Skip to main content

Wakker zijn in de nacht van Clark Strand

Page 1

De nacht is een bron van wijsheid, rust en vernieuwing

Voor de komst van elektriciteit hadden we een heel ander ritme. We gingen naar bed als de zon onderging en stonden op als de zon opkwam. De nacht was nog echt donker en gebruikten we voor bezinning, rust, contact met elkaar en met het Hogere. Doordat we nu nooit meer ĂŠcht in het donker kunnen zijn, hebben velen van ons last van nachtelijke onrust, met als gevolg slapeloosheid. We slapen te weinig, waardoor we lichamelijk ziek worden. We slapen te weinig, waardoor we ons bewustzijn zijn verloren. Het is tijd om de knop om te zetten en weer op te staan voor het donker. Alleen dan zullen we ontdekken dat de felverlichte snelweg die we nu met hoge snelheid afgaan, leidt tot niets. Nemen we het onverlichte pad van onze voorouders, dan komen we terug bij onszelf.

WA K K E R Z I J N I N D E N AC H T

Woelen, draaien, piekeren, zuchten, opstaan, nog een keer op de wekker kijken, wachten tot het licht wordt ‌ Voor de meeste mensen is wakker zijn in de nacht bepaald geen genoegen. Clark Strand maakt je in dit boek deelgenoot van zijn nachtelijke avonturen en biedt een verrassend verlichte kijk op de donkerste uren van de nacht.

Clark Strand

Slapeloosheid als kans

Clark Strand

WA K K E R ZIJN IN DE

NACHT

De spiritualiteit van slapeloosheid In het donker gebeuren de mooiste dingen

Wakker zijn in de nacht - Clark Strand d.indd All Pages

03/10/2019 10:20


CLARK

STRAND

Wakker zijn in de nacht De spiritualiteit van slapeloosheid


Oorspronkelijke titel: Waking up to the dark, uitgegeven door Spiegel & Grau / Random House, New York, Verenigde Staten Vertaling: H.C. Kaspersma Omslagontwerp: Villa Grafica Binnenwerk: Zeno NUR: 728 ISBN: 9789020216325 ISBN e-book: 9789020216332 Š 2015, Clark Strand Š 2019 Nederlandse vertaling Uitgeverij AnkhHermes, onderdeel van VBK|media, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden gereproduceerd, op welke manier dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever, behalve in het geval van korte aanhalingen gebruikt in beschouwende artikelen of recensies uiteraard met vermelding van de bron. Uitgeverij AnkhHermes vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid. www.ankh-hermes.nl


Inhoud

Voorwoord 9 Deel I Het Uur van de Wolf  11 Deel II Een duister manifest  47 Deel III De Zwarte Madonna  89 Deel IV Het evangelie volgens het Duister  131 Dankwoord 135 Bronnen, notities en aanbevolen literatuur  139 Over de auteur  144


Voor Sophie, mijn metgezel in de duisternis …


En Maria antwoordde en zei: ‘Wat voor jou verborgen is zal ik bekendmaken.’ – Het evangelie volgens Maria Magdalena 5:7


Voorwoord

T

oen de mensen uit het kleine bergdorp waar ik opgroeide aan het einde van 1924 voor het eerst elektrisch licht kregen, ‘vonden ze de felheid en hardheid van die verlichting verschrikkelijk,’ schreef de geschiedkundige Alf Evers. In de dagen voor Kerstmis dat jaar ontstond er een protest op het dorpsplein tegen het kwaad dat ‘moderne verlichting’ heette. ‘Oudere mensen vonden het onmogelijk om te lezen en te wonen met dit felle licht.’ Dat laatste was overigens een geval van trots: ‘Elk mankementje in hun meubels werd zichtbaar.’ Met zoveel licht kon je je spullen vergelijken. Alles werd helder en duidelijk. Het was een aankondiging voor vernieuwing, voor rijkdom en het esthetische – en een veroordeling van het oude, het alledaagse en de armoede. Een paar dagen later kregen de tegenstanders hun zin. De elektriciteit viel uit en op het dorpsplein werd Kerstmis gevierd met niets anders dan kaarslicht om de winterzonnewende, de donkerste tijd van het jaar, door te komen. Ik heb de dossiers over het dorp doorgespit om te ontdekken of er nog meer protest klonk tegen de komst van elektriciteit, die een paar jaar later echt kwam, maar heb niets kunnen vinden. In dit dorpje, evenals in de rest van de Verenigde Staten aan het begin van de twintigste

9


eeuw, was de aversie tegen helderder licht maar halfslachtig en van korte duur. Mensen vonden dat er iets niet klopte aan de nieuwe technologie. Ze wisten alleen niet wat het precies was. Op de koppigste inwoners na voelde iedereen zich nogal stom dat ze zich hadden verzet tegen een goedkoop en helder product als elektrische verlichting. Alles werd er zo vrolijk, makkelijk en gewoon heilzaam van, dus ieder tegenargument leek onterecht, misschien zelfs slecht. Welke vrome christen verkoos nu de duisternis boven het licht? De eeuw der vooruitgang was niet meer te stoppen nu Edisons uitvinding iedereen letterlijk het licht deed zien. Wie had kunnen denken dat dit het ergste was wat de wereld kon overkomen? We kennen de waarde van de duisternis pas wanneer we haar hebben verbannen. We weten niet hoeveel waarde een ziel heeft tot ze is verdwenen.

10


DEEL

I

Het Uur van de Wolf


I

k ben niet bang voor het donker. Mijn vrouw denkt dat mensen daarom naar me luisteren als ik over spiritualiteit praat. Ik heb jarenlang zenboeddhisme bestudeerd. Daarna heb ik mezelf ondergedompeld in spirituele praktijken van over de hele wereld. Dat heeft me echter niets wijzer of verlichter gemaakt dan ieder ander. Dat is niet de reden dat mensen luisteren. Van jongs af aan word ik al midden in de nacht wakker, op zoek naar de duisternis. Ik ben er niet alleen niet bang voor, ik houd er zelfs meer van dan wat dan ook. Dat is wat mensen aantrekt zonder dat ze het weten. Het is belangrijk voor ze, om redenen die ze moeilijk kunnen verklaren. Het lijkt alsof ik ze aan iets herinner dat ze ooit hebben gekend, maar nu zijn vergeten. Als kind woonde ik in Alabama en glipte ik uit bed wanneer het maar kon. We woonden in een klein dorp en om de hoek van ons huis lag een golfbaan. Ik was dol op die enorme, onstuimige stilte van de sterrenhemel en op de duisternis tussen de bomen die wel oneindig leek. Op een nacht werd ik betrapt toen ik thuiskwam. Mijn moeder wilde weten wat ik had uitgevoerd en ik deed alsof ik aan het slaapwandelen was. Ik was niet echt een merkwaardig kind, maar ik wist wel dat mijn nachtelijke uitstapjes vreemd waren. Mijn moeder geloofde het leugentje, maar waarschijnlijk deed ze alsof. Ik droeg natuurlijk wel schoenen. Maar het maakte verder niets uit. Waarom voelde ik die drang om ’s nachts rond te dwalen? Ik had het haar nooit kunnen uitleggen, al had ze me ernaar gevraagd. Tegen de tijd dat ik een tiener was maakte ik vaak wandelingen van acht kilometer, misschien zelfs langer. Ik struinde door achtertuinen, over kerkhoven, passeerde hekken en slenterde door weilanden. Ik voelde me perfect

12


thuis in het donker. In mijn kindertijd verhuisden we heel vaak, waardoor ik het moeilijk vond om een band op te bouwen met vrienden en leraren. Voor andere kinderen waren die dingen vanzelfsprekend. En zo werd de duisternis mijn thuis, mijn droomhuis. Ik ging naar een universiteit die op een hoogvlakte stond en omgeven was door duizenden hectares wildernis. ’s Nachts ging ik eropuit om grotten en kliffen te ontdekken. Ik beklom watertorens en ging verlaten boerderijen binnen. Ik voelde me beschermd, niet alleen doordat ik me op universiteitsgrond bevond, maar door de natuur zelf. Onder de sterren in een weiland hoefde ik aan niemand behalve mezelf te denken. Ik nam nooit een zaklamp mee. De nachten waren zelden zo donker dat je de weg niet kon vinden, ondanks het feit dat dit het platteland was. Op een zomerse nacht beklom ik een keer in totale duisternis een berg, terwijl de hoge bomen alle licht van de hemel blokkeerden. Er was geen maan. Ik luisterde naar de geluiden die mijn voeten maakten op het kiezelpaadje. Als ik op bladeren stapte, herstelde ik mezelf en zocht ik het pad weer op. Na twee uur lopen bereikte ik de top en kon ik eindelijk de sterren zien. Het was een wonder dat mijn gezondheid niet leed onder mijn slaapgebrek, maar ik ben nooit ziek geworden. Ik stond toen al op het punt iets te ontdekken over de relatie tussen de duisternis en het menselijk lichaam, over bewustzijn en het goddelijke, en hoe dat allemaal met elkaar in verband stond. Maar op dat moment had ik nog geen kader om dat begrip te ontwikkelen. Alles was nog een experiment voor mij. Ook jaren later, tijdens mijn zenopleiding, kon ik nog geen verband leggen tussen mijn nachtwandelingen over het kloosterkerkhof en de gezamenlijke oefeningen die we in de meditatiezaal

13


deden. Het kwam niet in me op dat ik op die bergen in de inktzwarte nacht het pad beging van een diepzinniger, oeroud gebruik dat de wereld was vergeten. • Veel mensen worden midden in de nacht wakker en kunnen dan niet meer in slaap komen. We piekeren over geld en gezondheid. Over onze kinderen en ons huwelijk. Over hoe weinig slaap we pakken en hoe moe we daardoor de volgende dag zijn. Vaak doen we het licht aan om door die slapeloze uren heen te komen. We struinen het internet af, of kijken wat tv. Mijn vader las saaie, bijna vergeten victoriaanse romans om de middernachtelijke uren door te komen. Soms nemen we een pilletje dat de huisarts ons heeft voorgeschreven tegen slapeloosheid – liever dat dan het risico lopen om midden in de nacht wakker te worden. In het duister is er niets dat ons kan afleiden van de zorgen over ons dagelijks leven. In het licht kunnen we alles op een rijtje zetten, of categoriseren, of verstoppen op een plekje waar we er niet bij kunnen – alsof je het verbergt in het duister. Maar binnen in die duisternis? Daarbinnen zijn we onbeschermd en komen onze problemen wel heel dichtbij. Zo dichtbij dat we ze horen ademen. Zo dichtbij dat we soms verstijven van angst en niet meer kunnen vluchten of zelfs bewegen. Zo dichtbij dat ze hun kaken opensperren en ons opslokken … of juist alle tijd nemen en uitgebreid aan ons knagen. Geen wonder dat we er een hekel aan hebben om midden in de nacht wakker te worden. We blijven liever wat langer op, zodat we uitgeput in een droomloze slaap vallen. Zodat we de volgende ochtend uitgehold wakker worden en ons niets meer herinneren – alsof we niet heb-

14


ben geslapen, maar eerder onder narcose zijn gebracht. Wat trouwens, als we ook nog eens slaapmedicatie hebben genomen, ook echt zo is. Een uitdrukking voor die wakkere periode tussen de duisternis en de dageraad is ‘het Uur van de Wolf’. Ze roept een sinister beeld op van roofzuchtig fatalisme dat opdoemt in de kleinste uurtjes van de nacht. Men beweert dat dit het uur is waarin de meeste mensen sterven, en waarin de nachtmerries waardoor we wakker schrikken het meest realistisch lijken. Het is het uur waarin de slapelozen worden achtervolgd door hun verborgen angsten – het moment waarop de demonen en geesten waar ze overdag nauwelijks in geloven tot leven komen. Ook wordt er aangenomen dat in dit uur de meeste baby’s ter wereld komen. Nadat ik een klein onderzoek had gedaan kwam ik erachter dat die bewering over geboortes en sterftegevallen redelijk overdreven is. Toch is het mysterie rondom het Uur van de Wolf voor de mensen die wakker liggen in het uur na middernacht erg geloofwaardig. Geboorte, de dood, psychische trauma’s – al die dingen lijken op hun plek te staan. Het wakkere uur tussen de duisternis en de dageraad heeft iets onheilspellends. Het is het moment waarop mensen op hun kwetsbaarst zijn. Soldaten van het Korps Commandotroepen is aangeleerd om op dat moment aan te vallen. En de geheime politie onder Hitler en Stalin wist dat ze de minste tegenwerking zou krijgen als ze ‘ongewenste mensen’ op dat moment zou ontvoeren. Het is het uur waarop het getijde verandert, de duisternis aanzwelt en pulseert en het water zo hoog oprijst waardoor we kopje-onder gaan. • 15


Tijdens mijn nachtwandelingen ben ik nooit in de problemen gekomen, zelfs niet toen ik jong en onervaren was. Als tiener liep ik in de kleinste uurtjes van de nacht over de heuvels in het noorden van Atlanta. Niemand viel me ooit lastig, al moet ik toegeven dat het toen nog een wat rustiger stad was. Ik houd absoluut niet van de gekunstelde duisternis van kelders, kasten en steegjes. Maar buiten, ’s nachts, heb ik me nooit angstig gevoeld. Zit ik anders in elkaar dan andere mensen? Er moeten toch ook anderen zijn die hetzelfde voelen bij de nacht? Anderen die genieten van dat egale wonder, de fluweelzachte stilte en de gedempte geluiden in de verte? Toch is het zo dat ik in mijn rustieke dorpje bijna nooit iemand tegen het lijf loop tijdens mijn nachtwandelingen – op één excentriekeling na, een man die door iedereen ‘Jogger John’ wordt genoemd. Een of twee keer per jaar komen we elkaar tegen, alleen ’s zomers. John fietst vrolijk zingend rond op maanloze nachten. Als we elkaar tegenkomen lijkt hij net zo verrast als ik. Hij flitst voorbij in een ogenschijnlijk complete duisternis. Zijn ogen moeten nóg beter functioneren dan de mijne. Of misschien is hij gewoon roekeloos van blijdschap in de nachten dat hij het waagt van de heuvel af te fietsen in het donker. Ik heb me weleens afgevraagd wat John en ik gemeen hebben met elkaar. Op het eerste gezicht lijkt er niets te zijn. Toch is er denk ik één ding. Wanneer de wolf verschijnt zal hij John en mij niet piekerend in bed vinden. Wij zijn al op voor hij ontwaakt, buiten in de duisternis, waar de wolf en de nacht samensmelten. •

16


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Wakker zijn in de nacht van Clark Strand by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu