H
et is 1865. Rampspoed trekt over Nederland: malaria, veepest, tyfus en cholera teisteren het platteland, zo ook de vochtige Haarlemmermeerpolder. De ziekten worden door het vele water razendsnel verspreid. Landeigenaar Jacob Amersfoordt en zijn vrouw, componiste-pianiste Hermina Dijk, moeten alle zeilen bijzetten op landgoed De Badhoeve. Als burgemeester moet Jacob moeilijke beslissingen nemen, vaak tegen de wil van de bevolking. Zo moeten op veel boerderijen de veestapels afgemaakt worden, waarop de boeren in opstand komen tegen hun bestuurder. Jacob en Hermina proberen hun buren een hart onder de riem te steken, maar als het sterftecijfer steeds sneller stijgt en de angst toeneemt, hebben ze alleen nog elkaar... en de muziek. Marja Visscher is schrijver en journalist. Haar brede historische interesse brengt haar vaak op het spoor van vrouwen met een bijzonder verhaal, zoals Hermina Dijk. Met Een schone getuigenis brengt ze haar imposante De Badhoeve-trilogie tot een mooi slot.
MARJA VISSCHER Een schone getuigenis
Het is kommer en kwel in de Haarlemmermeer
MARJA VISSCHER
Een
schone getuigenis Vertrouwen in de toekomst
ISBN 978 90 2053 710 9 NUR 344
9 789020 537109 w w w. r o m a n s e r i e . n l
DE BADHOEVE TRILOGIE | deel 3
Een schone getuigenis
Van Marja Visscher verschenen eerder bij Uitgeverij Zomer & Keuning:
Lied van wind en water – Badhoeve-trilogie deel 1 Sporen in het polderland – Badhoeve-trilogie deel 2 Verloren tijd – Tussen stad en streek-trilogie 1 Tot de maan en weer terug – Tussen stad en streek-trilogie 2 Elke dag is anders – Tussen stad en streek-trilogie 3 De dame van het Voorhout Het meisje uit de Mandenmakerssteeg Wolkenkijker Maannachten Tussen rang en stand
Marja Visscher
Een schone getuigenis De Badhoeve-trilogie deel 3
Uitgeverij Zomer & Keuning
isbn 9789020537109 isbn e-book 9789020537123 nur 344 Š 2020 Uitgeverij Zomer & Keuning Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Liesbeth Thomas, t4design www.marjavisscher.nl www.zomerenkeuning.nl www.romanserie.nl Alle rechten voorbehouden Uitgeverij Zomer & Keuning vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan.Voor de papieren editie van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.
1
Vanuit de brede vensterbank, waar ze op haar gemak en heel ontspannen naar het ondergaan van de zon kijkt, ziet ze het rijtuig van Jacob aankomen. Dat hij een rijtuig heeft laten inspannen is waarschijnlijk vanwege zijn status als burgemeester, want het liefst rijdt hij in de polder gewoon met het paard onder het zadel. De raadsvergadering is vroeg afgelopen. Dat kan twee dingen betekenen: of de stukken zijn snel afgehamerd – al lijkt dit met een dergelijke raad een utopie – of er is voor de zoveelste keer onenigheid en de zaken werden, zoals zo vaak de laatste tijd, vooruitgeschoven naar een volgende vergadering. Aan discussie in de raad doet Jacob vooralsnog niet meer mee. Wanneer hij over de gemeenteraad spreekt, heeft hij het de laatste tijd vaak neerbuigend over de ‘Partij der duisternis’. Een benaming die ze zich levendig kan indenken, omdat er zich daarin altijd weer duistere zaken afspelen. Vaak worden voorafgaand aan de raadsvergadering door wethouders en raadsleden onderling afspraken gemaakt die in een van de cafés worden beklonken.Vervolgens wordt als uit één mond de zaak tegengesproken, waar Jacob vaak totaal niet op bedacht is. Ze glimlacht omdat ze wel snapt waar dit vandaan komt. Jacob is behoorlijk van de tongriem gesneden. Daar is door de scherpte van zijn betoog individueel vaak niets tegen in te brengen. Met de gemaakte afspraken vooraf sta je als collectief in ieder geval sterker. De staljongen ontfermt zich blijkbaar niet snel genoeg over paard en rijtuig. Ze ziet hoe Jacob met een ongeduldige drift het paard zelf uitspant en het dier met zijn halster aan 5
een boom bindt. Het rijtuig laat hij staan waar het staat. Met bewondering kijkt ze naar de stevige, veerkrachtige stap waarmee hij te voet de weg naar huis vervolgt. Een korte groet, als hij haar in de vensterbank ziet zitten. Met enig leedvermaak herkent ze de geluiden die nu volgen. Een doffe bonk tegen de muur als hij zijn evenwicht verliest bij het uittrekken van zijn laarzen. Nog een bonk als hij zijn laarzen in de garderobekast gooit. Kwaadaardig gemompel omdat de kastdeur door de weersomstandigheden niet goed sluit. Het binnensmonds schelden is bedoeld voor de timmerman, veronderstelt ze, die hij al zeker vier keer de opdracht heeft gegeven ernaar te kijken. Dezelfde timmerman die hem trouwens al vier keer heeft verteld dat het hout nog werkt, dat het vanzelf op een dag goed komt. Ze ziet in gedachten hoe hij met zijn schouder nu ongeduldig tegen de deur duwt, die aan alle kanten wringt. Bij het openschuiven van de lade om er de schoenlepel in te gooien, die zij op het kastje heeft gelegd, moet ze hardop lachen. Hij heeft een hekel aan rommel, aan rondslingerende attributen die niet op de gewenste plaats liggen, zodat hij soms misgrijpt. Dan het sloffende geluid van zijn pantoffels, waaruit ze concludeert dat hij niet meer weg hoeft vanavond. Hij ziet er opgewekt uit en ze strekt vanaf haar plekje in de vensterbank haar armen naar hem uit, slaat ze om zijn nek en kust hem kort omdat ze merkt dat hij haar iets wil zeggen. ‘Hoorde je wat ik riep? Het is erdoor, Hermina. Niet te geloven!’ Hij kijkt haar lachend aan als ze hem wat onnozel en niet-begrijpend aankijkt. ‘Geen idee waar je het over hebt, ik weet toch niet wat jullie allemaal op de agenda hadden staan.’ ‘Er was een hoofdelijke stemming voor nodig, maar mijn voorstel om de scholen in de Meer onder medisch toezicht te stellen is erdoor. Vanaf nu zullen de kinderen regelmatig door artsen worden onderzocht. En jawel, op kosten van de gemeente. Als het ergens nodig is, dan is het hier. Straks wan6
neer we de herfst in gaan, krijgen we onder de schoolkinderen vast weer te maken met epidemieën als mazelen, roodvonk en pokken. Er kunnen dan snel maatregelen worden genomen om een uitbraak tegen te gaan.’ ‘Dat heb je dan mooi voor elkaar,’ prijst ze hem, waarbij ze denkt aan alle gevallen, ook op De Badhoeve vorig jaar herfst. ‘Is alles rustig verlopen? Geen ergernissen zoals gewoonlijk?’ Hij schudt tevreden zijn hoofd en trekt haar uit de vensterbank. ‘Opzienbarend, vind je niet? Drinken we nog koffie, ik heb ook wel trek. Dientje is al naar boven, zag ik.’ Terwijl ze zich naar de keuken begeeft, loopt hij druk pratend achter haar aan. ‘Er gebeuren verbluffende dingen binnen de ‘Partij der duisternis’. Als ik je nu vertel dat Kruisdorp, zonder slag of stoot, naar mijn voorstel wordt omgedoopt in Hoofddorp, dan ligt in het vervolg daarvan dat ik met een gerust hart kan gaan werken aan mijn uitbreidingsplannen. Dit is het voornaamste dorp en ik heb een hoop toekomstgerichte plannen die nu moeiteloos de raad zullen passeren.’ Hij laat een bulderende lach horen. ‘Waar heb ik het aan verdiend, hè? Zeg, heeft Dientje nog iets gebakken?’ Hij zoekt in de kast en kijkt haar vragend aan bij het zien van een appeltaart. ‘Die is voor morgen, tijdens het handwerken van de vrouwen.’ Ze plaagt omdat ze weet dat er nog twee taarten in de koele kelder staan. ‘Mmm.’ Hij peutert er wat stukjes appel uit. ‘Twee kleine puntjes kunnen we wel missen,’ komt ze hem tegemoet. Terwijl ze koffie inschenkt, berekent hij de appelpunten net iets te royaal. Het deert haar niet, zeker nu ze het genot mag proeven dat hij eindelijk een avondje thuis is. Dat gebeurt de laatste tijd niet veel. Hoewel het landgoed heel wat werk met zich meebrengt, is zijn drang tot het hervormen van de omgeving nog steeds volop aanwezig. De behoudende boeren uit de omgeving, die met elkaar de gemeenteraad vormen, hebben het samen met de wethouders 7
totaal niet op hun vooruitstrevende burgemeester. ‘Je moet het ook tactvoller aanpakken’, heeft ze hem menigmaal voorgehouden wanneer hij weer briesend van woede thuiskwam. Maar Jacob was in zijn ijver vaak van de botte bijl, ging recht op zijn doel af en vond al die tegenwerpingen gezever waar hij niet naar wilde luisteren. ‘De sterren stonden goed vanavond,’ doet hij even later met volle mond verslag. ‘Mmm, lekker, die Dientje moeten we eren! Ik ben met een omweg tot de uitbreiding van woningen gekomen. Hoewel de huizen in de Haarlemmermeer nog geen huisnummers hebben, heb ik toch voorgesteld om een telegraaflijn door de polder aan te laten leggen. Er wordt in het raadhuis een vertrek ingericht als telegraafkantoor.’ Hij kijkt haar met een zekere trots afwachtend aan. Ze voelt dat ze een kleur krijgt. Een telegraaflijn, wat is dat in vredesnaam? Jacob ook altijd met zijn nieuwigheden, waar haalt hij de wijsheid vandaan? ‘Leg me eerst eens uit wat een telegraaflijn is, voor ik een oordeel vel over je plannen.’ Nu kijkt hij op zijn beurt verbaasd haar richting uit, hij vergeet zelfs om verder te snoepen van zijn appelpunt. ‘Er worden tussen palen draden gespannen vanaf het kantoor langs de Hoofdvaart, zo door het land tot buiten de landsgrenzen. Langs deze lijnen kunnen berichten worden verzonden. Denk je eens in wat dat voor de handel betekent, Hermina.Wanneer ze in Engeland kaas van ons willen kopen, sturen ze ons een telegram dat binnen de kortste keren hier binnenkomt. Het is bijna opzienbarend te noemen dat de gehele raad hiermee akkoord is gegaan.Wanneer je zoiets realiseert, komen er ook meer mensen die hier willen komen wonen en werken. Dan heb ik met een omweg mijn zin. Dan is de toestemming om tot uitbreiding van de woningbouw over te gaan een peulenschil.’ Met smaak eet hij verder van zijn stukje appeltaart. ‘Je bent een sluwe vos!’ complimenteert ze hem, zonder dat ze precies doorgrondt hoe de telegrafie functioneert. 8
‘Geduld, liefste, geduld is een schone zaak.’ ‘Nou ja, dat is nu precies wat jij eigenlijk ontbeert. Hier is het geen kwestie van geduld, maar met een omweg je zin doordrijven. Maar je hebt gelijk, anders komt er hier in de polder nooit een ontwikkeling tot stand. Toch ben ik benieuwd wat dit weer voor haken en ogen heeft.’ Hij buldert van de lach. ‘Ik kan je geruststellen, die zijn er al volop. Niet alleen voor een goede postdienst, maar ook voor de telegrafie zouden de huizen genummerd moeten worden in de Haarlemmermeer. Ook veel hofsteden dragen nog geen naam, zodat het voor veel postbezorgers en later voor de telegrafist heel moeilijk zal worden om de boodschap op de plaats van bestemming te krijgen. Nu heb ik aan dit onderwerp al heel veel artikelen gewijd in Het Weekblad, dus iedereen heeft er lang genoeg over na kunnen denken. Ik kreeg al weken geleden van de raad toestemming om de veldwachters langs de deuren van de hofsteden te sturen om een naam voor de woning te noteren. Zij moeten ervoor zorgen dat op de hekken of aan de muren een naam komt te staan. Vanavond bleek dat de halve raad nog nooit over een naam voor hun huis of boerderij heeft nagedacht. Toen ik vanavond aanbood hen daarbij te helpen, vond die suggestie unaniem goedkeuring. Dat houd je toch niet voor mogelijk! Ik heb hen beloofd dat ik een lijst zal maken van boerenhofsteden die nog geen naam hebben. Op die lijst zal ik een naam zetten, die men vervolgens op het huis of hek dient te plaatsen. “Wie niet tevreden over de naam is, verzint zelf een betere. Wie wel tevreden is, zorgt dat het naambord gezien wordt,” heb ik gezegd. ‘Weet je,’ grinnikt hij, ‘ik ben onderweg al de meest poëtische namen tegengekomen. Je moet niet alleen de grond in cultuur brengen, de inwoners zijn van net zo’n groot belang. Ze moeten gewoon mee in de vaart der volkeren! En daar valt ook het verzinnen van een naam voor je huis onder,’ lacht Jacob. 9
Na de koffie en zijn verslag van de vergadering is het stil in de kamer. Ze ziet zijn ogen verschieten, heel even rolt zijn hoofd naar voren. Hij schrikt ervan en kijkt naar opzij. ‘Beetje moe,’ verontschuldigt hij zich. ‘Ik dacht net: hoe zou het geweest zijn wanneer je geen burgemeester zou zijn geworden en niet in het polderbestuur terechtgekomen was? We zouden ons dan samen vast hebben beziggehouden met jouw teksten en mijn muziek. Waarschijnlijk zouden we talloze treurspelen en oratoria hebben geschreven. Denk je niet?’ ‘Hadden we dan zoveel mensen het geluk van een mooi en welbesteed leven kunnen geven? Kinderen hadden dan geen scholing gekregen en er zouden geen artsen zijn die hun gezondheid zouden controleren. Er zou nog steeds geen vooruitgang zijn geweest onder de boeren. We hebben wel wat bereikt, Hermina. Dat vind jij toch ook?’ Ze knikt. ‘Daar heb jij dan weer gelijk in, maar we zouden vast ook duizenden mensen gelukkig hebben gemaakt met onze teksten en muziek.’ ‘Waren we dan zelf gelukkiger geweest? Heb je er spijt van om mij hier op De Badhoeve terzijde te staan? Gezien je standpunt in het verleden vraag ik het me heel vaak af. Als dat zo is, als je je ongelukkig zou voelen, zou ik er alles aan doen om voor jou het roer om te gooien. Ik hou zoveel van je, dat ik er alles voor overheb om je gelukkig te zien!’ Ze staat op en streelt zijn gezicht. ‘Het is me soms niet meegevallen, maar uiteindelijk moet ik aan mezelf toegeven dat ik met jou hier op De Badhoeve een heerlijk leven heb. Ik hou van mijn werk op het landgoed, sterker nog: ik zie de melkerij elke dag weer als een hele uitdaging om beter te worden dan andere boerenbedrijven, productiever ook. Daarnaast hou ik van onze mensen, de kinderen en alles wat ons omringt. Het zijn voorlopig in mijn ogen de vette jaren, waar hopelijk geen einde aan zal komen, al zou ik me ook weten te schikken in magere jaren. Naast jou kan ik alles 10
aan.Wanneer ik nog steeds de armoede om mij heen zie, dan hebben wij het goed samen. Dat bedenk ik me elke dag wel een keer. Als je het zo bekijkt, kan ik alleen maar gelukkig zijn. Maar nu we het toch over geluk hebben, laat ik die vraag ook aan jou stellen. Ben jíj gelukkig? Soms twijfel ik eraan wanneer opnieuw de stroom in de maatschappij tegenzit. Je wilt zoveel en dat ligt lang niet altijd voor je klaar, daar strijd je zo hard voor en dan zie ik zoveel teleurstelling.’ Ze gaat op de leuning van zijn fauteuil zitten en slaat haar arm om zijn schouder. Gek genoeg is ze blij dat ze hem nu niet in de ogen hoeft te kijken. De laatste tijd heeft hij als burgemeester zoveel teleurstellingen voor zijn kiezen gekregen, dat ze bang is voor zijn antwoord. Hij hoeft niet lang na te denken. ‘Laat ik vooropstellen dat ik met jou heel gelukkig ben, ik kan me geen fijnere, lievere vrouw voorstellen. Maar waar het mijn ideaal betreft, ben ik zeer teleurgesteld in mijn omgeving. In een land waarvan de regering zelf de vooruitgang tegenhoudt, kun je dit onmogelijk geslaagd noemen. Jaren van mijn leven heb ik gegeven om hier de spoorwegplannen goedgekeurd te krijgen. Vurige, heel vermoeiende pleidooien gehouden, die op niets zijn uitgelopen. Het door mij ontworpen spoorwegnet zat technisch en economisch goed in elkaar. Ik heb het laten narekenen en kreeg te horen dat het tot op de laatste schroef technisch in orde was. Het polderbestuur en zelfs de gemeenteraad had ik achter me staan. Ik heb mijn tong blauw gepraat tijdens besprekingen met hoge ambtenaren, met leden van de Eerste en Tweede Kamer, directeuren van de Spoorwegmaatschappijen, en overal werd het gunstig ontvangen.’ ‘Dat de regering na de concessie-aanvraag niets van zich liet horen, was natuurlijk al een veeg teken,’ herinnert ze zich. ‘Ja, achteraf heeft iedereen toen al geweten dat het niets zou worden. Alleen ik niet, ik was er zo van overtuigd dat ik er de Meerbevolking, de provincie, zelfs heel Nederland mee vooruit zou helpen. Ik kon me niet voorstellen dat er ook 11
maar iemand was die dit zou afwijzen. Toen ik de afwijzing van de regering kreeg, ben ik twintig jaar ouder geworden. Dat heeft me niet bepaald gelukkig gemaakt en zal me tot mijn dood toe achtervolgen.’ Emotioneel veegt hij even vluchtig langs zijn ogen. Ze legt haar hoofd op het zijne en kust hem in zijn volle bos krullend haar, dat sinds de tegenslag zijn donkere kleur niet meer heeft. ‘Ik begrijp je teleurstelling van het spoorwegplan, maar zijn er niet heel veel andere zaken voor in de plaats gekomen waar we ons voor in kunnen zetten? Er zijn ook wel andere prestaties die een enorme bevrediging moeten geven, toch? Kijk me eens aan, Jacob. Samen kunnen we toch trots zijn op wat we met het landgoed hebben bereikt? Kijk naar het gedeelte buiten het landgoed waar hele stukken polder na maar liefst twaalf jaar nog steeds niet gecultiveerd zijn. Jouw bijdrage daaraan, om de polderjongens een beter bestaan te geven door hen aan het werk te zetten, is voor dit gebied al een stap vooruit. Wie zorgt er anders voor dat de sloten en vaarten worden uitgediept, dat het stoomgemaal wordt gecontroleerd en verbeterd waardoor het kolenverbruik drastisch is verminderd? Neem nu het aangenomen plan van de telegraaflijn, wat dat dan ook mag zijn. Zonder jou zouden deze verbeteringen in de maatschappij niet zo snel worden ingevoerd.’ ‘Daar heb je zeker gelijk in. Ik klaag ook niet, het komt nu toevallig ter sprake.’ Hij spreekt met een dikke keel en slikt hoorbaar zijn teleurstellingen weg. Ze kijkt naar hem, hij hoeft het haar niet te vertellen, ze weet als geen ander hoe moeilijk hij het soms heeft. Ze weet van de rumoerige raadsvergaderingen, waarvan hij de verslagen met een scherp commentaar aan Het Weekblad geeft. De vergaderingen waar hij moet strijden voor elke stap van vooruitgang, voor kleine zaken als het aanstellen van veldwachters zodat hij niet zelf met zijn voorman Gijs van Wieringen hoeft op te treden bij dronkenschap, waaraan 12
ook menig raadslid zich bevuilt. Hij wordt voor schoft en leugenaar uitgemaakt wanneer hij met een verordening een einde wil maken aan het drankmisbruik in de vele dranklokalen. In commissies benoemen de leden elkaar om zich te verweren tegen Jacobs opdrachten en besluiten. De boerse lompheid die hij zich wekelijks moet laten welgevallen als het op beschaving aankomt. Hij heeft het er moeilijk mee. Ze kan zich het zo voorstellen. Soms is er een smeulend vuurtje, dat uitgroeit tot een enorme brand. Neem het simpele feit van het aanstellen van een gezamenlijke veearts.Wanneer hij een voorstel doet om daar zijn eigen veearts voor aan te stellen omdat het er een is met goede papieren, krijgt hij ernstige bedreigingen naar zijn hoofd geslingerd als hij een geldelijke bijdrage voorstelt. “Wij zullen daar gek zijn, iedereen moet aan uw veearts bijdragen zodat u er gratis van kunt profiteren.� Ze snappen het voordeel van een goed collectief nog steeds niet. De notulen in Het Weekblad met zijn commentaar worden een volksvermaak, de publieke tribune in het raadhuis vult zich meer dan eens met mensen die de strijd die hij moet leveren willen volgen. Wanneer hij hen op hun domheid wijst, wordt er gefloten en geschreeuwd. Sinds kort wordt er vooraf vergaderd, komen de raadsleden steevast te laat binnen slenteren als de vergadering al minstens een halfuur aan de gang is.Vaak wordt het gezelschap omgeven door een dranklucht, hebben ze de pet nog op, een sigaar nonchalant in de mondhoek of het sap van de pruimtabak opzichtig langs de mondhoeken. Waar hij kan stelt hij regels; zonder pet op in de vergaderzaal, verboden te roken en niet door elkaar schreeuwen, terwijl het publiek zich niet met de vergadering mag bemoeien. Het is een zwaar gevecht tegen de boeren die in hem de oppermachtige rijke boer en landeigenaar zien, die ten onrechte neerkijkt op hun levenswandel en de manier waarop zij van vader op zoon hun bedrijf runnen. Maar ook de 13
grootgrondbezitters doen een duit in het zakje, bang dat ze door hem moeten inleveren op de grove winsten, die ze op hun landerijen behalen en door de uitbuiting van hun arme personeel vergaren. Het is een proces waar hij middenin zit. Hij leert ermee omgaan. Hermina probeert een klankbord te zijn. Er zijn immers ook zaken die hij na een flinke strijd heeft gewonnen, zoals de bouw van een meekrapfabriek in de Meerpolder, voor gezamenlijk gebruik. Afgelopen jaar, toen het oude huis Zwanenburg bij Halfweg een suikerfabriek was geworden, was hij de eerste die er grote hoeveelheden pulp liet weghalen om het als veevoer te gebruiken. Als aanmoediging voor zijn omgeving schreef hij opnieuw een artikel in Het Weekblad en al snel merkte hij dat de fabriek geen pulp meer kon leveren. Ze hebben kennelijk geluisterd en dat doet hem dan weer enorm goed. Dan zijn er nog de scholen voor wie hij zelf het schoolmateriaal financiert en op het eigen landgoed wordt er zelfs een eenvoudige landbouwopleiding gegeven. De kinderen zijn in zijn optiek nog steeds de toekomst, zij zullen het anders doen dan hun ouders. Beter, intelligenter! De aanvankelijke afwijzing van al zijn agrarische stoommachines, de rijenzaaimachine, de hooidroger, maar zeker de stoomploeg, heeft zich nu omgezet in voorzichtige huurcontracten, inclusief het door hem leveren van bijbehorend personeel om de machines te besturen. Het voelt voor hem als een overwinning dat hij ze uit het keurslijf van de jarenlange traditie heeft weten te halen. Hermina weet het en is trots op hem. Zijn genoegdoening haalt hij echter vooral uit het feit dat nog steeds, uit alle delen van Europa, geleerden en hooggeplaatsten – zelfs vorsten en keizers – naar het landgoed De Badhoeve komen, omdat deze als modelboerderij tot voorbeeld dient. Ze probeert een goede gastvrouw te zijn, leeft met hem mee, tempert hem in zijn driften en scherpe bewoordingen. Hij legt zijn arm om haar middel en trekt haar naar zich 14
toe. De lach is weer op zijn gezicht. ‘Ik ben een gelukkig mens en wanneer ik het opnieuw zou moeten doen, deed ik het weer zo…’ Als hij het spottende lachje om haar lippen ziet, zegt hij: ‘Nou ja, een mens leert van zijn ervaringen.’ ‘Zullen we nog een kleine avondwandeling maken voor we gaan slapen?’ Ze kijkt verlangend naar buiten waar de lucht oranje kleurt en het nog steeds niet helemaal donker is. Even later lopen ze samen gearmd de lange oprit af. Het paard is nu weliswaar binnen gestald, maar men heeft verzuimd om ook het rijtuig binnen te zetten. Driftig rijdt Jacob het de schuur binnen. Op de terugweg gluurt hij, verbolgen over de slordigheid, of er achter de ramen van het arbeidershuisje van Frans, een van de stalknechten, nog licht brand. ‘Hou op, Jacob, dit is vast geen opzet. Het belangrijkste is dat het paard op stal staat,’ fluistert ze vergoelijkend. ‘Zoals het er nu naar uitziet blijft het droog, dus wat maakt het uit?’ ‘Hij heeft zijn plicht verzaakt.’ ‘Vast en zeker, maar misschien heeft het een reden, misschien is er iets tussengekomen. Laat het gaan!’ Opnieuw laat Jacob een bulderende lach horen. ‘Stil toch, iedereen slaapt!’ reageert ze geschrokken. ‘Je verwent het personeel te veel. Ik hoorde gisteren van Gijs dat ze je “moeder van De Badhoeve” noemen. Nou, dan sta je er toch werkelijk voortreffelijk bij ze op. Daarvoor moet je wel heel wat door de vingers hebben gezien!’ Nu is het haar beurt om er niet verder over uit te weiden. Het contact met het personeel is iets wat binnen haar werkzaamheden grote vormen heeft aangenomen. Er is altijd wel iets wat binnen de arbeidersgezinnen moet worden opgelost. Ze denkt aan de soms grote sociale problemen waarvoor ze zich keer op keer gesteld ziet. Echtelijke ruzies, mishandeling, vaak door overmatig drankgebruik en psychische problemen, opstandige kinderen die zijn weggelopen. Keer op keer wordt er van haar verwacht dat ze er een oplossing voor verzint. Maar al te vaak bezorgt het haar slapeloze nachten en lijkt de 15
oplossing ver weg, maar nog altijd heeft ze het geklaard om de problemen het hoofd te bieden. Het is vaak een hele opgave om daarbij het contact goed te houden. Natuurlijk heeft ze hierin ook haar teleurstellingen te verwerken gekregen. Ze kent het akelige gevoel van falen maar al te goed. Maar ze voelt toch een zekere trots op wat ze tot nu toe heeft bereikt. Er is ook een andere kant van de medaille, de blijdschap bij een goed verlopen geboorte, een trouwerij, de kinderen die eindelijk een schoolopleiding hebben en soms in hun ontwikkeling de ouders voorbijstreven. Het maakt haar ongelooflijk blij. Dat ze haar ‘moeder van De Badhoeve’ noemen, ziet ze dan ook maar als een hele eer, een compliment voor het vele werk dat ze dagelijks op dit gebied verricht. Terwijl ze samen stevig gearmd teruglopen, overdenkt ze hoe ze ieder op een natuurlijke wijze hun taak op De Badhoeve vervullen, zonder elkaar echt voor de voeten te lopen. Het geloof in een betere toekomst voor de mensen hier in de Meerpolder is de onzichtbare, samenbindende factor.
16
H
et is 1865. Rampspoed trekt over Nederland: malaria, veepest, tyfus en cholera teisteren het platteland, zo ook de vochtige Haarlemmermeerpolder. De ziekten worden door het vele water razendsnel verspreid. Landeigenaar Jacob Amersfoordt en zijn vrouw, componiste-pianiste Hermina Dijk, moeten alle zeilen bijzetten op landgoed De Badhoeve. Als burgemeester moet Jacob moeilijke beslissingen nemen, vaak tegen de wil van de bevolking. Zo moeten op veel boerderijen de veestapels afgemaakt worden, waarop de boeren in opstand komen tegen hun bestuurder. Jacob en Hermina proberen hun buren een hart onder de riem te steken, maar als het sterftecijfer steeds sneller stijgt en de angst toeneemt, hebben ze alleen nog elkaar... en de muziek. Marja Visscher is schrijver en journalist. Haar brede historische interesse brengt haar vaak op het spoor van vrouwen met een bijzonder verhaal, zoals Hermina Dijk. Met Een schone getuigenis brengt ze haar imposante De Badhoeve-trilogie tot een mooi slot.
MARJA VISSCHER Een schone getuigenis
Het is kommer en kwel in de Haarlemmermeer
MARJA VISSCHER
Een
schone getuigenis Vertrouwen in de toekomst
ISBN 978 90 2053 710 9 NUR 344
9 789020 537109 w w w. r o m a n s e r i e . n l
DE BADHOEVE TRILOGIE | deel 3