Skip to main content

Zilver - Gerda van Wageningen.9789401905763

Page 1

van

‘Een historische roman waarin de lezer een goed sfeerbeeld krijgt van een familie die moet vechten tegen de armoede aan het begin van de 20e eeuw.’ – NBD|Biblion over Verboden brieven

G erda

Gerda van Wageningen is Nederlands bekendste schrijfster van historische en romantische boeken. Deze bestseller, gebaseerd op historische feiten, ademt Gerda’s liefde voor geschiedenis en bevestigt wederom haar positie.

Zilver

Andrea en Job van der Poll hebben elkaar tijdens de watersnoodramp van 1953 leren kennen. Daarbij speelde het zilver dat Andrea redde uit het ouderlijk huis een belangrijke rol. Nu zijn ze in de tachtig en hebben een schare aan familie om zich heen, waarbij ieder zijn eigen problemen te verwerken heeft. Kleindochter Andrea werkt bij haar oom op de camping en leert daar Marnix van Vessem kennen. Door een misverstand bekoelt de relatie echter. Andrea zoekt afleiding en gaat op zoek naar het geheim achter het familiezilver van haar grootmoeder. Dat heeft verrassende gevolgen.

Wageningen

De watersnoodramp van 1953 verandert het leven van veel mensen voorgoed. Een jonge vrouw verliest meer dan enkele familieleden, maar weet het familiezilver te redden.

G erda

van

Wageningen

Zilver

NUR 340 ISBN 978-9401905763

Een familiegeheim ontrafeld www.zomerenkeuning.nl

Van Wageningen Zilver MP.indd 1

21/04/15 12:03


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 3

Gerda van Wageningen

ZILVER

Uitgeverij Zomer & Keuning


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 5

PROLOOG

Het was de afgelopen nacht volle maan geweest. Andrea de Oude staarde door het raam van de stal naar buiten. Ze voelde zich onrustig vanbinnen, al kon ze niet verklaren waarom. Het stormde, maar dat was niet ongewoon. De wind loeide steeds harder om de oude Zeeuwse boerderij. Ook de dieren in de stal begonnen onrustig te worden. Zelfs vader beende keer op keer naar buiten. Ginds, op de zeedijk, stonden verschillende kerels over het water te kijken en met elkaar te praten. De wind trok aan hun kleren. Het was springtij en halverwege die zaterdagmiddag van 31 januari 1953 was het vloed. Ook haar vader ging naar de dijk om naar de hoogte van het zeewater gaan kijken. Toen hij meer dan een uur later terugkwam, schudde hij er zorgelijk zijn hoofd over. ‘Het water staat hoog. Veel te hoog.’ Maar de Zeeuwen leefden al eeuwenlang met de zee en de storm. Andrea kon niet goed verklaren waarom ze zich vandaag zo onrustig voelde. De storm joeg uit het noordwesten over het land. Volgens de laatste berichten op de radio hier en daar zelfs met vlagen van orkaankracht. Moeder De Oude leek er niet veel last van te hebben. Rustig als altijd poetste ze het oude familiezilver op. De twee zusjes en het broertje van Andrea zaten aan de tafel. Andrea was de oudste van de kinderen uit het gezin De Oude, drie meisjes en een jongen. Sara Lena was de benjamin van het gezin, tien jaar jonger dan Andrea. Andrea was net

5


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 6

twintig geworden, haar broer Alfons was drie jaar jonger. Haar moeder vertelde eens van de enorme blijdschap in de familie, toen er na haar geboorte, gevolgd door maar liefst drie miskramen, eindelijk een zoon en stamhouder geboren werd, een opvolger voor de mooie hoeve die het gezin bewoonde in de buurt van het Zeeuwse Serooskerke, op Schouwen-Duiveland. Twee jaar later was Fransina nog geboren en weer een paar jaar later als hekkensluiter dus de lieve, vrolijke Sara Lena. Andrea had, zoals gebruikelijk was op zaterdag, brood gebakken en het grind buiten aangeharkt, zodat alles netjes was voor de komende zondag. Ze hoefde haar moeder niet te helpen met het zilver. Haar moeder hield ervan dat zo blinkend mooi op te poetsen, dat ze zich er bijna in spiegelen kon. Ze keek even naar haar moeders’ handen. Het oude zilveren bestek, dat vroeger aan haar grootmoeder had toebehoord, en dat nu een plaatsje had in het kabinet, samen met grootmoeders’ pepermuntdoosje, blonk haar tegemoet. Moeder keek er tevreden naar en glimlachte toen naar haar oudste dochter. ‘Ik mis grootmoe nog elke dag,’ verzuchtte ze. ‘Ze is alweer vijf jaar dood. Na de oorlog is ze gaan tobben en daar is ze nooit meer bovenop gekomen.’ Met een lichte zucht die op die woorden volgde, deed moeder haar snoer granaten af. Daaraan zat een zilveren slotje, dat nu aan de beurt was om zorgvuldig te worden opgepoetst. Vader rukte de deur open en kwam binnen na een nieuwe inspectieronde rond de boerderij. ‘Het zint me niets. Het water moet gaan ebben, maar het blijft even hoog tegen de kade staan, alsof het nog steeds vloed is, zegt Leendert van de buren. Hoever zal het vannacht dan opkomen, Griet, als er een nieuwe vloed komt?’ ‘Dat weet alleen de Heer, Ko.’ Moeder keek nauwelijks op van het poetsen. Andrea trok haar mantel dicht om zich heen. Ze wist zelf niet waarom ze het ineens zo benauwd kreeg. Buiten rukte de wind meteen aan haar rok. Ze huiverde. Het was koud. Haar blik gleed over de omgeving. Alles kende ze hier, het was zo vertrouwd, ze was hier immers geboren en opgegroeid. Ze zou hier ook wel sterven, dacht ze. Andrea rilde ervan. Wat een rare gedachte zomaar op een late zater-

6


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 7

dagmiddag, als je pas twintig was en je de leeftijd had om aan trouwen en het stichten van een gezin te gaan denken. Haar schoolvriendinnetje Thona Flikweert zou dergelijke nare gedachten vast niet kennen. De schemering was ingevallen en de contouren van het omringende landschap vervaagden snel in de toenemende duisternis. Andrea huiverde en plotseling drong het tot haar door, hoe snijdend koud het buiten was. Ze haastte zich dan ook prompt naar binnen. Haar moeder was inmiddels klaar met het poetsen van het zilver. Ze had haar ketting weer omgedaan en de voorwerpen bij elkaar boven op het dressoir gelegd. Ze was al druk bezig met het snijden van het brood. Andrea dekte, zoals van haar werd verwacht, de tafel. Om zes uur schoof het gezin De Oude zoals gebruikelijk om de tafel voor het avondbrood. ‘Het lijkt wel of de wind nog verder is toegenomen,’ verzuchtte haar moeder met een bezorgde blik naar haar man. ‘Ik begin bang te worden, Ko.’ Vader antwoordde gelaten, dat er de hele nacht wacht gelopen zou worden op de dijken. Zodra hij gegeten had, verdween hij weer in de donkere winternacht, om bij de andere mannen te gaan kijken. Om beurten zouden ze wacht gaan lopen, de hele nacht en als het nodig was ook de volgende dag, net zolang tot het water weer terugstroomde naar de zee en niet langer hoog tegen de dijken bleef beuken. Toen vader De Oude halverwege de avond handenwrijvend tegen de kou weer binnenkwam, schudde hij bezorgd het hoofd. ‘Ook de havenmeester loopt wacht, en niemand gaat weg,’ vertelde hij, terwijl zijn vrouw zich haastte om hem van warme koffie, een borreltje en een plak ontbijtkoek dik besmeerd met boter te voorzien. ‘Ik ga straks eveneens terug, Griet. Geef het zakflesje met jenever maar mee en misschien ook twee klaargemaakte boterhammen of zo, want het kon weleens een lange en koude nacht worden. We zoeken weliswaar een beetje beschutting in het weeghuisje of achter de dijk, want een man blijft nauwelijks overeind in deze wind, zo hard stormt het. Om elkaar te verstaan moeten we schreeuwen. Ik hoorde, dat de loodsdiensten op zee inmiddels zijn gestaakt, en dat er vannacht waarschijnlijk sche-

7


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 8

pen in de problemen zullen komen.’ Vader De Oude zweeg en leegde het borrelglaasje in twee teugen. Hij schoof het over tafel naar zijn vrouw toe en die wist wat dat betekende. Ze vulde het opnieuw voor ze het zakflaconnetje vulde en daarna de fles zorgvuldig opborg. Een borrel was best, maar dit was geen nacht waarin een man te diep in het glaasje moest kijken. Ze sneed twee dikke boterhammen, smeerde er niet te zuinig boter op en belegde ze met een flinke plak spek. Ze was een vrouw die vond dat er goed gegeten moest worden. Andere luxe was voor haar niet belangrijk, maar op het eten zou ze niet willen bezuinigen en dat was ook niet nodig. Ze waren welgestelde boerenmensen, ze hadden een knecht en een meid in dienst en van de opgroeiende kinderen werd vanzelfsprekend verwacht, dat ze de handen zonder mopperen uit de mouwen staken. Alfons met zijn zeventien jaren, was uitgegroeid tot een waardevolle hulp voor zijn ouder wordende vader, die de veertig inmiddels gepasseerd was. En als hij in de toekomst trouwde, zou hij vanzelfsprekend de boerderij overnemen. Vader dronk ondertussen nadenkend van zijn koffie. Zijn ogen stonden erg bezorgd, zag Andrea, die aan tafel zat te breien. Sokken voor Alfons. Boerenmensen die klompen droegen, konden heel wat sokken aan. ‘Waarschijnlijk komt het water vannacht met de nieuwe vloed nog hoger. We gaan vloedplanken tegen het nieuwe aardappelpakhuis zetten, om dat tegen het water te beschermen. Misschien moeten we die zelfs met aarde beschermen en Adrie beweerde, dat we voor alle zekerheid de zakopheffer boven op de aardappelen moeten gaan zetten, om de motor zo nodig tegen het zoute water te beschermen.’ Vader De Oude nam een laatste slok, pakte het pakje met twee klaargemaakte boterhammen aan en stopte het zakflesje met jenever in een zak. ‘Ziezo. Blijven jullie maar niet op, hoor. We kunnen verder toch niets doen. Op de dijken wordt goed gelet.’ ‘Als u er morgenochtend nog niet bent, breng ik wel brood en koffie,’ beloofde ze. ‘Misschien moeten jullie lang werken in de strijd tegen het water.’ ‘Je bent een beste meid,’ bromde hij. Hij kneep even speels in haar

8


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 9

wang, voor hij naar de deur liep. Andrea keek de gestalte na, die in de donkere en koude stormnacht verdween, nog niet wetende dat dit het laatste was wat ze ooit van haar vader zou zien. Om negen uur was het bedtijd geworden. Andrea wist zelf niet waarom, maar ze liep naar het dressoir en zag dat haar moeder in haar ongerustheid het gepoetste zilver helemaal vergeten was op te ruimen. Zonder dat te kunnen verklaren, pakte ze het zilver op en knoopte dat in haar schort. In het kabinet stond vaders’ geldkistje. Dat pakte ze ook op, ze deed er nog de foto van haar grootouders bij. In haar schort knoopte ze dat alles bij elkaar en ze legde het op tafel. Soms deed een mens dingen zonder zich van het waarom bewust te zijn, en bleek pas veel later, hoe belangrijk dat was geweest. Haar ouders sliepen beneden, maar moeder wilde nog een poosje opblijven omdat ze nog niet kon slapen met die storm. Ze zou straks een warme kruik voor zichzelf maken, anders kon ze met haar koude voeten niet in slaap komen. Zoals gebruikelijk was, sliepen de kinderen op zolder. De jongste meisjes deelden het vroegere ledikant van hun grootmoeder aan de ene kant van de koekoek, Andrea sliep in het ledikant dat aan de andere kant stond. Alfons had een eigen bed aan de andere kant van de zolder, afgescheiden door een gordijn. ‘Kun jij slapen, Andrea?’ vroeg haar zusje Fransina met een benepen stemmetje. ‘Vertrouw maar op God,’ raadde ze aan omdat ze ook niet wist wat ze anders kon zeggen om het bange meisje gerust te stellen, terwijl ze de olielamp zo laag draaide dat ze het licht uit kon blazen. De wind spookte onvermoeibaar rond het huis, maar toch was Andrea snel in slaap gevallen. Ze werd wakker uit een diepe slaap van een vreemd geluid dat ze eerst niet kon thuisbrengen. Maar toen ze met een schok besefte, dat de kerkklokken luidden in het holst van de nacht, zat ze meteen klaarwakker rechtovereind in haar bed. Kerkklokken! Dat betekende dat er onraad was! Water of brand, dan werden de klokken geluid. Water? Kwam het water? Andrea stond meteen naast haar bed en schudde haar zusjes wakker.

9


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 10

Ze riep naar Alfons. ‘Wakker worden. Er is iets aan de hand. Moeder… Moeder!’ Ze schoot in een impuls in haar warme kleren, omdat het zo ijzig koud was op zolder, en droeg haar broer en zusjes op zich eveneens zo warm mogelijk aan te kleden. Daarna haastte ze zich de trap af en zag in het voorbijgaan dat het halfvijf was geweest. Bijna ochtend, gelukkig was het bijna ochtend! Er werd aan de deur gerukt en oom Iman strompelde naar binnen. ‘Het is vreselijk op de dijk,’ snikte hij helemaal overstuur. Warempel, oom huilde en Andrea had nog nooit een volwassen man zien huilen! Haar hart begon van schrik in haar keel te bonzen. ‘Het water komt. Jullie moeten opstaan en wat brood meenemen. Misschien kunnen jullie nog vluchten. Iedereen moet proberen weg te komen naar een hoger gelegen deel van de polder. Naar de dijk, naar het dorp, we weten zelf niet meer, waar het nog veilig is. Ik ga de beesten los snijden, dan kunnen ze weg als het water ook hier komt. Je weet maar nooit! Het water staat zo hoog dat het over de dijk heen slaat en de sloten lopen over, zo vol water staan ze.’ Moeder De Oude kwam in haar nachtpon de keuken in. ‘Pook het fornuis op, Andrea,’ beval ze onverwacht kordaat, maar oom schudde het hoofd. Hij deed de deur open om naar de beesten te gaan en tot hun aller ontzetting zagen ze op dat moment golven van water naar binnen stromen, dat dreigend de keuken in begon te lopen, met nietsontziende kracht. ‘Gaan jullie maar liever naar boven,’ bedacht oom toen. ‘Snel, naar boven allemaal. Neem kleren en eten mee. De weegbrug is ondergelopen. Alleen je vader en de havenmeester zijn nog op de dijk gebleven. Iemand is midden in de nacht de voorzitter van het waterschap gaan waarschuwen, maar zijn auto is volgens zeggen in de polder blijven steken, zodat hij niet meer op de dijk kan komen. De koster is ook gewaarschuwd. Je hoort de klokken luiden. Het water staat angstaanjagend hoog. Waarschijnlijk is al ergens een dijk doorgebroken, nu het water zomaar het huis in loopt. Snel. Snel! Jullie moeten vluchten. De beesten, och, die arme beesten!’ Oom verdween weer in de stormnacht. ‘Vluchten?’ Met grote angstogen keek haar moeder in de ogen van

10


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 11

Andrea. ‘Maar waarheen dan?’ ‘Morgen is alles vast weer voorbij, moeder, maar nu moeten we geen risico nemen. Het nieuwe stoomgemaal ligt aan de binnenkant van de dijk. Daar zullen we wel veilig zijn, denk ik. Laten we daar maar heen gaan.’ Alfons rukte de deur open om oom Iman te gaan helpen. Meteen stroomde het water met nog veel meer kracht de keuken binnen. Sara Lena begon te gillen van angst. Iedereen riep door elkaar heen. ‘Dan maar naar boven, naar zolder,’ bromde Andrea, terwijl ze de slaapkamer van haar ouders in stormde, de kleren van haar moeder greep en een paar tellen later zelfs nog het schort van de tafel griste, waarin ze nog maar een paar uur geleden hun geld en wat spullen bij elkaar had gebonden. Ze had geen tijd meer om brood en kaas uit de kelder te halen. De kelder was ondertussen vol water gelopen, want het bleef maar komen en stroomde nu met ongekende kracht het huis binnen. ‘Naar boven, moeder, voor we door het water worden meegesleurd. Alfons, help moeder naar boven. Je kleren, moeder, in je nachtpon vat je boven kou. Oom!’ riep ze door de openstaande deur in het zuigende water de donkere en onheilspellende nacht in. ‘Oom probeert de beesten los te snijden. Misschien kunnen ze zich redden,’ snikte moeder. ‘Kwam hij maar terug, Andrea. En vader… Waar blijft vader toch?’ Andrea moest haar naar boven duwen. Alfons had een kaas uit de ondergelopen kelder kunnen redden. Meer niet. Haar voeten en de onderkant van haar rokken waren drijfnat geworden. Gelukkig had ze boven nog meer kleren liggen, en ook droge sokken. Ze kropen bij elkaar in de bedden om een beetje warm te blijven. De klokken bleven maar luiden. Angstaanjagend vond Andrea dat, nog angstiger dan het water dat ze het huis had zien binnenkomen. Het geloei van de wind overheerste en overstemde bijna alle andere geluiden. Ze trok droge kleren en sokken aan. Even later gluurde Andrea door het raam van de koekoek naar buiten, maar de nacht was zo aardedonker dat er niets te zien was. Het huis kraakte in zijn voegen. ‘Moeder, misschien moeten we toch proberen te vluchten, de polder door. Als het water niet te hard stijgt,

11


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 12

kunnen we dat voorblijven.’ ‘Was je vader maar hier,’ snikte haar moeder machteloos, en in haar hulpeloosheid deed ze het enige wat ze kon verzinnen. Ze vouwde haar handen voor een woordeloze smeekbede aan de hogere kracht, waar ze al haar leven lang op vertrouwde. Andrea aarzelde niet. ‘Misschien kan ik even gaan kijken of we misschien toch nog weg kunnen komen,’ hoopte ze. Maar halverwege de trap zag ze pal onder haar voeten van alles ronddrijven. Het water nam in zijn kracht alles mee. Ontzet door de ravage vluchtte ze weer naar boven. ‘We lopen helemaal onder, moe. Het water staat al zeker een meter hoog en alles drijft rond, tot de tafel en de stoelen toe. Er is geen redden meer aan, we kunnen niet weg.’ Het huis trilde en kraakte vervaarlijk. Andrea werd nu werkelijk bang en voor het eerst realiseerde ze zich, dat zich in de donkerste uren van deze nacht iets verschrikkelijks voltrok. Het huis schudde nog heftiger. ‘Alfons, er ligt touw daarginds in de hoek. Het ledikant van grootmoeder is het grootste en het is van hout. Laten we er twee matrassen op leggen en die vastbinden. Laten we wat kleren in kussenslopen doen en ik heb in mijn schort het zilver en het geld. Laten we alles vastbinden. Als het huis het niet houdt, kunnen we het bed als vlot gebruiken, in de hoop dat we blijven drijven.’ Sara Lena huilde hartverscheurend. Fransina stopte haar hoofd weg onder een deken. Moeder bad nog steeds en had haar schort over het hoofd getrokken. Alfons was net als Andrea. Zij tweeën waren de enigen, die nog min of meer tot handelen in staat waren. De jongen wilde steeds meer spullen op het bed vastbinden, maar Andrea schudde het hoofd. ‘Dan kunnen we er zelf niet meer bij of we verdrinken omdat het kantelt, Fons.’ Er klonk donderend geraas, maar ze hadden er geen idee van, waar dat door kwam. De jongen keek door de koekoek naar buiten de aardedonkere nacht in. ‘Er drijft van alles rond, Andrea.’ Hoe laat zou het inmiddels zijn? Zes uur? Zeven uur? Nog even en het zou licht worden, dan konden ze eindelijk zien wat er in de aardedonkere polder allemaal gebeurde en het zou verschrikkelijk zijn, dat

12


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 13

wist Andrea ook wel. Toen trilde het huis nog erger. Vijf mensen kropen dicht opeen gepakt op het bed, net toen de helft van het huis zomaar open leek te scheuren, in elkaar stortte en even later dreven ze op hun ledikant het woeste water in, de donkere ijskoude nacht in. Geen van allen konden ze nog een geluid geven, van pure doodsangst. Toen Andrea zo ver van haar ontzetting was bekomen dat ze achterom durfde te kijken, zag ze het laatste deel van de ooit zo mooie boerderij in het kolkende water verdwijnen. Inmiddels hadden de kou en de ontzetting over wat er gaande was, haar zo bevangen dat er niets meer echt tot haar door leek te dringen. Haar lijf bevroor, haar geest eveneens. Er dwarrelde natte sneeuw naar beneden. Ze trok Sara Lena opzij, toen er een lichaam voorbij dreef. Ze herkende dat lichaam. Het was oom Iman. Ze kon niet eens meer huiveren. Waar ze heen dreven, wist ze niet. Overal dreef van alles rond. Zodra ze ergens tegenaan botsten, zou het wankele drijvende ledikant kantelen en zouden ze allemaal reddeloos verloren zijn in de kolkende golvenmassa. Er stond een sterkte stroming. Of ze kort of lang ronddreven, wist Andrea niet. Soms sloot ze haar ogen. Net als haar moeder bad ze doorlopend. Wat kon een mens nog anders doen in deze zee van nood en verschrikking? Ineens klonk er geluid door. ‘Hier, hier, grijp het touw, vasthouden.’ Andrea schrok op uit de onverschillige bevroren toestand waarin ze terecht was gekomen. Ze schrok enorm, toen ze ineens een grote schuur vlak voor zich op zag doemen. Haar hart kwam weer tot leven en begon als een razende te bonken. ‘Moeder, moeder, we zijn bij Flikweert aan komen drijven!’ Haarscherp zag ze ineens Thona’s bange gezicht door de zolder steken, waarvan een deel van de pannen verdwenen was. ‘Kom, kom bij ons op zolder, het is veel te gevaarlijk op dat vlot.’ Het bed schudde en wankelde. Alfons kwam tot bezinning en met een onverwachte kracht in zijn magere jongemannenhanden probeerde hij het touw vast te grijpen, dat naar hen toe werd gegooid. Bij de derde worp had

13


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 14

hij het vast, Andrea pakte het ook vast, met haar ene hand en de andere arm sloeg ze stevig om haar broer heen, die op zijn knieën op het bed was gaan zitten. Langzaam, tergend langzaam, werd het drijvende ledikant met vijf doodsbange mensen erop dichter naar de schuur getrokken. Besef van tijd had Andrea niet langer. Er werd nog een ander touw naar hen toegegooid. Flikweert, de vader van haar schoolvriendinnetje en buurmeisje Thona, gooide dat. ‘Kinderen eerst.’ Andrea pakte het touw en beval Alfons hun reddingslijn stevig vast te houden, zodat ze niet weg konden drijven. Er dreef nu een aantal dode varkens om hen heen, verdronken in de kolkende watermassa. Ze probeerde er niet naar te kijken. Ze bond het touw om het middel van Sara Lena. Gillend van angst werd het meisje even later over het grauwe water de zolder op getrokken, waar Thona haar onmiddellijk droog begon te wrijven. Pas nu merkte Andrea dat haar kleren doornat geworden waren en dat ze het zo koud had gekregen dat ze het niet eens meer voelde. ‘Fransina,’ fluisterde moeder met blauwe lippen van de kou, maar ze had haar schort van het hoofd getrokken en het hardop uitgesproken radeloze bidden was opgehouden. ‘Wacht, ik help je even.’ Moeder kwam overeind, het bed wankelde, Andrea viel en kon nog net een van de spijlen vastgrijpen, maar Fransina gleed van het bed af en haar rauwe doodskreet was indringend te horen, voor de stormgeluiden alles overstemden. Haar moeder maakte opnieuw een onverwachte beweging, alsof ze haar dochter na wilde springen. Haastig bond Andrea het touw om het middel van haar moeder. Gillend van ontzetting: ‘Daar drijft ze, daar drijft mijn lieve schat,’ werd ook moeder even later de zolder op getrokken. ‘Alfons, nu jij,’ bromde Andrea. ‘Niets ervan,’ antwoordde de jongeman. ‘Jij eerst. Ik trek me na jou aan dit touw op, en bind het om mijn eigen middel zodra dat van jou vastzit.’ ‘Je bent een held, Fons.’ ‘Jij ook. Ga.’

14


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 15

Ze zweefde door de lucht, zag niets, hoorde niets, voelde niets, tot Thona haar vastpakte en hartverscheurend snikte. ‘Je bent er. Je hebt het gered.’ ‘Fons?’ Haar broer werd als laatste op de zolder getrokken. Even later kwam Andrea zoveel bij zinnen, dat ze zag dat er wel twintig mensen bij elkaar zaten weggedoken in een hoekje van de zolder. Drijfnatte kleren werden uitgetrokken. Er hadden kisten met oude kleren op deze zolder gestaan, die nooit meer gedragen werden. Die oude dingen kwamen nu goed van pas. Het maakte niet uit wat versleten was of niet paste, het was droog en het gaf warmte, daar ging het om. Andrea kreeg zelfs een slok uit een jeneverfles te drinken. ‘Je moet warm worden. Laten we zo dicht mogelijk bij elkaar kruipen, mensen.’ Ondanks de hachelijke situatie van de mensen daar op die zolder, waar de ijzige wind vrij spel had gekregen, wist Andrea dat ze hier veiliger was dan op hun wankele ledikant, dat een speelbal was van golven en stromingen. Geen idee waar dat ledikant gebleven was. Misschien zou het ergens aanspoelen, misschien was het al in de golven verdwenen. Ineens merkte Andrea op, dat ze iets in haar handen klemde. Het was het schort met het zilver en het geldkistje van haar vader. Ze had er helemaal niet meer aan gedacht, maar het kennelijk in een impuls vastgepakt, vlak voordat ze omhoog werd getrokken. Maar wat had een mens aan zilver, als het leven niet eens zeker was? * De ochtend brak aan. De ochtend, die geen enkele Zeeuw ooit van zijn leven meer zou vergeten. De rest van Holland sliep nog in zalige onwetendheid. Een enkeling had telefoon, er was radio, maar op dat moment was buiten het getroffen gebied nauwelijks bekend, welk een ramp zich voltrok in het Deltagebied van het land. Zeeland werd het zwaarst getroffen, zeker Schouwen-Duiveland, maar ook in grote delen van de Zuid-Hollandse eilanden en zelfs tot in Brabant toe, had het water zich ongenode toegang verschaft.

15


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 16

De mensen die bij elkaar gekropen op de zolder van Flikweert deze bange morgen zagen dagen, durfden nauwelijks iets te zeggen van ontzetting, zodra het morgenlicht het mogelijk maakte, iets van de verdronken omgeving te onderscheiden. Zo ver het oog reikte, werden ze omringd door water. Ginds in de verte, bij het duingebied, zou het misschien droog gebleven zijn, omdat het land daar zo veel hoger lag dan het lage polderland. Er dreef van alles in het rond, niet alleen stukken dak, huisraad en dode dieren, maar ook verdronken mensen. Moeder huilde toen het grauwe morgenlicht zijn eerste stralen over het verdronken landschap wierp. Ze had in de afgelopen nacht een van haar kinderen voor haar ogen zien verdrinken, het schrijnende verlies begon nu pas ten volle tot haar door te dringen. Het was een nacht geweest, die voor hen allemaal alles had veranderd. Spraken ze vroeger over voor en na de oorlog, voortaan zou het hier zijn: voor en na de ramp. Andrea huiverde van de kou. Ondanks alles voelde ze dat ze honger had, maar er was geen eten en het was nog maar de vraag, wanneer ze weer iets te eten zou krijgen. Er had gelukkig een po op zolder gestaan, omdat Thona daar sliep. Gelukkig maar. Er werd door Flikweert een oud stuk deken aan twee verroeste spijkers opgehangen. Wie van de po gebruik moest maken, kon zodoende nog enige afzondering zoeken. In het dorp waren enige tekenen van leven te zien, merkte een van de mannen op. Verderop in de buurt van het dorp, waar het water kennelijk niet al te diep was, stonden losgesneden dieren verdwaasd in het water, zonder te weten waar ze heen moesten. Het was nu eb en onvermijdelijk kwam er over enkele uren een nieuwe vloed opzetten. De mensen die bij elkaar groepten op de zolder van Flikweert, vreesden die nieuwe vloed meer dan ze elkaar durfden te bekennen. Het water had immers vrije toegang gekregen tot het verdronken land. Onontkoombaar zou de komende vloed nieuwe verwoestingen met zich meebrengen. Hoelang zou deze zolder hen allen nog kunnen dragen? Zouden ook zij ten slotte verzwolgen worden door het wassende water? ‘Bij Mol hangt een wit laken buiten. Laten we dat ook doen,’ brom-

16


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 17

de Flikweert. ‘Dan kunnen redders zien, dat we hulp nodig hebben.’ ‘Er zullen toch wel redders komen?’ fluisterde Thona’s moeder. ‘Natuurlijk komen die.’ Het was Flikweert zelf, die hen vroeg, allemaal samen de handen te vouwen en de ogen te sluiten, om redding af te smeken bij de enige macht en kracht die dit alles oversteeg. Om kracht te vragen, deze verschrikking te doorstaan. Om te bidden voor hen, die er niet meer waren en voor hen die de getroffen mensen moesten zien te redden. Er klonk angstig blaffen van een hond in de verte, na het bevend uitgesproken amen. Om een uur of één, een van de mannen had zijn vestzakhorloge weten te redden, begon het water opnieuw de verdronken polder binnen te lopen. In de verte, bij het dorp, zagen ze hoe mensen met een roeiboot uit hun huizen werden gehaald en ergens in het dorp moesten mensen zich verzamelen. Ze zwaaiden en eenmaal werd er teruggezwaaid, maar het water stortte zich nu met volle kracht over het reeds verdronken land en hulp kon hen niet meer bereiken. Zonder eten en verstijfd van de kou moesten de mensen daar op die zolder een paar uur later een tweede bange nacht in gaan. Donker, met in de nanacht alweer een nieuwe vloed. Van slapen kwam nauwelijks iets terecht. Andrea kroop tegen Thona aan en haar andere arm sloeg ze om Sara Lena heen, die snikte en hardop vroeg of Fransina nu in de hemel was. Haar moeder dacht van wel. Een andere vrouw merkte op, dat de Heer het druk moest hebben, nu er ineens zo veel mensen… Ze durfde het verder niet eens uit te spreken. Andrea keek verdwaasd naar het natte schort. Het was opengegaan, zag ze nu pas, waar en wanneer wist ze niet. Het kistje van haar vader met hun geld en de foto van haar grootouders waren verdwenen. De ketting zat er gelukkig nog wel in. Vreemd genoeg zat het zilver er ook nog in. Ze pakte het snoer granaten en zei moeder dat ze de ketting maar het beste om kon doen, dan had ze de minste kans die alsnog kwijt te raken. De ketting die ze van haar grootmoeder had geërfd. Andrea bond het zilveren bestek samen met het pepermuntdoosje opnieuw stevig vast in het natte schort, en ze knoopte dat

17


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 18

schort daarna stevig rond haar middel vast. Het was immers het enige wat ze nog had, nu haar ouderlijk huis door de zee was verzwolgen. Op de tweede dag zagen ze hoe in de middag een vissersboot zich de polder in waagde met de stroom van het opkomende water mee, zo de polder in. Opnieuw zwaaiden ze met het witte laken. Net voor opnieuw de duisternis inviel, kwam het schip moeizaam hun kant op varen. De verdwaasde mensen leefden op, hoop leefde op om ten slotte toch aan een verschrikkelijke verdrinkingsdood te ontsnappen, de hoop blies weer leven in hen. ‘Ze komen hierheen. Mensen, we worden misschien wel gered!’ Het schip kwam zo dichtbij als de schipper durfde. Opnieuw moesten mensen zich met een touw vastbinden, zich met hun laatste restje moed in het gruwelijke water storten, om dan door de mannen aan boord te worden gehesen, want iedereen begreep wel, dat het schip niet zomaar tegen de op instorten staande schuur af kon meren. Moeder De Oude sprong huilend de golven in, krijste dat ze vast Fransina achternaging, maar druipend en al werd ze even later aan boord gehesen. De een na de ander werd van de zolder gehaald, vrouwen en kinderen eerst, dat sprak vanzelf. Toen Andrea aan boord werd gehesen, viel ze even flauw. De spanning, de kou, de honger, de dorst vooral, nu ze gered was, lieten haar laatste krachten haar prompt in de steek. Ze voelde iets op haar lippen branden. Een doodvermoeid mannengezicht goot jenever tussen haar verkleumde lippen. ‘Nog even volhouden, meissie. We varen straks naar de dijk. Als jullie eenmaal droge grond onder de voeten hebben, word je verder geholpen en krijg je droge kleren en wat te eten. Volhouden, hoor!’ Terwijl de laatste mannen aan boord gehesen werden, hoorden de mensen die op het nippertje van de zolder werden gered, de eerste verhalen. Overal vormden mannen reddingsploegen die probeerden te redden wat er nog te redden viel, maar het was verschrikkelijk wat ze allemaal hadden gehoord en gezien. Het nieuws drong kennelijk maar langzaam door tot de rest van het land. Bij Noordgouwe had de dijk het gehouden, daar werden ze nu heengebracht. Ze zouden nogmaals het water in moeten om op de dijk te

18


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 19

kunnen komen, maar sterke mannen wachtten hen daar op om hen aan land te trekken. Nog even volhouden, de redding was nabij. Iedereen deed maar wat. Ze voeren over het land waar wegen en sloten onzichtbaar waren geworden, waar verraderlijke versperringen van prikkeldraad onzichtbaar in de golven waren verdwenen, en hekken die aan het oog onttrokken waren voor het wankele vissersbootje in de sterke stroming, een groot gevaar vormden. Maar na een eindeloze hoeveelheid tijd, toen de schemering snel plaatsmaakte voor de opnieuw ingevallen duisternis, weer door het water, werd Andrea aan land getrokken, de dijk op, waar mannen uit het dorp de drenkelingen meenamen en verspreidden over verschillende huizen waar men opvang kon bieden. Ze keek om zich heen naar moeder en Sara Lena, maar die zag ze niet meer. Alfons wel. Ze greep haar broer bij de mouw. ‘Laten we samen blijven,’ huilde ze. Maar dat huilen, of het nu van opluchting of van ontzetting was, bracht weer gevoel in haar lichaam. Ze klappertandde weer en ze wist niet eens hoelang het geleden was dat ze de kou had gevoeld. ‘Lopen, dan blijft je bloed stromen,’ beval Alfons. Hand in hand liepen ze met een van de mannen mee. Ze werden naar een boerderij gebracht. Het was er overvol met mensen. Ze moesten hun natte kleren uitdoen en zich droogwrijven. Er was niet meer dan een oude paardendeken, die ze om zich heen kon slaan, maar die was droog. Ze kreeg een boterham en zelfs een kom koffie. De koffie was warm en zoet, en toen ze dat alles ophad, voelde Andrea hoe het leven terugkeerde in haar lichaam en zelfs in haar brein. Iemand reikte haar droog ondergoed aan. Het was veel te groot, het was een lange mannenonderbroek, maar dat deed er niet toe. O, wat voelde dat een stuk beter, maar ze was zo koud, zo door en door koud, zou ze het ooit in haar leven nog wel warm kunnen krijgen? Een jongeman die ze niet kende, wees haar dat ze mee moest komen. In het bakhuis van de boerderij brandde het vuur in de oven. ‘Hier is het lekker warm,’ zei hij. ‘Jullie hebben het gered, maar er zijn veel mensen verdronken.’ ‘Ons zusje ook. We hadden een vlot gemaakt van een bed en matras-

19


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 20

sen, maar ze viel eraf, zo de golven in. En ik heb mijn oom dood voorbij zien drijven. De dieren… alles is verdronken.’ Andrea huilde, ze kon het niet helpen. De jongeman knikte. ‘Kruip maar dicht bij het vuur. Je moet warm worden. Hang jullie eigen kleren zo veel mogelijk uit, zodat die kunnen drogen. We doen hier wat we kunnen. Heel het dorp helpt. Iedereen bidt dat deze dijk het houden zal, tot we geëvacueerd kunnen worden. Hoe heet je?’ ‘Andrea. Andrea de Oude. Dit is mijn broer Alfons. Mijn moeder en zusje Sara Lena zijn ook gered, maar ik zie ze hier niet. Ik weet niet waar ze zijn. En vader… wie heeft er iets van mijn vader gehoord?’ ‘Ik ben Job van der Poll. Huil maar uit, Andrea. Jullie hebben iets verschrikkelijks meegemaakt.’ Ze knikte en keek hem na. Een lange gestalte. Vreemd, hier met Fons samen in het bakhuis bij de brandende oven, voelde ze ineens een gevoel van veiligheid over zich heen komen, toen ze hem nakeek. Zoals hij had aangeraden, hing ze de kleren van Fons en zichzelf uit om te drogen. Ze knoopte het schort open. Het bestek en het pepermuntdoosje zaten er nog in. Ze wreef erover en kreeg er tranen van in haar ogen. Dit had ze tenminste nog! Dit was alles wat ze nog van vroeger had. Verder was ze alles kwijtgeraakt. Even later kwam Thona binnen. ‘Ben je hier? We horen binnen vreselijke verhalen, Andrea. In het dorp hebben kerels haastig vlotten gemaakt, om zo te proberen mensen van hun daken te halen. Roeiboten zijn er niet genoeg. Overal zitten nog mensen op de daken en op zolders. Hoeveel er verdronken zijn, weet niemand. Ze zijn bezig met het vullen van zandzakken, maar overal zijn dijken doorgebroken en de zee heeft vrij spel gekregen in de polder.’ Op de een of andere manier was ze toch in slaap gevallen, tussen Fons en Thona in, op de vloer van het bakhuis. Overal lagen mensen tegen elkaar aangedrukt, overal hing nat goed te drogen, zag ze. Het maakte het benauwd binnen. Toen ze wakker werd, deed haar hele lichaam pijn. Honger voelde ze niet langer. Ze stond op en begon wat rond te lopen, want door lopen

20


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:58 Pagina 21

kwam ze in beweging en begon het bloed weer te stromen. In de loop van de morgen kreeg ze een kom warme soep, wat was dat lekker! Ondanks al het verdriet, de ellende die de mensen hier hadden doorstaan en nog doorstonden, begon de hoop vat op hen te krijgen. Andrea liep de dijk op en keek over het water in de richting waar hun huis had gestaan. Er was niets meer van te zien. Ineens merkte ze dat ze naast de jongeman stond, die de vorige avond zo vriendelijk voor haar was geweest. ‘Ook op het nippertje gered?’ vroeg ze, om toch wat te zeggen. ‘Dit is de boerderij van mijn ouders. We hebben op dit moment zesenvijftig mensen in huis. Er wordt over gepraat om te proberen iedereen naar Zierikzee te krijgen, daar kunnen schepen aanmeren om de mensen naar het vasteland te brengen. Voorlopig kan hier niemand blijven wonen, Andrea.’ Ze knikte verslagen. ‘Kijk.’ Job stootte haar aan en ineens kwam er een lach over zijn gezicht. ‘Zie je dat daar? In de lucht? Dat is een helikopter. Misschien is die wel van het leger, misschien komt er nu werkelijk georganiseerde hulp op gang. Jullie kunnen hier weg.’ ‘Jij niet dan?’ ‘Ik help mijn land weer opbouwen. Er zullen handen genoeg nodig zijn om de dijken te dichten, de doden te begraven, de dode dieren te verzamelen, en ooit, ooit moet de polder weer land worden, land waarop weer net als altijd gewassen kunnen groeien om de mens te voeden. Zo zal het gaan, Andrea.’ ‘Ik weet het niet.’ Hij keek haar recht in de ogen. ‘Onze boerderij heet Nooitgedacht. Laat me weten, waar je naartoe wordt gebracht. Schrijf me een briefje, hoe het je vergaat. Beloof je me dat?’ Ze keek in zijn bruine ogen met een groene vlek erin. En ineens knikte ze. ‘Dat zal ik doen, Job. Ik beloof je, dat ik ooit terugkom naar Schouwen, om er boerin te worden en het land te laten opbloeien, zoals jij zegt dat het zal gebeuren.’ Ze lachten naar elkaar en Andrea haastte zich terug naar de warmte van zijn ouderlijk huis.

21


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 22

Ze werden ten slotte met paard en wagen over half ondergelopen en soms wel droogstaande wegen naar Zierikzee gereden. Op de een of andere manier begonnen ze eraan te wennen de ontstellende verwoesting om zich heen te zien. Ze zag dat mannen moe gewerkt, uitgeput, gedreven door wanhoop, nog steeds probeerden mensen te redden, die meer dood dan levend nog op sommige zolders zaten. De eerste lichamen spoelden aan tegen de dijk die het gehouden had. De doden moesten geborgen worden en werden vaak haastig aan de voet van de dijk begraven, althans voorlopig. De overlevenden moesten het gebied verlaten. Het vee dat gered was werd verzameld en zo goed als dat ging verzorgd. Het schaarse eten begon op te raken. In Zierikzee stonden vele koeien bij de kerk vastgebonden. Boerenmensen molken de koeien, er kwam hooi en voer, waarvandaan, daar vroeg ze maar niet naar. In de stad waren vele huizen vernield, ook daar waren mensen verdronken, maar er was geen tijd om er lang bij stil te staan. Gelukkig had ze Fons en Thona bij zich, dan voelde ze zich niet zo alleen. Ze kon alleen maar hopen, dat moeder Sara Lena bij zich had, zodat haar kleine zusje niet helemaal alleen zou zijn met haar verschrikkelijke herinneringen. Niemand had iets van haar vader gehoord, hoe vaak ze ook naar hem vroeg. De volgende nacht sliep ze met heel veel andere mensen op de zolder boven een herberg. Sommige mensen hadden een kussensloop bij zich, waarin ze haastig nog wat spulletjes hadden kunnen meenemen. Een man had zijn stokoude hondje ternauwernood uit het water kunnen redden en bleef maar herhalen dat het diertje zijn allerdierbaarste bezit was. Veel mensen misten net als Andrea familieleden en wisten niet, of die de ramp hadden overleefd of juist niet. Andrea had alleen haar schort met een paar zilveren voorwerpen erin. Er deden allerlei verhalen de ronde. Een vrouw had een baby gekregen op net zo’n wankele en overvolle zolder als waar zij bij Flikweert op hadden gezeten. Thona maakte zich bezorgd over haar familie. Ze waren gered, maar waar waren ze gebleven? Er werden mensen ziek door de geleden kou en honger, er stierven zelfs mensen die aan het water waren ontsnapt, aan de gevolgen van de ontberingen. Maar ook zagen ze in die dagen in de stad militairen, tekenen dat er georgani-

22


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 23

seerde hulp op gang begon te komen. Er waren inmiddels twee helikopters boven het eiland in de lucht, zei men, een Nederlandse en een Amerikaanse, die geredde mensen invloog naar Burgh, het dorp tegen de duinrand, waar het water niet kon komen doordat het daar hoger was. Er waren meer vissersschepen gekomen om geredde mensen naar veiliger plekken te varen. Er werden op enkele plaatsen die niet onder water stonden, telefoonverbindingen hersteld. Slechts de meest welgestelde mensen hadden over een telefoon beschikt, voor het water kwam, maar nu waren die apparaten een zegen, omdat men beter op de hoogte kon blijven van wat er in de verschillende dorpen gebeurde. Naarmate er meer bekend werd, nam de ontzetting toe. Vooral de dorpen Nieuwerkerk en Ouwerkerk bleken verschrikkelijk zwaar getroffen, omdat het water in die dorpen van twee kanten was gekomen en de krachten van die botsende waterstromen hadden daar een onvoorstelbare ravage aangericht. In die dorpen waren dan ook de meeste slachtoffers te betreuren. Er was nergens elektrisch licht meer. Overal waren mannen bezig om met zandzakken dammen te leggen, in de hoop dorpskernen die niet te diep in het water stonden, voor verder onheil te behoeden. En de mensen die de lichamen van de slachtoffers moesten bergen, hadden de allerzwaarste taak. Zierikzee bleef bedreigd, nu de zee door alle dijkdoorbraken vrij spel had gekregen in de meeste polders van het eiland. Op donderdag werden Andrea, Alfons en Thona met vele anderen verscheept naar het veel veiliger Rotterdam, maar eenmaal daar aangekomen beseften ze, dat zelfs hier, zo ver landinwaarts, het water over de kaden was gelopen en straten en kelders blank had gezet. Vele hulpvaardige mensen vingen in die dagen de berooide drenkelingen op. Andrea besefte heel veel geluk te hebben, toen ze werden ondergebracht bij een domineesgezin, waar ze een kamertje kreeg op de zolder, dat ze met Thona kon delen, terwijl Alfons op een strozak naast dat kamertje kon slapen. Als ze ’s nachts gingen slapen, kregen ze een warme kruik mee. Er werden overal in het land kledinginzamelingen gehouden. Ze kregen andere kleren, schoon ondergoed, er

23


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 24

was warm water en ze konden zich voor het eerst in vele dagen weer eens goed wassen, hun haren wassen en hun tanden poetsen. Ze hadden niet langer honger en kregen voor het eerst een bord met warm eten, een balletje gehakt, gekookte aardappelen met jus en zuurkool. Ondanks alle zorgen had ze zelden in haar leven zo lekker gegeten! Mevrouw De Beukelaar waste hun van het zout en het vuil stijf geworden kleren uit. ‘Misschien kunnen we wat ondergoed en kousen voor jullie kopen,’ hoopte ze. ‘Jullie hebben werkelijk niets meer, behalve deze kleren.’ Pas op dat moment drong een vreselijke waarheid tot Andrea door. Ze had niets meer, alleen het beetje zilverwerk. Maar… Zilver! Haar zilver! Ze had haar zilver niet meer! En dat was het moment, waarop ze zich in haar eentje op het zolderkamertje terugtrok om te huilen, zo hard te huilen terwijl ze dacht dat ze daar nooit meer mee op zou kunnen houden. Ze had haar zusje Fransina voor haar ogen zien verdrinken en op dat moment niet eens gehuild. Ze had het lichaam van haar oom voorbij zien drijven en was zo verbijsterd geweest van ontzetting, dat ze niet had gehuild. Ze wist niet of haar vader nog leefde. Haar moeder en Sara Lena waren bij elkaar, dat hoopte ze tenminste, maar van de rest van het gezin gescheiden en ze wist niet waar ze waren en wanneer ze elkaar weer zouden zien, en na al die verschrikkingen huilde ze nu om een verloren bestek en het pepermuntdoosje van haar grootmoeder! Ze wilde het niet, ze wilde sterk blijven, maar op de een of andere manier was het verloren gaan van deze kleine schatten, haar enige herinnering aan vroeger tijden die mooi en goed waren geweest, de druppel die de emmer deed overlopen en Andrea huilde urenlang alle doorstane ellende uit. * In de krant bij dominee De Beukelaar las Andrea alle dagen wat er in het rampgebied gebeurde. De koningin kwam op bezoek en ook de prins. Er werden dijken hersteld, grote gaten in de dijken werden gedicht met caissons en uiteindelijk werden de ondergelopen polders

24


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 25

weer drooggemalen. Uit de hele wereld kwam er volop hulp en steun naar het zwaar getroffen rampgebied. Overal in de kranten verschenen advertenties van mensen die op zoek waren naar hun uit het oog verloren familieleden. Ook de dominee zette een advertentie, in de hoop dat zijn logees iets zouden horen. Thona voelde zich erg verloren zonder haar familie en klampte zich vast aan Andrea. Langzaam, heel langzaam, probeerden ze alles te verwerken, wat ze hadden geleden. Soms hadden ze heimwee, en verlangden ze terug naar een huis dat er niet meer was. Er kwamen houten huizen uit ScandinaviĂŤ, die op veilige plekken werden neergezet, zoals in het duingebied van Schouwen-Duiveland, of vlak bij Zierikzee, en later ook bij de drooggemalen kleine dorpskernen. Deze barakkenkampen werden zodra dat kon, bevolkt door herenigde families. In dorpskernen waar huizen overeind gebleven waren en die droogvielen, kwamen de mensen zo snel als het maar kon terug, om schoon te gaan maken, en om de bezittingen naar beste kunnen te herstellen. Veel boerenzonen hielpen mee met het herstel van de dijken, met het ruimen van kadavers van de vele verdronken dieren, en het bergen van de menselijke slachtoffers, die een voorlopig graf kregen om verspreiding van ziekten te voorkomen. Veel verdronken mensen werden zelfs na maanden nog herkend aan de kleren die ze droegen, hun trouwring, of een sieraad. Meer dan 1800 mensen waren verdronken, werd langzamerhand bekend. Een eindeloos lange zomer leefden de drie geredde drenkelingen met hun onstuitbare verdriet in grote onzekerheid bij het domineesgezin. Steeds weer kregen ze de meest verschrikkelijke verhalen te horen, over wat andere mensen hadden meegemaakt. Er waren mensen die alleen waren overgebleven van een heel gezin. Hoe zou hun verdere leven er in vredesnaam uit moeten zien? Veel eilanders waren verbitterd geraakt over wat zij hadden moeten doorstaan. In de oorlog was er een vijand geweest, die men de schuld kon geven van verliezen en doorstane ellende. Die was er nu niet. En was het dan Gods wil, zoals soms werd gepreekt? Hadden de eilanders zo zwaar gezondigd, dat deze zondvloed door henzelf over zich was afgeroepen? Veel Zeeu-

25


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 26

wen kwamen door die vragen danig met hun geloof in de knoop. De zee was de oorzaak van dit alles, meende Andrea met weer veel anderen, want al eeuwenlang gaf en nam de zee naar believen. Daartegenover stond de mens bijna machteloos. Het was lang chaotisch in het rampgebied, hulpverleners liepen elkaar soms voor de voeten of werkten elkaar tegen. Zelfs het Rode Kruis, dat zoveel goed deed, ontkwam daar soms niet aan. Politie, brandweer en Rode Kruis hielpen, maar ook talloze vissers, radioamateurs, boeren en de plaatselijke artsen raakten soms overwerkt. Toen kwam de dag dat ze een berichtje kreeg van haar moeder. Ze was met Sara Lena ondergebracht in Baarn, vlak bij paleis Soestdijk. Sara Lena was eenmaal op het paleis geweest, samen met heel veel andere geredde kinderen, waar kleren werden uitgedeeld, zelfs kleren van de prinsessen werden weggegeven. Gaandeweg groeide echter overal het besef, dat het verdronken land moest worden terug veroverd op de zee. De ravage zou weer moeten verdwijnen en het land moest weer vruchtbaar worden gemaakt, al zou al dat zoute water nog jarenlang invloed hebben op toekomstige oogsten. De verdronken polders van deze vreselijke ramp zouden weer vruchtbaar land moeten worden. Er zouden ooit weer koeien lopen in grazige weiden. Er moesten nieuwe, steviger dijken in en rond de polders komen, want dit mocht nooit, werkelijk nooit meer gebeuren. Men sprak over een deltaplan. In de loop van die zomer werden steeds meer dijkgaten gedicht en verbindingswegen hersteld. Steeds meer barakkenkampen werden opgezet en nu er weer contact was met moeder en haar zusje, kwam ten slotte een mooie dag, dat ze een noodbarak kregen toegewezen. Een dag, waarop ze weer vertrokken bij het gezin De Beukelaar en waarop ze vol hoop en verwachting terugkwamen op hun eiland, dat ze kort na de ramp zo ontredderd achter zich had moeten laten. Bijna in diezelfde dagen kwam echter ook het bericht, dat vader eindelijk gevonden was, en net als zo veel anderen aan de voet van een dijk in een voorlopig graf was gelegd. Toch zouden Andrea en Alfons nooit de dag vergeten, waarop ze in Zierikzee hun moeder en zusje weer zagen. Thona was met hen mee

26


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 27

gereisd. Ze had inmiddels vernomen, dat haar vader altijd op het eiland was gebleven, dat haar moeder en broertjes en zusjes allen de ramp overleefd hadden. Het gezin Flikweert kreeg een barak toegewezen in hetzelfde kamp, en Thona reisde met hen mee terug naar het eiland. Ze huilden allemaal, toen ze de desolate verwoesting zagen, maar een mens is sterk, krachtiger dan men denkt en de opbouw was begonnen. Zodra ze daar hun intrek hadden genomen, werd de barak sober ingericht met gekregen spulletjes, hoewel er geld werd uitgekeerd aan mensen die alles verloren hadden. Maar dat was niet veel en zuinig als boerenmensen waren, werd daarvan zo min mogelijk uitgegeven, want ooit zouden hun boerderijen zijn herbouwd en wilden ze weer gaan boeren. Dan moest het land worden bewerkt, dan moesten er nieuwe beesten komen om de verdronken dieren te vervangen. Ooit, ooit zou het leven weer worden als vroeger, en dat was de strohalm waaraan ze zich vasthielden. Dat en de uitgedeelde Bijbels, waarin veel gelezen werd in de hoop er steun en troost uit te kunnen putten. Zomaar op een zondagmiddag, toen ze pas in het barakkenkamp woonden, kreeg Andrea een idee. Het kwam door moeder, die haar granaten ketting koesterde. ‘Het is een erfstuk van grootmoeder,’ vertelde ze graag. ‘Het is het enige wat we nog hebben van vroeger, Andrea. Het is mijn dierbaarste bezit geworden en ooit, als ik er niet meer ben, is het granaten snoer voor jou en weer later voor jouw oudste dochter.’ ‘Het is zo jammer dat ik het zilver ben kwijtgeraakt, moeder.’ Na lange tijd dacht Andrea ineens weer aan het verloren geraakte zilver. ‘Ik dacht dat ik het gered had, maar ergens onderweg is het alsnog verloren gegaan en ik weet echt niet meer waar. Het laatst, voor zover ik het me kan herinneren, heb ik het bij mij gehad in het bakhuis van Nooitgedacht. Maar…’ Ineens daagde het haar. Ze schreef binnen het uur een brief. Misschien, heel misschien, was het zilver daar achtergebleven en wist die aardige jongeman, Job heette hij, wat er met hun zilver was gebeurd?

27


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 28

Twee weken later kwam er een briefje terug. Het zilver dat in het schort was geknoopt, was inderdaad gevonden in het bakhuis en Job van der Poll berichtte, dat zijn ouders het, samen met andere achtergelaten bezittingen, hadden bewaard. Hij wist nu waar ze was gebleven. Hij zou het zilver aanstaande zaterdagmiddag zelf komen brengen. Toen ze het berichtje terugkreeg, was het al zaterdagmorgen. Dolblij liet ze het aan moeder lezen. Al enkele uren later keek ze opnieuw in een paar bruine ogen met groene vlekken erin. ‘Andrea?’ Ze knikte sprakeloos. Hij glimlachte op zijn eigen, rustige manier, die ze zich meteen weer herinnerde. ‘Ik herkende je bijna niet, nu je er niet langer zo verfomfaaid uitziet. Hier. Alles zit nog in het schort. En moeder gaf me een busje zilverpoets mee, zodat je het weer blinkend mooi kunt poetsen.’ ‘Kom binnen, kom binnen,’ hakkelde ze en ze drukte het schort als een kostbare schat tegen zich aan. Daar maakte hij kennis met de anderen en liet hij zich met graagte een kopje koffie voorzetten. Al snel werden over en weer verhalen verteld. Hij vroeg hoe het hen verder was vergaan. Zelf vertelde hij op zijn beurt, dat ze in de eerste week na de ramp meer dan honderd drenkelingen onderdak hadden geboden, en later hadden er mensen op de zolder van de schuur in het hooi geslapen, die in de verdronken polders werkten. Hun eigen bedrijf was als vanouds voortgezet. Natuurlijk had de verzilting van de grond de oogst beïnvloed in het kleine gedeelte van het eiland waar het droog gebleven was. En hij was eerlijk, Nooitgedacht was de mooiste hoeve in de omgeving en alle dagen dankten ze God, dat het oude familiebezit gespaard was gebleven. Ooit zou de boerderij van hem zijn, vertelde Job. Hij had alleen een zusje gehad, dat in de oorlog aan tyfus was overleden. Ja, hun hoeve was gespaard gebleven en er zouden nauwelijks dankbaarder mensen zijn in de omgeving dan de familie Van der Poll, maar ook zij hadden verdriet gekend en verlies geleden.

28


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 29

Ondertussen had Andrea de vieze lap die ooit een mooi wit schort was geweest, van haar kleine zilverschat geknoopt en ze voelde dat ze een dikke keel kreeg toen ze de bekraste lepel en de oude vork met de afgesleten tanden naar haar moeder schoof. Het pepermuntdoosje was open, gelukkig maar, er was daarom geen zout water in achtergebleven. Moeder streelde het zilver met haar handen. ‘Dit is alles nog van vroeger,’ snifte ze aangedaan. ‘Dank u, mijnheer Van der Poll. Ik ben er zo blij mee. Er zit een geheim vast aan ons oude familiezilver, weten jullie dat?’ ‘Wat dan?’ wilde Sara Lena meteen weten. Moeder lachte, en trok haar jongste dochter aan het oor. ‘Ooit ben je groot genoeg om dat te horen, maar als ik het je nu vertel, worden die mooie oortjes van je bloedrood.’ ‘Geheimen, ik ben dol op geheimen,’ giechelde Sara Lena, om meteen natte ogen te krijgen. ‘Nu zal Fransina het nooit weten.’ ‘Het ergste is, dat we geen foto’s hebben kunnen redden,’ vertelde Andrea met een kleur van verlegenheid aan Job. ‘Geen foto van mijn vader, niet van Fransina, geen foto van de grootouders. Alles is weg, helemaal weg.’ Hij knikte begrijpend. ‘Sommige mensen vinden nog wat spulletjes terug, als hun bezittingen eindelijk zijn drooggevallen,’ vertelde hij bedrukt. ‘Soms niet meer dan een paar gebroken tegeltjes, wat half vergaan kinderspeelgoed, maar het wordt meegenomen en gekoesterd als de grootste schat.’ Andrea knikte en zweeg omdat ze een dikke keel kreeg van emotie. ‘Het meest opvallende was, dat er na de ramp geen avondklok werd ingesteld,’ vertelde Job verder, want wat er allemaal op het eiland was gebeurd nadat ze daar vandaan waren geëvacueerd, wisten ze nauwelijks omdat het kleine menselijke leed de kranten niet haalde. ‘Er werd niet geplunderd.’ ‘Mevrouw De Oude, mag ik uw dochters een dagje op komen halen, om op Nooitgedacht te kijken? Misschien verdwijnen dan je akelige herinneringen wat meer naar de achtergrond, Andrea.’ Ze bloosde onder zijn blik.

29


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 30

‘Mag ik ook mee?’ riep Alfons prompt. Moeder De Oude glimlachte, terwijl ze van de een naar de ander keek. ‘Dat is aardig van u, mijnheer Van der Poll. Ik ken de boerderij wel, van vroeger nog. Maar de polder?’ Hij knikte. ‘De polder is anders. De komende winter resten ons nog heel veel puin, een dikke laag slib en elders stuivende zandvlakten. De bomen, de planten, alles is doodgegaan en moet worden gerooid. Er moeten nieuwe wegen worden aangelegd en nieuwe sloten worden gegraven. Vernielde boerderijen moeten worden herbouwd, de waterhuishouding opnieuw geregeld. Eer Schouwen weer een land is waarop geboerd wordt, zijn we een paar jaar verder.’ De oudere vrouw knikte. ‘Fons is zeventien. Hij heeft werk gevonden bij een timmerwerkplaats hier in Zierikzee. Daar leert hij veel van en het doodt de tijd tot we terug kunnen gaan. Over een jaar of twee, drie is Alfons oud genoeg om het bedrijf van zijn vader voort te kunnen zetten. Hij kan met behulp van knechten zelf boeren. Op een gegeven moment zal hij wel trouwen en tot die tijd zal ik voor hem zorgen en Andrea kan me helpen. Nietwaar, meisje?’ ‘Natuurlijk, moeder.’ ‘Het kan zijn dat uw dochter trouwt,’ grinnikte Job. ‘Ze is een van de mooiste boerendochters die ik ooit ben tegengekomen, en nog lief bovendien. Misschien krijgt u een heel aardige schoonzoon.’ ‘Andrea is kieskeurig,’ mompelde moeder De Oude, terwijl ze van de jongeman naar haar oudste dochter keek. ‘Denk je soms zelf aan die mogelijkheid?’ Nu kreeg Job een kleur en Andrea misschien nog meer, maar om verdere plagerijen te voorkomen, maakte hij snel dat hij wegkwam. Hij kwam haar nog een paar keer opzoeken, met het excuus dat hij een boodschap had in de stad en misschien was dat waar of juist niet, maar Thona plaagde haar vriendin graag dat ze een aanbidder had. Trouwens, ook Thona had iemand leren kennen in het barakkenkamp, ene Bram Hage, die kwam van een boerderij uit Oosterland, dus Andrea kon de plagerijen heel goed pareren met tegenaanvallen. Langzaam begonnen de meisjes aan de nieuwe routine te wennen.

30


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 31

Moeder De Oude leed het zwaarste. Ze had haar man en een dochter verloren in een en dezelfde nacht. Dat kwam een mens nooit meer helemaal te boven, maar zoals zovele andere eilanders zocht en vond ze troost in haar sterke geloof. Op een mooie zaterdag laat in september reed Job van der Poll onverwacht voor met een lege boerenwagen. ‘Natuurlijk is iedereen best in staat om naar Noordgouwe te lopen en ook weer terug,’ lachte hij, ‘maar mijn moeder vond het wel gezellig als u mee wilde komen, mevrouw De Oude.’ ‘Zeg toch gewoon juffrouw, dat ben ik gewend. Mevrouw klinkt veel te deftig.’ ‘De tijden veranderen, mevrouw De Oude. Het wordt langzamerhand gemeengoed alle getrouwde vrouwen met mevrouw aan te spreken, en juist de ongetrouwde jongedames met juffrouw. Dus u bent mevrouw De Oude, of u dat nu erg deftig vindt of niet, en Andrea…’ hij bloosde weer een beetje, ‘is juffrouw De Oude.’ Hij trok Sara Lena aan haar vlecht. ‘En ja, jij bent ook een juffrouw De Oude.’ ‘Mag Thona mee?’ vroeg Andrea haastig. ‘Natuurlijk. Tot mijn wagen vol is, mag iedereen mee.’ ‘Bram dan?’ opperde Andrea aarzelend. ‘Wie mag Bram dan wel wezen? Je gaat toch niet beweren, dat je hier een vrijer aan de haak hebt geslagen?’ Sara Lena giechelde. ‘Dat wil je het liefst zelf zijn, nietwaar?’ Het meisje kreeg vanzelfsprekend geen antwoord op haar nogal brutale opmerking. Het was een heerlijk ritje. Ze werden op Nooitgedacht allerhartelijkst verwelkomd en er was koffie met cake. Maar onvermijdelijk kwam het moment, dat het hele gezelschap naar de dijk liep, naar de plek waar ze kort na de ramp weer vaste grond onder de voeten hadden gekregen, toen de vissersboot hen van het dak had gered. Alle lach en plagerijen verdwenen bij de desolate aanblik van het land, waar ze waren geboren en getogen, waar ze vader, hun oom Iman en Fransina aan de boze golvenmassa hadden moeten afstaan en waar nu een gapende leegte, puin en wrakhout was achtergebleven. Geen enkele oude boerderij was meer te bekennen in deze desolate verlaten vlak-

31


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 32

te. Andrea voelde de emoties haar keel dichtknijpen, en op dat moment kwam er een arm om haar middel. Het was Job, ze wist het zonder hem aan te kijken. ‘Huil maar. Het is vreselijk wat er is gebeurd en een mens moet dat verwerken. Maar bedenk, Andrea, dat er altijd weer een toekomst is, ook voor jou, ook voor mij. En misschien wel voor ons samen.’

32


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 33

HOOFDSTUK 1

‘Zo heb ik dus jullie grootvader leren kennen.’ Andrea van der Poll keek met een warme glimlach in haar ogen naar de rijkdom aan kinderen, kleinkinderen en zelfs al twee achterkleinkinderen om zich heen. Wat een rijk bezit, dacht ze dankbaar en diep ontroerd vanbinnen. Het verleden waar ze nog zo vaak aan dacht, had zware verliezen gebracht, maar wat had ze later een rijk en mooi leven gekregen! O nee, gespaard voor verdere verliezen en tegenslagen waren ze niet, maar samen met Job was ze alles te boven gekomen en nu mochten ze dit prachtige huwelijksfeest beleven. Dat was toch iets om diep dankbaar voor te zijn! Het was de dag waarop Job en Andrea hun vijfenvijftigjarig huwelijksfeest vierden, te midden van al hun nazaten en dierbaren. Ondanks het gemis, ondanks de kwesties die momenteel haar familie verscheurden, was dit misschien wel de mooiste dag van haar leven, bedacht Andrea, terwijl ze een zakdoek moest opdiepen om haar ogen te deppen. Om haar hals droeg ze een oeroud snoer granaten, een ketting met een zilveren slotje. Ze voelde er even aan, toen ze haar zakdoek weer had opgeborgen. De glimlach kwam terug, niet alleen om haar mond, maar ook in haar ogen, de inmiddels van ouderdom gerimpelde ogen. Haar glimlach bleef hangen bij die andere Andrea, haar kleindochter, de dochter van haar oudste zoon Iman, het meisje dat naar haarzelf was vernoemd.

33


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 34

Andrea van der Poll was een jonge vrouw van tweeëntwintig jaar, ietsje ouder inmiddels dan de leeftijd die haar grootmoeder had, toen de watersnoodramp het eiland trof. De ramp die zo veel verlies had gebracht, maar uiteindelijk toch haar allergrootste rijkdom, in de vorm van de man die ze nu, nu ze tachtig jaar was geworden, nog steeds met heel haar hart liefhad. Eerst had de hele familie zich verzameld in het uitgekozen restaurant in Zierikzee, waar ze een zaal tot hun beschikking hadden. Net als op hun trouwdag, zo lang geleden alweer, al leken de jaren nu ze er vandaag op terugkeek, ineens erg snel voorbij te zijn gegaan, was er eerst een receptie geweest. Kennissen, vrienden, vroegere collega’s van Job, vrienden van haar kinderen die ze in de afgelopen jaren had leren kennen, ontelbare handen hadden Job en Andrea geschud. Aan cadeaus deden ze niet. Wie toch wat wilde geven, kon een enveloppe met inhoud in een bakje deponeren. Het opgehaalde geld zou aan een goed doel worden geschonken, waarover informatie naast de bak lag. Dan kon iedereen dat lezen. Het gaf Andrea zo’n warm gevoel vanbinnen, dat al die mensen vandaag in hun geluk wilden delen. Haar blik viel op de prachtige armband die ze vandaag van haar man had gekregen, een armband met een inscriptie erin. Nee, geen zilver! De band was van een combinatie van wit en geel goud, ze vond hem zó mooi. Ze glimlachte naar hem en even ving ze, net als vroeger, zijn ogen. Bruine ogen met groene vlekjes erin, precies de ogen die de naar haar vernoemde kleindochter had! Het meisje had eveneens hetzelfde hazelnootbruine haar als haar grootvader, al was bij hem die kleur al jaren geleden geleidelijk aan verdwenen, om plaats te maken voor eerst grijs en later wit, met daardoorheen schemerend een steeds kaler geworden kruin. Ze voelde een warme gloed in zich opwellen en toen Job even haar hand drukte omdat hij haar emotie zag, moest ze opnieuw dapper een vreugdetraan wegslikken. Ze hadden veel gedeeld, in de afgelopen jaren. Niet alleen vreugde, maar ze hadden elkaar nooit losgelaten. Ze hadden altijd met elkaar kunnen praten over de dingen die hen bezighielden, waar ze zich zorgen om maakten en waar ze zich over verheugden. Hun verdriet en

34


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 35

tegenslagen hadden ze gedeeld in gebeden, en door troost te zoeken bij elkaar en in de natuur die hen zo dierbaar was. Zeker in hun jonge jaren was het niet vanzelfsprekend geweest, om zo dicht bij elkaar te staan. Andrea kende erg veel huwelijken, waarin mensen maar naast elkaar verder leefden, zonder met elkaar te delen, in vreugde niet en in verdriet al helemaal niet. Het eiland was erg veranderd in de eerste jaren na de ramp, en later opnieuw, toen de van oudsher gemengde boerenbedrijven verdwenen onder invloed van het gevoerde landbouwbeleid. Die veranderingen gingen nog steeds door, nu er veel ‘nieuwe’ natuur werd aangelegd. Die natuur trok niet alleen veel vogels, maar ook meer toeristen. Toeristen overspoelden tegenwoordig in de zomermaanden het eiland, en veranderden dat met dezelfde kracht als vroeger het water tijdens de ramp. Voor sommige oorspronkelijke bewoners was die mensenvloed ook daadwerkelijk een ramp. Anderen vonden het een zegen, omdat al die mensen een ongekende welvaart naar het eiland hadden gebracht, vooral naar de Westhoek, die in Andrea’s jonge jaren juist de armste deel van de streek was geweest. ‘Oma, u zit te dromen,’ lachte een meisje met blond haar en blauwe ogen. ‘Je hebt helemaal gelijk, Sara Lena.’ Andrea glimlachte naar haar jongste kleindochter. Haar ogen gleden de lange tafel vol mensen langs. Naast haar man zat hun enige dochter, Josine, gedoopt Josina Fransina, naar haar moeder en het verdronken zusje. Josine leek sprekend op haar vader, uiterlijk zowel als in doen en laten. Ze was getrouwd geweest met Henk Bolijn, die drie jaar geleden totaal onverwacht aan een hartstilstand was overleden. Josine was nu drieenvijftig, en woonde alleen in Burgh-Haamstede, in een eenvoudig rijtjeshuis en ze leefde van haar weduwepensioen. Ze deed elke week twee ochtenden vrijwilligerswerk in het plaatselijke bejaardenhuis. Josine had twee zoons gekregen. De oudste, Job, had een echt studiehoofd gehad en was inmiddels advocaat. Job woonde in Amsterdam met zijn vriend Hans. Ze waren vanavond allebei hier, want hoewel Job een aantal jaren geleden het best moeilijk had gehad met het besef dat zijn oudste kleinzoon en naamgenoot homoseksueel bleek

35


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 36

te zijn, had toch iedereen in de familie begrepen, dat Job alleen gelukkig kon worden als hij dat niet verdrong. Zijn vriend was aardig en serieus. De twee mannen pasten goed bij elkaar en gedroegen zich altijd terughoudend. Andrea had tenminste nooit gezien dat ze elkaar in het openbaar op de mond zoenden of andere dingen deden die mogelijk gevoelig zouden kunnen liggen bij mensen die er meer moeite mee hadden hun geaardheid te accepteren. De jongste zoon van Josine, Henk, had van de boerderij van zijn vader en de camping waar Henk en Josine naast hun boerenbedrijf mee waren begonnen, een bloeiend bedrijf gemaakt dat prima floreerde. Camping Duindoorn stond elke zomer bomvol en Henk verdiende er inmiddels een goed belegde boterham mee. Meer dan hij ooit met de boerderij van zijn grootvader had kunnen doen, als het een boerenbedrijf gebleven was. Josine leek niet erg te hebben geleden onder haar onverwachte weduwestatus, besefte Andrea. Ze had voor zover ze als moeder wist een goed huwelijk gehad met Henk Bolijn, maar die twee waren nooit zo aan elkaar verknocht geweest als Job en zijzelf. Naast Josine zat Iman, hun oudste zoon. Iman had vroeger samen met zijn vader geboerd, maar door alle veranderingen in de landbouw en gezien het feit dat een boer of moest groeien, of iets anders moest gaan doen om nog een beetje beleg op het brood te kunnen verdienen, hadden Job en Iman al twintig jaar geleden de meeste grond verkocht en een graanhandel opgezet, die inmiddels zeer floreerde. Iman woonde met zijn vrouw Marie in de oude familieboerderij van Nooitgedacht. Job en Andrea hadden zich al jaren geleden teruggetrokken in het tot zelfstandige woning verbouwde vroegere zomerhuis, dat bij de boerderij hoorde. Ze waren daarin van alle gemakken voorzien, slaap- en badkamer gelijkvloers, veel licht door een prachtige aangebouwde serre. Ze hoopten er tot hun dood te kunnen blijven wonen. Beide oude mensen moesten niets hebben van verpleegen verzorgingshuizen. De jonge Andrea werkte bij Henk op de camping en haar kleinzoon, ook al een naar haar man vernoemde Job, hielp zijn vader en zou hem over een jaar of tien opvolgen in het graanbedrijf.

36


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 37

Naast Iman zaten Thona en haar man Bram. Zij woonden noodgedwongen al wel in een verzorgingshuis. Thona liep krom van de reumatiek en Bram had twee jaar geleden een zware hartoperatie moeten ondergaan. Ze hadden tot hun onuitsprekelijke verdriet nooit kinderen gekregen en Bram had zijn boerderij daarom maar verkocht toen hij er een goed bod op kreeg van een of andere natuurorganisatie. Andrea zocht haar vriendin regelmatig op, en als ze dan weer thuis was, dankte ze oprecht, dat haar zoon en schoondochter zo goed voor hen zorgden. Gelukkig waren Job en zij nog relatief gezond. Natuurlijk bracht de oude dag beperkingen en ongemakken met zich mee, maar daar wilde ze vandaag al helemaal niet bij stilstaan. Bram babbelde opgeruimd met de zorgzame Marie. Haar schoondochter Marie van der Stolpe was een boerendochter geweest die aan de andere kant van Noordgouwe was opgegroeid. Ze had er een lieve schoondochter aan gekregen. Andrea kon naar eer en geweten zeggen, dat ze van Marie net zoveel hield als van haar eigen dochter. Verder keek Andrea de tafels vol mensen langs, en even voelde ze opnieuw de pijn van het grote gemis dat lang geleden de watersnoodramp had gebracht. Haar verdronken zusje, haar vader en oom. Haar moeder was na de ramp zo gebroken geweest, dat ze nooit meer de oude was geworden en ze had haar verdere leven lang een immense angst overgehouden voor water. Haar derde en jongste kind heette Bas en hij woonde sinds ongeveer tien jaar met zijn gezin in Appelscha. Haar schoondochter Hanneke was een tamelijk afstandelijke vrouw, die altijd alles beter wist en weinig hartelijk was van karakter. Andrea, maar ook haar andere kinderen vonden het niet altijd prettig en zeker niet gemakkelijk om met Hanneke om te gaan. Met haar had Andrea ook voor het afschuwelijke ongeval dat Hanneke had getroffen, nooit echt een hartelijk contact gehad en daar had ze verdriet van. Veel verdriet. Het had ook Bas van hen verwijderd, eerst emotioneel, en later ook feitelijk toen het gezin helemaal in Appelscha was gaan wonen. Hanneke zag bleek, waarschijnlijk had ze weer veel pijn en was deze dag voor haar vermoeiend. Ze was vijf jaar geleden het slachtoffer

37


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 38

geworden van een akelig ongeval, waarbij haar auto door een vrachtwagen was aangereden. De chauffeur ervan was dronken geweest. Daarna was ze niet alleen verlamd gebleven aan haar benen, maar ze had sindsdien ook slechts een beperkt gebruik van haar rechterhand. Ze hadden slechts een dochter, Sara Lena genoemd naar haar oudtante, dat was een stil, onzeker en wat teruggetrokken meisje dat in niets leek op haar dominant in dat huwelijk aanwezige moeder. Dan rustten de ogen van de oude vrouw op de oudere Sara Lena, haar tien jaar jongere zuster. Sara Lena was inmiddels ook alweer zeventig. Ze was een lieve, sterke vrouw geworden, maar ook haar zuster had zo haar problemen waar ze mee kampte en veel verdriet van had. Sara Lena was onderwijzers geworden en was pas laat, op haar vijfenveertigste, getrouwd na een eerder triest verlopen verlovingsbreuk in haar jonge jaren. Haar man Jos was een stuk ouder geweest, toen al achtenvijftig, destijds een eenzame weduwnaar. Jos was een fijne man, die zich gemakkelijk aan hun grote familie had aangepast, hoewel hij niet jong meer was toen hij met Sara Lena hertrouwde. Helaas was Jos zeven jaar geleden overleden. Een hersenbloeding had in enkele weken tijd een einde aan zijn leven gemaakt. Jos had twee zoons uit zijn eerste huwelijk. Hun moeder was aan borstkanker overleden, ongeveer een halfjaar voor hij Sara Lena had leren kennen. Die inmiddels van middelbare leeftijd zijnde zoons bleken er na zijn dood bij het openen van het testament, grote moeite mee te hebben dat hun vader een testament op langstlevende had nagelaten, zodat Sara Lena in het huis kon blijven wonen, dat ze een kleine twintig jaar met haar man had gedeeld. Ze had levenslang vruchtgebruik, wel met het beding dat ze de erfenis er niet doorheen kon jagen. Als Sara Lena eenmaal overleed, kregen de kinderen van Jos alsnog hun rechtmatige erfenis. Het probleem was echter, dat hun stiefmoeder zo veel jonger was dan hun vader was geweest, en dat beide zoons geen zin hadden zo lang op hun erfenis te moeten wachten. Vanzelfsprekend bevatte dit testament ook, zoals de meeste moderne testamenten, de clausule dat schoonkinderen nooit konden erven, zodat de bezittingen in de familie bleven. In een tijd waarin echtscheidingen gemeengoed waren geworden, was dit normaal geworden. In het

38


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 39

testament van Job en Andrea zelf was dit eveneens zo geregeld. Die twee stiefzoons van haar zuster hadden meteen al geprobeerd om zich voortijdig geld uit de erfenis toe te eigenen, maar dat was hen niet gelukt. Sara Lena, toch al overmand door het verdriet over het verlies van haar man, van wie ze veel gehouden had, was daar diep geschokt door geweest en haar band met zijn kinderen was daar behoorlijk door beschadigd geraakt. Niettemin was het vertrouwen daarna langzamerhand toch weer min of meer hersteld, maar inmiddels wilde Sara Lena het huis van Jos en haarzelf verkopen, om er een appartement voor terug te kopen in Zierikzee. Daarover waren opnieuw problemen ontstaan, grote problemen ditmaal. Sara Lena had daar veel verdriet van, het voelde alsof de nagedachtenis van haar man opnieuw werd besmeurd. Voor zijn dood had ze altijd goed op kunnen schieten met haar stiefzoons. De gezinnen hadden het echter niet breed en opnieuw wilden ze geld zien, als hun vroegere ouderlijke huis werd verkocht. Daarbij stelden ze eisen alsof er geen testament zou zijn, en de ontstane ruzie lag inmiddels opnieuw in handen van de notaris. Sara Lena keek zelfs vanavond wat verdrietig uit haar ogen. Haar ogen dwaalden naar haar broer Alfons en zijn vrouw. Fons had zoals verwacht de voorouderlijke boerderij voortgezet. De ooit verdronken en vernielde boerderijen waren in de jaren na de ramp weer opgebouwd en drie jaar na de stormvloed kon Alfons de Oude terugkeren op de grond van zijn voorvaderen om, inmiddels twintig jaar oud en verloofd, het boerenbedrijf van zijn vader voort te zetten. Moeder De Oude was op de boerderij blijven wonen toen haar zoon trouwde. Fons werd vader van een groot gezin van vijf kinderen, moeder had toen ze klein waren veel op hen gepast. Maar een opvolger had Fons niet. Zijn zoons zagen niets meer in het harde boerenleven van de moderne tijd. De boeren werden inmiddels aan alle kanten verstikt in een woud van regels, het boerenwerk vergde steeds meer papierwerk waar de jonge generatie niet veel zin in had. Fons was vanzelfsprekend ook de jongste niet meer. Er was onlangs een bod op zijn boerderij gekomen van een instelling om van de hoeve een zorgboerderij te maken. Alfons overwoog daarom serieus, de

39


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 40

hoeve te verkopen. Een van zijn zoons wilde er dan wel komen wonen, om er met zijn vrouw mensen op te gaan vangen en hen te begeleiden, al zou de boerderij dan meer op een kinderboerderij gaan lijken dan op een echt bedrijf. Ja, het was een grote kring mensen, die zich vanavond om haar heen verzameld had en nu aan tafel zat, stelde Andrea met een milde glimlach vast. Thona, die levenslang haar beste vriendin was gebleven, met wie ze altijd alle vreugde en verdriet had kunnen bespreken, glimlachte naar haar. ‘Je zat na te denken over het leven van ons allemaal,’ begreep ze. Andrea glimlachte naar haar. ‘Ja, en wat hebben we veel meegemaakt, nietwaar?’ ‘Ik weet wat je altijd als levensmotto hebt gehad, Andrea. Leef dankbaar. En dat heb je gedaan. Je bent zo’n sterke vrouw, want verdriet is er geweest, meer dan genoeg zelfs.’ De bejaarde bruid knikte. ‘Job zegt altijd dat het levenskunst is, de zegeningen tellen en de lasten blijmoedig dragen, zonder ze weg te stoppen of te negeren. We zijn zo gelukkig met elkaar, nog steeds.’ ‘Dat is waar,’ beaamde haar echtgenoot en de beide oude mensen lachten warm en vol genegenheid naar elkaar. ‘We hebben inderdaad heel veel om vandaag dankbaar voor te zijn, Andrea.’ De kleindochter die naar de oudere bruid was vernoemd, keek met een nauwelijks ingehouden glimlach naar de manier waarop haar grootvader zijn arm om de schouders van haar oma legde, en haar een klinkende klapzoen op de wang gaf. Zo wil ik het later ook, dacht ze. Zo’n huwelijk is een van de mooiste dingen die een mens in zijn leven kan hebben. Iemand om van te houden, iemand die je nam zoals je was, iemand met wie je zorgen kon delen, maar ook vreugde. Opa en oma hadden vaak plezier met elkaar. Ze hoefden elkaar maar aan te kijken of ze schoten in de lach omdat ze elkaars gedachten leken te kunnen lezen. Ook de zoveel jongere Andrea genoot van het feest. Het was heel bijzonder, dat iedereen vanavond was gekomen. Sommige familieleden zag ze maar zelden. Oom Bas en tante Hanneke waren immers erg op zichzelf en trokken zich niet veel van de familie aan. Hooguit twee

40


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 41

keer per jaar namen ze de moeite om uit Appelscha naar Zeeland te komen, rond de verjaardag van oma en rond de verjaardag van opa, die in de eerste week van januari viel, zodat dit meteen het nieuwjaarsbezoek was. Nooit kwamen ze op de dag zelf, altijd op een zaterdag zomaar even op en neer en dan bleven ze zelden of nooit langer dan een uurtje, want ze hadden altijd nog andere afspraken die kennelijk belangrijker waren. Ze vond tante Hanneke dan ook niet bepaald aardig. Het was zo iemand, die altijd aanmerkingen had op andere mensen, die altijd alles beter wist en ze noemde opa en oma nooit eens hartelijk pa en moe, zoals schoondochters gewoonlijk deden. Van dat alles had oma verdriet, dat wist Andrea best, al zou oma er nooit een nare opmerking over maken. Oma zag veel en zei weinig, dacht ze weleens. Misschien viel haar dat op, omdat ze zelf net zo was. Pa zei tenminste altijd, dat ze het uiterlijk van opa had en de aard van oma. Ooit hoopte Andrea zelf een gezin te hebben, maar dan hoopte ze ook, dat haar kinderen in een verre toekomst nooit op dezelfde manier met haar zouden omgaan als oom Bas en tante Hanneke deden met opa en oma. Eindelijk was het toetje verorberd, de koffie gedronken, waren er veel te veel chocolaatjes gesnoept en hadden sommigen iets te diep in het glaasje gekeken. Toen kwamen er een paar muzikanten om de stemming nog een uurtje op te vrolijken en onder luid applaus deden de twee bejaarde mensen om wie het vanavond allemaal draaide, een dansje. Andrea stond naar hen te kijken, naast haar oudtante Sara Lena. ‘Jullie zijn allemaal nog zo vitaal,’ grinnikte Andrea. ‘Iedereen die hier vanavond is en veel jonger is, hoopt dat we die goede genen ook hebben geërfd.’ Sara Lena glimlachte met de lieve rust die bij haar karakter hoorde. ‘Vast wel,’ dacht de oudere vrouw. ‘Wat een fijne avond, hè?’ ‘Oma en opa genieten.’ De ander knikte. ‘Maar ze heeft in stilte gedacht aan allen die we hebben verloren, soms al heel lang geleden, en die we nog steeds missen op een moment als dit.’ ‘Herinnert u zich veel van de rampnacht, tante?’

41


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 42

‘Meer dan me lief is. Soms hoor ik nog in mijn dromen de ijselijke angstkreet van mijn zusje Fransina, toen ze door de golven werd meegesleurd, al was de stilte toen ze niet meer gilde misschien nog wel akeliger.’ ‘Wij kunnen het ons nauwelijks voorstellen, de vernielingen van toen,’ knikte Andrea. ‘Ik weet dat opa en oma altijd ’s nachts op zijn gebleven, als het hard stormde. En ze zijn de enigen niet.’ ‘Dat klopt, kindje. Voor ons Zeeuwen is er een leven voor de ramp en na de ramp, zoals andere oude mensen nog steeds zeggen: voor de oorlog en na de oorlog. Maar over een aantal jaren is er niemand meer, die het kan navertellen. Dan zijn er alleen nog maar oude filmbeelden en foto’s van de verschrikkingen van toen. En eindeloze rijen graven op sommige begraafplaatsen, die uit eerbied voor wat er toen gebeurd is, niet zullen worden geruimd, zoals met gewone graven na verloop van tijd gebeurt.’ ‘Kom mee, tante.’ Iman van der Poll trok lachend de oudere vrouw bij zijn dochter vandaan, en gaf Andrea een vette knipoog. Deze schoot in de lach en werd even later zelf vastgepakt door Henk Bolijn, haar neef die de camping runde. Ze werkte sinds een jaar bij hem en deed er het grootste deel van de administratie. Zijn vrouw Sonja had toen net een tweeling gekregen en kon het niet aan, werk en gezin te combineren zonder er helemaal van over haar toeren te raken. De rest van de avond danste ze met alle mannen van het gezelschap, zelfs met opa. Ook Josine Bolijn had zo haar eigen gedachten, die avond. Daarin leek ze erg op haar moeder. Job en Hans, de lieverds, dansten beiden met haar. Nee, ze wisten niet dat ze niet erg treurde om hun gestorven vader, zelfs vanavond niet nu ze zag hoe gelukkig haar ouders merkbaar nog met elkaar waren, omdat ze deze dag met elkaar en samen met al hun dierbaren mochten beleven. Als ze aan haar eigen huwelijk terugdacht, kreeg ze het prompt een beetje koud en kil. Natuurlijk wist niemand daar iets van, zelfs Marie niet, die vroeger haar beste vriendin was geweest, al vanaf het moment dat ze samen op school hadden gezeten en die later met haar broer Iman was getrouwd. Maar het maakte de eenzaamheid van het

42


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 43

alleen verder moeten leven, beslist draaglijk, te weten dat het samen met Henk ook eenzaam was geweest, misschien nog wel eenzamer, omdat er dan iemand was die dergelijke gevoelens juist weg had moeten nemen. Ze had een wat kil en afstandelijk huwelijk gehad, besefte ze. Ze hadden praktische zaken met elkaar gedeeld, hadden naast het boerenbedrijf heel langzaam en verdeeld in vele kleine stappen, geleidelijk aan een camping opgebouwd. In het werk hadden ze elkaar best kunnen vinden. Alleen over gevoelens kon Henk nooit praten en voor haar als vrouw was dat een zeer groot gemis geweest. Ze waren na het eerste gelukkige jaar van hun huwelijk steeds meer uit elkaar gegroeid. Ze hadden naast elkaar geleefd, in plaats van met elkaar. Pas na een paar jaar was ze gaan beseffen, dat zo’n huwelijk erg leeg en eenzaam was, maar aan weggaan en scheiden had ze nooit willen denken. Nu ja, ze had er wel aan gedacht, maar nooit, nooit zou ze haar in de kerk gegeven trouwbelofte verbreken vanwege de moderne reden dat ze uit elkaar gegroeid waren. Ze had misschien een verkeerde keus gemaakt toen ze jong was, maar een andere keus was er niet geweest. Nu ja, heel lang geleden was ze als schoolmeisje weleens verliefd geweest, maar die jongen was met zijn ouders geÍmigreerd en daarmee was de kalverliefde voorbij geweest. Henk had een paar jaar later flink werk van haar gemaakt en het wonen daar in dat mooie gebied op het eiland, had haar ook aangetrokken. Josine keek naar haar kinderen. Ze hield van beide jongens, ze waren haar grootste rijkdom, wist ze. Nooitgedacht, waar ze was opgegroeid, was natuurlijk een veel mooiere en rijkere boerderij, maar ze kon naar eer en geweten zeggen, dat ze daar nooit bij stilstond. Haar kinderen, haar goede contact met hen, haar kleinzoontjes en het dankbare werk in het tehuis, dat alles vulde haar leven op een manier waarmee ze momenteel gelukkig was, en alleen aan zichzelf hoefde ze ten slotte toe te geven, haar man niet eens te missen, maar juist blij te zijn met de vrijheid van beslissingen die ze tegenwoordig had. Toen haar zoon Job haar kwam halen voor een ouderwetse wals, gleed ze met een warme glimlach om haar lippen in zijn wachtende armen.

43


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 44

‘Het is een heerlijke avond geweest.’ Oma Van der Poll zat de volgende middag buiten voor het oude zomerhuis van de boerderij en keek haar kleindochter Andrea glimlachend aan. ‘Gelukkig hoef je vandaag niet te werken, kindje. Ik hou er niet van, als mensen op zondag werken.’ ‘Opa en pa moesten vroeger op zondag ook gewoon de koeien melken, oma, en als u veel pijn heeft, bent u ook blij dat de dokter op zondag langs wil komen.’ ‘Ik weet, dat ik nog van de oude stempel ben, kindlief, maar dat kan ik ook niet helpen. Ik kan me bijna niet voorstellen, dat ik inmiddels al tachtig ben! Ik begin me er oud door te voelen.’ Andrea schoot in de lach. ‘U bent gezond en vitaal, misschien mag u dat wel blijven tot u negentig wordt,’ plaagde ze. ‘Ik ben dan ook vast van plan, om u dat na te doen.’ ‘Ja, ja,’ bromde de oudere vrouw goedmoedig, terwijl ze een kat die op haar schoot sprong, uitgebreid aaide. ‘Dat zal ik niet meer meemaken.’ ‘Ik vergelijk u weleens met tante Thona. Dat is een groot verschil, oma.’ De ander knikte meteen. ‘Ja, daar heb je gelijk in. Thona is mijn beste vriendin, al vanaf de jaren dat we samen naar school gingen.’ ‘Net als mam en tante Josine.’ ‘Precies, net zo. Tante Thona heeft er veel verdriet van gehad, dat oom Bram en zij geen kinderen kregen, en nu zit ze krom van de reumatiek in een bejaardenhuis, terwijl Bram geen honderd meter meer kan lopen zonder buiten adem te raken.’ ‘Precies, daarom bent u in mijn ogen juist zo vitaal.’ De oudste Andrea glimlachte. ‘Toen ik zo oud was als jij nu, leerde ik opa kennen. En hoe zit dat inmiddels met jou? Tegenwoordig hebben meisjes van dertien soms al vriendjes, heeft iemand me onlangs nog verteld.’ ‘Ik niet,’ wimpelde haar kleindochter af. ‘Ik heb mijn best gedaan op mijn opleiding, heb toen twee jaar op een bungalowpark gewerkt. Daarna heb ik de taken overgenomen van Sonja bij Henk op de camping.’

44


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 45

‘Heb je het er naar je zin?’ Andrea knikte. ‘Ik weet best dat pa liever had gehad dat ik meer opleiding was blijven volgen, net als mijn broer, en een of andere glanzende carrière had gemaakt, maar daar heb ik geen behoefte aan. Ik vind het leuk om met mensen om te gaan. Mensen die op vakantie zijn, verkeren meestal in een goede stemming. Ik hou ervan problemen op te lossen. Nee oma, ik ben dik tevreden zo.’ ‘Geen man dus. In mijn jonge jaren was een huwelijk het voornaamste doel van een jonge vrouw.’ ‘De tijden zijn veranderd.’ Oma knikte. ‘Het huwelijk ook. Het lijkt wel een van de wegwerpartikelen te zijn geworden, waar de hele maatschappij tegenwoordig mee overspoeld lijkt te worden.’ Andrea grinnikte. ‘Ik lust nog wel een kopje thee, oma. Zal ik verse gaan zetten? De thee in de pot is bijna koud geworden.’ ‘Je wilt alleen maar meer bonbons,’ grinnikte de oudere vrouw. ‘Lekker toch?’ ‘Dag Marie. Andrea gaat net verse thee zetten. Doe je met ons mee?’ Ze keek haar schoondochter aan, die een stoel bijtrok. ‘Vooruit dan maar. Iman is naar de golfbaan gegaan en Job slaapt zoals gewoonlijk als hij vrij is een gat in de dag. Wat doet pa?’ De oudere vrouw keek haar schoondochter met gefronste wenkbrauwen aan. ‘Het is niets, dat Iman drie jaar geleden zijn oude computer aan pa gaf, met de mededeling dat hij het misschien wel leuk zou vinden daar een beetje mee te gaan spelen. Maar pa vindt het zó leuk, dat ik op mijn oude dag nog een computerweduwe dreig te worden! Zo noemen ze dat tegenwoordig toch?’ Marie moest lachen. ‘Lekker, kindje,’ knikte ze even later naar haar dochter. ‘En oma, heeft u genoten gisteren? Ik weet, dat u niets van computers moet hebben, maar ik heb er foto’s en een filmpje op gezet en ze doorgestuurd naar pa. U kunt ze zo gaan bekijken, als u wilt.’ ‘En dat alles zonder fotograaf,’ verwonderde de oude vrouw zich over de ongekende mogelijkheden van de moderne tijd. ‘Toe moeder, wees blij dat pa plezier heeft met dat apparaat.’ Oma haalde haar schouders op. ‘Gelukkig hou ik van handwerken en

45


ZILVER 1-4-2015_ZILVER 22-04-15 09:59 Pagina 46

tegenwoordig is er ook de hele dag door televisie. Soms vraag ik me af, wat jullie nog allemaal zullen zien veranderen, voor jullie net zo oud zijn geworden als ik nu. Nee, nee, Marie, ik ben niet van de ene dag op de andere veranderd in een stokoude mopperkont. Ik weet best, dat het allemaal veel beter is dan vroeger. Er is niet meer zo veel armoede. Je kunt wel zeggen, het tegendeel is waar. Iedereen kan tegenwoordig leren, iedereen rijdt in een auto en kan op vakantie gaan, al zullen er altijd mensen blijven die nooit tevreden zijn.’ ‘Nu denkt u aan tante Sara Lena.’ ‘Ze heeft er niet veel over gezegd, maar het is toch erg hè, de hebzucht van die zoons?’ ‘Ze zullen het zelf wel anders zien, moeder,’ suste Marie, terwijl ze opstond. ‘Kom maar mee, dan ik laat u meteen de foto’s en de film zien. Dan is het net, of u alles weer beleeft.’ Andrea van der Poll volgde haar schoondochter Marie met enige tegenzin. De jonge Andrea keek hen na. Ze glimlachte, voor ze de kopjes oppakte en binnen in de vaatwasser zette.

46


van

‘Een historische roman waarin de lezer een goed sfeerbeeld krijgt van een familie die moet vechten tegen de armoede aan het begin van de 20e eeuw.’ – NBD|Biblion over Verboden brieven

G erda

Gerda van Wageningen is Nederlands bekendste schrijfster van historische en romantische boeken. Deze bestseller, gebaseerd op historische feiten, ademt Gerda’s liefde voor geschiedenis en bevestigt wederom haar positie.

Zilver

Andrea en Job van der Poll hebben elkaar tijdens de watersnoodramp van 1953 leren kennen. Daarbij speelde het zilver dat Andrea redde uit het ouderlijk huis een belangrijke rol. Nu zijn ze in de tachtig en hebben een schare aan familie om zich heen, waarbij ieder zijn eigen problemen te verwerken heeft. Kleindochter Andrea werkt bij haar oom op de camping en leert daar Marnix van Vessem kennen. Door een misverstand bekoelt de relatie echter. Andrea zoekt afleiding en gaat op zoek naar het geheim achter het familiezilver van haar grootmoeder. Dat heeft verrassende gevolgen.

Wageningen

De watersnoodramp van 1953 verandert het leven van veel mensen voorgoed. Een jonge vrouw verliest meer dan enkele familieleden, maar weet het familiezilver te redden.

G erda

van

Wageningen

Zilver

NUR 340 ISBN 978-9401905763

Een familiegeheim ontrafeld www.zomerenkeuning.nl

Van Wageningen Zilver MP.indd 1

21/04/15 12:03


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook