Skip to main content

Sofie Sarenbrant - Jaloezie

Page 1

1

Een vreemde vrouw tilt de baby op en loopt ermee weg. Emma SkÜld ziet alleen een onscherpe rug, dan is het moment voorbij. Het duurt een paar seconden voordat ze begrijpt wat er zojuist is gebeurd. Een ijzige kou schiet langs haar ruggengraat naar haar hoofd als ze inziet wat ze dreigt kwijt te raken. Ze probeert op te staan en erachteraan te rennen, maar haar lichaam gehoorzaamt haar niet. Het wil niet. Ze weet niet eens zeker of het wel bestaat. In haar armen en benen is geen beweging te krijgen. Waarschijnlijk is ze vastgebonden. Er schuurt iets langs haar keel als ze heen en weer draait. Haar ademhaling gaat geforceerd, alsof haar longen kunstmatig met lucht worden gevuld. Van bovenaf verblindt het felle licht van tl-buizen haar. Emma probeert met haar armen te maaien in een laatste wanhoopspoging om los te komen, maar de pijn die daarop volgt is ondraaglijk. Scherpe naalden graven in haar bloedvaten zodra ze zich verroert. Haar energie stroomt uit haar weg en ze wordt stil. Ze moet het opgeven en inzien dat ze niets kan doen om haar dochter uit de vreemde handen te redden. Is hier niemand die iets kan doen? Niemand die haar paniek opmerkt? Een laatste uitweg is om hulp roepen. Ze zet zich schrap en schreeuwt haar wanhoop uit, maar het is doodstil in het vertrek. Er is geen geluid te horen, hoe hard ze haar best ook doet. Wat niet mocht gebeuren is zojuist gebeurd, en daar kon ze niets tegen doen. Emma weigert het te accepteren – niet zonder strijd. Met een besluitvaardigheid die alle weerstand overwint rukt ze zich los. Eerst haar armen. Ze worstelt, maar raakt verstrikt in slangetjes gevuld met een troebele vloeistof. Haar bo9


venlichaam komt vrij, maar haar benen weigeren mee te werken. Als verlamd blijven ze liggen. Eindelijk klinkt er geluid, al is het ver weg. Klepperende voetstappen die dichterbij komen en af en toe een stem. De stemmen klinken geschrokken, verbaasd, maar tegelijkertijd vrolijk. Emma weet niet of deze personen haar komen redden of dat het haar vijanden zijn. Een gevoel van machteloosheid spreidt zich als een deken over haar uit en haar huid plakt van het zweet. De angst en het geluidloze schreeuwen hebben haar keel gortdroog gemaakt. Iemand heeft haar kind ontvoerd.

10


2

Zeven baby’s en een iets ouder meisje liggen in een kring op gewatteerde matrassen op de vloer voor hun ouders. Twee van de kinderen zijn in slaap gevallen en eentje ligt onrustig te draaien en jammerend te protesteren, zonder dat de moeder ingrijpt. Misschien krijgt de baby oorpijn van het valse gezang. Hillevi probeert zich af te sluiten voor het lawaai en zich op het positieve te richten. Voor haar ligt het kleine juweel op haar rug; ze kijkt nieuwsgierig naar de volwassen handen die gebaren maken bij ‘Hansje Pansje Kevertje’. Het kinderliedje klinkt nog steeds vals, maar omdat de oudste in het publiek nog maar zes maanden oud is, maakt dat niet uit. De vrouw naast Hillevi, met de jammerende baby, buigt zich naar haar toe en fluistert verontschuldigend: ‘Buikkrampjes.’ ‘De arme schat,’ antwoordt Hillevi in een poging mee te leven. ‘Ik weet er alles van.’ Dan zingt ze iets harder mee met het refrein om aan te geven dat ze uitgepraat zijn. Ze is hier om te zingen, niet om contact te leggen. Van de enige activiteit van de dag wil ze volop genieten, voordat ze weer in de gewone routine vervalt. De zangpedagoog deelt mee dat ze even pauzeren voor een voeding en verschoning, en dat ze daarna verdergaan met de laatste kinderliedjes op hun repertoire. Hillevi kijkt op haar horloge en ziet dat ze nog geen haast hoeft te maken om thuis te komen. Ze kunnen tot het eind toe blijven. ‘Tamara, trouwens,’ zegt de vrouw naast haar, en ze steekt haar tengere hand uit, getooid met een joekel van een ring. ‘Hillevi,’ antwoordt Hillevi verlegen, terwijl ze zich afvraagt waar ze haar handgel heeft gelaten. ‘Wat een schatje. Een jongetje, toch?’ 11


Tamara lacht. ‘Jazeker, Måns heet hij, drie maanden. En jouw dochtertje dan, die is zeker een maand of vijf?’ ‘Zes maanden.’ Nu komt er vast een opmerking dat ze te oud is voor deze activiteit, denkt Hillevi, en ze bereidt al verdedigende woorden voor. Stiekem is ze bezig met de handalcohol bacteriën te doden die ze eventueel bij het handenschudden heeft opgedaan. Het zekere voor het onzekere, ze heeft geen tijd om ziek te worden. ‘Een beeldje. Ze heeft jouw mond,’ zegt Tamara in plaats van met vermaningen te komen. Hillevi haalt diep adem en trekt haar ongemakkelijke blouse recht. ‘Dank je, je bent de eerste die dat zegt.’ ‘Måns is precies zijn vader,’ babbelt Tamara verder, alsof die informatie interessant is voor de rest van de wereld. ‘Hij heeft niets van mij.’ ‘Dat komt misschien nog,’ troost Hillevi en ze kijkt naar Måns. Tamara heeft gelijk: niets wijst erop dat ze familie zijn. Heeft zij even pech. Hillevi haalt diep adem en hoopt dat het zingen snel weer begint, zodat ze niet met Jan en alleman hoeft te praten. Haar wens wordt verhoord. De pedagoog – in een zelfgebreid vest en met verkeerd geverfd haar – komt terug en Hillevi slaakt een zucht van verlichting. Geen denken aan dat ze ooit aan een kinderwagenwandeling met andere moeders zal meedoen of met iemand zal gaan koffiedrinken. Niet dat iemand haar dat heeft gevraagd, maar ze wil zelf ook het liefst alleen zijn met de kleine als ze de kans heeft. Als ze naar buiten gaat, dan alleen naar de supermarkt en niet voor een lange wandeling. Altijd hetzelfde. Eigenlijk had ze nu ook niet verder van huis moeten gaan, beseft ze, maar ze verveelde zich dood in het appartement. En frisse lucht en een activiteit kunnen geen kwaad. Integendeel, daarna waardeert ze de tijd in het appartement weer meer. Het zanguurtje is bijna afgelopen en ze kan terug naar huis alsof er niets is gebeurd. Niemand hoeft er ooit achter te komen. Net als ze ‘Schaapje, schaapje, heb je witte wol’ willen inzetten, gebeurt het ongelooflijke: ‘Mama... mama.’ Hillevi staart het meisje triomfantelijk aan. Heeft ze het goed 12


gehoord of verbeeldde ze het zich maar? Tamara port haar zacht met haar elleboog in haar zij. ‘Ze zei mama, dat is fantastisch!’ Tamara moest eens weten hoe fantastisch het is.

13


3

‘Ze komt weer bij,’ zegt een stem die Emma niet herkent. Haar oogleden knipperen, maar blijven dicht. De vermoeidheid is verlammend en het duurt even voordat ze uit haar ogen kan kijken. Misschien is ze weer ingedommeld, ze weet het niet. Daarnet zat ze op de rug van een galopperend paard en nu kijkt ze om zich heen in een lichte kamer. Ze probeert aan het daglicht te wennen, maar de pijn in haar hoofd is allesoverheersend. De kamer staat vol met apparaten met getallen en curves die knipperen, bewegen en haar duizelig en misselijk maken. Na een tijdje ontwaart ze contouren van mensen in blauwe en witte kleren. Ze moet aan smurfen denken. Ze staren haar met ernstige blikken en opgetrokken wenkbrauwen aan. Wie zijn ze en wat willen ze? Niemand zegt iets; ze lijken te wachten totdat zij het initiatief neemt. De toeschouwers hebben een mondkapje op, en het dringt tot Emma door dat ze zich misschien in een ziekenhuis bevindt. Het zijn te veel indrukken, te veel om allemaal in zich op te nemen. Alles wordt wazig. Al snel zakt ze weer weg. Wanneer ze haar ogen weer opendoet, probeert ze opnieuw te bedenken waar ze is. Het lijkt alsof er iemand tegen haar praat, maar Emma verstaat niet wat er gezegd wordt. Ze hoort alleen lawaai en geruis in haar oren. Haar paniek neemt toe. De vrouw die naast haar bed staat vertelt verder, gebarend met haar handen en armen. Emma kan een paar woorden onderscheiden: Partner. Familie. Onderweg. Dat is alles. De rest smelt samen tot een wirwar van betekenisloze klanken. Emma moet zich concentreren om een antwoord te vinden op de dringendste vraag: wat doe ik hier? Ze voelt ook dat er iets ontbreekt. Iets belangrijks. 14


Haar wang jeukt en Emma probeert haar arm omhoog te brengen. Er gebeurt niets, nog geen schijn van een beweging. De vrouw blijft maar praten, terwijl Emma haar uiterste best doet om haar rechterarm te bewegen. Dat moet kunnen, maar ze komt nergens. Daarnet wilde ze hier koste wat het kost weg; het was dringend, een crisissituatie. Maar Emma kan zich niet herinneren waarom ze dat gevoel had. Na een hevige strijd brengt ze haar hand naar haar gezicht, maar de slang in haar arm houdt dat tegen. Ze stoot tegen een harde buis in haar keel. Dan ziet ze de vrouw knikken en ze hoort haar iets zeggen wat klinkt als ‘tracheostomie’. Weer begrijpt Emma er niets van. De vrouw spreekt vast een andere taal. Ze wil nog eens aan het ding in haar keel voelen, maar heeft er geen energie meer voor. De duizeligheid is terug en de kamer draait. Straks zal ze het nog eens proberen, maar eerst moet ze rusten. Er komt een merkwaardige kalmte over haar. Ze weet niet eens meer zeker wie ze is, en misschien is dat maar beter ook. Om die conclusie moet ze glimlachen, maar haar dappere poging om haar mondhoeken op te trekken mislukt; haar lippen blijven stil. Als een donderslag bij heldere hemel dringt het tot haar door wat ze mist. ‘Ines!’ roept Emma met haar laatste krachten.

15


4

Op weg naar huis na het babyzingen stopt Hillevi bij de kiosk. Ines’ vorderingen moeten op de een of andere manier worden gevierd. Onvoorstelbaar dat ze ‘mama’ heeft gezegd. Hillevi knijpt hard in haar arm om zich ervan te verzekeren dat ze niet droomt. Ze besluit het eerste ijsje van het jaar te kopen. Gelukkig is Ines na het zanguurtje in haar wagen in slaap gevallen, zodat zij niet ook zin in ijs zal krijgen. Zo vroeg wil Hillevi haar nog niet met ijs laten kennismaken. Ze heeft geen haast om thuis te komen, maar geniet ervan rond te slenteren en in het moment te leven. Daar is ze goed in geworden: profiteren van elk moment, hun tijd samen mooi en waardevol maken. Voordat het leven in november vorig jaar weer zin kreeg, was elke dag een gevecht en eigenlijk begrijpt ze niet waar ze de motivatie vandaan haalde om uit bed te komen. Nu is Hillevi blij dat ze het niet heeft opgegeven. Anders was ze dit misgelopen, denkt ze, en ze trekt de afgegleden deken in de wagen recht. Met de juiste instelling en wilskracht kunnen de meeste depressieve mensen waarschijnlijk wel weer een draaglijk bestaan opbouwen, maar als iemand weet hoeveel je daarvoor moet doen is zij het wel. Soms heb je een beetje geluk nodig om wakker te worden, en dat geluk heeft zij gehad. Hillevi kijkt goed om zich heen voordat ze de weg oversteekt met het ijshoorntje in haar ene hand en de kinderwagen in de andere. Ze zou het zichzelf nooit vergeven als er door haar onoplettendheid iets gebeurde. Het verkeer in Stockholm is soms krankzinnig en ze weet niet hoe vaak ze de wagen opzij heeft moeten trekken vanwege roekeloze chauffeurs. Nu is ze bijna de St.-Eriksbrug over en de wind krijgt vat op 16


haar lange jas, zodat die wappert. De zon schijnt, maar de voorjaarswinden zijn nog steeds van het koelere slag en Hillevi rilt. Ze is altijd al kouwelijk geweest, wat misschien komt doordat ze zo weinig onderhuids vet heeft. Dan heeft Ines het beter voor elkaar; zij ligt lekker beschut in de wagen, zorgvuldig ingestopt als in een cocon. Maar ze begint langzamerhand te groot te worden voor de kinderwagen; de volgende stap is de wandelwagen. Het gaat allemaal zo snel, en dat is een dubbel gevoel. Spannend, maar ook stressvol. Voor je het weet gaat ze naar de kleuterschool – ze moet er niet aan denken. Godzijdank is dat de eerste maanden nog niet aan de orde. Hillevi hoopt dat ze de tijd die ze samen hebben goed zullen gebruiken. Het is nog een paar honderd meter naar het appartement in de Hälsingegatan, haar nieuwe fort. Ze weet niet hoeveel uren ze daar heeft doorgebracht met verschonen, eten geven en vooral spelen. Als Ines iets ouder wordt, gaat er een wereld van nieuwe mogelijkheden open; dan kunnen ze hele dagen naar de speeltuin. Zandtaartjes bakken, schommelen en van de glijbaan roetsjen. Iets om naar uit te kijken, als ze het appartement dan tenminste uit mag. Hillevi is er. Ze opent de voordeur en drukt op het liftknopje. Ze hoopt dat ze snel wakker gezelschap zal hebben; die slaapjes zijn zo saai. Ook al is er genoeg te doen in het appartement, ze wordt snel rusteloos. Ze mijdt de keuken, zodat ze niet hoeft te zien hoe de vaat zich opstapelt. Daar trekt ze de grens, dat is niet haar taak, alleen omdat zij thuis is bij Ines. Eigenlijk zou ze van Ines’ slaapje gebruik moeten maken om bij te komen, maar ze komt vaak moeilijk tot rust. Zodra ze alleen is met haar gedachten, hebben die de neiging te ontsporen, en ze is bang dat ze weer somber worden en haar de diepte in trekken.

17


5

Kristoffer is opgelucht als al het handenschudden gedaan is en hij de vergaderkamer kan verlaten. Ruim een uur lang heeft hij al het andere opzijgezet om contracten te tekenen, wat een bevrijding was. Maar zodra hij niet meer op de vergadering geconcentreerd is, keert de knagende angst terug. De werkelijkheid. Bijna een halfjaar geleden ging zijn leven aan gruzelementen. Hij was iets gaan voelen wat op harmonie leek en toen gebeurde er iets wat niet mocht gebeuren. De mededeling die hij van Josefin kreeg die dag zorgt er nog steeds voor dat hij ’s nachts badend in het zweet wakker wordt. Emma ligt op de SEH, bewusteloos. Hoe snel kun je hier zijn? Een bericht dat alles veranderde. Emma bruiste van energie die koude novemberochtend. Ze was zo blij dat ze even naar de manege kon gaan, ook al vond ze het moeilijk om zich van Ines los te rukken. Nadat ze de eet- en slaaptijden nog eens met hem had doorgenomen trok ze haar rijlaarzen aan en liet ze hen achter in het appartement in Vasastan. Zelf herinnert hij zich de mengeling van angst en verrukking die hij had gevoeld omdat hij alleen zou zijn met zijn dochter van nauwelijks een maand oud. Het was een paar keer gelukt om Ines genoegen te laten nemen met een zuigfles, maar ook wel eens niet. Toch durfde Emma het erop te wagen een paar uur van huis weg te gaan, voor het eerst sinds de bevalling. Na de lunch viel hij samen met Ines in slaap in het tweepersoonsbed, en ze overschreden de maximale tijd voor een middagslaapje ruim, dus het duurde even voordat zijn hoofd weer helder was. En nog iets langer voordat hij op het idee kwam op zijn telefoon te kijken, die lag te grommen in de luiertas. 18


Hetzelfde belsignaal onderbreekt zijn gedachten nu weer. Kristoffer hoort zijn mobiel ergens op het kantoor, maar heeft geen haast om ernaartoe te lopen. Hij heeft zo vaak opgenomen in de hoop op een positief bericht van het ziekenhuis, maar werd telkens teleurgesteld. Hij moet het gewoon onder ogen zien: Emma wordt nooit meer wakker. Hij vult zijn koffiekopje en botst tegen een collega aan. Net als hij van plan is op te scheppen over zijn laatste courtage, hoort hij zijn telefoon weer. Duidelijk een volhouder. Vast een enthousiaste aspirant-koper die uit zijn dak gaat als hij te horen krijgt dat het object al vóór de bezichtiging verkocht is. ‘Die heeft de hele vergadering liggen grommen. Ik vergeet altijd dat het jouw telefoon is en ik schrik er altijd weer van. Neem een andere beltoon – of een andere baan,’ zegt de collega met een toch wel ernstige blik, en hij loopt door. Kristoffer ziet dat hij zijn mobiel op zijn bureau heeft gelegd en loopt erheen. Een aantal gemiste oproepen van het ziekenhuis. Daarna een appje van Josefin, waar hij naar staart zonder de betekenis te begrijpen. Vier woorden, die hij keer op keer moet lezen: Emma is wakker geworden.

19


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook