Skip to main content

Moerbeibos-Dalene Matthee.9789088653230

Page 1

DALENE MATTHEE

Silas Miggel woont in alle rust met zijn dochter Mirjam in het Zuid-Afrikaanse Knysnabos, totdat op een dag een groep Italiaanse immigranten een tentenkamp opslaat om een zijderupskwekerij te beginnen. Als dit volledig mislukt omdat in de kleigrond de moerbeibomen niet groeien, begint een zware tijd, zowel voor de Italianen als voor Silas, die illegaal in het bos verblijft en zijn dochter tegen deze vreemde mannen wil beschermen. Aanvankelijk staat Silas afwijzend tegenover de Italianen, maar uiteindelijk ziet hij het als zijn plicht om hulp te bieden, zeker als de immigranten op alle mogelijke manieren gedwarsboomd worden door de regering.

ISBN 978 90 8865 323 0

9 789088

MOERBEIBOS

DALENE MATTHEE

653230

NUR 302

www.degrootgoudriaan.nl

MOERBEIBOS TOT.indd 1

MOERBEIBOS

De Zuid-Afrikaanse schrijfster Dalene Matthee (1938-2005) was een gevierd auteur; haar boeken, waaronder Fiela’s kind, werden in veertien talen vertaald. Moerbeibos is het tweede deel in de trilogie over het Knysnabos.

ROMAN

02-07-2014 13:48:14


Dalene Matthee MaryLu Tyndall

Een Moerbeibos sluier van parels Roman roman Vertaald door Lia van Aken

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 3

06-06-14 10:42


Het Knysnabos

6

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 6

06-06-14 10:42


1 Al vijftien jaar woonde ik, Silas Miggel, in vrede op de Platrand, het plateau bij Gouna aan de rand van het Bos. Ik en mijn dochter Mirjam. Maar toen ik op 11 juni 1881, slechts één dag na mijn vijfenveertigste verjaardag, ’s ochtends de deur uit stapte om water te scheppen uit de regenton, bleef ik opeens stokstijf staan, versteend van schrik. Uit de beboste kloof ten oosten van mij kwam een reusachtige zwaarbeladen houtslede met vier ossen ervoor. Maar dat kon echt onmogelijk zo zijn, want een weg had je daar niet. Niet door dat soort kloven en voorden; je had er alleen maar een voetpad. Maar achter die eerste aan kwam nu nog een slee uit het dichte struikgewas. Grote sleden waren het, van het soort waarmee je zware ladingen hout wegsleept uit het Bos. Ik zei bij mezelf: schrik nu maar niet, je ziet spoken. Ik geloofde niet in spoken, maar wat had het anders moeten zijn? Vanwaar ik stond, kon ik niet uitmaken van wie de slee was. Daarom liep ik er dichter naartoe, maar het was alsof ik iemand was die droomt dat hij almaar doorloopt en toch niet vooruitkomt. Mirjam was vroeg in de ochtend op weg gegaan naar de winkel in het dorp om er inkopen te doen; zij moest de sleden onderweg ergens zijn tegengekomen. Ik keek naar de zon en berekende hoe laat ze terug zou moeten zijn: tweeëneenhalf uur lopen naar het dorp, een halfuur boodschappen doen, en iets langer dan drie uur voor de terugweg, want daarvan was vijftien kilometer een zware klim. Nee, ze kon nog niet terug zijn. Bovendien kon ik mezelf troosten met de gedachte dat zij in elk geval het geweer bij zich had. Ik liet haar niet zonder het geweer op stap gaan; op jeugdige leeftijd had ik haar al geleerd goed raak te schieten. Een derde slee kwam uit de kloof. De voorste was van Jacobus Gerber, een houthakker uit Diepwalle. ‘Jacobus,’ zei ik toen ik bij hem aankwam, ‘wat is dit hier vanochtend voor een gezanik?’ 7

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 7

06-06-14 10:42


‘Dat moet je mij niet vragen, Silas.’ Hij had zich dagenlang niet geschoren en zijn ogen waren bloeddoorlopen. ‘Het scheelde geen haar of we waren daarboven bij Witkop-se-draai omlaag gestort, de kloof in, en verongelukt.’ ‘Ik sta er versteld van dat jullie dat niét is overkomen,’ zei ik. ‘Hoe is het jullie in vredesnaam gelukt helemaal hier te komen?’ ‘Vraag me dat maar niet. Vijf dagen geleden zijn we uit het dorp vertrokken. We moesten bijna voortdurend met onze bijlen het voetpad breder maken en af en toe moesten we ons zelfs nog al hakkend een heel nieuw pad banen. We zijn helemaal op. En die stomme ossen ook.’ Op de slee bevonden zich bundels, blikken koffers, lantaarns en kisten. ‘Van wie zijn die spullen?’ Ik durfde dit bijna niet te vragen, maar ik moest wel. Omdat Jacobus me geen antwoord gaf, zei ik: ‘Ik vroeg van wie die spullen zijn.’ ‘Ik zei nog tegen mister White dat hij hierboven last zou krijgen met Silas Miggel, maar hij wou niet luisteren.’ Een slechtere tijding had ik niet kunnen krijgen. Mister White was de functionaris in het dorp die door de regering was aangesteld over alle vreemdelingen, als superintendent van de immigranten. ‘Waar is White?’ ‘Ergens achteraan. En je moet het mij niet kwalijk nemen, Silas. Ik heb vorige week zaterdag een vracht hout het Bos uit gesleept en was nog maar net klaar met lossen, toen ze kwamen zeggen dat ze houtsleeën zochten om een stel emigranten naar Gouna te brengen. Voor een pond per dag. Ik ben gauw thuis mijn wagen gaan uitspannen en mijn slee gaan ophalen – het overkomt je niet iedere dag dat je zo’n meevaller hebt. Die smeerlap van een houthandelaar heeft mij weer vreselijk afgezet; ik moest eersteklas hout lossen voor de prijs van derdeklas hout. Ik zie dat jij daar zo onbuigzaam als een boom staat; ik heb nog tegen ze gezegd dat zij hierboven met jou last zouden krijgen.’ De tweede slee was van Gert Stoffel. ‘Is mijn Mirjam jullie onderweg tegengekomen?’ ging ik aan hem vragen. ‘Nee, oom Silas.’ Mijn Mirjam was niet dom; die had zich vast ergens tussen de struiken schuilgehouden. 8

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 8

06-06-14 10:42


Er kwam nog een vierde slee uit de kloof. Op die slee zat een groepje heen en weer wiegende en zich vastklemmende kinderen met grote donkere ogen. Achter de slee aan liepen een stuk of twintig mannen, en vrouwen met zwarte rokken, vuil van het stof. Een paar vrouwen liepen te huilen. ‘En wat hebben die?’ vroeg ik aan Gert. ‘Weet ik niet, oom. Sommigen huilen al sinds we uit het dorp zijn vertrokken.’ De ossen maakten een grote bocht over de open plek en kwamen op een kluitje tot stilstand. Een paar mannen tilden de kinderen van de slee en toen kwamen ze allemaal mij staan aanstaren. ‘Waar is de regeringsfunctionaris die met jullie mee is gekomen?’ vroeg ik aan degene die het dichtst bij me stond. ‘Scusi, signor?’ Misschien zijn het Engelsen, zei ik bij mezelf, en ik stelde dezelfde vraag in het Engels. Maar weer was de enige reactie: ‘Scusi, signor?’ Geen Engels, geen Hollands. Het leken zo op het oog ook geen Engelsen. En toen begonnen ze al dichter om mij heen te drommen en in zo’n raar taaltje te praten, met allemaal gebaren, dat ik me afvroeg of zij zelf wel wisten waar ze het over hadden. ‘Ik weet niet wat jullie zeggen!’ riep ik erdoorheen. ‘Ik spreek alleen maar Hollands en een paar mondjes Engels, verder niet.’ Van de mannen die daar stonden, hielden er twee een plank vast, waarop een vierkant geval stond met een natte zak eroverheen. Weer een ander had een emmer water bij zich en bleef de zak besprenkelen, zodat die nog natter werd dan hij al was. Het had er alle schijn van dat dat geval verkwikt moest worden. ‘Wat hebben jullie daar onder die zak?’ vroeg ik, maar ze verstonden me niet. Op dat moment zag ik White uit de dichte struiken komen. Hij had nog een vreemdeling bij zich en ik zag meteen dat het een Engelsman was. ‘Mister Miggel! Mister Miggel!’ begon White te roepen toen hij mij gewaar werd. Hij zwaaide met zijn armen en ging tekeer als iemand die zich genoodzaakt ziet de boodschap vooruit te sturen dat hij te goeder trouw is. Iedere keer wanneer White mij míster Miggel noemde, waren er problemen. ‘Met wat voor misbaar komt mister vandaag hier op mijn erf aan?’ 9

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 9

06-06-14 10:42


zei ik afkeurend tegen hem toen hij bij mij was aangekomen. ‘Wil mister dat ik vandaag van ontsteltenis tegen de grond sla?’ ‘Wacht nou, wacht nou even.’ Hij stak zijn hand uit alsof hij mij wilde wegduwen. ‘Sta mij toe u voor te stellen aan mister Christie. Mister Christie komt uit Londen en spreekt geen Hollands.’ Ze stonden te hijgen als ossen. Ik wierp die Christie zo’n blik toe, dat hij me zomaar straal voorbijliep. ‘Wat heeft hij in het Bos te zoeken als hij in Londen thuishoort?’ vroeg ik aan White. ‘En wat is dat hier vanochtend voor een gezanik?’ ‘Blijf nu toch alsjeblieft kalm, Miggel. Deze mensen zijn moe, uitgehongerd en ontevreden.Volgens de kaart die ik bij me heb, zitten we hier ongeveer vijftien kilometer ten noorden van Knysna, maar deze geslepen houthakkers hebben ons via een echt afgrijselijke omweg hierheen gebracht, zodat ze meer geld konden verdienen met hun sleeën.Vijf dagen terug zijn we al uit het dorp vertrokken.’ ‘Zie het maar als een wonder dat jullie het gered hebben om in vijf dagen hierheen te komen zonder te verongelukken. Daarbij komt dat ik mister de verzekering kan geven dat er geen omweg hiernaartoe bestaat. Verder zou ik graag willen weten waarnaartoe mister nu eigenlijk met hen onderweg is.’ Diep vanbinnen wist ik het al, maar ik bleef nog hopen. White liep heen en weer. ‘Toe, Miggel, ik heb al genoeg problemen. Dit hier is een kroondomein. Dat weet u al jaren; we hebben u dat verteld en u gewaarschuwd. Ik was met deze mensen op weg hiernaartoe.We gaan niet verder, en het zal u niet baten om mij zó te gaan staan aankijken; u wist dat dit een kroondomein is.’ Het was alsof er een wurgkoord om mijn hals werd geslagen. Kroondomein. Kroonbos. Kroon-weet-ik-wat. Van iedere idioot van een boswachter was dat het eerste en het laatste verweer. Alles behoorde toe aan de kroon: de blauwbokjes, de bosbokken, de wilde zwijnen, de olifanten, de voetpaden, de sleeppaden, de verharde weg bij Diepwalle. Elke boom in het Bos behoorde de kroon toe en voordat jij die mocht gaan kappen, moest je daarvoor een vergunning van de kroon op zak hebben. Voordat jij je geweer mocht laden om een olifant neer te schieten, moest je daarvoor een brief met permissie van de kroon in je bezit hebben, want wanneer zij jou zonder zo’n brief betrapten, moest je een boete betalen of anders mee naar het gevang 10

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 10

06-06-14 10:42


van de kroon om je straf uit te zitten. Niet dat zij zich daar allemaal aan stoorden. Naar verluid heeft Josafat Stander meer olifantenslagtanden het Bos uit gesmokkeld dan de kroon kan tellen en om permissie heeft hij nog nooit gevraagd, aan niemand. Het enige geluk dat de Bosbewoners aan hun kant hadden, was dat het Bos van de kroon zo ontzaglijk uitgestrekt was, dat de boswachters van de kroon niet iedereen konden bestraffen. Je kon toch nog vaak genoeg wild van de kroon vangen voor in de kookpot, als je de strikken maar ver van de voetpaden af zette. De boswachters waren bang dat ze verdwaalden; van een voetpad afwijken, dat deden ze niet. En wanneer je aan een boswachter vroeg wie nu eigenlijk de kroon was, kreeg je van iedere boswachter een ander antwoord: Queen Victoria; de regering; Jackson, de magistraat in het dorp; mister White; kapitein Harison, de opziener van milieubeheer die zo min mogelijk een voet in het Bos zette; of de honorabele Barrington van Poortland, die bij tijd en wijle naar de Kaap vertrok om daar in het parlement van de kroon zitting te nemen. En dan moest ik, Silas Miggel, gaan kijken of ginds op zijn grond niet alles in het honderd liep. Naar wat ik ervan begreep, hadden alleen Onze Lieve Heer en de houthakkers geen zeggenschap in de kroon. Gert Oog van Grooteiland vroeg een keer aan een opzichter aan wie volgens hém dan de houthakkers toebehoorden.Toen zei die man dat zij ook aan de kroon toebehoorden – aan wie anders? Gert heeft hem toen in een bijenangelstruik geduwd. Naderhand moest hij een os verkopen om de schadevergoeding te kunnen betalen. Zolang je maar diep in het Bos woonde, op een van de open plekken die eilanden werden genoemd, en waar de kroon jou niet kon zien, waren er niet veel problemen. De kroon had hout nodig voor spoorwegen, telegraafpalen, havens, stoelen, ledikanten en tafels. Al dat hout moest gekapt en het Bos uit gesleept worden, en dat betekende dat ze niet buiten houthakkers konden. De lastpost was ik, Silas Miggel, want ik had op een dag de euvele moed gehad om voor mezelf en Mirjam een huis neer te zetten aan de rand van het gedeelte van het Bos dat bij Gouna hoorde, op de grote open plek die wij de Platrand noemden, en waar de kroon mij open en bloot kon zien als ze wilde. Mirjam was toen nog niet eens twee jaar oud. Maar lang voordat zij werd geboren, wilde ik me al op 11

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 11

06-06-14 10:42


de Platrand vestigen. In de jaren dat ik nog voorman was in de houthakkersploeg van mijn vader zaliger, lieten we de ossen altijd op de Platrand grazen wanneer we bij Gouna kwamen kappen.Voor mij was de Platrand de mooiste open plek in het Bos; aan de westzijde, waar nu Poortland ligt, bevindt zich de diepe beboste kloof met beneden in het dichte struikgewas de rivier de Knysna; aan de oostkant bevindt zich weer diezelfde kloof waarin de rivier de Gouna en zijn zijarmen tot aan de rivier de Knysna een pad onderlangs de Platrand hebben uitgekalverd. Ten noorden ervan is het grote Bos, met dicht op elkaar staande, hoge bomen: regenwoud. Het Bos dat bij Gouna hoort, met struiken die geneeskrachtige eigenschappen hebben. Het is geen plek voor iemand die bang is. Ik woonde nog niet zo lang op de Platrand, toen de eerste opzichter me kwam uitfoeteren. ‘Wie heeft u daar het recht toe gegeven? Dit hier is een kroondomein! U moet de boel afbreken en terugkeren naar Grooteiland. Of naar Spruitbos-se-eiland, Brandrug of Barnardse-eiland.’ ‘Van wie zijn die eilanden?’ ‘Van de kroon natuurlijk.’ ‘Met andere woorden: ik mag op de eilanden van de kroon diep in het Bos gaan wonen, maar niet hier op de open plek van de kroon bij Gouna?’ ‘Dat klopt.’ ‘Waarom niet?’ ‘Dit is grondgebied dat apart wordt gehouden.’ ‘Voor wie en waarvoor?’ Dat kon de opzichter me niet duidelijk maken; hij opperde dat ik dat maar moest gaan vragen aan de door de regering aangestelde functionaris in het dorp die over het kroondomein ging. Dat was destijds een andere man; White kwam later. Ik liet de opzichters maar praten. Soms vergaten ze het maandenlang om langs te komen en ik was niet van plan te verhuizen. Mirjam had behoefte aan zon, open ruimte en veel blauwe lucht boven haar hoofd. De olifanten nemen hun jongen mee de zon in wanneer het in het Bos te koud en te nat wordt; ik nam Mirjam mee de zon in omdat het beter was om met haar ver bij de anderen vandaan te wonen, tot12

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 12

06-06-14 10:42


dat ze volwassen was en met haar gebeurde wat moest gebeuren. Zij was niet zoals andere meisjes. Ik woonde al minstens drie jaar op de Platrand toen White, de nieuwe regeringsfunctionaris, mij op een dag in het dorp door zijn klerk liet aanhouden en liet meevoeren naar zijn kantoor. ‘Bent u de man die ze Silas Miggel noemen?’ vroeg hij toen ik met Mirjam voor zijn tafel stond. ‘Ja, dat klopt, mister. Ik heet eigenlijk Silas van Huyssteen, maar ik sta bekend als Silas Miggel en zij hier is mijn dochter Mirjam. Mirjam, zeg oom gedag.’ Zij gaf hem een hand, zoals ik haar dat had geleerd, en ik zag dat het hem moeite kostte zijn blik van haar af te wenden. ‘Ze is een bijzonder knap kind, mister Miggel,’ erkende hij enigszins ongemakkelijk. ‘Ja, inderdaad,’ zei ik tegen hem, ‘en ik voed haar in mijn eentje op, want de ziel van haar moeder verliet deze aarde slechts een uur na haar geboorte.’ Dat was niet iets waarover ik lichtvaardig sprak; ik noemde het alleen maar in de hoop dat het hem een beetje milder zou stemmen. Wanneer je afkomstig was uit het Bos, viel jou weinig clementie ten deel; van wat jou ten deel viel, moest je gebruik maken. ‘Ik heb vernomen dat u de man bent die zich illegaal ginds boven bij Gouna aan de rand van het Bos heeft gevestigd. Op een kroondomein. De boswachters rapporteren dat zij al jaren problemen met u hebben.’ ‘Ja, dat is waar.’ Wat waar is, moet je nooit bestrijden. En wanneer de man die tegenover je zit, al geïrriteerd is, moet jij je niet ook nog boos gaan staan maken. ‘Mister merkt wel dat wij, Bosbewoners, erg dom zijn,’ zei ik tegen hem. ‘Dat vindt ook iedereen hier in dit dorp en daarom proberen ze ons te bedriegen waar ze maar kunnen – Mirjam, blijf van ooms papieren af! Omdat ik ook een Bosbewoner en daarom niet al te snugger ben, begrijp ik niet hoe het kan dat ik wél tien passen verderop in het Bos mag gaan wonen, maar niét tien passen erbuiten. Ik vertel het mister maar ronduit: mijn arm is te kort om dié vogel te vangen.’ ‘De Platrand bij Gouna is een kroondomein dat voor immigranten is gereserveerd. Je hoeft toch echt niet erg snugger te zijn om dat te kunnen begrijpen, mister Miggel,’ zette hij mij mooi op mijn nummer. 13

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 13

06-06-14 10:42


‘Nee,’ zei ik, ‘dat is stellig waar. Wanneer mister mij dan nu alleen nog zou kunnen vertellen wat ik moet doen om een immigrant te worden, zou ik erg blij zijn.’ Ik wist best wat een immigrant was; ik wilde hem alleen maar even laten merken hoe dom ik was. ‘Een immigrant is iemand die vanuit een ander land hierheen komt om hier te gaan wonen.’ ‘Vanuit welk land?’ ‘Dat maakt niet uit. Meestal komen ze uit Engeland of Holland. Of uit Schotland.’ ‘En wanneer je dan hier aankomt, geeft de kroon jou een lap grond cadeau.’ ‘Nee. Als iemand als landbouwer-immigrant hierheen komt, wordt hem grond toegewezen die hij jaarlijks moet afbetalen.’ ‘Hoeveel grond?’ De man had niet veel geduld meer, maar ik wilde het toch weten. ‘Twintig morgens.’ ‘Hoe betaal je daarvoor?’ ‘Het zal u niet lukken mij zo lang aan de praat te houden, dat ik vergeet dat u illegaal in Gouna woont, Miggel!’ ‘Dat weet ik wel, mister, maar ik wil erg graag weten hoe het met dat betalen zit.’ ‘Een morgen kost tien shilling. Zoals ik daarnet al zei, krijgt zo’n immigrant twintig morgens en een jaar later moet hij beginnen met die af te betalen. Dat kost hem tien jaar lang een shilling per morgen per jaar.’ Hij maakte zich er zo snel mogelijk van af, maar ik hield mijn verstand erbij en de som was makkelijk uit te rekenen. Ik zette de halve zak maïs neer die ik bij me had, en ging op de stoel zitten die naast mij stond. ‘Mister,’ zei ik, ‘wil dat zeggen dat je voor tien pond twintig morgens grond in handen kunt krijgen?’ Tien pond had ik destijds nog wel niet bij elkaar geschraapt, maar helemaal leeg was mijn blik met geld nu ook weer niet. Ik heb altijd gezegd dat iemand die eigen grond bezit, met zijn achterwerk op zijn eigen troon zit. ‘Zou je niet een grotere lap grond kunnen krijgen en die dan afbetalen?’ ‘Nee.Wel wordt aan een landbouwer-immigrant ook nog honderdtachtig morgens gemeenschapsgrond ter beschikking gesteld die hij 14

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 14

06-06-14 10:42


kan benutten als weiland, en die begint hij vijf jaar later af te betalen tegen dezelfde voorwaarden als de eerste twintig morgens. Maar ik zou wel eens willen weten wie u toestemming heeft gegeven om er zomaar bij te gaan zitten.’ Ik stond op. ‘Dat kwam doordat ik met mijn gedachten even ergens anders was, mister. Die honderdtachtig morgens, dat is ook een goed bericht.’ ‘Nu is het genoeg, Miggel! Dat illegaal op een kroondomein verblijven van u moet afgelopen zijn.’ ‘Mijn grootvader is in het Bos geboren, mister, mijn vader is in het Bos geboren, ik ben in het Bos geboren, maar ik moet naar Engeland zwemmen en ook weer terug, omdat ik niet het geld heb voor een overtocht per schip, en dan kan ik pas een lapje kroondomein krijgen? Dat begrijp ik niet goed.’ ‘Houd er nu maar over op, Miggel!’ Hij had genoeg van me, maar ik deed alsof ik er geen erg in had. ‘Kan mister er voor mij niet iets op verzinnen? Mijn voorouders zijn allemaal uit Holland hierheen gekomen – Mirjam, blijf van je vlecht af!’ Het kind had de gewoonte om aan haar haar te gaan staan frutselen wanneer ze zich begon te vervelen. ‘Mister moet het me maar niet kwalijk nemen dat het kind hier voor u staat met maar één vlecht op het hoofd; omdat we vanmorgen al voor dag en dauw van huis moesten, had ik niet de tijd om er twee te vlechten. Ik beloof mister dat hij geen jaar op het bedrag dat ik moet afbetalen, zal hoeven te wachten, wanneer mister iets weet te bedenken waardoor ik aan een stukje Platrand kan komen. Als een slaaf zal ik die grond bewerken om aan voldoende geld te komen. Ik weet wat werken is.Vraag ’t maar aan mister Barrington van Poortland; dat is een man die er niet voor terugschrikt jou op één dag het werk van twee man op te dragen. Daar komt het ook door dat de mensen die voor hem werken, het niet bij hem uithouden en hij mij om de haverklap moet laten roepen om bij te springen.Vraag ’t hem maar.’ ‘Ik geloof u wel, Miggel.’ De man was zo te horen ietsje milder gestemd. ‘Maar ik kan helaas niets voor u doen. Het kroondomein is niet mijn eigendom. Ik ben alleen maar aangesteld om erop toe te zien dat in dit district de hand wordt gehouden aan de rechtsregels die voor kroondomeinen zijn vastgelegd. Wat denk je dat er zal gebeuren wan15

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 15

06-06-14 10:42


neer iedereen zomaar illegaal op een kroondomein een huis bouwt?’ ‘Mister hoeft over de Platrand niet in te zitten. Zolang ik daar ben, schiet ik op de eerste de beste die daar twee planken op elkaar wil komen spijkeren. Ik houd alles daarboven elke dag goed in de gaten. Het is vanwege het kind dat ik daar woon.’ ‘Het spijt me, Miggel, maar ik kan het u niet toestaan. Ik kan alleen maar zo redelijk zijn, dat ik u drie maanden de tijd geef om een ander heenkomen te zoeken. Meer kan ik niet doen.’ ‘Ik begrijp het,’ zei ik tegen hem. Van wrijving tussen mij en hem was geen sprake toen ik wegging; we hebben elkaar fatsoenlijk gedag gezegd. De volgende dag kwam de opzichter uit Diepwalle me nog eens nadragen wat White had gezegd: drie maanden, dan moest ik weg zijn. Ik zei tegen de opzichter dat hij opzij moest gaan; ik was net bezig pataatstekken in de grond te stoppen en daar stond hij bovenop. Ik verhuisde niet. White liet me geregeld waarschuwen of waarschuwde mij zelf wanneer we elkaar tegenkwamen. En ruim twee jaar later overkwam mij op een regenachtige middag op Rooiels-sesleeppad iets, waardoor ik het geluk had dat er daarna tussen White en mij iets ontstond wat op vriendschap begon te lijken. Die middag liep ik namelijk twee natgeregen­de, volledig verdwaalde Engelsen tegen het lijf, die een vergunning op zak hadden om een olifant neer te schieten. Ze waren ’s ochtends al in de problemen geraakt, toen de bruinman die zij als spoorzoeker hadden ingehuurd, zei dat hij niet verder meeging omdat de manier waarop zij schoten, hem niet aanstond. Ze waren tot de slotsom gekomen dat ze zich ook wel alleen konden redden, maar dat bleek anders uit te pakken doordat zij niet hadden beseft dat het Bos zó groot en zó ruig was. Zij hadden gedacht dat je er aan de ene kant inliep en aan de andere kant weer uit. Zij informeerden naar het knappe kind op mijn rug en ik antwoordde dat dat mijn dochter Mirjam was. Pas toen ik al met hen op weg was naar het dorp, bleek dat de één een bloedeigen neef van White uit Engeland was en de ander zijn vriend. De volgende dag bracht ik Mirjam naar mijn zuster Hannie op Spruitbos-se-eiland. Daarna volgde ik twee dagen lang met hen in Kom-se-bos het spoor van een oude vrouwtjesolifant en stond hen bij, totdat ze was neergegaan en de kop was afgehakt en gepekeld; 16

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 16

06-06-14 10:42


die wilden ze per se meenemen naar Engeland om hem daar aan een muur te hangen. Wat zal hij hebben geston­ken! Maar vanaf dat moment werd er door White en de opzichters minder vaak geklaagd. Telkens wanneer geruchten de ronde deden dat er in het dorp weer schepen met vreemdelingen aan boord waren aangekomen, kregen die op andere plaatsen grond toegewezen. Niet op de Platrand. Ik van mijn kant zorgde dat White regelmatig een pot honing of een zak pataten en een stuk of twee meloenen kreeg. Niet om hem de handen te binden, maar gewoon omdat de ene hand de andere wast en omdat hij in de loop der jaren zo dol was geworden op Mirjam. Begin april 1881 ging ik hem weer iets brengen en vroeg ik aan hem of ik nog steeds geen kans maakte op een lapje grond op de Platrand. ‘Hier ligt de brief al klaar om gepost te worden, Miggel,’ zei hij, wijzend naar de paperassen die voor zijn neus lagen, ‘de brief die ik aan mister Laing, de commissaris van de kroondomeinen en de bemiddelaar voor de immigranten op de Kaap, heb geschreven, met het verzoek geen immigranten meer hierheen te sturen. De lapjes grond van het kroondomein hier in het dorp zijn nu allemaal bezet; ik kan er hier in het district niet nog meer hebben.’ Een beter bericht had ik niet kunnen krijgen. Diezelfde middag begon ik een nieuw stuk grond, lagergelegen dan mijn huis, vrij te maken en legde ik achter het huis nog een bloembed voor Mirjams tuin aan. Zij was toen zeventien en kwam eeuwig en altijd, wanneer ze naar Poortland was geweest, met een stekje, een plantje of een zaadje aanzetten. Wanneer er in het Bos iemand was overleden, wist iedereen dat ze bij haar iets voor op het graf konden krijgen. Maar nog geen drie maanden nadat White het over die brief aan de man op de Kaap had gehad, stond hij met een stel vreemde lui op de Platrand en schrok ik me het apezuur. Het was het beste hiermee te vergelijken, dat de tak waaraan jij al vijftien jaar lang hing, begon te kraken en dat er onder jou niets was wanneer hij afbrak en jij viel. Maar ik zag dat er iets helemaal mis was met die groep vreemdelingen – het was een bedroevend stelletje. Ze kwamen niet op de gedachte om de sleden te gaan lossen; ze stonden daar als lamgeslagen, en de vrouwen bleven huilen, vooral die met de paarse jurk aan. De 17

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 17

06-06-14 10:42


grotere kinderen, van wie sommige een kleintje scheef op hun heup droegen, bleven verschrikt om zich heen kijken. ‘Wat zijn dit voor mensen?’ vroeg ik aan White. ‘Italianen.’ ‘En die komen waarvandaan?’ ‘Uit Italië.’ ‘En hoeveel zijn het er?’ ‘Drieëndertig. Eh, tweeëndertig, bedoel ik. Maar het zijn er feitelijk toch nog altijd drieëndertig.’ ‘Het komt me voor dat het mister niet is gelukt hen te tellen.’ ‘Er is er één zomaar verdwenen en er is er onderweg één bij gekomen, en dat is nog maar een fractie van de problemen waarmee ik te maken heb gekregen. Ik ben moe, Miggel. Mister Christie, de man die ik aan u heb voorgesteld, is met hen meegekomen. Hij spreekt hun taal en zal naar hen omzien. Maar ik kan hem niet zomaar hier aan zijn lot overlaten; ik zal hier een dag of drie moeten blijven om hem bij te staan. Kunt u mij misschien een paar nachten onderdak bieden?’ ‘Nee.’ ‘Probeer het me nu niet nog moeilijker te maken.’ White had totaal geen moed meer. ‘Ik verkeer in een vervelende situatie met deze mensen. Wanneer ik het niet voor elkaar krijg dat ze allemaal meewerken, zal er van alles misgaan. Terwijl ik nog in de veronderstelling was dat hun komst een aangelegenheid was waarover nog uitvoerig gesproken moest worden, werd ik ervan in kennis gesteld dat zij reeds onderweg waren. Beseft u wel dat ik hen de afgelopen vijf weken al in het dorp op de oever van het meer in tenten heb moeten laten bivakkeren?’ ‘Daar zaten ze beter dan hier,’ zei ik tegen hem. ‘Neem ze mee terug.’ ‘Dat kan ik niet doen; omdat het al winter is geworden, is het langs het water te drassig.’ ‘Dan heeft mister zeker nog nooit meegemaakt hoe het op de Platrand is, wanneer het er acht dagen aan één stuk door heeft geregend. Daarom staat mijn huis zo hoog. Neem ze mee terug, zeg ik.’ Op dat moment ontstond er onder het stelletje vreemdelingen opeens tumult en voor ik het wist, dromden ze om mij, White en die Christie heen als uit hun nest gerookte bijen. Ze praatten allemaal tegelijk en lieten hun handen en de rest van hun lichaam ook een 18

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 18

06-06-14 10:42


woordje meespreken. Sommigen wezen naar de bergen, anderen naar de zee en er waren er ook die naar de hemel wezen. Christie deed een paar keer een poging om in hun eigen taal iets tegen hen te zeggen, maar zij walsten over hem heen. White nam even later zijn hoed af en zwaaide ermee, maar daardoor werd het vuur eerder aangeblazen dan gedoofd. En ondertussen bleef een van de manspersonen mij aan mijn jasje trekken. ‘Amérika? Amérika?’ vroeg hij telkens opnieuw en hij wees erbij naar de grond.Volgens mij was hij amper twintig. ‘Wat zeg je?’ vroeg ik. ‘Amérika? Amérika?’ Ik zei tegen hem dat ik niet wist wat hij wilde; dat hij maar met de voorman, met Christie, moest gaan praten. Maar hij wist van geen ophouden en dat was niet prettig. Je kunt nog beter doof zijn dan iemand recht staan aankijken, terwijl hij aan het woord is, zonder te weten wat hij zegt. Hij bleef maar zeggen: ‘Amérika? Amérika?’ ‘Wat wil die man toch?’ vroeg ik uiteindelijk aan White. ‘Hij wil weten of hij hier in Amerika is. Hij verkeerde in de veronderstelling dat ze naar Amerika gingen.’ ‘Zeg tegen hem dat dit niet Amerika is, maar Gouna.’ ‘Heb ik al gedaan, maar het helpt niets.’ Het was om gek van te worden. De vrouw in de paarse jurk baande zich een weg tot ze vooraan in de kring stond. Toen ging ze daar zo hartverscheurend staan huilen, dat de tranen bij haar hals in liepen. En naast mij klonk alleen maar: ‘Amérika, Amérika’. ‘Houd op, man!’ zei ik. ‘Je bent hier in Gouna.’ Twee andere vrouwen voerden de vrouw in de paarse jurk weg en de man die zo op het oog de oudste van het stel was, kwam naar voren om met Christie te praten. Daarvoor moest hij zich boven de anderen uit verstaanbaar maken. Het duurde niet lang of de Engelsman wees naar mij en toen keken ze opeens allemaal naar mij. ‘Nee, wacht,’ zei ik, ‘jullie moeten niet naar mij kijken, ik heb niets met jullie te maken.’ Maar het leek wel of ik hen daarmee nog aanmoedigde, want de hele zwerm dromde nog dichter om me heen. En ze praatten en gebaarden allemaal tegelijk. ‘Houd je mond, jullie!’ schreeuwde ik op mijn plekje tussen hen in, en dit werkte alsof er op een vuur een scheut water werd gegooid: hier en daar schoot nog 19

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 19

06-06-14 10:42


een vlam op, maar toen ik voor de tweede keer mijn mond opentrok, werd het stil. ‘Mister Miggel,’ zei Christie en ik zag dat de man bang was. ‘First of all, these people want to know where the mulberry forest is.’ ‘Het wát?’ ‘Het moerbeibos, Miggel,’ zei White hoofdschuddend. ‘De gerezen problemen hebben in meer dan de helft van de gevallen daarmee te maken. In Italië is hun verteld dat ze op weg gingen naar een moerbeibos. Een mulberry forest.’ ‘Maken jullie nu een grapje?’ vroeg ik. ‘Welk moerbeibos? Dit hier is een bomenbos, met stinkhout, geelhout, wasboom, kwar, witte els, rode els, saffraan, witpeer, vlier, kamassie, hardepeer, assegaai en zo kan ik nog wel een paar bomen opnoemen tot ik het hele Bos heb gehad, en dan kan ik nog met de ondergroei beginnen, maar van een moerbeibos heb ik nog nooit van mijn leven gehoord. Wat willen ze van moerbeien maken? Leven ze van moerbeien?’ White stond alleen maar zijn hoofd te schudden en zei tegen Christie dat hij tegen hen moest zeggen dat hier geen moerbeibos bestond, en dat ze rustig moesten blijven. Christie haalde eerst een hand over zijn gezicht, als iemand die op instorten staat, en toen praatte hij met hen in hun eigen taal en wees in de richting van de bergen. Ik kreeg de indruk dat zij opeens bedaarden en even later wendden ze zich een voor een af en begonnen de spullen van de sleden te halen. Ik vroeg aan White of de voorman hun misschien iets had voorgelogen; hoe was het hem anders gelukt hen zo snel tevreden te stellen? ‘Ik weet het niet, Miggel,’ antwoordde White, ‘en het kan me ook niet schelen; daar ben ik te moe voor.Wees liever dankbaar dat het ons gelukt is ze even stil te krijgen.’ Maar bij mij vanbinnen begon zich iets te roeren waardoor ik al een vaag vermoeden kreeg hoe het in elkaar stak, en ik stelde hem nog een vraag: ‘Waarvoor zijn zij op zoek naar een moerbeibos?’ ‘Het zijn zijderupskwekers, Miggel, experts uit het noorden van hun land die speciaal zijn aangetrokken om hiernaartoe te komen. In het begin dacht ik dat het wevers waren, zijdewevers, maar dat is niet zo. Zij kweken rupsen die cocons spinnen, en dan oogsten ze de cocons. Er is op een gegeven moment een heel groot misverstand ontstaan; je hebt immers zelf gehoord dat ze in de veronderstelling 20

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 20

06-06-14 10:42


verkeren dat zich hier een moerbeibos bevindt. De hele zaak is verkeerd aangepakt!’ Italianen. Zijderupsen. Barrington. Het was te vergelijken met riemen aan elkaar vastknopen om er één riem van te maken. Ik voelde me opeens zo opgelucht als op het moment dat water in aanraking komt met een uitgedroogde tong. ‘Mister White,’ zei ik, ‘het gaat inderdaad om een misverstand. Als ik niet oppas, ga ik juichen! Ze moeten aan de andere kant van de kloof zijn, op Poortland. Dit zijn de mensen op wie Barrington zit te wachten. U kunt maar het beste met hen terugkeren naar het dorp en dan bij laagwater de brug over de rivier oversteken en verder omhoog klimmen. Ginds aan de overkant kun je volgens mij Poortland al zien liggen, maar de kloof tussen hier en daar is te diep; daar zult u niet met de sleden doorheen komen. Deze mensen moeten bij Barrington zijn, neemt u dat nu maar van mij aan.’ ‘Hij wil ze niet hebben, Miggel.’ Ik hoorde wel wat White zei, maar ik hield mezelf voor dat ik het niet goed had gehoord. Het waren Barringtons Italianen en naar Poortland vertrekken zouden ze, al moest ik hen er een voor een door de kloof naartoe slepen. Als White te belabberd was om Barrington ervan op de hoogte te stellen dat zijn Italianen waren aangekomen, ging ik dat wel doen. Míj zou hij niet op de mouw kunnen spelden dat het niet zijn Italianen waren. ‘Mister White,’ zei ik snel, ‘laat hun de boel niet afladen; zorg dat ze daarmee ophouden. Geef mij de gelegenheid om naar Poortland te gaan.’ Ik ging de deur van mijn huis op slot doen en legde de sleutel voor Mirjam onder de steen. Ik kon niet wachten totdat zij terug was; het was een uur lopen van mijn huis naar Poortland. Dit waren Barringtons Italianen. De enige man in de omgeving die dat soort dromen in zijn hoofd haalde, was de honorabele Barrington van Poortland. ‘Portland, Silas, Portland,’ verbeterde White mij soms. ‘Het is al jaren Poortland, want een poort is een poort en geen port.’ Barrington stamde uit een vooraanstaande familie in Engeland en hij bedacht dingen die niemand anders in zijn hoofd haalde. Wanneer zijn korven niets opleverden, was dat de schuld van de bijen in het Bos omdat die te lui waren om te werken, en dan liet hij gauw per 21

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 21

06-06-14 10:42


schip vlijtigere bijen aanvoeren vanuit Engeland. De zwerm die niet op de Kaap als een duivel uit een doosje ontsnapte, deed dat hier. Er ging bijna geen schip aan de kade in het dorp voor anker of het had wel een kist met spullen voor Poortland aan boord. Was het niet een motor uit Engeland voor de zaagmolen, dan waren het wel kapotte onderdelen van de motor die mee terug gingen. Of kleren voor hemzelf, zijn vrouw en zijn zeven kinderen. Zijn zoons werden zo moedeloos van hun vader, dat ze alle drie al een keer waren weggelopen, ieder op zijn beurt. Poortland. Redlands. Karawater. Allemaal grond van Barrington. Duizenden morgens en het gebeurde niet vaak dat er geen sprake was van een mislukte oogst, doordat alles wat in zijn hoofd was opgekomen, ook uit de grond moest opkomen. Had hij geen sinaasappelpitten gepoot, dan waren het olijven, druiven, katoen, tabak, mandarijnen, rapen of kurkbomen, komkommers en walnoten en dat ging zo maar door, jaar in jaar uit. Dat moest allemaal in de grond worden gestopt, in de hoop op het wonder dat Poortland voorspoed zou brengen. Ik heb ik weet niet hoe vaak in alle vriendelijkheid met die ouwe gepraat, tegen hem gezegd dat hij zich bij zijn vee, zijn schapen en het hout uit het gedeelte van het Bos dat bij Poortland hoorde, moest houden. Maar nee. Het moest eeuwig en altijd om een wonder van buitenlandse herkomst gaan. Neem dat gedoe met die zijderupsen. Honderden jonge moerbeibomen waren met de schepen meegekomen om op Poortland dood te gaan of in de kloven weg te kwijnen. Alleen de haag van moerbeibomen achter het huis en die paar bomen aan de westzijde hadden het overleefd en daarmee ook Barringtons droom om een schuur te bouwen, zo groot als een maïsveld, waarin de rupsen zich dik moesten vreten om gele cocons te spinnen. ‘Ik zal met tien ons eieren beginnen, Silas.’ De honorabele Barrington sprak graag met mij over zijn plannen voor een zijderupskwekerij wanneer we op Redlands vee moesten tellen of beneden in de kloof moeite deden om de zaagmolen weer op gang te krijgen. ‘Eén ons eieren kan honderd pond cocons opleveren en honderd pond cocons levert ongeveer twaalf pond afgehaspelde zijde op.’ ‘En wat moet je daar dan mee, mister Barrington?’ vroeg ik dan altijd. ‘Zijderupsen en cocons kun je niet eten.’ ‘Het zal een heel winstgevende kwekerij worden, Silas. Het eerste 22

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 22

06-06-14 10:42


jaar kweek ik ze alleen maar om cocons uit te voeren. Naar Italië. Misschien ook een aantal naar Frankrijk. De beste wevers zitten in Italië en ook de beste zijderupskwekers. Ik zal Italianen hierheen laten komen om hier voor mij het werk te doen.’ ‘Volgens mij hebben mister Barringtons kalveren last van wormen. Mister Barrington moet Jan er maar opuit sturen om de wortels van bosdruiven uit te graven. Die zal ik in de melk laten trekken en dan zorgen dat ze dat goedje binnenkrijgen. Aan het medicijn dat mister Barrington laatst per schip heeft laten aanvoeren, heb je niks. Dat werkt zeker beter bij de in Engeland voorkomende soort wormen.’ Volgens mij hoorde hij niet eens wat ik zei.Wanneer hij het over de zijderupsen wilde hebben, moest je hem zijn gang laten gaan en later nog maar eens over de kalveren beginnen. Eén ding was zeker: hij wist veel van zijderupsen, want dom was hij niet. Hij heeft me ooit verteld dat de zijdedraad die je kreeg van de cocons van een ons eieren, lang genoeg was om hem vijf keer om de aarde heen te winden. ‘Dat is dan zo te horen een heel eind, honorabele,’ zei ik. ‘Stel je nu alleen nog maar eens voor hoe ver ik moet lopen voordat ik boven in het Streepbos bij de bijennesten ben en dan ook nog weer terug moet naar mijn huis. Als ik het zo hoor, is dat draadje dan nog lang niet op.’ ‘Jullie Bosbewoners begrijpen daar niets van, Silas,’ zei hij, en dat niet voor de eerste keer. ‘Ik geloof niet dat jij er zelfs maar een vaag idee van hebt hoe groot de omtrek van de aarde feitelijk is. Misschien begrijp je er iets meer van wanneer ik je vertel dat drie cocons een draad opleveren die lang genoeg is om de afstand tussen jouw huis en het dorp te overbruggen, en dat is ongeveer vijftien kilometer.’ ‘Dat boezemt je respect in voor de drie rupsen die dat draadje aan elkaar gepield hebben.’ ‘Jij moet in mijn bijzijn geen grove taal bezigen, Silas!’ ‘En u moet mij niet als een kind behandelen, mister Barrington.’ Hij wist best dat ik niet grof in de mond was. ‘Zijde- kweken is een hele kunst, ja werkelijk een hele kunst. Je moet niet alleen je best doen om ze alleen maar het blad van de witte moerbeiboom te voeren – dat blad moet ook nog op precies de goede manier geplukt worden. Voor elk stadium van de rupsen moet het blad in precies de goede maat reepjes gekerfd worden, je schuur moet zo schoon zijn als een ziekenhuis en je mag de rupsen absoluut niet 23

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 23

06-06-14 10:42


aanraken. Ze zijn erg vatbaar voor ziektes.Wanneer je rupsen ziek zijn, zijn ook je eieren ziek en wil je goede cocons oogsten, dan moeten om te beginnen je eieren van goede kwaliteit zijn. En let op wat ik nu ga zeggen, Silas. Zodra ik op grote schaal zijderupsen ga kweken, zal ik jou volledig in dienst nemen om toezicht te houden in de schuur.’ Dat was ook weer zo’n droom van hem. ‘Wij, Bosbewoners, werken niet voor andere mensen – dat weet mister Barrington toch wel,’ bracht ik hem in herinnering. ‘Ik kom alleen maar hierheen om even bij te springen wanneer mister Barrington het niet redt zonder mij.’ ‘Je verandert nog wel van gedachten, Silas. Ik heb de beste eieren uit Italië ingevoerd en al twee keer een aantal cocons teruggestuurd. De eerste keer waren het er twaalf, en ik heb daarover later een uitstekend rapport ontvangen. De tweede keer was mijn oogst niet naar wens; toen hebben ze mij laten weten dat ik de rupsen hoogstwaarschijnlijk verkeerd had behandeld. Ik heb zelfs al eieren van Poortland naar een kenner in Italië gestuurd, naar een zekere Zappa. Sir James Hudson in Florence – dat is een plaats in Italië – trad voor mij op als tussenpersoon en hij liet mij weten dat mijnheer Zappa heel gunstig op de eieren had gereageerd.’ Barrington kende veel vooraanstaande personen. ‘Het moerbeiboompje dat mister Barrington aan Mirjam heeft gegeven, is doodgegaan. Zij heeft er goed voor gezorgd, maar het weigerde wortel te schieten.’ ‘Ik heb er haar alleen maar eentje gegeven omdat ze dat zo graag wilde. De grond van Gouna is niet geschikt voor moerbeibomen. Missies Barrington heeft gezegd dat je wel weer een paar jurken van Imar en Gabrielle voor Mirjam kunt overnemen. Het geld moet net als altijd aan mij worden afge­dragen, vergeet dat niet.’ ‘Dan zal ik toch eerst weer wat honing moeten verkopen.’ ‘Ik kan het bedrag van je loon aftrekken.’ ‘Dan heb ik bij mister Barrington schuld, net als de houthakkers schulden hebben bij de winkels van de houthandelaren in het dorp.’ ‘Je bent dom, Silas.’ ‘Ja, mister Barrington.’ Maar tegenspoed was Barrington hierbij ook niet bespaard gebleven; soms gingen er meer rupsen dood dan er in leven bleven, maar hij gaf de moed niet op. Ieder jaar zei hij: ‘Silas, volgend jaar begin ik 24

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 24

06-06-14 10:42


aan de schuur en dan laat ik een stuk of vier Italiaanse gezinnen overkomen om zich om de kwekerij te bekommeren.’ ‘Ja, mister Barrington.’ Menigmaal was het alsof alleen de droom over de zijderupsen en ik, Silas Miggel, de man nog maar tot troost waren. Op dat soort dagen klaagde hij dat hij moe was, en zei hij dat hij dacht dat hij niet lang meer te leven had. ‘Ik doe al veertien jaar alle moeite om hier op eigen grond een lonend bestaan op te bouwen, maar alles mislukt. Mijn zoons hebben er geen belangstelling voor; wat zij dan wel zouden willen doen, weet ik niet.’ ‘Mister Barrington zit hen ook te veel achter de vodden,’ zei ik tegen hem. Soms ergerde hij zich aan me, wanneer ik te dicht in de buurt van de waarheid kwam met wat ik zei, maar het gebeurde ook wel dat hij te moe was van alle inspanningen om ook nog kwaad op mij te worden. ‘Ik weet niet of het de moeite waard is om hier nog door te gaan. Misschien kan ik maar beter alles verkopen en terugkeren naar Engeland om daar in vrede mijn tijd af te wachten.’ ‘Stel nu dat mister Barrington alles verkoopt, de oversteek maakt en ginds aan de andere kant van de oceaan ook geen vrede vindt?’ waarschuwde ik hem vriendelijk. ‘Vrede is niet iets wat je net als een paar schoenen kunt gaan opzoeken, honorabele.’ De man was die dag heel somber gestemd. ‘Soms vraag ik me af of jullie, Bosbewoners, er niet beter aan toe zijn, ondanks al jullie ellende, armoede en onnozelheid. Jullie leven van de ene in de andere dag; jullie enige streven is dat je genoeg te eten hebt.’ ‘Wat mister Barrington nu zegt, klopt niet,’ zei ik tegen hem. ‘Een mens leeft niet om te kunnen eten, of om rijk te worden of arm te blijven, om onbelangrijk of belangrijk te zijn. Een mens leeft alleen maar om goed te worden.Verder niet.’ Ik had mijn mond moeten houden.We waren die dag tegels aan het leggen voor de achterdeur; Barrington mat op en ik legde ze op hun plek. Hij liet nu de duimstok los en kwam overeind om mij verbaasd maar ook enigszins ontstemd aan te kijken. ‘Wat zei je daar, Silas?’ ‘Een mens leeft om goed te worden; dat is de enige opdracht die telt.’ ‘Waar haal je dat vandaan?’ 25

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 25

06-06-14 10:42


‘Nergens vandaan, mister Barrington. Daar ben ik in de loop der jaren zomaar vanzelf achter gekomen.’ ‘En wat is volgens jou goed, Silas?’ Het begon er al op te lijken dat hij er de gek mee stak. ‘Goed is goed. Goed is niet slecht en slecht is niet goed.’ ‘Wanneer ik de hele dag buiten in de zon zit, betekent dat dat ik bezig ben goed te worden?’ ‘Niet als mister Barrington daar zit omdat hij te lui is om te werken. Daarvan zal mister Barrington niet goed worden, alleen maar slechter. Maar ik weet immers dat mister Barrington geen lui mens is.’ ‘Hoe goed ben jíj van plan te worden, Silas?’ ‘Mister Barrington steekt er nu de gek mee.’ ‘Nee, Silas, het interesseert mij te horen hoe jij erover denkt.’ ‘Ik word slechts heel geleidelijk aan steeds goeder. Ik woon ginds, aan de andere kant van de kloof, op de Platrand, samen met Mirjam, en ik ben niemand tot last.Wanneer iemand bij mij een os komt lenen, geef ik hem er één mee. Wanneer mister Barrington me laat roepen, kom ik en werk ik voor iedere penny die mister Barrington me aan het einde van de dag uitbetaalt. Maar of het goed is om mij maar drie shilling per dag te geven, daarover moet mister Barrington beslissen. Iedereen moet op zijn eigen manier goed worden.’ Hij was de rest van de dag uit zijn humeur. De volgende dag begon hij weer over de zijderupsen. ‘Ik word er niet jonger op, Silas, ik heb niet lang meer te leven. De enige hoop die mij nog rest, is de zijderupskwekerij. Ik heb voor de tweede keer een brief gestuurd aan de regering om het belang van mijn experimenten met zijde onder haar aandacht te brengen, en om ze erop te wijzen hoe ontzaglijk waardevol die te zijner tijd voor het hele land kunnen zijn. Ik heb voor de tweede keer voorgesteld dat ze in Italië speciaal daarvoor uitgekozen zijderupskwekers gaan werven, wie zij dan een gratis overtocht hiernaartoe moeten aanbieden. Ik ben bereid om hun allemaal voor een periode van drie jaar een lapje grond van tien morgens ter beschikking te stellen. Wanneer dat allemaal goed uitpakt, kan ik die periode nog verlengen.’ ‘En wanneer het niet goed uitpakt?’ vroeg ik, maar hij gaf geen antwoord; hij ging alleen maar door met luchtkastelen bouwen. ‘Mister Laing, de agent voor de immigranten op de Kaap, voelt wel wat voor 26

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 26

06-06-14 10:42


mijn voorstel. Hij heeft reeds een brief geschreven aan mister Burnett in Londen, de agent van emigratie voor de Kaapkolonie, waarin hij het voorstel aan hem voorlegt. Je zult zien, Silas, dat Poortland eindelijk tot zijn recht komt wanneer de Italianen eenmaal hier zijn. Mijn broer in Engeland heeft mij geschreven dat Italianen ook uitstekende bedienden zijn.’ ‘Ik dacht dat ze voor de rupsen kwamen zorgen.’ ‘Zijderupsen kweken is nu net een type teelt dat je niet het hele jaar door bezighoudt. Het hele proces, vanaf het moment dat de eieren uitkomen totdat de cocons zijn geoogst, duurt maar een week of zes. Dan moeten de cocons natuurlijk nog verpakt en verzonden worden, maar daarna hoef je dan alleen nog maar de bomen te snoeien om ze laag te houden en nieuwe loten in de grond te stoppen. De vrouwen kunnen dan missies Barrington in huis helpen, de kinderen – Italianen hebben altijd veel kinderen – meehelpen het vee te hoeden en voor de mannen is er dan ook nog meer dan genoeg te doen. Ik kan dan zelfs nog meer bomen laten kappen in mijn bos.’ Nu kwam White met dat stelletje Italianen op de Platrand aanzetten, met de bewering dat Barrington hen niet wilde hebben? Hoe kon hij ontkennen dat het zijn Italianen waren? Het was gewoon waar, punt uit. Het was al laat in de middag toen ik op Poortland aankwam. Het grote, grijze stenen huis van twee verdiepingen torende als een kerk boven alles uit en ik liep naar de achterdeur, want dat was bij Barrington regel: ondergeschikten meldden zich bij de achterdeur. John, de oudste zoon, kwam opendoen. ‘Middag, oom Silas.’ ‘Middag. Ik moet je vader spreken.’ ‘Mister Barrington is bezet; oom moet maar op een andere dag terugkomen.’ ‘Ga tegen je vader zeggen dat ik er ben.’ Barrington zou mij niet tegenspreken. John begon zich als een windbuil te gedragen en liet zijn ene been over de onderdeur zwaaien. ‘Voor zover ik weet, hebben we oom vandaag niet laten komen. Mister Barrington is van plan Hal morgen eropuit te sturen om oom te gaan roepen. Er moet in de groentetuin gewerkt worden.’ 27

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 27

06-06-14 10:42


Verklarende woordenlijst Blauwbok – een inmiddels uitgestorven antilope-soort Bosbok – bosantilope Coaster – klein zeehandelsschip Draai – bocht, afslag Konstabel – scheeps-artilleriemeester Morgen – oude Europese oppervlaktemaat; iets minder dan een hectare

399

_4385Z_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Klein_BK.indd 399

06-06-14 10:43


DALENE MATTHEE

Silas Miggel woont in alle rust met zijn dochter Mirjam in het Zuid-Afrikaanse Knysnabos, totdat op een dag een groep Italiaanse immigranten een tentenkamp opslaat om een zijderupskwekerij te beginnen. Als dit volledig mislukt omdat in de kleigrond de moerbeibomen niet groeien, begint een zware tijd, zowel voor de Italianen als voor Silas, die illegaal in het bos verblijft en zijn dochter tegen deze vreemde mannen wil beschermen. Aanvankelijk staat Silas afwijzend tegenover de Italianen, maar uiteindelijk ziet hij het als zijn plicht om hulp te bieden, zeker als de immigranten op alle mogelijke manieren gedwarsboomd worden door de regering.

ISBN 978 90 8865 323 0

9 789088

MOERBEIBOS

DALENE MATTHEE

653230

NUR 302

www.degrootgoudriaan.nl

MOERBEIBOS TOT.indd 1

MOERBEIBOS

De Zuid-Afrikaanse schrijfster Dalene Matthee (1938-2005) was een gevierd auteur; haar boeken, waaronder Fiela’s kind, werden in veertien talen vertaald. Moerbeibos is het tweede deel in de trilogie over het Knysnabos.

ROMAN

02-07-2014 13:48:14


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Moerbeibos-Dalene Matthee.9789088653230 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu