Skip to main content

Verlangen naar meer - Egbert R. Veen.9789043526951

Page 1

Verlangen naar meer… start rondom de doop van een kind en eindigt vier jaar later bij de doopgedachtenis. Dan wordt het kind opnieuw bij de doopnaam genoemd, en mag het in een feestelijke viering ervaren dat het zich gekend mag weten in de eigen geloofsgemeenschap. In de tussenliggende vier jaar komen de ouders geregeld bij elkaar om te spreken over onderwerpen die verbonden zijn met de geloofsopvoeding en de eigen geloofsbeleving.

‘Het geloof is dankzij de doopgroep een centralere en praktische plaats in gaan nemen in de opvoeding van onze kinderen.’ – Jan Niesing ‘Opbouwend en verhelderend, ook bruikbaar voor ouders die hun kind niet laten dopen, maar om de kinderzegening vragen.’ – Reveil

Egbert R. Veen was vele jaren actief als predikant binnen de PKN. Maar ook na zijn emeritaat is hij nog volop betrokken bij de kerk en volgt hij o.a. met veel belangstelling vernieuwende ontwikkelingen met betrekking tot de christelijke geloofsbeleving. Met Verlangen naar meer... schreef hij een praktische handleiding voor de periode na de kinderdoop.

Egbert R. Veen Verlangen naar meer…

‘Onze ervaringen met Verlangen naar meer... zijn enorm positief. Als kring van doopouders komen we nog altijd vijf keer per jaar bij elkaar, terwijl het project al afgelopen is.’ – Aart en Siska van Vilsteren in Woord & Dienst

Verlangen naar meer…

Vierjarig project bij de kinderdoop Egbert R. Veen

NUR 707 ISBN 978 90 435 2695 1

9 789043 526951 www.kok.nl

kokBOverlangennaarmeer0316.indd 1

15-03-16 16:22


Egbert R. Veen

Verlangen naar meer‌ Vierjarig project bij de kinderdoop

Verlangen naar meer 1-160.indd 3

15-03-16 10:49


Tweede, herziene druk © 2016 – Uitgeverij Kok, Utrecht www.kok.nl Omslagontwerp: Garage BNO Opmaak binnenwerk: ZetSpiegel, Best ISBN 978 90 435 2695 1 ISBN e-book 978 90 435 2696 8 NUR 707 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveel­ voudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Verlangen naar meer 1-160.indd 4

15-03-16 10:49


Inhoudsopgave

Voorwoord

9

Gedicht Pasgeboren

11

Hoofdstuk 1. Verlangen naar meer 1. Kinderdoop 2. Wie wijst je een weg? 3. Kinderdoop in een breder kader 4. De diepgang van de doop 5. Zondvloedgebed 6. Een nieuwe invulling voor een nieuwe tijd 7. De doopouders 8. De gemeente 9. De dopeling 10. Vierjarig project bij de kinderdoop 11. Brieven 12. Kinderzegening

13 13 14 15 15 17 17 19 20 21 22 23 23

Hoofdstuk 2. Rondom de doop 1. De weg naar het doopwater 2. Bediening van de heilige doop 2.1 Invulling 2.2 De plaats van de doop in de viering 2.3 Liturgische kleur 2.4 Doopwater

25 25 26 26 27 27 27

Verlangen naar meer 1-160.indd 5

15-03-16 10:49


3. De weg uit het doopwater 3.1 De dopeling 3.2 De doopouders 3.3 De gemeente

28 28 28 29

Hoofdstuk 3. Overzicht doopproject

30

Hoofdstuk 4. Werkgroep en opzet 1. Kerkenraad 2. Werkgroep 3. Opzet, vragen en mogelijkheden 3.1 Begeleiding van het project 3.2 Samenwerking met andere gemeenten 3.3 Frequentie en plaats 3.4 Social media 4. Evaluatie en verslag

33 33 34 34 35 35 35 36 37

Gedicht Het Schrijverke

37

Hoofdstuk 5. Schrijverke 1. Inleiding 2. Brieven van Schrijverke 3. Ons antwoord op de brieven 3.1 Het open gesprek 3.2 Schriftelijke beantwoording in kleine kring 3.3 Schriftelijke beantwoording in grote kring 3.4 Social media 4. Eigen vragen uit de pen van Schrijverke

39 39 39 40 40 41 41 41 41

Hoofdstuk 6. Brieven 43 Brief 1. Vragen rondom de doop – Geloofsbeleving als partners 43 Brief 2. Geloof, hoop en liefde – Kerstfeest – Bijpraten 46 Brief 3. Het lied van ons geloof 49 Brief 4. Openheid – Wat is bidden? 51 Er is een God niet ver van mij 54 Enkele kindergebeden 58

Verlangen naar meer 1-160.indd 6

15-03-16 10:49


Brief 5. Bijbelverhalen vertellen aan je kind 61 Thema-avond kinderbijbels 64 Brief 6. Een thuis, kinderdagverblijf en BSO 65 Brief 7. Veertigdagentijd en Pasen 68 Het palmpasenkruis 71 Lezingen en activiteiten rondom een palmpasenkruis 72 Brief 8. De Tien Woorden 76 Tien Woorden van leven en laten leven 78 Bewerking van de Tien Woorden voor oudere 79 kinderen en tieners Brief 9. ‘Waar is opa nu?’ ‘Opa is nu in de hemel’ 80 Brief 10. Pinksteren 86 Brief 11. Conflicten en vergeving 89 Brief 12. Kind van ouders of kind van God? 92 Kinderloosheid 95 Brief 13. Seksualiteit 96 Een brief van Jaap 98 Brief 14. ‘Nu sta je er alléén voor’ 103 108 Brief 15. ‘Dit kind is anders…’ Brief 16. De viering van het heilig Avondmaal/Maaltijd van de Heer 114 Toelichting 117 118 Brief 17. Multireligieus Aanbeveling 120 Brief 18. We voelen ons samen één, maar niet in het geloof 122 Brief 19. Symbolen en rituelen 127 Brief 20. Loslaten – De plaats van het kind in kerk en gemeente 131 Brief 21. Afscheid… 135 Hoofdstuk 7. Voor héél de gemeente 1. Verlangen naar meer… 2. Verhalen en vertellen 3. Welke kinderbijbel is een verantwoorde keuze? 4. Geloofsopvoeding binnen Jodendom en Islam 5. Het vieren van het geloof in gezin en kerk 6. Het kind en de Maaltijd van de Heer

Verlangen naar meer 1-160.indd 7

137 137 138 139 139 140 141

15-03-16 10:49


7. Verbeelding van geloof door drie generaties 8. Het lied van ons geloof 9. De plaats van het kind en kerk en gemeente

142 143 144

Hoofdstuk 8. Doopgedachtenis en welkom 4-jarigen 146 Voorbereiding 146 Doopkaars 146 Laatste brief van Schrijverke 147 Bijdrage(n) van doopouders 147 Liturgische invulling 148 Gemeenten zonder kinder(neven)dienst 150 Beloofd is beloofd 151 Hoofdstuk 9. Doopgedachtenis 12-jarigen

154

Hoofdstuk 10. Evaluatie ‘Afsluiting’

157 157

Verlangen naar meer 1-160.indd 8

15-03-16 10:49


Voorwoord

In het jaar 2005 verscheen de eerste druk van het vierjarig doopproject Verlangen naar meer‌ Een project dat ouders vanaf de doop van hun kind vier jaar wil begeleiden met betrekking tot de toekomstige godsdienstige opvoeding van hun kind, maar dat hen in die vier jaar niet minder wil ondersteunen in hun eigen geloofs­ beleving. En bij de uitgave van de 2e druk kunnen we zeggen dat dit doopproject in veel kerkelijke gemeenten een plek heeft gevonden. Daar ben ik als auteur uiteraard dankbaar voor. In de afgelopen jaren heb ik kennis mogen maken met een groot aantal gemeenten waar men voornemens was met dit project te starten of waar men vroeg om ondersteuning tijdens de uitvoering van het project. Boeiend om hierbij ook te ontdekken dat bijna iedere gemeente er weer een eigen vorm en uitviering aan weet te geven. Dat wil ook juist het boeiende van dit project zijn. Het wil geen kant en klaar model aanreiken voor de ondersteuning van ouders bij de godsdienstige begeleiding van hun kinderen, evenmin bij hun onderlinge geloofsgesprekken. Wel wil het een handvat zijn om daarin een weg te vinden en waarbij van ouders en predikanten of andere gespreksleid(st)ers enige creativiteit verwacht mag worden. Uiteraard blijven de brieven van Schrijverke de rode draad in dit vierjarig doopouderproject, ook in deze 2e druk. Wel is er een nieuwe brief met als thema Het lied van ons geloof. Ook hebben 9

Verlangen naar meer 1-160.indd 9

15-03-16 10:49


enkele brieven een toevoeging gekregen of zijn op delen herschreven. Daarbij is er vooral naar gestreefd om het project in zo breed mogelijke kring van de kerken bruikbaar te maken. Daarnaast is het project toegankelijker gemaakt voor ouders van kinderen die de kinderzegening hebben ontvangen, of die ten aanzien van hun kind noch voor de zegening noch voor de doop kunnen kiezen, maar die wel bij dit project betrokken willen zijn. Naast een invulling voor de doopgedachtenis van 4-jarigen is ook een doopgedachtenis toegevoegd voor 12-jarigen. Zoals al opgemerkt wil dit project vooral een rode draad aanbieden. Maar de ervaring heeft ook geleerd dat de verscheidenheid aan uitvoering van dit project vooral ook is gelegen in de grootte en samenstelling van de gemeente. Een gemeente waar jaarlijks een groot aantal kinderen worden gedoopt kan zich in de uitvoering van dit project nu eenmaal beter vinden dan een gemeente met slechts ÊÊn dopeling per jaar. Daarin pleit ik ook altijd voor onderlinge samenwerking van meerdere gemeenten. In het vervolg van dit boek kom ik daar nader op terug. Nieuw is een emailadres waar vragen ten aanzien van dit project gesteld kunnen worden. Het adres is: eenverlangennaarmeer@gmail. com. Onder andere via dit adres kunnen ook verzoeken worden gedaan voor introductie of ondersteuning van dit project in de eigen gemeente, o.a. met een power-point presentatie. Tenslotte wil ik vele collega’s en doopouders bedanken voor hun reacties en adviezen ten aanzien van dit project. Ik hoop van harte dat ook deze 2e druk een weg mag vinden in vele gemeenten en bij vele ouders, en dat dit alles vooral tot zegen voor onze kinderen mag zijn. Zwolle, november 2015 Ds. Egbert R. Veen 10

Verlangen naar meer 1-160.indd 10

15-03-16 10:49


Pasgeboren Het ademt om te kunnen leven, het geeft stem aan aanwezigheid, het grijpt naar houvast, het zoekt naar veiligheid, het luistert naar klanken en woorden. Het kijkt me aan, het kent me niet, het kent nog niets. Of kent het misschien nog Dat wat het straks een leven lang opnieuw ontdekken moet? Mijn God, wat voel ik me klein bij dit wonder van nieuw leven. Want wie ben ik dat ik dit kleine mensenkind allereerst mens van U mag leren te zijn? 11

Verlangen naar meer 1-160.indd 11

15-03-16 10:49


Verlangen naar meer 1-160.indd 12

15-03-16 10:49


Hoofdstuk 1

Verlangen naar meer

1. Kinderdoop Het uitgangspunt bij dit doopproject is de kinderdoop. Ook al is deze vanuit de oorsprong van de christelijke doop telkens opnieuw ter discussie gesteld, toch heeft hij in de loop der geschiedenis binnen de christelijke geloofsgemeenschap een vaste plaats verworven in de uitvoering van het sacrament van de bediening van de heilige doop. Voor velen is de kinderdoop een feestelijk gebeuren rondom beloften, zowel van de dopeling als van ouders als van doopgetuigen en gemeente. We horen bij de doop immers allereerst van een onverbrekelijke verbondsbelofte van Godswege, we horen ouders (en mogelijk doopgetuigen als meters en peters) vanuit hun geloof een belofte uitspreken en veelal horen we ook de gemeente een belofte uitspreken. Want laten we allereerst vaststellen: we dopen niet in familiekring, maar we dopen in het midden van de gemeente van Jezus Christus. Dopelingen en doopouders mogen bij de bediening van de heilige doop bij name worden genoemd, de gemeente wordt indirect niet minder bij name genoemd en staat er in volle betekenis omheen. Maar op welke wijze staat zij eromheen? Wat verstaan doop足 ouders en gemeente ten diepste in dit sacrament op langere termijn? Is de bediening van de heilige doop alleen een bijzonder moment voor zowel dopeling en doopouders als gemeente, of wil het meer zijn?

13

Verlangen naar meer 1-160.indd 13

15-03-16 10:49


2. Wie wijst je een weg? Velen ervaren de kinderdoop allereerst als een gemarkeerd moment in het leven van een klein, veelal nog onmondig kind, en daarnaast in dat van doopouders en gemeente. Maar wat gebeurt er nadat het doopwater op het voorhoofd van de dopeling is opgedroogd? Met andere woorden: wat gebeurt er ná de doop? Wat gebeurt er met ouders die een oprecht verlangen naar de doop van hun kind hebben uitgesproken en vanuit dat verlangen in zekere zin nogal wat hebben beloofd in het midden van de gemeente? Wat neemt de gemeente vanuit haar betrokkenheid bij de kinderdoop voor opdracht mee naar huis? Ik ga er primair van uit dat doopouders vanuit een oprechte geloofsovertuiging de doop van hun kind verlangen. Met alle mogelijkheden die ze hebben en die er zijn, willen ze waarmaken wat ze bij de doop van hun kind hebben beloofd. Mijn ervaring is dat er veel gemeenten zijn die doopouders zo breed mogelijk ondersteunen vanuit hun gezamenlijke doopbelofte en die de dopelingen zowel als kind als daarna een eigen en herkenbare plaats in het midden van de gemeente weten te geven. Maar ik weet ook dat er doopouders zijn bij wie het, ondanks alle goede voornemens, voorlopig of definitief blijft bij dat ene moment. Een meerwaarde van de doop van hun kind, een vervolg op een uitgesproken verlangen, zit er amper in. Misschien moeten we hier zeggen: ergens diep is dat verlangen er wel, maar het wordt geblokkeerd door een gevoel van geloofsonmacht en -verlegenheid. Want wie wijst je een richting op de niet altijd even gemakkelijke weg van geloof en geloofsopvoeding? Tenslotte moet opgemerkt worden dat er ook gemeenten zijn waarin het sacrament van de heilige doop met veel vreugde wordt bediend, waar hartelijke woorden worden gesproken, waar de mooi­ste teksten worden gezongen, maar waar het bij dat éne moment blijft. Er is geen zichtbaar en uitnodigend vervolg op die doop. En je kunt je afvragen of dat eerlijk is tegenover de dopeling en de doopouders. Je kunt je afvragen of we de kinderdoop op die wijze niet een plaats hebben gegeven die hem zeker niet toekomt. 14

Verlangen naar meer 1-160.indd 14

15-03-16 10:49


3. Kinderdoop in een breder kader Al in mijn eerste jaren als predikant had ik dan ook vooral één wens: de kinderdoop in een breder kader plaatsen, zowel wat de dopeling betreft als voor de doopouders en de gemeente. Allereerst wilde ik daarbij de aandacht vestigen op de doopouders, omdat me zo langzamerhand wel duidelijk was geworden dat geloofs- en gemeenteopbouw niet beginnen bij het hoofdstuk jeugd, ook niet bij vierjarige kinderen, die vanaf die leeftijd binnen de muren van de kerk een eigen geloofs- en vierplek mogen ontdekken in kinder(neven)dienst, maar mijns inziens bij de doop, niet het minst vanuit de doopbelofte van zowel doopouders als gemeente. De doopouders dienen vanuit die belofte zo breed mogelijk ondersteund te worden in zowel de geloofsopvoeding van hun kind als hun eigen vragen en plaats in geloof, kerk en samenleving, maar ook zeker op het punt van de geloofsbeleving binnen relatie en gezin. Daarnaast dient de gemeente telkens opnieuw herinnerd te worden aan haar doopbelofte, en zal ze die belofte ook in zichtbare daden en ervaarbare momenten moeten omzetten.

4. De diepgang van de doop Tot zo ver de ene kant van de wens de kinderdoop in een breder kader te plaatsen. Maar er is ook een andere kant: de kant van de diepgang van de doop. Want hoe diep trekken wij met onze kinderen door het water van de doop heen? Is het een bewust ‘kopje onder’ willen gaan in het water van de ondergang, of is het – bij wijze van spreken – slechts ‘pootje baden’? Hoe trekken wij op naar dat water? Hoe gaan wij erin onder? En hoe komen wij er met onze kinderen uit? Laten we vooropstellen dat de vroege kerk vooral veel aandacht heeft geschonken aan het optrekken naar het water van de doop, waarbij dan vooral sprake was van de catechetiek die je een weg wilde wijzen naar het doopwater, in het doopwater en uit het doopwater. Eenmaal aan de rand van het doopwater werd je ont15

Verlangen naar meer 1-160.indd 15

15-03-16 10:49


vangen in een prachtige en veelzeggende liturgie, die op haar mooist en meest veelzeggend naar voren kwam in de Paasnacht, de nacht waarin we gedenken dat Christus ons door het diepste water van de ondergang is voorgegaan van kruis naar opstanding, van duisternis naar licht, van dood naar leven. Het doopwater wachtte in die veelzeggende nacht om te ontvangen, de dopeling geheel te omringen, deelgenoot te maken in de stroom van ondergang en verrijzenis waarin Christus ons is voorgegaan, en het daarna los te laten aan het leven, maar wel met een veelzeggend verbondsteken van water dat nog heel even door een zuiver wit doopkleed werd vastgehouden en gekoesterd. Je rilde nog na van alles wat je in het water van de ondergang letterlijk en figuurlijk was overkomen, maar je kon nu je weg vervolgen vanuit het opstandingsgeloof van Pasen en in het geloof dat je in God nooit ‘kopje onder’ zult gaan, terwijl macht en onmacht een mens wel kunnen onderduwen in het leven. Vanuit dit geloof mogen we de bediening van het sacrament van de heilige doop bovenal zien als een verbondsteken tussen God en mens, dat door geen enkel ander water is af te wassen en door niets of niemand ongedaan gemaakt kan worden.. Gedurende de groei van de kerk van Jezus Christus verplaatste de doop zich echter niet alleen steeds meer van volwassenendoop naar kinderdoop, maar ook van de Paasnacht naar een zondag of zelfs één van de overige dagen in een week. Binnen de liturgie van de kinderdoop probeerde men aanvankelijk nog zo dicht mogelijk bij het geloofskader van de Paasnacht te blijven, maar wat nu vooral wegviel, was het catechumenaat, de periode van voorbereiding van de dopeling op de doop. De kinderdoop is immers geen belijdend geloofsverlangen van de dopeling, maar een geloofsverlangen van ouders voor hun kind, en dat vanuit het primaire geloof dat Gods verbond met de mens voorafgaat aan het ja-woord van de mens op dat verbond. Met andere woorden: ook pasgeboren kinderen delen in het doopwater van de ondergang ten volle in de verkondiging van het evangelie van Pasen en daarmee in de onbegrensde trouw van God aan de mens. Met de groei van de christelijke kerk groeide dan ook terecht 16

Verlangen naar meer 1-160.indd 16

15-03-16 10:49


het verlangen onze kinderen door middel van de veelzeggende doop volledig op te nemen in de gemeente van Christus. Zoals vermeld, verviel met de kinderdoop de belijdende weg van de dopeling naar het water van de doop. De bewust gekozen weg die toegang gaf tot de doop, werd vervangen door een korte weg, niet zelden door de kortst mogelijke weg na de geboorte van een kind. Dit laatste kwam mede door een verwoording en onderwijzing van de doop die het belijden van de ouders – en daarmee de doop van hun kind – plaatste boven het verbond tussen God en mens, waarvan we oprecht mogen geloven dat het, zoals eerder vermeld, voorafgaat aan ons ja-woord op dat verbond.

5. Zondvloedgebed Desondanks moet opgemerkt worden dat de vroege kerk aanvankelijk veel heeft gedaan om de verbinding met de doopliturgie van de Paasnacht in tal van opzichten te verbinden met de doopliturgie bij de kinderdoop op andere momenten in het kerkelijk jaar. Maar door een totaal andere voorbereiding dan bij de volwassenendoop is het bijna onvermijdelijk dat die verbinding voor velen steeds minder zichtbaar en hoorbaar is gaan worden, ondanks het veelzeggende zondvloedgebed dat, nadat het doopwater in de doopvont was uitgegoten, bij iedere doop uitgesproken dient te worden en dat ons ook vandaag wil verwijzen naar de grondgedachte bij de bediening van de heilige doop. Maar dan dienen we daar wel onmiddellijk bij aan te tekenen dat de oorspronkelijke tekst van het zondvloedgebed, die nog terug te vinden is in het klassieke doopformulier, in veel gevallen niet meer in die bewoordingen wordt uitgesproken en dat er intussen meerdere bewerkingen op zijn gemaakt met als doel de visie op de kinderdoop in geloofstaal van vandaag duidelijker naar voren te laten komen.

6. Een nieuwe invulling voor een nieuwe tijd Na deze inleidende woorden vervolg ik de toelichting bij mijn wens de kinderdoop in een breder kader te plaatsen. Want in ver17

Verlangen naar meer 1-160.indd 17

15-03-16 10:49


gelijking met de oorspronkelijke volwassenendoop is in veel gevallen niet alleen de verbinding met de Paasnacht tot een dunne liturgische draad geworden, maar kennen we door het wegvallen van de doopcatechese en belijdenis van de dopeling ook niet meer de bewuste weg naar het doopwater toe. En dan kan het gebeuren dat de diepgang van de doop niet zo diep meer is. Er wordt wel een verlangen naar de doop van een kind uitgesproken, maar is er ook een verlangen naar meer? Aangezien bij de kinderdoop de weg naar het doopwater veelal is verkort tot een doopcatechese voor doopouders van één of meerdere voorbereidingsavonden, kunnen we nu het initiatief nemen de weg vanuit het doopwater te verlengen en op deze wijze de kinderdoop meer diepgang te geven, een nieuwe invulling voor een nieuwe tijd: een doopproject dat recht doet aan zowel een heilig sacrament als aan dopelingen als aan doopouders en aan een gemeente die zich bij iedere doop weer rondom de doopvont schaart en zich daarmee medeverantwoordelijk mag weten voor de plaats van de dopeling binnen een geloofsgemeenschap. Zo kwam ik in 1994 met een eerste aanzet om de weg naar, in en uit het doopwater bij de kinderdoop te verlengen tot een project – op geheel vrijwillige basis – met een duur van vier jaar. In die vier jaar gaat het behalve om de voorbereiding op, en de bediening van de heilige doop, vooral om de weg uit het doopwater, de weg na de doop. Het gaat om een weg waarop ‘een verlangen naar meer’ tot leven komt voor doopouders en gemeente, in gezin en kerk, en dat alles met het oog op de dopelingen en een heroriëntering op de kinderdoop. Want terwijl de weg naar de kinderdoop nu is geminimaliseerd in vergelijking met de weg die eens de geloofsleerlingen bij de volwassenendoop gingen (en gaan), wordt de weg na de kinderdoop nu overwogen verlengd, en krijgt de kinderdoop daarmee ook een breder kader. In het vervolg van dit project kom ik tot een nadere invulling van ‘een verlangen naar meer ...’ voor doopouders, gemeente en dopeling.

18

Verlangen naar meer 1-160.indd 18

15-03-16 10:49


Verlangen naar meer… start rondom de doop van een kind en eindigt vier jaar later bij de doopgedachtenis. Dan wordt het kind opnieuw bij de doopnaam genoemd, en mag het in een feestelijke viering ervaren dat het zich gekend mag weten in de eigen geloofsgemeenschap. In de tussenliggende vier jaar komen de ouders geregeld bij elkaar om te spreken over onderwerpen die verbonden zijn met de geloofsopvoeding en de eigen geloofsbeleving.

‘Het geloof is dankzij de doopgroep een centralere en praktische plaats in gaan nemen in de opvoeding van onze kinderen.’ – Jan Niesing ‘Opbouwend en verhelderend, ook bruikbaar voor ouders die hun kind niet laten dopen, maar om de kinderzegening vragen.’ – Reveil

Egbert R. Veen was vele jaren actief als predikant binnen de PKN. Maar ook na zijn emeritaat is hij nog volop betrokken bij de kerk en volgt hij o.a. met veel belangstelling vernieuwende ontwikkelingen met betrekking tot de christelijke geloofsbeleving. Met Verlangen naar meer... schreef hij een praktische handleiding voor de periode na de kinderdoop.

Egbert R. Veen Verlangen naar meer…

‘Onze ervaringen met Verlangen naar meer... zijn enorm positief. Als kring van doopouders komen we nog altijd vijf keer per jaar bij elkaar, terwijl het project al afgelopen is.’ – Aart en Siska van Vilsteren in Woord & Dienst

Verlangen naar meer…

Vierjarig project bij de kinderdoop Egbert R. Veen

NUR 707 ISBN 978 90 435 2695 1

9 789043 526951 www.kok.nl

kokBOverlangennaarmeer0316.indd 1

15-03-16 16:22


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verlangen naar meer - Egbert R. Veen.9789043526951 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu