Skip to main content

XXL leesfragment Albino - Elizabeth LaBan

Page 1

r aa pl em ex es le omslag_totaal_albinoDEF.indd 8

18-02-14 10:23


‘Dit boek zal je vrijwel zeker een andere kijk geven op je eigen handelen, misschien zelfs op de wereld. Een boek met grote invloed.’ The Guardian

Wat betekenen vriendschap en liefde als je een albino bent?

aa pl em ex es

Isbn 978 90 266 1134 6 Nur 285

9 789026 611346

omslag_totaal_albinoDEF.indd 7

le

Sinds de verschijning van haar debuut in de VS is auteur Elizabeth LaBan al met talloze grootheden vergeleken, zoals Donna Tartt (De verborgen geschiedenis), N.H. Kleinbaum (Dead Poets Society) en Jay Asher (Thirteen Reasons Why). Toch valt Albino niet goed in een hokje te plaatsen. Juist die onverklaarbaarheid verklaart waarom zo veel lezers gegrepen worden door dit boek.

Elk jaar laten de vertrekkende studenten van de Irving School een verrassing achter voor de volgende die in hun kamer komt wonen. Maar Duncan krijgt iets heel bijzonders. In zijn kamer treft hij cd’s aan met opnames die zijn leven zullen veranderen. De opnames zijn ingesproken door Tim Macbeth. Wanneer Tim naar de school gaat, heeft hij maar één doel: zo onopvallend mogelijk door het schooljaar komen. Maar dat blijkt een onmogelijke opgave. Ten eerste omdat hijzelf een opvallende verschijning is – Tim is een albino. Ten tweede omdat hij valt voor de mooie Vanessa, het vriendinnetje van zijn populairste jaargenoot. Tot Tims verbazing ziet Vanessa ook wel iets in hem. En Duncan, Duncan’s hele leven draait om het luisteren naar het verhaal van Tim... Hij raakt erdoor geobsedeerd. Een tragedie kan niet uitblijven.

Elizabeth Laban

ademt de sfeer van De verborgen geschiedenis van Donna Tartt

r

Mysterieuze YA-roman

Hé, jij hebt jouw kant van de iglo niet af,’ zei ik. ‘Je moet opzichter worden,’ zei ze, maar ze zei het aardig. ‘Jij wilde zo graag naar buiten om in de sneeuw te spelen,’ zei ik. Ze was naar de andere kant van ons bouwproject gegaan en kon me niet zien. Dat gaf me de tijd om zes sneeuwballen te maken. ‘Met de nadruk op spelen,’ zei ze. Ik stopte de sneeuwballen in mijn jas en liep voor de iglo langs, alsof ik inspecteerde hoe de bouw vlotte. En toen bekogelde ik haar met de ene sneeuwbal na de andere. Tegen de tijd dat ik de zesde gooide, lachte ze zo hard dat ze in de sneeuw moest gaan zitten. Dat lachen… het was net een pepmiddel. Hoe meer ik kreeg, des te meer snakte ik ernaar.

Elizabeth Laban 18-02-14 10:23


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 2

Lovende woorden uit de internationale pers:

aa r

‘Zal je vrijwel zeker een andere kijk geven op je eigen handelen – misschien zelfs op de wereld. Een boek met grote invloed.’ – The Guardian

ex e

m

pl

‘Tims stem is een krachtig mengsel van medeleven en ontleding. Zijn levenslange worsteling met het albino-zijn, de onverwachte driehoeksrelatie waarin hij belandt en de fatale gebeurtenissen die hij in gang zet, worden door hem overtuigend beschreven.’ – Publishers Weekly

le

es

‘Dit verhaal gaat verder dan persoonlijke mislukking (en triomf) of de aard van een tragedie. Het is een verhaal over de verlossende kracht van kunst.’ – The Philadelphia Inquirer


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 3

ELIZABETH LABAN

le

es

ex e

m

pl

aa r

Albino


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 4

m

pl

aa r

VOOR ALICE EN ARTHUR

ex e

© Uitgeverij Callenbach – Utrecht, 2014 www.uitgeverijcallenbach.nl

le

es

Eerder uitgegeven door Ember, Random House Children’s Books, Random House, Inc., New York Oorspronkelijke titel The Tragedy Paper © 2013 Elizabeth LaBan Vertaling Hannie Tijman Omslagontwerp Tamar de Klijn Opmaak binnenwerk ZetSpiegel, Best ISBN 978 90 266 1134 6 ISBN e-book 978 90 266 1148 3 NUR 285 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 5

HOOFDSTUK EEN

aa r

DUNCAN

pl

‘TREED HIER BINNEN OM EEN VRIEND TE ZIJN EN TE VINDEN’

le

es

ex e

m

Toen Duncan onder de stenen boog door liep, die toegang geeft tot het studentenhuis van de seniors, hielden twee dingen hem bezig: de vraag welke ‘schat’ er voor hem was achtergelaten, en zijn werkstuk over tragedies. Misschien was er nog een derde punt van zorg: de vraag welke kamer hem was toegewezen. Maar toch, als het middelste van die drie onderwerpen er niet was geweest, zo redeneerde hij bij zichzelf, zou hij zich bijna honderd procent gelukkig voelen. Bijna. Maar dat werkstuk – de Irving School-variant op een afstudeerscriptie – slokte minstens dertig procent van zijn geluk op. En op een belangrijke dag als vandaag was dat knap vervelend. Het kwam erop neer dat hij een flink deel van de komende negen maanden zou besteden aan pogingen om een definitie te bedenken voor het woord tragedie, in de literaire zin dan. Zoals: waarom is King Lear van Shakespeare een tragedie? Wie kon het eigenlijk iets schelen? Hij zou ter plekke een antwoord kunnen verzinnen: een tragedie is het als er iets naars gebeurt, en er gebeurt altijd wel iets 5


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 6

le

es

ex e

m

pl

aa r

naars. Maar het kon de docent Engels van de hogere klassen, meneer Simon – die toevallig ook nog eens toezichthouder was op Duncans gang dit jaar – wel wat schelen. Een heleboel zelfs. Hij kickte op termen als ‘impact’ en ‘hybris’. Duncan, die veel liever met cijfers dan met woorden werkte, had gehoord dat op Irving een enkele senior er weleens zonder al te veel moeite doorheen was gerold. Ach, misschien was het genoeg om een voldoende voor het werkstuk te halen. Hij wilde er zijn laatste jaar niet door laten bederven. Zeker niet na de missers van vorig jaar. Nu hij erover nadacht, leek het hem wel goed om wat afleiding te hebben. Het was in ieder geval beter dan in het verleden te blijven hangen. Duncan dwong zichzelf om snel onder de boog door te lopen. De verleiding was groot om stil te blijven staan en de in steen gebeitelde boodschap te lezen. Maar hij zat hier al drie jaar op school – de boodschap was hem allang bekend. Hij zou een gek figuur slaan als hij bleef staan om de tekst te lezen. In plaats daarvan sprak hij die binnensmonds uit: ‘TREED HIER BINNEN OM EEN VRIEND TE ZIJN EN TE VINDEN.’ Hij was al vaak onder dat devies door gewandeld; hij moest wel als hij naar de eetzaal ging of naar het kantoor van de rector. Eigenlijk had hij er nooit veel aandacht aan geschonken. Nu hoopte hij stiekem dat er iets van waar was. Dat hij hier werkelijk vrienden had, wat dat dan ook mocht betekenen. Na alles wat hij had doorgemaakt, kon hij wel wat support gebruiken. Meer dan ooit. Als senior mocht je pal aan de quad wonen, het prachtige vierhoekige plein waar de hoofdgebouwen van de school omheen stonden. De kamers waren even groot als de kamer die hij de afgelopen drie jaar met Tad had gedeeld, maar aan deze kant waren ze in tweeën gedeeld, zodat de seniors op zichzelf konden wonen. Elk vertrek was piepklein, dat wel, maar voor hem was dit de eerste keer dat hij zijn kamer niet hoefde te delen. Om van 6


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 7

le

es

ex e

m

pl

aa r

dat voorrecht te genieten was voor hem zelfs een inloopkast aan het binnenplein groot genoeg geweest. Hij liep het gebouw binnen. Vanuit de eetzaal kwam hem de vertrouwde geur van eten tegemoet, vermengd – althans dat vond hij altijd – met de geuren van papier, inkt en op volle toeren draaiende hersenen. Aarzelend liep hij naar de trap, omdat de vraag waarover hij de hele zomer lang had gepiekerd – namelijk welke kamer hij zou krijgen – dadelijk zou worden beantwoord. Het was duidelijk van welk antwoord hij blij zou worden: een kamer midden in het gebouw, met uitzicht op het binnenplein. En als echt alles meezat, zou het een kamer zijn naast die van Tad. Een hand raakte zijn schouder aan en hij draaide zich om. ‘Kom op, jongen, waar wacht je op?’ vroeg Tad met een grote grijns op zijn gezicht. Duncan deed een stap naar voren om hem de hand te schudden, maar Tad trok zich ineens terug en vloog met twee treden tegelijk de trap op, met de bedoeling Duncan achter zich aan te krijgen. Duncan zette even de achtervolging in, maar bleef toch weer staan. Dit was het moment van de waarheid. Hij wilde het bijna niet weten. De enigen die te horen hadden gekregen hoe de kamerverdeling was, waren de seniors van het afgelopen jaar, en dat onder zwijgplicht. Ze moesten letterlijk zweren dat ze een paar examenpunten in zouden leveren als ze het geheim verklapten (met de waarschuwing dat hun vervolgopleiding ook op de hoogte zou worden gesteld). Op de laatste schooldag mochten de seniors de naam van één nieuwe senior op een briefje aan de deur van hun kamer hangen. Daarbij lieten ze een ‘schat’ achter voor die nieuwkomer op de eerste dag van het nieuwe schooljaar. Als de briefjes eenmaal waren opgehangen, ging het gebouw tot augustus op slot. Heel wat seniors hadden een poging gewaagd om op die verdieping binnen te dringen, soms zelfs door te proberen de schoonmaakploeg, die een week voor de aanvang van 7


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 8

le

es

ex e

m

pl

aa r

het nieuwe schooljaar door het gebouw heen ging, om te kopen. Voor zover Duncan wist, was het nooit iemand gelukt. De schat die hem wachtte, kon van alles zijn. ‘Hé, Dunc,’ riep Tad van boven aan de trap. ‘Als je niet snel bent, steel ik je schat.’ Duncan wilde naar boven roepen om Tad te vragen welke kamer hem was toegewezen, maar hij kon het niet. Wat was er mis met hem? Zo belangrijk was dit toch ook weer niet? Zou zijn leven soms anders worden door de kamer die hij kreeg of de schat die hij aantrof? Het zou natuurlijk wel gaaf zijn om die avond aan de eettafel een stoer verhaal te kunnen vertellen. In elk geval zou hij op die manier dat ene onderwerp kunnen vermijden waarvan hij vreesde dat iedereen het juist daarover wilde hebben. In het verleden varieerden de schatten van een bijna drie maanden oude bedorven pizza tot een cheque van vijfhonderd dollar. Het gerucht ging dat er dit jaar onder de nieuwe seniors mazzelaars waren die twee vrijkaartjes zouden aantreffen voor een wedstrijd van de Yankees, of een aandeel in een beroemd bedrijf, of een cadeaubon van een van de chicste restaurants van heel Westchester County. Volgens een legende had een student ooit een levend exemplaar geërfd van de mascotte van Irving: een Engelse buldogpup. Eerst wilde de schoolleiding dat de nieuwe eigenaar een ander onderkomen zocht voor de hond, maar later mocht het beest toch blijven en kreeg het de naam Irving. In de bibliotheek hing een foto van de hond. Duncan had diverse docenten gevraagd of het verhaal klopte, maar ze hadden er geen van allen iets over kwijt gewild. Er deden ook verhalen de ronde over de meest flauwe ‘schatten’: zakjes M&M’s en willekeurige boeken. Terwijl Duncan langzaam de trap opging, kreeg hij de nodige klappen op zijn rug van andere voorbijvliegende seniors. Het trappenhuis werd door zowel de meisjes als de jongens gebruikt; de route van de meiden liep de hoek om naar hun eigen 8


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 9

le

es

ex e

m

pl

aa r

lange gang, die uitkeek op een bebost terrein achter de school. Hij hoorde een studente gillen dat ze een konijn op haar kamer had aangetroffen – kon het waar zijn? Kennelijk was toch iemand via de schoonmaakploeg naar binnen gekomen en had het beestje er op het laatste moment losgelaten. Een dier was wel het laatste wat Duncan hoopte te krijgen. Hij was bijna boven. Als hij goed keek, zou hij bijna kunnen zien welke deuren er nog gesloten waren – en misschien kunnen raden welke kamer voor hem was. Maar de gang was lang. De meeste deuren aan deze kant stonden open en waren dus al ontdekt door hun nieuwe bewoners. Aan het andere einde van de gang zag hij een aantal nog gesloten deuren – sommige waren beplakt met bouwlint, andere behangen met de uitgeknipte letters van namen van studenten. Hij was al halverwege de gang toen hem de moed in de schoenen begon te zinken. Zijn eigen naam zag hij nergens. Op dat moment kwam Tad een kamer uitrennen. ‘Ik heb de kamer die Hopkins vorig jaar had,’ zei hij. ‘En raad eens wat hij voor me heeft achtergelaten?’ ‘Wat dan?’ vroeg Duncan. Het boeide hem niet echt. Voelde hij zich maar niet zo depri. Tad deed trouwens heel normaal tegen hem; misschien dacht niemand meer aan wat er vorig jaar gebeurd was. Welke kamer en welke schat hij ook zou krijgen, over een dag of twee zou alles vergeten zijn. Alleen de grootse schatten bleven langere tijd onderwerp van gesprek. En wat de kamer betrof dacht hij: alles went. Er was eigenlijk maar één kamer die niemand wilde. ‘Kom binnen,’ zei Tad. Duncan schrok wakker uit zijn gemijmer. Aarzelend liep hij Tads kamer binnen en keek rond. De ruimte was minder krap dan hij had verwacht. Het zag er zelfs redelijk groot uit. Er stond een bed – kleiner dan een eenpersoons, voor zover dat kon – en een bureau, ook al werkte er haast niemand op zijn kamer; de meesten gingen naar de studiezaal om te leren. 9


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 10

le

es

ex e

m

pl

aa r

Tad trok de kast open en wees naar binnen. Duncan zag een fles – het leek wel sterke drank – met een enorme gouden kom achter op een van de planken. Tad strekte zijn hand ernaar uit. ‘Bourbon,’ zei hij trots. ‘Goed spul. Er staat dat hij van een of ander familiebedrijf afkomstig is. Hij is twintig jaar oud!’ ‘Hm,’ reageerde Duncan. ‘Slokje proeven?’ ‘Nee, niet nu. Ik wil m’n kamer vinden,’ zei hij. ‘Misschien straks.’ ‘Heb je je kamer nog steeds niet gevonden?’ vroeg Tad verbaasd. ‘Wegwezen dan!’ Duncan liep terug de gang in. Overal liepen lui heen en weer, van kamer naar kamer. Ze gooiden met ballen, draaiden muziek. Morgen zou het hier stil zijn, maar vandaag mocht bijna alles. Hoewel, dat met die bourbon waarschijnlijk niet. Ditmaal beende Duncan recht naar het einde van de gang. Nu wist hij wat hem dwarszat: hij had er zo’n voorgevoel van dat hij het hoekkamertje zou krijgen, die ene kamer die niemand wilde. Hij kreeg gelijk. Op een wit stuk gelinieerd papier stond in hanenpoten zijn naam gekrabbeld. Hij deed de deur open en wist meteen waarom deze kamer zo impopulair was: er viel nauwelijks licht naar binnen, niet meer dan een klein cirkeltje uit een raam dat er van buitenaf geinig uitzag, maar dat hierboven niets voorstelde. En zoveel kleiner dan de kamer van Tad! Duncan zakte neer op zijn krappe, onopgemaakte bed. Al zijn spullen stonden keurig opgestapeld in een hoek. Ze waren vooruitgestuurd en eerder die dag naar boven gebracht. Hij was zo teleurgesteld dat hij bijna de schat vergat. Maar toen hij hem vond, voelde hij zich, voor zover het kon, nog ellendiger. Op het bureautje lag een stapel cd’s. Leuk. Muziek – haast nog erger dan een bedorven pizza, zo oninteressant. Wie luisterde er nou nog naar cd’s? Duncan wist wie hier vorig jaar had gewoond: de albino jongen. Niet te filmen, wat een tegenvaller. 10


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 11

Hij leunde voorover naar het bureau. De kamer was zo klein dat je vanaf elk punt overal bij kon zonder een stap te verzetten. Bij de keurig opgestapelde cd’s lag een opgevouwen briefje. Hij vouwde het langzaam open en zag weer datzelfde hanenpoterige handschrift. De woorden liepen bijna van het papier af.

le

es

ex e

m

pl

aa r

Beste Duncan, Ik weet waarschijnlijk wat jij op dit moment denkt. Je denkt vast aan een heleboel dingen, maar boven aan je lijstje staat vermoedelijk de gedachte dat deze kamer een ramp is. Dat is niet zo. In de kast zit een geheim vak dat niemand anders heeft en waar je van alles kunt verstoppen: derde plank, gewoon rustig tegen de houten plank aanduwen en hij beweegt. Door het raam kunnen ze amper naar binnen kijken, en onder de deur door ook niet. Betekent dat je het licht dus veel langer aan kunt houden dan vrijwel alle anderen. En meneer Simon zal je uit medelijden, vanwege het feit dat je zo’n beroerde kamer hebt gekregen, extra eten brengen. Nu dit eruit is, moet ik toegeven dat over het geheel genomen mijn verblijf op deze kamer inderdaad een ramp was. Ik denk dat jij wel weet waarom, maar ik wil het toch uitleggen. Toen ik te horen kreeg dat jij deze kamer zou krijgen, kon ik het eerlijk gezegd amper geloven. Je kunt misschien wel raden wat ik nu ga zeggen, maar ik vertel het je toch. Het is belangrijk dat jij precies weet hoe alles gegaan is en waarom. Iemand moet het weten. Misschien kan die persoon de informatie gebruiken om niet de fouten te maken die ik heb gemaakt. Misschien. Ik weet het niet. Hoor mijn verhaal maar aan. Je denkt misschien dat de cd’s een stom cadeau zijn. Maar als ik terugdenk aan mijn reactie op jou in de eetzaal vorig jaar en hoe jij je nu moet voelen (waarvan ik me amper een voorstelling kan maken), hoop ik dat je ze zult waarderen. Je kunt ze zonder probleem afspelen op je laptop. Ik weet niet hoe goed je Vanessa eigenlijk kende, maar zij is de enige ter wereld die er een kopie van heeft. Ik heb geen idee of zij ernaar luistert 11


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 12

aa r

of heeft geluisterd. Ik hoop van wel. Of misschien ook niet. Maar laat me één belangrijk ding zeggen dat jij, zeker weten, niet verwacht, en dan laat ik je met rust om je laatste jaar in te gaan.Wat jij op het punt staat te horen – de teksten, de muziek, mijn ondergang zowel als jouw vermeende of feitelijke rol daarin – zal je meer opleveren dan je je ooit had kunnen indenken. Feitelijk geef ik jou het mooiste geschenk, de meest kostbare schat die je maar kunt wensen. Ik geef je de bouwstenen voor jouw werkstuk over tragedies. Met vriendelijke groet, Tim

le

es

ex e

m

pl

Duncan hoorde de anderen op de gang. Hij wilde graag bij hen zijn, maar hij moest toegeven dat hij ook nieuwsgierig was geworden en, om heel eerlijk te zijn, ook een beetje bang. Hij haalde zijn laptop uit zijn tas, zette die op het bureautje en schoof de eerste cd erin. Toen zette hij de koptelefoon op en klikte op AFSPELEN.

12


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 13

HOOFDSTUK TWEE

aa r

TIM

pl

… TOEN KWAM EINDELIJK HET MOMENT VAN VERTREK

le

es

ex e

m

Allereerst wil ik je bedanken voor je besluit om te luisteren. Ik heb zo vaak teruggedacht aan onze laatste ontmoeting – en wat zou ik graag willen dat ik een andere keuze had gemaakt. Uiteindelijk had het niet veel veranderd aan de loop van de gebeurtenissen – het meeste was al gebeurd. Maar misschien had het voor jou een verschil kunnen maken. Ik neem althans aan dat het hele gedoe ook bij jou zijn sporen heeft achtergelaten. Ik weet het niet, maar ik kan me niet anders voorstellen. In mijn verbeelding zie ik je aan mijn bureau, inmiddels jouw bureau. Je rommelt wat met de cd’s. De gedachte dat je mijn verhaal aanhoort, geeft me troost. Het is de enige troost die ik kan vinden, eerlijk gezegd, tenzij ik een manier kan verzinnen om terug te gaan en alles over te doen, wat nooit zal lukken. Dit is het dus – mijn ultieme poging om in alles iets zinvols te ontdekken. Ik zal proberen de gebeurtenissen te reconstrueren, maar eerst moet je begrijpen wat eraan voorafging. Dat is ook belangrijk. De gesprekken die je zult horen, komen aardig dicht in 13


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 14

le

es

ex e

m

pl

aa r

de buurt van de waarheid, maar één ding is zeker: ieder woord dat Vanessa ooit tegen me heeft gezegd en ieder woord dat ik ooit tegen haar heb gezegd, herinner ik me precies. Ik heb lang nagedacht over de vraag waar ik mijn verslag aan jou zou laten beginnen. Ik zie nu dat in veel opzichten het begin van dit verhaal in feite het eindpunt is van een aantal andere dingen. Op de dag dat ik naar Irving ging, verliet ik als laatste ons huis. En dan bedoel ik niet voor die dag, maar voorgoed. Mijn ouders waren al naar New York verhuisd – ik bedoel mijn moeder en mijn betrekkelijk nieuwe stiefvader, want mijn eigen vader is al gestorven toen ik een baby was. Dat wil zeggen: hun spullen waren er al heen gebracht; zelf zaten ze zes maanden in Italië om er een vestiging van hun reisbureau op te starten. Ik had twee nachten alleen in het huis doorgebracht. Dat vond ik niet erg; ik ben graag alleen. Ik was druk in de weer om met mijn laptop en microfoon de vertrouwde geluiden van het huis op te nemen, omdat ik wist dat ik die specifieke geluiden nooit meer zou horen. ’s Avonds brandde ik ze op cd’s om ze mee te kunnen nemen. Ik sliep in een slaapzak op de vloer van mijn slaapkamer. Toen kwam eindelijk het moment van vertrek. Ik deed de deur op slot en terwijl ik naar de taxi liep, deed ik mijn best om niet om te kijken. Maar ik geef toe, één keer heb ik het toch gedaan. De taxichauffeur was niet erg spraakzaam. Tijdens de hele rit keek ik naar de zware, grijze wolken die de lucht langzaam bedekten. De rit naar de luchthaven beviel me wel: het was fijn om het huis uit te zijn, en ik vond het altijd prettiger om ergens weg te kruipen dan rond te lopen in een open ruimte. Ik hoefde nu alleen nog maar de luchthaven door te komen en mijn vliegtuigstoel te bereiken om mezelf weer lekker weg te kunnen stoppen. Als ik erover nadenk, betekent dat verstoppen voor mij waar14


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 15

le

es

ex e

m

pl

aa r

schijnlijk vooral dat ik zo ver mogelijk uit het zicht van anderen wil zijn. Zoals je weet, val ik nogal op. Mensen die me voor het eerst zien, kunnen het niet laten om te staren – dat doen ze vrijwel altijd. In de loop van de jaren heb ik van alles geprobeerd om meer in de omgeving op te gaan – make-up, maar daardoor leek ik meer een mislukte gothic; zwartgeverfde haren en wenkbrauwen, maar die gaven me de uitstraling van een vampier. Mijn moeder haatte die vermommingen en tegen de tijd dat ik vijftien werd, kreeg ik er zelf ook genoeg van. Daarom besloot ik toen om geen verdere pogingen meer te doen. Wat ging er door jou heen toen je me voor het eerst zag? Had je al vaker albinokinderen gezien? Ben je teruggerend naar je kamer, zoals mensen in mijn verbeelding altijd doen, om op te zoeken wat ik had en of het besmettelijk was? Nee? Laat ik je geruststellen: mijn toestand is niet besmettelijk en komt simpelweg doordat ik geen pigment heb in mijn huid of haar. Dat geeft mijn haar die extreem witte kleur en maakt mijn huid nog witter dan mijn haar. Soms, als ik in een menigte loop, heb ik het gevoel dat er een spotlight op me gericht staat. Zo felwit zie ik er volgens mij uit. Zelfs op een luchthaven, tussen al die mensen, spring ik eruit. De rit naar de luchthaven ging veel te snel voorbij. Toen de chauffeur me vroeg welke luchtvaartmaatschappij ik moest hebben en vervolgens de taxi langs de stoep tot stilstand bracht, bleef ik zitten. Om heel eerlijk te zijn verlangde ik naar mijn moeder. We deden allemaal wel alsof ik heel volwassen en normaal was – en ik verzekerde mijn moeder en Sid dat dit ook het geval was – maar ik stond wel op het punt het halve land door te reizen naar een school waar ik nog nooit geweest was. Misschien had ik dit verhaal hier moeten laten beginnen, om je te laten weten waarom ik überhaupt onderweg was naar Irving. Mijn moeder kwam zo’n drie jaar geleden in contact met Sid 15


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 16

le

es

ex e

m

pl

aa r

en ik kan alleen maar zeggen: had ze hem maar eerder ontmoet. Tot die tijd redden we ons aardig, maar er ontbrak altijd iets. Mijn vader stierf toen ik zeven maanden was; ik heb dus geen enkele herinnering aan hem. Maar mijn moeder wel. Toen ze Sid tegenkwam, was ze vanaf het begin zielsgelukkig. Ze wilde rustig aan doen, maar we konden hem geen van beiden weerstaan. En gelukkig was dat wederzijds. Het duurde niet lang voor hij mijn moeder zover kreeg dat ze geïnteresseerd raakte in zijn reisbureau en hij bij ons introk. Ik sleepte mezelf intussen door de middelbare school heen. Veel vakken vond ik best leuk, maar – hoe zeg ik dit netjes? – de andere leerlingen waren gewoon niet mijn type. Of misschien was ik niet hun type. Ik ging ’s morgens naar school, kwam weer thuis en wachtte tot het voorbij zou zijn. Ik sprak daar veel over met Sid. Hij kon goed luisteren, maar ik denk dat Sid niet de fout wilde maken ons leven binnen te stappen en de regie over te nemen, wat ik best begrijp. Zelf had hij een geweldige tijd gehad op de middelbare school. Drie keer raden waar hij op school gezeten had. Precies: Irving. Dus kwam er een moment, zoals hij later opbiechtte, dat hij mijn lijden niet langer kon aanzien. Hij wist dat hij een alternatief had, waar ik gelukkig van zou worden. Mijn moeder was er helemaal voor. Zeker toen ik na de allereerste week in het laatste jaar thuiskwam met een kalender die ik tijdens de lunchpauze had gemaakt. Daarop was ik alvast begonnen de dagen af te tellen tot aan mijn slagen. Het was duidelijk dat er iets moest veranderen. Sid nam contact op met meneer Bowersox en regelde alles. Op mijn verjaardag in oktober gaven ze me als cadeau nog een laatste kans om te genieten van de middelbare school. Uiteindelijk kwam het ons allemaal beter uit. Het gaf Sid en mijn moeder de gelegenheid om eerder te verhuizen. En eerlijk gezegd had ik zelf ook niks te verliezen. Althans, dat dacht ik. 16


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 17

le

es

ex e

m

pl

aa r

Begrijp me niet verkeerd: ik was best enthousiast. Maar om op Irving te komen moest ik mijn weg vinden via de luchthaven, op de aankomstplaats uit het vliegtuig stappen en zelf een taxi vinden – en ik maakte me er zorgen over dat er op de plaats van bestemming niet zo gek veel plekken zouden zijn om mezelf lekker weg te stoppen. Ik klom uit de taxi, pakte mijn gigantische rugzak – de rest van mijn spullen was al vooruitgestuurd –, dook zo ver als ik kon in elkaar en liep de automatische draaideur door. Op de luchthaven was het razend druk. Ik had via internet al ingecheckt en had mijn boardingpass op mijn mobiel, waardoor ik zo kon doorlopen naar de gate. Ik sloeg alleen af bij het toilet om heel even tot mezelf te komen. Toen ik de gate bereikte, gingen de passagiers gelukkig al aan boord. Nog een minuutje en ik zou in het vliegtuig zitten. Er zou misschien wel iemand naast me zitten, maar dat vond ik geen ramp. Het is vooral die telkens terugkerende eerste schok, waar ik altijd zo’n hekel aan heb. Als de ander eenmaal aan me gewend is, valt het meestal wel mee. Ik zag Vanessa voordat zij mij zag. Ik weet het voor honderd procent zeker – en dat is iets wat ik niet heel vaak kan zeggen. De reden dat ik er zo zeker van ben, is dat ze haar ogen dicht had. Ze zat in de eerste stoel links van mij in de eerste klasse toen ik aan boord van het toestel stapte. Er was een kleine rij ontstaan, een of ander oponthoud doordat iemand verderop in het gangpad bezig was een stuk handbagage in de bergruimte boven de zitplaatsen te stoppen. Ze viel me onmiddellijk op, niet om alle redenen die later zouden volgen, maar omdat ze niet keek. Wie kijkt er in een vliegtuig nou niet om zich heen om te zien wat voor mensen er allemaal aan boord komen? Ik bedoel, we krijgen tegenwoordig toch continu te horen dat we alert moeten zijn op verdachte activiteiten? En daar zat ze, de ogen gesloten, de iPod-dopjes in de oren. Toen viel me ineens 17


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 18

le

es

ex e

m

pl

aa r

de rest op. In haar lange blonde haren (mooi blond, duidelijk niet albinoblond) had ze twee vlechten gemaakt die met groene elastiekjes vastzaten. Voor zover ik kon zien, waren haar oordopjes ook groen, met groene snoertjes die uit de zak van haar spijkerbroek omhoogkwamen over haar strakke gele truitje naar haar kleine oren. Haar forse rugzak lag aan haar voeten. Ze had een karamelkleurige lamswollen jas uitgespreid om op te zitten, met de bontkraag omhoog. Meestal let ik erop dat ik niet ga staan staren naar mensen. Het is een van mijn leefregels. In een restaurant draai ik me niet om om te kijken welke baby er zit te brullen; ik laat mijn ogen nooit afdwalen naar iemand die op krukken loopt en een been mist, of naar iemand met een ooglapje. Op de luchthaven, bijvoorbeeld, was er net een vrouw mijn kant op komen lopen met een licht misvormd gezicht. Had ze brandwonden opgelopen? Mankeerde er iets aan haar gelaatsspieren? Het was een subtiele misvorming, maar ik zag – of liever gezegd voelde – de ogen van iedereen om me heen naar haar kijken, terwijl iedereen speurde naar de oorzaak van haar uiterlijke gebrek. Maar ik niet, ik keek strak voor me uit en bleef doorlopen. Het deed er niet toe wat er met haar gebeurd was, het zou van geen enkele betekenis zijn voor mijn leven en ik wist maar al te goed hoe het was om aangestaard te worden. Daarom kreeg ik zo’n schok toen Vanessa haar ogen opende en me betrapte op staren. Ze perste haar lippen op elkaar en keek me met grote ogen aan, voordat ik de mijne neersloeg naar het dunne vloerkleed.Van achteren kreeg ik een duw. De rij bewoog zich naar voren. Ik was uit haar gezichtsveld verdwenen. Met mijn blik nog steeds naar de vloer schoof ik in mijn stoel achter in het vliegtuig. Daarna keek ik door het raampje naar de donker wordende lucht. De motoren van het toestel begonnen harder te brullen en we rolden bij de gate vandaan. 18


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 19

le

es

ex e

m

pl

aa r

‘Gaat het wel?’ schreeuwde iemand achter me. Hoofden draaiden zich om, maar het mijne bleef recht naar voren gericht. ‘Robert? Robert?’ gilde de stem in paniek. ‘Doe niet zo eng!’ ‘Is hier een arts?’ brulde iemand anders. ‘We hebben een arts nodig.’ Voor de tweede keer binnen twintig minuten moest ik de neiging onderdrukken om toch te kijken; ik vind immers dat je anderen niet moet aanstaren. Alle andere mensen in het vliegtuig hadden zich intussen al omgedraaid. In zekere zin was het veel interessanter om naar hen te kijken. Zo zou ik ook wel merken wat er gebeurde; daar was ik vrij zeker van. Sommige mensen trokken wit weg, bij anderen zag ik opwinding. Gek hoe de ene persoon een hekel heeft aan crisissituaties, terwijl de ander ze geweldig vindt, ze omarmt en opstaat om te doen wat er gedaan moet worden. Hoewel ik moet toegeven dat er op dat moment volgens mij andere gedachten door mijn hoofd gingen en ik pas later overdacht hoe mensen op crisissituaties reageren. Het ging niet goed daar achterin. Ik zal je niet vermoeien met de akelige details, maar de man in kwestie moest door verpleegkundigen uit het vliegtuig worden gehaald. Ik herinner me dat ik me wat misselijk voelde, terwijl we daarop zaten te wachten. Ik ben nooit op mijn best in noodsituaties. Ik ving wat woorden op – hoofdpijn, leek gezond, bewusteloos – maar ik probeerde me ervoor af te sluiten en richtte daarom mijn blik op het gordijn tussen de compartimenten van de economy en first class. In afwachting van het opstijgen had men het keurig bijeengebonden. En op dat moment zag ik haar weer. Nu ik erover nadacht, was zij toen ik langsliep de enige geweest die in de eerste klasse zat; misschien voelde ze zich eenzaam. Vanessa stond aan haar kant van het gordijn naar het achterste deel van ons compartiment te kijken, de ogen wijd open. Door alle commotie voelde ik me iets vrijer dan gewoonlijk. Ik 19


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 20

le

es

ex e

m

pl

aa r

was nu eens niet de rariteit die alle aandacht trok; achter me gebeurde iets veel engers. Het vliegtuig rolde terug naar de gate. Ik besefte dat we maar een paar meter hadden afgelegd, maar dat eerste zetje bij de luchthaven vandaan lijkt altijd zo groots – alsof er geen weg terug meer is. Blijkbaar is die er soms toch wel. Ik wilde eruit. Ik ben namelijk een beetje claustrofobisch. Gek eigenlijk, want ik doe niets liever dan mezelf wegstoppen in kleine, verborgen ruimtes. Maar dan wel op mijn eigen voorwaarden. Gegijzeld worden vind ik heel iets anders – en zo voelde dit. Ik veronderstelde dat we dadelijk gewoon zouden vertrekken, maar intussen was het gaan sneeuwen en we werden allemaal verzocht van boord te gaan. We kregen te horen dat er overal langs de oostkust luchthavens dichtgingen, hoewel het in Chicago nog meeviel met de sneeuw. Opnieuw moest ik mezelf dwingen om uit mijn holletje te komen. Ik verliet het vliegtuig en ging naar de terminal om te wachten. In een hoek tegenover een muur vond ik een zitplaats. Ik begon een stripboek te lezen dat ik in het voorvakje van mijn rugzak had gepropt. Even flitste de gedachte door me heen dat ik een taxi kon pakken om nog een laatste nacht in ons huis door te brengen. Maar toen herinnerde ik me wat voor weer het was – plus het feit dat het huis met ingang van de volgende ochtend niet meer het eigendom was van ons gezin. Op dat moment besefte ik dat ik letterlijk geen enkele plek had om mezelf weg te stoppen. Ik was, in ieder geval tijdelijk, thuisloos. * Duncan bleef een minuutje zitten wachten, maar het leek of Tim was opgehouden met praten. Hij keek om zich heen, heel even verrast door waar hij zich bevond. Op de gang was het nu 20


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 21

le

es

ex e

m

pl

aa r

rustiger. Hij besloot te stoppen met luisteren en zijn vrienden op te zoeken. Hij nam de cd uit de laptop en stopte die terug in het hoesje, met een vlugge blik op de volgende. Die legde hij vervolgens langzaam in de lade. Hij zou alleen even naar het eerste minuutje luisteren‌

21


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 22

HOOFDSTUK DRIE

aa r

TIM

pl

IK WAS EEN ANDERE DIMENSIE BINNENGESTAPT

le

es

ex e

m

Het is verleidelijk om je af te vragen wat er gebeurd zou zijn als alles anders was gelopen: als de vlucht wel op tijd was vertrokken of als ik me niet een paar minuten buiten het gebied rond de gate had durven begeven (wat ik wel deed). Ik wilde maar al te graag uit het zicht verdwijnen. Dus tilde ik mijn kolossale rugzak op mijn stoel en liep, hoofd omlaag, door de mensenmassa naar de toiletten aan de overkant van de gigantisch drukke hal. Bij de toiletten was het ook drukker dan gewoonlijk. Gelukkig was het hokje aan het eind – bedoeld voor rolstoelen – open. Ik deed de deur op slot en ging op de toiletbril zitten. Ik ademde alleen maar in en uit en probeerde niet te denken aan de steeds langer wordende rij mensen aan de andere kant van de deur. Toen ik me beter voelde, waste ik mijn handen en glipte ik, hoofd naar beneden, de deur uit, terug naar mijn stoel. Als ik bedenk hoe vaak ik met mijn hoofd naar beneden loop, verbaast het me dat ik zo weinig brokken maak. Ik was twee passen de hal in, toen ik de botsing voelde – een sterk, maar tenger 22


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 23

le

es

ex e

m

pl

aa r

lichaam dat tegen mijn linkerzij beukte, gevolgd door een golf koude, ijskoude vloeistof over mijn shirt en in mijn nek. Ik geloof dat er ook iets op mijn achterhoofd terechtkwam. Dat er iemand tegen me aanbotst of vloeistof over me heen gooit, maakt me niet zoveel uit. Het vervelende is dat ik dan moet stoppen en met een vreemde praten. Een vreemde die, als hij of zij eenmaal over de schok van de botsing heen is, me aankijkt met die vraag: wat is er met die gast aan de hand? ‘Sorry, sorry, sorry,’ zei het meisje. Maar ik zag onmiddellijk dat het haar niet echt speet. Ze was eerder boos. Doordat ik voortdurend met mijn hoofd naar beneden loop en mijn ogen naar de grond gericht houd, zijn mijn andere zintuigen duidelijk sterker ontwikkeld. En een van de vele dingen die ik heb geleerd, is dat de toon je veel meer zegt over wat iemand bedoelt dan de eigenlijke woorden. ‘Het is al goed,’ zei ik, terwijl ik in de richting keek waarheen ik op weg was.Verderop zag ik mijn stoel – ik dacht tenminste dat het mijn stoel was – en het leek erop dat er iemand op zat. Ik had mijn rugzak daar nooit achter moeten laten. ‘Laat me je even helpen,’ zei ze. Ze ging voor me staan met een handvol verfrommelde servetjes. Ze trok de oordopjes uit haar oren. Ze waren felgroen van kleur en flikkerden even. Toen zag ik de vlechten en de gele trui. Zij was het. ‘Het gaat prima, echt waar,’ zei ik, zonder oogcontact te maken. ‘Je zit helemaal onder de cola light,’ zei ze. ‘Het wordt één plakkerige zooi.’ ‘Word je van cola light dan ook kleverig?’ vroeg ik. ‘Er zit geen suiker in.’ Ze keek geïrriteerd en gaf me een stapel servetjes. Zonder al te veel overtuiging veegde ik met één doekje snel over mijn nek en shirt. ‘Bedankt,’ zei ik. ‘Ik moet terug.Volgens mij heeft iemand mijn rugzak weggezet toen ik naar het toilet ging.’ 23


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 24

le

es

ex e

m

pl

aa r

‘Je hebt hem laten staan?’ vroeg ze. Ik draaide me om en keek haar aan. Nu moest ze toch wel opgemerkt hebben dat ik anders was; het was dus verspilde moeite om te proberen niet gezien te worden. ‘Klopt. Het was zo druk en ik wilde mijn zitplaats niet kwijtraken,’ zei ik. ‘Maar je bent hier op een luchthaven,’ zei ze. ‘Je kunt geen dingen onbewaakt op een vliegveld laten staan. Straks denkt iemand nog dat het een bom is.’ ‘O, nooit gedacht aan zoiets als een bom.’ Als je de veiligheid op de luchthaven zo belangrijk vindt, dacht ik bij mezelf, waarom hield je dan je ogen dicht toen de mensen bezig waren met instappen? Maar ik hield de vraag voor me. Er klonk een stem door de vertrekhal. Beiden draaiden we ons om naar waar de stem vandaan kwam. Ik liep naar mijn stoel die nu bezet was door een oude man, en zij liep meteen naar de gate. Ik knikte toen onze wegen zich scheidden. ‘Lag hier een rugzak toen u hier ging zitten?’ vroeg ik de man. Hij had vettig wit haar en was minstens tachtig. ‘Stil,’ zei hij, met zijn vinger tegen zijn lippen. Met zijn andere hand wees hij naar mijn rugzak, die tegen de muur was gezet. Toen wees hij naar de beveiliger bij de gate. ‘Ze gaat iets zeggen.’ Ze vertelde ons dat alle vluchten afgelast waren. Werkelijk elke vlucht. De opluchting die ik gevoeld had toen ik mijn rugzak terugzag, maakte algauw plaats voor een gevoel van paniek. Een hele nacht zonder ook maar één plek om naartoe te gaan. Een nacht in een enorme, drukke ruimte met niets om me achter te verstoppen. Het was een nachtmerriescenario van de ergste soort. Waarom had ik mezelf ervan overtuigd dat ik me wel zou redden op deze reis? Het werd steeds duidelijker dat ik het totaal niet aankon. Ik deed wat iedereen zou doen. Ik belde mijn moeder. 24


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 25

le

es

ex e

m

pl

aa r

Ze nam niet op, dus liet ik een bericht achter op haar voicemail. Ik vertelde haar over het weer en vroeg of ze een kamer voor me kon reserveren in het hotel dat met de luchthaven verbonden was en dat toevallig aangesloten was bij haar reisbureau; ik betwijfelde of ik zelf een kamer zou kunnen krijgen. Ik meldde ook dat ik de stapel cd’s die ik haar beloofd had, met de geluiden van ons huis en de buurt, verzonden had. Feitelijk was ik er nogal opgewonden over, omdat er een vogel was geweest die ons hoorndol had gemaakt; de middag voor mijn vertrek was ik erin geslaagd het geluid ervan op te nemen. Ik berekende snel dat er ongeveer zes uur tijdverschil was en dat het bij hen dus bijna middernacht was. Ze kon de boodschap vandaag nog horen, maar het zou ook net zo goed pas morgen kunnen worden. Vervolgens belde ik het hotel. Ik had gelijk. Pech, helemaal vol. Ik hing op, legde mijn hoofd achterover tegen een van de laatste vrije stoelen die ik snel ingepikt had, en sloot mijn ogen. Toen ik ze weer opendeed en naar de andere kant van de hal keek, zag ik het meisje zitten, haar lamswollen jas uitgespreid achter haar, net zoals in het vliegtuig. Misschien was het haar wapen tegen de bacillen en het vuil van de luchthaven. Ze was weer naar haar iPod aan het luisteren, maar ditmaal waren haar ogen open. En zonder er eigenlijk bij na te denken, maakte ik oogcontact met haar. Ze glimlachte vlug – bijna kort zou ik zeggen – en wendde haar blik naar het raam. Mijn telefoon trilde in mijn hand. ‘Hé, mam,’ zei ik. ‘Of moet ik zeggen ciao?’ ‘Hé, lieverd,’ zei ze. Ik miste haar nu al. ‘Ik checkte toevallig nog even mijn telefoon voordat we wilden gaan pitten. Alles is geregeld: er is een kamer voor je gereserveerd. Zeg gewoon even onze achternaam; ik heb al betaald. Ga inchecken, bestel roomservice en kijk een leuke film. Bel me morgenvroeg en laat me weten hoe het met je vlucht staat.’ 25


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 26

le

es

ex e

m

pl

aa r

‘Bedankt, mam,’ zei ik, maar ik wilde nog niet ophangen. ‘Hoe gaat het met jullie daar?’ ‘We missen je, maar het is hier prachtig,’ zei ze. ‘We kunnen niet wachten tot jij ons hier in maart komt opzoeken.We hebben het maar steeds over alles wat we samen kunnen doen.’ Op dat moment wilde ik het liefst meteen gaan; vergeten dat ik helemaal alleen de oostkust moest zien te bereiken. Het liefst wilde ik in plaats daarvan gewoon direct naar Europa vliegen. ‘Dat klinkt geweldig, mam,’ zei ik. ‘Doei, lieverd. Vergeet niet me morgenvroeg te bellen,’ zei ze. ‘O, vergat ik bijna. Sid wilde dat ik zou zeggen: Zet ’m op, buldogs!’ Meestal antwoordde ik dan: Zet ’m op, buldogs! We hadden het sinds oktober over en weer gezegd. Maar ik had er nu geen zin in. ‘Zeg tegen hem dat ik hem mis,’ was alles wat ik zei. Langzaam stopte ik mijn stripboek terug in mijn rugzak en ik schoot mijn jas aan. Ik had niet langs het meisje hoeven lopen, maar dan had ik me tussen twee rijen stoelen door moeten wurmen – dat zou te doorzichtig geweest zijn. Bovendien had ik niets te verliezen. Dus liep ik naar haar toe en sloeg net voor haar stoel linksaf. Ze zag er wat geïrriteerd uit. ‘Waar ga jij naartoe?’ riep ze uit. Dat had ik niet verwacht. Ik bleef staan. Ze had haar oordopjes weer in. Ik wist niet of ze de muziek zachter had gezet of uit, of dat die nog steeds in haar oren loeide. ‘Naar het luchthavenhotel,’ zei ik. ‘Doe geen moeite,’ zei ze. ‘Ik heb ze opgebeld en ze zitten helemaal vol. Ik heb ook een taxibedrijf gebeld en blijkbaar zijn de straten nagenoeg onbegaanbaar. Dus volgens mij zitten we hier vast.’ ‘Ik heb een kamer,’ zei ik. ‘Onmogelijk,’ zei ze. ‘Ik heb ze al vóór de laatste mededeling over de vlucht van vanavond gebeld.’ 26


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 27

le

es

ex e

m

pl

aa r

‘Hm,’ zei ik. ‘Nou ja, ik heb een reservering.’ ‘Onmogelijk,’ zei ze weer. ‘Mijn moeder werkt bij een reisbureau dat samenwerkt met het hotel,’ hoorde ik mezelf uitleggen. ‘Zij heeft gebeld en blijkbaar hadden ze in elk geval nog één kamer over, want die heeft ze geboekt. Staat voor me klaar. Ik ga er nu naartoe.’ ‘Wat een mazzel!’ zei ze. Ik kon haar ogen zien oplichten. Opeens leek ze stukken vriendelijker. ‘Denk je dat er twee bedden staan?’ ‘Misschien,’ zei ik. Om de een of andere reden verbaasde haar vraag me helemaal niet. Ik had het onmiskenbare gevoel dat ik een compleet andere dimensie was binnengestapt, waar de gewone omgangsregels betekenisloos waren. Best een lekker gevoel. ‘Je zou mee kunnen lopen en dan zien we het wel. En zo niet…’ Ik liet de woorden in de lucht hangen. Ze fronste haar wenkbrauwen en rolde met haar ogen, maar reageerde door haar spullen bij elkaar te rapen. Eén seconde dacht ik dat ze me haar jas zou geven om die te dragen, maar nee. Ik was blij, want als ze dat wel gedaan had, zou ik hem – om heel eerlijk te zijn – gewoon gedragen hebben.

27


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 28

HOOFDSTUK VIER

pl

WE VOLGDEN DE BORDJES NAAR KAMER 956

aa r

TIM

le

es

ex e

m

Aanvankelijk zeiden we geen van beiden een woord. Ik had kunnen vragen: Waar kom je vandaan? Waar ga je naartoe? Maar ik wilde niet dat ze dacht dat ik de hele avond zou gaan praten. Toen we het later over dit moment hadden, vertelde ze me dat ze het liefst gewoon naar haar iPod was blijven luisteren, maar dat ze wist dat dat onbeleefd was. Misschien had ze het gewoon moeten doen. We waren er al bijna, voordat een van ons tweeën iets zei. ‘Trouwens, ik ben Vanessa,’ zei ze en ze stak haar hand uit. Het was een van die gedenkwaardige momenten. Hoe vreemd dit ook mag klinken: zelfs als mensen aardig voor me zijn, raken ze me meestal niet spontaan aan – tenzij ze me kennen natuurlijk. Ik keek haar een ogenblikje aan, voordat ik haar hand pakte en die schudde. En toen glimlachte ik. ‘Ik ben Tim,’ zei ik. ‘Aangenaam.’ ‘Misschien zouden we ook elkaars achternaam moeten weten,’ voegde ze eraan toe. ‘Als we de nacht samen gaan doorbrengen.’ Flirtte ze met me? 28


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 29

le

es

ex e

m

pl

aa r

‘Prima,’ zei ik. Ik probeerde nonchalant te klinken, hoewel mijn hart in werkelijkheid zo snel en hard klopte dat ik verbaasd was dat zij het niet kon horen. ‘Tim Macbeth.’ Zodra ik die woorden had gezegd, wilde ik liever dat ik iets coolers gezegd had, zoals: ‘Mijn naam is Macbeth’ of gewoon ‘Macbeth’. Maar ik kon het niet terugdraaien. ‘Vanessa Sheller,’ zei ze, terwijl er een glimlach op haar gezicht kwam die ik niet helemaal vertrouwde, maar wel leuk vond. We duwden ons door twee stel zware deuren heen en gingen één roltrap naar beneden, waarna we bij de ingang van het hotel kwamen. Ik ben dol op hotels – ze zorgen er op een vreemde manier voor dat ik me rustig en hoopvol voel. Ik denk ook dat ze me het gevoel geven dat ik ergens aan ontsnap. Bespeur je de rode draad? Maar dat gevoel van ontsnappen had ik niet, toen ik de lobby binnenging. Het rook er naar heetgebakerde, zweterige, ongeruste mensen met een vleugje natte hond erdoorheen. Iedere plek die als zitplaats gebruikt kon worden, was bezet: stoelen, banken, maar ook de salontafels. Hier zaten mensen te eten, daar lagen ze te slapen. Een groepje kinderen speelde Jan Huigen in de ton. Ik had niet eerder alleen in een hotel ingecheckt. Dat was nooit nodig geweest. Maar ik wilde niet dat Vanessa dat in de gaten zou hebben. Bij die onrust kwam de angst dat mensen me zouden lastigvallen als ze zagen dat ik een kamersleutel kreeg. Ik keek rond op zoek naar de balie en was blij toen ik ontdekte dat die zich ergens aan de zijkant van de ruimte bevond. Het tienermeisje achter de balie zag er moe uit. Onder het lopen besefte ik dat niet alle ogen op mij gericht waren – een flink aantal keek naar Vanessa. ‘Sorry, maar we hebben geen kamers vrij,’ zei het meisje, voordat ik zelfs maar mijn mond had opengedaan. ‘Ja, weet ik,’ zei ik, en ik wist nog net voor me te houden dat 29


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 30

le

es

ex e

m

pl

aa r

mijn moeder gebeld had. ‘Ik heb een reservering op naam van Macbeth.’ Ik wachtte. Ik had dan misschien nog nooit eerder alleen ingecheckt in een hotel, maar ik had wel vaak naast mijn moeder of Sid gestaan. Ik wist hoe het moest. Met een sceptische blik klik-klik-klikte ze op de computer. ‘Hé,’ zei ze uiteindelijk, zichtbaar verrast. ‘En nog een leuke ook. Jullie hebben kamer 956 met twee tweepersoonsbedden.’ ‘Bedankt,’ zei ik. Ik voegde er nog net niet aan toe: heb ik je toch gezegd! Vanessa stond naast me alsof ze daar thuishoorde. ‘Twee sleutels?’ vroeg het meisje. ‘Ja.’ Vanessa reageerde voordat ik iets kon zeggen. We wachtten terwijl het meisje de sleutels activeerde, ze in een witte envelop stopte en die over de marmeren balie schoof. ‘Ik wens jullie een prettig verblijf,’ zei ze als een robot. Weer had ik het gevoel dat geen enkele standaardregel op deze situatie van toepassing was. Ik was zeventien; ik had geen idee hoe oud Vanessa was, maar veel zouden we niet in leeftijd schelen. Niemand vroeg om onze identiteitskaart, niemand vroeg of we bagage hadden. We draaiden ons eenvoudigweg om, terwijl we de blikken vermeden van de mensen die hunkerden naar een kamer. ‘Zo’n grauwe en gouden dag was het nog nooit,’ zei Vanessa, toen we de lift instapten. ‘Wat?’ zei ik, er niet zeker van dat ik haar goed verstaan had. ‘Kom op, zeg! Je kent dat toneelstuk toch wel?’ zei ze glimlachend. ‘Macbeth van Shakespeare? Vorig semester heb ik het bestudeerd. Hoe zou jij dat, met jouw naam, hebben kunnen missen? Ik heb dat altijd zo’n prachtig citaat gevonden, omdat het tegelijk iets lelijks en iets moois weergeeft. Snap je? Zoiets als: het weer is vreselijk, maar we hebben toch maar mooi deze kamer. Iets slechts en iets goeds.’ 30


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 31

le

es

ex e

m

pl

aa r

Natuurlijk had ik Macbeth gelezen, maar ik kende er niets van uit mijn hoofd. Toch had ik het gevoel dat ik nu bij haar in het krijt stond. ‘Op klaarlichte dag, in de donkerste nacht, zal geen kwaad mij ontgaan,’ bood ik aan. ‘Groene Lantaarn?’ vroeg ze. Ik moest toegeven dat ik onder de indruk was. ‘Hoe wist je dat?’ vroeg ik. Ik was best nieuwsgierig. ‘Ik heb broers,’ zei ze. Toen draaide ze haar hoofd zo dat ze me recht in de ogen keek. ‘Laat me eens raden: dit is het enige wat je uit het hoofd geleerd hebt?’ ‘Zo ongeveer,’ zei ik. Inmiddels waren we de lift uit en liepen door een gang die rook naar nieuwe vloerbedekking. We volgden de bordjes naar 956. Net op het moment dat we bij de kamer waren, rinkelde mijn telefoon. Terwijl ik die pakte, deed Vanessa met haar sleutel de deur open en wurmde zich voor me langs, de kamer in. Ik bleef op de gang staan om het gesprek te beantwoorden. Het was mijn moeder, die wilde weten hoe het in het hotel ging. Ik voelde me wat geïrriteerd. Een uur geleden had ik haar gemist, maar nu niet. En trouwens, was het daarginds niet het holst van de nacht? Zoals altijd wilde ze details weten, terwijl ik gewoon de kamer in wilde. Ze wist dat ik het gesprek afraffelde, maar dat kon me niet schelen. Zodra ik had opgehangen, kreeg ik spijt. Ik wilde een kamer delen met mijn moeder en Sid – niet met een of ander vreemd meisje, hoe leuk ze ook was. Ik stond iets langer op de gang dan nodig was en dacht na over hoe ik de komende nacht moest doorkomen. ‘Tim?’ Vanessa riep me vanaf de andere kant van de deur. ‘Kom je?’ * 31


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 32

le

es

ex e

m

pl

aa r

Weer wachtte Duncan op het vervolg, maar Tim was opgehouden met praten. Hij begon te begrijpen dat hij geen seintje zou krijgen als hij het eind van een gedachte of een cd had bereikt. Net toen hij op het punt stond op STOP te drukken, hoorde hij Tims stem weer. Duncan vroeg zich af of hij alleen maar had gepauzeerd om zijn gedachten op een rijtje te zetten. Of had Tim het volgende deel op een ander moment opgenomen en was de pauze toeval? Hij hoopte dat hij op de vorige cd niets gemist had, maar hij dacht van niet. Tot dusver leken er geen hiaten in het verhaal te zijn. Hij probeerde zich voor te stellen hoe Tim ergens zat en in de microfoon sprak, maar dat lukte hem niet. Het enige wat hij zich voor de geest kon halen, was het beeld van de laatste keer dat hij hem gezien had. Of, nog erger, de keer daarvoor. Duncan wist dat het tijd was voor het avondeten. Zo langzamerhand had iedereen waarschijnlijk de kans gehad om over zijn of haar schat te praten. Hij wilde dat niet helemaal missen. Maar Tim en Vanessa zaten echt in die hotelkamer. Alleen. Dat was verbazingwekkend, en knap moeilijk voor te stellen. Hij snakte ernaar te weten wat daar gebeurd was. Hij zou nog eventjes luisteren, besloot hij. Misschien nog tien minuten.

32


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 33

HOOFDSTUK VIJF

aa r

TIM

pl

ALS JE EEN MEISJE PANNENKOEKEN GEEFT…

le

es

ex e

m

Tussen het moment waarop ze me had geroepen in de vertrekhal en het moment waarop ik de hotelkamer binnenstapte, was er iets veranderd. Onderweg was ze best aardig geweest. Misschien maakte het deel uit van haar plan, maar dat geloof ik niet echt. Misschien voelde ze zich opeens net zo ongemakkelijk als ik. Wie weet. We hebben het daar later nooit over gehad; het is een van de dingen die nooit meer ter sprake zijn gekomen. Vanessa had het bed dat het dichtst bij het raam stond al opgeëist en was bezig de draad van haar iPod uit te rollen. Ze deed in elk oor een oordopje. Ik liep langs haar heen naar het raam en keek naar buiten. Het uitzicht op binnenkomende vliegtuigen zou geweldig zijn geweest, als het niet zo hard had gesneeuwd en er überhaupt binnenkomende vliegtuigen geweest waren. De wind was gaan liggen. Een vlag aan de overkant van de weg wapperde nauwelijks nog. Er lag al een aardig dik pak sneeuw – waarschijnlijk al zo’n tien tot vijf33


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 34

le

es

ex e

m

pl

aa r

tien centimeter – en er kwam nog steeds nieuwe sneeuw naar beneden. ‘Heb je honger?’ vroeg ik, terwijl ik me omdraaide en de kamer inkeek. Hoe moest ik deze nacht toch doorkomen, zo dicht bij haar? Ik zou me geen moment kunnen ontspannen, laat staan slapen. Ik had beter in de hal kunnen blijven. Ze reageerde niet. Ik tikte op haar voet en ze schrok op. Met tegenzin zette ze het volume van haar iPod zachter en keek me afwachtend aan. Onmiskenbaar ergerde ik haar. ‘Heb je honger? We kunnen roomservice bestellen.’ ‘Prima,’ zei ze. Ze zette haar iPod uit, maar liet de oordopjes in. ‘Is er een menu?’ Ik vond er een op het bureau en gaf dat aan haar. Ze rook naar een mengeling van citroen en wasmiddel. Ik had niet echt trek, maar ik voelde de behoefte om iets te doen. ‘Wat denk je van een clubsandwich met patat?’ vroeg ze. ‘Oké,’ zei ik. ‘Hebben ze biefstuk – misschien biefstuk van de haas? Dat lijkt me typisch een bestelling voor roomservice.’ Ze keek. ‘Ja, hebben ze.’ Ik pakte de hoorn op en belde de telefoniste.Vanessa keerde terug naar haar muziek. ‘Hé nee!’ riep ze, voordat iemand de telefoon beantwoordde, en ze deed haar oordopjes uit. ‘Ik weet iets beters.’ ‘Hallo? Roomservice,’ zei iemand in mijn oor. Ik voelde me als een hert dat verstijfd staat in de lichten van een aanstormende auto.Wat moest ik doen? Ophangen? Bij ons oorspronkelijke plan blijven? ‘Hallo, we zitten in kamer 956 en willen roomservice bestellen,’ kreeg ik er op de een of andere manier uit. ‘Kunt u even aan de lijn blijven?’ Ik legde mijn hand over de hoorn van de zware telefoon. ‘Wat wil je?’ 34


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 35

le

es

ex e

m

pl

aa r

‘Laten we ontbijt bestellen voor ons avondeten; dat vind ik leuk,’ zei ze. ‘Pannenkoeken, bacon, worst – alles. O, en hebben ze kaneelbroodjes?’ Ik glimlachte in mezelf omdat het paste bij de fantasie die nu snel de overhand kreeg. De standaardregels waren hier niet van toepassing – inchecken in een hotel met een geweldig meisje, ontbijt als avondeten.Wat kon hier anders de bedoeling van zijn? Ik schraapte mijn keel en bestelde een compleet ontbijtmenu. ‘Wilt u er een pot koffie bij, meneer?’ vroeg de stem mij. ‘Ja, waarom niet,’ zei ik. ‘Geef ons een halfuurtje, meneer,’ zei de stem. ‘Prima, bedankt.’ Ik zette de tv aan en wachtte. Toen er eindelijk op de deur werd geklopt, sprong ik bijna een meter de lucht in. ‘Wat is dat?’ vroeg Vanessa, terwijl ze opkeek. ‘Alleen maar roomservice,’ zei ik, nogal uit mijn doen. Toen alles eenmaal op de kamer was afgeleverd, stond Vanessa op en verwijderde alle zilveren deksels. Er lag een grote stapel gloeiend hete pannenkoeken, overvloedig voorzien van boter en witte poedersuiker, bacon en worst en ondefinieerbaar vlees dat op brood leek, een omelet met miniwafels, en een schaaltje met kaneelbroodjes. ‘Wat wil je?’ vroeg ze. Ik deed een paar stappen in de richting van de verrijdbare tafel. Ik kon al het voedsel ruiken, maar mijn neus zocht bovenal haar geur. Ik deed alsof ik naar de gerechten keek, maar ik beeldde me in dat ik energie uit haar arm voelde komen. Alsof ze onder stroom stond of zo. Ik nam alles in me op en deed daarna een stapje naar achteren. ‘Kies jij maar,’ zei ik. Ik probeerde normaal adem te halen. ‘Zullen we delen?’ vroeg ze glimlachend. Ze pakte de schaal met pannenkoeken en sneed de stapel in tweeën. Met haar volmaakte handen maakte ze twee volmaakte 35


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 36

le

es

ex e

m

pl

aa r

borden met een klein beetje van alles erop. Hoe zou het voelen om door een van die handen te worden aangeraakt? Toen ze me een bord toeschoof, was ik er zeker van dat ik bloosde – en je snapt wel dat een blos op mijn gezicht het effect heeft van een bosbrand. ‘Verrukkelijk!’ riep ze uit, terwijl ze op de rand van haar bed zat en als een uitgehongerde begon te schrokken. De stroop droop langs haar shirt en op de deken. Ik bewonderde haar volkomen gebrek aan verlegenheid. Ik zat bij het bureau. Alles was verrukkelijk.Toen ik eenmaal begonnen was met eten, kon ik niet stoppen. ‘Dus, wat doe je graag? Ik bedoel, wat zijn je hobby’s?’ vroeg ze. Ik moest wel lachen. Ze probeerde een tafelgesprek op gang te krijgen. ‘Ik lees graag,’ zei ik; ik besefte meteen dat het stom klonk. ‘En ik houd van hardlopen.Veldloop.’ Ik vertelde haar niet dat hardlopen voor mij een van de beste manieren is om ertussenuit te knijpen en alleen te zijn, maar wel dat het me blij maakte. ‘Ik ook! Ik zit op school in het atletiekteam,’ zei ze, omhoogkijkend. Er druppelde wat ahornstroop op haar been. Ze zag dat ik keek en veegde het weg met haar vinger, die ze vervolgens in haar mond stak. ‘O, sorry, ik ben zo’n zwijn. Ik ben gek op dat spul,’ zei ze. ‘Bij ons op school doen ze dat één keer per week – ontbijt als avondeten. Wafels, omeletten, quiche, kaneelbroodjes. Sommige mensen vinden het verschrikkelijk, maar ik ben er dol op.’ ‘Waar ga jij…’ begon ik te zeggen. Ik besefte dat ik geen idee had waarheen ze op weg was, maar ze onderbrak me. ‘Weet je waar ik zin in krijg?’ zei ze. Ze keek zo gelukkig als ik haar nog niet eerder had zien kijken. ‘Om in de sneeuw te spelen!’ ‘Je meent het!’ zei ik. ‘Ik reserveer de laatste hotelkamer in een 36


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 37

le

es

ex e

m

pl

aa r

straal van dertig kilometer, en het enige wat jij wilt is naar buiten gaan?’ ‘Eigenlijk wel, ja,’ zei ze met een glimlach. ‘Maar ik kom heus wel terug, hoor!’ ‘Gelukkig,’ zei ik. ‘Eventjes dacht ik dat ik dit allemaal voor niets had gedaan. En mag ik je erop wijzen hoe koud het daarbuiten is?’ Ze sprong op en liep naar het raam. ‘Het ziet er niet zo slecht uit,’ zei ze. ‘Daar beneden ligt een parkeerplaats die er leeg uitziet. We zouden een sneeuwpop kunnen maken!’ Ik ging naast haar bij het raam staan en keek naar beneden. Onze handen bungelden naast elkaar. Weer die energie. ‘Misschien zouden we van sneeuw een standbeeld kunnen maken van die man die ziek werd in het vliegtuig,’ stelde ik voor. Ze keek me aan alsof ik geschift was. ‘Als een magische sneeuwpop,’ legde ik uit. ‘Misschien zouden we hem op die manier beter kunnen maken.’ We lachten even, het voelde echt goed. ‘Ik vraag me af wat hem mankeerde,’ zei ik. ‘Ik dacht een aneurysma in de hersenen,’ zei ze nuchter. ‘O, ik hoopte dat hij alleen maar uitgedroogd was of zoiets,’ zei ik ernstig. Weer lachte ze. Ik had het niet grappig bedoeld, maar het maakte me niet uit waarom ze lachte, als ze het maar bleef doen. Ik probeerde te bedenken wat ze nog meer grappig zou vinden. Ik zocht wanhopig naar iets om de stilte te doorbreken. Uiteindelijk vroeg ik haar: ‘Hoe komt het dat je van pannenkoeken eten zin krijgt in spelen in de sneeuw?’ ‘Iedere winter, als ik thuis ben, maakt mijn moeder ’s morgens als het sneeuwt pannenkoeken voor ons. Net zoals deze, met bacon en stroop. En dan spelen mijn broers en ik de rest van 37


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 38

le

es

ex e

m

pl

aa r

de dag in de tuin. Meestal vind ik dat de leukste dagen van de hele vakantie.’ ‘Hoeveel broers heb je?’ vroeg ik, tijd rekkend. Ik was er niet zeker van of ik wel naar buiten wilde. ‘Stop met dat tijd rekken,’ zei ze, mijn gedachten lezend. ‘En ik heb drie broers. Ben je klaar?’ ‘Ja,’ zei ik. We haalden eerst spullen uit onze rugzak. Ik besloot mijn jeans aan te houden en mijn joggingpak aan te trekken als ik weer binnen was. Zaten er gaten in? O, alsjeblieft, laten er geen gaten in zitten! Ze sloeg haar groene sjaal al rond haar nek en schoot haar jas aan. Toen ik niet bewoog, stopte ze en keek me aan. ‘Ik geef me niet gewonnen,’ zei ze. ‘Als jij niet komt, ga ik gewoon alleen. Ken je dat boek Als je een varken een pannenkoek geeft? Nou, in dit geval: Als je een meisje een pannenkoek geeft in een sneeuwstorm… Ik ben niet te stoppen.’ Vanessa gooide me mijn jas toe en ik trok hem aan. Ik keek toe hoe ze haar groene sjaal om haar nek bleef draaien, zodat haar vlechten eronder vastzaten. Ik kreeg de neiging erheen te lopen en ze uit hun gevangenschap te bevrijden, maar deed het niet. We bleven even staan en liepen vervolgens tegelijk naar de deur, waarbij we elkaar haast ondersteboven liepen alsof we twee clowns waren. Ze giechelde. Ik deed verschrikt een pas naar achteren waardoor zij als eerste bij de deur was, en volgde haar de gang op. ‘Nou, wat vind jij: een sneeuwpop of een sneeuwballengevecht?’ vroeg ze, terwijl we in de lift stonden. Eventjes was ik bijna vergeten waar we naartoe gingen, zo was ik op haar gefocust. ‘Als je gaat voor een sneeuwballengevecht, moeten we het eens zijn over de hoeveelheid tijd die elk van ons krijgt om een fort te bouwen en munitie te verzamelen. Ik vind altijd dat zeven of acht 38


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 39

le

es

ex e

m

pl

aa r

minuten genoeg is; mijn broers doen hun uiterste best om er tien van te maken.’ ‘Wauw! Je maakt hier wel ernst mee, zeg,’ zei ik. ‘Maar ik heb een beter idee.’ ‘Wat dan?’ vroeg ze. Op hetzelfde moment gingen de deuren open en zagen we de stampvolle lobby. De betovering leek verbroken. Ik volgde Vanessa rustig toen ze uit de lift stapte. Alle gezichten richtten zich op ons. Het leek erop dat ze niet naar mijn vreemdheid of naar Vanessa’s schoonheid keken. Hun blikken waren berekenend en een beetje wanhopig. ‘Waarom heb ik het gevoel dat iemand ons gaat bespringen om onze sleutel?’ fluisterde ik tegen Vanessa, terwijl we snel naar de deur liepen. Deze gleed fluisterend open en we slaakten beiden een zucht van verlichting. ‘Nou, wat is jouw idee?’ vroeg ze opnieuw. ‘Wat zou je ervan denken als we een iglo bouwen?’ bood ik aan. Zelfs nu weet ik niet waar dat vandaan kwam.Vroeger als jochie had ik nooit een iglo mogen bouwen van mijn moeder, omdat ze dacht dat ze gevaarlijk waren (dat gold ook voor zandtunnels). Ik begreep dat nooit. Je kon je toch altijd weer naar buiten werken? Trouwens, op dat moment klonk het idee om met Vanessa in de sneeuw begraven te worden, erg aanlokkelijk. Vanessa inspecteerde de sneeuw, schatte de dikte van de laag en boog zich voorover om een handvol op te rapen en de kwaliteit te beoordelen. ‘Goede plaksneeuw,’ concludeerde ze. ‘Ik heb nog nooit een iglo gemaakt. Hoe doe je dat?’ Ik had werkelijk geen flauw idee, maar kon niet meer terug. Vol vertrouwen zei ik: ‘Laat ik jou eens de schone kunst van het iglo-bouwen showen,Vanessa Sheller. We duwen de sneeuw op een grote hoop, daar verderop, en hollen hem dan uit. Daarna 39


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 40

le

es

ex e

m

pl

aa r

vullen we de achterkant op, en dan moet onze iglo stevig blijven staan.’ ‘Klinkt goed,’ zei ze, maar ze verroerde geen vin om met de bouw te beginnen. ‘Wauw, het is hier prachtig.’ Ik zag hoe ze naar de lucht keek en een paar sneeuwvlokken opving op haar tong. Maar om de een of andere reden was ik het meest gebiologeerd door de manier waarop de sneeuw zich ophoopte op de bovenrand van haar laarzen. Ik vroeg me af of ze geen koude enkels zou krijgen, als die sneeuw naar binnen sijpelde. En toen haalde ik me haar sokken voor de geest. Ik had ze boven in de hotelkamer niet opgemerkt, maar nu wou ik dat ik dat wel had gedaan. Waren ze gestreept? Misschien waren ze groen en geel – dat leek me haar kleurencombinatie. En haar teennagels dan – waren die gelakt? Op dat moment realiseerde ik me tot mijn eigen verbazing dat ik buiten in de sneeuw het gevoel kreeg dat ik één werd met mijn omgeving, in plaats van dat ik opviel. ‘Waar wacht je nog op?’ vroeg ik, terwijl ik de sneeuw weg begon te schoppen naar een hoek van de verlaten parkeerplaats, net naast het hotel. Vanessa deed mee en raapte hele ladingen plaksneeuw op en legde die bij mijn stapel. Zo werkten we lange tijd. Uiteindelijk gaf ik mijn pogingen om droog te blijven op. Mijn spijkerbroek was doorweekt en mijn jas zat onder de sneeuw. Ik had niks op mijn hoofd; mijn haar was dus nat, maar ik vond het prettig. Ik wist dat mijn haar, als het nat was, met name in het donker, bijna bruin leek. Een sneeuwbal raakte me van opzij. Opkijkend zag ik Vanessa naar me glimlachen. ‘Erg grappig,’ zei ik. Ik probeerde normaal te doen en wilde niet laten merken dat ik nauwelijks kon ademhalen. Die glimlach en het gevoel van die sneeuwbal zou ik me, dat wist ik, nog lang herinneren. 40


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 41

le

es

ex e

m

pl

aa r

‘Hé, jij hebt jouw kant van de iglo niet af,’ zei ik. ‘Je moet opzichter worden,’ zei ze, maar ze zei het aardig. ‘Jij wilde zo graag naar buiten om in de sneeuw te spelen,’ zei ik. Ze was naar de andere kant van ons bouwproject gegaan en kon me niet zien. Dat gaf me de tijd om zes sneeuwballen te maken. ‘Met de nadruk op spelen,’ zei ze. Ik stopte de sneeuwballen in mijn jas en liep voor de iglo langs, alsof ik inspecteerde hoe de bouw vlotte. En toen bekogelde ik haar met de ene sneeuwbal na de andere. Tegen de tijd dat ik de zesde gooide, lachte ze zo hard dat ze in de sneeuw moest gaan zitten. Dat lachen… het was net een pepmiddel. Hoe meer ik kreeg, des te meer snakte ik ernaar. Intussen was onze sneeuwhoop aangegroeid tot een miniberg. Ik ging dus op mijn buik in de sneeuw liggen en begon de berg met grote scheppen tegelijk uit te hollen. Hoewel mijn handen bijna bevroren waren, bleef ik scheppen. Voordat ik het wist, had ik een kleine ruimte uitgehold. Ik kroop er achteruit in. ‘Hé,’ riep ik van binnenuit. ‘Het heeft gewerkt!’ Vanessa kwam aanlopen en gluurde sceptisch naar binnen. Toen draaide ze zich om en schuifelde naar binnen, naast mij. Het was een kleine ruimte; ze zat dus praktisch boven op me. De linkerhelft van haar lichaam paste precies tegen mijn rechterhelft. Haar natte haar verspreidde een geur van lavendel of rozemarijn die ik nog niet eerder had geroken. Ik sloot mijn ogen en ademde in. Zou ik haar durven kussen? Nog geen vijf uur geleden had ik niet het flauwste vermoeden gehad van wat me vanavond zou overkomen. Je had net zo goed bij mijn aankomst op de luchthaven tegen me kunnen zeggen dat ik me vijf uur later op een zandstrand op de Bahama’s zou 41


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 42

le

es

ex e

m

pl

aa r

bevinden, schommelend in een hangmat met een piña colada in de hand. Het was zo onwerkelijk. Ik legde mijn hand boven op haar want. ‘Is jouw hand warm?’ vroeg ik. ‘Ja, deze wanten zijn reuze,’ zei ze. Ze keek naar haar handen en vervolgens naar mijn blote hand. ‘Eigenlijk zijn ze van mijn broer Joey. Ik heb ze op het laatste moment in mijn rugzak gestopt; hij is straks razend.’ ‘Kun je er eentje uitdoen?’ hoorde ik mezelf zeggen. ‘Mijn hand is bevroren.’ ‘O, natuurlijk,’ zei ze, terwijl ze haar want uittrok. ‘Trek die maar even aan.’ Ze gaf me haar want, maar ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, ik bedoelde alleen maar: als ik mijn koude hand naast jouw warme hand mag leggen, kom ik op temperatuur,’ zei ik glimlachend. ‘Dat hoor je toch te doen als je ijskoud bent – lichaamswarmte delen?’ Ze rolde met haar ogen, maar ik zag ook een zweempje van een glimlach. Ze stak haar hand uit en ik pakte die vast. Het moeten toverwanten geweest zijn, want haar hand was de warmste die ik ooit gevoeld heb. Zo bleven we een tijdje zitten, misschien twee minuten, misschien drie. Toen ik een beetje begon te knijpen, voelde ik dat ze zich losrukte en de iglo uitging. Ik bleef nog even zitten en volgde haar toen. ‘We moeten terug naar onze kamer,’ zei ze. ‘Maar bedankt dat je bent meegegaan. Het was echt gaaf.’ ‘Moet dat?’ zei ik. Ze hield stil. ‘Jij wou eerst niet eens naar buiten,’ zei ze subtiel. ‘Maar nu wil ik best naar binnen. Mijn voeten zijn ijskoud.’ Ik wilde niet dat haar voeten ijskoud waren. ‘Oké, laten we dan maar naar binnen gaan,’ zei ik. ‘Voor de goede orde: ik geef nooit zo gemakkelijk toe dat ik het bij het 42


Albino 1-272:Opmaak 1

18-02-2014

13:25

Pagina 43

le

es

ex e

m

pl

aa r

verkeerde eind heb – zeker niet tegenover mensen die ik nog geen halve dag ken. Maar ditmaal moet ik bekennen: je had gelijk, dit was echt gaaf.’ Wat ik niet zei, was dat ik me nu al zorgen maakte dat ik nooit meer zo veel plezier zou beleven als daarnet.

43


‘Dit boek zal je vrijwel zeker een andere kijk geven op je eigen handelen, misschien zelfs op de wereld. Een boek met grote invloed.’ The Guardian

Wat betekenen vriendschap en liefde als je een albino bent?

Hé, jij hebt jouw kant van de iglo niet af,’ zei ik. ‘Je moet opzichter worden,’ zei ze, maar ze zei het aardig. ‘Jij wilde zo graag naar buiten om in de sneeuw te spelen,’ zei ik. Ze was naar de andere kant van ons bouwproject gegaan en kon me niet zien. Dat gaf me de tijd om zes sneeuwballen te maken. ‘Met de nadruk op spelen,’ zei ze. Ik stopte de sneeuwballen in mijn jas en liep voor de iglo langs, alsof ik inspecteerde hoe de bouw vlotte. En toen bekogelde ik haar met de ene sneeuwbal na de andere. Tegen de tijd dat ik de zesde gooide, lachte ze zo hard dat ze in de sneeuw moest gaan zitten. Dat lachen… het was net een pepmiddel. Hoe meer ik kreeg, des te meer snakte ik ernaar.

r

Mysterieuze YA-roman

aa

pl

em

Sinds de verschijning van haar debuut in de VS is auteur Elizabeth LaBan al met talloze grootheden vergeleken, zoals Donna Tartt (De verborgen geschiedenis), N.H. Kleinbaum (Dead Poets Society) en Jay Asher (Thirteen Reasons Why). Toch valt Albino niet goed in een hokje te plaatsen. Juist die onverklaarbaarheid verklaart waarom zo veel lezers gegrepen worden door dit boek.

le

es

ex

Elk jaar laten de vertrekkende studenten van de Irving School een verrassing achter voor de volgende die in hun kamer komt wonen. Maar Duncan krijgt iets heel bijzonders. In zijn kamer treft hij cd’s aan met opnames die zijn leven zullen veranderen. De opnames zijn ingesproken door Tim Macbeth. Wanneer Tim naar de school gaat, heeft hij maar één doel: zo onopvallend mogelijk door het schooljaar komen. Maar dat blijkt een onmogelijke opgave. Ten eerste omdat hijzelf een opvallende verschijning is – Tim is een albino. Ten tweede omdat hij valt voor de mooie Vanessa, het vriendinnetje van zijn populairste jaargenoot. Tot Tims verbazing ziet Vanessa ook wel iets in hem. En Duncan, Duncan’s hele leven draait om het luisteren naar het verhaal van Tim... Hij raakt erdoor geobsedeerd. Een tragedie kan niet uitblijven.

Isbn 978 90 266 1134 6 Nur 285

9 789026 611346

omslag_totaal_albinoDEF.indd 7

Elizabeth Laban

ademt de sfeer van De verborgen geschiedenis van Donna Tartt

Elizabeth Laban 18-02-14 10:23


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
XXL leesfragment Albino - Elizabeth LaBan by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu