allernoodzakelijkste dingen konden komen. Moeder omringde hem met zorg en echt dankbaar, maar ze kwam in de overgang en dat maakte het er voor haar niet makkelijker op. Als mijn moeder zich niet goed voelde – en dat kon ineens gebeuren – was ze geneigd het gezin in tweeën te delen: haar eigen familie, het betere deel, met Jan daarbij inbegrepen, en de familie van mijn vader, die niet veel voorstelde, met Pieter en mij erbij. Wij droegen de voornamen van de ouders van mijn vader, ook fysiek leken wij meer op dat deel van de familie. Moeder zei, als ze Texel en Friesland vergeleek: ‘East is east and West is west, and never the twain shall meet.’4 Er waren echt twee partijen in ons gezin. Die houding van wantrouwen, die je echt ziekelijk moet noemen, heeft een stempel op ons gedrukt. Dat was vreselijk. Wat betekende de godsdienst in het gezin? Onze ouders waren open van instelling, gelovig. Moeder was geneigd tot fundamentalisme. Mijn vader ging heel trouw ter kerke. Wij waren een goed hervormd gezin. Wij mochten kiezen: Jan ging naar de zondagsschool en ik ging met mijn vader naar de kerk. Moeder voelde zich niet zo thuis bij die traditionele dingen en ging niet altijd mee naar de kerk. Later is mijn vader ouderling van de gemeente geworden, hij heeft dat tot op hoge leeftijd volgehouden. Voor het eten was er altijd een kort moment van gebed of stilte. Na het middageten las mijn vader een stukje voor uit de Bijbel en baden wij samen het Onze Vader. De ‘Heer’ was echt aanwe4 ‘Oost is oost, en West is west, en die twee komen nooit bij elkaar.’
16
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 16
15-09-15 17:08
zig bij ons. Moeder praatte daar meer over dan mijn vader. Toen wij klein waren, bijvoorbeeld, kwam Moeder ’s avonds iets zingen voor we gingen slapen. Had uw vader nog iets van de mennonitische traditie? Ja, zijn openheid: hij was bijvoorbeeld voor een openbare school met christelijke onderwijzers, terwijl Moeder liever een helemaal christelijke school had. Wat het gezin, en vooral Moeder, zeer beïnvloed heeft, was de Oxfordgroep.5 Moeder heeft een grote bekering doorgemaakt, en dat heeft de sfeer thuis diepgaand veranderd, althans een tijdlang. Kunt u die beweging een beetje beschrijven en ook wat die voor het gezin betekend heeft? De leidende idee was dat je, om de wereld te veranderen, allereerst de menselijke persoon moest veranderen. De Oxfordgroep heeft een geestelijke praktijk van luisteren ontwikkeld, een gewenning aan inkeer met lange stiltemomenten. Via die praktijk kon een gezin zich vernieuwen, en dat is met name in het huwelijk van mijn ouders zo gebeurd. In 1938, in de zomer, hebben wij allemaal meegedaan aan een familiekamp. Mijn vader deed graag mee, maar ook met een beetje distantie en gevoel voor humor. Moeder gaf graag haar getuigenis, ik had grote bewondering voor haar, ik voelde dat ze de mensen aansprak. Thuis zong ze de liederen van de Oxfordgroep. In het gezin hield iedereen veel van zingen, mijn vader ook – wel een klein beetje vals… In de jaren voor de oorlog, toen het nazisme in Nederland voet 5 De Oxfordgroep, ook wel de ‘Morele Herbewapening’ genoemd, werd in de jaren twintig opgericht door de Amerikaans lutherse predikant Frank Buchman. De geestelijke levenswijze ervan bracht vier beginselen in praktijk: zuiverheid, liefde, belangeloosheid en eerlijkheid, en stond via een vorm van meditatief zwijgen onder ‘goddelijke leiding’. Niet te verwarren met de Oxfordbeweging, een ‘katholiserende’ beweging in de anglicaanse kerk.
17
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 17
15-09-15 17:08
aan de grond begon te krijgen, begonnen meerdere mensen uit de Oxfordgroep zich voor nazipropaganda te interesseren, omdat daarin de komst van een ‘nieuwe wereld’ werd aangekondigd. Sommigen van hen hadden wel iets idealistisch. Moeder las de pamfletten ook, ze kreeg die van een buurvrouw. Maar die pamfletten heeft ze op een gegeven moment heftig afgewezen, omdat ze niet kon verdragen wat daarin over Joden werd gezegd. Ze haalde daarbij de Bijbel aan: ‘Wie mijn volk aanraakt, raakt aan Mijzelf ’.6 Dat is mij bijgebleven. Dat was een zeer uitgesproken houding binnen de Hervormde Kerk, waar veel uit het Oude Testament gelezen werd. Mijn grootvader zei eens tegen ons dat er in onze familie een Jacob voorkwam, en een Abraham, en dat er dus misschien Joden tot onze familie behoorden; dat was iets wat hij graag zou willen. Hoe zag de kerk van de reformatie in Nederland er in die tijd uit? Voor de oorlog waren er heel veel kleine kerken, allemaal voortgekomen uit de reformatie, en twee grote reformatorische kerken, ontstaan na een scheuring eind negentiende eeuw. Ik ben gedoopt en heb belijdenis gedaan in de Nederlandse Hervormde Kerk. Als christenen vormden wij een gevestigde sociale gemeenschap, maar de maatschappij was sterk verzuild met een groot aantal confessionele politieke partijen en een kleine groep socialisten. Vlak voor de oorlog werd een grote oecumenische jongerenassemblee gehouden in Amsterdam, de World Conference of Christian Youth. Die belevenis bracht een bredere visie op de kerk mee, verwachting ook. Tijdens de oorlog, op het hoogtepunt van de Jodenvervolging, hebben katholieken en protestanten in Nederland een officieel protest laten horen. Daarop hebben de Duitse autoriteiten gerea6 Zie Zacharia 2,8: ‘Wie u aanraakt, raakt aan mijn oogappel.’
18
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 18
15-09-15 17:08
geerd met de arrestatie van alle uit het jodendom bekeerde christenen, onder wie Edith Stein en haar zus, in 1942. In ieder geval heeft de oorlog één goed ding tot gevolg gehad: hij heeft het establishment opgeschud en een ontmoeting mogelijk gemaakt tussen kerkelijke leiders, omdat zij samen in kampen en gevangenissen geïnterneerd zaten. Naast de vele dagelijkse bezigheden daar maakten zij plannen om na de bevrijding de kerkelijke gemeenten te vernieuwen en de kerken tot samenwerking te brengen. Na de bevrijding keerden veel christenen, dooreengeschud door wat zij hadden meegemaakt, zich als het ware herboren en open naar de wereld toe. In onze Hervormde Kerk hebben de gemeenten zich vernieuwd dankzij Bijbelstudie die onder invloed stond van Karl Barth en Dietrich Bonhoeffer, en dankzij een nieuwe oecumenische openheid. Wie de uitdaging aandurfde, ging zich sociaal inzetten buiten het besloten christelijke erf en ging samenwerken met de socialisten. Mijn vader was geheel en al gewonnen voor deze openheid, terwijl mijn moeder het hield bij haar christelijke politieke partij. In 1948 gebeurde er iets heel bijzonders in Amsterdam: daar werd toen de Wereldraad van Kerken opgericht. En uw gemeente? Onze gemeente was al voor de oorlog meer dan gemiddeld open van instelling. Er was al iets van liturgie aanwezig dankzij de vernieuwingsbeweging op dat terrein, en die liturgie heeft zich na de oorlog verder ontwikkeld, bijvoorbeeld met gezongen responsies, die ofwel ontleend waren aan de lutherse traditie ofwel nieuw gecomponeerd. Het Onze Vader werd door alle aanwezigen uitgesproken, dat was erg nieuw in die tijd. Onze gemeente was sociaal gemengd samengesteld. Er kwamen hooggeplaatsten, maar ook tuinlieden van de villa’s en boeren van de Koninklijke Domeinen.
19
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 19
15-09-15 17:08
Met wat voor spiritualiteit bent u vertrouwd gemaakt binnen de kerk waar u vandaan komt? Voor de oorlog lazen we de Bijbel, zowel in familieverband als in de kerkelijke samenkomsten. We zongen de psalmen van de hugenoten, en veel hymnes. Onze mensen zingen graag: ze geven graag uiting aan hun vroomheid met deze gezangen en ze voeden zich ermee: dat heeft hun ook erg geholpen om de oorlog door te komen, ze konden daardoor hoop houden en met name het verzet volhouden. Al gauw na de oorlog heeft onze kerk de vernieuwing in gang gezet van de bundel Psalmen en Gezangen; dat gebeurde met hulp van grote dichters. De zondagsschool, de catechisatie – alles moest opnieuw vorm krijgen. ‘Jonge Kerk’ werd toen opgericht om de naoorlogse jeugd te ondersteunen in hun idealen. Ik ging graag naar de jongerendiensten die eens in de maand gehouden werden. En riep dat geloof, die spiritualiteit, al iets bij u wakker? Zeker. Als klein kind al, voor de oorlog, leefde ik in een atmosfeer waarin God werkelijk aanwezig was. Wij gingen naar de School met de Bijbel, die in hetzelfde gebouw huisde als de openbare school waar mijn leeftijdgenootjes naartoe gingen. We leerden de hugenotenpsalmen uit ons hoofd. Gelukkig waren onze ouders niet moralistisch en ook niet perfectionistisch. Ze lieten ons heel vrij, maar er wachtte ook wel strenge straf als we grenzen overschreden. Heel erg belangrijk voor mij was dat er altijd echte verzoening en vergeving te voelen was, ondanks alle spanningen, en dat wat eenmaal vergeven was niet meer ter sprake kwam. Ik weet bijvoorbeeld nog dat toen ik net op de lagere school zat mijn moeder een keer geld in mijn jaszak had gevonden. Dat was een ramp, ze beschuldigde me dat ik dat gestolen had. Uiteindelijk ‘bekende’
20
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 20
15-09-15 17:08
ik dat ook, om haar maar rustig te krijgen. Toen stuurde ze me naar bed. Iets later kwam ze bij me terug: ‘Vergeef me, mijn lieve kind. De engeltjes hebben mij eraan herinnerd, dat ik je dat geld gegeven had voor de collecte.’ Ze had daar echt spijt van. Die momenten van verzoening, zoals die ook vaak tussen mijn ouders voorvielen, hebben mij diep gevormd, zoals ik al zei. Wat ook invloed op mij heeft gehad, is wat wij beleefden tijdens de bezinningsmomenten en het kamp van de Oxfordgroep. Een keer ben ik met mijn moeder naar een film geweest die bij de gemeente gedraaid werd. Het ging over een jonge marinier die ziek werd in Indonesië en de Heer weer vond. Daar was ik erg van onder de indruk. Ik was misschien nog maar net 10 jaar oud. U bent opgegroeid in een complexe familiesituatie; kunt u zeggen hoe u gevormd bent door dat milieu, welk karakter u door die kindertijd bij uzelf ontwikkeld hebt? En nu u 80 jaar bent, wat zou u op dit moment tegen uw moeder en uw vader willen zeggen? Ik heb heel lang geworsteld met mijn familiegeschiedenis. Ik ben dankbaar voor alle mensen die met liefde en soms grote vaardigheid naar mij geluisterd hebben en me hielpen te begrijpen, op een aantal momenten in mijn leven, hoe die geschiedenis zijn weerslag had op de manier waarop ik reageerde als zich moeilijke momenten voordeden. Beetje bij beetje kon mijn geschiedenis worden tot ‘een gelovige geschiedenis in het licht van Gods Woord’. Door mijn voorbereiding op het boek dat we nu maken, kon die verzoening, die genezing op een nog dieper niveau plaatsvinden. Op dit moment kan ik de schaduwen, het ontzaglijk grote verdriet in ons gezin van destijds aanvaarden, alles wat niet goed functioneerde. Ik zie ook met de jaren steeds beter de eigen verantwoordelijkheid die ik daarin had. Ik kan vergeven en vergeving vragen. In dit liefdevolle licht van de waarheid voel ik een immense
21
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 21
15-09-15 17:08
dankbaarheid naar mijn vader en moeder. Ze hebben van mij gehouden, ook al was er jarenlang geen echte plek voor mij thuis. Omdat zij onderling van vergeving leefden, hebben zij steeds opnieuw ja tegen mij gezegd, want ik was hun kind, van God ontvangen. Ik ben gevormd door hun geloof, hun openheid, hun intelligentie, en hun belangstelling voor anderen. Natuurlijk, ik heb geleden onder een diep minderwaardigheidsgevoel , maar nooit onder moralisme of perfectionisme, dat dodelijk is voor het leven. Het milieu waarin ik leefde, was niet bekrompen maar open naar de wereld, niet bang om onbekend terrein op te zoeken. Dat blijkt ruimschoots uit het feit dat mijn ouders het aandurfden om naar Wassenaar te verhuizen en er een huis te bouwen, zonder dat ze daarvoor genoeg geld hadden: in onze kindertijd gaf die levenshouding ons de mogelijkheid onze horizon te verruimen en andere milieus te leren kennen.
Jong meisje tijdens de oorlog U zei dat er vóór de oorlog een lange periode was waarin u een onheilspellende atmosfeer voelde, met name door de nazipropaganda. Ja, ik zat op de lagere school gedurende het jaar vóór de inval van de Duitsers, ik voelde oorlogsdreiging. Er was sterke partijpolitieke nazipropaganda. Mijn ouders, heel onze familie- en vriendenkring trouwens, waren erg gehecht aan de koningin. Eerst waren we nog zo naïef dat we hoopten dat Duitsland ons zou sparen, omdat ons land gastvrijheid verleend had aan keizer Wilhelm na de nederlaag van Duitsland in 1918. Maar Holland werd niet gespaard, het werd bezet: hoe verliep het begin van de oorlog bij u thuis? Ik herinner me de vroege ochtend van de tiende mei 1940 nog als
22
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 22
15-09-15 17:08
de dag van gisteren. Omdat we dicht bij de zee woonden, dachten we dat wij ver van de grens zaten, maar ineens werd er overal geschoten want de Duitse parachutisten waren geland om de koningin gevangen te nemen; zij woonde bij ons in de buurt. Dat was griezelig, maar het gaf me ook wel een gevoel van opluchting – nu was er in ieder geval iets ‘concreets’, het ‘was oorlog’. Na vijf dagen was het voorbij. Ik was bijna 11 jaar. Ik voel nog de verbijstering over de nederlaag, een enorme moedeloosheid. Wonderlijk genoeg voelde ik zoiets opnieuw, toen Zwitserland in 2001 weigerde om toe te treden tot de Europese Economische Gemeenschap (EEG)! Onze regering had geen keus. De formulering van het ultimatum was duidelijk: overgave, of anders zou Amsterdam hetzelfde lot ondergaan als Rotterdam. Ik zie nog hoe rood de hemel was van de brand van Rotterdam; de hele wijk dromde samen op een plek vanwaar we dat konden zien. Gelukkig was de koningin nog net op tijd gevlucht naar Engeland, met de regering. Hoe was het dagelijks leven bij u thuis in de bezettingsperiode die daarop volgde? In het begin leken de Duitse bezetters niet erg streng. Ook al mocht de bevolking ze niet, je kon je redden door maar mondjesmaat te geven wat ze vroegen. Mijn vader had bijvoorbeeld zijn ene radio gegeven en de andere verstopt. Dat bleek later heel handig want zo konden we naar de BBC en de koningin luisteren. De indrukwekkende voedselvoorraad daarentegen was snel weg: dat werd ‘de bijdrage van het Nederlandse volk aan de Duitse Winterhilfe’. We werden steeds meer op rantsoen gesteld. Toen de bezetter maatregelen tegen de Joden begon te nemen, was dat voor velen de aanleiding om in het verzet te gaan. De Universiteit van Leiden sloot de poorten toen de Joodse professoren de laan uitgestuurd werden. De Amsterdamse dokwerkers staak-
23
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 23
15-09-15 17:08
ten toen de razzia’s tegen Joden begonnen. De onderdrukking was genadeloos. Wat merkte u daar zelf van? Had u Joodse klasgenootjes? Die waren er wel, maar die waren sterk geassimileerd. Soms waren sommige leerlingen er ineens niet meer… Na de oorlog ontdekten we dat onze socialistische buren een tijdlang een Joodse vrouw verborgen hadden. Ik zag hun namen bij Yad Vashem. Moeder zei tegen ons: ‘De eerste Jood die ik na de oorlog tegenkom, die omhels ik.’ En dat heeft ze gedaan! Het was een mijnheer van een straat verderop, die het overleefd had. Is er bij u thuis gebrek geleden? Vooral in het laatste oorlogsjaar, van september 1944 tot mei 1945, heeft het noorden van ons land erg geleden. Het was de geallieerden niet gelukt om de Rijn over te steken bij Arnhem: dat was een grote teleurstelling. Het betekende een rampzalige hongersnood voor de bewoners in de steden in het westen, ze leden aan oedeem en allerlei infecties. Aan alles was gebrek, communicatiemiddelen waren er ook niet meer. De boeren verschansten zich in hun boerderijen tegen de aanhoudende stroom mensen die probeerden wat graan te krijgen tegen belachelijk hoge prijzen. Natuurlijk hebben wij ook suikerbieten gegeten en tulpenbollen. Maar wij waren bevoorrecht omdat onze familie op Texel woonde. Heel de oorlog lang stuurde mijn tante elke week een brood naar ons dat ze zelf maakte. In de laatste oorlogswinter stuurde ze zelfs per boot kisten met aardappelen, met daartussen een zak meel, twee flessen koolzaadolie en een stuk spek. Die levensmiddelen moesten wij gaan ophalen aan het andere eind van Den Haag, en zelfs een keer in Amsterdam, te voet uiteraard. Wat een feest als mijn vader ten slotte thuiskwam met die kostbaarheden, we deelden ze met de buren.
24
KOKT_1509_Zuster Minke van Grandchamp_BW_03.indd 24
15-09-15 17:08
Gesprekken met Soeur Minke van Grandchamp (1929-2013) over leven in gemeenschap. De Soeurs de Grandchamp zijn voortgekomen uit dezelfde spiritualiteit als waaruit ook Taizé ontstond, met een roeping tot gebed, retraite en gastvrijheid. Vanaf 1944 liet Grandchamp zich tevens inspireren door katholieke, anglicaanse en orthodoxe kloosters. Onder leiding van Geneviève Micheli sloten vrouwen uit vele landen en kerken zich aan. Van meetaf werd een oecumenische koers gevaren. Deze oecumenische uitstraling van Grandchamp werd met Soeur Minke de Vries, als priorin tussen 1970 en 1999, verder versterkt. Michel Cornuz, auteur van Le Protestantisme et la mystique, en Minke spraken over haar jeugd en studietijd in Leiden, over geweldloosheid en vergeven, over leiding geven en daarbij samen met anderen toekomstgericht blijven, haar innerlijke weg. Zo ontstond deze spirituele autobiografie.
Zuster Minke van Grandchamp Gesprekken
‘Soeur Minke de Vries brengt de liefde voor God en de liefde voor de naasten bij elkaar in de kernwaarden van haar spiritualiteit: eenheid in Christus en solidariteit met anderen.’ Kitty Bouwman
Michel Cornuz
‘Als we bidden gaat er een stroom van energie door de wereld… Er kan iets nieuws gebeuren. Dat probeer ik hier te leven.’ Zuster Minke in Kloosterserie Kruispunt van Leo Fijen
Michel Cornuz
Zuster Minke van Grandchamp Gesprekken
NUR 708 ISBN 978 90 435 2601 2
9 789043 526012
kokBOgesprekken0915afwerken.indd 1
16-09-15 13:52