Skip to main content

Strijders voor God - Francine Rivers - 9789029727075

Page 1

FS

Francine

Rivers

Strijders voor God

De k rijger – Kaleb, de ver spieder De prins – Jonat an, de v riend van Dav id De profeet – A mos, de boer uit Tekoa De schrijver – Silas, de reisgenoot van Paulus De Bijbel komt tot leven in de romans die Francine grond een belangrijke rol vervulden. Ze gaven hun leven aan God, en streden de goede strijd van het geloof. Lees hun levensverhalen en laat je inspireren door hun vertrouwen op God. NUR 350/707 ISBN 978 90 297 2707 5

9 789029

727075

www.kok.nl | NUR 342

strijders v God TOT.indd 1

FS

FS

Strijders voor God

Rivers schreef over moedige mannen die op de achter-

Francine

Rivers

De priester – Aäron, de broer van Mozes

Francine

Rivers

Strijders voor God ROM A NSER IE M A NNEN IN DE BIJBEL

26-04-2018 15:41:52


Francine Rivers

Strijders voor God

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 3

07-05-18 12:21


VOORWOORD Beste lezer, In Strijders voor God zijn vijf novelles opgenomen over Bijbelse mannen van het geloof die in de schaduw van anderen hun dienst verrichtten. Het waren mannen uit het Oosten en uit oude tijden, maar hun verhalen zijn niettemin van toepassing op ons leven en op de moeilijke kwesties waarmee wij in de wereld van vandaag te maken hebben. Zij stonden aan de frontlijn. Ze hadden moed en namen risico’s. Ze deden wat niemand verwachtte, werden door het leven uitgedaagd en maakten soms vergissingen – grote vergissingen. Het waren geen perfecte mannen, en toch gebruikte God hen door zijn grenzeloze genade in zijn perfecte plan om zichzelf aan de wereld te openbaren. Wij leven in een uitzichtloze en moeilijke tijd, waarin miljoenen mensen op zoek zijn naar antwoorden. Deze mannen wijzen ons de weg. De lessen die wij van hen kunnen leren, zijn vandaag de dag net zo veelzeggend als duizenden jaren geleden. Het zijn historische mannen die echt geleefd hebben. Hun verhalen, zoals ik die navertel, zijn gebaseerd op Bijbelse gegevens. De feiten die wij kennen over het leven van Aäron kunt u in de Bijbelboeken Exodus, Leviticus en Numeri lezen. Leg

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 7

07-05-18 12:21


8

voorwoord

daar ook Christus naast, onze Hogepriester, zoals beschreven in het boek Hebreeën. De feiten die wij kennen omtrent het leven van Kaleb zijn in de boeken Numeri, Jozua en het begin van Richteren na te lezen. De feiten die wij kennen over het leven van Jonatan zijn te vinden in de boeken 1 en 2 Samuël. De feiten die wij kennen over het leven van Amos zijn na te lezen in het Bijbelboek dat zijn naam draagt. De feiten die wij kennen over het leven van Silas zijn na te lezen in Handelingen 15:22-19:10; 2 Korintiërs 1:19; 1 Tessalonicenzen 1:1; 2 Tessalonicenzen1:1; en 1Petrus 5:12. Dit boek is historische fictie. De contouren van het verhaal worden aangereikt vanuit de Bijbel en ik ben uitgegaan van de feiten die ons daar worden aangeboden. Voort­bordurend op deze basis heb ik acties, dialogen, innerlijke motivaties, en in een aantal gevallen, extra personages bedacht waarvan ik het gevoel heb dat die in overeenstemming zijn met het Bijbelse verslag. Ik heb geprobeerd op alle punten trouw te blijven aan de Bijbelse boodschap en heb alleen dingen toegevoegd die ons kunnen helpen de boodschap te verstaan. De Bijbel zelf is uiteindelijk de grootste bron van informatie over de mensen uit de Bijbel. Voor een goed begrip van het verhaal raad ik u aan deze te lezen. En ik bid dat u zich bij het lezen van de Bijbel bewust wordt van de continuïteit, de samenhang en de bevestiging van Gods plan door de eeuwen heen – een plan waar u deel van uitmaakt. Francine Rivers

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 8

07-05-18 12:21


De priester Het verhaal van Aäron, de broer van Mozes

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 9

07-05-18 12:21


EEN Aäron voelde dat er iemand dicht bij hem stond toen hij de vorm losbrak en de gedroogde baksteen opzij legde. Zijn huid tintelde van angst toen hij opkeek. Niemand in de buurt. De dichtstbijzijnde joodse opzichter controleerde hoe er stenen op een kar geladen werden voor gebruik in een of ander bouwproject in de voorraadsteden van de farao. Hij veegde het vocht van zijn bovenlip en boog zich weer over zijn werk. In het hele door de zon verzengde gebied droegen overwerkte kinderen stro naar vrouwen die het als een mantel uitstrooiden over de modderpoel en het in de massa trapten. Bezwete mannen vulden emmers en bogen onder het gewicht terwijl ze de modder in de vormen goten. Het werk ging onafgebroken door, van zonsopgang tot het vallen van de avond, en liet niet meer dan een paar schemerige uurtjes over voor het verzorgen van de kleine stukjes land en de kuddes die in het levensonderhoud moesten voorzien. Waar bent U, God? Waarom helpt U ons niet? ‘Jij daar! Ga aan het werk!’ Aäron boog zijn hoofd, verborg zijn haat en liep verder naar de volgende vorm. Zijn knieën deden pijn van het hurken, zijn rug van het stenen tillen en zijn nek van het vooroverbuigen. Hij zette de stenen in stapels neer om door anderen opgehaald te worden. De poelen en vlakten wemelden van de arbeiders en de lucht was zo dik en zwaar dat hij nauwelijks adem kon halen vanwege de stank van menselijke ellende. Soms leek de dood beter dan dit ondraaglijke bestaan. Welke hoop kon hij, of iemand van zijn volk koesteren? God had hen verlaten. Aäron veegde het zweet uit zijn

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 10

07-05-18 12:21


een

12

11

HET VERHAAL VAN AÄRON

ogen en haalde de volgende vorm van de gedroogde steen. Weer sprak er iemand tegen hem. Het was zachter dan een fluistering, maar toch voelde hij het bloed naar zijn hoofd stijgen en zijn nekharen gingen overeind staan. Hij bleef stil staan en leunde luisterend naar voren. Hij keek om zich heen, maar er was niemand die op hem lette. Misschien kwam het door de hitte. Dat moest het wel zijn. Ieder jaar werd zwaarder, onverdraaglijker. Hij was drieëntachtig jaar oud, een lang leven gezegend met niets dan ellende. Trillend stak Aäron zijn hand op. Een jongen met een waterzak rende naar hem toe. Aäron dronk gulzig, maar de warme vloeistof hielp niet tegen zijn innerlijke beven, het gevoel dat iemand hem van zo dichtbij opnam dat hij de blik tot in zijn beenmerg kon voelen. Het was een vreemde ervaring die hem bang maakte door de intensiteit ervan. Hij leunde voorover op zijn knieën en wilde dat hij zich voor het licht kon verschuilen, dat hij kon rusten. De opzichter schreeuwde opnieuw en hij wist dat hij de zweep zou voelen als hij niet doorwerkte. Zelfs oude mannen als hij moesten iedere dag een vastgesteld, groot aantal stenen afleveren. Deden ze dat niet, dan zouden ze ervoor boeten. Zijn vader, Amram, was met zijn gezicht in de modder gestorven, met een Egyptische voet in zijn nek. Waar was U toen, God? Waar was U? Hij haatte de joodse opzichters even grondig als de Egyptenaren. Maar toch toonde hij dankbaarheid – haat gaf een man kracht. Hoe eerder hij zijn aantal stenen had afgeleverd, hoe eerder hij zijn schapen en geiten kon hoeden en hoe eerder zijn zoons hun akkertje in het land Gosen konden bewerken dat het eten op hun tafel moest brengen. De Egyptenaren proberen ons te doden, maar wij gaan maar door en door. Wij vermenigvuldigen ons. Maar wat brengt het ons op? We lijden en lijden nog wat meer. Aäron maakte een volgende vorm los. Zweetdruppels vielen van zijn voorhoofd op de gedroogde klei en vormden vlekken op

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 11

07-05-18 12:21


12 EEN

het verhaal van aäron

13

de steen. Alles wat in Egypte gebouwd werd, droeg de sporen van joods zweet en bloed! De beelden van Raämses, de paleizen van Raämses, de voorraadsilo’s van Raämses, de stad van Raämses – alles was bevlekt. De heerser van Egypte vond het heerlijk om alles naar zichzelf te noemen. De trots regeerde op de troon van Egypte. De oude farao had geprobeerd de zonen van de joden in de Nijl te verdrinken, en nu probeerde Raämses hen tot stof te vermalen! Aäron tilde de steen op en legde hem bij een dozijn andere. Wanneer zult U ons verlossen, God? Wanneer breekt u het juk van slavernij op onze ruggen? Was het niet onze voorvader Jozef die dit verdorven land van de hongersnood redde? En kijk eens hoe we nu behandeld worden! De farao gebruikt ons als lastdieren bij de bouw van zijn steden en paleizen. God, waarom hebt U ons verlaten? Hoe lang nog, Heer, hoe lang nog voordat U ons verlost van hen die ons met werk willen ombrengen? Aäron. De Stem kwam vanbuiten en vanbinnen, helder deze keer, en legde Aärons woelige gedachten het zwijgen op. Hij voelde de Aanwezigheid zo onmiddellijk dat al het andere wegviel en hij door onzichtbare handen zwijgend en stil omgeven leek. De Stem was niet mis te verstaan. Aäron herkende hem tot in zijn bloed en botten. Ga Mozes in de woestijn tegemoet! De goddelijke Aanwezigheid verdween en alles werd weer zoals het was geweest. De geluiden omringden hem weer – het zuigen van de modder rond stampende voeten, het gekreun van mannen die emmers optilden, het roepen van vrouwen om meer stro, het gekraak van zand als er iemand naderde, scheldwoorden, geschreeuwde bevelen, het suizen van een zweep. Aäron schreeuwde toen de pijn zijn rug verscheurde. Hij bukte voorover en verborg zijn hoofd, minder bevreesd voor de opzichter dan voor de Ene die hem bij zijn naam had geroepen. De zweep rukte zijn vlees open, maar het Woord van God raakte hem recht in zijn hart. ‘Sta op, oude man!’

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 12

07-05-18 12:21


een

14

13

HET VERHAAL VAN AÄRON

Als hij geluk had, zou hij sterven. Hij voelde meer pijn, hoorde stemmen en zweefde weg in duisternis. En hij herinnerde zich… Hoeveel jaar was het geleden dat hij aan zijn broer had gedacht? Aäron had aangenomen dat hij dood was, dat zijn verdorde beenderen ergens vergeten in de woestijn lagen. Aärons vroegste herinnering was aan zijn moeder, die kwaad en wanhopig huilde terwijl ze de gevlochten mand die zij gemaakt had bedekte met asfalt en pek. ‘De farao heeft gezegd dat wij onze zonen aan de Nijl moeten geven, Amram, en dat zal ik doen. Moge God hem behoeden! Moge de Almachtige genade betonen!’ En God had zijn genade laten zien door het mandje in de handen van de dochter van de farao te laten drijven. Mirjam, acht jaar oud, had het mandje gevolgd om te zien wat er van haar babybroertje zou worden en had daarna genoeg moed gehad om de Egyptische te zeggen dat zij een voedster nodig zou hebben. Toen Mirjam daarop opdracht kreeg er een te zoeken, rende zij naar haar moeder. Aäron was toen nog maar drie jaar oud, maar hij herinnerde zich die dag nog. Zijn moeder wrong zijn vingers los. ‘Houd me niet zo vast. Ik moet gaan!’ Ze had zijn polsen stevig vastgegrepen en hem op afstand van haar gehouden. ‘Pak hem aan, Mirjam.’ Aäron huilde en schreeuwde toen zijn moeder door de deur naar buiten liep. Ze verliet hem. ‘Stil maar, Aäron.’ Mirjam hield hem stevig vast. ‘Huilen helpt toch niet. Je weet dat Mozes mama meer nodig heeft dan jij. Jij bent een grote jongen. Jij kunt mij helpen in de moestuin en bij de schapen…’ Hoewel zijn moeder iedere avond met Mozes terugkwam, ging haar aandacht duidelijk meer uit naar de baby. Iedere morgen gehoorzaamde zij het bevel van de prinses om de baby mee te nemen naar het paleis en in de buurt te blijven, voor het geval hij iets nodig mocht hebben. Dag na dag verging, en alleen Aärons zuster was er om hem te

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 13

07-05-18 12:21


14 EEN

het verhaal van aäron

15

troosten. ‘Ik mis haar ook, hoor.’ Ze veegde tranen van haar wangen. ‘Mozes heeft haar harder nodig dan wij. Hij is nog niet gespeend.’ ‘Ik wil mama!’ ‘Maar willen en krijgen zijn twee dingen. Stop ermee daarover te jammeren.’ ‘Waar gaat mama iedere dag naartoe?’ ‘Stroomopwaarts langs de rivier.’ ‘Stroomopwaarts?’ Ze wees in de richting. ‘Naar het paleis waar de dochter van de farao woont.’ Op een dag sloop Aäron weg toen Mirjam naar buiten ging om naar hun paar schapen te kijken. Hoewel hem op het hart was gedrukt niet naar de Nijl te gaan, deed hij het toch en volgde hij de rivier weg van het dorp. Er leefden gevaarlijke wezens in het water. Kwade wezens. Het riet was hoog en scherp en maakte kleine schrammen op zijn armen en benen. Hij hoorde geritsel en laag gegrom, schrille noodkreten en hevig vleugelklappen. Er zaten krokodillen in de Nijl, dat had zijn moeder hem verteld. Hij hoorde een vrouw lachen, baande zich een weg door het riet en kroop dichterbij tot hij tussen de verhullende, groene stengels door het stenen terras zag waar een Egyptische vrouw zat, met een baby op haar schoot. Ze liet hem op haar knieën schommelen en praatte zacht tegen hem. Ze kuste hem in zijn nek en hield hem omhoog als een offer aan de zon. Toen de baby begon te huilen, riep de vrouw: ‘Jokebed!’ Aäron zag zijn moeder opstaan van een plaats in de schaduw en de trap af lopen. Met een glimlach nam zij de baby over, en Aäron wist nu dat het zijn broertje moest zijn. De twee vrouwen praatten kort met elkaar voordat de Egyptische naar binnen ging. Aäron stond op zodat mama hem zou kunnen zien als zij zijn kant opkeek. Ze deed het niet. Ze had alleen maar oog voor de

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 14

07-05-18 12:21


een

16

15

HET VERHAAL VAN AÄRON

baby in haar armen. Zijn moeder troostte en voedde Mozes en zong voor hem. Eenzaam stond Aäron toe te kijken hoe zij Mozes’ haar teder streelde. Hij wilde haar roepen, maar zijn keel was dik en warm van verdriet. Toen zijn moeder Mozes gevoed had, stond ze op en draaide haar rug naar de rivier. Ze hield Mozes tegen haar schouder en liep de trap weer op om in het paleis te verdwijnen. Aäron ging in de modder zitten, verscholen tussen het riet. Om hem heen zoemden de muggen. Kikkers kwaakten en andere, dreigender geluiden deden het diepere water rimpelen. Het zou mama niet kunnen schelen als hij door een slang of een krokodil werd aangevallen. Zij had Mozes, en dat was de enige van wie zij nu hield. Haar oudere zoon was ze volkomen vergeten. Aäron voelde de felle pijn van de eenzaamheid en zijn jonge hart brandde van haat voor de broer die zijn moeder had weg geroofd. Hij wilde dat het mandje gezonken was, dat een krokodil hem had opgegeten, zoals zij alle andere babyjongetjes hadden opgegeten. Hij hoorde iets naderen tussen het riet en probeerde zich te verstoppen. ‘Aäron?’ Mirjam kwam tevoorschijn. ‘Ik heb je overal gezocht! Hoe ben je hier gekomen?’ Toen hij haar aankeek, schoten Mirjams ogen vol tranen. ‘O, Aäron…’ Ze keek verlangend in de richting van het paleis. ‘Heb je mama gezien?’ Hij liet zijn hoofd hangen en snikte. Zijn zus sloeg haar dunne armen om hem heen en trok hem tegen zich aan. ‘Ik mis haar ook, Aäron,’ fluisterde ze met een hese stem. Hij liet zijn hoofd tegen haar schouder rusten. ‘Maar we moeten nu gaan. We willen haar niet in moeilijkheden brengen.’ Aäron was zes toen zijn moeder op een avond intriest thuiskwam. Ze kon alleen maar huilen en praten over Mozes en de dochter van de farao. ‘Ze houdt van je broer en ze zal een lieve moeder voor hem zijn. Daar moet ik mij mee troosten en ik moet vergeten dat zij een heidense is. Ze zal hem een opleiding geven

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 15

07-05-18 12:21


16 EEN

het verhaal van aäron

17

en hij zal op een dag uitgroeien tot een belangrijk man.’ Ze frommelde haar omslagdoek in elkaar, duwde hem tegen haar mond om haar snikken te smoren en schommelde voortdurend heen en weer. ‘Op een dag komt hij bij ons terug.’ Dat zei ze telkens weer. Aäron hoopte dat Mozes nooit terug zou komen, dat hij zijn broer nooit meer zou zien. Ik haat hem, wilde hij wel uitschreeuwen. Ik haat hem omdat hij u van mij afnam! ‘Mijn zoon zal onze redder worden.’ Ze kon over niets anders praten dan over haar dierbare Mozes, de redder van Israël. Het zaad van de verbittering ontkiemde in Aäron, tot hij de naam van zijn broer niet meer horen kon. ‘Waarom bent u eigenlijk teruggekomen?’ snikte hij woedend op een middag. ‘Waarom bent u niet gewoon bij hem gebleven als u zoveel van hem houdt?’ Mirjam greep hem vast. ‘Houd je mond. Straks denkt mama nog dat ik je heb verwaarloosd toen zij weg was.’ ‘Ze geeft evenmin iets om jou dan om mij!’ schreeuwde hij tegen zijn zus. Hij keek zijn moeder weer aan. ‘En u hebt zeker niet eens gehuild toen papa met zijn gezicht in de modder stierf. Of wel soms?’ Toen hij de blik op zijn moeders gezicht zag, rende hij weg en bleef doorrennen tot hij bij de modderpoelen was, waar hij dagelijks het stro moest verzamelen dat de arbeiders in de modder stampten om stenen te maken. In ieder geval praatte zijn moeder sinds die dag minder over Mozes. Ze praatte bijna helemaal niet meer. Aäron ontwaakte uit zijn pijnlijke herinneringen. Door zijn oogleden kon hij de hitte zien en een schaduw die over hem viel. Iemand liet een paar druppels kostbaar water op zijn lippen vallen terwijl het verleden nog om hem heen nagalmde. Zijn geest was nog verward in een mengeling van heden en verleden. ‘Ook al verdrinkt hij niet in de rivier, Jokebed, als iemand ziet dat hij besneden is, weet hij of zij dat hij gedoemd is te sterven.’ ‘Ik ga mijn eigen zoon niet verdrinken! Ik zal mijn hand niet tegen mijn eigen zoon opheffen, en jij ook niet!’ Zijn moeder

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 16

07-05-18 12:21


een

18

17

HET VERHAAL VAN AÄRON

huilde toen ze zijn slapende broertje in het mandje legde. God had die dag zeker de spot gedreven met de Egyptische goden, want de Nijl zelf, de levensader van Egypte, had zijn broer in de handen en het hart van de dochter van de farao gedreven, uitgerekend de man die opdracht had gegeven alle joodse jongetjes te verdrinken. En ook de andere Egyptische goden die in de gedaanten van krokodillen en nijlpaarden aan de oevers van de rivier op de loer lagen, waren er niet in geslaagd het bevel van de farao uit te voeren. Maar niemand was er blij om. Er waren er al veel te veel gestorven en dagelijks kwamen er nog meer bij. Soms dacht Aäron dat het bevel uiteindelijk alleen was ingetrokken om de farao van genoeg slaven te voorzien om zijn stenen te bakken, zijn rotsblokken te houwen en zijn steden te bouwen! Waarom had zijn broer het als enige overleefd? Moest Mozes de redder van Israël worden? Mirjam had Aärons leven richting gegeven, zelfs nadat hun moeder weer thuis was gekomen. Zijn zuster had hem beschermd zoals een leeuwin haar welpen beschermt. Maar zelfs in die tijd, ondanks de buitengewone gebeurtenissen met Mozes, waren de omstandigheden van Aärons leven niet veranderd. Hij leerde de schapen te hoeden; hij verzamelde stro voor de stenen en toen hij zes was, schepte hij de modder in emmers. Terwijl Aäron het leven van een slaaf leidde, groeide Mozes op in het paleis. Aäron leerde zijn lessen door loodzwaar werk en de mishandeling van de opzichters, Mozes leerde lezen, schrijven, praten en leven als een Egyptenaar. Aäron droeg vodden, Mozes hulde zich in fijn linnen. Aäron at platte broden en de schamele oogst die zijn zus en moeder aan hun kleine stukje harde, droge grond ontworstelden. Mozes vulde zijn maag met gerechten die door slaven werden opgediend. Aäron werkte in de hitte van de zon, tot zijn knieën in de modder, Mozes zat in koele stenen galerijen en werd ondanks zijn joodse bloed behandeld als een Egyptische prins. Mozes leidde een leven van luxe in plaats van

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 17

07-05-18 12:21


18 EEN

het verhaal van aäron

19

gezwoeg, vrijheid in plaats van slavernij, overvloed in plaats van armoede. Aäron was als slaaf geboren en wist dat hij als slaaf zou sterven. Behalve wanneer God hen zou verlossen. Is het Mozes, Heer? Afgunst en jaloezie hadden Aäron bijna zijn hele leven gekweld. Maar was het Mozes’ schuld dat hij bij zijn familie was weggehaald en opgevoed door vreemdelingen die afgoden aanbaden? Aäron zag Mozes niet meer tot hij pas jaren later in de deuropening van hun huis stond. Hun moeder was met een schreeuw overeind geschoten en rende op hem af om hem te omhelzen. Aäron wist niet wat hij voelde of denken moest, noch wat hij kon verwachten van een broer die eruitzag als een Egyptenaar en die geen woord Hebreeuws sprak. Hij had Mozes veracht, maar was in de war geraakt door het verlangen van zijn broer zich bij de slaven te voegen. Mozes kon gaan en staan waar hij wilde. Waarom had hij ervoor gekozen in het land Gosen te wonen? Hij had op strijdwagens kunnen rijden en op leeuwen kunnen jagen met de andere jongemannen van het hof van de farao. Wat hoopte hij te bereiken door naast de slaven te werken? ‘Jij haat mij, nietwaar, Aäron?’ Aäron verstond Egyptisch, hoewel Mozes geen Hebreeuws verstond. De vraag zette hem aan het denken. ‘Nee. Geen haat.’ Hij voelde niets anders dan wantrouwen. ‘Wat doe jij hier?’ ‘Ik hoor hier.’ Aäron was woedend geworden van dat antwoord. ‘Hebben wij allemaal ons leven geriskeerd alleen om jou in een modderpoel te zien eindigen?’ ‘Als ik moet proberen mijn volk te verlossen, moet ik ze dan niet kennen?’ ‘Ach, wat edelmoedig!’ ‘Jullie hebben een leider nodig.’ Hun moeder verdedigde Mozes met alles wat in haar was. ‘Heb

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 18

07-05-18 12:21


een

20

19

HET VERHAAL VAN AÄRON

ik jullie niet gezegd dat mijn zoon zijn eigen volk zou verkiezen boven onze vijanden?’ Zou Mozes niet veel meer kunnen betekenen als hij in het paleis opkwam voor de belangen van de joden? Dacht hij het respect van de farao te winnen door bij de slaven te gaan werken? Aäron begreep Mozes niet, en na al die jaren dat zij totaal verschillende levens leidden, was hij er niet zeker van of hij hem wel mocht. Maar waarom deed hij het? Wat was Mozes’ ware doel? Was hij een spion van de farao die moest uitvinden of die ellendige Israëlieten plannen hadden zich bij vijanden van Egypte aan te sluiten? Die gedachte kon wel eens in hen opgekomen zijn, maar ze wisten dat zij in handen van de Filistijnen weinig beter af zouden zijn. Waar is God als wij Hem nodig hebben? Ver weg, blind en doof voor onze schreeuw om verlossing! Mozes had als de geadopteerde zoon van farao’s dochter in de paleizen kunnen rondlopen, maar hij had het bloed en het temperament van de Levieten geërfd. Toen hij een Egyptenaar zag die een joodse slaaf afranselde, speelde hij voor eigen rechter. Aäron en enkele anderen keken met afgrijzen toe hoe hij de Egyptenaar neersloeg. De anderen vluchtten terwijl Mozes het lichaam in het zand begroef. ‘Iemand moet jullie verdedigen!’ zei Mozes toen Aäron hem hielp de sporen van zijn misdaad uit te wissen. ‘Denk erover na. Duizenden slaven die tegen hun meesters in opstand komen. Dat is waar de Egyptenaren bang voor zijn, Aäron, en daarom behandelen ze jullie als slaven en proberen jullie met werk te doden.’ ‘Is dit het soort leider dat jij wilt zijn? Hen vermoorden zoals zij ons vermoorden?’ Was dat de weg naar verlossing? Zou hun verlosser een krijgsheld zijn die hen aanvoerde in de strijd? Zou hij hun een zwaard in de hand geven? De opgekropte woede van jarenlange slavernij overspoelde Aäron. Hoe makkelijk zou het zijn daaraan toe te geven!

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 19

07-05-18 12:21


20 EEN

het verhaal van aäron

21

De geruchten verspreidden zich als fijn zand in de woestijnwind en bereikten uiteindelijk de oren van de farao. Toen een paar joden de volgende dag onderling vochten, probeerde Mozes tussenbeide te komen, om te merken dat hijzelf onder vuur kwam te liggen. ‘Wie heeft u tot overste en rechter over ons aangesteld? Wilt u mij soms doden zoals u die Egyptenaar gedood hebt?’ het volk wilde Mozes niet als hun verlosser. Hij was een raadsel voor hen, en niet te vertrouwen. De dochter van de farao kon Mozes deze keer niet beschermen. Hoe lang kon iemand overleven onder de haat en klopjacht van de farao en de jaloezie en verachting van zijn broeders? Mozes verdween naar de woestijn en niemand hoorde ooit nog van hem. Hij had zelfs geen tijd om afscheid te nemen van zijn moeder, die geloofd had dat haar zoon geboren werd om Israël van de slavernij te verlossen. Zo nam Mozes de droom en de hoop van hun moeder mee naar de woestijn. Zij stierf nog datzelfde jaar. Het lot van Mozes’ Egyptische stiefmoeder was niet bekend, maar de farao leefde maar door en bleef zijn voorraadsteden en monumenten bouwen, en, het grootste van alles, zijn graftombe. De tombe was nauwelijks voltooid toen de sarcofaag met het gebalsemde lichaam van de farao naar de Vallei der Koningen werd gebracht, gevolgd door een stoet van duizenden rouwenden die gouden afgodsbeelden, bezittingen en voorraden meedroegen voor een leven in het hiernamaals dat nog grootser zou zijn dan het leven dat de farao op aarde geleid had. Nu droeg Raämses de slangenkroon en hield hij een zwaard boven hun hoofden. Met zijn wrede arrogantie gaf hij er echter de voorkeur aan zijn hiel in hun rug te zetten. Toen Amram niet uit de poel kon opstaan, werd hij in de modder gesmoord. Aäron was drieëntachtig, een broodmagere man. Hij wist dat hij spoedig zou sterven, en zijn zonen na hem, en hun zonen door de geslachten heen.

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 20

07-05-18 12:21


21

een

22

HET VERHAAL VAN AÄRON

Behalve wanneer God hen zou verlossen. Heer, Heer, waarom hebt U uw volk verlaten? Aäron bad uit pure wanhoop. Naar God schreeuwen om hulp was de enige vrijheid die hij nog bezat. Had God geen verbond gesloten met Abraham, Isaak en Jakob? God, Heer, hoor mijn gebed! Help ons! Als God bestond, waar was Hij dan? Zag Hij de bloedige striemen op hun ruggen, de uitgebluste, uitgeputte blik in hun ogen? Hoorde hij de jammerklachten van Abrahams kinderen? Aärons vader en moeder hadden zich vastgeklampt aan het geloof in de onzichtbare God. Waar zullen wij anders hoop vinden, Heer? Hoe lang nog, God, hoe lang nog voordat U ons verlost? Help ons. God, waarom helpt U ons niet? Aärons vader en moeder lagen reeds lang begraven in het zand. Aäron had de laatste wens van zijn vader gehoorzaamd en was met Eliseba getrouwd, een dochter uit de stam van Juda. Ze had hem vier prachtige zonen geschonken voordat zij stierf. Er waren dagen dat Aäron de doden benijdde. Zij hadden tenminste rust, hun onophoudelijke gebeden waren eindelijk verstomd en Gods stilzwijgen deed hun geen pijn meer. Iemand tilde zijn hoofd op en gaf hem water. ‘Vader?’ Aäron opende zijn ogen en zag zijn zoon Eleazer boven zich. ‘God heeft tot mij gesproken.’ Zijn stem was weinig meer dan een fluistering. Eleazer bukte dieper. ‘Ik kon u niet verstaan, vader. Wat zei u?’ Aäron huilde, niet in staat nog iets te zeggen. God had eindelijk gesproken en Aäron wist dat zijn leven nooit meer hetzelfde zou zijn. * *** ** Aäron riep zijn vier zonen, Nadab, Abihu, Eleazer en Itamar, en zijn zuster Mirjam bij elkaar en vertelde dat God hem bevolen had Mozes tegemoet te gaan in de woestijn.

Strijders_voor_God_Rivers_druk1_binnenwerk_proef4.indd 21

07-05-18 12:21


FS

Francine

Rivers

Strijders voor God

De k rijger – Kaleb, de ver spieder De prins – Jonat an, de v riend van Dav id De profeet – A mos, de boer uit Tekoa De schrijver – Silas, de reisgenoot van Paulus De Bijbel komt tot leven in de romans die Francine grond een belangrijke rol vervulden. Ze gaven hun leven aan God, en streden de goede strijd van het geloof. Lees hun levensverhalen en laat je inspireren door hun vertrouwen op God. NUR 350/707 ISBN 978 90 297 2707 5

9 789029

727075

www.kok.nl | NUR 342

strijders v God TOT.indd 1

FS

FS

Strijders voor God

Rivers schreef over moedige mannen die op de achter-

Francine

Rivers

De priester – Aäron, de broer van Mozes

Francine

Rivers

Strijders voor God ROM A NSER IE M A NNEN IN DE BIJBEL

26-04-2018 15:41:52


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Strijders voor God - Francine Rivers - 9789029727075 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu