De molenaarsdochter gaat over Sabina Schipper. De korenmolen van haar ouders, die al generaties lang in de familie is, is van groot belang voor het dorp. Maar het is geen makkelijk bestaan. Iedereen uit het gezin moet zijn steentje bijdragen, ook Sabina, die een dienstje heeft in het huis van de bovenmeester. Als op een dag een molenaarszoon uit een naburig dorp om haar hand komt vragen, verwacht Sabina’s vader dat ze daar blij mee is. Maar Sabina heeft zo haar twijfels. Zij heeft namelijk net iemand anders leren kennen.
Speciaal voor deze omnibus schreef Gerda van Wageningen een hedendaags kort verhaal, eveneens getiteld Op wieken gedragen. Gerda van Wageningen (1946) is de bekendste Nederlandse auteur van familie- en streekromans. Ze is al bijna veertig jaar schrijfster en publiceerde reeds meer dan 110 boeken.
NUR 340/344 ISBN 978-9401907064
Op wieken gedragen
Anne Poldermans is de hoofdpersoon in Water en wind. Anne houdt van het molenaarsbestaan, maar als haar vader erop aandringt dat ze in het huwelijk treedt met de molenaar van een andere, grotere watermolen in de buurt, komen haar gevoelens daartegen in opstand. Haar hart behoort nog altijd toe aan Constant, haar verloofde, die veel te vroeg is overleden. Bovendien is de weduwnaar die naar haar hand dingt ouder dan zij en heeft hij twee jonge kinderen. Is dat een leven dat haar gelukkig kan maken?
Gerda van Wageningen
Twee prachtige historische romans waarin de levens van twee molenaarsdochters centraal staan
Op wieken gedragen
Omnibus
Gerda van Wageningen www.zomerenkeuning.nl Wageningen Op wieken gedragen.indd 1
31/03/16 15:47
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 3
Gerda van Wageningen
Op wieken gedragen
De molenaarsdochter Water en wind Op wieken gedragen
Uitgeverij Zomer & Keuning
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 4
ISBN 9789401907064 NUR 340/344 © 2016 Uitgeverij Zomer & Keuning Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Julie Bergen, Riverside Studio Omslagfoto arcangel.com / Maria Heyens, istockphoto.com / efemirr Oorspronkelijke uitgave De molenaarsdochter © 2009, VCL-serie Oorspronkelijke uitgave Water en wind © 2010, VCL-serie Op wieken gedragen © 2016 www.zomerenkeuning.nl Alle rechten voorbehouden
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 5
DE MOLENAARSDOCHTER
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 6
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 7
Hoofdstuk 1 Aardedonker was het in de bedstee. Het enige geluid dat ze hoorde, was het zachte ruisen van de wind. Vanzelfsprekend was er het bekende kraken van hout. De geluiden van de grote korenmolen vlak naast hun woonhuis waren Sabina van kinds af aan vertrouwd. Ze werd hier twintig jaar geleden geboren als oudste kind van de molenaar. Nooit had ze ergens anders geslapen dan in dit huis. Ze was eraan verknocht. Alles hier was haar door en door vertrouwd. Hun familie was vergroeid met die grote molen. Haar grootvader en nog meer geslachten daarvoor, waren allemaal molenaar geweest. Dat haar oudste broer zijn vader op zou volgen, was iets waar niemand aan twijfelde. Ze zuchtte en draaide zich om. Niet veel later stond ze met tegenzin op. Ze kon nauwelijks een hand voor ogen zien en ze stak het kleine olielampje aan dat op de plank in de bedstee stond. Ze moest naar de doos. Haastig stak ze haar voeten in een paar pantoffels. Met de lamp in de hand vond ze haar weg in het kleine molenaarshuis. De doos was niet buiten, zoals bij de meeste huizen het geval was, maar stond in het aan de achterkant aan het huis vast gebouwde kot. Wie naar buiten moest, had ’s nachts een po in de buurt staan. Toen ze verlost was van de volle blaas, keek ze even door het raampje van de bijkeuken naar buiten. Vlak naast het huis, hoog boven op de dijk, torende als altijd het donkere en zo vertrouwde silhouet van de molen, die ruim veertig jaar geleden was gebouwd door haar grootvader. Het was een prachtige stenen molen. Daarvoor had er al een andere molen gestaan, een houten wipkorenmolen wist ze. Er hing een tekening van de oude molen in de kamer naast de haard. Haar familie maalde al meer dan tweehonderd jaar van geslacht op geslacht het koren voor de bakker van hun Hoeksche Waardse dorp. Ze maalden veevoer voor de boeren en soms ook koren voor de diaconie, die dat meel dan in tijden van nood onder de armen verdeelde. Regelmatig was er een handelaar of een andere particulier die iets liet malen. Heel vroeger was de molen gepacht 7
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 8
geweest van een deftige familie die in Dordrecht woonde en ook een grote boerderij in het dorp had bezeten, met een herenhuis waarin ze de zomermaanden doorbrachten en een pachterswoning daar pal achter, waar het boerengezin in woonde. Op een gegeven moment had haar overgrootvader de molen van die heer gekocht. Nee, niet omdat hij zoveel geld in zijn zak had, maar met een grote hypotheek erop. Toen die eenmaal na jaren en jaren van hard werken was afbetaald, was de vorige molen zo vervallen geraakt dat er een nieuwe moest komen, een stenen molen, een grondzeiler, die hoger was en dus ook meer wind ving, waardoor er met malen meer verdiend kon worden. Zodoende had haar grootvader opnieuw een hypotheek moeten afsluiten. Ook die was inmiddels weer afbetaald, maar er was een kleine twintig jaar geleden een grote landbouwcrisis geweest, waardoor de armoede op het platteland erg was toegenomen. Als bovendien de oogsten enkele jaren slecht waren, kon het gebeuren dat ook een molenaar veel minder inkomsten had dan hij gewoon was. Hier op de eilanden waren de meeste korenmolenaars eigenaar van hun molen en doorgaans verdienden ze daar een goede boterham mee, maar ze behoorden zeker niet tot de notabelen van een dorp. De familie was in die jaren eveneens getroffen door enkele tegenslagen als ziekte en een akelig ongeval, waarna behoorlijke kosten moesten worden gemaakt om de molen te herstellen. Sabina vond het helemaal niet erg, voor een gezonde jonge vrouw als ze was, om als dienstmeisje een steentje bij te dragen aan het gezinsinkomen. Voor eerlijk werk hoefde geen enkel mens zich immers te schamen. Ze huiverde. Kom, dit was de tijd niet om te gaan mijmeren over wat er de afgelopen jaren allemaal was gebeurd. Ze haastte zich terug naar haar kleine bedstee in de keuken. Omdat ze geen zusjes had, hoefde ze die met niemand te delen. Haar drie broers sliepen op zolder. Frans, Daan en Piet. Frans was achttien en de oudste. Hij moest zijn vader helpen in de molen, maar deed dat met tegenzin. Toch was het zijn onontkoombare lot de volgende molenaar van hun geslacht te worden. Frans was echter onrustig. Frans wilde zo graag de wijde wereld in, te beginnen met Rotterdam, waar veel mensen 8
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 9
van het platteland in deze jaren heen trokken om er beter betaald werk te vinden. De snel groeiende stad leek grote mogelijkheden te bieden die er hier in de kleine dorpen niet waren. Dat was een van de zorgen van haar ouders. Het rusteloze verlangen van de oudste zoon had al meerdere ruzies tot gevolg gehad. Zelfs gisteren nog, zodat Sabina met een verdrietig gevoel was gaan slapen. Ze trok huiverend de dikke dekens om zich heen. Daan was ruim anderhalf jaar jonger en veel rustiger dan Frans. Hij zou eigenlijk veel beter geschikt zijn om over een aantal jaren de volgende molenaar van hun geslacht te worden. Haar vader was al tweeĂŤnvijftig. Daan was zestien, bijna zeventien. Hij was al van school af, dat ging altijd zo. Dorpsjongens kwamen van school af als ze twaalf waren en moesten dan de handen uit de mouwen gaan steken. Daan was, nadat hij van school kwam, door zijn vader in de leer gestuurd bij zijn grootvader van moederskant, de plaatselijke timmerman. Die was echter korte tijd later overleden, waarna oom Daan het bedrijf van zijn vader voortzette. Als die te weinig werk voor hem had, zat Daan thuis, maar dan hielp hij zijn vader en broer graag. Daan hield van de molen, maar hij was natuurlijk niet de oudste zoon en daarom evenmin de beoogde opvolger. Piet, het nakomertje, was pas elf en zat tot de komende zomer nog op school. Hij kon bijzonder goed leren. De meester, zijn oom, had vorig jaar voorzichtig geopperd dat Piet het beste naar de hbs zou kunnen gaan in Oud-Beijerland, maar ja, naar die school gingen de zonen uit de deftige stand. Gewone dorpsjongens waren daar een hoge uitzondering en werden nogal eens gepest door hun klasgenootjes. Maar dat was nog ver weg. Vader Schipper moest niet veel hebben van boekenwijsheid. In zijn ogen werden kinderen daar alleen maar slechter van. Er waren vroeger meer kinderen geweest. Een zusje was als baby aan longontsteking overleden, wist Sabina, maar toen was ze nog zo klein geweest dat ze zich daar niets van herinnerde, en ook had haar moeder enkele miskramen gehad. Zelf diende ze bij de ietwat labiele en aanstellerige mevrouw Mou9
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 10
rits, de echtgenote van de bovenmeester. Ze hoefde weliswaar niet uit bittere noodzaak als dienstmeid aan de slag, maar vanzelfsprekend was ze bij lange na geen deftige jongedame die maar met haar handen in haar schoot kon gaan zitten wachten tot er een geschikte verloofde voorbijkwam. Er moest gewoonweg geld binnengebracht worden. Haar moeder was gezond, die kon haar hulp best missen, zolang ze op zaterdagmiddag maar meehielp thuis. Alle mensen moesten hard werken. Meisjes moesten thuis meehelpen als ze op een boerderij geboren waren. Arbeidersjongens gingen al vroeg met hun vader mee. Ze werkten tegenwoordig ook wel in fabrieken, maar die waren er op het eiland nauwelijks. En meisjes gingen uit dienen. Zo ging dat nu eenmaal. Arme jongelui trokken daarom de laatste jaren vaak weg naar de stad, waar ze meer konden verdienen. Frans wilde ook graag gaan, dat wist ze. Hij hield niet van de molen. Hij vond het verstikkend, dat hij zijn vader moest opvolgen en dat zijn leven eigenlijk al vast lag. Hij wilde veel liever gaan werken in de haven en misschien zelfs aanmonsteren op een van de grote zeeschepen daar, die de hele wereld over voeren. Rotterdam was een snel groeiende stad met steeds meer havens. Het leek wel, of ze daar nooit genoeg arbeiders hadden. Frans kon goed lezen en schrijven en ook goed rekenen, vooral naar zijn eigen portemonnee toe. Misschien kon hij hogerop komen bij een scheepswerf of een bevrachter. Dat dacht hij tenminste zelf. Ze huiverde opnieuw toen ze dacht aan de zoveelste ruzie tussen haar vader en haar oudste broer, die nog in haar oren had nageklonken toen ze verdrietig in de bedstee was gestapt. EĂŠn keer was ze in die grote werkstad geweest, nog niet eens zo lang geleden. Moeder had een jaar lang de centen die ze wekelijks wist over te houden, in een oude kous gestopt zodat ze eindelijk met het hele gezin een dagje naar de stad waren geweest. Met de nieuwe stoomtram die nog maar een paar jaar over het eiland reed. Het was een lange reis geweest, want de stoomtram reed niet door hun dorp. Ze hadden er eerst met paard en wagen naartoe moeten rijden en het paard bij de herbergier moeten stallen, maar de tramrit over het eiland had ze prachtig gevonden. Ze was voor het eerst van haar 10
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 11
leven over de Barendrechtse brug gereden. Wat een groot gevaarte! Sinds de brug was gekomen, twaalf jaar geleden alweer in 1888, was het eiland veel beter bereikbaar geworden. De stoomtram had ervoor gezorgd, dat vee en goederen van en naar de stad veel gemakkelijker werden vervoerd, maar vader mopperde altijd dat de stadse slechtheid nu ook even gemakkelijk zijn weg naar het eiland zou kunnen vinden. Nee, vader had niet veel op met de stad. Wat had ze zelf echter van die dag genoten en haar ogen uitgekeken in die grote drukke werkstad! Ze hadden met elkaar door de straten van Rotterdam gelopen, aan een van de havens gezeten om het meegebrachte brood en de kruik met koude thee op te drinken, want ergens iets bestellen was vanzelfsprekend een grote geldverspilling. Ze waren gewend om zuinig te leven, zodat de lasten die nog op de molen rustten, zo snel mogelijk konden worden afgelost. Dan zou Frans de molen onbelast kunnen overnemen. Daar droomde haar vader van. Ze hadden allemaal pijn in hun voeten gekregen van het vele lopen, zelfs vader, maar niemand had geklaagd. Toen ze weer in de tram zaten voor de terugreis, was haar moeder bijna van vermoeidheid in slaap gevallen, maar zij had dapper haar ogen open weten te houden omdat ze niets wilde missen van wat er onderweg te zien was. Het zou wel heel lang duren, eer ze weer in de stad zou komen! Wat waren ze moe thuisgekomen, op die hete windstille dag! Windstil was het vanzelfsprekend geweest, want als het waaide, moest de molen draaien. Ze huiverde opnieuw onder de dekens, die ze dicht om zich heen had getrokken. Toen was het zomer geweest. Nu was het een kille en koude nacht in het begin van november. Buiten vroor het licht. Er zou morgenochtend misschien rijp aan de bomen zitten. Dat was altijd zo mooi. Ze wilde dat ze een kruik had, maar dat vond moeder nog niet nodig. Daar kreeg een mens maar wintervoeten van, zei ze. Sabina huiverde en moest uiteindelijk toch weer warm geworden zijn, toch weer in slaap gevallen zijn, want toen ze haar ogen opende, was dat omdat moeder het vuur in het fornuis in de keuken opra11
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 12
kelde. Over haar schouder riep ze zoals elke morgen: ‘Sabina, opstaan.’ Het was halfzes. De tijd waarop ze op moesten staan, zomer en winter en in de zomer soms nog wel een uurtje vroeger, zodra het begon te dagen. Hartgrondig geeuwen hielp een beetje om wakker te worden. Huiverend schoot ze in haar gereedliggende zwarte gebreide kousen, trok ze haar onderjurk en rok aan. Rillend pompte ze wat water op in een teiltje om er haar gezicht en armen mee te wassen voor ze met kippenvel op haar lijf in haar bloes en jack schoot. Als ze uitademde, vormde zich een rookwolkje in de kille lucht. Maar het vuur in het fornuis laaide inmiddels op en moeder had er al de waterketel op geschoven, voor ze zich ging wassen. Vader moest zich scheren, Frans ook, ’s morgens was het altijd spitsuur in de keuken. Er kwam rust toen de mannen in hun overall waren geschoten, en met hun petten op het hoofd verdwenen om de vang los te maken. Het waaide. Er moest vandaag veevoer gemalen worden. Een molenaar leefde immers van de wind. Letterlijk. De wintertijd was voor een korenmolenaar altijd een drukke tijd. Naast het malen van het graan voor de bakker was er altijd behoefte aan veevoer, nu de koeien op stal stonden. Dat veevoer, ook wel mesting genoemd, bestond voornamelijk uit haver, gort, en maïs, alsmede gebroken bonen en erwten. Als het heel druk was of na een periode van windstilte als het eindelijk weer begon te waaien, moest er zelfs ’s nachts gemalen worden, al deed haar vader dat zo min mogelijk vanwege het grotere gevaar op ongelukken. Uiteindelijk was dat al eens gebeurd. Nee, niet aan denken nu! Heel vroeger kenden molenaars het scheprecht. Dan haalden ze uit elke zak meel die gemalen was een schepje voor eigen gebruik. Dat was niet langer zo. Tegenwoordig kregen ze voor hun werk betaald. De bakker betaalde altijd keurig op tijd, maar er waren een paar boeren die dat niet altijd deden en die de molenaar soms wekenlang op zijn geld lieten wachten. Soms weigerde haar vader voor een van die wanbetalers nog meer te malen, voor de oude rekeningen voldaan waren. Een enkele keer kwam daar ruzie van. 12
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 13
Zodra het water kookte, zette Sabina koffie. Moeder dekte ondertussen de tafel. Er lag altijd een tafelkleed over de keurig schoon geschuurde tafel in de grote woonkeuken. Al leefden ze zuinig, ze waren geen schooiers, zei moeder vaak. Ze moesten schone en hele kleren dragen, ze aten met mes en vork en vloeken mochten ze niet. Nooit. Als een van de jongens dat soms deed, kreeg hij een klinkende oorvijg. Zo wilde moeder dat en ze trok zich er niets van aan dat Frans en Daan inmiddels ver boven haar uittorenden. Hun huis was niet groot. Er was zoals in bijna alle huizen een mooie kamer waar ze maar zelden zaten, en naast de gang aan de andere kant van het huis lag de slaapkamer van vader en moeder. Er was een trap naar boven waar de jongens sliepen achter een gordijn waarmee de zolderruimte werd gedeeld, want aan de andere kant van dat gordijn werden allerlei voorraden bewaard. De grote woonkeuken was het gedeelte van het huis waar men leefde. In een hoek naast haar bedstee was het keldertje. Daar stonden de potten zuurkool en zoute bonen, stond het vat met gepekeld spek en werd brood en kaas bewaard. Onder haar bedstee werd zoals gebruikelijk de wintervoorraad aardappelen bewaard. Aan de achterkant van het huis was nog het kot. Daar was de plee, daar werd gewassen en stond het klompenrek. Op het platteland kwamen mensen altijd achterom binnen. De voordeur werd maar hoogst zelden gebruikt. Ja, met dopen, trouwen en begraven, zoals dat ging, en een enkele keer als dominee langskwam, maar dominee kwam vaker bij notabelen dan bij gewone mensen. Soms kwam er een ouderling, meestal een boer in goeden doen, als de omstandigheden daar aanleiding toe gaven. Achter het kot of de bijkeuken, zoals dat meer deftig werd genoemd, was een schuurtje met de stal voor het paard en het varkenskot, en een ruimte waar de werkbank van haar vader stond. Daar bewaarde hij tevens zijn gereedschap, smeerolie, verf en andere zaken, die noodzakelijk waren om de molen en het huis goed te onderhouden. Elk jaar kocht haar vader een biggetje van een van de boeren, die dan in november werd geslacht, zodat ze vlees en spek hadden in de wintertijd. Sabina maakte als kind altijd dat ze wegkwam als het 13
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 14
zover was, dan zat ze op zolder met haar schort om het hoofd getrokken en haar vingers in de oren om het arme beest niet te horen krijsen. Al vier jaar diende ze bij de bovenmeester in huis. Een deftig huishouden had nu eenmaal een dienstbode, en een bovenmeester hoorde tot de dorpsnotabelen. Mevrouw Mourits was weliswaar gezond, maar erg nerveus en snel over haar toeren. Ze leed regelmatig aan hoofdpijnen, maar moeder dacht dat dit voornamelijk door haar nerveuze gestel kwam. Haar eigen moeder was gelukkig sterk en gezond. Zijzelf hadden geen meid, dat zou te gek zijn als er een ongetrouwde dochter thuis was die kon meehelpen. Als ze tegen de tijd van de avondboterham thuiskwam, moest ze voor de maaltijd zorgen, meestal gewoon avondbrood, maar in krappe tijden ook wel gekookte aardappelen met een beetje spekvet, net zoals tussen de middag. ’s Avonds was er altijd wel wat te verstellen of anders moesten er kousen gebreid worden, die nu eenmaal hard sleten in de klompen die ze droegen. Sabina vond dat allemaal niet erg. Ledigheid was niets gedaan. Er was een tuin bij het huis, daar werkte ze vooral zomers graag in. Daar stonden wat dahlia’s in en enkele struiken, maar vanzelfsprekend was het grootste gedeelte een moestuin, waarin aardappelen en groenten werden verbouwd voor eigen gebruik. Ook fruit hadden ze uit eigen tuin. Er stond een appelboom, een perenboom en pruimenboom, twee bessenstruiken en een frambozenstruik. Er klommen bramen tegen een hek. Er was een aardbeienbed. Die tuin betekende altijd werk. Moeder deed ook veel, maar ze hield niet zo van de tuin. Ook Daan en Piet moesten meehelpen, als dat zo uitkwam of als er zwaar werk gedaan moest worden, zoals spitten of snoeien. Bij de bovenmeester werkte ze vijf hele dagen van halfzeven in de morgen tot vijf uur in de middag, en vanzelfsprekend ook op zaterdagmorgen tot twaalf uur. Ze werd daar gelukkig goed voor betaald. Zoals dat hoorde, moest ze bijna al dat geld thuis afdragen. Een klein gedeelte mocht ze voor zichzelf houden. Dat geld mocht ze houden om te sparen, voor later, als ze eenmaal getrouwd zou zijn. Ze moest 14
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 15
van dat geld ook dingen kopen die ze nodig had, zoals een lap stof om kleren te naaien, zwarte wol om kousen voor zichzelf te breien. Veel had ze niet nodig, vond haar vader. Verspilling, daar deed hun familie niet aan! Elke week op woensdagmiddag, als de kinderen vrij waren, kwam er een werkvrouw om de school schoon te maken en daar moest ze bij helpen. Het was haar taak de schoolbanken af te zemen en de lessenaars van de meesters schoon te maken en op te ruimen. Dat vond ze best een vervelende klus. Ze had een hekel gekregen aan de woensdagen, want als de werkvrouw ziek was, moest ze ook de lokalen en de gangen dweilen en dat was akelig werk. Het laken lag op tafel en ze zette de borden neer. Eenvoudige witte borden, met barsten erin en stukjes eraf. Ze hadden mooie borden in de deftige kast die in de mooie kamer stond, maar die werden alleen op de zondag gebruikt, als ze daar aten, of als er iemand jarig was en ze visite kregen. Moeder was de dochter van de timmerman. Haar zuster, tante Marie, was getrouwd geweest met de meester van de lagere klassen. Deze oom Kees was afgelopen september totaal onverwacht overleden, gewoon in elkaar gezakt terwijl hij na schooltijd over straat liep met zijn hond. Een nieuwe meester was er nog niet gekomen, maar iedereen hoopte dat dit niet lang meer zou duren. Tante Marie leek echter niet erg te lijden onder dit onverwachte verlies van haar man. Ze hield haar huis zelf schoon en deed veel liefdadigheidswerk. Ze zong vaak in huis en daar was moeder weleens boos om, maar zelf dacht Sabina dat tante Marie kennelijk niet erg van oom Kees gehouden had en dat ze hem niet al te erg miste. Ze leefde nu van een klein pensioentje, maar was daar tevreden mee. Er was nog een tante, tante Lot, die getrouwd was met de timmerman van Maasdam. Oom Hein had daar een grote werkplaats. Ooit was hij bij Sabina’s grootvader in de leer gekomen en had zo tante Lot leren kennen, had haar moeder eens verteld. Zodoende hadden ze in Maasdam familie wonen. Ze ging er een keer per jaar naar toe, als grootmoeder jarig was, die sinds het overlijden van haar man bij tante Lot inwoonde, omdat ze zo moeilijk liep en omdat ze 15
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 16
niet goed overweg kon met tante Agnes, haar schoondochter. Het stokoude mensje van wel vierenzeventig jaar droeg altijd een mutsje en was altijd in het zwart gekleed sinds haar man was overleden. Moeder en tante Marie bleven ook liever uit de buurt van tante Agnes, maar moeder fleurde altijd op, als ze eindeloos met haar twee zussen en haar moeder kon kwekken over van alles en nog wat, en niet in de laatste plaats over alle schandaaltjes die hun ter ore waren gekomen. Als grootmoeder jarig was, gingen ze dus met paard en wagen naar Maasdam. Als er veel wind was, bleef hun vader thuis, maar moeder nam rustig de leidsels in handen om het paard te mennen. Trekpaarden waren meestal rustig van karakter. Een molenaar had paard en wagen nodig om graan op te halen bij boeren en om zijn producten weer af te gaan leveren. Sabina legde messen naast de borden. Zij aten brood, al waren er veel gezinnen, die ’s morgens ontbeten met pap. Havermoutpap vond ze eigenlijk best lekker, zeker als er suiker in zat. Dat was niet altijd het geval. Suiker was immers duur en hoewel ze het altijd in huis hadden, vond haar vader het al snel verspilling als er te veel van werd gebruikt. Ze sneed dikke sneden brood. Wittebrood. Vader zorgde altijd voor het beste meel voor zijn gezin, want hij wilde goed brood eten. Als ze hun boterhammen maar niet overdadig belegden met boter, kaas of spek, mochten ze eten zoveel als ze wilden. Sabina zette het schaaltje stroopvet op tafel. Daar hielden vooral vader en Frans van. Het vet dat overbleef na het uitbakken van speklappen werd gemengd met keukenstroop tot een smeuïge massa en in een schaaltje gedaan. Stroopvet was zoet, het vulde goed en er hoefde dan geen boter op het brood. Het werd daarom veel gegeten. Zelf hield Sabina er niet van. Ze at het liefst brood met boter en suiker, maar van moeder moest ze altijd eerst een boterham met kaas eten. Alleen met kaas. Niet met boter en kaas, dat werd in het boerendorp als pure verspilling gezien. Daar was zelfs een gezegde over. Zuivel op zuivel is van de duivel, heette het dan. Zuinigheid was immers een grote deugd. Dat hield dominee hen graag vanaf de kansel voor, maar volgens zeggen hield hij zelf minder van zuinigheid, maar wel 16
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 17
van wijn. Wijn! Kerels dronken bier of een borreltje, maar wijn? Nee, dat was voor de deftige lui of voor hen die dat dachten te zijn. Ach ja, de dominee, dokter en de notaris waren samen met de bovenmeester en enkele rijke boeren de notabelen van een dorp. De molenaar, de timmerman, de wagenmaker, winkeliers, mensen met een eigen bedrijf behoorden niet tot de notabelen maar ook niet tot de grootste groep, namelijk de arbeiders en armelui van een dorp. In die gezinnen heerste er vaak honger. Ze ging zitten. Haar vader zat al onder het meel. Frans moest in de molen blijven tot zijn vader gegeten had. Dan mocht hij gaan eten. Daan schrokte haastig drie dikke sneden brood naar binnen, net als Sabina een verplicht met kaas en de andere twee met boter en suiker. Hij moest naar oom Daan. Er was veel werk. Er waren een paar dorsvlegels die gerepareerd moesten worden en dat had haast. Binnenkort brak de tijd aan dat er gedorst ging worden, als de aardappelen en bieten waren gerooid. Dorsen met een vlegel was zwaar en stoffig werk. De meeste mannen hadden er een grondige hekel aan, omdat het zo stoffig was en men ervan ging hoesten. Maar wie niet werkte zou ook niet eten, stond immers duidelijk in het enige boek dat er in de eenvoudige huizen te vinden was. Ze at. Moeder zuchtte een paar keer. Het was dinsdag. Dat betekende dat er, na de wasdag op maandag, gestreken moest worden. Het wasgoed had op rekken voor het fornuis te drogen gehangen en ook op een rek in het kot. Daar hingen de gewassen overalls van de mannen, maar die waren zo dik dat ze nog niet droog waren. Strijken was zwaar werk. De ijzeren strijkbouten, moeder had er twee, moesten om beurten op het fornuis opgewarmd worden. De zware bouten zorgden ervoor, dat de armen snel moe werden en de was in een gezin met zes mensen was groot. Moeder voelde zich moe, zei ze. Daar had ze tegenwoordig wel vaker last van. Ze had Sabina onlangs toegefluisterd dat ze heel erg bloedde, alle maanden. Ze had nu de leeftijd dat het zo ongeveer op moest houden, maar het leek alleen maar erger te worden en de dokter had gezegd, dat ze maar elke dag bloedworst moest eten omdat dit goed voor haar was. De dokter wist natuurlijk ook wel dat ze 17
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 18
geen dure biefstukken konden betalen! Moeder had hoofdpijn en werkte zuchtend een snee wittebrood naar binnen. Sabina had met haar te doen, maar het was inmiddels bijna kwart over zes, ze moest zich haasten. Met haar dikke omslagdoek stevig om zich heen geslagen spoedde ze zich vijf minuten later over de dijk. Haar klompen lieten elke stap horen. Het was twintig minuten lopen eer ze in het dorp was, in het huis van de bovenmeester, waar drie klaslokalen aan vast gebouwd waren. De bovenmeester droeg als altijd een zwarte pandjesjas en een keurig gestreken wit overhemd. Hij las in de Bijbel voor hij naar de school ging. Er lag een brief op de ontbijttafel. ‘Er is bericht gekomen, Sabina,’ glimlachte mevrouw Mourits. ‘Er komt binnenkort een nieuwe meester om je oom Kees op te volgen.’ ‘O, gelukkig,’ knikte ze. ‘Daar zullen de meester en zeker juffrouw Luijendijk wel blij om zijn.’ Annet Luijendijk was de juffrouw van de bewaarschool, daar gingen veel kinderen naartoe als ze vier jaar oud waren en daar bleven ze tot ze twee jaar later naar de eerste klas gingen. Oom Kees had als meester de eerste drie klassen lesgegeven, de bovenmeester de vierde, vijfde en zesde klas. Zo ging dat al jaren. Na de onverwachte dood van haar oom, had juffrouw Luijendijk de kinderen uit de eerste twee klassen zo goed mogelijk lesgegeven en de bovenmeester had er de derde klas bijgenomen. De deuren van het leslokaal zonder leerkracht hadden doorlopend opengestaan. Soms moest mevrouw Mourits daar van haar man komen zitten om orde te houden, als de kinderen schrijf- of rekenopdrachten moesten maken die hun waren opgedragen. Ze probeerde dat weleens op Sabina af te schuiven, maar dat vond haar man niet goed. In elk klaslokaal stond een kachel. Het was elke morgen het eerste werk van Sabina, om de kolen bij de vullen en het vuur op te rakelen, zodat de ergste kou uit de klaslokalen verdreven zou zijn als om halfnegen de leerlingen binnenstroomden. Mevrouw deed zulk werk vanzelfsprekend niet. Toen de kachels brandden en mijnheer Mourits naar de school 18
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 19
was gegaan, schoof mevrouw Mourits een kom koffie naar haar toe. ‘Kom, ga even zitten, Sabina.’ ‘Is er iets?’ vroeg ze verwonderd. Mevrouw Mourits haalde lichtjes haar schouders op. Ze was niet zo jong meer, Sabina schatte haar ergens rond de vijftig. Ze had een zoon en een dochter die allebei waren getrouwd. De zoon was net als zijn vader schoolmeester geworden en woonde in ’s Gravendeel, waar hij lesgaf. De dochter was getrouwd, had de eerste jaren in het dorp gewoond tot haar man had besloten dat ook hij zijn geluk in de stad wilde beproeven en het gezin moest natuurlijk mee. Mevrouw Mourits miste haar kinderen verschrikkelijk. De bovenmeester was een strenge man, bij wie de woorden tucht en orde op de lippen bestorven schenen te liggen. Op school was dat goed, maar in huis lag dat moeilijker. Zelf was Sabina een beetje bang voor de bovenmeester en vaak dacht ze in stilte dat haar mevrouw dat ook was. Mevrouw keek haar onderzoekend aan. ‘Mijn dochter verkeert opnieuw in gezegende omstandigheden. Dat weet je. Ze moet over een paar weken bevallen van haar derde kindje en nu heeft ze gevraagd of ik haar tot na de bevalling wil komen helpen, omdat de drukte haar boven het hoofd groeit. Maar de meester,’ ze noemde haar man altijd de meester, ‘zegt dat ik hier niet gemist kan worden. Dus vroeg ik me af… Misschien wil jij de komende weken het middageten voor hem koken en ’s avonds voor zijn avondboterham zorgen, dan kun je daarna afwassen en hem een kopje koffie geven voor je weer naar huis gaat. Daar zou ik bijzonder mee geholpen zijn. Vanzelfsprekend mag je daarom zelf hier eveneens brood eten. Het betekent wel, dat je pas om zeven uur weer naar huis kunt. Veel werk dat tot mijn taak hoort, doe je echter al. Vanzelfsprekend hoef je niet uitgebreid te koken. Wij houden van zuinigheid, net als je ouders. Je zou naar verkiezing alleen in de keuken kunnen eten of samen met mijn man, die dan meteen aanspraak heeft. Zou je dat met je vader willen bespreken?’ Ze knikte en keek mevrouw Mourits een beetje verlegen aan, terwijl ze een speculaasje accepteerde. Ja, hier in het huis van de bo19
Op wieken gedragen 4-4-2016 150x230_Z&K 04-04-16 06:08 Pagina 20
venmeester hadden ze altijd van die lekkere koekjes bij de koffie en ’s middags bij de thee chocolade. En zij kreeg daar ook vaak iets van. Thuis hadden ze dat alleen op zaterdag en zondag. ‘Ik zal het mijn vader vragen.’ ‘Zeg maar, dat je een gulden in de week meer loon krijgt,’ beloofde mevrouw Mourits. ‘Je werkt dan uiteindelijk langer en neemt mijn taak over.’ ‘Helemaal?’ ‘Je moet koken en de boodschappen moeten besteld worden. Ik zal je een lijstje geven van wat ik meestal bestel aan kruidenierswaren, en ook wat er bij de bakker en de slager moet worden besteld. Zoals je weet, wordt alles aan huis bezorgd. Over het betalen van de leveranciers hoef je je geen zorgen te maken, dat doet de meester altijd zelf. Het wassen en strijken besteed ik het laatste jaar al uit, dus dat blijft zo.’ Ze knikte. ‘Ik zal mijn best doen, als vader het goedvindt. Maar een gulden in de week extra zal wel helpen.’ Sabina glimlachte. Haar mevrouw keek opgelucht en glimlachte terug. ‘Wanneer gaat u naar uw dochter toe?’ ‘Over ongeveer twee weken, lieve kind. Ik zal me erg opgelucht voelen, als jij dit voorstel met je vader hebt besproken en hij ermee akkoord gaat.’ Ze knikte. ‘Meer loon en het feit dat ik me nuttig kan maken zal hem wel overhalen, denk ik zo.’ De ander knikte vriendelijk. Mevrouw Mourits had een goed hart en zeker niet altijd een gemakkelijk leven bij haar strenge, zelfs hardvochtige man. Misschien was ze daarom wel zo nerveus geworden? ‘Ik verheug me er op een tijdje bij mijn dochter te zijn. Ik zie mijn kinderen en mijn kleinkinderen maar weinig en daar lijden moeders onder, weet je.’ ‘Moeder is blij, dat wij allemaal nog thuis wonen.’ De ander knikte. ‘Dat zal ook niet eeuwig zo blijven. Heb je nog geen vrijer, Sabina?’ Ze kreeg een vuurrood hoofd, mompelde iets onverstaanbaars en stond haastig op om te beginnen aan haar gebruikelijke dagtaak. 20
De molenaarsdochter gaat over Sabina Schipper. De korenmolen van haar ouders, die al generaties lang in de familie is, is van groot belang voor het dorp. Maar het is geen makkelijk bestaan. Iedereen uit het gezin moet zijn steentje bijdragen, ook Sabina, die een dienstje heeft in het huis van de bovenmeester. Als op een dag een molenaarszoon uit een naburig dorp om haar hand komt vragen, verwacht Sabina’s vader dat ze daar blij mee is. Maar Sabina heeft zo haar twijfels. Zij heeft namelijk net iemand anders leren kennen.
Speciaal voor deze omnibus schreef Gerda van Wageningen een hedendaags kort verhaal, eveneens getiteld Op wieken gedragen. Gerda van Wageningen (1946) is de bekendste Nederlandse auteur van familie- en streekromans. Ze is al bijna veertig jaar schrijfster en publiceerde reeds meer dan 110 boeken.
NUR 340/344 ISBN 978-9401907064
Op wieken gedragen
Anne Poldermans is de hoofdpersoon in Water en wind. Anne houdt van het molenaarsbestaan, maar als haar vader erop aandringt dat ze in het huwelijk treedt met de molenaar van een andere, grotere watermolen in de buurt, komen haar gevoelens daartegen in opstand. Haar hart behoort nog altijd toe aan Constant, haar verloofde, die veel te vroeg is overleden. Bovendien is de weduwnaar die naar haar hand dingt ouder dan zij en heeft hij twee jonge kinderen. Is dat een leven dat haar gelukkig kan maken?
Gerda van Wageningen
Twee prachtige historische romans waarin de levens van twee molenaarsdochters centraal staan
Op wieken gedragen
Omnibus
Gerda van Wageningen www.zomerenkeuning.nl Wageningen Op wieken gedragen.indd 1
31/03/16 15:47