Skip to main content

Licht over de stad - Margreet Maljers.9789401906500

Page 1

H

et is 1943. Elja van Lier en haar flamboyante tantes runnen samen een textielzaak. Ze herbergen er af en toe onderduikers, en ook Elja’s verloofde Evert zit diep in het verzet. Dan komt Elja erachter dat een Duitse officier geregeld aan de overkant van de straat naar de winkel staat te kijken. Wat ze echter niet weet, is dat deze Krüger er niet op uit is hen te verraden. Hij wil Elja’s hart veroveren. Als hem dat niet lukt, wordt hij steeds agressiever in zijn aanpak. Margreet Maljers brengt met Licht over de stad een spannend en romantisch vervolg op haar roman De gids. De auteur publiceert ook feelgoodromans onder de naam Crispijn, samen met haar zus Reina.

ISBN 978 94 0190 650 0 NUR 344

9 789401 906500

Roman Margreet Maljers Licht over de stad

Een Duitse officier houdt zijn oog op Elja’s stoffenwinkel… of heeft hij een oogje op Elja zelf?

Margreet Maljers

Licht over de stad

w w w. r o m a n s e r i e . n l

cover_MMaljers_Licht over de stad_compleet.indd 1

27-04-16 12:10


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 3

Margreet Maljers

Licht over de stad

Uitgeverij Zomer & Keuning


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 4

Van Margreet Maljers verschenen eerder bij Uitgeverij Zomer & Keuning onder andere: De gids Midzomer Het zit in de familie Huis van melk en honing Katrina

ISBN 9789401906500 ISBN e-book 9789401906517 NUR 344 Š 2016 Uitgeverij Zomer & Keuning Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Liesbeth Thomas, t4design www.romanserie.nl Alle rechten voorbehouden


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 5

1 Elja’s schoenen gleden weg op de keien van de Langestraat, ze hield zich met moeite staande op het glibberige, donkere wegdek. Het vale morgenlicht brak door boven de daken, en de gevels van de monumentale huizen staken nog zwart af tegen de grijze lucht. Ze verlangde naar het voorjaar. Nog minder dan een maand en dan was het lente. Het leek er nog niet op met deze kou. De textielbonnen die deze week geldig waren, zouden de vrouwen uit Alkmaar en omgeving heus niet laten lopen. Het zou dus druk worden in de winkel. Iedere bon zou ingewisseld worden. Deze donkere, kille februarimorgen in 1943 verwachtte ze nog een zending stoffen voor de winkel die ze met de hulp van een tante beheerde. Veel kwaliteit zou er niet bij zitten, dat verdween voor een groot deel naar Duitsland, maar iets was beter dan niets. Als er nu maar eens gewoon warme flanel tussen zat. Het was zo koud! En dan had zij nog goede kleren. Ze beklaagde de moeders die verantwoordelijk waren voor de kleren van hun kinderen. Er klonken voetstappen op de straat achter haar. IJzer dat klikte op de keien. Het geluid kwam dichterbij. ‘Fräulein Van Lier…’ klonk het naast haar. Ze keek onwillig opzij en zag een uniform. ‘Kapitein Krüger,’ groette ze koel. Wat deed die man zo vroeg op straat? De winkels waren nog niet open. O, wacht. Naar het stadhuis zeker. Dan was ze hem ook vlug weer kwijt. De Duitser regelde zijn stappen naar de hare en liep naast haar verder. Zijn lichtgrijze ogen gleden over haar rechte, fiere figuurtje. ‘Wie geht es… eh… hoe gaat het met uw Freund?’ Hij had niet eens een onprettige stem. Best een aardige man, tenminste, als je niet wist hoe hij echt was. Ze kon niet eens meer doen of ze hem niet verstond. Lastig was dat. Kapitein Krüger was sinds het begin van de oorlog, met onderbreking van ruim een halfjaar, gelegerd in Alkmaar en sprak inmiddels redelijk goed Nederlands. Hij had Elja ontmoet in het fotoatelier dat haar tantes dreven in het pand naast haar stoffenzaak, en hij had haar diverse malen uitgenodigd voor een wandeling, een feestje, of een uitje naar de bioscoop. De lief5


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 6

de kwam van één kant, want Elja had een hekel aan hem. Niet alleen omdat hij een Duitser was, al was dat feit al reden genoeg om niet in te gaan op zijn invitaties, maar zijn grijze ogen, die heel kil konden worden als iets niet naar zijn zin verliep, bezorgden haar weerzin. Volgens haar tantes waren er ook goede Duitsers, maar als dat al zo was, zaten ze in een concentratiekamp. ‘Met mijn verloofde gaat het goed. Dank u wel,’ zei ze ijzig. ‘Hij is een gelukkig man,’ zei de man naast haar. Ze dwong zichzelf om niet opzij te kijken. Ze wist dat hij dat wilde. ‘Ach, werkelijk? Ik zal het hem zeggen,’ antwoordde ze. Ze hield haar stem bewust verveeld. De glimlach verdween een moment, maar keerde toen weer terug. ‘Doet u dat. U zult hem missen als hij vertrekt om mee te werken aan een Groot-Duitsland.’ ‘Hij heeft een ausweis,’ zei ze kort. ‘De regels veranderen,’ antwoordde hij. Ze haalde haar schouders op. ‘Niet voor zijn werk.’ ‘Voor echte agrariërs wel, maar uw vriend valt daar vast niet onder.’ Ze hoorde het genoegen in zijn toon en verwenste hem hartgrondig. Niet dat Evert naar Duitsland zou gaan, van zijn leven niet. Maar het zou hem de dekmantel afnemen die hij nu had. Hij kon zich vrij bewegen en trok van de ene kant van het land naar de andere. Hij bofte dat hij de baan van landbouwcontroleur had gekregen. Hij was nu in Noord-Limburg voor een paar weken. Ze waren inmiddels bij de hoge stenen trappen van het stadhuis aangekomen. ‘U moet hier zijn. Een goede dag,’ zei ze. ‘Laat me u toch even naar uw winkel begeleiden. Es ist… Het is glad op straat,’ zei hij en hij hield haar zijn arm voor. ‘Dat is niet nodig. Ik red me uitstekend.’ Ze keek naar de wit uitgeslagen keien. Die man moest wel een olifantshuid hebben om niet te begrijpen dat ze liever languit op straat neerplofte dan dat ze zijn arm accepteerde. Nauwlettend zette ze haar voeten op het ongelijke straatdek. Zo ellendig glad als dat was. Maar gearmd met een Duitser over straat gaan? Ze viel honderd keer liever. Tante Aline zou vast gebruikmaken van de situatie en meteen vragen of hij het druk had en waarmee, en ze zou hem nog beklagen ook. 6


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 7

Die houding had al diverse malen onderduikers bewaard voor een arrestatie. Maar zij was tante Aline niet. Ze kon het niet opbrengen, al zou ze misschien nog meer succes hebben dan tante Aline, want vanaf het begin was Krüger in haar geïnteresseerd geweest, zoals tante Flora, haar andere tante, het netjes uitdrukte. ‘Gut… Een goede dag dan,’ zei kapitein Krüger en hij bracht zijn hand naar de pet die op zijn hoofd stond. Elja knikte stug en liep door zonder zijn groet verder te beantwoorden. Hij keek haar een moment na en liep toen de stenen stadhuistrap op. Boven zijn hoofd waaide de vlag met het hakenkruis. Bezet Alkmaar. Bezet Nederland… Bij de fotozaak van haar tantes stopte Elja een moment. Tante Flora en tante Aline van Henegouwen waren beiden in de winkel. Het licht was al aan en Elja zag dat tante Flora nauwgezet een stofdoek haalde over de foto’s die aan de muur hingen. Ze stak haar hand op en tante Flora zwaaide terug. Daarna opende Elja de deur van de stoffenzaak. In het langgerekte winkelpand hing de geur van frisse katoen en wollen stoffen. In de grote kachel in de hoek van de winkel lag nog de as van gisteren achter de kachelruitjes. De geur van verbrand hout en turf mengde zich flauwtjes met de lucht die de stoffen afgaven. Ze snoof de mengeling met een gevoel van welbehagen op en keek op haar horloge. Het was kwart voor negen. Zou ze vast wat turf op de kachel gooien? Toch maar niet. Met de drukte die ze verwachtte zou de winkeldeur onophoudelijk opengaan en dan vloog alle warmte naar buiten. Ze had een dik vest aangetrokken over haar trui. Met een blik in de lange spiegel die aan de wand hing – wel erg stevig was ze zo – besloot ze dat het zo maar moest. Beter dik lijken dan het koud hebben. Als de bestelwagen maar niet al te lang wegbleef. Dan had ze tenminste iets meer om te verkopen. Tegen negenen stopte de wagen uit Twente voor de deur en kreeg ze het zo druk met sjouwen en opruimen dat ze het eerder warm dan koud had. Ze keek intussen ongeduldig uit naar de komst van haar assistente, Helmy Pronk. Waar bleef ze nu? De eerste klanten meldden zich al.

7


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 8

Helmy arriveerde tegen tien uur. Elja had net een paar klanten weggewerkt en verwijderde het pakpapier van een paar rollen. ‘Sorry El. Op het laatst had mijn moeder nog iets wat echt noodzakelijk gedaan moest worden.’ Ze gooide haar jas op de kapstok en liep naar de stoffen toe. ‘O Elja, dit is leuk, zeg! Precies iets voor mij. Ik ga ervan uit…’ Haar bruine ogen tintelden toen ze een rol groene gabardine omhooghield. ‘Helemaal mijn kleur, hè? Voor een jasje is dit precies goed.’ Elja keek naar haar. Die groene kleur paste inderdaad goed bij Helmy’s tint en haar bruine, krullende haar. ‘Gaat vast lukken. Maar help nu eerst mee met opruimen. Straks krijgen we de hele horde vrouwen over ons heen,’ zei ze. ‘Mooi.’ Helmy wist ook van aanpakken en ze werkten eensgezind de stoffen weg. Elja zag dat Helmy de rol gabardine wat achteraf wegmoffelde en glimlachte even. Zo slim als ze dat deed. Zo reserveerde ze vroeger ook een gunstige zitplaats in de klas voor zichzelf: uit het zicht van de leraar. Het had z’n voors en z’n tegens om een oude schoolvriendin aan te nemen als je assistente. Je wist in ieder geval wel wat je aan haar had. ‘Denk erom dat je de bonnenrommel goed bijhoudt, Helmy,’ verzocht ze toen. Helmy bracht een hand naar haar slaap en stampte op de grond. ‘Goed, mevrouw!’ Het werd inderdaad net zo druk als Elja had verwacht, en ze vroeg ten slotte aan tante Flora of die bij kon springen. Tante Flora was precies, kon goed organiseren en had iets rustgevends. ‘Ik heb alleen maar bonnen voor stof voor een overjas voor mijn man,’ zei een vrouw met een mager gegroefd gelaat. ‘Hoe ik de rest in de kleren moet krijgen is me een raadsel. De jongens hebben geen fatsoenlijke pyjama aan hun gat en al hun truien zijn te krap. Ze lijken wel allemaal tegelijk de hoogte in te schieten. Vroeger vielen de kleintjes in de kleren van de oudsten, maar nu groeien die ukkies erg hard. En ze krijgen echt niet te veel te eten, alleen maar bonen en nog eens bonen. Die lijken wel kunstmest voor die koters.’ Tante Flora kende haar wel. Ze was amper vierendertig jaar en zag 8


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 9

er te zorgelijk en te oud uit voor haar leeftijd. Jong getrouwd, vlug kinderen gekregen. Haar man werkte hard, maar hij verdiende niet veel als timmerman. Ze kon zich best voorstellen dat die mannen bij de bunkerbouwers gingen werken. Wie zou het hun kwalijk nemen? Dat waren de enige bouwbedrijven die volop draaiden. Werkloos worden was ook geen optie, want dan kon je zo naar Duitsland vertrekken om daar tewerkgesteld te worden, en een mens had geld nodig om rond te komen. Tante Flora klakte meelevend met haar tong. Ze nam de vrouw bij een arm en schoof haar behoedzaam wat naar achteren in de lange pijpenla die de winkel was. ‘Waar zit je het meest mee, Janny?’ De donkere ogen van de vrouw waren groot in het magere gezicht. ‘Flanel en wol, zodat ze het niet te koud krijgen. De antraciet is niet te betalen, de prijs van gewone steenkool gaat ook al omhoog en turf vliegt erdoorheen. Soms zie ik de kleintjes bibberen.’ In de stem van Janny klonk wanhoop door. ‘Kom vanavond nog even langs. Op dit moment kan ik niet zo veel voor je doen,’ zei tante Flora zacht. ‘Dan krijgen we scheve ogen met de anderen hier. Kom na zessen. Is je man dan al thuis om een oogje op de jongens te houden?’ Janny knikte. Haar gezicht werd iets minder zorgelijk. Ze keek naar het vriendelijke gezicht van tante Flora. ‘Halfzeven? Ik heb nog wel wat wol van voor de bonnennarigheid liggen.’ Bemoedigend duwde tante Flora tegen de arm van de jonge vrouw. ‘Koop dan nu maar stof voor een jas,’ adviseerde ze haar toen. ‘Het is er nu en de winter is nog niet op z’n eind.’ De vrouw knikte dankbaar en liep terug naar het voorste gedeelte van de textielwinkel. Tante Flora pakte haar lijsten bij elkaar en borg de bonnen zorgvuldig op. Wat een geweldige mazzel dat de Joodse familie Mendels, van wie ze de zaak overgenomen hadden, zo veel voorraad besteld had vlak voor de oorlog en voor ze vertrokken naar Amerika. Daar hadden al veel mensen profijt van gehad. En wat had Esther Mendels een vooruitziende blik gehad. Niet alleen met het oog op de stoffen die ze ingeslagen had, maar ook om haar gezin in veiligheid te brengen. Wat 9


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 10

waren ze hier in Holland naïef geweest om te denken dat Nederland neutraal zou kunnen blijven en dat het oorlogsgeweld op afstand zou blijven. Tante Flora zuchtte. Het werd hoe langer hoe zwaarder voor de Joodse landgenoten. De berichten waren zo onheilspellend. Dat ze zomaar vermoord zouden worden, zoals Evert, de verloofde van Elja, zei… Dat kon ze haast niet geloven. Aan de andere kant: er werd hoe langer hoe fanatieker op Joden gejaagd, en ze kon zich niet voorstellen dat bejaarden en kinderen veel werk konden verzetten voor de Duitsers. Ze keek naar haar nichtje dat voor in de langwerpige winkel stof stond af te meten. Elja was flink. Ze zeurde niet over het feit dat Evert zo vaak niet te bereiken was en hield de angst die ze uitstond over haar verloofde, voor zich. Nog wijs van haar, want je schoot er niets mee op. Alleen mocht ze best wat minder stoer zijn als ze onder familie was. Elja was onwetend van de gedachten van haar tante. Ze borg de bonnen die ze al had gekregen weg en liep naar een paar vrouwen die de wol betastten die meegekomen was met de zending. Er moest toch iets op te vinden zijn om aan wol te komen. Schapen waren er nog genoeg in de kop van Noord-Holland. Wol spinnen van die vachten… die wol kriebelde wel vaak, maar het was in ieder geval warm. Eens kijken of er geen vrouwen te vinden waren die wilden leren spinnen. Dan kon ze aan Evert vragen of hij niet een paar spinnenwielen op de kop kon tikken. Evert. Ze zuchtte even. Soms was ze zo ongerust over hem. De laatste keer dat hij een piloot naar Brussel had gebracht, had het weinig gescheeld of hij was gesnapt. Het was een geluk dat hij de landkaart van Nederland bijna in zijn hoofd had opgeslagen. In Noord-Holland kende hij ieder klein weggetje en hij wist hoe hij ongezien weg moest komen. Dat zou in het zuiden niet anders zijn. Niet aan denken. Ze schudde haar hoofd en was weer terug in de realiteit. ‘Wat zei u?’ ‘Deze knotten.’ De vrouw bij de toonbank glimlachte terwijl ze naar de knotten voor zich wees. ‘Je zit vast met je gedachten bij een vriendje.’ 10


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 11

‘Klopt,’ zei Elja en ze lachte terug. Er waren zo veel aardige mensen. Niet allemaal, ach heden nee, maar zo’n vriendelijk gezicht als de vrouw voor haar had, deed je de krengerige vrouwen vergeten. Opgelucht deed Elja om vijf uur de deur dicht achter de laatste klant. Sinds er geen straatverlichting meer was, sloten ze op dat tijdstip in de wintermaanden. De duisternis die heerste op de straten had al voor veel ongelukken gezorgd. Er waren ook dit jaar behoorlijk wat mensen in de grachten van Alkmaar beland en verdronken. Het had geen enkele zin om langer open te blijven. Niet dat de mensen dan niet zouden komen. Door gebrek aan warme kleding kwamen ze desnoods na de spertijd, maar je vroeg om ongelukken als je in het donker op straat was. ‘Er komt vanavond nog iemand langs,’ zei tante Flora. ‘Janny Mulder. Die ziet het niet meer zitten met al die kinderen en een man die weinig verdient. Haar kinderen hebben het koud in dit weer.’ ‘Zeker weer zonder bonnen?’ veronderstelde Helmy. Ze schudde haar hoofd en voegde er in zichzelf aan toe: en voor een koopje, of voor niets, natuurlijk. Tante Flora was veel te zacht en Elja ook. Daar maakten mensen misbruik van. Misbruik? Nou ja… vaak ook gewoon gebruik. Ze moest tenslotte ook nog wat lappen en wol voor zichzelf en voor haar zus op de kop tikken. ‘Kijk eens, wat een beeldige wol dit is. Nog heerlijk zacht. Echt iets voor kleine kinderen.’ Ze hield een paar bollen zachtroze, blauwe en witte wol omhoog die ze in het magazijn had ontdekt. Dat ze die nu niet meteen had gezien… ‘Die zijn voor Susanna,’ verklaarde tante Flora. ‘Die baby moet over een paar maanden komen en ik denk niet dat ze al veel kleertjes heeft. We moeten trouwens nog iets doen voor de babyuitzet.’ Met tegenzin legde Helmy de wol terug. ‘Misschien kan ze iets van mijn zus krijgen?’ bood ze aan. Lia had vast nog wel wat liggen en die babykleertjes pasten maar zo kort, een paar maanden en dan waren ze er weer uit gegroeid. Als ze deze wol meekreeg, kon ze er voor haar kleine nichtje wat van maken. Met twee jaar was dat idioot harde groeien er wel uit en het zou leuk zijn om iets voor dat kind te breien. ‘Lia heeft nog wel wat liggen voor Susanna.’ Ze dacht even na, zag het gezicht van Lia voor zich en had meteen spijt van haar aanbod. Stom dat ze het niet eerder gezien had! Dat 11


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 12

witte, vermoeide gezicht van haar zusje… Lia zou waarschijnlijk niets wegdoen van haar babyuitzet. Ze had alles vast zelf weer nodig. Maar het was niet nodig om te zeggen dat ze voorbarig was geweest. Tante Flora wees het aanbod al van de hand. ‘Nee, ik wil dat Susanna’s baby ook wat nieuws krijgt. Niet alleen afdankertjes!’ zei ze resoluut. ‘Ze heeft al lakentjes gekregen en flanellen hemdjes die mijn zuster nog had liggen.’ ‘Dan mag Susanna…’ zei Helmy. Tante Flora wierp haar een blik toe en Helmy hield de rest van haar zin binnen. Ach, stom van haar om te denken dat Susanna niet mocht klagen. Integendeel, ze had er alle reden voor. Susanna was een jonge, Joodse vrouw die ondergedoken zat in de buurt van Alkmaar en zwanger was geworden. Ze was een nichtje van de Mendelsen, de vorige eigenaren van de textielwinkel van Elja. Elja en haar familie zorgden ervoor dat ze de uitzet kreeg die nodig was voor haar baby. Bijna overdreven bezorgd waren ze voor haar. Nee, Susanna had dan wel reden om te klagen, maar ze mocht tegelijk ook wel blij zijn met de mensen die zich om haar bekommerden, dacht Helmy. Maar ze zei: ‘Nee, natuurlijk niet. Ze moet ook wat nieuws hebben.’ Als tante Flora zo keek, kon je er maar beter niet tegenin gaan. En zijzelf had zo’n zin in die groene gabardine, ze moest het niet voor zichzelf bederven. Zo’n mooie kleur had de stof. Er was gelukkig weinig van verkocht. Strategisch neerleggen had duidelijk effect. Dan maar geen wol voor Lia, dat kwam een andere keer wel. Helmy pakte een lange bezem en begon te vegen. Wat kwam er toch veel rommel binnen met al die vrouwen. ‘Ik zal nog even dweilen, want dat is ook wel nodig.’ ‘Fijn.’ Tante Flora nam alle bonnen mee naar de kleine tafel achter in de winkel en pakte een kasboek dat ze voor de bonnenadministratie gebruikte. Het was te hopen dat het klopte. Wat een gedoe! Eerst eens een pakketje voor Janny klaarmaken. Vooral ook wol erbij doen. Na een halfuur hadden Elja en Helmy de zaak weer netjes. Helmy keek naar de in grauw papier gewikkelde stoffen en strengen wol. Die vrouw had geluk dat tante Flora zo’n medelijdend hart had. Het was mooie stof, die zij zelf wel had willen hebben: de kwaliteit van voor de oorlog. 12


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 13

Het bleef druk die week. Er was ook wat opschudding ontstaan in de stad. In een paar wijken van Alkmaar waren pamfletten uitgedeeld waarin het vijfentwintigjarig bestaan van het Rode Leger in Rusland werd herdacht en een oproep werd gedaan tot sabotage. In het Duits gesteld, riepen ze ook op tot het stoppen met oorlog voeren. Er waren papieren in de brievenbussen gestopt, maar er lagen ook pamfletten gewoon op straat. Vertaald in het Nederlands stond er: Met het Roode Leger naar de overwinning… Vlak voor de deur van de winkel lagen er ook een paar. Elja had er een opgepakt en de rest had ze laten liggen. Ze vroeg zich af of het nog gevolgen zou hebben, al die vlugschriften. Ze had nog geen Duitsers gezien die het papier opraapten. Met het Rode Leger naar de overwinning zou dus wel een zoete droom blijven. Er waren anderen die het wel hadden opgeraapt. Er kwam een vrouw binnen met een paar pamfletten in haar hand. Ze hield de papieren met een viezig gezicht voor zich uit en keek Helmy strak aan. ‘Kijk, dit vind ik hier voor de deur! Als die lui hun zin krijgen, hebben we hier straks de communisten! Je weet wat er dan van komt. Moord en doodslag! Iedereen deed er verstandiger aan om met de Duitsers mee te werken en samen te strijden tegen de communisten, in plaats van tegen hen in te gaan en de boel te vernielen,’ zei ze en ze snoof. ‘Kijk eens naar deze vodjes! Rode Leger! Het levert niets dan narigheid op!’ ‘Ach, mevrouw De Vries. Of je nu van de hond of van de kat gebeten wordt.’ Helmy haalde haar schouders op. ‘Het is allemaal één pot nat. Als iedereen fijn in zijn eigen land was gebleven…’ ‘En dan oproepen tot sabotage,’ negeerde mevrouw De Vries de opmerking van Helmy. ‘Moet je zien wat ervan komt. Beschadigde treinen, geen gas en licht meer, en dat zou dan nog maar het begin zijn. Ik weet heus wel dat je bazin anti-Duits is, maar ze zou gek staan te kijken als haar winkel haar werd afgepakt. Want dat gebeurde in Rusland. Alles voor de staat en voor het volk. Geen bezit meer.’ Terwijl ze sprak, nam ze een tip van de rol stof die op de toonbank lag in haar handen en zei ontevreden: ‘Ik ben al te laat. De mooiste din13


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 14

gen zijn zeker al weg. En natuurlijk altijd dezelfde mensen die ervan profiteren.’ ‘In Duitsland zijn ook winkels door de nazi’s in beslag genomen. En hun spullen zijn vernield of geroofd. Toch?’ merkte Helmy op en ze trok de rol weg. Ze wist dat mevrouw De Vries in Huize Voorhout werkte, het kantoor van de Duitsers, dat op de Kennemerstraatweg stond. Dat verklaarde veel. ‘Dat waren Joodse winkels…’ De mondhoeken van mevrouw De Vries gingen naar beneden. ‘Ja, én? Gewone winkels dus.’ Helmy’s stem klonk ijzig. ‘Wat wilde u hebben? We hebben hier nog een lekker stevige stof liggen.’ Elja hoorde vanuit het magazijn wat haar medewerkster zei en ze werd er warm van. Af en toe was Helmy erg op haar eigen voordeel uit, maar ze nam het ook vaak op voor de mensen die het zwaarder hadden dan zij. Een vat vol van tegenstrijdigheden was ze altijd al geweest. ‘Wat is dat voor stof?’ wilde mevrouw De Vries weten. ‘Een soort wol. Heerlijk warm,’ prees Helmy. Elja glimlachte. Het was inderdaad wollen stof, maar zo vast geweven dat het wel een plank zou lijken zodra het nat geweest was. Ze was er niet blij mee geweest toen ze de stof in haar handen had genomen. Mevrouw De Vries drentelde verder de winkel in en ontdekte de groene stof die wat achter op de planken lag. ‘Hm… Ik heb meer zin in dat stofje daar. O, dag eh… juffrouw Van Henegouwen,’ zei ze toen ze Elja ontdekte die naar de deur van het magazijn was gelopen en de winkel in kwam. ‘Van Lier heet ik, Van Henegouwen, dat zijn mijn tantes. Dag mevrouw De Vries. Helmy, ik ben bang dat je die stof niet kunt verkopen. Eerst moet je er drieënhalve meter vanaf halen voor een klant van mij. Maar het restant mag u wel hebben, mevrouw De Vries, al is er dan niet veel meer over, vrees ik.’ Elja wees naar de groene gabardine. Helmy keek naar de stof die ze voor zichzelf bestemd had. Zie je wel, ze had die stof meteen dezelfde dag voor zichzelf opzij moeten leggen. Het was alleen omdat tante Flora even geen goed humeur had gehad dat ze er niet aan toegekomen was. ‘Helmy, als je het afknipt… wel ruim meten, hoor. Denk je dat het 14


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 15

genoeg is voor een mantelpakje?’ vroeg Elja met een veelbetekenende blik. ‘Ik zou liever vier meter doen als het om een mantelpakje gaat.’ Helmy kleurde van plezier. Gelukkig dat Elja er toch aan dacht dat zij die stof graag wilde hebben. ‘Maar als het hier nog ligt, heb ik er eigenlijk recht op,’ sputterde mevrouw De Vries tegen. ‘Dat ben ik niet met u eens. Wie het eerst komt, het eerst maalt. Ik had die rol natuurlijk meteen weg moeten leggen, maar als er nog een restje is, is het voor u, hoor,’ zei Elja. ‘Laat dan maar. Zo geweldig vind ik het nu ook weer niet. Beetje opzichtig,’ zei mevrouw De Vries spijtig. ‘Dat is dan geregeld. Leg die rol meteen even achter, Helmy, dan ontstaan er geen misverstanden meer.’ Elja pakte de rol beet en duwde hem Helmy in de hand. Die haastte zich naar het magazijn. Weg was weg. De winkeldeur ging open. Er kwamen twee Duitse soldaten binnen, gevolgd door kapitein Krüger. Hij had ook een pamflet in zijn hand en wapperde ermee. ‘Fräulein Van Lier, haben Sie eh… weet u van deze rommel die voor uw deur ligt? Sie, oder… of uw vriend? Haben Sie etwas… iemand gezien?’ Elja trok haar wenkbrauwen op. Wat een dwaze vraag. Als ze hier iets mee te maken had, zou ze dan die pamfletten voor haar eigen deur neerleggen? Hij moest bepaald denken dat ze niet goed snik was. En dan suggereren dat Evert het had gedaan. ‘Kapitein Krüger, mijn vriend is hier niet. Hij is het land in voor zijn werk.’ De uitdrukking op haar gezicht bleef effen. ‘Uw vriend is er wel. Misschien bent u iets minder bevriend met hem dan u denkt? Ik heb hem tenminste net gezien.’ ‘Dan was het iemand die op hem leek,’ zei Elja. Hij pakte het kreukelige pamflet op dat nog op de toonbank lag. ‘Nein, het was uw vriend. Maar u hebt dit vod…’ ‘Das ist van mij, Herr Krüger,’ zei mevrouw De Vries op gedienstige toon. ‘Ik ruim die troep van de straat weg als ik wat zie liggen.’ Hij wendde zich naar haar toe, nam haar op met een scherpe blik en 15


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 16

er kwam een vleug van herkenning op zijn gezicht. ‘Ach, Frau De Vries.’ ‘Jawohl,’ zei mevrouw De Vries en ze ging nog meer rechtop staan. Hij kende haar natuurlijk, dacht Elja. Als mevrouw De Vries daar werkte, kende hij haar en zij hem. Ze werkte bij hem op de administratie. Vervelend mens. Gevaarlijk ook. Ze zou Helmy waarschuwen dat ze erg op moest letten met wat ze zei. Helmy was niet direct terughoudend. Toen dacht ze aan wat hij gezegd had. Had hij Evert gezien? Haar hart maakte een sprongetje. Zou hij werkelijk terug zijn? ‘Kan ik verder nog iets voor u doen, Herr Krüger?’ zong ze en ze wist niet hoe zonnig haar gezicht opeens stond. Natuurlijk vergiste hij zich niet. Evert en hij kenden elkaar. Ze hadden elkaar diverse malen ontmoet en hadden een instinctieve hekel aan elkaar. Krüger wist niet eens dat hij en Evert tegenover elkaar hadden gestaan in het begin van de oorlog. Evert was er met zijn peloton getuige van geweest dat Krüger de mannen die hij krijgsgevangen had gemaakt, in hun hemd voor zijn eigen troepen uit had gestuurd zodat zij de kogels op zouden vangen als het tot schieten kwam. Krüger was toen nog luitenant geweest. Evert ook. Ze hadden elkaar toen vanuit de verte gezien en elkaar gehaat. Krüger had Evert hier niet herkend als zijn tegenstander op het slagveld. En dat moest vooral zo blijven. Evert was dus weer terug. Wat heerlijk! Kon ze niets meer voor hem doen? ‘Nein? Dan ga ik weer aan het werk,’ zei ze. ‘Dag kapitein.’ ‘Guten Tag…’ De ogen van kapitein Krüger waren strak en wat hongerig op het vrolijke gezicht gericht. Als een kat die naar een vogel kijkt en klaarstaat om ernaartoe te sluipen, dacht Helmy ongerust. Griezelig. Ze wist wel dat Krüger erg gecharmeerd van Elja was, maar ze had er niet eerder bij stilgestaan dat dat weleens gevaarlijk zou kunnen worden voor haar vriendin. ‘Guten Tag.’ Kapitein Krüger verliet de winkel, gevolgd door de twee soldaten die bij de deur waren blijven staan. Mevrouw De Vries had de blik van de man voor wie ze af en toe werk verrichtte, ook gezien. Kijk eens aan, kijk eens aan. Daar kon ze haar voordeel nog weleens mee doen, dacht ze en ze stopte de paar meter van de zware wollen stof die ze had gekocht in haar tas. In haar 16


Licht over de stad 21-4-2016-romanserie_Romanserie 28-04-16 10:49 Pagina 17

hand had ze nog steeds het pamflet. Ze verkreukelde het en stopte het bovenop in haar tas. Dat zou ze thuis wel weggooien. Haar man zou precies hetzelfde zeggen als zij: ‘Als de communisten komen, piepen ze wel anders in deze achterlijke stad.’

17


H

et is 1943. Elja van Lier en haar flamboyante tantes runnen samen een textielzaak. Ze herbergen er af en toe onderduikers, en ook Elja’s verloofde Evert zit diep in het verzet. Dan komt Elja erachter dat een Duitse officier geregeld aan de overkant van de straat naar de winkel staat te kijken. Wat ze echter niet weet, is dat deze Krüger er niet op uit is hen te verraden. Hij wil Elja’s hart veroveren. Als hem dat niet lukt, wordt hij steeds agressiever in zijn aanpak. Margreet Maljers brengt met Licht over de stad een spannend en romantisch vervolg op haar roman De gids. De auteur publiceert ook feelgoodromans onder de naam Crispijn, samen met haar zus Reina.

ISBN 978 94 0190 650 0 NUR 344

9 789401 906500

Roman Margreet Maljers Licht over de stad

Een Duitse officier houdt zijn oog op Elja’s stoffenwinkel… of heeft hij een oogje op Elja zelf?

Margreet Maljers

Licht over de stad

w w w. r o m a n s e r i e . n l

cover_MMaljers_Licht over de stad_compleet.indd 1

27-04-16 12:10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Licht over de stad - Margreet Maljers.9789401906500 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu