Van Jan van Lannoy tot Hendrik van Oranje-Nassau Dit boek biedt een verhalend overzicht van alle stadhouders in de Lage Landen sinds de Bourgondische tijd. Uiteraard komen de prinsen van Oranje en de Friese Nassaus aan bod, maar daar blijft het niet bij. De stadhouders van Holland, Zeeland, Utrecht en Friesland passeren de revue, maar ook die van Groningen, Drenthe, Gelderland, Overijssel, Vlaanderen, Luxemburg, Henegouwen en Namen. Naast bekende worden ook minder bekende stadhouders, zoals telgen uit de adellijke families Van Croÿ, Van Lalaing en Van Egmont, in woord en beeld geportretteerd.
De pers over Het Koninklijk Huis der Nederlanden: ‘Een prima boek over de Nederlandse monarchie voor een groot publiek.’ – NBD Biblion ‘Met zijn prettige en goed leesbare schrijfstijl baant Van Cruyningen zich vrij moeiteloos een weg door de rijke en gedetailleerde Nederlandse vorstengeschiedenis.’ – Historien.nl
www.omniboek.nl NUR 680 ISBN 978 94 019 0923 5
9 789401 909235 >
omnBOstadhoudersnl0317.indd 1
Stadhouders in de Nederlanden
Arnout van Cruyningen (1960) studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit. Hij is expert op het gebied van het Huis Oranje-Nassau en andere Europese dynastieën. Hij schreef eerder de succesvolle boeken Het Koninklijk Huis der Nederlanden en De Staten-Generaal.
Arnout van Cruyningen
Alle stadhouders van de Nederlanden
Arnout van Cruyningen
Stadhouders in de Nederlanden van holland tot vlaanderen 1448 - 1879 16-03-17 12:58
arnout van cruyningen
Stadhouders in de Nederlanden Van Holland tot Vlaanderen 1448-1879
omnBWstadhouders0317.indd 3
24-03-17 11:57
De illustraties zijn afkomstig uit de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam, behalve die op pagina’s 13, 81, 82, 94, 96 (Bibliotheek van het Vredespaleis, Den Haag), pagina 32 (Museu Nacional d’Art de Catalunya, Barcelona), pagina 38 (publiek domein), pagina 89 (Amsterdam Museum, Amsterdam), pagina 99 (Nationaal Militair Museum, Soesterberg), pagina 142 (Österreichische Nationalbibliothek, Wenen) en op pagina 153 (Nationaal Archief, Den Haag).
© Uitgeverij Omniboek, 2017 Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.omniboek.nl Ontwerp omslag en binnenwerk www.garage-bno.nl Omslagbeeld Vier generaties van de prinsen van Oranje: Willem I, Maurits en Frederik Hendrik, Willem II en Willem III, Pieter Nason, ca. 1660-1662. Olieverf op doek. Rijksmuseum, Amsterdam. De afbeelding is gespiegeld. ISBN 9789401909235 ISBN e-book 9789401909242 NUR 680 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written permission of the publisher.
omnBWstadhouders0317.indd 4
24-03-17 11:57
Inhoud
Inleiding | 6
1 Onder Bourgondiërs en Habsburgers | 10
2 Namens en tegen de koning | 46 3 Dienaar van de Staten | 100 4 Hoogheid | 118 5 Na de scheiding | 134 6 ‘Geen blijder Maer’ | 148 7 ‘Roemrijke omwenteling’ | 156 8 Omstreden erfenis | 166 9 ‘Eminent hoofd’ | 178 10 Garantie en ondergang | 194 11 ‘Geen Willem de Zesde’ | 216 Chronologie | 230 Noten | 232 Bronnen en literatuur | 238
omnBWstadhouders0317.indd 5
24-03-17 11:57
10 | Stadhouders in de Nederlanden
hoofdstuk
omnBWstadhouders0317.indd 10
1
24-03-17 11:57
Onder Bourgondiërs en Habsburgers
Halverwege de vijftiende eeuw werden de meeste Nederlanden geregeerd door Filips III (bijgenaamd ‘de Goede’), hertog van Bourgondië. De Bourgondische hertogen stamden uit het Huis Valois, een tak van het Franse koningsgeslacht Capet. Zij voerden een succesvolle uitbreidingspolitiek en verwierven in de late middeleeuwen door huwelijk, aankoop, verovering en vererving de meeste graafschappen en hertogdommen die samen de Nederlanden vormden. Hertog Filips de Goede, die in 1419 opvolgde, zette deze politiek voort. Hij voegde onder meer Brabant en Holland toe aan zijn bezittingen en probeerde het bestuur te centraliseren. Zo stelde Filips de Goede een ‘Grote Raad’ en een kanselier aan, die hem moesten bijstaan in het algemeen bestuur, en benoemde hij in de diverse gewesten stadhouders als zijn plaatsvervangers. Daarbij volgde hij het voorbeeld van de Franse koningen die zich in de veertiende eeuw door de voortdurende dreiging van Engelse legers gedwongen hadden gezien om in wat meer afgelegen gebieden lieden te benoemen die hen ter plaatse konden vervangen. De bevoegdheden van deze functionarissen beperkten zich niet tot militaire zaken maar strekten zich ook uit tot bestuur en rechtspraak. Deze gouverneurs werden aangeduid als ‘lieutenant-général du roi’. Lieu tenant, wat letterlijk ‘plaats-houder’ betekent, met de toevoeging ‘général’ om aan te geven dat het hier ging om ‘generale’, volledige vervanging. Ook de Hollandse graven lieten zich wanneer zij lange tijd in hun andere landen, Henegouwen en later Beieren, verbleven in Holland vervangen door raadsheren. Zij kregen een tijdelijke aanstelling om ‘onse lande, heerlichede ende saken te bedriven ende te bewaren van onser wegen in alre manieren als of wy selve jegenwoordigh waren’.1 Die aanduidingen werden meestal gebruikt: ‘bewaren’ en ‘bewarers’. De Bourgondische hertogen stelden in hun Nederlanden eveneens plaatsvervangers aan. In een van de eerste aanstellingsbrieven die Filips de Goede uitvaardigde was in 1425 sprake van ‘een vicaris off stedehouder’, maar beide termen werden in de jaren daarna niet gebruikt voor zijn plaatsvervangers in Holland en Zeeland. Een of meer getrouwen van de hertog traden op als ‘capiteyns en oeverste
omnBWstadhouders0317.indd 11
24-03-17 11:57
12 | Stadhouders in de Nederlanden
bewarers’ (hoogste bewaarders).2 Nadat Jacoba van Beieren in 1433 formeel afstand had gedaan van de grafelijke waardigheid benoemde hij Hugo van Lannoy tot ‘overste’, hoofd van zijn bestuursraad. Daarna fungeerde Willem van Lalaing als ‘gouverneur’ in Holland en Zeeland. De eerste plaatsvervanger van de vorst die werd aangeduid als ‘lieutenant’ en in de Dietstalige administratie als ‘stedehouder’ was echter de Vlaamse edelman Jan III van Lannoy (1410-1493), een zoon van Jan II van Lannoy (Jean de Lannoy) en Johanna van Croÿ (Jeanne de Croÿ). Zijn familie was afkomstig uit het Franstalige deel van het graafschap Vlaanderen en speelde sinds 1290 een belangrijke rol in het graafschap Henegouwen en andere Nederlandse gewesten. Op 22 mei 1448 benoemde Filips de Goede hem tot ‘notre lieutenant en nosdiz pais, contez et seigneuries de Hollande, Zellande et Frise’, wat vertaald werd als ‘stedehouder myns genadichs heeren van Bourgonjen in synen landen van Holland, Zeeland ende Vriesland’.3 Drie jaar na deze benoeming werd hij opgenomen in de Orde van het Gulden Vlies. Jan van Lannoy bleef stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland tot 1462. Enkele jaren later kwam hij in conflict met de zoon en opvolger van Filips de Goede, Karel de Stoute, en moest hij zelfs even vluchten, maar het kwam al snel weer tot een verzoening. Als kamerheer en diplomaat diende hij op hoge leeftijd nog onder Maximiliaan van Oostenrijk.4 Vanaf 1452 werd aan de titel stadhouder het woord ‘generael’ toegevoegd: stadhouder-generaal of algemeen stadhouder. De stadhouder bleef uiteraard ‘plaatshouder’ van de vorst, maar in de tweede helft van de vijftiende eeuw werd hij steeds vaker aangeduid als stadhouder van een gewest: de term ‘verzelfstandigde’. Een stadhouder zat de bestuursraad voor, was tevens opperscheidsrechter en voorzitter van het hoogste rechtscollege, en voerde diplomatieke missies uit. Daarnaast vervulde hij een belangrijke militaire rol. De stadhouder stond aan het hoofd van de troepen en was verantwoordelijk voor rekrutering en bewapening. In al de Nederlanden, destijds de ‘landen van herwaerts over’ oftewel ‘pays de par deça’ genoemd, ontstonden vroeg of laat mechanismen om de macht van de landsheer in toom te houden. De landsheer kon zijn bewind niet voeren zonder enige vorm van instemming van degenen over wie hij regeerde. Vooral als er geld nodig was, riep hij vertegenwoordigers van zijn onderdanen samen. Die vertegenwoordigers waren de drie zogeheten standen of stenden: de hoge geestelijkheid, de adel of ridderschap en als derde stand vertegenwoordigers van de steden. De Franse benaming é(s)tats werd vertaald met ‘Staten’. De standenvergadering had niet in alle hertogdom-
omnBWstadhouders0317.indd 12
24-03-17 11:57
Onder Bourgondiërs en Habsburgers | 13
Filips III (1396-1467), bijgenaamd de Goede, hertog van Bourgondië, graaf van Holland en Zeeland, enz.
omnBWstadhouders0317.indd 13
24-03-17 11:57
14 | Stadhouders in de Nederlanden
men en graafschappen precies dezelfde vorm, maar overal domineerde de adel, die ook de belangen van de boeren moest behartigen. Adellijke vertegenwoordigers behoorden tot een oud geslacht met omvangrijke grondeigendommen in het gewest, of bezaten op zijn minst een heerlijkheid. De geestelijke stand werd meestal vertegenwoordigd door de prelaten van grote abdijen; leden van bedelorden en lagere geestelijken kwamen niet in aanmerking. De ‘derde stand’ bestond in feite uit vertegenwoordigers van het gegoede stadspatriciaat, de handeldrijvende burgerij. In principe kwamen de Staten slechts bijeen op bevel van de landsheer, die hen meestal opriep om te onderhandelen over beden en subsidies. Beden waren verzoeken aan de onderdanen van een of meer gewesten om financiële tekorten bij te passen, terwijl het bij subsidies ging om buitengewone beden voor bepaalde, welomschreven doeleinden. In samenhang met de politiek van de hertog van Bourgondië namen de onderlinge contacten tussen de door hem geregeerde vorstendommen toe en kregen sommige landen meer oog voor gemeenschappelijke belangen. Gezamenlijke vergaderingen van vertegenwoordigers van verschillende Staten pasten in deze ontwikkeling en vonden nu en dan plaats. Een bijeenkomst die begin 1464 in Brugge werd belegd, was echter veel omvangrijker en betrof zaken die het geheel van de Bourgondische gewesten aangingen. Deze vergadering van gedeputeerden van de Staten van alle landen van Filips de Goede wordt dan ook met recht beschouwd als de eerste bijeenkomst van (de) Staten-Generaal, hoewel die term niet meteen in zwang was. In 1465 kwam het bestuur al in handen van Filips’ zoon Karel en bij het overlijden van Filips de Goede in 1467 volgde hij zijn vader ook formeel op. Hertog Karel ‘de Stoute’, die zijn bijnaam te danken had aan zijn stoutmoedigheid als legeraanvoerder, wijdde zich niet alleen aan het krijgsbedrijf maar voerde ook bestuurlijke hervormingen door. De centralisatiepolitiek zette Karel de Stoute krachtig voort, waarbij hij vooral oog had voor de belangen van de Bourgondische dynastie. De droom van een verheffing tot koning leek in 1473 werkelijkheid te worden maar spatte ten slotte toch uiteen. Op 5 januari 1477 sneuvelde Karel de Stoute op het slagveld bij Nancy. Zijn nog geen twintig jaar oude dochter Maria kwam daarmee op de troon onder uiterst moeilijke omstandigheden. De Franse koning trok tegen haar ten strijde en in de Nederlanden hadden de overhaaste maatregelen van haar vader om het bestuur verder te centraliseren kwaad bloed gezet. De Staten-Gene-
omnBWstadhouders0317.indd 14
24-03-17 11:57
Onder Bourgondiërs en Habsburgers | 15
raal waren in de laatste jaren van Karels bewind uitgegroeid tot een centrum van oppositie. Zodra het nieuws van Karels dood haar hof had bereikt, trad de nieuwe hertogin Maria doortastend op. Zij begreep dat er geld nodig was om haar landen tegen de oprukkende Franse vijand te beschermen en riep de Staten-Generaal bijeen in Gent. Daarmee onderstreepte zij het gewicht dat deze instelling intussen had gekregen. De Staten beloofden een aanzienlijke krijgsmacht op de been te brengen, maar dwongen de hertogin in ruil daarvoor wel belangrijke concessies af. Maria moest oude privileges van Gent, Brugge, Vlaanderen, Holland en Zeeland in ere herstellen en bovendien kondigde zij op 11 februari 1477 een zogeheten Groot Privilege af, dat voor alle Staten gold. Dit maakte veel centralistische maatregelen van Filips de Goede en Karel de Stoute ongedaan en schafte centrale instellingen als het Parlement van Mechelen (een centraal gerechtshof ) en de Algemene Rekenkamer af. In het Groot Privilege beloofde hertogin Maria geen oorlog te verklaren of vrede te sluiten alvorens daartoe met de Staten te hebben overlegd. De positie van de Staten werd versterkt, omdat zij het recht kregen zowel gezamenlijk als afzonderlijk te vergaderen, uit eigen beweging, waar en wanneer zij wilden. De terreinen waarop de Staten-Generaal bevoegd waren werden omschreven als ‘de saken, welvaert ende prouffeyt van onsen ghemeenen landen’. Hierdoor werden de Generale Staten overigens nog steeds geen permanente instelling. Hoewel het Groot Privilege ontegenzeglijk een belangrijk document is in de geschiedenis van de Nederlanden, werden veel zaken al snel weer teruggedraaid. De positie van Maria van Bourgondië werd steviger door haar huwelijk met de Habsburger Maximiliaan van Oostenrijk, dat op 19 augustus 1477 in Gent werd voltrokken. Maximiliaan, de oudste zoon van keizer Frederik III, bracht veel geld, prestige en militaire expertise in. Het was meegenomen dat de echtelieden elkaar ook in andere opzichten aantrekkelijk vonden. Na haar huwelijk had Maria nog wel een aandeel in het landsbestuur, maar liet zij veel over aan haar echtgenoot. Maximiliaan bekrachtigde de gewestelijke privileges, maar niet het Groot Privilege. Hertogin Maria kwam in maart 1482 in de omgeving van Brugge ongelukkig ten val met haar paard en overleed drie weken later, op 27 maart. Haar oudste zoon Filips (geboren in 1478) volgde haar in naam op maar was uiteraard nog veel te jong om zelf te regeren. De Staten-Generaal werden bijeengeroepen in Gent en erkenden op 28 april 1482 vader Maximiliaan als regent. Tijdens deze vergadering deden de afgevaardigden van Brabant een beroep op de andere Staten, ‘broeders te blijven en samen vereend, en door een ware
omnBWstadhouders0317.indd 15
24-03-17 11:57
16 | Stadhouders in de Nederlanden
unie en eenheid de landen en heerlijkheden te bewaren’. De tegenstellingen tussen de gewesten en regent Maximiliaan, die vaak afwezig was omdat hij de Habsburgse belangen boven de Bourgondische zaken stelde, konden hoog oplopen. In januari 1488 liet de Staten-Generaal hem zelfs gevangennemen in Brugge en kon Maximiliaan zijn vrijlating slechts ‘kopen’ door een akte met concessies te tekenen. De landsheer beschouwde de Staten-Generaal vooral als een adviesorgaan, maar in de praktijk konden zij fungeren als centrum van oppositie tegen de landsheerlijke politiek. In 1493 kwam het tot een vergelijk tussen opstandige grote steden als Gent en Brugge, en Maximiliaan. Een van de afspraken was de meerderjarigheidsverklaring van de zestienjarige Filips in 1494. Die afspraak werd nagekomen; Maximiliaan legde het regentschap neer en Filips ‘de Schone’ ging zelfstandig regeren, al leunde hij voorlopig zwaar op een raad van edelen. De jonge hertog verklaarde het Groot Privilege nietig, maar onder zijn bewind kwam het wel tot een zeker evenwicht tussen het centrale gezag en de gewesten. Filips de Schone werd beschouwd als een ‘Nederlandse’ vorst, maar zijn huwelijk met de Spaanse erfdochter Johanna bracht dat ‘nationale’ karakter in gevaar, omdat hij vanaf 1504 in Spanje ging regeren. Op 25 september 1506 overleed Filips daar en volgde zijn jonge zoontje Karel hem op. Diens grootvader Maximiliaan werd wederom regent, maar hij liet het bestuur over de Nederlanden grotendeels over aan zijn dochter Margaretha. Beiden kwamen soms lijnrecht tegenover de Staten-Generaal te staan. Hun verzet tegen de door dynastieke belangen bepaalde oorlogspolitiek van Maximiliaan en Margaretha leidde er meermalen toe dat de Staten-Generaal de gevraagde financiële steun weigerden. Bij het einde van Maximiliaans regentschap slaakten zij een zucht van verlichting. Op 5 januari 1515 verscheen de jonge hertog Karel V in de vergadering van de Staten-Generaal te Brussel en aanvaardde hij persoonlijk het bewind. De verwachtingen in de Nederlanden van hun in Gent geboren ‘seigneur naturel’ waren hooggespannen. Het lukte Karel V niet om het sterk ontwikkelde gewestelijke denken te overwinnen, maar hij liet zich niet afbrengen van zijn streven naar een absoluut, centraal gezag. In de steden probeerde zijn bewind middeleeuwse democratische elementen uit te schakelen door het patriciaat te steunen. En in 1531 voltooide hij het bestuurlijke centralisatieproces. De zogenoemde ‘collaterale raden’ – de Raad van State, de Raad van Financiën en de Geheime Raad – kregen definitief vorm. Deze raden moesten de landsvoogd, de bovengewestelijke vertegenwoordiger van de veelal afwezige landsheer, van
omnBWstadhouders0317.indd 16
24-03-17 11:57
Onder Bourgondiërs en Habsburgers | 17
advies dienen. Stadhouders werden net als de landvoogd rechtstreeks door de vorst aangesteld als zijn vertegenwoordigers. Formeel waren de stadhouders niet ondergeschikt aan de landvoogd5, althans niet in het begin, maar later ging het daar door allerlei bepalingen in de instructie die ze bij hun benoeming meekregen wel op lijken. Karel V regeerde niet alleen over de Nederlanden maar over een ‘rijk waarin de zon niet onderging’, in feite een indrukwekkende verzameling rijken, vorstendommen en bezittingen. Karel kon uiteraard niet overal tegelijk zijn, dus toen hij in 1517 naar Spanje ging om daar bezit van de troon te nemen benoemde hij zijn tante Margaretha van Oostenrijk opnieuw tot landvoogdes van de Nederlanden. Zij vervulde die taak tot haar dood in 1530, waarna Karel in 1531 zijn zuster Maria van Hongarije als landvoogdes installeerde. Sinds de aanstelling van Maria was de landvoogdij (of het gouverneur-generaalschap) een permanente functie, die ook vervuld werd als de landsheer wel persoonlijk aanwezig was. Landvoogdes Maria vond dat de gewestelijke stadhouders zich te veel macht hadden toegeëigend. Zij bemoeide zich zelf overal mee en tijdens haar regentschap ging geen enkel stadhouderschap over van vader op zoon (of neef ).6 De meeste stadhouders waren tevens lid van de Raad van State of hadden daar als ridder van het Gulden Vlies toegang. Ze hielden zich dan ook vaak in de nabijheid van de landvoogdes op, te Brussel, waar ze statige verblijfplaatsen lieten bouwen. Onder Karel V werden tussen 1524 en 1543 verscheidene gewesten toegevoegd aan het Bourgondische voorvaderlijk erfgoed (‘patrimonium’): Friesland, Utrecht, Overijssel, Groningen en Gelre. Deze nieuwe aanwinsten hadden tijdens de regering van Karel V en zijn opvolger Filips II een andere status dan de geërfde gewesten. Voor de reguliere vergaderingen van de Staten-Generaal werden alleen de ‘oude’, zogeheten ‘patrimoniale’ gewesten opgeroepen, met uitzondering van de hertogdommen Limburg en Luxemburg die een uitzonderingspositie innamen. Voor bijzondere bijeenkomsten van de Staten-Generaal riep de landsheer echter alle gewesten bijeen. Het besef dat die gewesten bij elkaar hoorden werd uitgedrukt in de zogeheten ‘Pragmatieke Sanctie’. Op de vergadering van de Staten-Generaal van 2 april 1549 te Brussel stelde Karel V voor om de erfopvolging in alle Nederlanden op dezelfde wijze te regelen en zijn zoon Filips te huldigen als toekomstig troonopvolger. Nadat de gewestelijke Staten met dit voorstel hadden ingestemd, kon Karel de Pragmatieke Sanctie op 4 november 1549 in een vergadering van de Staten-Generaal te Antwerpen afkondigen. De keizer noemde
omnBWstadhouders0317.indd 17
24-03-17 11:57
18 | Stadhouders in de Nederlanden
het ‘van groot belang […] voor onze voornoemde landen […] dat zij in de toekomst altijd onder eenzelfde vorst zouden blijven, die ze in één geheel zou houden, wetend dat hun deling ten gevolge van successies en erfenissen hun ondergang en ruïne zou betekenen. Afgescheurd en van elkaar gescheiden zouden zij ten prooi kunnen vallen aan buurstaten […] Dit zal echter vermeden kunnen worden indien onze landen altijd in het bezit blijven van één vorst die ze als één geheel bestuurt.’ Op 25 oktober 1555 deed Karel V te Brussel in een plechtige vergadering van de Staten-Generaal afstand van de landen van herwaarts over ten gunste van zijn zoon Filips. In de grote zaal van het paleis kwam men bijeen alsof het een begrafenis betrof. De keizer, die rouwkleding droeg, leunde bij binnenkomst op de jonge prins Willem van Oranje, die aan zijn hof was opgeleid. Karel werd omgeven door de ridders in de Orde van het Gulden Vlies, zijn stadhouders in de Nederlanden en raadslieden. Ook zijn neef, aartshertog Ferdinand van Oostenrijk, was aanwezig, evenals zijn zoon Filips en zijn zusters, koningin-weduwe Eleonore van Frankrijk en koningin-weduwe Maria van Hongarije (de landvoogdes). De keizer nam plaats op de middelste van drie zetels onder een baldakijn, tussen zijn opvolger Filips II en landvoogdes Maria. Voordat Karel zelf het woord nam, las zijn raadsheer Philibert de Bruxelles het abdicatiedocument voor en hield daarbij een hoogdravende toespraak. Een geëmotioneerde keizer sloeg vervolgens veel persoonlijker tonen aan in een rede tot de Staten-Generaal, die hij in het Frans en vanaf papier voorlas. Zijn toespraak was niet alleen een afscheidswoord aan de Staten en een aansporing aan zijn zoon, maar had bovendien de trekken van een persoonlijke biecht. Er klonk een heldere waarschuwing voor het opkomende protestantisme: ‘Nu ik mij terugtrek, vraag ik u indringend, uw vorst trouw te zijn en onderling een goede verstandhouding te bewaren. Hoedt u vooral voor die nieuwe sekten waardoor de naburige landen worden geplaagd, en als de ketterij binnen uw grenzen mocht doordringen, aarzel dan niet ze te verdelgen of het zal u slecht vergaan.’7
omnBWstadhouders0317.indd 18
24-03-17 11:57
Van Jan van Lannoy tot Hendrik van Oranje-Nassau Dit boek biedt een verhalend overzicht van alle stadhouders in de Lage Landen sinds de Bourgondische tijd. Uiteraard komen de prinsen van Oranje en de Friese Nassaus aan bod, maar daar blijft het niet bij. De stadhouders van Holland, Zeeland, Utrecht en Friesland passeren de revue, maar ook die van Groningen, Drenthe, Gelderland, Overijssel, Vlaanderen, Luxemburg, Henegouwen en Namen. Naast bekende worden ook minder bekende stadhouders, zoals telgen uit de adellijke families Van Croÿ, Van Lalaing en Van Egmont, in woord en beeld geportretteerd.
De pers over Het Koninklijk Huis der Nederlanden: ‘Een prima boek over de Nederlandse monarchie voor een groot publiek.’ – NBD Biblion ‘Met zijn prettige en goed leesbare schrijfstijl baant Van Cruyningen zich vrij moeiteloos een weg door de rijke en gedetailleerde Nederlandse vorstengeschiedenis.’ – Historien.nl
www.omniboek.nl NUR 680 ISBN 978 94 019 0923 5
9 789401 909235 >
omnBOstadhoudersnl0317.indd 1
Stadhouders in de Nederlanden
Arnout van Cruyningen (1960) studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit. Hij is expert op het gebied van het Huis Oranje-Nassau en andere Europese dynastieën. Hij schreef eerder de succesvolle boeken Het Koninklijk Huis der Nederlanden en De Staten-Generaal.
Arnout van Cruyningen
Alle stadhouders van de Nederlanden
Arnout van Cruyningen
Stadhouders in de Nederlanden van holland tot vlaanderen 1448 - 1879 16-03-17 12:58