A. den Uil-van Golen
O
p een dag staat de geheimzinnige Dolf de Bie op de stoep bij de ouders van de pas overleden JoĂŤlle van Duren. De warme belangstelling van het echtpaar Van Duren zet hem ertoe aan om hun zijn veelbewogen levensverhaal te vertellen. Stukje bij beetje weten zij de muur, die hij om zichzelf heeft opgebouwd, af te breken. Toch blijft het verleden meneer De Bie achtervolgen... Mevrouw A. den Uil-van Golen (Dinteloord) is een bekende Citerreeks-auteur. Opnieuw gevangen is het zelfstandig te lezen vervolg op JoĂŤlles overgave. Daarvoor schreef A. den Uil-van Golen onder meer Gedoofd vuur, Onbereikbare verten en Teken van een nieuwe dag.
ISBN 978 94 0190 875 7 NUR 344
A. den Uil-van Golen Opnieuw gevangen
Op nieu w gevangen
A. den Uil-van Golen
Op nieu w Roman gevangen
9 789401 908757 w w w.c i ter r eek s .nl
cover_A.denUil_Opnieuw gevangen_compleet.indd 1
07-07-17 09:31
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 3
A. den Uil-van Golen
Opnieuw gevangen
CITER
REEKS
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 4
ISBN 9789401908757 ISBN e-book 9789401908764 NUR 344 © 2017 Citerreeks Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Liesbeth Thomas, t4design www.citerreeks.nl Alle rechten voorbehouden
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 5
1 Dolf kreunt terwijl hij opstaat en zijn krukken pakt. Hij loopt moeizaam naar de keuken en houdt zijn hoofd onder de kraan. Hij moet iets gaan doen, want anders wordt hij gek van het denken. Waarom is hij vanmorgen ook naar de familie Van Duren gegaan? Was hij maar thuisgebleven, dan was het wellicht wat rustiger in zijn hoofd gebleven. Hij schenkt met trillende hand een glas cola in en gaat aan de keukentafel zitten. Telkens hoort hij de stem van Van Duren: ‘God wilde Joëlle graag bij Zich hebben.’ Hij lacht hardop en drinkt zijn glas leeg. Zou hij nog ergens heen gaan? Van thuiszitten wordt hij helemaal dol. In de kamer blijft hij voor een foto staan die aan de muur hangt. Een snik welt in hem op. Hij draait zich om en laat zich in zijn stoel zakken. Met zijn handen voor zijn ogen blijft hij een tijd zitten. Hoelang blijven die waarom-vragen zich nog aan hem opdringen? Kon hij maar vergeten en nog iets van zijn leven zien te maken. Weer lacht hij schamper en hij kijkt naar zijn ene been. Hoe kan hij nog iets van het leven maken? Hij is blijvend verminkt. Wie zou zo iemand willen helpen? Nee, hij zal het zelf op moeten knappen. Hij kijkt op zijn horloge en ziet dat het bijna halfdrie is. Ineens neemt hij een besluit en hij staat op. Even moet hij zich vasthouden, dan pakt hij zijn krukken en loopt naar buiten. Wat gelukkig dat hij kan autorijden. Dat heeft hij toch maar mooi voor elkaar gekregen. Als hij buiten het dorp is, zet hij de radio hard aan en rijdt richting de stad. Hij trommelt met zijn vingers op het stuur mee op het ritme van de muziek. Hij draait de volumeknop nog iets harder en grinnikt als een bestuurder van een passerende auto zijn hoofd even omdraait en naar hem kijkt. Dolf grijnst. Die kerel hoorde natuurlijk de muziek uit zijn auto. –5–
5
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 6
Bijna vanzelf rijdt hij naar het ziekenhuis, waar hij al zoveel jaren komt. Op het parkeerterrein is gelukkig nog voldoende plaats. Hij blijft even zitten en vraagt zich af of hij er wel goed aan doet. Wie weet is Arrie vrij. Maar goed, dat merkt hij dan vanzelf. Hij moet haar gewoon even spreken. Verschillende verpleegkundigen groeten hem met: ‘Ha meneer De Bie, bent u er weer? Moet u onderzoeken hebben?’ Hij schudt alleen zijn hoofd, want hij heeft geen zin om uitleg te geven. Gelukkig kennen ze hem en vragen daarom ook niet verder. Hij neemt de lift naar de derde verdieping en haalt even diep adem voor hij de afdeling op stapt. Altijd weer krijgt hij een vreemd gevoel hier. Het is er zo’n heel andere sfeer dan op andere afdelingen. Soms krijgt hij het gevoel dat de dood hem tegemoetkomt. Hij rilt en voelt de neiging in zich opkomen om terug te gaan. Maar nee, hij wil gewoon Arrie even zien en als het kan ook nog spreken. Het is stil op de gang. Af en toe hoort hij op een zaal iemand kreunen. Wat is hij blij dat het alweer een poos geleden is dat hij hier lag. Ineens staat Joëlle weer voor hem. Hij blijft staan, leunt tegen de muur en zucht een paar keer diep. Net als hij verder wil gaan, voelt hij een hand op zijn schouder. ‘Dag meneer De Bie.’ Die stem herkent hij direct en hij draait zich om. ‘Gelukkig dat je er bent.’ ‘Hoezo?’ Glimlachend kijkt Arrie hem aan. ‘Het zou kunnen dat je vrij bent.’ ‘Dat is waar. Maar ik heb net een paar vrije dagen achter de rug. Vandaag en morgen werk ik overdag en dan ga ik de nacht in.’ ‘Hm.’ ‘Is er iets?’ Onderzoekend kijkt ze hem aan. ‘Met mijn lijf gaat het prima,’ klinkt het schamper. 66
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 7
Ze reageert niet, maar wacht tot hij verder zal gaan. ‘Ik word gek van het denken.’ ‘Dat is niet best. Maar maakt u zich zorgen om iets? U weet dat u altijd de dokter kunt bellen.’ Hij schudt zijn hoofd en korzelig klinkt het: ‘Zeg nu eens gewoon Dolf tegen mij! Dat heb ik al zo vaak gezegd.’ Ze schiet in de lach. ‘U bent voor mij nog steeds meneer De Bie. U bent hier patiënt en volwassen patiënten noem ik niet bij de voornaam. Dat vind ik gewoon beter.’ ‘Dan loop je wel wat achter.’ ‘Zou kunnen. Kom, loop even mee, dan drinken we een kopje koffie.’ Ze voelt wel aan dat hij niet zonder reden gekomen is. Hij loopt met haar mee en terwijl hij gaat zitten, zegt hij: ‘Ik vind het zo stil op de afdeling.’ ‘Inderdaad. Er zijn vanmorgen nogal wat mensen naar huis gegaan. Maar morgen wordt het weer drukker. Het blijft maar komen, en het is zo verdrietig als je telkens weer mensen naar huis ziet gaan, zonder dat de artsen nog iets voor hen kunnen doen.’ ‘Zoals Joëlle?’ klinkt het hard uit zijn mond. Ze zet de kopjes op de tafel en gaat tegenover hem zitten. Ze kijkt hem recht aan en schrikt van de blik in zijn ogen. Het lijkt alsof hij wanhopig is. ‘Ja,’ zegt ze zacht, ‘maar zij is de strijd te boven. Nu is ze voor altijd gelukkig.’ ‘Geloof jij dat ook al?’ Hij maakt een beweging alsof hij wil gaan staan, maar blijft toch zitten. ‘Hoezo? U bent er in de loop der tijd toch wel achter gekomen dat ik gelovig ben?’ Hij antwoordt niet, maar blijft voor zich uit kijken. Arrie wacht rustig, want ze weet dat er nog meer gaat komen. Dan klinkt het kort: ‘Ik ben er geweest.’ ‘Daar ben ik blij om. Ik hoop naar de begrafenis te gaan. Die is –7–
7
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 8
aanstaande donderdagmorgen. Maar wellicht hebt u ook een kaart gekregen.’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Dat zal moeilijk gaan als ze geen adres van me hebben. En trouwens, ik begrijp niet dat die mensen zo rustig kunnen zijn. Je eigen kind dood aan kanker en toch kunnen zeggen dat God het nooit verkeerd doet. Ik zou alles kort en klein geslagen hebben. Wat heeft dat meisje nu voor verkeerds gedaan? Ze had nog een heel leven voor zich…’ Even zwijgt hij, dan klinkt het: ‘In zo’n wrede God wil ik niet geloven.’ Arrie voelt tranen in haar ogen en ze heeft intens medelijden met hem. Wat zal hij zich ellendig en eenzaam voelen. ‘God is ons geen verantwoording schuldig,’ zegt ze zacht. ‘Dat heb ik meer gehoord.’ ‘Een leven met God is een rijk leven, meneer De Bie.’ ‘Met zo’n opmerking kan ik niet uit de voeten. Ik heb vroeger weleens gehoord dat God een God van liefde is. Korte tijd was ik zo onnozel om daarin te geloven. Maar ik ben er al snel achter gekomen dat zo’n God niet bestaat. Als dat echt zo is, dan zou Hij er toch wel voor zorgen om iemand van wie je zo ontzettend veel houdt, te laten leven? Dan zou Hij er toch voor kunnen zorgen dat zo iemand in ieder geval niet zo’n vreselijke ziekte kreeg.’ Arrie ziet zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd en ze verbaast zich erover dat hij zoveel achter elkaar zegt. ‘Wij kunnen God niet begrijpen. Wel geloof ik dat Hij weet wat goed voor ons is.’ ‘Ook als Hij alles van je afneemt?’ Het klinkt als een noodkreet en ze voelt een brok in haar keel. Ze knikt en dan blijft het stil. Ze ziet hem onrustig met zijn vingers heen en weer gaan. Ze weet dat hij dat altijd deed als hij zich ziek en ellendig voelde. ‘Als u niet in Hem gelooft, waarom windt u zich dan zo op?’ Vragend kijkt ze hem aan. Even voelt Dolf zich boos worden, maar als hij haar gezicht ziet, 88
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 9
verdwijnt het boze gevoel. Hij voelt wel aan dat ze oprechte belangstelling voor hem heeft. ‘Vroeger heb ik even geloofd dat Hij er was, maar nu kan ik het niet meer.’ Hij zwijgt en Arrie ziet zijn mond vertrekken. ‘Wilt u nog koffie?’ Hij schudt zijn hoofd en ze wacht tot hij verder zal gaan. Dan staat hij op en leunt met zijn handen op de tafel. ‘Weet je, Arrie, ik heb één keer in mijn leven zielsveel van iemand gehouden, en die heeft God van mij afgenomen. Weet je waardoor? Door die vreselijke ziekte! Ze kreeg acute leukemie, waar niets tegen te doen was. Ze was net zo puur als Joëlle en nog maar vijfentwintig jaar en…’ Hij zwijgt abrupt, pakt zijn krukken en loopt weg. Arrie voelt dat ze hem niet achterna moet gaan. Ze weet hoe hij in bepaalde situaties kan reageren. Met bonzend hart staat Dolf in de lift. Inwendig is hij boos op zichzelf. Waarom reageerde hij nu weer zo naar Arrie toe? Dat heeft ze niet verdiend. Ze heeft al die jaren dat hij hier kwam, steeds weer aandacht voor hem gehad en hij bewonderde vaak haar geduld. Maar er kwamen ineens weer zo veel herinneringen, dat hij weg moest! Soms zou hij willen vluchten naar een plek waar hij alleen kon zijn. Maar ook een plek waar hij geen last had van herinneringen. Hij voelt zich ineens intens moe en hij ziet ertegen op om naar huis te rijden. In de auto blijft hij een tijd zitten. Af en toe kijkt hij of hij Arrie ziet komen. Hij is opgelucht, maar voelt ook een soort teleurstelling als ze niet komt. Het duurt lang voor hij de moed heeft om weg te rijden. Ondertussen is het al bijna vijf uur en hij weet dat hij nu in een file terechtkomt. Weet je wat? Hij gaat binnendoor en dan zoekt hij een gelegenheid om wat te eten en te drinken. Toch lukt het hem niet om z’n gedachten ergens anders op te rich–9–
9
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 10
ten. Hij blijft de stem van Arrie horen. Als hij een bord ziet waarop staat dat er na honderdvijftig meter een restaurant is, staat zijn besluit vast. Veel geld heeft hij niet, maar voor één keer moet het kunnen. Hij draait een smal weggetje in en even later ziet hij een klein restaurant staan. Het is er gelukkig niet druk, zodat hij alle gelegenheid heeft om een mooi plekje te zoeken. De mensen die er zijn, ziet hij meewarig naar hem kijken en dan voelt hij de neiging in zich opkomen om met een van z’n krukken te zwaaien. Aan een tafeltje in de hoek van het restaurant gaat hij zitten en hij wacht tot er iemand komt. Een jong meisje komt vragen wat hij wil drinken en of hij ook iets wil eten. Hij knikt en bestelt een dubbele whisky. Misschien helpt dat om aan iets anders te denken. Het meisje is snel terug met de whisky en een menukaart. Hij heeft al vlug gezien wat hij wil en geeft zijn bestelling op. Met een paar grote slokken heeft hij zijn whiskyglas leeg. Het brandt in zijn keel, maar daar let hij niet op. Hij wil er ook niet aan denken dat het beter voor hem is geen sterkedrank meer te drinken. ‘Alstublieft, meneer.’ Het meisje zet het bord met de uitsmijter voor hem neer en vraagt of hij nog iets wil drinken. ‘Een grote, koele pils,’ klinkt het kort. Het verrast hem dat het eten hem zo lekker smaakt. Maar ja, het is het eerste wat hij vandaag binnenkrijgt. Hij voelt dat hij de laatste tijd geen sterkedrank meer heeft gedronken, want een aangenaam gevoel maakt zich van hem meester. Hè, nu moest hij maar snel thuis kunnen zijn, dan zou hij zo naar bed gaan en heerlijk lang slapen. Ondanks zijn goede voornemen kan hij het niet laten om na het eten nog een whisky te nemen. Het is later dan hij dacht als hij weggaat. Hij moet zich aan het tafeltje vasthouden, omdat het zo gaat gonzen in zijn hoofd. 10 10
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 11
De buitenlucht doet hem goed en langzaam loopt hij naar zijn auto. Na een kwartier voelt hij zich goed genoeg om naar huis te rijden. Toch laat hij de raampjes van de auto open, omdat hij bang is dat hij anders achter het stuur in slaap zal vallen. Met matige snelheid rijdt hij naar huis, en hij is opgelucht als hij zonder ongelukken de straat in rijdt. Dat moet hij toch maar niet meer doen, want stel je voor dat hij aangehouden was door de politie. Dan was hij er gloeiend bij. En hij moet er niet aan denken in deze omstandigheden z’n rijbewijs kwijt te raken.
– 11 –
11
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 12
2 Dolf draait zich om en pakt zijn horloge. Hij ziet dat het net zeven uur is geweest. Zal hij er dan toch maar uit gaan? Langer blijven liggen heeft geen zin, want slapen kan hij toch niet meer. Hij voelt zich geradbraakt en het duurt deze morgen veel langer voor hij zich gewassen en aangekleed heeft. Als hij eindelijk aan de keukentafel zit om wat te eten, is het al bijna halfnegen. Het eerste wat hij neemt is een mok sterke koffie. Daar zal hij vast van opknappen. Wat een nare nacht heeft hij achter de rug. Gisteren moest hij doorlopend aan de begrafenis van JoÍlle denken die vandaag plaatsvindt. Aan de ene kant wil hij graag gaan, maar aan de andere kant moet hij er niet aan denken om tussen al die mensen te moeten staan. Vannacht heeft hij zijn besluit genomen. Hij weet niet hoe laat de kerkdienst zal zijn, maar hij rijdt straks direct door naar de begraafplaats en zal daar wachten. Dan heeft hij in ieder geval een goede plek, en als het heel druk wordt blijft hij gewoon in de auto zitten. Hij pakt zijn mobiele telefoon, want hij ziet dat er een app binnengekomen is. Hij klikt hem aan en leest: Goedemorgen mijnheer De Bie, mocht u graag naar de begrafenis willen, dan kan ik u ophalen. Arrie. Hij zucht en schuift de telefoon weg. Hoe is het mogelijk dat zij daaraan denkt? Dan schudt hij z’n hoofd en hij pakt de telefoon weer. Snel toetst hij een antwoord in: Dank je. Ik maak geen gebruik van je aanbod. Opgelucht haalt hij adem. Nu zal ze er wel van overtuigd zijn dat hij niet zal komen. Het verbaast hem dat hij zich toch wat nerveus voelt. Dat is helemaal niets voor hem. Even komt de twijfel weer op. Toch maar niet gaan dan? Nee, hij heeft het besluit genomen, dus hij gaat gewoon. 12 12
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 13
Eigenlijk is hij ook een beetje nieuwsgierig hoe het allemaal zal gaan. Herinneringen dringen zich aan hem op, maar die duwt hij met alle geweld terug. Nee, niet nu aan denken. Hij ruimt de tafel af en loopt naar zijn slaapkamer. Hij kijkt in de spiegel en grijnst: ‘Ja Dolfie, daar ga je nu. Bereid je maar voor. En zorg vooral dat je geen emoties toont. Er zullen al genoeg mensen zijn die zich niet zullen kunnen beheersen.’ Voor hij weggaat pakt hij nog snel zijn tekenspullen. Stel je voor dat hij te laat is of heel lang moet wachten. Dan kan hij beter wat te doen hebben. Langzaam rijdt hij weg. Op de snelweg is het niet druk en na een halfuur rijdt hij het dorp binnen. Hij ziet een bordje Begraafplaats en rijdt in de aangewezen richting. Tot zijn verbazing ziet hij al meerdere auto’s staan. Zullen ze er al zijn? Maar nee, dat kan hij zich niet voorstellen. Zo vroeg wordt een rouwdienst vast en zeker niet gehouden. Hij parkeert zijn auto op een plek waar hij goed zicht heeft op de ingang. Hij is blij dat hij zijn hoed opheeft, want zo zullen weinig mensen hem herkennen. Hij zet de radio uit en probeert zo gemakkelijk mogelijk te gaan zitten. Het duurt niet lang of hij ziet ook mensen op de fiets komen. Hij kijkt op zijn horloge en ziet dat het halftwaalf is. O, nu zal vast de kerkdienst afgelopen zijn. Kort daarna komen er veel auto’s. Hij is blij dat hij een plaatsje heeft, want het duurt niet lang of de auto’s moeten langs de rijweg gaan staan. Hij ziet dat de mensen zich in twee rijen opstellen. Hij voelt de neiging in zich opkomen om de auto uit te gaan. Maar nee, hij heeft nu helemaal geen behoefte aan medelijdende blikken. Daar komen een paar mannen in zwarte kleding door de ingang. De lijkwagen komt erachter en dan ziet hij nog vier volgauto’s. Een paar keer moet hij slikken, en hij heeft het gevoel zo te kunnen huilen. Geërgerd schudt hij zijn hoofd. Wat mankeert hij? Even sluit hij – 13 –
13
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 14
zijn ogen en hij zucht een paar keer diep. Maar hij kan het beeld van Joëlle niet wegduwen. Het is alsof hij haar stem weer hoort. Hij kreunt en balt zijn handen tot vuisten. Als hij zijn ogen opent, ziet hij dat de kist uit de auto gehaald is. Tot zijn verbazing ziet hij dat de mannen hem op de schouder nemen, en aan weerszijden van de mannen staan jongelui. Als hij goed kijkt, ziet hij dat het jongens en meisjes zijn van ongeveer dezelfde leeftijd als Joëlle. Hij voelt een brok in zijn keel als hij de ouders van Joëlle ziet staan. Het valt hem op dat ze er zo rustig uitzien. Zouden ze medicijnen gekregen hebben om wat rustig te blijven, of zou het echt zijn? En kijk, er staat een rolstoel naast hen met een oude dame erin. Dat zal vast en zeker een oma zijn van Joëlle. Vreselijk voor die vrouw om dit mee te moeten maken. Achter hen ziet hij een jonge vrouw en een man. De vrouw ziet er zeer verslagen uit. Hij kijkt nog eens goed en ineens ziet hij gelijkenis met Joëlle. Dat is vast en zeker haar zus. Hij trekt zijn hoed nog wat dieper over z’n ogen. Maar nee, dat behoeft hij eigenlijk niet te doen, want ze zullen geen belangstelling hebben voor de omgeving. Langzaam zet de stoet zich in beweging en hij verbaast zich over het grote aantal mensen. Zo’n begrafenis heeft hij nog nooit meegemaakt. Als hij de laatsten ziet, houdt hij het niet langer uit in de auto. Hij pakt zijn krukken en gaat de auto uit. Langzaam loopt hij achter de stoet aan. Gelukkig kijkt niemand om, want dan zou hij direct teruggaan. Bij een boom blijft hij staan, want hij ziet dat de mensen stilstaan. Nu zullen ze vast bij het graf zijn. Tot zijn schrik hoort hij even later een heldere stem. Hé, ze hebben luidsprekers geplaatst, zodat iedereen de dominee die nog een toespraak houdt, kan horen. Zou hij teruggaan? Maar nee, om de een of andere reden moet hij luisteren. Wat een sympathieke stem heeft die man. Dolf leunt wat tegen de boom en doet zijn ogen dicht. Heel helder hoort hij de stem van de dominee. Hij hoort hoe hij 14 14
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 15
de aanwezigen waarschuwt. Dat voor ieder eens de dood zal komen. Onwillekeurig schudt Dolf zijn hoofd. Hij heeft al zo vaak gedacht dat hij dood zou gaan en nog steeds leeft hij. Ineens draait hij zich om en hij loopt terug naar zijn auto. Met de handen onder zijn hoofd blijft hij een tijdje zitten. Kon hij alles maar vergeten; kon hij maar een knop in zijn hoofd omzetten, waardoor het verleden zich niet meer aan hem op kan dringen. Hij voelt zweetdruppels op zijn voorhoofd. Hij hoort Arrie weer zeggen dat Joëlle nu echt gelukkig is. Hij kreunt, want dat zei… Hij geeft zichzelf een klap in zijn gezicht en zet de radio aan. Nee, niet verder denken, want anders gaat het niet goed met hem. Even later ziet hij de mensen terugkomen. Vlug zet hij de radio zachter. Ineens ziet hij Arrie lopen en zij ziet hem ook en glimlacht even. Jammer, want dat had hij nu juist willen voorkomen. Maar ja, dan had hij direct weg moeten rijden. Hij wacht tot iedereen weg is en start dan de auto. Waar zal hij naartoe gaan? Hij weet het niet en rijdt wat doelloos rond, tot hij merkt dat hij vlak bij het bos is gekomen. Hij zoekt een parkeerplaats, pakt zijn krukken en zijn tas met tekenspullen en loopt een eindje tussen de bomen. Hij durft niet te ver te gaan, want stel je voor dat hij struikelt en valt. Dan moet hij wachten tot iemand hem vindt. Gelukkig ziet hij een bankje en gaat daar zitten. Het uitzicht verrast hem en hij vergeet helemaal zijn tekenspullen. Hij heeft een prachtig uitzicht op een glooiend landschap. Hij ziet schapen en een eindje verderop ziet hij ook paarden. Wat is het hier heerlijk stil. Hier kan hij wel een middag doorbrengen. Een paar keer moet hij toch even heen en weer lopen, omdat hij kramp krijgt in zijn benen. Het lukt hem niet zijn gedachten op de omgeving gericht te houden. Telkens dwalen ze weer af naar de begrafenis van Joëlle. Waarom zouden die jongelui naast de dragers van de kist gelopen hebben? Zouden dat allemaal vrienden van haar geweest zijn? Hij heeft toch weinig jongelui bij haar in het zieken– 15 –
15
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 16
huis ontmoet. Bij gelegenheid zal hij het toch eens vragen. Ineens pakt hij de tas, hij haalt zijn tekenblok eruit en begint te tekenen. Hij wordt er zo door in beslag genomen dat hij zijn omgeving vergeet en schrikt als hij regendruppels voelt. Hij kijkt op zijn horloge en ziet dat het al bijna vier uur is. Heeft hij dan hier zo lang gezeten? Hij bekijkt nog even de tekening en bergt dan de spullen op. Hij hangt de tas over zijn schouders, pakt zijn krukken en loopt terug naar de auto. Langzaam rijdt hij weg. Hij voelt zich leeg en ellendig. Volgende week moet hij weer op controle, en wat zou hij dan te horen krijgen? Telkens betrapt hij zich erop dat hij zich gespannen voelt als hij op controle moet. Spottend zegt hij tegen zichzelf: ‘Waar maak je je eigenlijk druk om? Je hebt al zo vaak de dokters versteld doen staan. Het zal nu ook wel goed zijn en zo niet, dan is er nog niets verloren. Ik heb toch niemand.’ Het woord ‘niemand’ blijft echoën in zijn hoofd. Hij gaat sneller rijden en zet de radio harder. Thuisgekomen laat hij zich op de bank zakken. Hij zou willen roepen, bij zichzelf vandaan willen rennen. Wat voelt hij zich ineens gehandicapt! Zou hij met de arts toch beginnen over een eventuele prothese? Alleen al bij deze gedachte rilt hij. Hij heeft zich toch voorgenomen zo te blijven lopen? Hij kan zich behoorlijk verplaatsen met twee krukken. Nee, daar nog maar mee wachten. Het is al bijna zeven uur als hij met tegenzin een paar boterhammen eet. Hij drinkt er een mok sterke koffie bij en daar knapt hij van op. Later op de avond bekijkt hij zijn tekening nog eens kritisch. Hier en daar verandert hij iets en legt hem dan weg. Zijn gedachten gaan naar Arrie. Hoe zou zij de begrafenis ervaren hebben? Hij zou haar best willen spreken, want zij was vast ook bij de rouwdienst. Eigenlijk weet hij al hoe ze zal reageren, want zij behoort immers ook tot die groep? Zijn gedachten vliegen overal heen en af en toe pakt hij z’n lap16 16
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 17
top om het laatste nieuws te lezen. Een paar keer pakt hij de telefoon en staat hij op het punt een berichtje naar Arrie te sturen. Maar telkens legt hij hem weer weg. Ineens ziet hij in gedachten die oude vrouw in de rolstoel zitten. Hoe zou zij dit verwerkt hebben? Of zou zij ook zo gelovig zijn? Hij ziet ineens een andere vrouw voor zich. Hij hoort haar stem en hij voelt tranen in zijn ogen. Hij denkt aan die keer dat Joëlle vroeg naar zijn moeder. Hij heeft toen alleen maar ja gezegd. Hij zucht. Ze moesten eens weten. Hij denkt terug aan de tijd dat hij bij moeder Van der Schans in huis kwam. Maanden had hij op straat geleefd en af en toe zag hij haar als ze boodschappen ging doen in de supermarkt. Op een gegeven moment was ze bij hem stil blijven staan en had gevraagd hoe het met hem ging en of ze hem ergens mee kon helpen. Hij was zo verbouwereerd dat iemand naar hem vroeg, dat hij niets wist te zeggen. Maar ze wachtte geduldig tot hij zou antwoorden. Die blik in haar ogen vergeet hij nooit meer. Hij zag warme belangstelling, maar ook medelijden. Ze had hem een pak vruchtensap en een zak broodjes gegeven. Toen was ze weggegaan. En hij voelde zich die keer zo heel anders. Hij had wel achter haar aan willen rennen, maar hij was weggegaan naar zijn stille plek onder het viaduct. Daar had hij de broodjes gegeten en het pak sap in één keer leeggedronken. Hij was die avond niet naar zijn vrienden gegaan, maar was op zijn plekje gebleven. Om de een of andere reden voelde hij zich tot die onbekende, vriendelijke vrouw aangetrokken. Een paar dagen later zag hij haar weer en ze had ook die keer een praatje met hem gemaakt. Na een paar weken had ze hem voorgesteld om met haar mee te gaan om een kopje koffie te drinken. Met open mond had hij haar aangestaard en zijn hoofd geschud. Hij had gezegd dat, als zij wist wie hij was, ze niets met hem te maken zou willen hebben. Maar nee, ze was vriendelijk gebleven en zei dat hij welkom was. Toen was ze weggegaan en hij was even later haar achternagegaan. Hij had gekeken waar ze woonde en was toen – 17 –
17
Opnieuw gevangen 10-7-2017_Citer 10-07-17 14:15 Pagina 18
teruggegaan. Hij kon toch niet zomaar bij een vreemde vrouw naar binnen gaan? Hoewel, vreemd was ze voor hem niet. Ze had iets wat hem aantrok. Iets moederlijks. Een paar dagen later had hij aangebeld en haar warme hartelijkheid had hem alle vooroordelen doen vergeten. Ze had hem binnengelaten en hem een mok koffie gegeven. Het verbaasde hem dat hij zich zo op zijn gemak voelde bij haar. En als vanzelf was hij gaan vertellen. Het leek alsof hij niet kon stoppen, en zij was hem geen enkele keer in de rede gevallen. Toen hij klaar was met zijn verhaal, zag hij tranen over haar wangen lopen. Daardoor voelde hij zich weer schuldig en hij wilde weggaan. Maar dat mocht niet van haar en hij bleef. Niet een dag, niet een week, nee, het werden maanden. Hoe gelukkig voelde hij zich die eerste tijd. Maar toen voelde hij zich opgesloten en was hij op een nacht zonder afscheid te nemen weggegaan. Hij had alleen een briefje op z’n bed gelegd met ‘Bedankt’. Dolf zucht en staat op. Hij moet niet aan deze herinneringen toegeven, want dan gaat het niet goed. Hij kijkt op zijn horloge en ziet dat het al bijna tien uur is. Zal hij naar bed gaan of nog even een film kijken? Hij schudt zijn hoofd en loopt naar de keuken. Achter in de koelkast staat een fles. Hij heeft hem een paar dagen geleden daar bewust neergezet en zich voorgenomen om in ieder geval deze week er niets meer van te gebruiken. Maar hij voelt zich nu zo ellendig, dat hij er geen weerstand aan kan bieden. Met trillende hand schenkt hij een glas in en drinkt het in één keer leeg. Dan loopt hij naar zijn slaapkamer en laat zich op het bed zakken.
18 18
A. den Uil-van Golen
O
p een dag staat de geheimzinnige Dolf de Bie op de stoep bij de ouders van de pas overleden JoĂŤlle van Duren. De warme belangstelling van het echtpaar Van Duren zet hem ertoe aan om hun zijn veelbewogen levensverhaal te vertellen. Stukje bij beetje weten zij de muur, die hij om zichzelf heeft opgebouwd, af te breken. Toch blijft het verleden meneer De Bie achtervolgen... Mevrouw A. den Uil-van Golen (Dinteloord) is een bekende Citerreeks-auteur. Opnieuw gevangen is het zelfstandig te lezen vervolg op JoĂŤlles overgave. Daarvoor schreef A. den Uil-van Golen onder meer Gedoofd vuur, Onbereikbare verten en Teken van een nieuwe dag.
ISBN 978 94 0190 875 7 NUR 344
A. den Uil-van Golen Opnieuw gevangen
Op nieu w gevangen
A. den Uil-van Golen
Op nieu w Roman gevangen
9 789401 908757 w w w.c i ter r eek s .nl
cover_A.denUil_Opnieuw gevangen_compleet.indd 1
07-07-17 09:31