Skip to main content

Inkijkexemplaar 'Wij presenteren de pion'

Page 1

03-12-2009

14:44

Pagina 1

Wij presenteren

DE PION De ziel van het schaakspel

Hans Böhm (1950) is Nederlands bekendste schaker en internationaal meester. Hij schreef meer dan 20 boeken en is vaste medewerker van De Telegraaf. Yochanan Afek (1952) is een Israëlisch schaker en internationaal meester. Afek is naast speler ook studiecomponist, schaakjournalist en trainer.

m 41 c 50 c7

m5

y5

k8

Kijk voor meer informatie op www.tirion.nl

TIRION SPORT

TIRION SPORT

y 41

k 50

5

25

c

75

100

5

25

m

75

100

5

25

y

75

100

5

25

k

De Pion, de ziel van het schaakspel

Wij presenteren DE PION

75

100

De pion is de frontsoldaat, onopvallend, maar in zijn element kan hij ieder ander stuk domineren. De internationale schaakmeesters Hans Böhm en Yochanan Afek doen met dit boek dé openingszet voor een 6-delige serie waarin steeds één schaakstuk centraal staat. Aan de hand van de historische achtergrond, spelsituaties en probleemstellingen worden 60 thema’s – aanvallend en verdedigend – besproken. Ook worden bijzondere partijen beschreven waarin de pion de beslissende rol speelde.

Hans Böhm & Yochanan Afek

Wij Presenteren… de pion is een boek voor iedereen met een passie voor schaken!

Hans Böhm & Yochanan Afek

de pion corr:Opmaak 1

TIRION SPORT


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:22 Pagina 5

Inhoudsopgave

Korte terugblik op de ontstaansgeschiedenis Eerste periode: 4000 – 400 voor Christus, de voorlopers Tweede periode: 400 voor Christus – 750, India, Iran, Arabië Derde periode: 750-1475, Europa in de middeleeuwen Vierde periode: 1475 - heden, het moderne schaak Geschiedenis van de pionnen 01. 02. 03. 04. 05. 06. 07. 08. 09. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22.

De vertraagde pion Superpionnen Pion(nen) tegen toren Pionnen bouwen een fort De doorbraak Promotie tot toren Promotie tot paard Promotie tot loper Wederzijdse paardpromotie De albino met vier zetten Het Pickaninny-thema Excelsior-thema De Valadão-opdracht Klein en groot verschil Pion(nen) tegen loper en paard Pionnen tegen loper Pion(nen) tegen paard Systematische pionoffers Pionnen tegen twee paarden Nog meer pionoffers Alle minorpromoties op rij Pionnen domineren de koning

11

22 24 26 28 30 32 34 36 38 40 42 44 46 48 50 52 54 56 58 60 62 64


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:22 Pagina 6

23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60.

Wie het eerst komt‌ Wie als tweede komt, wint Verbonden vrijpionnen Opeenvolgende identieke promoties De pion brengt een batterij tot leven Pion meer waard dan een dame De kamikazepion De pion geeft mat Alleen de minorpromotie De echokameleon De gemiste doorbraak Nog meer kamikaze Wederzijdse minorpromotie De allerlaatste pion wint Remise dankzij de laatste pion De pion creÍert pat Pionoffers voor oppositie De Babson-task En passant Oplossing: paardpromotie Centrumdoorbraak Dwingende pionoffers Diverse lijnruimingen Aanval in de flanken Een pion voor een veld Machtige verbonden vrijpionnen Beslissende pionzetten in de opening (1) Beslissende pionzetten in de opening (2) Spectaculaire pionzetten Daverende pionzetten Symmetrie in pionneneindspelen Met de pion was beter geweest De pion als verkenner Pionspecialiteiten bij elegant helpmat De pion maakt grappen Gekke pionnen Pionnen domineren Samenwerking van pionnen

66 68 70 72 74 76 78 80 82 84 86 88 90 92 94 96 98 100 102 104 106 108 110 112 114 116 118 120 122 124 126 128 130 132 134 136 138 140


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:22 Pagina 7

Voorwoord Hans Böhm

Elk stuk van het eeuwenoude schaakspel verdient het om apart gepresenteerd te worden. Dit boek is het eerste in een serie van zes – en we beginnen met de pion. Nog nooit zijn van dit kleinste stuk zoveel speelfacetten, aanvallend en verdedigend, bij elkaar gebracht. Per thema – zestig in totaal – geven we vier voorbeelden. Door de presentatie, vier diagrammen op de linkerpagina en de uitleg op de rechterpagina, is dit boek een ode aan de pion maar ook een leerboek. Er zijn al vele boeken verschenen over het belang van pionnenstructuren in de opening en over de verraderlijke problematiek in pionneneindspelen. Maar nog nooit is de pion zo in de schijnwerpers gezet als in dit boek. Alle andere stukken verbleken bij de pion in de gepresenteerde 240 voorbeelden. Om ook de geschiedenis, de ontwikkeling, van de pion goed in beeld te krijgen ging ik te rade bij schaakhistoricus Leo Diepstraten. Hij had zelfs een nog nooit uitgegeven manuscript op zolder liggen over de voorlopers van ons huidige spel, waarbij hij teruggaat tot 4000 voor Christus! Ik mocht vrijelijk gebruik maken van zijn onderzoekingen, waarvoor onze uitgesproken dank. Het is een genoegen om samen te werken met Yochanan Afek. Als studiecomponist is zijn kennis van eindspelen onontbeerlijk bij de totstandkoming van deze bijzondere reeks. Sommige thema’s zoals de Babson-task komen niet in de toernooipraktijk voor, maar horen wel bij de opsomming van het scala aan mogelijkheden van de pion.

7


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:22 Pagina 9

Voorwoord Yochanan Afek

De pion wordt gezien als het zwakste en kwetsbaarste stuk van alle schaakstukken. Als de pion echter op zijn best is, zowel in eendrachtige samenwerking met medepionnen als in de rol van eenzame strijder, kan hij ieder ander stuk domineren. Verder heeft de kleine pion ter compensatie voor zijn beperkte bewegingsvrijheid enkele unieke privileges, die het bloed sneller door zijn aderen laten stromen: de keus bij de eerste zet, de en-passantregel en de promotie. De pion is de ziel van het schaakspel omdat hij bij ieder aspect van de partij betrokken is: in de opening bepaalt de pionnenstructuur de aard van het gevecht, in het middenspel opent of sluit de pion rijen, lijnen en diagonalen, de pion verdedigt de eigen koning en offert zich op om de vijandelijke koning te bestormen. En zelfs de sterkste spelers vrezen de geheimen van het pionneneindspel, omdat die zijn gebaseerd op exacte berekening, waar de kleinste fout beslissend is en algemene waardeoordelen minder gewicht in de schaal leggen. De meeste van de zestig thema’s die in dit boek worden beschreven – zowel uit de praktijk als uit de wereld van studies en problemen – zijn van tactische aard, het succes op korte termijn. We hebben in deze selectie niet de positionele aspecten van pionnenstructuren meegenomen, omdat die beter kunnen worden behandeld in boeken over de opening en het middenspel. Ik bedank alle componisten en spelers die mij hebben geïnspireerd. Verder heb ik gebruik gemaakt van vele boeken, in het bijzonder de Informator en “outregeous chess problems” van Bert Hochberg. Hans Böhm en ik danken dr. Harold van der Heijden die zijn onuitputtelijke databank gebruikte om alle 240 opgaven te controleren op correctheid en bron.

9


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:22 Pagina 11

Korte terugblik op de ontstaansgeschiedenis

Raya! Mantri! Hasti! Asva! Ratha! Padati! Pardon? Dit zijn de benamingen van de schaakstukken uit het inmiddels vrijwel uitgestorven Sanskriet, de moedertaal van de meeste Indo-Europese talen. Hoe en waar begon het schaakspel? Omdat hier al eeuwenlang uiteenlopend over wordt gedacht, kwamen veertien schaakhistorici uit verschillende landen in 1991 bijeen in Königstein, Duitsland. Vanwege de verheugende stortvloed aan inzichten organiseerde het Max Euwe Centrum in Amsterdam in 1993 een vervolgcongres. Die bijeenkomsten werden vervolgens om de paar jaar herhaald, de laatste was in 2005. Men stelde om te beginnen maar eens vast wat de definitie van ‘schaken’ is, en daar kwam ongeveer het volgende uit: een bordspel, van in principe acht bij acht velden aan beide zijden een gelijk aantal stukken de stukken hebben een onderscheiden vormgeving en zij hebben een eigen ‘choreografie’, die kenmerkend is voor dat stuk. de bedoeling is de hoofdfiguur, de koning, mat te geven met als essentieel gegeven dat deze koning onkwetsbaar is, dat wil zeggen, niet ‘geslagen’ kan worden. Een ruime definitie die opgaat voor het schaak zoals we dat vandaag-de-dag kennen, maar ook voor de (verre) voorlopers. Volgens de historici is de schaakgeschiedenis in te delen in globaal vier perioden. 4000 – 400 voor Christus: de voorlopers 400 voor Christus – 750: India, Iran, Arabië 750 – 1475: Europa in de middeleeuwen 1475 – heden: het moderne schaak

11


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:22 Pagina 12

De legende van de graankorrel De legende over het ontstaan van het schaakspel kent vele versies. De oudste is waarschijnlijk die van Mas’udi, waarin hij verhaalt dat koning Balhit zo tevreden was over de uitvinding van het schaakspel dat hij de uitvinder, de Brahmaan Sissa, vroeg welke beloning hij wilde hebben. “Doe mij maar één graankorrel op het eerste veld en vervolgens op ieder volgend veld het dubbele”, zei Sissa. De koning ontstak in grote woede, zoals dat gebruikelijk was, want hij vond de beloning te bescheiden en dus een belediging. Maar toen hij toch maar opdracht gaf om aan het verzoek te voldoen, bleek al spoedig dat er niet genoeg graan over de gehele wereld verbouwd werd om de opdracht uit te voeren. Wiskundigen hadden uitgerekend dat het om 18.446.744.073.709.615 graankorrels zou gaan (wiskundige formule 264 – 1), dat is een rij kamelen in ganzenpas met ieder 140 kilo van 23 miljard kilometer. Niet genoeg graan en niet genoeg kamelen dus. En deze legende moet als slotzin hebben ‘…en de koning wist niet wat hij meer moest bewonderen: de uitvinding van het schaakspel of de vraag naar de bijzondere beloning’.

Eerste periode: 4000 – 400 voor Christus, de voorlopers De mogelijke voorlopers De eerste periode wordt gekenmerkt door de renspelen, waarbij de stukken van de ene kant naar de andere kant van het bord moesten zien te komen. In deze periode werd de zet vaak bepaald door dobbelstenen. De speler die het eerst al zijn stukken naar de overkant had gebracht, was de winnaar. Typische hedendaagse renspelen zijn halma en mens-erger-je-niet. Indien er wordt geslagen, begint men weer bij ‘af’. Ook het damspel heeft daar elementen van, maar het heeft ook het karakter van een berovingspel, net zoals het vroegste schaak. Een geslagen stuk keert dan niet meer terug. En in deze beide denksporten is er de ‘promotie’ bij het bereiken van de overkant. Een van de jongere schaakhistorici Gerhard Josten (geboren 1938 in Duisburg) vond de oorsprong van de promotie in een renspel van de Sumeriërs.

12


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:22 Pagina 22

A

1. De vertraagde pion

Met ieder schaakstuk kan een tempo gewonnen of verloren worden, behalve met het paard. Ook de pion biedt die mogelijkheid, maar dan wel alleen op de eerste zet, waarin de keuze 1 of 2 velden vooruit is. Dat ene tempo kan het verschil betekenen tussen winst, verlies of remise. 1. remise

2. wit wint

Fmfmmmmm mmmmmmma mmmmmmmm mmGmmmmm mmmmmmmm mmmmmmmm Ammmmmmm mmmmmmmm

mmmmmmfm mmmmmdGm mmmmmGmL mmmmmmGm mmmmmmmm mmmmmmmm mmmmmGmm mmmmmmmm

mmmmmmmm gmmmmmma mmmmmmmm mmmmmmmm mGmmmmmm mmmmmmlm AmmmmmAi mmmmmmmF

mmmmmmbm mmmmmmmm mmmmmGFm mmmmGmmm mmmmmmmm mmmfmmmb mmmmmmmG mmmmmmmm

3. remise

4. wit wint

22


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:22 Pagina 23

1. Van T. Gorgiev, zesde eervolle vermelding in Ceskoslovensky Sach, 1930. Het ligt voor de hand direct te gaan lopen, maar dat is fout. 1.a4 h6! en zwart wint het tempospel. En op het iets subtielere 1.a3 h5! wint zwart ook. Goed is 1.c6! h6 2.a3! h5 3.a4 h4 4.a5 h3 5.a6 h2 6.a7 h1D pat. Zwart kan proberen 1. .. Kc7 3.a4 Kxc6 4.a5 Kb5 5.Kb7 Kxa5 6.Kc6 h5 7.Kd5 en de witte koning zit ‘in het kwadraat’ (h1h5-d5-d1) en dus remise. 2. Van Y. Zabinski, gepubliceerd in Tygodnik Illustrovanni, 1890. Hier voeren de koning en de pion een gezamenlijke tempodans uit. De pion begint: 1.f3!! Ta7 2.g6 Txg7 Dat moet wel en tevens is de toren taboe op straffe van pat. 3.f7+ Kf8 4.Kg5 Ke7 5.Kh5! Kf8 6.Kh6 Met een driepassendansje wint/verliest een koning naar believen een tempo. 6. .. Txf7 7.gxf7 Kxf7 8.Kg5 Kg7 9.f4 Kf7 10.Kf5 en wit wint dankzij de eerste zet. 3. Van Y. Hoch in Szachy, 1977. Na 1.b5 houdt wit alle opties nog open. Zwart heeft de keuze tussen een langzame en snelle remise. 1. .. h6 2.b6 axb6 3.a4 h5 4.a5 en zwart moet wit pat zetten. En op 1. .. h5 2.a3! h4 3.b6 h3 4.gxh3 axb6 5.a4 Kxh3 6.a5 b5 7.a6 Lb8 8.a7! Lxa7 en nu is het op een andere manier pat. Om deze studie te waarderen is het zinvol te begrijpen waarom in de tweede variant 2.a4? tot verlies leidt. 4. Van Harold Van der Heijden, gedeelde eerste prijs Tidskrift for Schack, 2000. Wat voor de hand ligt is niet goed: 1.Kg7? Pxf6 2.exf6 Ke4 3.f7 Pg5! en zwart is op tijd. Daarom 1.f7! Pe7+ 2.Kf6! Pd5+ 3.Ke6! Niet 3.Kf5? Pe3+! 4.Kg6 Pf4+ 5.Kf6 Pfd5+ 6.Kg5 Pc7! 7.Kg6 Pe6 8.Kf6 Pf8 9.e6 Ke4 10.e7 Pd5+ 11.Kg7 Pxe7 12.Kxf8 Pf5 en wit wordt uitgegaloppeerd. 3...Pg5+ 4.Kxd5 Pxf7 5.e6! Op 5.h3? Ph8!! en op 5.h4? Ph6! 5...Ph6 6.h3!! Pg8 7.h4! Kc3 8.Kc5! Kd3 9.h5 Ke4 10.h6 Kf5 11.h7 en wit wint.

23


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:22 Pagina 90

A

35. Wederzijdse minorpromotie

Een thema als ‘wederzijdse minorpromotie’ is eigenlijk al overtuigend genoeg bewijs van de rijkdom van het schaakspel. Dat de promotie tot dame niet in alle gevallen de beste promotie is, is bijzonder maar niet schokkend. Dat beide partijen promoveren en beter geen dame kunnen halen, is opzienbarend. 1. wit wint

2. wit wint

mmmmclmL JmmmmamA mGmmmGmm mmmmmmmm mmmmAmmm gammmmim mgmmmmmm mCmmmmmm

mmmmmmmm mmmmGmJm mhmmmmmm mmmmmmmD mGAmmmmm mamAgmmm ammgAmmm mfmFmmmm

mmmIcmmm mmLmmmma AmmGAmmg mmmmmmmf mmmmmmmm mmmmmmmA mmmmmmam mmmmmmmm

mmmlmmmm mmgAmmmm mGmmmmmm gmgmgmmm Ammmmmmm mFGahmmm AJmimmmm mmmmmmmm

3. wit wint

4. wit wint

90


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:22 Pagina 91

1. Van Y. Zemljansky, eerste prijs team USSR kampioenschap, 1972. Er spelen vele krachten mee, de witte én de zwarte koning bevinden zich in een matnet. Wit start de dreiging op g8: 1.Ta5! Lh4 2.e5 a2 en nu zou 3.b7? axb1D 4.b8D Lxf6+ 5.exf6 Dxh7+! 6.Kxh7 b1D+ geen probleem voor zwart zijn. Ook 3.Lxa2 bxa2 4.Txa2 Lf4! 5.Txb2 Lxe5 6.Tf2 Lc6 levert niets op. Daarom 3.Txa2! bxa2 4.b7 a1L!! Want 4...a1D 5.b8D Da3 6.Dd8 Dc5 7.e6 wint. 5.b8L!! want 5.b8D? Lxf6+ is pat! 5...La4 6.Ld6+ en wint. 2. Van Yochanan Afek, eerste eervolle vermelding Tidskrift för Schack, 1980. De a-pion moet gestopt: 1.Ta5 Pa4! 2.Txa4 b2 En nu verliest de ‘winst’poging 3.e8D? a1D 4.Dxe3 Dxa4+ 5.Kxd2 Dxb4+ 6.Kd1 Db3+ 7.Ke1 Dc3+ 8.Kf1 Dxg7. Goed is 3.e8L!! a1L!! Want 3...a1D 4.d4! maakt de diagonaal b1-h7 open. Het verschil tussen dame en loper wordt duidelijk met de slotzetten 4.Ta2! Kxa2 5.Ta7+ Kb1 6.La4! Ka2 7.Lc2 en zwart staat mat. 3. Van Yochanan Afek uit Problem 1973. Na 1.d7! Lxd7! 2.a7! Lc6! moet wit opletten, want 3.e7? g1D 4.a8D Le8!! leidt slechts tot remise. Dus 3.a8D! Lxa8 4.e7 Lc6! Natuurlijk, nu zou 4...g1D 5.e8D+ Dg6 6.De2+ simpel winnen. 5.Kxc6 g1T!!, Want weer verliest het eindspel 5...g1D 6.e8D+ Dg6+ 7.Kd7! vanwege de goede loper terwijl nu 6.e8D+? Tg6+! 7.Kd5 pat is en 7.Dxg6+ hxg6 niet meer dan remise. De prachtige slotzet is 6.e8T!! en dat eindspel wint makkelijk voor wit. 4. Van Nikolai Kralin en Anatoli Koeznetsov, vijfde prijs USSR teamtoernooi, 1989. Na 1.b7 c4+ 2.Ka3 Pc2+! 3.Txc2 dxc2 komt de eerste opmerkelijke zet, want 4.b8D+? Kxd7 5.Db2 c1D verliest, daarom 4.b8T+!! Kxd7 5.Tb2! c1T!! Dat moet wel, en zo komen we terecht in een interessant toreneindspel: 6.Txd2+ Ke6 7.Tc2! Tb1 8.Te2! Ta1 wat anders? Op 8...Th1 9.Th2 en op 8...Tb8 9.Txe5+! Kxe5 en de patval werkt op volle toeren. 9.Tb2! e4 10.Tb1! Txb1 en remise door pat. 91


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:23 Pagina 140

A

60. Samenwerking van pionnen

De infanterie is op zijn sterkst als de samenwerking optimaal is. Iedere individuele voetsoldaat doet zijn eigen ding, maar het blijkt uiteindelijk voor hetzelfde doel te zijn. De kamikaze-actie, de totale zelfopoffering, valt daarbij het meest op, maar het kan ook subtieler. Vier voorbeelden waarbij de samenwerking en de volgorde van handelingen beslissend zijn. 1. wit wint

2. wit wint

mmmmmmmm mmmmgamm mmmmmmmm gagmGAmf mmmmmmmm GAGmmmmm mmmmmmmm mFmmmmmm

mmmmmmmm gmmamamm mgmmmGmm lmmmmAgm mgmGmmmm mammmmmA mmmGmmAm mmmFmmmm

mmmmbmmm mmmmmmma AlmmmgmG mmmAmAmm mmAmmGmm mmmmmFmm mmmmmmmm mmmmmmmm

mmmmmmmm mmmmmAmm mmmmmmmg mmmmGmmA mgmmamaL gAmaGmgm AmmGmgAm mmmmmmlm

3. wit wint

4. wit wint

140


Wij presenteren de pion_157x234 16-12-09 09:23 Pagina 141

1. Van Mikhail Zinar, Krimskaja Pravda, 1983. Wit moet snel zijn, want de zwarte koning staat veel actiever. Eerst wordt een vrijpion gecreëerd met een doorbraak: 1.b4! cxb4! 2.a4! bxa4 3.c4, wit heeft zijn vrijpion en de zwarte damevleugelpionnen zijn niet gevaarlijk. Nu komt de tweede fase: 3...Kg5 4.f6! en niet 4.c5? Kxf5 of 4.e6? f6 en zwart wint. Alle witte pionnen moeten zich opofferen voor de c-pion: 4...exf6 5.e6! fxe6 6.c5 Kf5 7.c6 en zwart geeft zich over. 2. Van N. Grigoriev, Shakhmaty v SSSR, 1945. Niet 1.g3 Ka4 2.Kc1 Ka3 3.Kb1 b2 4.h4 Kb3 en 8...a2# Daarom 1.Kc1 Ka4 2.Kb2 b5 3.g3 a5 4.h4 gxh4 5.gxh4 d5, het lijkt alsof zwart zichzelf heeft pat gezet, maar 6.Kb1 Ka3 7.h5 b2 8.h6 a4 9.h7 b3 en nu kiest de h-pion voor 10.h8P!! b4 11.Pg6 fxg6 12.f7 gxf5 beter dan 12...g5 13.f8D g4 14.f6 g3 15.f7 g2 16.Dxb4+ Kxb4 17.f8D+. En de f-pion wint alleen door 13.f8P!! f4 14.Pe6 f3 15.Pc7 f2 16.Pb5# precies op tijd! 3. Van Yehoeda Hoch in Tidskrift för Schack, 1970. Niet goed is 1.Ke4? Kxa6 2.c5 Kb7 en zwart houdt stand. 1.d6! Pxd6 2.c5+! Kxa6 3.cxd6 Kb6 4.Ke4 Kc6 5.d7 Kc7! 6.Kd4! Een boeiend tempospel: 6.d8D+? Kxd8 7.Kd4 Kc8! 8.Kc4 Kd8! 9.Kb5 Kd7! met remise. 6...Kxd7 7.Kd5 Ke7 8.Kc6 Ke8 9.Kd6 Kf7 10.Kd7 Kf8 11.Ke6 Ke8 12.Kxf6 Kf8 13.Ke6 Ke8 14.f6 Kf8 15.Kd7! Kf7 16.Kd8! Kf8 17.f7! Kxf7 18.Kd7! Kf6 19.Ke8 Ke6! 20.Kf8 Kf6 21.Kg8 Kg6 22.f5+! Kxf5 23.Kxh7 Kf6 24.Kg8 en zo wint wit. 4. Van S. Didoekh, gedeelde eerste prijs Problemist Oekraine, 2008. Na 1.f8D Kh2 2.e6 f1D heeft zwart een patval. Daarom 1.f8T! f1D 2.Txf1+ Kxf1 3.Kxg3 Ke2 4.e6 Kxd2 5.e7 Kxe3 en weer zou 6.e8D? d2 7.Dd7 d1D 8.Dxd1 tot pat leiden. 6.e8T! d2 7.Td8 Ke2 8.Kxg4 d1D 9.Txd1 Kxd1 10.Kf4 Kc2 11.Kxe4 Kb2 12.Kd3 Kxa2 13.Kc2 Ka1 14.g4 Ka2 15.g5 hxg5 16.h6 g4 17.h7 g3 18.h8L! en weer zou 18.h8D? g2 19.Dd4 g1D 20.Dxg1 pat zijn. 18...g2 19.Ld4 en wit wint wel!

141


03-12-2009

14:44

Pagina 1

Wij presenteren

DE PION De ziel van het schaakspel

Hans Böhm (1950) is Nederlands bekendste schaker en internationaal meester. Hij schreef meer dan 20 boeken en is vaste medewerker van De Telegraaf. Yochanan Afek (1952) is een Israëlisch schaker en internationaal meester. Afek is naast speler ook studiecomponist, schaakjournalist en trainer.

m 41 c 50 c7

m5

y5

k8

Kijk voor meer informatie op www.tirion.nl

TIRION SPORT

TIRION SPORT

y 41

k 50

5

25

c

75

100

5

25

m

75

100

5

25

y

75

100

5

25

k

De Pion, de ziel van het schaakspel

Wij presenteren DE PION

75

100

De pion is de frontsoldaat, onopvallend, maar in zijn element kan hij ieder ander stuk domineren. De internationale schaakmeesters Hans Böhm en Yochanan Afek doen met dit boek dé openingszet voor een 6-delige serie waarin steeds één schaakstuk centraal staat. Aan de hand van de historische achtergrond, spelsituaties en probleemstellingen worden 60 thema’s – aanvallend en verdedigend – besproken. Ook worden bijzondere partijen beschreven waarin de pion de beslissende rol speelde.

Hans Böhm & Yochanan Afek

Wij Presenteren… de pion is een boek voor iedereen met een passie voor schaken!

Hans Böhm & Yochanan Afek

de pion corr:Opmaak 1

TIRION SPORT


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Inkijkexemplaar 'Wij presenteren de pion' by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu