liz
Snoop-id: anon101 Luistert naar: James Blunt / You’re Beautiful Snoopers: 0 Snoop-volgers: 0 In de minibus vanaf het vliegveld van Genève houd ik mijn oordopjes in mijn oren. Ik negeer Tophers hoopvolle blikken en Eva, die over haar schouder naar me kijkt. Het helpt op een of andere manier. Het helpt om de stemmen in mijn hoofd buiten te sluiten, hún stemmen, die me heen en weer trekken, me met hun loyaliteit en hun argumenten alle kanten op slingeren. In plaats daarvan laat ik ze door James Blunt overstemmen, die me steeds weer opnieuw vertelt dat ik mooi ben. Ik wil lachen om de ironie van die woorden, maar doe het niet. De leugen heeft iets troostends. Het is acht voor twee ’s middags. Buiten het busraam is de lucht staalgrijs en de sneeuwvlokken wervelen hypnotiserend voorbij. Het is vreemd. De sneeuw op de grond is spierwit, maar als ze valt ziet ze er grijs uit tegen de lucht. Het zou net zo goed as kunnen zijn. Nu beginnen we te klimmen. De sneeuw wordt dichter naarmate we hoger komen en smelt niet meer wanneer ze het raam raakt, maar blijft liggen en glijdt over het glas, totdat de ruitenwissers de vlokken opzijschuiven en veranderen in stroompjes smeltwater die horizontaal over de ruit lopen. Ik hoop dat de bus sneeuwbanden heeft. De chauffeur schakelt naar een andere versnelling; we naderen 15
nog een haarspeldbocht. Terwijl de bus de smalle bocht neemt, lijkt de grond te verdwijnen en heb ik even het gevoel dat we vallen – een plotselinge duizeligheid waarbij mijn maag begint te draaien en mijn hoofd tolt. Ik sluit mijn ogen, verdring alles en verlies mezelf in de muziek. Dan stopt het nummer. En ik ben alleen, met slechts één stem in mijn hoofd die zich niet laat verdringen. Het is mijn eigen stem. En die fluistert de vraag die ik mezelf al stel sinds het vliegtuig opsteeg van de startbaan op Gatwick. Waarom ben ik gekomen? Waaróm? Maar ik weet het antwoord. Ik ben gekomen omdat ik het me niet kon veroorloven dat niet te doen.
16
erin
Snoop-id: n.v.t. Luistert naar: n.v.t. Snoop-volgers: n.v.t. Het sneeuwt nog steeds, dikke witte vlokken dwarrelen lui naar beneden om zachtjes op de pieken, pistes en valleien van St. Antoine neer te dalen. Er is de afgelopen weken drie meter gevallen en er is meer voorspeld. Een sneeuwpocalyps, noemde Danny het. Sneeuwmaggedon. De skiliften zijn gesloten, weer geopend en weer gesloten. Op dit moment zijn bijna alle liften in het skioord gesloten, maar het trouwe kabeltreintje dat naar ons gehucht leidt tjoekt nog steeds voort. Het traject heeft een glazen overkapping, dus zelfs de zwaarste sneeuwval heeft er geen invloed op. De sneeuw ligt gewoon als een deken over de tunnel in plaats van de rails te blokkeren. En dat is goed, want in de zeldzame gevallen dat het treintje wel stopt zijn we helemaal afgesneden van de buitenwereld. Er leidt geen weg naar St. Antoine 2000, in elk geval niet in de winter. Alles, van de gasten in het chalet tot en met het eten voor het ontbijt, de lunch en het diner, moet via de kabelspoorbaan komen. Tenzij je het geld hebt voor een helikoptertransfer (wat, geloof me, niet ongehoord is in deze contreien). Maar de helikopters vliegen niet onder slechte weersomstandigheden. Als er een sneeuwstorm komt, blijven ze veilig in het dal staan. Het geeft me een vreemd gevoel als ik er te veel aan denk, een soort claustrofobie die haaks staat op de weidse vergezichten vanuit het chalet. Het komt niet alleen door de sneeuw, het komt 17
ook door alle herinneringen die als een molensteen om mijn nek hangen. Als ik langer dan een minuut of twee stop met poetsen duiken de beelden ongevraagd op voor mijn geestesoog – gevoelloze vingers die door de samengepakte sneeuw krabbelen, de glans van de zonsondergang op blauwe huid, de glinstering van berijpte wimpers. Gelukkig heb ik vandaag geen tijd om te stoppen. Het is al één uur geweest en ik ben nog bezig met de een na laatste slaapkamer wanneer ik het galmende geluid van de gong van beneden hoor. Het is Danny. Hij roept mijn naam, en dan iets wat ik niet goed kan verstaan. ‘Wat?’ roep ik, en hij roept nog eens. Deze keer is zijn stem duidelijker. Hij staat nu vast onder aan de trap. ‘Ik zéí: het eten is klaar. Pastinaaksoep met truffel. Dus zet je luie gat in beweging en kom naar beneden.’ ‘Ja, chef,’ roep ik spottend terug. Ik dump snel de inhoud van de pedaalemmer in de badkamer in mijn zwarte vuilniszak, verwissel de pedaalemmerzak en ga dan via de wenteltrap naar beneden naar de lobby, waar de heerlijke geur van Danny’s soep en de klanken van ‘Venus in Furs’ me vanuit de keuken tegemoetkomen. Zaterdag is zowel de beste als de slechtste dag van de week. De beste, want het is wisseldag. Er zijn geen gasten; Danny en ik hebben het chalet voor onszelf. We zijn vrij om te luieren in het zwembad, te stomen in de hottub buiten en de muziek te draaien die we leuk vinden op het volume dat we willen. En de slechtste, want het is wisseldag, wat betekent dat er negen tweepersoonsbedden moeten worden verschoond, negen badkamers schoongemaakt (elf, als je de toiletruimte beneden en de doucheruimte bij het zwembad meetelt), achttien skikasten geveegd en gestofzuigd, om nog maar te zwijgen van de woonkamer, de eetkamer, de werkkamer, de kleine zitkamer en de rookruimte buiten, waar ik alle smerige peuken moet oprapen die de rokers altijd op de grond gooien, ondanks de goed zichtbare bakken en emmers. Gelukkig zorgt Danny voor de keuken, al heeft hij zijn eigen to-dolijst. Zaterdagavond wordt er altijd een groot diner gehouden. Je moet voor de nieuwe gasten een show opvoeren, weet je wel. Nu zitten we samen aan de grote eettafel, en ik lees de infor18
matie door die Kate vanmorgen heeft gemaild terwijl ik Danny’s soep naar mijn mond lepel. Die is zoet en aards, met krokante schaafsels erin – in truffelolie geroosterde pastinaak, als ik het goed heb. ‘Deze soep is echt lekker,’ zeg ik. Ik weet precies wat ik moet zeggen. Danny rolt met zijn ogen, alsof hij wil zeggen: ja, duh. Als Danny één ding niet is, is het bescheiden. Maar hij is een geweldige kok. ‘Denk je dat de gasten hem lekker zullen vinden?’ Hij vist natuurlijk naar meer complimenten, en dat kan ik hem niet kwalijk nemen. Danny is een schaamteloze diva als het om zijn kookkunst gaat, en zoals elke artiest geniet hij van waardering. ‘Dat weet ik wel zeker. Hij is heerlijk, echt verwarmend en... eh... complex.’ Ik tracht de bijzondere, hartige smaak onder woorden te brengen die de soep zo lekker maakt. Danny houdt van bijzondere complimenten. ‘Als de herfst in een kom. Wat maak je nog meer?’ ‘Ik heb amuse-bouches.’ Danny vinkt de gerechten op zijn vingers af. ‘Dan de soep met truffel als voorgerecht. Daarna reebout voor de vleeseters en paddenstoelenravioli voor de vegetariërs. Dan crème brûlée als dessert, en ten slotte de kaas.’ De crème brûlée, Danny’s succesnummer, is om je vingers bij af te likken. Ik heb gasten letterlijk slaags zien raken om de laatste portie. ‘Klinkt perfect,’ zeg ik bemoedigend. ‘Zolang er deze keer maar geen stiekeme veganisten tussen zitten,’ zegt hij humeurig. Hij is nog steeds niet bekomen van vorige week, toen een van de gasten niet alleen veganist bleek te zijn, maar ook nog glutenintolerant. Volgens mij heeft hij het Kate nog steeds niet vergeven. ‘Kate was echt heel duidelijk,’ zeg ik om hem te overtuigen. ‘Eén lactose-intolerant, één op een glutenvrij dieet, drie vegetariërs. Geen veganisten. Dat is het.’ ‘Vast niet,’ zegt Danny, nog genietend van zijn martelaarschap. ‘Een van hen wil vast koolhydraatarm eten of zoiets. Of er zijn fruitariërs bij. Of ademhalisten.’ ‘Nou, als ze ademhalist zijn zullen ze jou toch niet lastigvallen?’ zeg ik op redelijke toon. ‘Hier hebben ze alle lucht die ze maar willen.’ 19
Ik gebaar met een arm naar het grote raam dat de zuidkant van de kamer domineert. Het kijkt uit over de toppen en bergkammen van de Alpen, een panorama dat zo adembenemend is dat ik, ook al woon ik hier nu, soms nog steeds plotseling blijf staan om te kijken, en dan stokt mijn adem in mijn keel van zoveel schoonheid. Vandaag is het zicht slecht, hangen de wolken laag en zit er te veel sneeuw in de lucht. Maar op een goede dag kun je bijna helemaal tot aan het Meer van Genève kijken. Achter ons, ten noordoosten van het chalet, rijst de Dame Blanche op, de berg met de hoogste top van de St. Antoine-vallei, die alles overschaduwt. ‘Lees de namen voor,’ zegt Danny met zijn mond vol soep. Zijn accent is puur Zuid-Londens, hoewel ik weet dat hij eigenlijk in Portsmouth is opgegroeid. Ik ben er nooit helemaal zeker van wat er allemaal bij de act hoort die hij opvoert. Danny is een performer, en hoe beter ik hem leer kennen, hoe meer ik gefascineerd raak door de gecompliceerde mix van identiteiten die zich onder het oppervlak bevinden. De brutale cockney die hij voor de gasten speelt is er maar één van. Op avonden uit in St. Antoine heb ik hem van een in alle opzichten perfecte Guy Ritchie zien omslaan in een uiterst flamboyante RuPaul, en dat alles in een tijdsbestek van vijf minuten. Maar wie ben ik om hem de maat te nemen. Ik voer mijn eigen act op. Dat doen we toch allemaal tot op zekere hoogte? Dat is een van de geneugten van verblijven op een plek als deze, waar iedereen op doorreis is. Je krijgt een nieuwe start. ‘Ik moet het deze keer goed doen,’ zegt hij, mijn gedachten onderbrekend. Hij maalt wat verse zwarte peper over zijn soep, proeft ervan en kijkt goedkeurend. ‘Ik kan me niet nog een Madeleine veroorloven. Dan maakt Kate gehakt van me.’ Kate is de regiovertegenwoordiger, verantwoordelijk voor de coördinatie van alle boekingen en de logistiek van alle zes de chalets van het bedrijf. Ze wil dat we de klanten vanaf dag één bij naam begroeten. Dat onderscheidt ons van de grote ketenexploitanten, zegt ze. De persoonlijke benadering. Alleen is het moeilijker dan het lijkt om dat week in, week uit te doen. Vorige week sloot Danny vriendschap met een vrouw die Madeleine heette, maar toen de feedbackformulieren binnenkwamen, bleek 20
er geen Madeleine in de groep te zitten. Niet eens een vrouw met een naam die begon met een M. Hij heeft nog steeds geen idee met wie hij de hele week heeft gepraat. Ik laat mijn vinger omlaagglijden over de lijst die Kate gisteravond heeft doorgestuurd. ‘Deze keer is het een bedrijfsgezelschap. Van een techbedrijf genaamd Snoop. Negen mensen, allemaal in aparte kamers. Eva van den Berg, medeoprichter. Topher St Clair-Bridges, medeoprichter. Rik Adeyemi, hoofd centen. Elliot Cross, hoofdnerd.’ Danny proest zijn soep door zijn neus naar buiten, maar ik ga door. ‘Miranda Khan, vriendentsarina. Inigo Ryder, Tophers baas. Ani Cresswell, hoofd Eva-temmer. Tiger-Blue Esposito, hoofd chillen. Carl Foster, rechtenman.’ Tegen de tijd dat ik klaar ben huilt Danny van het lachen en heeft hij zich verslikt in zijn soep. ‘Staat dat er echt?’ lukt het hem tussen het hoesten door uit te brengen. ‘Hoofd centen? Tiger-en-nog-wat? Ik had niet gedacht dat Kate gevoel voor humor had. Waar is de echte lijst?’ ‘Dit is de echte lijst,’ zeg ik, en ik probeer niet te lachen om Danny’s vertrokken gezicht, dat glimt van de tranen. ‘Pak een servet.’ ‘Wat? Hou je me nou voor de gek?’ zegt hij nog nahijgend. Dan leunt hij achterover en wuift hij zichzelf lucht toe. ‘Nee, dat neem ik terug. Zo’n bedrijf is Snoop wel.’ ‘Heb je van ze gehoord?’ Dat verbaast me. Normaal gesproken is Danny niet zo op de hoogte van dat soort dingen. We krijgen hier allerlei types over de vloer, veel privégroepen, zo nu en dan een bruiloft of een huwelijksjubileum, maar ook een verrassend aantal bedrijfsuitjes – ik denk dat het prijskaartje makkelijker te slikken is als je bedrijf betaalt. Er zitten veel advocatenkantoren, hedgefondsen en Fortune 500-bedrijven tussen. Dit is de eerste keer dat Danny van een van de bedrijven heeft gehoord en ik niet. ‘Wat doen ze?’ ‘Snoop?’ Nu is het Danny’s beurt om verbaasd te kijken. ‘Heb je soms onder een steen geleefd, Erin?’ ‘Nee, ik ben gewoon... Ik heb nog nooit van ze gehoord. Is het een mediabedrijf?’ Ik weet niet waarom ik daarvoor kies. De media lijken me het soort bedrijfstak waar een Tiger-Blue Esposito zou kunnen werken. 21
‘Nee, ze zijn een app.’ Danny kijkt me wantrouwig aan. ‘Heb je er echt nog nooit van gehoord? Je weet wel, Snoop, de muziekapp. Daarmee kun je... nou ja, mensen bespieden. Dat is het wel zo’n beetje.’ ‘Ik heb letterlijk geen idee waar je het over hebt.’ ‘Snoop, Erin,’ zegt Danny, bitser deze keer, alsof hij verwacht dat ik mezelf elk moment tegen mijn voorhoofd zal slaan en o, díé Snoop! zal uitroepen. Hij haalt zijn telefoon tevoorschijn en scrolt naar een app die eruitziet als twee ogen tegen een felroze achtergrond. Of misschien twee tandwieltjes, dat is moeilijk te zien op het logo. Hij tikt erop, en het scherm wordt felroze, dan zwart, met Snoop. Real people, real time, real loud in fuchsiaroze letters. Deze keer zijn de twee O’s in de naam de wieltjes van een cassettebandje. ‘Je verbindt hem met je Spotify-account of wat dan ook,’ legt Danny uit terwijl hij door de menu’s scrolt, alsof lijsten met willekeurige celebrity’s alles duidelijk maken. ‘En dan kunnen anderen zien waar je naar luistert.’ ‘Waarom zou je dat willen?’ vraag ik, niet-begrijpend. ‘Voor wat hoort wat, hè?’ zegt Danny. Hij klinkt ongeduldig. ‘Het hele idee is dat niemand naar jou wil luisteren, maar jij naar andere mensen kunt luisteren wanneer je de app gebruikt. Bij Snoop noemen ze het “voyeurisme voor je oren”.’ ‘Dus... ik kan zien waarnaar... ik weet niet... Beyoncé luistert? Als ze erbij zou zitten.’ ‘Ja. En Madonna. En Jay-Z. En Justin Bieber. En wie dan ook. Celebrity’s zijn er dol op. Het is het nieuwe Instagram. Je kunt een connectie aangaan, weet je wel? Maar dan zonder te veel informatie weg te geven.’ Langzaam knik ik. Ik zie eigenlijk wel wat daar aantrekkelijk aan is. ‘Dus het zijn in feite de playlists van beroemde mensen?’ ‘Geen playlists,’ zegt Danny. ‘Want het hele idee is dat het realtime is. Je krijgt te horen waar ze op dat moment naar luisteren.’ ‘En als ze slapen?’ ‘Dan krijg je niets. Ze verschijnen niet in de zoekbalk als ze niet online zijn en niet ergens naar luisteren. En als je iemand 22
bespiedt en ze stoppen met luisteren, stopt hun feed en krijg je de optie om doorgeleid te worden naar iemand anders.’ ‘Dus als je iemand bespiedt en ze zetten een nummer op pauze om de telefoon te beantwoorden...’ Danny knikt. ‘Ja, dan wordt de feed gewoon afgebroken.’ ‘Dat is echt een bar slecht idee.’ Hij lacht en schudt zijn hoofd. ‘Nee, je snapt het niet. Het hele punt is...’ Hij stopt en probeert iets onder woorden te brengen wat niet in woorden te vatten is. ‘Het hele idee is de connectie. Je luistert naar hetzelfde nummer op hetzelfde moment als zij, maat voor maat. Je weet dat Lady Gaga naar precies hetzelfde als jij luistert, waar ter wereld ze ook is. Het is alsof...’ Ineens krijgt hij inspiratie en zijn gezicht licht op. ‘Het is als, je weet wel, als je voor het eerst met iemand uitgaat en je deelt een oortelefoon, met het ene oortje in zijn of haar oor en het andere in het jouwe?’ Ik knik. ‘Nou, zo is het. Lady Gaga en jij delen haar oortelefoon. Het maakt echt impact. Wanneer je in je bed ligt en ze stoppen met luisteren, dan weet je dat ze waarschijnlijk ergens precies hetzelfde doen als jij, zich omdraaien, in slaap vallen... Het is nogal intiem, weet je? Maar niet alleen celebrity’s doen het. Als je een langeafstandsrelatie hebt, kun je bijvoorbeeld je mannetje bespieden en tegelijkertijd naar hetzelfde liedje luisteren. Aangenomen natuurlijk dat je zijn Snoop-id kent. Ik hou de mijne privé.’ ‘Oké...’ zeg ik langzaam. ‘Dus... je feed is openbaar, maar niemand weet dat jij het bent?’ ‘Ja. Ik heb twee volgers, omdat ik niet de moeite heb genomen de app toegang te geven tot mijn contactpersonen. Let wel, sommige van de populairste Snoop-gebruikers zijn volkomen incognito. Er is die ene kerel in Iran, HacT heet hij. Hij staat zo’n beetje elke maand in de top tien van personen met de meeste volgers. Nou ja, ik zeg in Iran, maar je kunt het eigenlijk niet weten. Dat is alleen wat er in zijn Snoop-bio staat. Hij kan ook uit Florida komen.’ Zijn telefoon piept en hij tikt de melding aan die op het scherm verschijnt. 23
‘Ah, kijk, daar, zie je? Dit is iemand die ik volg, Msaggronistic. Een Frans-Canadese meid uit Montreal, ze luistert naar echt coole punknummers. Door dat meldingsbericht weet ik dat ze nu online is en naar...’ Hij scrolt door de melding omlaag. ‘... The Slits luistert. Ik weet niet of dat wel mijn ding is, maar dat is nou net het leuke eraan; het zou best eens kunnen. Je weet het gewoon niet.’ ‘Oké.’ Hoewel ik niet weet of ik hier nou echt wijzer van ben geworden, snap ik wel waar het om draait. ‘Anyway,’ zegt Danny. Hij staat op en begint onze soepborden af te ruimen. ‘Dat bedoel ik dus, bij die techstart-ups kan ik me voorstellen dat ze hun hoofd financiën “hoofd cententeller” noemen of hoe je hem ook noemde. Dat vinden ze vast lekker apart of zo. Koffie?’ Ik kijk op mijn horloge. Zeventien over twee. ‘Dat red ik niet meer. Ik heb nog twee kamers te doen, en het zwembad.’ ‘Ik kom het wel brengen.’ Ik sta op, rek me uit en masseer de knopen uit mijn nek en schouders. Schoonmaken is hard werken. Voordat ik aan deze baan begon, realiseerde ik me niet hoe hard. Een stofzuiger de trap op en af sjouwen, toiletten en tegels schrobben. Negen kamers achter elkaar schoonmaken is een work-out. Ik ben bijna klaar met het zwembad wanneer Danny binnenkomt met een kop koffie. Hij draagt zijn gebruikelijke zwembroek, de kleinste en strakste die ik ooit in het echt heb gezien. De kleur is banaangeel, en wanneer hij zich omdraait om mijn koffie bij de ligstoel neer te zetten, kun je zien dat er bad boi in scharlakenrode letters op zijn kont staat geschreven. ‘Niet spetteren,’ waarschuw ik hem, want hij staat met uitgestrekte armen op de rand van het zwembad. ‘Ik ga niet nog een keer dweilen.’ Hij zegt niets, steekt alleen zijn tong uit en maakt dan een perfecte, spatvrije duik in het ondiepe gedeelte van het zwembad. Het is niet echt diep genoeg om te duiken, maar hij scheert langs de bodem en komt aan de andere kant ongeschonden boven. ‘Toe nou, het is hier schoon genoeg. Kom erin.’ 24
Ik aarzel. Hoewel ik niet heb gestofzuigd in de eetkamer, vraag ik me af of dat iemand zou opvallen. Ik kijk op mijn horloge. Kwart over drie. De gasten zouden vanmiddag om vier uur moeten aankomen. Ik breng mezelf in tijdnood. ‘Oké dan.’ Het is ons wekelijkse ritueel. Tien minuten in het zwembad nadat alle klusjes zijn geklaard is onze manier om ons territorium terug te winnen en onszelf eraan te herinneren wie hier eigenlijk de baas is. Onder mijn kleren heb ik mijn bikini aan. Ik trek mijn bezwete t-shirt en vuile poetsspijkerbroek uit en ga op de rand staan om te duiken. Net wanneer ik me wil afzetten voel ik een hand om mijn enkel en word ik in het water getrokken. Met een gil plons ik in het zwembad. Sputterend kom ik boven en ik veeg mijn haar uit mijn ogen. Het terras van het zwembad ligt vol plasjes water. ‘Idioot die je bent! Niet spetteren, zei ik!’ ‘Chill.’ Danny lacht uitgelaten; waterdruppels glinsteren als edelsteentjes op zijn donkere huid. ‘Ik dweil het wel op. Dat beloof ik.’ ‘Ik vermoord je als je het niet doet.’ ‘Ik doe het! Dat zei ik toch? Ik doe het terwijl jij je haar droogt.’ Hij wijst naar zijn stekeltjeshaar om me eraan te herinneren dat hij in dat opzicht een voorsprong op me heeft. Ik geef hem een stomp tegen zijn arm maar kan niet boos op hem blijven. De volgende paar minuten zwemmen en worstelen we, stoeiend als puppy’s, tot we uiteindelijk naar lucht happen en moeten stoppen om op adem te komen. Danny hijst zich grijnzend en hijgend uit het water en loopt naar de kleedkamer om zich aan te kleden en de gasten te begroeten. Eigenlijk moet ik er ook uit, weet ik. Er is nog genoeg te doen, klussen te klaren, taken af te maken. Maar even, heel even, laat ik me drijven, met armen en benen gespreid in het helderblauwe water. Ik raak met mijn vingers het litteken aan dat over mijn wang loopt, waarbij ik de gedeukte lijn volg waar de huid dun en nog gevoelig is. Door het glazen dak boven me kijk ik om25
hoog naar de grijze lucht, terwijl de sneeuwvlokken schuin naar beneden vallen. De lucht heeft precies de kleur van Wills ogen. De klok tikt door naar de aankomst van onze gasten, en ik hoor dat Danny de kleedkamer begint te dweilen. Ik zou uit het water moeten komen, maar dat kan ik niet. Ik blijf naar de lucht kijken. Ik lig daar gewoon, met mijn donkere haar om me heen, zwevend, starend. Terugdenkend.
26