NUR 707 ISBN 978 90 886 5337 7
Werpt al uw bekommernissen op Hem
Uit Wulfert Floors Eenvoudige oefeningen heeft de heer J. van den Brink vijf oefeningen gekozen die handelen over de ‘goedheid, macht en trouw des Heeren voor al Zijn arm en ellendig volk. Al zijn ze arm, zwak en veracht op de wereld en al volgt bij hen de ene tegenspoed op de andere, zodat ze steeds weer de traan in het oog moeten dragen, zowel door inwendige strijd als door uitwendige tegenspoed, nochtans zijn zij welgelukzalig, want de Heere is hun herder.’
Wulfert Floor
Wulfert Floor heeft in zijn dagelijks leven heel wat keren over zijn akkers gelopen, waar hij rogge of boekweit zaaide in de geploegde aarde. Zo begeerde hij van harte ook het zaad van Gods Woord in alle eenvoudigheid uit te strooien, opdat er nog vruchten met eeuwigheidswaarde uit zouden mogen voortkomen.
Wulfert Floor Werpt al uw bekommernissen op Hem
kokBObekommernissen0616.indd 1
09/06/16 16:32
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 3
Wulfert Floor
WERPT AL UW BEKOMMERNISSEN OP HEM
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 4
Derde druk 2016 © 2004 – Uitgeverij De Groot Goudriaan, Utrecht Omslagontwerp Garage BNO Opmaak binnenwerk Nyvonco ISBN 978 90 8865 337 7 NUR 707 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 5
Inhoud
De goede Herder en de gelukkige schapen − 7 Oefening over Johannes 10:11a Gods goedheid voor Zijn Israël − 18 Oefening over Psalm 73:1 Des Heeren zorg voor Zijn volk − 34 Oefening over 1 Petrus 5:7 De verkwikking der ziel − 53 Oefening over Psalm 23:3a Het heilzame geroep van een arm, behoeftig volk − 68 Oefening over Jesaja 30:19b
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 6
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 7
Verantwoording
De landbouwer Wulfert Floor leefde van 1818-1876 in de gemeente Driebergen. Naast zijn dagelijkse werkzaamheden op de boerderij was het de lust van zijn hart om het zaad van Gods Woord te strooien. Al heel jong, op 26-jarige leeftijd, hield hij zijn eerste ‘oefening’. En nadien heeft hij dit vele, vele malen mogen doen. Zowel thuis, op zijn eigen boerderij, als op vele plaatsen elders in Nederland. Wulfert Floor preekte uit zijn hoofd, maar de meeste van zijn oefeningen heeft hij wel uitgeschreven. En op aandrang van zijn vrienden heeft hij ze ook uitgegeven. Hij schrijft in het ‘Voorwoord’ bij de eerste bundel van zijn Eenvoudige Oefeningen dat hij wel overtuigd is van het gebrekkige in deze oefeningen. Maar hij begeert van harte dat het tot nut en stichting mocht zijn van alle lezers. In zijn ‘Voorwoord’ citeert hij een schrijver die het volgende zei: ‘Aan een groot gebouw arbeiden niet alleen kundige lieden, die hun ambacht uitmuntend goed verstaan, maar ook kleine jongens, om hout, steen, kalk en spijkers aan te dragen; en die allen zijn dienstbaar tot de voltooiing van het gebouw. En ook tot den opbouw van den Tabernakel des Heeren, in de dagen van Mozes, hebben de geringe lieden, zoowel als de aanzienlijke, mede gewerkt. Sommigen bragten goud of zilver of edelgesteenten, maar ook anderen slechts geringe dassenvellen of geitenhaar, en ieder was aangenaam in zijne gaven, indien slechts zijn hart welgemeend en opregt was.’ Welnu, Floor hoopte dat ‘zijn gering en gebrekkig werk eene handvol geitenhaar tot wezenlijken opbouw van den geestelijke Tabernakel des Heeren’ mocht zijn. Dan zou hij zich verblijden en
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 8
8
WULFERT FLOOR
God zou in Zijn eigen werk verheerlijkt worden. Uit de bundels Eenvoudige Oefeningen heeft de samensteller een vijftal oefeningen gezocht rond het thema: ‘Werpt al uw bekommernissen op Hem’, zoals Petrus dat in zijn eerste brief schrijft. Waar nodig zijn de spelling en interpunctie aangepast. Moge deze uitgave beantwoorden aan wat Wulfert Floor schrijft aan het eind van het ‘Voorwoord’ bij zijn eerste bundel: ‘Ik hoop, dat de Heere er Zijnen zegen over moge geven, en dat het tot nut voor de eeuwigheid zal dienen voor mijne medezondaars, die ik lief heb, en ook zoek te dienen door de liefde.’ Veenendaal
J. van den Brink
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 9
De goede Herder en de gelukkige schapen OEFENING OVER JOHANNES 10:11A
Welgelukzalig is het volk, wiens God de Heere is (Ps. 33:12). Ja, met recht mag dat volk welgelukzalig genoemd worden. Al zijn ze arm, zwak en veracht op de wereld en al volgt menigmaal bij hen de ene tegenspoed op de andere, zodat ze steeds weer de traan in het oog moeten dragen, zowel door inwendige strijd als door uitwendige tegenspoed; en al moeten zij de weelde en grootheid missen die de rijken der aarde genieten; en al moeten zij nog met zondig gebrek worstelen, zolang zij hier zijn; en al verbergt de Heere nog telkens voor hen Zijn vriendelijk aangezicht; en al bezitten zij van de volmaakte gehoorzaamheid hier nog maar een klein beginsel; nochtans zijn zij welgelukzalig, want de Heere is hun Herder (Ps. 23:1). Hij heeft hen in Christus uitverkoren van eeuwigheid, vóór de grondlegging der wereld (Ef. 1:4). Hij heeft hen door Zijn almachtige arm en alvermogen getrokken uit de duisternis en tot Zijn wonderbaar licht gebracht (Col. 1:13). Hij heeft hen vrijwillig lief en draagt in liefde al hun gebrek, dat nog tot hun smart in hen overblijft (Hos. 14:5). Hij vergeeft hun dagelijks hun ongerechtigheden, om het volmaakte zoenoffer van de Heere Jezus. Hij leidt en troost en bewaart hen op al hun wegen. En éénmaal, aan het einde van hun moeilijke strijdweg, brengt Hij hen, met al hun gelukkige reisgenoten in de hemel, in dat ware vaderland der rust, binnen. Welnu, is dat volk dan niet welgelukzalig? Is het niet een dierbaar voorrecht de Heere tot zijn deel te hebben en aan Hem oprecht verbonden te zijn? Kan alle aardse heerlijkheid tezamen daartegen wel in enige aanmerking komen? Kom, over de goedheid, macht en trouw des Heeren voor al Zijn arm en ellendig volk, hopen wij thans nader te handelen.
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 10
10
WULFERT FLOOR
Ik ben de goede Herder Joh. 10:11a A. Eerst zeg ik hier iets van de betekenis der tekstwoorden; B. Ten tweede letten wij nader op de zoete troost der waarheid, die ons hier voorkomt; C. En ten derde besluiten wij met enige toepassing. A. Wat betreft ons eerste stuk: van de betekenis der woorden behoeft maar weinig gezegd te worden. Alleen zeg ik met een paar woorden: Ten eerste, wie is de persoon, die zich hier bekend maakt met het woordje Ik? Wat wil het ten tweede zeggen, dat Hij zich een Herder noemt? En ten derde, waarom is Hij zo bij uitstek een goede Herder? Vooreerst dan, de persoon die zich hier door het woordje Ik bekend maakt, is de Heere Jezus. Die Ik, welke Zich reeds in de Raad des Vredes van eeuwigheid heeft aangeboden, om in de tijd een Redder van verloren zondaars te zijn. Die Ik, Die reeds in het paradijs beloofd werd als het gezegende en zegenende zaad der vrouw. Die éénmaal komen zou om de Satan de kop te vertreden. Die Ik, Die de blijde verwachting was van de vrome aartsvaders en op Wiens nog aan te brengen gerechtigheid een Job en Jakob en al de anderen hun hoofd gerust durfden neer te leggen op het sterfbed. Die Ik, Die aan Abraham verscheen en Die Lot uit Sodoms brand verloste; Die met Jakob worstelde in de nacht; Die Gideon Zijn Naam, als Wonderlijk bekend maakte; en Die op Horeb Zijn wetten gaf Die Ik, Die de Zoon van God was en Die ook, in de volheid des tijds, de Zoon des mensen werd, en toen bleef, hetgeen Hij was en werd, hetgeen Hij niet was, namelijk: een arme mensenzoon, ons in alles gelijk, uitgenomen de zonde. De vriendelijke Jezus, die Vriend van tollenaars en zondaars, Die niemand ooit wegstuurde, die tot Hem kwam en Zijn hulp verlangde. Die zelfs een vrouw, in overspel gegrepen, niet veroordeelde, maar weg liet gaan met dat ernstige woord: ‘Ga heen en zondig niet meer’. Die in de dood
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 11
DE GOEDE HERDER EN DE GELUKKIGE SCHAPEN
11
ging, om voor arme vloekelingen een eeuwig leven te verwerven. En Die nu nog ten goede van al de Zijnen aan Zijns Vaders rechterhand verheven is op Zijn Middelaarstroon, vanwaar Hij Kerk, wereld en hel regeert en een Voorbidder is voor allen die arm en ellendig zijn. Die Ik is het, Die zich hier bekend maakt. Ten tweede. Wat wil het zeggen, als Hij zich hier een Herder noemt? O, dat wil zeggen dat Hij geestelijk voor Zijn volk is, wat een herder in ’t natuurlijke is voor de schapen. Jacob, Mozes en David waren herders vol zorg voor ’t hun toevertrouwde vee. Herders die zich, als leidslieden van het vee, voegden naar de gang van het werk. Die ’s nachts hun vee bewaakten en geen leeuw noch beer ontzagen. Nu, zo is ook Jezus geestelijk een Herder, Die een getelde kudde schapen heeft, welke Hij duur heeft gekocht en betaald en voor welke Hij eeuwig zorgen zal. Ten derde. Waarom noemt Hij zich hier de goede Herder? Hij noemt Zich zo, in onderscheiding van de Farizeeën en Joodse wetgeleerden, die zich ook voor herders uitgaven, maar die slechte herders waren, slapende wachters en blinde leidslieden der blinden. Maar Hij is ook de goede Herder in onderscheiding van alle ware, vrome herders onder Zijn knechten, die ook wel herders zijn, maar nochtans mensen die de schapen voor het verderf niet bewaren kunnen en die zelf over hun trouweloosheid dag bij dag te klagen hebben. Zij zijn de onderherders, maar Hij is de overste Herder. Zij zijn herders die slechts kunnen aanzien wat voor ogen is, maar Hij is een Herder Die de geesten weegt en de innerlijke gesteldheid van al Zijn schapen kent. Zij zijn machtelozen, maar Hij is een almachtige Herder, tegen Wie geen wolf noch leeuw bestaan kan. Jezus is dan de goede Herder. O, dierbare troost voor alle heilzoekende zielen. Er staat geschreven: ‘Niemand is goed, dan één, namelijk God’ (Matth. 19:17). Maar hier mogen wij ook zeggen: niemand is een goede Herder, dan Een, namelijk Jezus. Jezus is de goede Herder en zalig, die een schaap van Hem mag wezen, hetzij hij arm zij of rijk. Want Jezus geeft hun het eeuwige leven en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid (Joh. 10:28).
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 12
12
WULFERT FLOOR
B. Wij gaan tot onze tweede hoofdzaak over, om nader te letten op de zoete troost der waarheid die ons hier voorkomt. Wij beschouwen dan Jezus nader als de goede Herder, 1. omdat Hij Zijn leven gaf voor Zijn schapen; 2. omdat Hij hen opzoekt in de woestijn der wereld; 3. omdat Hij hen van voedsel voorziet; 4. omdat Hij hun krankheid geneest; 5. omdat Hij ze almachtig bewaart en 6. omdat Hij ze allen in de stal brengt. Vooreerst zei ik dat Jezus de goede Herder is, omdat Hij Zijn leven voor de schapen gegeven heeft. Van David lezen wij (1 Sam. 17:34 en 35), dat hij zijn leven waagde voor de schapen om die te redden uit de muil van een leeuw en een beer, die David bij de baard greep. En zo redde hij de schapen en verscheurde de leeuw en de beer. Maar, o zie: méér dan David is hier! Deze goede Herder heeft Zijn leven niet gewaagd, maar gegéven voor Zijn schapen om ze langs die weg te rukken uit de muil en klauw van de helse leeuw en beer. Hij heeft Zijn ziel gegeven tot een rantsoen voor velen (Matth. 20:28). Hij heeft Zijn gemeente verkregen door Zijn eigen bloed (Hand. 20:28). O! beschouw toch de goede Herder, Die vol bloed aan het kruis hing en daar de geest gaf en stierf voor Zijn schapen. Hij gaf Zijn ziel voor hun zielen en Zijn leven om hen eeuwig in het leven te behouden. Wat dunkt u, mag zo’n Herder, Die toch Zijn ellendige schapen niet nodig had, maar Die uit enkel liefde gestorven is, mag Die niet zeggen: ‘Ik ben de goede Herder’? Ten tweede. Jezus is de goede Herder, omdat Hij al die door Zijn dood vrijgekochte schapen opzoekt, als zij nog dwalen in de woestijn der wereld, ‘Heilige Vader!’ zei Jezus. ‘Zij waren Uwe; maar Gij hebt Mij dezelven gegeven’ (Joh. 17:6). Welnu, al die gegevenen des Vaders aan de Zoon zijn dwalende zondaren, gelijk al de anderen. Zij moeten bij Goddelijke ontdekking zeggen: Wij dwaalden allen als schapen, en wij keerden ons een iegelijk naar zijnen weg (Jes. 53:6). Geen eigenschappen van een schaap bezaten zij dan alleen deze, dat een schaap, gelijk ook zij, een dom en dwaalziek dier is.
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 13
DE GOEDE HERDER EN DE GELUKKIGE SCHAPEN
13
Zij dan, die nu kunnen zeggen: De Heere heeft ons gemaakt tot schapen Zijner weide (Ps. 100:3), zij dwaalden in hun treurig eertijds in de woestijn dezer wereld. En zij zouden nooit naar Jezus gezocht of gevraagd hebben, hetzij zij min of meer roekeloos of zedig waren, zij dienden toch de wereld of zochten hun heil in een hoogmoedige weg van wettige eigengerechtigheid en keerden de Heere hun verharde nek toe. Maar wat deed de goede Herder? Hij zegt immers: ‘Het verlorene zal Ik zoeken’ (Ezech. 34:16). Welnu, zo deed Hij ook. Hij zocht hen. Hij greep hen. Hij bekeerde hen. Hij redde hen uit de muil en klauw van de helse leeuw en wolf. Hij redde hen als een brandhout uit het vuur en deed hen met Hagar uitroepen: ‘Gij, God des aanziens, heb ik hier ook gezien naar Dien, Die mij aanziet’ (Gen. 16:13). En hóe deed de goede Herder dit? Wel, Hij bracht de middelen tot de zondaar of de zondaar tot de middelen. Hij arbeidde daarmee met Zijn goede Geest in het hart, zodat de zondaar gevoel en gezicht kreeg van zijn ellende en een arme bidder en zoeker werd van de algenoegzame God. Die zondaar leerde de keus te doen om aan de Heere hand en hart te geven, Hem eeuwig te dienen en Zijn volk en Woord lief te hebben. Och ja! als de goede Herder zo Zijn verdwaalde schapen uit de woestijn der wereld zoekt, dan beginnen zij ook Hem te zoeken, als de enige grond, bron en oorzaak van zaligheid. Dan zijn zij zo welmenend en hartelijk en willen zo graag met de hand schrijven: ‘Ik ben voor eeuwig des Heeren’ (Jes. 44:5). Van de Israëlitische dienstknechten lezen wij dat, als zij genegen waren om gaarne voor altijd bij hun heer te blijven, dat zij dan aan de post der deur hun oor moesten laten doorboren. En dat was dan een teken dat zij zich voor eeuwig aan hun heer verbonden hadden (Exod. 21:6). Maar o! hoe gewillig is dan zulk een Israëliet om zijn oor aan de deurpost te brengen en zich (onvoorwaardelijk) voor eeuwig aan Jezus te verbinden. Nu dan, als Jezus zo veel goeds geeft aan een zondig Adamskind, is Hij dan niet een goede Herder? Ten derde. Jezus is een goede Herder, omdat Hij al Zijn schapen, elk naar zijn behoeften, van voedsel voorziet. Zij allen hebben da-
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 14
14
WULFERT FLOOR
gelijks nodig dat hun hart gesterkt wordt door genade (Hebr. 13:9). En nu, daar laat de goede Herder het ook niet aan ontbreken. ‘Hij zal staan en weiden in de kracht des Heeren’, zei Micha (hfdst. 5:3). Zijn Woord, gepaard met zielvoedende genade, is menigmaal de zoete spijs voor de schapen, waarvan zij met Hizkia zeggen: ‘Bij deze dingen leeft men, en in alle deze is het leven mijns geestes’ (Jes. 38:16). O! die schapen, zij zullen op de wegen weiden en op alle hoge plaatsen zal hun weide wezen (Jes. 49:9). Nu is het wel waar, dat sommige schapen van deze Herder wel eens voor een tijd op de hongerweide gebracht worden en wel eens klagen over geestelijke dorheid en magerheid. Maar dan wordt ook op ’s Heeren tijd die belofte wel eens weer vervuld dat de Heere de vermoeide zielen dronken maakt en de hongerige zielen verzadigt (Jer. 31:25). In elk geval, Jezus zorgt dat Zijn schapen nimmer van honger omkomen, maar genoeg voedsel krijgen om de weg uit te lopen. En dat alles onverdiend, uit enkel genade! Wat zegt u, is Jezus dan niet een goede Herder? Ten vierde. Jezus is een goede Herder, omdat Hij Zijn schapen geneest, als zij verwond of ziek zijn. David roemde de goedheid des Heeren en zei: ‘Loof den Heere, mijn ziel, die al uw krankheden geneest’ (Ps. 103:3). Let wel, al uw krankheden. O, de krankheden en wonden van des Heeren volk zijn zo menigvuldig. Menigmaal lopen zij zo voorbarig zelf in de strijd en worden door eigen schuld gewond en moeten dan alweer met David bidden: ‘O Heere, genees mijn ziel; want ik heb tegen U gezondigd’ (Ps. 41:5). Maar ook op deze bede geneest de Herder Zijn schapen en geeft weer vreugde en blijdschap aan ’t gemoed Zijner gunstgenoten. En is Hij dan niet een goede Herder? Ten vijfde. Jezus is een goede Herder voor al Zijn schapen, omdat Hij ze almachtig bewaart. O, meen niet dat ze anders in de hemel zouden komen. Want zij zijn met recht ellendige schapen, zoals zij genoemd worden (Zach. 11:7). Ellendige schapen, die van nature het om- en afzwerven liefhebben. Die met hun wol zo menigmaal aan de wereld kleven en zo weinig achting en liefde voor hun Her-
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 15
DE GOEDE HERDER EN DE GELUKKIGE SCHAPEN
15
der hebben. Die de zaden van alle boosheid nog zo in hun hart omdragen en die nog zo bloot staan voor het vallen in allerlei zonde. Ja, mag en moet ik niet zeggen dat zij, door inwonende zonde, geheel zouden afvallen, als zij niet door een Hand van Boven ondersteund werden? Hier komt dan nog bij dat de helse wolf, met al zijn list en geweld, deze schapen van Jezus dagelijks omringt en aanvalt, en dat de wereld mede een van hun doodsvijanden uitmaakt. En dan bevindt zich het schaap van Jezus menigmaal zo zwak en zo ellendig, dat het in deze strijd, tegen drie zulke sterke doodsvijanden, geen wapen vindt om de strijd af te keren. Ja, het schaap is allermeest een ellendig schaap, als het geen tegenweer kan doen met het gebed, en wel eens zo biddeloos en krachteloos en gevoelloos bij de pakken neerzakt en dan wel eens vreest van nog weer geheel af te vallen en erger te worden dan ooit tevoren. De Bijbel is hem dan in zulke tijden van ellende wel eens als de tuin van een vreemde heer, zegt een oud schrijver, ‘waarin hij edele vruchten van beloften ziet, maar hij kan ze niet als zijn eigendom beschouwen’. Zijn gebed wil niet omhoog, maar daalt weer omlaag als rook bij mistig weer. Ook geschiedt dit niet weinig met zwaarmoedigheid en tegenzin, zodat hij naar zijn bidvertrek gesleept wordt als een slaaf en weer wegsluipt als een dief. Intussen woelen de zonden, tot zijn leedwezen, niet weinig in zijn hart, en hij gevoelt zich rondom in een verwarde en jammerlijke toestand. Ja, hij staat, in zichzelf aangemerkt, op het punt van wanhoop, op de rand van afval, maar Jezus versterkt Zijn erfenis, als zij mat geworden is (Ps. 68:10). Niemand zal Zijn schapen uit Zijn hand rukken (Joh. 10:28). Hij bewaart hen allen tezamen, dat zij niet weer van Hem afvallen en verloren gaan. Hij blaast het kleine vonkje leven door Zijn Geest weer aan en zorgt dat zij allen tezamen volstandig zullen blijven tot het einde toe. Ja, Jezus is een trouwe Herder, een Bewaarder Israëls, Die nooit sluimert noch slaapt, maar al Zijn volk almachtig bewaart. Ten zesde. Jezus is een goede Herder, omdat Hij al Zijn schapen éénmaal zal inbrengen in de hemelse stal. Hier zoekt Hij hen op.
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 16
16
WULFERT FLOOR
Hier leert, leidt en troost Hij hen. Hier verdraagt Hij lankmoedig al hun gebreken. Hier heeft Hij ze lief tot het einde toe. En éénmaal, als zij hier de Raad Gods hebben uitgediend, dan brengt Hij hen allen tezamen in de hemelse stal. O, zalige vergadering! Dáár zullen alle vrienden binnen en alle vijanden eeuwig buiten zijn. Dáár zullen zij niet meer treuren noch hongeren, noch dorsten, noch zondigen, maar eeuwig God kennen, dienen en genieten op de volmaaktste wijze. Dáár zal de wolf niet meer woelen en geen zonde noch droefheid gekend worden. Dáár zal het rust en vreugde zijn zonder einde. En dit zal niet alleen het voorrecht zijn van de voornaamsten onder Jezus’ schapen, maar ook van de allerkleinsten, allerzwaksten en ellendigsten. Geen klauw zal er achter blijven, maar allen tezamen zullen zij ingaan in de rust die er overblijft voor het volk van God (Hebr. 4:9).
TOEPASSING Wat zegt u nu, is Jezus niet in waarheid de goede Herder? En de schapen van die Herder, zijn ze niet gelukkig? Zegt u niet met mij, dat het beter is nooit een mens geweest te zijn, dan te sterven zonder een schaap van Jezus geworden te zijn? Is niet alle rijkdom en grootheid, zonder waarachtige bekering, slechts blinkende ijdelheid? Zou u wel gelukkig genoemd kunnen worden in het bezit van de gehele wereld, als u dan moest sterven, zonder een schaap van deze Herder te zijn? Of bent u wellicht iemand die met de geestelijke armoede, treurigheid, strijd en klachten van Jezus’ arme schapen durft te spotten? En zegt u: Ik wil onder dat verachte volk niet zijn en acht al hun bevindingen slechts voor dweperij, en hun ernst en ijver voor geveinsdheid, en hun hoop voor bedrog en inbeelding? Maar, o mens! al bent u iemand die men de titel geeft van hoogwelgeboren heer; al bezit u schatten van goud en zilver; al zou Paulus u genoemd hebben: machtigste Felix (Hand. 24:3), of machtigste
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 17
DE GOEDE HERDER EN DE GELUKKIGE SCHAPEN
17
Festus (Hand. 26:25), ik bid u, spot niet met het arme volk van God. Veracht en versmaad hun Koning en Herder niet. Want dit zult u op uw sterfbed, in het gezicht der ontzaglijke eeuwigheid, niet kunnen volhouden, als uw arme ziel gereed zal staan om de vensters van uw lemen hut uit te vliegen en met God te doen te krijgen. O, terwijl ik dit schrijf, denk ik aan een brief van een aanzienlijk heer, op zijn sterfbed geschreven aan een zijner vrienden, die ik onlangs gelezen heb en die ongeveer van de volgende inhoud was: ‘Mijn Heer en waarde Vriend! Eer u deze brief ontvangt, ben ik reeds in de eeuwigheid. Terwijl u bezig zult zijn met het lezen van deze letters, sta ik misschien voor de rechterstoel van de grote Rechter om mijn eeuwig vonnis te ontvangen. Maar ik kan u onmogelijk de angst en de benauwdheid beschrijven, waarmee ik mijn naderend einde tegemoet ga. Ach! met welk een jammer moet ik er nu aan denken, dat wij samen de duivel gediend en de ijdele gezelschappen der zonden hebben bijgewoond. Ik was een man van grote rijkdom en met aanzienlijke eretitels. Maar ach! wat baat het mij nu dat ik langs een zeer aanzienlijke weg naar de eeuwigheid gereisd heb. Had ik slechts gras gegeten met de ossen of als een vogel in het bos gezongen, dan had ik een beter doel bereikt dan nu. Nu lig ik hier in mijn aanzienlijk paleis, op het zachte dons van mijn bed, als een worm te kruipen en te zwoegen onder de angst der eeuwigheid. Mijn grijze vader die reeds gebogen gaat onder de last zijner jaren, staat wenend voor mijn bed. Mijn beminde echtgenote is overstelpt van droefheid. Mijn dienstboden en geneesheren zouden mij gaarne hulp bewijzen, en al mijn vrienden zijn bewogen met mijn lot. Maar ach, wie hunner kan mij nu redden?! Wie kan voor mij in de groeve der vertering neerdalen?! Wie kan mij nu vrij maken voor de grote Rechter?! Mijn tijd is voorbij en ik moet nu naar een donkere eeuwigheid!!’ Tot zover deze vreselijke brief. Medezondaar! arm of rijk, leer er uit dat zorgeloosheid de kortste weg naar de hel is. Dat bidden en strijden en het kiezen van de
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 18
18
WULFERT FLOOR
dienst des Heeren noodzakelijke dingen zijn. Dat u stervende een schaap van de goede Herder moet zijn of anders eeuwig verloren gaat. Ach! dat u, die nog van het geestelijke leven vervreemd zijt, eens mocht bekommerd worden vanwege uw zonden. En dat Jezus u nog noodzakelijk en dierbaar mocht worden, eer u zult worden opgeroepen naar de eeuwigheid. Wij allen tezamen zullen de eigenschappen van die geestelijke schapen bij aanvang of voortgang moeten leren kennen, namelijk dat schuilen bij de Herder en dat pleiten op Zijn bloed en wonden met al onze onverbeterlijke zondenschuld. Dat hunkeren bij Jezus om zielevoedsel, dat gaarne leven en verkeren, handelen en wandelen als een recht schaap van Jezus’ stal. Dat gaarne verkeren en omgaan met Jezus’ schapen, al zijn ze ook arm en veracht naar de wereld. Ook dat dagelijks hartelijk belijdenis doen, dat wij als schapen dwaalziek en machteloos zijn en dus Jezus tot iedere daad nodig hebben om te verkeren als een licht in een krom en verdraaid geslacht. O! het is groot als een mens zijn schuld en onbekwaamheid in alles leert kennen! Als het maar die uitwerking heeft, dat het hem een weg des gebeds wordt, om met David te zeggen: ‘Mijn oog is geduriglijk op de Heere’ (Ps. 25:15). ‘Ik heb de Heere al mijn wegen verteld’ (Ps. 119:26). ’t Is groot als wij maar gering over alle eigen bekwaamheid oordelen, en al schuilende bij de goede Herder onze dagen doorbrengen, want Hij heeft geen lust aan ’s mensen krachten, Aan hen, die daaruit heil verwachten. De macht van ’t paard en ’s mans vermogen Zijn beide nietig in Zijn ogen; Aan die vertrouwen op hun benen Wil hij geen gunst of hulp verlenen. (Ps. 147:5) En de Heere heeft Zich laten overblijven een ellendig en arm volk, dat op de Naam des Heeren vertrouwt (Zef. 3:12). Hebt u nu iets
Werpt al uw bekommernis op Hem-corr._Kok 16-06-16 10:12 Pagina 19
DE GOEDE HERDER EN DE GELUKKIGE SCHAPEN
19
van de eigenschappen van Jezus’ schapen? Verblijd er u over en zoek bij Jezus meer te krijgen en dagelijks uit Zijn onuitputtelijke volheid te putten. Terwijl u dit tot moedgeving moge verstrekken dat zij niet beschaamd zullen worden die de Heere verwachten (Jes. 49:23). Kent u er iets van? Ach, mocht u dan nog eens verlegen met uzelf en verlegen om Jezus worden. En dat u nog in belijdenis van schuld en onmacht als redde- en radeloos tot Hem mocht leren vluchten, eer het voor eeuwig te laat is. Tenslotte, gij, die u onder de schapen of lammeren van deze goede Herder durft rekenen: Vooreerst: Prijs overal de goedheid van de Herder en geef een goed getuigenis van Zijn dienst, opdat uw naasten er toe uitgelokt mogen worden om ook daarvan de proef te nemen. Ten tweede: Och! houd u dicht achter die Herder; schuil dagelijks met uw schuld bij Hem en zoek voortdurend een lage dunk van uzelf te hebben en te behouden. Ten derde: Verheug u in Zijn trouw, macht en goedheid, door u zo menigmaal op de levensweg ondervonden. Verheug u in het tegemoet zien van die grote verzameling van al de schapen in de hemelse stal, waar u eeuwig genieten zult, hetgeen u hier verlangt, en bezitten zult, waar u hier naar jaagt. ’t Hijgend hert, der jacht ontkomen, Schreeuwt niet sterker naar ’t genot Van de frisse waterstromen, Dan mijn ziel verlangt naar God. Ja, mijn ziel dorst naar de Heer’. God des levens, ach, wanneer Zal ik naad’ren voor Uw ogen’ In Uw huis Uw naam verhogen? (Ps. 42:1)
NUR 707 ISBN 978 90 886 5337 7
Werpt al uw bekommernissen op Hem
Uit Wulfert Floors Eenvoudige oefeningen heeft de heer J. van den Brink vijf oefeningen gekozen die handelen over de ‘goedheid, macht en trouw des Heeren voor al Zijn arm en ellendig volk. Al zijn ze arm, zwak en veracht op de wereld en al volgt bij hen de ene tegenspoed op de andere, zodat ze steeds weer de traan in het oog moeten dragen, zowel door inwendige strijd als door uitwendige tegenspoed, nochtans zijn zij welgelukzalig, want de Heere is hun herder.’
Wulfert Floor
Wulfert Floor heeft in zijn dagelijks leven heel wat keren over zijn akkers gelopen, waar hij rogge of boekweit zaaide in de geploegde aarde. Zo begeerde hij van harte ook het zaad van Gods Woord in alle eenvoudigheid uit te strooien, opdat er nog vruchten met eeuwigheidswaarde uit zouden mogen voortkomen.
Wulfert Floor Werpt al uw bekommernissen op Hem
kokBObekommernissen0616.indd 1
09/06/16 16:32