Op eigen grond H
Het op waarheid gebaseerde levensverhaal van Jannie Boele-de Haan is in deze roman opgetekend door Jan W. Klijn. Jan W. Klijn (1940) heeft zich na een succesvolle carrière in het zakenleven toegelegd op het schrijven. Het liefst schrijft hij romans over de hem zo vertrouwde en geliefde Alblasserwaard, waar ook Op eigen grond zich afspeelt.
Op eigen grond Haar liefde voor paarden houdt Jannie Boele-de Haan staande door alle stormen van het leven
Op eigen grond
et is 1939 als op de boerderij van de familie De Haan een dochter wordt geboren. Jannie is al van jongs af aan een groot paardenliefhebster. Als ze zestien jaar is, krijgt ze verkering met de vijf jaar oudere Maarten Boele. Hoewel hij het liefst timmerman zou worden, kiest hij op aandringen van Jannie voor een bestaan als boer. Jannie is dolgelukkig, het stelt trouwt en ze beginnen aan hun leven samen. Tot haar grote verdriet duurt het prille huwelijksgeluk maar kort. Maar Jannie weet zich staande te houden, mede door haar liefde voor de paarden.
Jan W. Klijn
Jan W. Klijn
ISBN 978 94 0190 737 8 NUR 344
Jan W. Klijn citerreeks
cover_J.Klijn_Op eigen grond.indd 1
CITERREEKS
9 789401 907378 w w w.c i ter r eek s .nl
Citerreeks
05-07-16 11:13
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 3
Jan W. Klijn
Op eigen grond
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 4
ISBN 9789401907378 ISBN e-book 9789401907385 NUR 344 © 2016 Citerreeks Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Liesbeth Thomas, t4design Auteursfoto Marcel Rob www.citerreeks.nl www.janwklijn.nl Alle rechten voorbehouden
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 5
PROLOOG De zon schijnt op deze julidag in 1955 een put in de grond. De lucht is vol van vogelgeluiden, het gras groeit onstuimig. In de weilanden rondom de zandheuvel graast zwartbont en roodbont vee. De flanken van de zandheuvel zijn bedekt met hoge, schaduw gevende bomen. Het onverharde Donkse zandpad, dat dwars over de zandheuvel voert, loopt dood tegen de brede boezem. Die is aan beide zijden ingesloten door een met gras begroeide waterkerende kade. De zandheuvel ligt als een eenzame bult in de uitgestrekte polders van de wijde Alblasserwaard. De Donk, een unieke plek. Een zwart rijpaard komt aangalopperen. De berijdster is gekleed in een rijkostuum. Het tuig glanst, evenals het paard zelf dat schuim op de mond heeft. Klaarblijkelijk heeft ze het flink laten draven. ‘Ho… ho…’ zegt ze luid, de teugels strak aantrekkend. Briesend komt het paard tot stilstand. Ze buigt voorover en geeft het paard klopjes op de slanke hals. Het edele dier draait het hoofd om en neemt met zijn zachte lippen een suikerklontje in ontvangst. Behendig springt Jannie op de grond, de teugel in haar hand. ‘Zo, jongelui, hier ben ik dan,’ zegt ze tegen het groepje dat haar opwacht. ‘Pff… warm, zeg.’ Het zweet parelt op haar voorhoofd. Ze doet haar cap af. De zwarte rijbroek bolt aan de zijkanten, ze draagt er met deze hitte alleen een witte bloes boven. Haar halflange zwarte rijlaarzen glimmen. Opnieuw klopt ze het paard op de slanke hals en ze spreekt hem goedkeurend toe. ‘Goed gedaan, best paardje van me.’ Ze legt haar hoofd even tegen de nek van het dier. Ze vormen een harmonisch koppel. ‘Nou, Jannie, laat eens zien wat je kunt,’ spoort een forsgebouwde boerenzoon haar aan. Zijn lichtblauwe ogen kijken verwachtingsvol, de grove knuisten zitten diep in de broekzakken van zijn nog vrij nieuwe overall. ‘Rustig aan, Mart, mag ik even tot mezelf komen? We hebben al een aardige rit achter de rug.’ Ze spreekt ernstig, maar haar ogen schitteren. Natuurlijk wil ook zij laten zien wat ze kan. Daarvoor ondernam ze –5–
5
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 6
de tocht naar De Donk. Ze kijkt rond en ziet een paar meter naast het bol lopende zandpad een redelijk vlakke plek met kort gras. Daarheen geleidt ze het paard aan de teugel. Ze let nu niet meer op de in spanning toekijkende toeschouwers, maar is uitermate geconcentreerd. ‘Liggen,’ commandeert ze. ‘Liggen, Black,’ herhaalt ze. Met zachte drang dwingt ze het paardenhoofd naar beneden. Het paard laat zich door de knieën zakken, rolt op zijn zij, strekt zijn hoofd uit en ligt bewegingloos op de aarde. De ademhaling laat zien dat het leeft, anders zou je denken dat het dood was. ‘Blijven liggen. Hier.’ Het suikerklontje verdwijnt tussen de brede lippen. ‘Pak jij de planken, Ria?’ Zonder woorden sleept het boerenmeisje twee planken, die gereedlagen langs de oude schuur een paar meter verderop, naar het paard. Voorzichtig legt de paardrijdster ze over het paard heen. Intussen praat ze doorlopend op geruststellende toon tegen het paard. Eén plank links en één rechts, dwars over het bolle, rustig op en neer gaande lichaam heen. Op het punt waar de planken elkaar raken, doet ze een leren hoes zodat ze aansluiten. Haar verrichtingen worden ademloos gevolgd. Intussen hebben zich twee boeren bij het groepje gevoegd. Ze zijn muisstil, weten als geen ander dat er niet veel nodig is om een paard te laten schrikken. ‘Geef hier die fiets,’ commandeert Jannie. Ria geeft haar fiets over. Jannie fietst een kort rondje, neemt een vaartje en rijdt pardoes de ene plank op om over de andere neer te dalen. Het dier verroert zich niet. Ongelovig wordt het aangezien. Dat het haar concentratie en inspanning kostte, wordt pas zichtbaar als ze de fiets teruggeeft. Lichtjes hijgend haast ze zich naar het paardenhoofd, ze laat zich ernaast zakken, knuffelt het dier en spreekt vleiende woordjes. ‘Braaf, braaf, Black. Goed gedaan!’ ‘Dat is mooi gedaan, Jannie, nog nooit gezien,’ spreekt een van de boeren vol verbazing. ‘Knap hoor.’ ‘Dat doe je haar niet na, Piet,’ zegt Ria. ‘Ieder zijn meug,’ reageert de lange, magere boer met een rood gezicht. Goedkeurend bekijkt hij de jonge, mooie amazone die haar paard overeind laat komen. Opnieuw krijgt Black een klontje. Ze doet 6
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 7
haar voet in de stijgbeugel, slaat het andere been over de brede rug en laat haar paard een paar rondjes draven. ‘Ach, wat een mooi beest,’ complimenteert boer Piet. ‘Dat is er een van veel geld. Hoeveel is hij waard, Jannie?’ roept hij als ze vlak langs hem rijdt. ‘Dat zou jij wel willen weten, Piet. Maar hij is niet te koop, dus zou je er niets aan hebben als ik een bedrag noem. Hup, Black, we gaan naar huis. Dag allemaal.’ ‘Bonjour, rij voorzichtig,’ roept Ria haar na. ‘Bonjour, Jannie,’ zegt de rest haar na. Briesend vangt Black gretig de terugtocht aan. Met wapperende staart verdwijnt hij met zijn berijdster uit zicht. De rust is op de zandheuvel weergekeerd. Met hun gedachten bij Jannie en Black gaan de mensen weer aan het werk. Thuis aangekomen veegt Jannie met een doek haar paard droog. Ze ontdoet de ruin van zadel en bit. Daarna mag Black de wei in, vlak achter de boerderij. Zacht hinnikend draaft hij even, om dan van het malse, groene gras te gaan genieten. Jannie verdwijnt naar binnen om zich om te kleden. Dan schrikt ze wakker, verward tast ze om zich heen. Ze springt met een bons op de koude zeilvloer, kleedt zich snel aan en gaat naar de woonkeuken waar moeder haar opwacht. ‘Zo, Jannie, lekker geslapen? Ga zitten, kind, dan gaan we eten. Pa is nog aan het werk, hij komt later.’ ‘Ik heb gedroomd, moe,’ zegt ze bedremmeld. ‘Ik was met Black op De Donk.’ ‘Dromen zijn bedrog, kind. Stil, even bidden, dan gaan we eten!’ De zon speelt door het vertrek en tovert miljoenen bewegende deeltjes tevoorschijn.
–7–
7
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 8
8
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 9
1 Het is januari 1939. De sloten en vaarten in de Alblasserwaard zijn dichtgevroren, Koning Winter heerst. De oorlogsdreiging wordt sterker en sterker. Hitler drijft zijn zin door, verovert en bezet land na land. Daarbij wordt hij kritisch gevolgd door Engeland, Frankrijk, Rusland en de andere West-Europese landen. Maar hij slaagt er meesterlijk in hen in slaap te sussen. Een barre tijd is aangebroken. Tientallen miljoenen jonge, maar ook oudere mensen zullen gewond raken, traumatische ervaringen opdoen, zelfs het leven verliezen. Rivieren bloed zullen stromen, slechts geëvenaard door rivieren hete tranen. Ontreddering, wreedheden, verstrooiingen, voedselschaarste zal aan de orde van de dag zijn. Men wil vluchten, maar waarheen? Als nooit tevoren zal ellende de komende jaren wereldwijd domineren. Jaren van moeite en verdriet zijn aangebroken. Is er dan geen God Die alles ziet en bestuurt? Tallozen vragen het zich af, anderen zien er Zijn slaande hand in. ‘We zijn afgeweken van Zijn spoor, het is onze welverdiende straf.’ Ja, ook zij treuren, maar niet als die geen hoop hebben! Voor hen is er een weg terug. ‘Hij zal Zijn volk niet eindeloos kastijden. Hij zal hen niet begeven, niet verlaten.’ Maar pas na onnoemelijk veel leed zullen zij gelijk krijgen. Eerst zal de wereld jarenlang bloeden uit miljoenen wonden. Op de boerderij in Brandwijk aan de Gijbelandsedijk 1 is van al deze ontwikkelingen weinig tot niets bekend. Natuurlijk horen ook zij van oorlogsdreigingen, maar hier moet dagelijks hard en lang worden gewerkt om de kost te verdienen. Jonge boer De Haan heeft zijn handen er vol aan. Hij melkt zo’n kleine dertig koeien, heeft jongvee en een paard. Zijn fraaie stee staat aan de noordkant van de Graafstroom. Een smalle weg loopt voorlangs, drie lindebomen op de zuidzijde van de boerderij houden de zon buiten in de zomer. De weilanden liggen erachter, ze strekken zich uit tot aan de Brandwijksedijk. Een rechtgeaarde Alblasserwaardse boer is gewend te werken, zes dagen in de week van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. De zevende dag wordt gas terugge–9–
9
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 10
nomen. Dan gebeurt alleen het noodzakelijke, hoewel dat ook best nog veel is: melken, voeren, vee nalopen, werkzaamheden die niet kunnen wachten. Maar de kerkgang zorgt voor het ritme op Gods dag. Over de smalle weg spoedt zich twee keer per dag een schare zwijgende voetgangers naar het Godshuis in het centrum van Bleskensgraaf. Jong en oud, stemmig gekleed, bereid om de boodschap die eeuwigheidswaarde heeft, aan te horen. De een hongeriger dan de ander, maar ze zijn er wel. Al is het voor sommige boeren dikwijls best lastig om heel de dienst de ogen open te houden. De dagelijks geleverde zware lichamelijke inspanningen zorgen daarvoor. Boerin De Haan loopt op het laatst, ze beweegt zich moeizaam door de schemerige vertrekken van de grote boerderij. Haar benige gezicht vertrekt zo nu en dan, maar ze is een volhoudster. Klagen doet ze niet, kinderen zijn een zegen. Dat zegt het Woord, en zo is het ook. Maar voor haar wordt het de eerste bevalling, en dat is natuurlijk toch wel iets bijzonders. Op 21 januari 1939 is het zover. De bevalling verloopt voorspoedig. Krijsend laat de nieuwe wereldburger zich horen. Het is een mooi meisje, op haar hoofdje prijkt al een bosje donker haar. Haar blauwe oogjes staan helder. Na het verzorgen wordt ze door de vroedvrouw in de wieg gelegd. Trots bekijkt vader De Haan zijn dochtertje. Tranen van ontroering dringen aan, maar driftig veegt hij die weg met de rug van zijn hand. ‘Zo, Sijgje, dat is Goddank achter de rug,’ zegt hij opgewekt. Ze knikt vermoeid, haar gezicht is nat van het zweet. Ook zij is dankbaar, maar de bevalling viel haar niet mee. Ze vertikt het echter om dat aan wie dan ook te bekennen. De nieuwe wereldburger krijgt de naam Jannie. Wat zal het leven haar brengen? Ze groeit voorspoedig op en is Hollands welvaren, onbewust van de dingen die het grote wereldgebeuren beheersen. Haar mooie blauwe oogjes kijken alles en iedereen onderzoekend aan. Ze blijkt watervlug te zijn en is de oogappel van haar trotse, rustige vader. Slechts korte tijd staat ze in de houten box, ze is er niet in te houden. Met regelmaat klimt 10 10
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 11
ze over de rand heen en tuimelt met een bons op de donkerrode plavuizenvloer, om dan vliegensvlug haar zoektocht aan te vangen. Telkens weer schrikt moeder zich een hoedje. Dat tot groot vermaak van vader, maar tot ergernis van moeder. ‘Ik ben door dat kleine nest aan handen en voeten gebonden,’ klaagt ze balorig. ‘Ik geef het je te doen, Jos. Kaasmaken, koken, het huishouden doen, ik ben ’s avonds doodop.’ ‘Ja vrouw, de lusten maar ook de lasten,’ reageert de boer vrolijk. Maar dat is vandaag tegen dovemansoren gezegd. ‘Jij hebt gemakkelijk praten. Koeien zijn gemakkelijker in toom te houden. Wat hieruit moet opgroeien weet ik niet…’ ‘Ben je mal, Sijgje, wie dan leeft, die dan zorgt. Geen zorgen voor morgen, geniet er maar van. Dat doe ik ook.’ Nu maakt hij geen grapje, hij kijkt ernstig. ‘Kom maar bij pa, popje.’ Hij pakt haar op van de grond en tilt haar tot hoog boven zijn hoofd. Het kleine ding schatert het uit. Hij woelt haar dooreen, herhaalt het nog eens en zet haar dan weer neer. Het werk wacht, de staldeur klapt achter hem dicht. ‘Hup, in de box, jij,’ probeert moeder het nog maar weer eens en ze tilt Jannie erin. Ze heeft zich nog niet omgedraaid als ze haar eruit hoort vallen. Als een klein haasje roetsjt Jannie op haar knietjes over de vloer naar een hoek. Zittend kijkt ze vandaar haar moeder gnuivend aan, het ondernemende straalt uit haar lichtblauwe oogjes. ‘Lastig nest,’ mompelt die, toch de liefde voelend die een moeder voor haar kind koestert. Met tussenpozen van anderhalf jaar volgen er nog vijf kinderen: een meisje, een jongetje, weer twee meisjes, en een jongetje sluit de reeks af. Zoetjesaan wordt het druk op de boerderij. Moeders Sijgjes zorgen nemen toe, hoewel er gewenning optreedt. Ze voedt haar kroost streng op. Anders heeft ze zelf geen leven, vindt ze. Oogluikend ziet haar goedmoedige man het aan, hij neemt het wat gemakkelijker op. Natuurlijk heeft ook hij zo zijn regels, maar ‘het gaat zo het gaat’ past meer bij hem. Hun oudste is intussen zo zelfstandig geworden dat ze weinig overlast meer geeft. Ze zoekt haar eigen weg, zo jong als ze is. Dat valt moe– 11 –
11
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 12
der De Haan dan weer mee. En vader De Haan is blij dat zijn pittige vrouw haar houding in het flinke gezin heeft gevonden. Jannie wordt samen met haar zusje gedoopt in de hervormde kerk van Bleskensgraaf. Zij is dan anderhalf en loopt al zelf. Ze wonen in Brandwijk, dus heeft het heel wat voeten in de aarde eer ze zo ver zijn dat de doop in een andere gemeente kan plaatsvinden. Boer De Haan is vasthoudend, heeft geduld maar doet niets waar hij zelf niet achter staat. ‘Wij gaan altijd in Bleskensgraaf naar de kerk. De kerk in Brandwijk is voor ons veel verder, dat weten jullie. Waarom zouden we daar dan niet kunnen laten dopen? Het is allebei hervormd.’ Zijn vierkante gezicht met de gezonde buitenkleur staat verstoord. Dat gebeurt niet snel. ‘Ja, hoor eens, De Haan, zo zijn de regels nu eenmaal. Wij hebben ons daaraan te houden.’ De ouderling uit de kerk van Brandwijk, een oude collega-boer, trekt aan zijn gekregen sigaar en leunt achterover in de stoel van de grote voorkamer waar het reusachtige eikenhouten kabinet domineert. De nog jonge diaken die hem vergezelt knikt ijverig. ‘Zo is het, De Haan,’ brengt hij wijsgerig in. ‘Regels zijn regels.’ ‘Dan maak je maar een uitzondering,’ reageert De Haan droog, ‘daar zijn regels ook voor.’ Hij blijft vriendelijk maar geeft geen strobreed toe. Onverrichter zake vertrekken ze. Het conflict loopt wel een jaar, maar ten slotte krijgt boer De Haan toch zijn zin. Ja, hij is een vriendelijk mens maar kan onverzettelijk zijn. Die karaktereigenschap heeft kleine Jannie vast van hem. Op een zonnige zondag wordt ze samen met haar zusje gedoopt. Doordat ze altijd wil zien wat er gebeurt, krijgt ze druppels water in haar oogjes. Ze geeft geen kik. Driftig schudt ze haar hoofdje heen en weer en veegt met haar knuistje in haar oogjes. De dominee glimlacht, zo ook de kerkgangers in de overvolle kerk. Haar zusje huilt even als ze het water voelt. Fronsend loopt Jannie aan vaders hand terug na de plechtigheid. Ze doet een paar hupjes en bekijkt trots haar witte, mooie jurkje. Haar zusje rust in de arm van moeder. Via de consistorie worden de dopelingen nog tijdens de dienst weer naar huis gebracht.
12 12
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 13
Een jaar later neemt vader Jannie mee het weiland in. Hij gaat zijn koeien melken. Een bruine bles trekt de melkwagen. Bij ieder hobbeltje rammelen achter in de tweewielige melkwagen zinken melkbussen. Vader schudt mee heen en weer, waarbij hij zijn kleine poppetje angstvallig vasthoudt. Hij zet haar tussen zijn benen en geeft haar de leidsels in de kleine knuistjes. Ze kraait van genoegen. Plotseling houdt het kraaien op, ernstig concentreert ze zich op het paard. Ze brengt de leidsels wat omhoog, slaat de bles ermee op zijn brede billen en roept met een hoog stemmetje: ‘Hup… hup… Vooruit…’ Verbaasd beziet de boer de verbeten pogingen van zijn nauwelijks tweeënhalf jaar oude dochtertje. Ze tracht meer snelheid te krijgen in het rijdier. ‘Wat een fel ding,’ mompelt hij bij zichzelf. ‘Niet te geloven, zeg, en dat op die leeftijd.’ Hij geniet met volle teugen van zijn parmantige dochtertje. Zo veel hij kan stimuleert hij haar liefde voor paarden, maar ook voor andere dieren: varkens, schapen, de grote herdershond. Maar vooral het paard is haar lievelingsdier. Hij hijst haar regelmatig op de paardenrug zonder zadel en laat haar paardrijden. Dan is ze in haar element en geniet ze met volle teugen. Vader De Haan vindt haar voorkeur prachtig. Ze groeit voorspoedig op, buiten kinderziektes om heeft ze zelden iets. Het is een oergezond poppetje. Ze is een bezig bijtje, zoekt zo veel mogelijk haar eigen weg op de stee die ze van haver tot gort kent. Ze draagt liever een blauw overalletje dan een jurkje, liever klompjes dan schoenen. Hooitil, buitenschuren, stal, niets heeft geheimen voor haar. Het vee is gewend dat ze rondscharrelt, zo ook Hector en de poezen die ze aanhaalt en voert. Een miniboerinnetje. De geboortes van broertjes en zusjes ondergaat ze als iets nieuws. Na enkele weken is ook dat weer gewoon. Als ze een jaar of vijf is, mag ze het paard na gedane arbeid naar het weiland brengen. Pa kijkt haar trots na, zijn knoestige handen in de zij geplaatst. Hij heeft haar met een grote zwaai op de brede paardenrug – 13 –
13
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 14
gezet. Vijftig meter verder, op het houten bruggetje dat over de wetering loopt, schrikt het paard van luid kwakende, opvliegende eenden en neemt het een onverwacht sprongetje. Pardoes wipt Jannie van de paardenrug en ze valt met een plons in de met kroos bedekte wetering. Verbeten slaat ze met haar handjes rond, spartelend om boven water te blijven. Ze krijgt water binnen, stikt bijna, gaat onder, komt weer boven. Dan is de geschrokken vader daar. Zijn hart klopt als een razende, in recordtijd legde hij het korte stukje rennend af. Terwijl hij zich met één hand vasthoudt aan een wilg, trekt hij haar met zijn andere hand op de wal. Onhandig verwijdert hij met zijn rode zakdoek het groene kroos van haar gezicht. Hij houdt haar voorover, ze spuugt modderwater uit. Zijn blik is verdwaasd. Hij beseft dat het maar goed was dat hij haar na stond te kijken. Daarna vist hij met een sloothaak de drijvende klompjes uit het water en giet het vieze water eruit. Een paar meter verderop staat de bles vredig te knabbelen aan een wilgentak. Vader pakt hem bij zijn halster en tilt zijn kletsnatte Jannie erop. Hij volgt haar reacties nauwlettend. Nu blijft hij angstvallig dicht bij haar. Maar er is geen enkel probleem, ze vertoont geen spoortje angst. Verbeten houdt ze de teugels in haar handjes alsof ze wil zeggen: dat gebeurt me geen tweede keer. Driftig schopt ze met haar klompjes tegen het paardenlijf, het dier aanzettend tot meer spoed. ‘Vooruit… hup, bles,’ klinkt driftig haar hoge stemmetje. Vader haalt opgelucht adem. Zijn Jannie is niet bang. De val in het water deed haar niets. Ze ontwikkelt zich stormachtig. Overal steekt ze haar nieuwsgierige neusje in en ze kijkt hoe dingen gedaan worden. Pa De Haan stimuleert dat zo veel mogelijk. Zo gaat dat op een Alblasserwaardse boerderij. Men weet niet beter, al heel jong krijgen de boerenkinderen taken opgedragen. Door de eeuwen heen is er een noest werkend boerenras ontstaan. De oorlog gaat ook aan boer De Haan niet voorbij. Gedwongen moet hij toestaan dat er een aantal Duitse soldaten wordt ingekwartierd. Vele 14 14
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 15
boeren hebben daarmee te maken. Wel slaagt hij erin hen buiten het woongedeelte van de boerderij te houden. Dit lukt hem omdat hij een groot gezin heeft. De soldaten hebben schik in het parmantige ding. Ach, het doet velen van hen terugdenken aan hun Heimat. Ze verwennen het frank en vrij rondlopende boerendochtertje met snoepjes. Zij kan nog niet bevatten wat het betekent de overweldigers te moeten huisvesten. Op een keer zijn vader en moeder haar kwijt. Koortsachtig zoeken ze. Als ze haar vinden, ligt ze vredig te slapen bij de soldaten in het hooi. Ze wordt vertederd gadegeslagen door de geüniformeerde mannen. De soldaten bieden het ongeruste, zoekende echtpaar hun verontschuldiging aan. Ze begrijpen dat ze hen hadden moeten waarschuwen. Met een kort handgebaar wijst De Haan de excuses af. Jannie is slaapdronken als ze aan vaders hand vertrekt. De boer moet de bezetters accepteren, en dat gaat hem moeizaam af. Maar nu moet hij eerlijk toegeven dat de soldaten die bij hen zijn ingekwartierd, de kwaadsten niet zijn. Ze leggen hem geen strobreed in de weg. Wat later in de tijd, als de Duitsers aan de verliezende hand zijn, maakt hij een schuilplaats van een betonnen silo overdekt met takkenbossen. De geallieerden bombarderen alles wat beweegt, trachtend de terugtrekkende Duitsers zo veel mogelijk schade toe te brengen. Het luchtruim kan niet meer afdoend door de Duitsers worden verdedigd, hun reserves zijn uitgeput. Daardoor kunnen de geallieerde piloten vrij hun gang gaan. Dat daarbij de plaatselijke bevolking dikwijls ook gevaar loopt, is onontkoombaar. Als het geluid van vliegtuigmotoren klinkt, vlucht de boer met zijn gezin naar de silo. Ze kruipen dicht tegen elkaar aan en wachten met kloppende harten totdat de aanval over is. Ze bidden en hopen op een snelle afloop. Het centrum van Bleskensgraaf, westelijk misschien een kilometer verwijderd van de boerderij, blijkt bij een van de bombardementen vrijwel verwoest. Daarbij zijn slachtoffers gevallen. Ook de fraaie kerk met de hoge toren ligt grotendeels plat. Een houten noodkerk doet daarna dienst. Het boerengezin komt er Goddank ongeschonden doorheen! – 15 –
15
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 16
Dan is daar in mei 1945 de vrede en de vrijheid. De feestelijkheden gaan voorbij aan het boerengezin. Ver weg horen ze muziek, de verstopte radio wordt weer tevoorschijn gehaald. De silo wordt weer gereedgemaakt waarvoor hij bestemd is: opslag van ingemaakt gras. Inderdaad is de oorlogsdreiging dan verdwenen, maar veel verandert er niet voor de boeren. Zij hebben heel de oorlog gewerkt. Vee heeft altijd aandacht nodig, oorlogsdreigingen of niet. Ook weilanden moeten onderhouden worden, en ook de talloze sloten, vaarten, weteringen en boezems. Aandacht voor de waterhuishouding mag in de Alblasserwaard nooit verslappen. Gebeurt dat wel, dan zou het gebied onleefbaar worden. Boeren met hun uitgestrekte grondbezittingen spelen daarin een grote, belangrijke rol, bijgestaan door de talrijke watermolens, boezems, vaarten, sloten en greppels die het water in de juiste richting moeten kanaliseren. Een grimmige, nooit-aflatende strijd. Maar de zo gehate bezettingsmacht is definitief vertrokken, en dat maakt het grote verschil. Dan breekt ook voor jonge Jannie de schooltijd aan. Ze kan maar net mee, leren heeft haar interesse niet. Er is wel één lichtpuntje: ze doet een vriendinnetje op. Corrie is ook een boerendochter. Het is een rustig meisje met bruine ogen en lang, zwart haar. Ze zitten naast elkaar in het bankje, lopen met elkaar in het speelkwartier op het speelterrein en kletsen dan honderduit. In de kerk lachen ze naar elkaar. Corrie is slim en Jannie spiekt soms. Dat vindt ze best. Maar de lesuren duren lang. Verlangend naar de vrijheid kijkt Jannie vanaf haar bankje door het lokaalraam naar de voorbijdrijvende witte wolken. Peinzend kijkt ze met haar blauwe ogen de meester aan als hij zegt dat ze beter moet opletten. Commentaar geeft ze niet. Dat resulteert erin dat ze op een keer moet nablijven. De weinig begripvolle meester zegt pesterig lachend: ‘Jij zit hier best, ik ga koffiedrinken.’ Ze zegt niets maar boosheid komt op als melk die overkookt. Haar blauwe oogjes schieten vuur. Als de klas leeggelopen is, wacht ze tot de meester verdwenen is. Denken en doen zijn één bij Jannie. Vliegensvlug sleept ze een bankje 16 16
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 17
tot onder het openstaande, hoge raam. Behendig klimt ze erop, ze klautert in het raamkozijn, schat de hoogte in en laat zich vallen. Ze komt in een grasstrook terecht, bezeert haar knie maar draaft opgelucht naar huis. Moeder vraagt streng waarom ze moest nablijven, een zusje verraadde haar. ‘Weet ik niet, moe.’ Bijna onverschillig haalt Jannie haar schouders op. Vuil kijkt ze schuin naar haar zus. ‘Ik lette niet goed op, geloof ik,’ geeft ze toch nog een stroeve uitleg. ‘Ik ben uit het raam gesprongen,’ voegt ze er vervolgens trots aan toe. De bruine jurk bedekt haar geschaafde knie. Verbijsterd kijkt moeder haar aan. Pa, die net komt binnenlopen, hoort wat ze zegt en lacht: ‘Ik breng je morgen naar school, Jannie. Dan praat ik wel met je meester. Ga jij de bles halen? Ik ben wat laat met melken.’ Hij strijkt met zijn eeltige hand over haar hoofd. Dankbaar kijkt ze hem aan, en vliegt dan weg om de opdracht uit te voeren. Ze kleedt zich erna snel om zodat ze mee kan naar het weiland. Hobbelend op de melkwagen, waarbij hun schouders elkaar steeds weer raken, vertelt ze hoe ze uit het sobere schoollokaal ontvlucht is. ‘De bank was best zwaar, pa, maar het lukte. Pff… School, niets voor mij.’ Grinnikend hoort vader het aan. Het bloed aan haar geschaafde knie veegt hij af met zijn zakdoek. ‘Niet tegen je moeder zeggen, hoor, maar goed gedaan, kind.’ Hij slaat zijn arm om haar schouders en drukt haar even tegen zich aan. ‘Hup, bles, hup!’ spoort ze het paard aan. De leidsels kletsen op de brede billen. Gehoorzaam versnelt het paard even om dan weer terug te zakken, tot de leidsels opnieuw zijn achterste beroeren en de aanmoedigende lichte stem hem aanzet tot wat meer spoed. Zijn spitse oren bewegen alert. ‘Tja, meester, mijn dochter is een doener,’ zegt vader de volgende dag tegen de meester. ‘Helaas voor u is ze geen studiebol. Dat is nu eenmaal zo.’ ‘Ze moeten toch leren, De Haan? Daar is de school toch voor? Er is leerplicht in dit land, en dat is maar goed ook,’ brengt de jonge onderwijzer fel naar voren. Hij kijkt laatdunkend naar de boer die vierkant voor hem staat. – 17 –
17
Op eigen grond 18-7-2016-def_Citer 18-07-16 11:31 Pagina 18
‘Weet ik, weet ik. Natuurlijk is dat goed, maar de een is de ander niet. Dat wil ik u duidelijk maken. Ik wil u vragen haar niet na te laten blijven als ze naar buiten kijkt. Ik zou het vervelend vinden als ik haar moest overzetten naar een andere school.’ Kijk, die opmerking werkt. Daar schrikt de schoolmeester toch van. ‘Oké, ik zal een oogje dichtknijpen, De Haan. Maar laten we haar wel stimuleren om te leren. Analfabeten zijn er voldoende in deze wereld, toch?’ Ja, daar kan De Haan weinig tegen inbrengen. Hij doet dat dan ook niet. Wat stroef neemt hij afscheid, daarbij het bleke meesterhandje stevig drukkend. Die geeft geen krimp, maar schudt met een pijnlijk gezicht zijn hand als de boer vertrokken is. Schoolgaan blijft echter moeizaam voor Jannie. Cijferen gaat haar nog het best af, dat vindt ze dan wel interessant. De rest gelooft ze wel. Op de boerderij neemt Jannie gaandeweg een dominante plaats in. Vooral bij het paard is ze niet weg te slaan, maar ook het andere vee heeft haar levendige belangstelling. En op wat oudere leeftijd, tijdens de hooiperiode, staat ze ook haar mannetje. Ze is dan een ranke jonge meid, maar als een kerel steekt ze hooi op, of legt het kriebelende geel gedroogde gras weg totdat de hooiwagen vol is. Ze is taai en vasthoudend. Vuurrood, het zweet stroomt over haar gezicht, doet ze haar werk. En datzelfde geldt voor andere soorten werk op de boerderij: ze vertikt het om onder te doen voor wie dan ook. Trots wordt het waargenomen door haar vader. Soms denkt hij dan terug aan haar fanatisme bij het mennen van het paard als ze gingen melken. Hoe klein ze toen ook was! Het leven is gul, het lacht haar toe. Met haar opgewekte karakter omarmt ze de zonzijde, achteloos schaduwkanten mijdend. Met de broers en zussen kan ze het best vinden. Als oudste heeft ze een voorbeeldrol. En als haar vriendin Corrie dan ook zo nu en dan op de boerderij is, kijken de jongeren tegen hun oudste zuster op. Het is een druk, harmonieus gezin waar alles op rolletjes loopt. Maar de andere kanten van het leven zullen ook zij ervaren.
18 18
Op eigen grond H
Het op waarheid gebaseerde levensverhaal van Jannie Boele-de Haan is in deze roman opgetekend door Jan W. Klijn. Jan W. Klijn (1940) heeft zich na een succesvolle carrière in het zakenleven toegelegd op het schrijven. Het liefst schrijft hij romans over de hem zo vertrouwde en geliefde Alblasserwaard, waar ook Op eigen grond zich afspeelt.
Op eigen grond Haar liefde voor paarden houdt Jannie Boele-de Haan staande door alle stormen van het leven
Op eigen grond
et is 1939 als op de boerderij van de familie De Haan een dochter wordt geboren. Jannie is al van jongs af aan een groot paardenliefhebster. Als ze zestien jaar is, krijgt ze verkering met de vijf jaar oudere Maarten Boele. Hoewel hij het liefst timmerman zou worden, kiest hij op aandringen van Jannie voor een bestaan als boer. Jannie is dolgelukkig, het stelt trouwt en ze beginnen aan hun leven samen. Tot haar grote verdriet duurt het prille huwelijksgeluk maar kort. Maar Jannie weet zich staande te houden, mede door haar liefde voor de paarden.
Jan W. Klijn
Jan W. Klijn
ISBN 978 94 0190 737 8 NUR 344
Jan W. Klijn citerreeks
cover_J.Klijn_Op eigen grond.indd 1
CITERREEKS
9 789401 907378 w w w.c i ter r eek s .nl
Citerreeks
05-07-16 11:13