Al sinds haar kindertijd is Jessica Winter verzot op romantische verhalen, met diepgang. Al jaren droomde ze ervan zelf een boek te schrijven. Ze woont met haar man in Linz en werkt met veel plezier als orthopedagoge. In de avonduren schreef ze haar debuut Tot je weer ademen kunt.
www.uitgeverijcallenbach.nl isbn 978 90 266 2197 0 nur 284
J ULIA & J E R E MY
TOT JE WEER ADEMEN KUNT
Op het eerste gezicht kunnen de levens van Julia en Jeremy niet meer verschillen. Buiten wat onderlinge treiterijen, delen ze niets met elkaar. Dat verandert op slag als Jeremy bij toeval een geheim ontdekt dat Julia al jaren probeert te verbergen. Voor het eerst in zijn leven moet Jeremy werken voor iets; hij moet Julia’s vertrouwen winnen om haar te kunnen helpen. Maar hoe dichter hij bij haar komt, hoe meer hij zich realiseert dat niet alleen haar façade afbrokkelt.
J UL & IA J ER Y EM
N I E U W E S E R I E OV E R J U LIA & J E R E MY – D E E L 1
JESSICA WINTER
NIET ZOMAAR EEN LIEFDESVERHAAL
JESSICA WINTER TOT JE WEER
ADEMEN KUNT
Jessica Winter
Tot je weer ademen kunt
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 3
11-10-16 11:51
Oorspronkelijke titel: Bis du wieder atmen kannst © Jessica Winter © 2016 Uitgeverij Callenbach Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.kok.nl Nederlandse vertaling: Carolijn Visschers Omslagontwerp: b’IJ Barbara Opmaak binnenwerk ZetSpiegel, Best ISBN 978 90 266 2197 0 ISBN e-book 978 90 266 2198 7 NUR 284 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaan de schriftelijke toestemming van de uitgever.
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 4
11-10-16 11:51
Voor hem die mijn kracht is, juist als ik zwak ben.
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 5
11-10-16 11:51
Proloog Julia Ze zeggen dat je meerdere rouwfasen moet doorlopen als je een geliefd persoon hebt verloren. Dat is normaal en de duur van deze fasen kan verschillen. Er bestaan veel theorieĂŤn over hoeveel fasen het werkelijk zijn, maar volgens experts zijn het er vier tot zeven. Dit zijn mijn vijf fasen: shock, woede, depressie, regressie en aanpassing. Je hebt geen idee hoe vaak ze tegen me hebben gezegd dat je dood was en me hun medeleven betoonden, zodat ik jouw dood eindelijk zou accepteren. Ik was er zelf toch bij. Ik zag je gezicht. Ik wist dat het waar moest zijn, maar toch kon ik het gewoon niet geloven, want de werkelijkheid leek maar niet tot me door te dringen. Hoe vaker ik het hardop zei, des te onwerkelijker het voor me werd. Ook nu word ik soms nog wakker in de stellige overtuiging, met de verwachting, in de hoop je naast me te vinden zodra ik me omdraai. Alsof dit alles alleen maar een lange, wrede droom is waaruit ik toch eindelijk eens moet ontwaken. Maar als ik naast me grijp, voel ik alleen maar leegte. Daarna werd ik overmand door woede. Tjonge, wat was ik woedend. Op mezelf, omdat ik niets kon doen. Op jou, omdat je niet meer vocht. Op God, omdat hij ons geen wonder gaf. Op de schuldgevoelens die ik had omdat ik zo woedend was. Ten slotte begonnen de hevige pijn en de wanhoop op mijn lichaam in te werken. Het raakte uit balans. Ik kon niet slapen, niet opstaan, niet eten. Alles leek zo volkomen zinloos, en in ge7
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 7
11-10-16 12:11
dachten was ik alleen maar bezig met wat wij nooit meer samen zouden beleven. Ik had het gevoel dat ik me onder een glazen stolp bevond, afgesneden van de wereld. Hoewel ik ontzettend graag hulp wilde hebben, deed ik tegelijkertijd ongelooflijk afwijzend. Heftige emoties, agressie en hulpeloosheid wisselden elkaar steeds af. Ik wist nooit of ik al zover was dat ik weer bij de levenden wilde horen, of dat ik aan het verleden wilde blijven vasthouden. De laatste fase is de terugkeer naar het leven. Het rouwproces is beĂŤindigd en het verdriet is verwerkt. Je vindt je hart weer terug en ondanks het verlies voel je je ertoe bereid om het op een dag weer weg te geven. De laatste fase heb ik nog niet helemaal bereikt en ik weet ook niet zeker of ik die ooit zal bereiken. Elke dag worstel ik, ben ik in gevecht met mezelf; vaak doe ik een stap vooruit en net zo vaak weer een stap terug. Want de waarheid is: elke dag dat je niet bij me bent, sterf ik een stukje met jou.
8
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 8
11-10-16 11:51
Hoofdstuk 1 Jeremy Ik kom moe de keuken binnen, laat met veel lawaai mijn rugzak naast de deur vallen en gaap luid, zodat mijn vader, die met zijn rug naar me toe zit, weet dat ik eindelijk wakker ben. ’s Morgens ben ik, net als waarschijnlijk iedere tiener op de wereld, niet bepaald spraakzaam. Daarom ergert het me elke keer als mijn vader met mij over – volgens hem – belangrijke dingen begint te praten die voor mij, vooral op dit tijdstip, totaal onbelangrijk zijn. ‘De scouts zijn nu onderweg naar de scholen – wist je dat?’ vraagt hij, terwijl hij met de ene hand zijn koffiekopje naar zijn mond brengt en met de andere door de krant bladert. Ach, wat kan ik dat altijd waarderen als hij meteen ter zake komt, zonder eerst ‘goedemorgen’ of ‘hoe gaat het vandaag met je’ te zeggen. Maar ik moet toegeven dat hij zich deze laatste vraag sowieso kan besparen, omdat het antwoord op schooldagen niet al te origineel zou zijn. De enigen die in dit huis echt veel en graag praten zijn de poetsvrouw, die drie keer per week komt, en Claire natuurlijk. Het schijnt Claire vaak niet te kunnen schelen een tien minuten durende monoloog te houden zonder dat een van ons daar tussendoor een mening over geeft, of ‘écht?’ of ‘aha!’ zegt. Ze heeft genoeg aan instemmend geknik met af en toe een bijpassend geluidje – dan praat ze maar door. ’s Morgens is dat heel fijn, omdat ik daardoor, meestal zonder ook maar één woord te zeggen, me tijdens het ontbijt op mijn koffie kan concentreren. Als ze er even niet is, denkt mijn vader dat hij haar rol moet overnemen. Waar is ze eigenlijk? 9
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 9
11-10-16 11:51
Ik zit aan de bar in onze keuken en leun langzaam achterover om mijn armen uit te rekken. Ondertussen gaap ik nog eens. Ditmaal doe ik het om mijn vader duidelijk te maken hoe boeiend ik zijn onderwerpkeuze vind. We hebben het er al minstens honderd keer over gehad. Terwijl ik uitadem en me omdraai omdat ik voor mezelf ook koffie wil zetten, kijk ik opeens verbaasd naar een lege plek. ‘Waar is mijn energieleverancier?’ vraag ik geïrriteerd. Daarmee bedoel ik het koffieapparaat. Zo noemen we het liefdevol, omdat ons gezin uit louter junkies bestaat die zonder hun dagelijkse dosis koffiebonen niet kunnen overleven. Des te groter is mijn ergernis dat ik dit nu moet vragen. Voor hij antwoord geeft, bijt mijn vader op zijn dooie gemak een stukje van zijn toast. ‘Claire brengt het apparaat net weg voor reparatie, vanmorgen vond ze een hele boon in haar koffie.’ Ik kijk nog steeds met open mond naar de lege plek naast de magnetron. ‘En hoe moet ik dan vandaag naar school rijden?’ Hij bladert verder door de krant. ‘Je bent zeventien, je moet sowieso nog niet zoveel van dat spul drinken. Dat is niet gezond.’ Hij had net zo goed kunnen zeggen dat ik nooit meer moet eten. Zonder cafeïne ben ik ’s morgens niet te harden. Mijn vader is arts, en best wel een belangrijke. Hij heeft meerdere boeken geschreven en is zelfs al eens uitgenodigd in kleine talkshows. Een van zijn specialisaties is verslaving. Ik vind het des te ironischer dat hij rookt en dat zijn lichaam voor zestig procent uit koffie bestaat in plaats van water. ‘Ik ga weer naar bed. Maak me maar wakker als het koffieapparaat weer op zijn plek staat.’ Door de gedachte dat ik weer in bed kan kruipen loop ik iets gemotiveerder in de richting van de trap. ‘Jij gaat nergens heen, behalve naar school. Heb je eigenlijk wel gehoord wat ik net tegen je zei?’ vraagt hij, voor ik bij de trap ben. Daar was ik al bang voor. Waarom was ik zo stom om mijn mond niet te houden? Ik weet zeker dat ik minstens nog 10
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 10
11-10-16 11:51
een half uur had kunnen slapen voor hij had gemerkt dat ik nog niet weg ben. Ik blijf zuchtend staan en haak mijn vingers aan de bovenkant van de deurpost. Ik trek me twee keer op – niet best, gewoonlijk doe ik er beduidend meer. Daarna slof ik terug naar de keuken, pak een halve bagel en ga ermee bij mijn vader aan tafel zitten. Omdat ik de bagel niet met de bijbehorende koffie kan eten, laat ik mijn zware hoofd op tafel zakken. Als het om antwoorden gaat, heeft mijn vader veel geduld. Tenslotte kent hij me lang genoeg om te weten dat er niets anders opzit. Het duurt even tot ik eindelijk een reactie mompel. ‘Ja, pap, maar de scouts komen niet naar ons, ze gaan naar scholen waar football echt belangrijk is.’ ‘Wat bedoel je daar nou mee? Ik dacht dat we toch wel genoeg geld in jullie school hadden geïnvesteerd om het team vooruit te helpen.’ Ik rol met mijn ogen. Volgens mijn vader is met geld alles mogelijk. ‘Dat is het punt niet. Behalve New Jersey is Massachusetts de enige staat waar niet één keer landskampioenschappen waren. Denk je nu echt dat een van de universiteiten die jij hebt uitgekozen zich interesseert voor dat amateurfootball dat we op school spelen? Dan hadden we allang naar een andere staat moeten verhuizen,’ licht ik toe, terwijl ik zelf verbaasd ben dat ik ergens de energie vandaan heb gehaald om zoveel woorden op een zinnige manier aan elkaar te rijgen. Ditmaal is mijn vader degene die niet meteen antwoordt. Ik hoor hem twee keer rustig een stukje van zijn toast afbijten en er vervolgens gezellig op kauwen. Hij praat nooit met volle mond, dus ik heb nog een minuut tot hij reageert. Omdat mijn hersenen, zoals ik al zei, op dit tijdstip nog in de energiebesparende stand draaien, valt me nu pas op dat er voor mijn vader een halfvol kopje zwart goud staat. Als ik dat zie, schiet mijn hoofd omhoog en kijk ik hem met samengeknepen ogen aan. ‘Hoe kom je daar dan aan, als dat apparaat in puin ligt, zoals je 11
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 11
11-10-16 11:51
zegt?’ Als hij eindelijk antwoord geeft, blijft hij in de krant kijken. ‘Claire was zo lief om snel koffie voor me te halen bij Barney’s voor ze naar haar werk reed.’ Nu ik hoor wat voor rotstreek ze me leverden, valt mijn mond weer open. ‘Geweldig. En aan jullie zoon heeft weer eens niemand gedacht. Hartelijk bedankt!’ Voor het eerst legt hij de krant opzij en hij pakt zijn portemonnee. ‘Doe niet zo dramatisch. Hier heb je tien dollar, daar kun je je dagelijkse portie wel van kopen, lijkt me.’ Het quotum aan woorden is voor deze ochtend definitief overschreden, daarom haal ik als antwoord alleen nog mijn schouders op en pak het geld. ‘Toch moet je beter je best doen in het team. Je weet dat ik de keuze van je universiteit niet laat afhangen van een mogelijke studiebeurs, maar je cijfers zijn niet bepaald geweldig, dus zou je er goed aan doen als je…’ Omdat ik dat oude liedje niet meer kan horen, onderbreek ik hem geërgerd. ‘Dat weet ik, pap! Daar ben ik van op de hoogte, oké? Elke vijf minuten vertel je me dat.’ Ik sta op terwijl ik naar het droge stukje brood in mijn hand kijk. Niet onder de indruk neemt mijn vader nog een slok van de koffie die voor mij had moeten zijn. ‘Denk eraan dat ik de komende twee dagen naar een congres ben, dus pas op mijn lieve vrouw. Ik ben weer op tijd thuis voor de wedstrijd.’ Hèhè, een ander onderwerp. Over dat congres heeft hij me eeuwen geleden al verteld. Omdat hij voorzitter is, is hij er zich ook al weken op aan het voorbereiden. Omdat mijn vader de afgelopen decennia door hard werken een goede naam heeft opgebouwd, speelt geld geen rol meer. Hij heeft genoeg. Ik zeg met opzet niet wij, want dat wil niet zeggen dat hij daarom alles koopt wat ik wil. Ik moet ervoor werken. Eigenlijk zou ik dat irritant moeten vinden, want welke jongere heeft nu zin om voor iets te werken?! Maar ik moet toegeven dat ik hem dankbaar ben dat hij mijn opvoeding ondanks dat geld altijd belangrijker vond. O’Mally bijvoorbeeld is de helft van het jaar alleen thuis met zijn zusje omdat zijn ouders Joost mag we12
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 12
11-10-16 11:51
ten waarheen op pad zijn. Ze vliegen drie keer per jaar naar de Seychellen of zo, waar ze vervolgens geen woord met elkaar wisselen. Geen wonder dat hij zo’n zak is. Toch heb ik geen medelijden. Dit heb ik trouwens allemaal van O’Mally’s zusje gehoord, die absoluut niet zo suf is als hij. Met die gozer praat ik waarschijnlijk net zoveel als hij met zijn ouders. Zijn zusje is net vijftien geworden. Via Facebook vroeg ze me of ik haar vriendje wilde worden. Ik heb haar bedankt en afgewezen. Niet alleen omdat ze te jong is en ik geen vriendin wil, maar ook omdat ik totaal geen zin heb om mijn vrije tijd met haar moeilijke broer door te brengen. Waarschijnlijk heeft hij een nog grotere hekel aan me omdat ze bij mij geen succes had. Maar dat boeit me niet. Hij mag me eigenlijk wel dankbaar zijn dat we elkaar niet de hele tijd hoeven tegen te komen. Zijn zusje heeft via Facebook inmid dels blijkbaar al vervanging voor mij gevonden. Op die leeftijd gaat dat nu eenmaal razend snel. Daarom reageer ik helemaal niet meer als veertien- en vijftienjarigen vriendschapsverzoeken of be richten sturen met de vraag om hen alsjeblieft toe te voegen. Ik heb het niet zo op die puberdrama’s, en ze interesseren me ook niet. Wij veroorloven het ons in elk geval niet om alles maar te kopen wat we zouden kunnen. Ja, we hebben een gigantisch huis en zo, maar ze kunnen ons niet voor de voeten gooien dat we snobs zijn. Want Claire heeft zowel mijn opvoeding als die van mijn vader ter hand genomen. Ja, dat hoor je goed. Net als de meeste vrouwen moest ook Claire mijn vader eerst opvoeden voor we zo harmonisch konden samenleven als we nu doen. Op grond van wat ze vertelde weet ik zeker dat hij zonder haar nooit zover was gekomen. ‘Veel plezier!’ wens ik hem en ik geef hem een klop op zijn schouder, zoals hij anders altijd bij mij doet. Ik ruik de koffiegeur weer, hij werkt benevelend. Niet meer in staat weerstand te bieden, grijp ik zijn kopje en drink de inhoud in één teug op. Tevreden zet ik het daarna met een boosaardige grijns weer op zijn bord. Het is me vanmorgen voor het eerst gelukt om hem op 13
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 13
11-10-16 11:51
zijn neus te laten kijken. Grijnzend bijt ik voor zijn strenge gezicht een stukje van mijn bagel en ik geef hem zelfvoldaan een knipoog. ‘Moet jij niet al op school zijn?’ vraagt mijn vader, nu ik einde lijk zijn aandacht heb. Kauwend knik ik terwijl ik op de keukenklok kijk. Over vijf minuten begint de les. Maar in de ochtenddrukte heb ik minstens een kwartier nodig om op school te komen. Wat maakt het uit, ik kom niet voor het eerst te laat. ‘Bye,’ zeg ik met volle mond, want ik weet dat hem dat irriteert. Dan gooi ik mijn stukje bagel weer in de richting van de broodrooster, pak mijn rugzak en de autosleutels en laat de deur achter me dichtvallen.
Julia Tijd heelt alle wonden. Een interessant gezegde, dat je in tijden van nood of bij rouw steeds weer te horen krijgt. Het zou op een of andere manier best kunnen helpen, en iemand die dit zegt heeft er in elk geval ervaring mee. Ik vraag me alleen vaker af wie er beslist hoeveel tijd je ervoor nodig hebt, of beter: hoeveel tijd je ervoor nodig mag hebben om over een zware slag van het noodlot heen te komen en weer grip op je leven te hebben. Kan zo’n diepe wond eigenlijk ooit wel genezen? Kom je ooit over de pijn van een verlies heen, zoals ze zeggen? Ik heb ervaren dat je het verlies op de een of andere manier altijd met je meedraagt. Er zijn goede dagen waarop je de pijn gemakkelijker kunt uitschakelen en er zijn dagen dat de pijn zo intens is dat je bijna niet kunt opstaan. Je kunt iets accepteren, of er misschien zelfs vrede mee hebben en leren ermee om te gaan. Maar je vergeet het niet. Meestal word je juist op een moment dat je het niet verwacht door je herinneringen ingehaald. Het is de vraag of je sterk genoeg bent om je weer op te richten en het proces opnieuw aan te gaan omdat je een doel voor ogen hebt – of juist niet? 14
Tot je weer ademen kunt 1-352.indd 14
11-10-16 11:51
Al sinds haar kindertijd is Jessica Winter verzot op romantische verhalen, met diepgang. Al jaren droomde ze ervan zelf een boek te schrijven. Ze woont met haar man in Linz en werkt met veel plezier als orthopedagoge. In de avonduren schreef ze haar debuut Tot je weer ademen kunt.
www.uitgeverijcallenbach.nl isbn 978 90 266 2197 0 nur 284
J ULIA & J E R E MY
TOT JE WEER ADEMEN KUNT
Op het eerste gezicht kunnen de levens van Julia en Jeremy niet meer verschillen. Buiten wat onderlinge treiterijen, delen ze niets met elkaar. Dat verandert op slag als Jeremy bij toeval een geheim ontdekt dat Julia al jaren probeert te verbergen. Voor het eerst in zijn leven moet Jeremy werken voor iets; hij moet Julia’s vertrouwen winnen om haar te kunnen helpen. Maar hoe dichter hij bij haar komt, hoe meer hij zich realiseert dat niet alleen haar façade afbrokkelt.
J UL & IA J ER Y EM
N I E U W E S E R I E OV E R J U LIA & J E R E MY – D E E L 1
JESSICA WINTER
NIET ZOMAAR EEN LIEFDESVERHAAL
JESSICA WINTER TOT JE WEER
ADEMEN KUNT