‘Ik bid dat dit verhaal iets mag weerspiegelen van Gods liefde, genade en trouw.’ – Marianne Grandia
NUR 302 www.kok.nl ISBN 978 90 297 2760 0
vleugels
‘Ik ben er stil van. Levensecht, diep doorleefd, herkenbaar, ontroerend.’ Connie van de Velde, auteur van Koper
O nder Z ijn
Marianne Grandia schrijft herkenbare romans vol hoop en bemoediging. Of zoals ze zelf zegt: ‘Ik hoop dat mijn verhalen lezers heel dicht bij God brengen.’ Eerder schreef ze de romans Witter dan sneeuw, Lenteregen en Hemeldauw. Ook schreef ze twee non-fictie boeken: Worden wie je bent en Dansen in de regen. In de uren dat ze niet schrijft, is Marianne vaak op pad voor een spreekbeurt of voor haar stichting Selah.
Jim verblijft tijdelijk in het dorp waar Riemke woont om de oude kapel in het bos op te knappen. Als hij Riemke ontmoet, voelt hij aan dat het niet goed met haar gaat. Hij wil graag helpen, maar ze zijn vreemden voor elkaar. Wat kan hij doen?
Marianne Grandia
Hoe meer gezondheidsklachten Riemke krijgt, hoe meer ze piekert. Wat als ze ernstig ziek blijkt te zijn? Welke impact zal dat op haar gezin en haar toekomst hebben? Ook laait de oude angst weer op dat ze bij God een dichte deur zal vinden. En waarom geneest Hij de een wel en de ander niet?
O nder
Zijn vleugels
Zoveel zieken, allemaal wachtend op een wonder. En dan die vraag die Jezus aan die man bij het badwater had gesteld: ‘Wilt u gezond worden?’ Wat was dat nu voor vraag. Alex zou hebben gezegd: ‘Ja, du-uh.’ Ze stelde zich voor hoe het zou zijn als Jezus tegenover haar zou staan. ‘Wil je gezond worden?’ Ja, natuurlijk wilde ze dat! Maar Hij stond niet tegenover haar. En zo’n badwater was er ook niet meer. Ze draaide zich om, trok het dekbed zo ver mogelijk over haar hoofd en zocht haar toevlucht in een trucje dat haar heel soms hielp in slaap te vallen; domweg tellen. Van een tot tien tot honderd en tot alles wat er nodig was.
ROMAN
9 789029
Vleugels TOTDEF.indd 1
727600
Marianne Grandia 14-03-2018 10:40:54
Onder Zijn vleugels Marianne Grandia Roman
Onder zijn vleugels 1-384.indd 3
14-03-18 07:23
1
Z
e wist niet wat ze erger vond: dat ze weer van die hevige buikkrampen had of dat haar man niet eens zijn ochtendkrant had laten zakken toen ze er net iets over zei. ‘Bart?’ ‘Hm?’ Zijn blik bleef onverstoorbaar op de pagina voor hem gericht. Vanaf de plek bij de tafel waar ze met haar handen op het tafelblad stond geleund, kon ze niet zien wat hij las, maar het was ongetwijfeld een artikel over een of ander economisch onderwerp. Ze liet haar blik op hem rusten. Zijn donkergrijze haar, dat hier en daar wat witte strepen vertoonde, had zich niet helemaal laten bedwingen door de gel en zijn leesbril stond iets scheef, maar verder zag hij er precies uit zoals altijd: zelfverzekerd, zakelijk en tot in de puntjes verzorgd. En akelig knap. Dat vooral. Haar ogen gleden naar het smalle gouden bandje dat al zestien jaar om zijn ringvinger zat. Ondanks dat hij aan elke vinger zeker tien vrouwen had kunnen krijgen, had hij haar gekozen. Haar zijn trouw beloofd. Zijn liefde. En zijn toewijding. Altijd zou hij haar terzijde staan. Maar waar was hij dan nu? Er kwam een nieuwe kramp opzetten. Ze boog zich voorover en concentreerde zich op haar ademhaling. Zes korte pufjes en een lange. Net als bij de bevalling van Alex, veertien jaar geleden. Helaas was ze na hem niet meer zwanger geraakt, maar ze was de techniek om de pijn weg te puffen nooit vergeten. Alleen was deze pijn geen voorbereiding op iets moois. 7
Onder zijn vleugels 1-384.indd 7
14-03-18 07:23
De kramp nam af en ze richtte zich op. ‘Bart!’ Nu keek hij op. Fronsend. ‘Wat is er?’ ‘Ik zei net dat ik weer zulke krampen heb en mijn hele buik weer opgezwollen is.’ ‘Ja, dat hoorde ik.’ ‘Waarom zeg je dan niets terug?’ De frons werd dieper. ‘Wat moet ik zeggen? Je bent gistermid dag bij de dokter geweest en kunt vanochtend zakjes poeder ophalen om de darmen te stimuleren. Toch?’ ‘Ja.’ ‘Wat moet ik daar dan verder over zeggen?’ Ze keek hem zwijgend aan. Zou ze zeggen dat ze hem mis te? Hem nodig had? Door hem gerustgesteld wilde worden? En anders dan met zo’n nuchtere redenering van ‘een plus een is twee’? Maar wat had het voor zin? Ze had dit eerder geprobeerd, en zonder resultaat. Bovendien was ze moe. Te moe. ‘Wat kijk je nu?’ ‘Niets. Laat maar.’ Ze zag zijn blik alweer naar de krant afdwalen. Nieuwe woorden kwamen bij haar op. Scherpe woorden. ‘Kan ik verder lezen?’ ‘Natuurlijk.’ Ze draaide zich om. ‘Stel je voor dat je wat mist.’ Niet wetend of ze juist wel of niet moest hopen dat hij haar laatste gemompelde woorden had gehoord, bleef ze met ingehouden adem staan. Het bleef echter stil. Met kleine stapjes liep ze naar de keuken. Net voordat ze de kamer uit was, hoorde ze toch zijn stem. ‘Riemke?’ Met kloppend hart draaide ze zich om. ‘Ja?’ ‘Ik heb vanavond een afspraak met een cliënt. Reken niet op mij met eten.’
8
Onder zijn vleugels 1-384.indd 8
14-03-18 07:23
‘Goed.’ Zacht sloot ze de keukendeur achter zich. Ze zou niet op hem rekenen. Misschien moest ze dat maar helemaal niet meer doen.
9
Onder zijn vleugels 1-384.indd 9
14-03-18 07:23
2
D
e weg versmalde en maakte een scherpe bocht. Jim minderde vaart en werd verrast door de wisseling van het landschap. Hij reed niet langer in de schaduw van grote eiken, beuken en esdoorns, maar baadde nu in het licht van de middagzon die haar spel met de wolken had gewonnen en haar gouden stralen over weilanden, sloten en wegen wierp. Links in de verte raasde een trein door het landschap. Het geel en blauw vormde een prachtig contrast met de omgeving. Rechts van hem tekende zich een nieuw bebost gedeelte af. Als hij goed naar de aanwijzingen van Simon had geluisterd, was dat de plek waar hij moest zijn. De plek van de kapel die nu nog verwaarloosd en vervallen was, maar in ere hersteld zou worden en een nieuw doel zou krijgen. Zijn hartslag versnelde. Wat een prachtige klus was hem toevertrouwd! Na een paar honderd meter zag hij in de berm het naambord staan van het dorpje waar hij de komende weken zou Âverblijven. Het telde maar zo’n achthonderd inwoners en was nauwelijks te vinden op de Nederlandse landkaart, maar het had wel een kerk en een school. En een pension. Op de bijrijdersstoel stond zijn blauwe weekendtas. Veel zat er niet in, eigenlijk alleen wat kleding, toiletartikelen, een flesje water, een paar mueslirepen en een laptop. En zijn Bijbel natuurlijk. Aan deze dingen had hij genoeg. In het pension was alles aanwezig wat hij nodig had aan linnengoed en handdoeken, en wat hij nodig had voor de kapel was daar al, of zou later worden bezorgd.
10
Onder zijn vleugels 1-384.indd 10
14-03-18 07:23
Vlak voordat de lintbebouwing van het dorp begon, besloot hij een moment te stoppen. Hij parkeerde zijn witte station wagen in de brede, laag begroeide berm. De kleur van de auto was niet zo praktisch, zeker niet in een bos- en weidelandschap als hier. Ook was het een oud beestje, iets waar Eva vaak genoeg commentaar op had geleverd, maar de auto reed fijn en bood veel ruimte voor iemand van zijn lengte, dus was hij er blij mee. Zodra hij de motor had afgezet, viel de stilte als een deken over hem heen. Hij leunde achterover en zoog de rust in zich op. Hoe lang was het geleden dat hij zo’n stilte had gehoord? Hij sloot zijn ogen en dankte God dat hij hier mocht zijn. Na een paar minuten stapte hij uit en liet zijn blik over het weiland dwalen. Het frisse groene gras werd langs de randen op gefleurd door het paars, geel en wit van pinksterbloemen, boter bloemen en madeliefjes. Een paar meter bij hem vandaan graasden drie roodbonte koeien. Het bijna ritmische gezwiep van de staarten leek de vliegen om hen heen nauwelijks af te schrikken. In de sloot die de berm van het weiland scheidde, stond een reiger met zijn poten in het water, loerend naar iets wat als zijn maaltje dienen kon. Niet ver bij Jim vandaan klonk de langgerekte ‘miauw’-roep van een buizerd. Jim keek omhoog en zag de roofvogel met zijn grote, brede vleugels boven het weiland cirkelen. Slechts een paar tellen later dook de buizerd naar de grond, om bijna direct weer op te stijgen. Blijkbaar was het zijn beoogde prooi gelukt om tijdig weg te komen. Jims blik ging weer naar de reiger, die eruitzag of hij ieder moment kon toeslaan. Het leek allemaal zo vredig hier, dacht Jim, maar zodra je verder keek, ontdekte je het gevaar dat voor de kleine dieren voort durend op de loer lag. Gevaar waar ze zich vaak nauwelijks van bewust waren, zoals de kikker die nu nietsvermoedend boven op een blad sprong. 11
Onder zijn vleugels 1-384.indd 11
14-03-18 07:23
Onwillekeurig trok Jim de vergelijking door naar mensen en zag hij als het ware voor zich hoe mannen, vrouwen en kinderen werden beloerd, opgejaagd en aangevallen door iets wat hen als prooi had uitgekozen en hen wilde verslinden. Hoe lang nog, Heer? Hij stapte weer in zijn auto, haalde diep adem en startte de motor. Het was tijd om verder te gaan.
12
Onder zijn vleugels 1-384.indd 12
14-03-18 07:23
3
R
iemke schudde twee zakjes poeder leeg in een glas water en roerde het goedje met een vies gezicht door elkaar. Ze gruwde van drankjes met poeder erin, ongeacht welk smaakje de fabrikant het had meegegeven. Maar niet opdrinken was geen optie. Ze was die buikpijn zo zat. In december was de ellende begonnen en nu was het al mei. Ze had vanochtend, direct nadat ze het spul bij de apotheek had gehaald, al twee zakjes gebruikt. Volgens de meegeleverde instructies zou ze de volgende twee zakjes pas morgenochtend bij haar ontbijt mogen nemen, maar dat duurde haar te lang. Het kon haar niet snel genoeg gaan werken. En als ze daardoor straks een paar keer haar bed uit zou moeten, dan was dat maar zo. De nachten waren toch vaak al een drama. Met dichtgeknepen neus dronk ze het glas zo snel mogelijk leeg en rilde. Vlug dronk ze er nog wat kraanwater achteraan om de vieze smaak weg te spoelen. Wist ze maar wat er in haar lichaam speelde. De buikpijn en vermoeidheid waren niet de eerste en enige dingen waar ze last van had. Soms ging het zomaar een poosje goed, maar dan had ze ineens weer last van nieuwe pijnen, of voelde ze zich duizelig en liet ze dingen uit haar handen vallen. En dan sloeg ook de angst weer toe dat ze iets ernstigs onder de leden had, iets ongeneeslijks. Haar huisarts, dokter Schaddelee, deelde haar zorgen niet. ‘Puur stress,’ had hij op stellige toon gezegd nadat bloedonderzoek geen bijzonderheden aan het licht had gebracht. ‘Alles 13
Onder zijn vleugels 1-384.indd 13
14-03-18 07:23
wijst in de richting van chronische hyperventilatie. Kwestie van verkeerd ademhalen. Ik adviseer u hiervoor naar een fysiotherapeut te gaan.’ Hoewel ze enige twijfels had gehad bij deze diagnose, had ze het advies toch opgevolgd en deed ze trouw alle ademhalingsen ontspanningsoefeningen die de fysiotherapeut haar had geleerd. Helaas waren de klachten niet verdwenen. Misschien moest ze toch maar eens de moed verzamelen om aan te dringen op een verwijzing naar een specialist. Normaal gesproken was ze best mondig, maar bij de huisarts voelde ze zich altijd onzeker. In haar jeugd was haar zo’n heilig ontzag bijgebracht voor mensen met een beroep als predikant of arts, dat ze hen nauwelijks durfde tegen te spreken. Door de gedachte aan een predikant realiseerde ze zich ineens verschrikt dat ze nog steeds niet tegen Bart had gezegd dat ze volgende week huisbezoek van de kerk zouden krijgen. Bart zou er niet blij mee zijn, hij vond het altijd weer een vreselijke verplichting wanneer de wijkouderling en de bezoekbroeder kwamen. Ze plaatste het lege glas in de afwasmachine en keek naar de klok boven de deur. Kwart voor elf. Bart was nog steeds niet thuis; blijkbaar was zijn etentje gezellig. Alex zat op zijn zolderkamer. Uit de geluiden die ze net had gehoord toen ze boven stond te strijken, wist ze dat hij drukker was met gamen dan met leren voor de wiskunderepetitie die hij morgen had. Ze overwoog of ze naar hem toe zou gaan om er iets van te zeggen, maar de kans was groot dat het eerder boze woorden opleverde dan dat het zou helpen. Ze kon natuurlijk wel even gaan kijken of hij nog vuile glazen op zijn kamer had staan. De afwasmachine was toch niet vol; ze had zichzelf vanavond de moeite van koken bespaard en Alex geld gegeven om een patatje te halen. Zelf had ze alleen een schaaltje yoghurt met wat zemelen gepakt. Ze liep naar de zolder en klopte op zijn deur. Bart vond het te zot voor woorden dat ze dit deed. ‘Je denkt toch niet dat ik
14
Onder zijn vleugels 1-384.indd 14
14-03-18 07:23
in mijn eigen huis op een deur ga kloppen?’ had hij gezegd toen Alex onlangs zelf om dit stukje privacy had gevraagd. ‘Bovendien ga ik ervan uit dat er niets te verbergen valt.’ Met dit argument was voor hem de kous af geweest. Alex had nog uitgelegd dat het niets te maken had met geheimen, maar Bart had er geen woord meer aan willen wijden. Zelf kon ze de wens van Alex wel begrijpen. Hij was vorige maand veertien geworden en het leek haar niet meer dan logisch dat hij op zijn leeftijd wat privacy wilde. Iets wat zij dan ook zou respecteren. Toen er geen antwoord kwam, klopte ze nog een keer. ‘Alex? Kan ik binnenkomen?’ Het volume van het geluid van zijn spel nam af. ‘Ja, kom maar.’ Ze opende de deur en stapte naar binnen. Alex zat op het puntje van zijn stoel met een controller van zijn Playstation in zijn handen naar het beeldscherm te turen. Zijn bed was keurig opgemaakt en nergens slingerde rommel. Als ze andere moeders moest geloven, was dit vrij uitzonderlijk voor een puber, maar Alex had de inslag van zijn vader, die ook geen rommelige omgeving verdroeg. Zelf was ze in haar jeugd een enorme sloddervos geweest, maar omwille van Bart had ze al tijdens hun verkering zichzelf aangeleerd haar spullen niet meer te laten slingeren en na gebruik iets direct terug te zetten of leggen. Ze liep naar Alex toe en keek over zijn hoekige jongensschou der mee naar het voetbalspel waar hij mee bezig was. Ze had absoluut niets met voetbal, maar het was in ieder geval beter dan zo’n gewelddadig spel waarin de een na de ander doodgeschoten werd. ‘Heb je hier nog een glas of beker staan?’ vroeg ze na een paar minuten. ‘Ik ga zo de afwasmachine aanzetten.’ Alex knikte met zijn hoofd in de richting van zijn bureau. Ze pakte het glas dat er stond. ‘Ben je al klaar met wiskunde?’ vroeg ze ondertussen zo terloops mogelijk. ‘Ma-am!’ 15
Onder zijn vleugels 1-384.indd 15
14-03-18 07:23
Het was duidelijk. Ze moest zich er niet mee bemoeien. ‘Papa is nog niet thuis,’ zei ze toen Alex verder niets meer zei. ‘Toch ga ik maar vast naar bed, want ik voel me niet zo lekker.’ Alex humde wat als teken dat hij haar had gehoord, maar ging er verder niet op in. Ach, wat moest hij er ook mee? ‘Welterusten, Alex.’ ‘Trust.’ Trust. De verbasterde nachtgroet bleef bij haar haken terwijl ze naar beneden liep en de afwasmachine aanzette. Was trust niet het Engelse woord voor vertrouwen? Had ze dat maar. Vertrouwen in haar lichaam. Vertrouwen in haar arts. Vertrouwen in de toekomst. Vertrouwen in God. Misschien dat ze dan ook beter sliep. Werktuiglijk maakte ze zich klaar voor de nacht en keek tijdens het tandenpoetsen naar haar spiegelbeeld. Ze was begin dit jaar achtendertig geworden, maar het gezicht dat ze zag, kon net zo goed van iemand van minstens vijftig zijn. Pijn tekende. Haar lange, blonde haar was aan een nieuwe kleurspoeling toe. Van origine had ze lichtbruin haar, maar Bart vond blond zo mooi. Vooral omdat ze bruine ogen had. Ze had alleen zo weinig puf om naar de kapper te gaan, en al helemaal geen energie om het zelf te kleuren. Blond haar en bruine ogen – volgens de volksmond was dit een van de zeven schoonheden. Een andere was kuiltjes in je wangen. Die had ze wel van zichzelf! Ze spoelde haar tandenborstel uit en trok een grimas naar de spiegel om de bewuste kuiltjes tevoorschijn te toveren. Bart had in hun verkeringstijd regelmatig gezegd dat hij voor die kuiltjes was gevallen. Maar dat was toen. Misschien had hij nu eerder het gevoel dat hij niet voor, maar in een kuil gevallen was, dacht ze terwijl ze het potje nachtcrème pakte en wat op haar gezicht smeerde. Ze wist dat ze nu erg negatief dacht, maar als ze keek hoe fit en energiek ze vroeger was en hoe moe en futloos ze
16
Onder zijn vleugels 1-384.indd 16
14-03-18 07:23
zich tegenwoordig voelde, moest Bart toch weleens het idee hebben dat hij een kat in de zak had gekocht. Ze waren ook zelden meer intiem; zelfs daar was ze te moe voor. Bovendien had ze niet de indruk dat hij nog erg naar haar taalde. Ze had zich weleens zorgen gemaakt dat hij haar te dik was gaan vinden – net als haar moeder groeide ze al van taart als ze er alleen maar naar keek. Maar met het verdwijnen van haar eetlust verdwenen ook de kilootjes en inmiddels was ze weer net zo slank als toen ze trouwden. Ze liep naar de slaapkamer, verwisselde haar jurkje voor een nachtshirt en kroop onder het dekbed. Haar lichaam gaf nog geen enkel signaal dat de poederzakjes hielpen. Haar blik viel op het Bijbeltje dat op haar nachtkastje lag. Het had een zwart leren omslag en goudsnede. Ze had het ooit gekregen bij het verlaten van de zondagsschool, maar als ze eerlijk was, moest ze toegeven dat het meer voor de sier op haar nachtkastje lag dan dat ze het gebruikte. Niet dat ze nooit uit de Bijbel las. Beneden lag er een die na elke maaltijd op tafel kwam. Als Bart thuis at, las hij een stukje voor, en anders deed zij het. Een vaste en goede gewoonte. Maar eigenlijk ook niet meer dan dat. Wanneer Bart las, ging het grootste deel van de teksten meestal aan haar voorbij. Ze had ze zo vaak gehoord. En kende er zo veel uit haar hoofd. Door het jarenlang instampen van teksten op zondagschool, school en catechisatie zaten de woorden verankerd in haar hoofd. Zonder goed te weten waarom pakte ze het Bijbeltje op en sloeg het open. Op het voorblad prijkte haar volledige meisjesnaam. Rimalda Aafke Groen. Vernoemd naar haar beide oma’s, Rimalda Groen en Aafke Schouten. Twee totaal verschillende vrouwen met een totaal verschillende manier van denken en leven, verenigd in haar naam. Voor oma Groen, de moeder van haar vader en inmiddels al de tachtig gepasseerd, was ze als kind een beetje bang geweest. 17
Onder zijn vleugels 1-384.indd 17
14-03-18 07:23
De priemende blik, de zuinigheid bij het presenteren van een koekje, de angstvallig nette voorkamer waar je alleen bij hoge uitzondering mocht komen, het dunne porseleinen servies dat zomaar brak als je het met afdrogen per ongeluk ergens t egenaan stootte, het gemopper als opa Groen, die vorig jaar was over leden, wat as van zijn sigaar had gemorst. Maar ook de strengheid in de leer, zoals dat werd genoemd: de vele geboden en verboden en vooral de somberheid die van haar uitging wanneer er over het geloof gesproken werd. Je was niet zomaar bekeerd; daar ging een lange en moeizame weg aan vooraf. En dan nog moest je het maar afwachten, zei oma altijd waarschuwend tegen iedereen die het maar horen wilde. Overigens ook tegen hen die het niet horen wilden. Ze nam nooit een blad voor de mond. Oma Schouten daarentegen was een opgewekte vrouw geweest, iemand bij wie alles mocht en kon en iedereen welkom was. Ze had al vroeg haar man verloren en gaf al haar liefde en aandacht aan haar kleinkinderen, zonder hen te verwennen. Toen zij plotseling overleed door een hartstilstand, was Riemke, net dertien, bijna ontroostbaar geweest. En boos. Ze had het nooit tegen iemand durven zeggen, maar ze had het gemeen gevonden dat God juist deze oma van haar weggenomen had. Het enige waaraan ze in verband met oma Schouten niet graag terugdacht, was die eerste zondag waarop ze bij haar logeerde en meegegaan was naar haar kerk. Ze was toen een jaar of tien geweest en had het in het begin wel interessant gevonden dat het daar allemaal anders ging dan in de kerk waarin ze zelf opgroeide. Bij oma Schouten zaten de mannen aan de ene kant van de kerk en de vrouwen en kinderen aan de andere. Het zingen had ze ook heel mooi gevonden, maar tijdens de preek was ze heel bang geworden. De man die aan het woord was, had een heel verhaal gehouden over het moment waarop het geluid van een bazuin zou klinken. Dan zou Jezus uit de
18
Onder zijn vleugels 1-384.indd 18
14-03-18 07:23
hemel komen en zouden alle gelovigen de lucht in gaan, Hem tegemoet. Daarna gingen zij allemaal met elkaar naar de hemel, en zou iedereen die niet geloofde, achterblijven op de aarde en de ene ramp na de andere meemaken. Ze was van binnen volledig overstuur geweest bij de g edachte dat oma Schouten, die beslist heel gelovig was, zomaar in de lucht zou verdwijnen. Ook was ze heel bang geweest dat haar ouders zouden verdwijnen, want die waren ook gelovig. Want hoe moest het dan met haar? Zij hoorde er vast nog niet bij, want ze vergat heel vaak te bidden en meestal vond ze het heel erg saai in de kerk. Ook luisterde ze lang niet altijd naar haar ouders en ze had de dag ervoor nog gelogen toen haar moeder had gevraagd of ze aan de koektrommel had gezeten. Ze had bedacht dat ze maar het beste heel hard kon gaan bidden, maar wist ook niet zeker of dat wel zou helpen, want oma Groen zei steeds dat niet iedereen die ‘Heere, Heere!’ riep, naar de hemel zou gaan. Hoe lief oma Schouten ook was, ze had er niet met haar over durven praten. Met niemand zelfs. Praten was nu eenmaal iets wat haar niet eenvoudig afging. Pas toen het haar ouders begon op te vallen dat ze nooit meer in het weekend bij oma Schouten wilde logeren, had ze hun na lang aandringen verteld hoe bang de man in oma’s kerk haar met zijn verhaal had gemaakt. Ze wist nog hoe haar vader ‘Dat komt er nou van’ tegen haar moeder had gezegd, maar het was haar niet duidelijk geweest wat hij daarmee had bedoeld. Wat haar wel gerustgesteld had, was haar vaders verklaring dat het absoluut niet zo zou gaan zoals die man in oma’s kerk had verteld, dat ze echt niet bang hoefde te zijn dat er zomaar mensen in de lucht zouden verdwijnen en dat ze het maar zo snel mogelijk moest vergeten. En dat ze nooit meer met oma Schouten mee naar de kerk hoefde. In de kerk waar ze na haar huwelijk met Bart lid van was gewor 19
Onder zijn vleugels 1-384.indd 19
14-03-18 07:23
den, geloofden ze, net als haar vader, ook niet in een opname van de gelovigen, maar spraken ze alleen over de wederkomst. Ze vond het zelf heel verwarrend dat er op veel verschillende manieren uitleg gegeven kon worden aan een en dezelfde Bijbel tekst of aan diverse Bijbelgedeelten, maar ze was al lang blij dat ze geen preek meer over een opname hoorde. Echt vergeten was ze het echter nooit, daarvoor was de angst te heftig geweest. Ze droomde er zelfs nog wel eens over, en kon ook zomaar in paniek raken als ze bijvoorbeeld in een winkel Bart ineens nergens meer zag, terwijl hij een paar tellen ervoor nog naast haar had gestaan. Beneden sloeg de voordeur. Ze keek op de wekker. Bijna half twaalf. Ze hoorde Bart naar de koelkast lopen en even later klonk zacht de televisie. Even overwoog ze om naar beneden te gaan en te vragen hoe zijn etentje was verlopen, maar misschien had hij helemaal geen zin in haar gevraag. Bovendien had ze toch wel slaap gekregen en wilde ze daar gebruik van maken. Daarbij: hij deed zelf ook bepaald geen moeite om naar boven te lopen en te kijken hoe het met haar was. Ze legde het Bijbeltje terug op het nachtkastje, knipte het bedlampje uit en gaf zich over aan de slaap.
20
Onder zijn vleugels 1-384.indd 20
14-03-18 07:23
‘Ik bid dat dit verhaal iets mag weerspiegelen van Gods liefde, genade en trouw.’ – Marianne Grandia
NUR 302 www.kok.nl ISBN 978 90 297 2760 0
vleugels
‘Ik ben er stil van. Levensecht, diep doorleefd, herkenbaar, ontroerend.’ Connie van de Velde, auteur van Koper
O nder Z ijn
Marianne Grandia schrijft herkenbare romans vol hoop en bemoediging. Of zoals ze zelf zegt: ‘Ik hoop dat mijn verhalen lezers heel dicht bij God brengen.’ Eerder schreef ze de romans Witter dan sneeuw, Lenteregen en Hemeldauw. Ook schreef ze twee non-fictie boeken: Worden wie je bent en Dansen in de regen. In de uren dat ze niet schrijft, is Marianne vaak op pad voor een spreekbeurt of voor haar stichting Selah.
Jim verblijft tijdelijk in het dorp waar Riemke woont om de oude kapel in het bos op te knappen. Als hij Riemke ontmoet, voelt hij aan dat het niet goed met haar gaat. Hij wil graag helpen, maar ze zijn vreemden voor elkaar. Wat kan hij doen?
Marianne Grandia
Hoe meer gezondheidsklachten Riemke krijgt, hoe meer ze piekert. Wat als ze ernstig ziek blijkt te zijn? Welke impact zal dat op haar gezin en haar toekomst hebben? Ook laait de oude angst weer op dat ze bij God een dichte deur zal vinden. En waarom geneest Hij de een wel en de ander niet?
O nder
Zijn vleugels
Zoveel zieken, allemaal wachtend op een wonder. En dan die vraag die Jezus aan die man bij het badwater had gesteld: ‘Wilt u gezond worden?’ Wat was dat nu voor vraag. Alex zou hebben gezegd: ‘Ja, du-uh.’ Ze stelde zich voor hoe het zou zijn als Jezus tegenover haar zou staan. ‘Wil je gezond worden?’ Ja, natuurlijk wilde ze dat! Maar Hij stond niet tegenover haar. En zo’n badwater was er ook niet meer. Ze draaide zich om, trok het dekbed zo ver mogelijk over haar hoofd en zocht haar toevlucht in een trucje dat haar heel soms hielp in slaap te vallen; domweg tellen. Van een tot tien tot honderd en tot alles wat er nodig was.
ROMAN
9 789029
Vleugels TOTDEF.indd 1
727600
Marianne Grandia 14-03-2018 10:40:54