Skip to main content

Meegaan tot het einde - Marinus van den Berg

Page 1

Tot waar ik je moet laten gaan tot waar ik niet meer kan komen tot waar jij verdwijnt tot waar jij niet meer hoort tot waar jij niet meer ziet tot waar jouw lijden voorbijgaat tot waar men zegt: hij is niet meer onder ons hij is gegaan

jij gaat voor.

Dit boek wil steun bieden in deze uitzonderlijke tijd. In korte en praktische hoofdstukken staat beschreven wat er in de laatste dagen en uren kan gebeuren. Daarin verwerkt de auteur zijn lange ervaring als geestelijk verzorger. Thema’s zijn onder meer: het tempo waarin het einde nadert, fysieke en mentale achteruitgang, waken, en de zorg voor de gestorvene.

Een boek voor naasten, nabestaanden, mantelzorgers, professionals en vrijwilligers.

nur 749 ISBN 978-9025905804

9

789025 905804

Meegaan tot het einde

tot daar wil ik meegaan tot daar wil ik achter je staan

‘Hoe lang gaat het sterven duren?’ Deze vraag wordt heel vaak gesteld als iemands levenseinde nadert. Een beladen, maar normale vraag, die Marinus van den Berg in Meegaan tot het einde van verschillende kanten belicht. Een mens in de laatste levensperiode begeleiden kan zwaar, maar ook zeer waardevol zijn.

Marinus van den Berg

Meegaan

Marinus van den Berg

Meegaan tot het einde Stervende mensen bijstaan

Marinus van den Berg heeft in zijn loopbaan gewerkt in functies op het terrein van gezondheid en welzijn. Tot 2016 was hij geestelijk verzorger in het Rotterdamse hospice Cadenza. Naast schrijver is hij een veelgevraagd spreker. In zijn boeken, lezingen en workshops besteedt hij onder meer aandacht aan de thema’s afscheid, levenseinde en rouw.


Marinus van den Berg

Meegaan tot het einde Stervende mensen bijstaan Over de laatste dagen, nachten en uren


Š 2017, Uitgeverij Ten Have Postbus 13288 3507 LG Utrecht www.uitgeverijtenhave.nl Illustraties Marco Faasen Omslag Marion Rosendahl Foto auteur Rikkert Harink isbn 978 90 259 0580 4 isbn e-book: 978 90 259 0581 1 nur 749 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written permission of the publisher.


Inhoud

Meegaan  9

Inleiding  11 I HOE LANG DUURT HET STERVEN?  15

‘Hoe lang duurt het nog?’ Allereerst: het is een normale vraag  17

Niemand weet hoe lang het duurt  19 Verwacht, toch onverwacht  20

Weg van de snelweg: levenstempo, tijdsbesef, vragen en emoties  21

Wie gaat er sterven?  22

De eigen positie van ieder kind  24

Langdurige ziekte en zorg hebben weerslag op naasten en mantelzorgers  25

Langer dan verwacht  27

Sterven en de toekomst van de naasten  28 Een kostbare tijd  30

Als de tijd van het sterven wel is vastgesteld  32 Schat  34


II HOE GAAT HET STERVEN?  35

Ons beeld van sterven, en de werkelijkheid: verlies  37 Het afscheid ontnomen  39

Niet altijd schoon en rein  40

De plaats van het sterven  42

Sterven in een geleend bed  44

‘Hoe gaat het?’ (Gedachten van een stervende)  46 Hoe verloopt het sterven?  48

Sterven is een chaos  50

Sterven als langzaam proces  52 Toch nog te snel  54

Pijn: lichamelijk en geestelijk  56 Pijn, sedatie en euthanasie  58

Sterven overschrijdt de grenzen tussen generaties  60 Je bent geen nummer  62

Voor het eerst en voor het laatst  64 Spreken of zwijgen  66 Stilte  68

Niet-vertelde verhalen  69

De vraag: wat komt er na de dood?  71

De ogen sluiten: details zijn van belang  73 Ogen sluiten  74

Jonge kinderen in de laatste dagen  75 Afscheid en verbeelding  77 Danken  78

Vreemde beelden?  79 Tijd voor rust  80


III WAKEN  81

Stil zijn  83

Wat is waken? En wat is waken voor u?  84 Niet alleen  85

De zin en de moeite van waken  86

Het markeringsgesprek: verwachtingen en praktische afspraken  88

Moeten we al waken?  89

Te vroeg of te laat gewaarschuwd  90 Wie kunnen er waken?  92 Waakverlof  93

Ook zorg voor degenen die waken  94 Het contact wordt moeilijk  95 Er-zijn  96

De laatste geluiden  97

Uiteindelijk toch alleen gestorven  98 ‘Ik was er niet bij’  99

Waken na het sterven  101 IV DE LAATSTE ZORG  103 Inleiding  105

Wanneer nadenken over keuzes?  106 Schouwen  107

Opbaren  108

De kleding  109

Emoties bij de laatste dingen  110 Het sluiten van de kist  112

Bij het sluiten van de kist  113 Uitgeleide  114


Uitgeleide van...  116

De kamer leegmaken  118

Als iemand niemand heeft  119 Herdenken  120

Bijlage: Tips voor hulpverleners en vrijwilligers  123 Aantekeningen  124


Meegaan

Tot waar ik je moet laten gaan

tot waar ik niet meer kan komen tot waar jij verdwijnt

tot waar jij niet meer hoort tot waar jij niet meer ziet

tot waar jouw lijden voorbijgaat tot waar men zegt:

hij is niet meer onder ons hij is gegaan

tot daar wil ik meegaan

tot daar wil ik achter je staan jij gaat voor.

9


Inleiding

Sterven: op veel manieren en in veel levensfasen Sterven kan komen als een dief in de nacht, als een overval. Bij een plotselinge dood zeggen we soms: ‘Ik heb geen laatste woord meer ge-

kregen,’ of: ‘We hebben geen laatste woord meer kunnen wisselen.’

Dat kan een extra gemis zijn. Maar de meeste mensen krijgen wel kans om afscheid te nemen. Dat klinkt mooi maar kan ook moeilijk zijn.

De laatste tijd kan zich in alle levensfasen aandienen. Het ster-

ven van baby’s, kinderen en jongeren blijft hier verder onbesproken,

maar ik wil het niet ongenoemd laten. Voor ouders blijven het hun kinderen, ook als die bij het sterven volwassen of zelfs al op leeftijd

zijn. De dood kan iemand midden in het leven treffen, als er nog volop nieuwe plannen zijn voor het ouder worden. En er zijn meer hoog-

bejaarden dan ooit. Voor hen kan de dood zich aandienen na een lang leven, dat zij als voltooid ervaren.

Het naderende einde – hoe onverwacht of juist langzaam, in welke

levensfase dan ook – moet onder ogen worden gezien. Vragen in de laatste tijd

Er rijzen in die laatste tijd veel vragen. Hoe lang gaat het duren? Wat gaat er gebeuren: hoe verloopt het sterven? Wat is te dragen, en wat

niet? Ook stellen de naasten zich vragen over waken. En na het sterven zijn er veel dingen te doen – welke keuzes maak je dan?

11


Het is een intense tijd, vergelijkbaar met een avondspits: het ver-

keer komt van alle kanten en zoals bij zeer slecht weer dreigt code

oranje, die soms ook weer wordt ingetrokken. Het verloop van een ziekte kan net zo onbetrouwbaar zijn als het weer. Voor wie is dit boek geschreven? Dit boek schreef ik voor allen die bij mensen zijn in de laatste tijd, de laatste weken en dagen van hun leven. Dat kunnen mensen zijn die

zelf weten dat hun sterven dichtbij is. Zij zoeken soms naar woorden

en ‘kennis’ voor deze periode, die kan aanvoelen als een reis door niemandsland, waar wegwijzers ontbreken. Maar bij het schrijven dacht ik ook aan de naasten, aan familie, en professionals en vrijwilligers, die zoeken naar een andere taal: een belevings- en betekenistaal.

Dit boek schreef ik voor alle mensen die bewust met deze laatste

tijd willen omgaan, en er naar vermogen kostbare tijd van willen

maken. Speciale aandacht besteed ik aan de veel gestelde vraag: ‘Hoe lang duurt het nog?’

Indeling Voor het gemak van de lezer heb ik de hoofdstukjes gerubriceerd in

vier boekdelen: over de duur en het hoe van het sterven, over waken en over de zorg voor de overledene. Tussen die vier boekdelen zit echter geen waterdichte afscheiding. In nawerktijd Dit boek schreef ik in ‘nawerktijd’. Sinds 1 januari 2016 werk ik niet meer in dienstverband voor hospice Cadenza in Rotterdam. Na veertig jaar werken in de zorg nam ik afscheid. Maar natuurlijk blijven deze 12

veertig jaar met mij verweven.


In het begin van 2016 werd ook duidelijk dat mijn boek Voor de laatste

tijd, samen werken aan een goede dood niet nogmaals herdrukt zou worden.

Ik wilde graag nog eens schrijven over de laatste dagen en uren. ‘Waken en bij waken zijn’ is een van de cursussen die ik nog mag verzorgen voor Leerhuizen Palliatieve Zorg.

Al zal de lezer merken dat ik soms in de verleden tijd schrijf, alles

staat me helder voor ogen. Niet alleen sterven vraagt tijd; het vraagt nog veel meer tijd om te kunnen zien of het een kostbare tijd was. Vogeltroost

Illustrator Marco Faasen heeft gekozen voor een bescheiden vogel: een mus. Dat is mooi, want ook de Allerhoogste ontfermt zich over een

mus. Die is een soort Elckerlyc: hij vertegenwoordigt iedereen, iedere

mens. Er schuilt waardigheid in deze mussen. Zo voel ik dat tenminste, en dat is natuurlijk subjectief. Maar dat geldt ook voor waardig

heengaan. Jíj gaat en niet een ander, jíj blijft achter en niet een ander. Ik denk terug aan die februari-dag, het was mijn verjaardag, waarop we om 12.05 uur het spoor overstaken. Het had licht gevroren en er was nog nevel. We liepen achter de uitvaartauto met daarin mijn

vader. De begraafplaats van Wijhe ligt naast het spoor. Toen we op

de begraafplaats liepen floot er een vogel. Mijn moeder naast me zei:

‘Een vogel.’ Stil liepen we verder. Enkele laatste woorden werden ge-

zegd, de kist daalde. Er passeerde geen trein. We liepen terug om elkaar te ontmoeten in de zaal waar mijn familie altijd haar grote fees-

ten houdt. Om 12.29 uur stopte de trein richting Zwolle en om 12.31 uur richting Deventer.

Had die vogel een lied voor mij gezongen? Was het een felicitatie

van mijn vader, een gelukwens ook op deze dag, juist op deze dag?

13


Wat voor een troost kunnen vogels brengen! Ik hoop dat de mussen

van Marco veel mensen zullen troosten, op hun bescheiden wijze. Ze gaven mij vier korte teksten in.


I Hoe lang duurt het sterven?

Jou die ik achterlaat

jij die met mij meeging ik die niet blijven kan ik kijk je nog aan.


‘Hoe lang duurt het nog?’ Allereerst: het is een normale vraag

‘Hoe lang duurt het nog?’ Dit is een van de meest gestelde vragen als het ziekbed sterfbed is geworden. Het is goed om hierbij stil te staan.

Om te beginnen: het is niet vreemd en ook niet onbehoorlijk om

deze vraag te stellen. Als je een dierbare, zeer nabije naaste ziet ster-

ven kom je in een uitzonderlijke situatie, en kun je niet terugvallen op levenservaring. Het is vaak helemaal nieuw, iets wat je voor het

eerst in je leven meemaakt; hoogstens maak je het maar enkele malen mee.

Verder is de vraag hoe lang het nog duurt een persoonlijke vraag.

Ze is geen horlogetijd- of een kalendertijd-vraag. Vaak krijg je als

antwoord: ‘Dat kan niemand zeggen, dat weet ik niet.’ Maar dat antwoord gaat aan de vraag voorbij – iemand die dat antwoordt heeft de vraag niet echt gehoord.

Want wat zit er achter deze vraag? Wat heeft die vraagsteller no-

dig? Wat is zijn of haar nood? ‘Hoe lang duurt het nog?’ is een nood-

vraag. Ze vergt tijd en aandacht. En die tijd is er veelal niet, zo krijg ik vaak te horen.

Van belang zijn ten slotte ook het perspectief en de situatie van de

vraagsteller. Dat wordt duidelijk als je beseft dat de situatie van de

hulpverleners heel anders is dan van de naasten. Dat ervaren hulpverleners als ze zelf in de positie zitten dat er een eigen naaste gaat

sterven. ‘Ik ben nu schoondochter,’ zei een verzorgende, ‘en niet de nachtzuster die ik op mijn werk ben.’

17


Verzorgenden, verplegenden, artsen en ook vrijwilligers willen mensen met hun vragen in deze belangrijke overgangstijd graag tot steun

zijn, maar hoe moet dat? Zij vragen zich af hoe ze op een goede manier kunnen reageren op die almaar terugkerende vraag: Hoe lang duurt het nog?

Over veel medisch-technische onderwerpen, zoals pijnbestrijding

en medicatie, zijn folders beschikbaar. Maar over de duur van het

sterven eigenlijk niet. Wat gebeurt er, wat zijn dit voor dagen, hoe ervaar je ze? Het kan voor de naasten aanvoelen alsof de laatste tijd

lang duurt. Maar het is ook een periode waarin er tijd beschikbaar is. En het kunnen ook ‘mooie’ dagen worden, zoals dochters die waakten bij hun vader me toevertrouwden.

In de hoofdstukjes hierna wil ik de vraag naar de duur van het sterven van allerlei kanten bekijken.

18


Niemand weet hoe lang het duurt

Sterven verloopt vaak langzaam. Niemand heeft een instrument om

de precieze tijd van overlijden te voorspellen. Vaak sterft iemand eerder of veel later dan ook de dokter had vermoed. ‘Leeft hij nog?’ kan die zeggen, of ‘Zo snel had ik het niet verwacht.’

Er is allerlei onderzoek gedaan naar de tijdsduur, ook van de laat-

ste levensdagen, maar vaak valt die alleen bij benadering aan te geven; niet alles blijkt voorspelbaar en controleerbaar. Dat is lastig voor wie moeite heeft met het onvoorspelbare, graag alles onder controle heeft en niet afhankelijk wil zijn van anderen.

‘Ik ben een eenmansbedrijf. Ik herstel tweedehandsfietsen en ik

verkoop ze ook. Ik heb alles in eigen hand. Ik ben zo min mogelijk

afhankelijk,’ vertelde een jonge ondernemer, die ik ontmoette bij het lange sterfbed van zijn moeder. Hij bracht tweedehands racefietsen

op de markt. Het ging goed met zijn zaak. Maar wat in het leven een kracht kan zijn, kan bij ziek-zijn en sterven averechts werken. Om-

gaan met afhankelijkheid en onmacht kan zeer moeilijk zijn en zelfs tot agressie leiden. De fietsenmaker zei me: ‘Ik heb weleens gedacht: dan ga ik zelf ingrijpen als niemand hier iets doet. Ik vind het onmen-

selijk, maar iedereen zegt dat mijn moeder niet lijdt, er weinig van

merkt en er rustig bij ligt.’ Uiteindelijk erkende hij zijn onmacht en zagen we in dat je daaraan kunt lijden. Zo werd het gesprek opener,

tot hij zei: ‘Natuurlijk weet niemand precies wanneer ze sterft als je niet ingrijpt, maar niet ingrijpen kon ik niet verdragen.’

19


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Meegaan tot het einde - Marinus van den Berg by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu