1 ‘Mijn god, mijn oren.’ In de gang voor hun hotelkamer schoot iemand in de lach. ‘Wat is dat voor een verschrikkelijk geluid?’ Didi, met alleen een badhanddoek om zich heen geslagen, wierp een boze blik op de deur en riep verontwaardigd: ‘Dat heet zingen.’ Echt, nu waren ze in Venetië, een van de bijzonderste steden ter wereld, en dan was er nog een of andere grapjas die je uitlachte. ‘Misschien noem jij het zingen,’ merkte haar criticus op, ‘maar anderen vinden het kattengejammer.’ Ze hoorden zijn voetstappen wegsterven toen hij de gammele trap op liep naar de kamer van de jongens op de bovenste verdieping. ‘Shay Mason vindt zichzelf erg grappig,’ zei Didi. ‘Eerlijk gezegd zong je ook een beetje vals,’ merkte Layla op. Layla was altijd eerlijk, op het irritante af. ‘Ik snap niet waarom je hem hebt meegevraagd. Hij zit niet eens bij ons op school.’ Nou ja, ze kon het eigenlijk wel raden. Terwijl Layla zorgvuldig een tweede laag turquoise mascara aanbracht, keek Didi haar vriendin met opgetrokken wenkbrauwen aan in de verweerde antieke spiegel. ‘Je hoeft me niet zo aan te kijken,’ zei Layla. ‘Hij is aardig voor me geweest, meer niet. Ik heb je toch verteld over die keer dat de andere jongens de draak met me staken en dat hij daar toen een eind aan heeft gemaakt? Ik val heus niet op hem.’ ‘Ook niet een heel klein beetje?’ ‘Nee!’ ‘Oké, ik geloof je, maar ik ben wel een van de weinigen.’ Ze
9
wierp haar een ondeugend lachje toe en zette de radio wat harder toen haar favoriete nummer van Elton John begon. ‘Ik wilde het alleen maar even weten.’ Met haar haarborstel als een microfoon voor haar mond zong ze hard en vals: ‘I’m still standing, yeah yeah yeah!’ ‘Hij kan je horen, hoor.’ Layla wees naar het plafond. ‘Dat is ook precies de bedoeling,’ zei Didi. Wat gebeurde er? Didi’s ogen vlogen open; ze was ergens wakker van geworden. Ze draaide haar hoofd en zag op de wekker dat het tien over drie ’s nachts was. ‘Die garnalen niet op mijn voeten leggen,’ mompelde Layla vanuit het andere bed. Oké. Nu wist ze waarvan ze wakker was geworden. ‘Stap nou maar gewoon in de wasmachine,’ ging Layla verder. ‘Je bent helemaal blauw.’ Didi glimlachte bij zichzelf. Het was altijd grappig om naar Layla te luisteren als ze in haar slaap praatte. Maar veel meer kwam er niet; na een geërgerd ‘Niet de hondenkoekjes!’ draaide Layla zich om naar de muur en begon weer zacht te snurken. Didi, die inmiddels klaarwakker was, zag een spookachtig grijs licht en flakkerende bewegingen door de kier in het gordijn. Ze stapte uit bed en liep zachtjes naar het raam. Het was ongelofelijk, maar het sneeuwde, dikke vlokken die als donsveertjes uit een inktzwarte lucht naar beneden dwarrelden. Sneeuw in Venetië, in februari, tijdens hun krokusvakantie, wie had dat nu kunnen denken? Toen ze vier uur geleden naar bed waren gegaan, was het wel ijskoud geweest, maar hier had niemand op gerekend. Ze drukte haar neus tegen het koude raam en keek van links naar rechts, zo veel mogelijk van het uitzicht opslurpend. Hoewel ze niet echt uitzicht had; Calle Ciati was een kronkelend steegje, donker en stil. Morgenvroeg zou ze veel meer kunnen zien vanaf de voorkant van het hotel, dat uitkeek op het kanaal.
10
Venetië. In de sneeuw. Maar wat als die morgen weer was verdwenen? Layla was diep in slaap. Hoewel ze niet meer snurkte, maakten haar lippen een zacht pff-geluidje tijdens het uitademen. Ze was dol op slapen en vond het vreselijk om ook maar een minuutje te vroeg te worden gewekt. Vijf minuten later, dik ingepakt en met haar gele muts in haar hand, sloop Didi de sierlijke trap af naar de verlaten hal en ging naar buiten. O wauw, het was echt prachtig. De sneeuw was al een paar centimeter dik en kraakte onder haar voeten, terwijl ze door de smalle steeg liep. Er waren haar al mensen voor geweest, hun voetafdrukken werden alweer bedolven onder de steeds sneller vallende sneeuw, maar ze zag niemand lopen. Toch voelde ze zich volkomen veilig, hoewel ze in het volgende straatje wel bij de glibberige randen van een smal kanaaltje weg probeerde te blijven. En toen sloeg ze de laatste hoek om en strekte het weidse San Marcoplein zich voor haar uit. Haar hart maakte een sprongetje. Overdag was het al spectaculair, maar nu, spierwit en met de dwarrelende sneeuwvlokken, was het ronduit betoverend. De San Marco zelf, met zijn goudkleurige daken en de versierde torenhoge vlaggenmasten ervoor, leek op een verlichte bruidstaart. Rechts van haar stond een stel elkaar te kussen. Links zag ze iemand een sneeuwpop maken. Een paar andere mensen, ook door de sneeuw naar buiten gelokt, maakten foto’s, en een vrouw in een enkellange jas van wit namaakbont stak met een teckel in haar armen schuin het plein over, langs de Campanile, waarna ze uit beeld verdween. Didi stopte haar handen in de zakken van haar eigen veel minder glamoureuze jas, een parka die tot op haar knieën kwam, maar gelukkig wel warm en waterproof. Ze keek even van een afstandje naar de energieke sneeuwpopmaker en ging toen iets dichterbij staan. Opeens drong tot haar door wie het was. O, fij n. Intuïtief draaide ze zich van hem af, terwijl ze probeerde te bedenken wat ze moest doen. Aan de ene kant was ze boos
11
op Shay Mason omdat hij deze unieke ervaring voor haar verpestte, want tot een paar seconden geleden had ze heerlijk staan genieten van al het moois, en nu zou ze terug moeten naar het… Pets! Vlak naast haar raakte een sneeuwbal de grond; hij rolde langs haar heen en loste toen op tot een poederachtige rook. Ha, dus niet zo goed als hij dacht dat hij was. Triomfantelijk draaide ze zich weer om en zei: ‘Mis!’ Op tien meter afstand van haar zei Shay Mason: ‘Dat was ook de bedoeling.’ ‘Ja, vast.’ ‘Blijf staan,’ beval hij, terwijl hij snel een nieuwe sneeuwbal maakte. Didi deed wat hij zei, zich afvragend of hij tegen haar borstkas zou gooien. Als een snelle cricketwerper gooide hij de bal in haar richting. De eerste was op zo’n dertig centimeter links van haar neergekomen. Deze kwam op zo’n dertig centimeter rechts van haar terecht. Shay maakte een kleine buiging en zei toen grijnzend: ‘Als ik je had willen raken, had ik dat gekund. Maar omdat ik een heer ben, heb ik dat niet gedaan.’ ‘Zo zul je nooit een sneeuwballengevecht winnen.’ Onwillekeurig begon ze ook te lachen. ‘I’m a lover, not a fighter.’ Meteen schudde hij zijn hoofd. ‘O, dat was een stomme opmerking. Maar echt, ik wil alleen maar deze sneeuwpop afmaken. Als je zin hebt, mag je wel helpen.’ ‘O, echt?’ Hij keek haar stralend aan. ‘Je mag er zelfs bij zingen.’ ‘O, shit. Je kon het niet laten, hè?’ ‘Ik maakte maar een grapje, in het hotel.’ Zijn grijns werd nog breder. ‘Je hebt een stem als van een engel.’ ‘De stem van een engel die soms vals zingt. Het geeft niet, ik weet dat ik niet zo goed kan zingen. Maar ik vind het gewoon leuk om te doen.’ Met een schuin hoofd nam hij haar op. ‘Ga je me nog helpen?’
12
‘Ach, waarom ook niet.’ Sneeuwvlokken vielen op zijn haar en wimpers en bleven op de schouders van zijn donkerblauwe donsjack liggen. ‘Zo te zien kun je wel wat hulp van een expert gebruiken.’ Ze deden er een dik halfuur over, maar eindelijk was hun sneeuwpop af. Hij zag er schitterend uit: anderhalve meter hoog, met muntjes van vijf cent als ogen, een verloren gestreepte sjaal om zijn nek en een vrolijke lach van flessendoppen. Didi’s gele muts maakte het plaatje compleet. Een groepje Spaanse toeristen klapte voor hen en bood hun een slokje aan uit hun fles prosecco. Shay zag dat een van de mannen nog een fles ongeopende prosecco in zijn zak had en vroeg in gebroken Spaans of hij die van hem kon kopen. Hij gaf hem er een briefje van twintig euro voor. Toen de Spanjaarden waren doorgelopen, pakten ze twee stoelen van het terras van een café achter hen en zetten ze bij hun kunstwerk. Terwijl de sneeuwvlokken bleven dwarrelen, haalde Shay de kurk van de fles en gaf hem aan Didi, die hun sneeuwpop daarmee van een neus voorzag. Daarna zaten ze naast elkaar te genieten van de mooie omgeving. ‘Daar zitten we dan.’ Shay hield zijn in elkaar gevlochten vingers voor zijn borst. ‘Ik weet hoe je heet en ik weet waar je woont, maar dat is dan ook zo’n beetje alles. Vertel me eens wat leuks over jezelf. Iets fascinerends.’ Didi dacht even na. Ze woonden allebei in Elliscombe en zaten in hun eindexamenjaar, maar ze bewogen zich in heel andere kringen en hadden bijna nooit met elkaar te maken gehad. Layla en zij zaten op Stonebank Hall, een paar kilometer ten noorden van de stad, en hadden ouders die zich die school konden veroorloven, met daarbij ook nog dingen als buitenlandse vakanties. Shay Mason daarentegen zat op de openbare school aan de andere kant van de stad; zijn moeder was zes jaar geleden gestorven en zijn vader zat op het ogenblik in de gevangenis. Alweer.
13
Die feiten alleen al zouden mensen een verkeerd idee van Shay kunnen geven, maar Shay leek er niet mee te zitten, hij maakte altijd een zelfverzekerde indruk. Terwijl Didi dit dacht, besefte ze ineens dat zij blijkbaar meer over hem wist dan hij over haar, waarschijnlijk omdat zijn achtergrond interessanter was, en er veel over hem werd geroddeld. In de loop der jaren had Shay jeugdzorg ervan weten te overtuigen dat hij in de periodes dat zijn vader het er, op kosten van Hare Majesteit, van nam in de gevangenis, bij diverse vrienden kon logeren en later ook thuis voor zichzelf kon zorgen; daarbij deed hij goed zijn best op school en had hij ondertussen ook nog twee of drie bijbaantjes, ’s avonds en in het weekend. Zijn kleren waren altijd schoon, net als hijzelf. Behalve dat hij overliep van zelfvertrouwen, was hij ook nog eens charmant en kon hij het met iedereen vinden. Hij was lang en mager, met het lichaam van een atleet. En natuurlijk kon het ook geen kwaad dat hij er onweerstaanbaar uitzag, iets wat hem heel wat bewonderaarsters opleverde. Charisma, die ongrijpbare eigenschap. Mensen hadden het of niet. Met iemand anders met zo’n chaotische en weinig veelbelovende jeugd zou je al snel medelijden krijgen, maar niet met Shay Mason. Hoe dan ook, hij had haar iets gevraagd. ‘Ik kan een potlood oprapen met mijn blote tenen,’ zei Didi. ‘Handig.’ ‘Echt wel.’ ‘En kun je er dan ook mee schrijven?’ ‘Natuurlijk, maar niet nu. Jouw beurt. Wat is er fascinerend aan jou?’ Hij aarzelde geen moment. ‘Ik kan een hele croissant in één keer in mijn mond stoppen.’ Ze knikte, diep onder de indruk. ‘Ook handig.’ ‘Mag ik je nog iets vragen? Waarom heeft Layla me uitgenodigd om mee te gaan naar Venetië?’
14
Dit uitstapje was typisch iets van Layla’s vader geweest. Hij had haar gevraagd wat ze met haar achttiende verjaardag wilde doen, en Layla had gezegd dat ze altijd nog een keertje naar Venetië wilde, in de veronderstelling dat het om een gezinsuitje ging. Maar haar vader had gezegd dat ze negen vrienden en vriendinnen mocht uitnodigen om samen met hen haar verjaardag in stijl te vieren, zodat ze die nooit meer zou vergeten. Om te voorkomen dat de boel uit de hand zou lopen en om alles te betalen, waren haar ouders ook mee. ‘Ze zei dat je een keer voor haar was opgekomen,’ vertelde Didi. ‘Toen een stelletje jongens de draak met haar stak, ’s avonds in de stad. Jij hebt die jongens toen aangepakt en bent met haar mee naar huis gelopen.’ Ze zweeg even, omdat Shay haar aandachtig opnam. ‘Waarom kijk je zo? Is het niet zo gegaan?’ ‘Jawel. En het was heel aardig van Layla om me uit te nodigen, maar het kwam nogal… onverwacht.’ Met zijn kleine lachje gaf hij haar te kennen wat hij bedoelde. Van het groepje van tien hier in Venetië zaten er negen op de twee plaatselijke privéscholen, en die negen waren al heel lang bevriend met elkaar. Shay was de enige van een openbare school en sowieso de enige met een vader in de gevangenis. ‘Ze wilde graag dat je meeging.’ Didi veegde een sneeuwvlokje weg dat als een veertje op haar neus was geland. ‘Ze vindt je leuk.’ ‘In welke zin?’ Aan zijn grijsblauwe ogen was niets af te lezen. ‘Daarom vraag ik het juist aan jou. Beschouwt ze me als een vriend omdat ik zo fantastisch ben – wat natuurlijk ook zo is – of valt ze op me?’ ‘En dat vraag je omdat je graag wilt dat ze op je valt?’ ‘Nee, dat wil ik helemaal niet. Ze is hartstikke leuk, maar… nee.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Maar ik wil haar ook niet kwetsen.’ Ze zwegen toen een oudere man bij hen kwam staan om hun sneeuwpop te bewonderen. Hij knikte hen glimlachend toe en liep toen verder over het plein.
15
‘Ik heb het haar vanavond voor het eten gevraagd,’ zei Didi. ‘En ze zei dat ze je gewoon aardig vindt, als vriend. Verder niet.’ ‘Oké. Nou, dat is goed om te weten.’ Zichtbaar opgelucht veegde hij zijn vochtige blonde haar van zijn voorhoofd. ‘Gewoon uit nieuwsgierigheid, kan ze nog een andere reden hebben gehad om me uit te nodigen?’ Didi dacht aan die keer dat Layla in de keuken bij haar thuis de lijst van genodigden had opgesteld. Toen Shays naam was gevallen, had Layla’s moeder Rosa gevraagd: ‘Denk je dat hij wel met je andere vrienden overweg kan?’ Layla had geantwoord: ‘Natuurlijk wel. Shay kan met iedereen overweg. En ik durf te wedden dat hij nog nooit op vakantie is geweest.’ Vroeg hij het haar soms daarom? Ze ging hem echt niet vertellen dat hij uit een soort liefdadigheid aan de lijst was toegevoegd. Hardop zei ze: ‘Nee, dat was de enige reden. Ze is gewoon blij dat je haar toen hebt gered van dat stel idioten. En ik vind het trouwens ongelofelijk dat je geen handschoenen aanhebt.’ Ze wees naar zijn handen. ‘Zijn die niet ijskoud?’ Als antwoord legde hij zijn vingers even op haar wang. Ze waren verschrikkelijk warm. ‘Ik heb een zeer goede bloedsomloop. Beter dan wie dan ook. Nog zo’n talent van me.’ Didi pakte de fles prosecco, die ze in een hoopje sneeuw hadden vastgezet. Ze nam nog een prikkelend slokje, gaf de fles door en keek naar hem terwijl hij ook een slok nam. Toen hij de fles op zijn knie plaatste, zei ze: ‘Niet te geloven dat we hier zitten, voor de San Marco, om vier uur ’s ochtends.’ Haar armgebaar omvatte het witte marmer en de Byzantijnse architectuur met de gouden versieringen, alles wazig door de nog steeds vallende sneeuw. Hij knikte. ‘Toen ik wakker werd en uit het raam keek, moest ik gewoon naar buiten.’ ‘Om een sneeuwpop te maken.’ ‘Ja, dat zijn van die dingen die nu eenmaal moeten gebeuren.’
16
Didi merkte dat ze meer over hem te weten wilde komen. ‘Welke examenvakken heb jij?’ ‘Wiskunde, natuur- en scheikunde en Engels. En jij?’ ‘Engels, geschiedenis en kunst.’ Ze zweeg even. ‘Je zult je moeder wel missen.’ Hij nam nog een slok prosecco en gaf de fles toen weer aan haar. ‘Natuurlijk mis ik haar. Maar het is inmiddels zes jaar geleden. Op de een of andere manier raak je eraan gewend.’ Het was alsof er, op dat moment, een band tussen hen werd gesmeed; Didi had het gevoel dat ze hem alles kon vragen. ‘Hoe is het als je vader in de gevangenis zit? Sorry, zeg het maar als je vindt dat ik te ver ga.’ ‘Maakt niet uit. Je bent de eerste niet die het vraagt. Mensen willen dat soort dingen nu eenmaal graag weten.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Ook hiervoor geldt dat ik eigenlijk niet beter weet. Het is zoiets als ik jou zou vragen hoe het is om twee keurige ouders te hebben die samen een luxueus hotel runnen. Zo ziet je leven er nu eenmaal uit, je vraagt je niet af hoe het is, omdat je niet anders kent.’ Hij had gelijk, zij had een geprivilegieerd leventje en nam het zoals het was. Ze zei: ‘Het moet vreselijk voor je zijn als hij… als hij weggaat.’ ‘Ja, maar wat ik zei, ik ben niet anders gewend. En dan ben ik weer blij als hij vrijkomt. Het is altijd te gek als hij weer thuis is.’ Hij haalde nonchalant zijn schouders op. ‘Ik weet dat hij een lastpak is, maar hij is mijn vader en ik hou van hem. Hij is mijn enige familie.’ Didi kon nog steeds nauwelijks geloven dat ze dit gesprek voerde met iemand die ze nauwelijks kende. Ze merkte dat ze voor het eerst echt naar hem keek, naar zijn ontspannen lichaam, zijn vochtige blonde haar en scherp getekende jukbeenderen. ‘De meeste mensen in jouw situatie zouden het lang niet zo goed doen als jij.’
17
‘Dat weet ik.’ ‘En nog zo bescheiden ook.’ Hij glimlachte. ‘Als iedereen in de stad denkt dat je ook wel zult ontsporen en net zoals je vader worden, dan krijg je gewoon zin om daartegenin te gaan, om ze te laten zien dat ze het bij het verkeerde eind hebben. Maar ik heb ook nog een vraag voor jou. Waar staat Didi voor? Is dat een afkorting? Of een bijnaam?’ ‘Ik heet eigenlijk Danielle, maar toen ik klein was, kon ik dat niet uitspreken. Toen mijn vader en moeder het me probeerden te leren, kwam het eruit als Didi. Het begon als een grapje in de familie, maar op de een of andere manier is die naam toen blijven hangen. En nu noemt iedereen me Didi.’ ‘Schattig.’ ‘Ik kon er niks aan doen. Zelf geef ik de schuld aan mijn tanden.’ ‘Natuurlijk was het hun schuld.’ Hij wierp haar een grijns toe en begon plagend te zingen: ‘Guilty teeth have got no rhythm.’ ‘Ontzettend grappig.’ Maar ze glimlachte er wel bij. ‘Krijg je het soms koud?’ Didi zat te rillen. ‘Een heel klein beetje.’ ‘Maar we kunnen niet terug voordat we wat foto’s hebben gemaakt.’ Hij pakte een wegwerpcamera uit de zak van zijn donkerblauwe donsjack. Didi maakte een foto van hem voor de San Marco met zijn arm om de schouders van hun prachtige sneeuwpop. Daarna maakte hij net zo’n foto van haar, gevolgd door nog eentje waarop ze haar armen gespreid hield en sneeuwvlokken probeerde te vangen met haar mond. Vervolgens hielden ze een passerende Venetiaan staande om een foto van hen samen te laten maken, elk aan een kant van de sneeuwpop, die de fles prosecco tegen zijn borst hield. ‘Grazie mille, signore,’ riep Shay de man na, die wegliep in de richting van de Campanile. Didi was behoorlijk onder de indruk van het gemak waar-
18
mee hij zijn talen sprak, vooral gezien het feit dat dit zijn eerste buitenlandse reis was. ‘Ik heb geen gevoel meer in mijn tenen,’ zei ze, terwijl ze de stoelen weer op het caféterras zetten. ‘Bijna vergeten.’ Hij pakte de gele muts van de sneeuwpop en schudde er even mee. Didi zette hem op. ‘Zo krijg ik het alleen maar nog kouder.’ Ze begon te klappertanden. Hij trok de muts van haar hoofd en keek grijnzend toe terwijl ze de smeltende sneeuw uit haar haar klopte. ‘Ik vond dit echt heel leuk. Ik ben blij dat we dit hebben gedaan.’ Hij stond vlak voor haar, ze voelde zijn warme adem op haar gezicht. De vingers van zijn linkerhand gleden licht over haar wang toen hij een natte lok haar opzijschoof. De adem stokte Didi in haar keel. Zijn mond bevond zich op een paar centimeter van de hare, en het was ineens alsof hij haar elk moment kon kussen. Nee, om preciezer te zijn, ze had ineens het gevoel alsof ze niets liever wilde dan dat. Maar het gebeurde niet. ‘Kom, laten we teruggaan,’ zei hij. Ze knikte, want wat kon ze anders? Haar armen om zijn nek slaan en jammeren: ‘Maar ik dacht dat je me ging kussen! Ik stond erop te wachten!’ Nee, dat zou echt niet cool zijn. Onderweg naar het hotel vroeg hij: ‘Gaan we dit aan de anderen vertellen?’ ‘Dat liep ik me ook net af te vragen.’ Als ze het vertelden, zou iedereen vast denken dat ze expres samen het hotel uit waren geslopen. En dan zouden ze er de rest van het uitstapje mee gepest worden en misschien nog wel veel langer. ‘Misschien beter van niet.’ ‘Dat denk ik ook. En als we morgen op het plein komen, zeggen we niks als ze de sneeuwpop zien. Het is ons geheim.’ Bij het hotel aangekomen bleef hij in de smalle steeg staan, en
19
Didi’s onnozele hart maakte weer een sprongetje, omdat hét nu misschien zou gebeuren. Maar nee, dubbele teleurstelling; Shay haalde alleen maar zijn sleutelkaart uit zijn broekzak om er de voordeur van het kleine hotel mee te openen. En nadat ze de sneeuw van hun jassen hadden geklopt en van hun sneakers gestampt, liepen ze zachtjes de trap op. Op de tweede verdieping flu isterde hij: ‘Tot morgen. Ons geheim.’ ‘Ja, tot morgen.’ Verbaasd vroeg Didi zich af waarom het niet was gebeurd. Wat was er in vredesnaam mis met hem? Shay Mason zou zich gevleid moeten voelen dat ze had gewild dat hij haar kuste; waarom had hij die kans niet met beide handen aangegrepen? Drie uur later werd ze wakker van een jubelkreet, gevolgd door een harde bons toen Layla op haar bed sprong. ‘O mijn god, wakker worden!’ ‘Waarom? Au,’ zei Didi toen Layla op haar voeten trapte. ‘Je gelooft je ogen niet,’ gilde Layla. ‘Het heeft gesneeuwd!’
20