Skip to main content

Leesfragment Nog vijf dagen – Lawson Timmer

Page 1

Nog vijf dagen is een ontroerende, rauwe roman over afscheid nemen en over hoe het is als je de controle over je leven verliest.

© Myra Klarman

julie lawson timmer is advocaat, schrijver, moeder en stiefmoeder. Ze woont in Amerika met haar man, vier tienerkinderen en twee labradors. Nog vijf dagen is haar debuut.

JULIE LAWSON TIMMER NOG VIJF DAGEN

Mara, een 42-jarige succesvolle advocaat, lijdt aan de ziekte van Huntington – een ongeneeslijke ziekte die haar van de controle over haar lichaam berooft. Op het moment dat ze de diagnose kreeg, beloofde ze zichzelf dat ze haar man Tom en dochtertje Lakshmi nooit tot last zou zijn. Over vijf dagen wil ze die belofte waarmaken. Scott en zijn vrouw Laurie nemen over vijf dagen afscheid van hun pleegzoon Curtis, die een jaar deel uit heeft gemaakt van hun gezin. Maar zijn biologische moeder komt vrij uit de gevangenis en hoewel iedereen al kan voorspellen dat het wéér mis zal gaan, eist ze dat Scott de jongen loslaat. Mara en Scott kennen elkaar van een internetforum voor ouders van geadopteerde kinderen, en ze delen een bijzondere vriendschap. Terwijl hun werelden volledig op hun kop staan, proberen ze deze laatste dagen met hun families zo bewust mogelijk te beleven.

JULIE LAWSON TIMMER NOG VIJF DAGEN ROMAN

‘Een ontroerend debuut… Een oprecht en heel indringend verhaal.’ Kirkus Reviews De Fontein


Deel een DINSDAG 5 APRIL

Nog vijf dagen


1 MARA

Mara had de methode lang geleden al gekozen: pillen, wodka en koolmonoxide. Ze noemde het een ‘garagecocktail’. Zo klonk het bijna chic. Soms, als ze het hardop zei, kon ze zichzelf wijsmaken dat het niet afschuwelijk was. Voor Tom zou het wel afschuwelijk zijn, en dat vond ze vreselijk. Ze zou het liever zo doen dat er geen lichaam achterbleef. Maar hoe ze het hem ook wilde besparen dat hij degene zou zijn die haar vond, het zou erger zijn als hij haar niet zou vinden. Dit was in ieder geval de netste manier. Hij zou iemand kunnen laten komen om haar auto weg te halen, en daarna zou hij om het beeld te verjagen, haar kant van de garage voor iets anders kunnen gebruiken. Hij kon er fietsen neerzetten. Tuingereedschap. Of een tweede auto voor zichzelf. Misschien moest ze regelen dat er naderhand een zou worden geleverd. Of zou dat vreemd zijn? Een cadeau van je dode vrouw. Ze zou hem er jaren geleden al een hebben moeten geven. Voor hun trouwdag. Of om te vieren dat baby Lakshmi thuiskwam. Of zomaar. Ze had zo veel dingen moeten doen. Mara fronste haar voorhoofd. Hoe kon het dat ze bijna vier jaar lang alles op haar lange lijst van dingen die ze moest doen voor ze stierf had afgestreept, en ze nu, vijf dagen voor het zover was, nog steeds met van alles bezig was. Dat was nou juist de grap. Dat je tegen jezelf zei dat je zou wachten tot je alles had gedaan en dat je het zo bleef uitstellen. Omdat er altijd één laatste ding zou zijn. En dat was prima voor mensen die de luxe hadden het nog een paar weken, of maanden, jaren misschien, 9


te kunnen uitstellen, tot er uiteindelijk geen excuses meer waren en ze klaar waren om door te zetten. Mara had die luxe niet. In minder dan vier jaar tijd had de ziekte van Huntington, de ergste hersencelvernietiger die je je maar kon voorstellen, al meer schade aangericht dan zij en Tom zich hadden kunnen voorstellen. De ontslagpapieren van het advocatenkantoor bewezen het. Haar ooit sierlijke, atletische lichaam reageerde nu traag en weigerde mee te werken. Als ze zichzelf toestond om nog dat ene moment met haar man en haar dochter mee te maken of om naar die ene bestemming die je gezien moest hebben te reizen, dan zou ze de volgende ochtend merken dat het te laat was en dat Huntington de teugels in handen had. Dan zou ze vastzitten in die gruwelijke tussenfase van niet in staat zijn zelf haar leven te beëindigen maar ook niet echt meer leven. De tijd zat haar tegen. Ze kon niet langer wachten. Ze zou tot zondag wachten, zoals ze van plan was. Maar langer dan dat ging echt niet. Mara nam een grote slok van het glas water op haar nachtkastje en stond op. Ze ademde diep in, strekte haar beide handen uit naar het plafond en hield haar ogen gericht op de badkamerdeur. Het was verleidelijk om langs haar handen omhoog te kijken, zoals de oefening bedoeld was, maar ze was al eens eerder eigenwijs geweest en de harde grond had altijd het laatste woord. Ze telde tot vijf, ademde uit en leunde iets naar voren, waarna ze haar handen nog vijf tellen tegen de grond drukte. Een onherkenbaar aangepaste zonnegroet, maar genoeg om haar hoofd weer helder te krijgen. Het klateren van de douche hield op en Tom kwam uit de badkamer tevoorschijn. Hij wreef zijn donkere haar met een handdoek droog. ‘Goeiemorgen,’ zei ze met een blik op zijn blote borst. ‘Je draagt mijn lievelingskleren, zie ik.’ Hij lachte en kuste haar. ‘Je was nog diep in slaap toen ik opstond. Ik wilde eigenlijk je ouders bellen om te vragen of ze Laks naar de bus willen brengen.’ Hij keek naar het bed. ‘Ik kan ze nog steeds bellen, als je nog een paar uurtjes slaap wilt pakken.’ 10


Laks. Mara kreeg een brok in haar keel. Ze bereikte het dressoir en legde er een hand op om haar evenwicht te vinden. Ze wendde zich af van haar man en deed alsof ze wat los geld en losse oorbellen op het dressoir ordende. Ze slikte moeilijk en dwong zichzelf iets te zeggen. ‘Nee, dank je,’ bracht ze uit. ‘Ik ben nu toch op. Ik breng haar naar de bus. Ik moet toch in beweging komen. Ik heb boodschappen te doen.’ ‘Je hoeft geen boodschappen te doen. Waarom schrijf je niet op wat je nodig hebt en dan haal ik alles als ik naar huis kom.’ Hij liep naar de kast, trok een pantalon aan en pakte een overhemd. Ze hoopte heimelijk dat hij een blauwe zou kiezen, maar het werd een groen hemd. Ze zou proberen eraan te denken een paar blauwe overhemden vooraan te leggen, zodat hij voor het eind van de week een blauw hemd aantrok en zijn hemelsblauwe ogen nog een keer zouden schitteren. ‘Ik ben heel goed in staat een paar boodschappen te doen, lieverd,’ zei ze. ‘Natuurlijk. Maar doe niet te veel.’ Hij probeerde streng te klinken, maar aan zijn gezicht kon je zien dat hij wist dat ze zich door niemand wat liet zeggen. Hij deed zijn riem om – derde gaatje – en ze schudde haar hoofd. Hij was in die twintig jaar nog geen kilo aangekomen. Zijn conditie was alleen maar beter geworden en hij liep meer kilometers nu hij de veertig gepasseerd was dan op zijn twintigste. De afgelopen tien jaar elk jaar een marathon. Hij had dat voor een deel aan haar te danken, bedacht ze, want tegenwoordig deed hij het ook om de stress de baas te blijven. Ze liep naar de deur en raakte even zijn schouder aan toen ze hem passeerde. ‘Koffie?’ ‘Geen tijd. Over twintig minuten de eerste patiënten.’ Een paar minuten later voelde ze hoe hij zijn armen van achteren om haar heen sloeg, toen ze aan het aanrecht stond en een afgemeten koffiecupje in het apparaat deed. Losse gemalen koffie kwam tegenwoordig eerder op het aanrecht of op de grond terecht dan in de filter. 11


Tom kuste haar hals. ‘Doe niet te veel vandaag. Of liever helemaal niets. Blijf thuis, doe het rustig aan.’ Hij draaide haar om en lachte haar wat verslagen toe. Mara zag hem in de garage verdwijnen. Ze dwong zichzelf om langzaam adem te halen en drong de tranen terug. Ze richtte zich weer op het koffiezetapparaat en op het drup, drup, drup van de koffie die in de pot liep, de geur van hazelnoot, de stoom die uit het apparaat opsteeg. Ze zette een kopje op het aanrecht, schonk het halfvol en staarde er verlangend naar. Ze wilde heel graag een slok nemen, maar had geleerd dat ze de koffie wat moest laten afkoelen. Ze kon haar handen niet meer stil houden en ze had liever een vlek dan een brandwond. Nu ze was gekalmeerd, liep ze door de gang naar de kamer van haar dochter en keek om de hoek van de deur. Een klein hoofd keek slaperig op en een brede glimlach, met een groot gat in het midden waar vier tanden ontbraken, begroette haar. ‘Mamma!’ Mara ging op het bed zitten en spreidde haar armen. Het meisje klom op haar schoot en sloeg haar armen stevig om de hals van haar moeder. ‘Mmmmm, wat ruik je toch lekker.’ Mara begroef haar gezicht in de haren van haar dochter, schoon van het bad van gisteravond. ‘Klaar voor een nieuwe dag op school?’ ‘Ik wil vandaag bij jou blijven.’ De armpjes grepen haar stevig vast. ‘Ik laat je niet los. Nooit.’ ‘Zelfs niet als ik je… kietel… hier… en hier?’ Het kleine lijfje liet zich luid giechelend vallen en haar armen lieten haar los, zodat Mara zich kon loswurmen. Ze stond op, zette haar beste ‘mamma meent het echt’-gezicht op en wees naar de schoolkleren die op de stoel in de hoek van de kamer waren klaargelegd. ‘Goed, slaapkop. Kleed je aan en borstel je haar. Ik zie je zo in de keuken. De bus komt over een halfuur. Pappa heeft je wat langer laten slapen.’ ‘Oké.’ Het meisje stond op, trok haar pyjama uit en liep naar de stoel. 12


Mara bleef even in de deuropening staan, alsof ze toezicht hield, om nog een paar seconden extra naar het kind te kijken dat haar met haar magere, olijfkleurige lijfje nog altijd verblufte. Onder het aankleden zong Laks een van haar zelfgemaakte liedjes, een zing-zegverslag van wat ze aan het doen was, op haar eigen op- en neergaande melodie. Mara en Tom noemden het ‘elfjesmuziek’.

‘En dan trek ik mijn broek aan, met de bloemen op de zakken, en het roze T-shirt, dat is zo mooi.’

Toen ze klaar was, maakte ze een pirouette, met haar armen boven haar hoofd, zoals ze de grote meisjes op ballet had zien doen. Daarna bleef ze staan, keek naar haar moeder en lachte triomfantelijk. Mara bracht haar trillende onderlip onder controle en lachte terug. Ze vertrouwde haar stem niet en stak haar hand omhoog, met gespreide vingers om het aantal minuten aan te geven dat het meisje had om naar de keuken te komen.

13


2 MARA

Toen ze de nacht nadat haar diagnose gesteld was, bijna vier jaar geleden, in bed lag, had Mara in de duisternis liggen staren. Tom had kapot van verdriet naast haar gelegen en sliep onrustig. Lang voor de eerste grauwe strepen van de dageraad de inktzwarte nacht hadden verdreven, had Mara zichzelf een belofte gedaan: ze zou een datum kiezen en daar niet van afwijken. Geen twijfels, geen excuses. Tot het zover was zou ze alles uit haar leven halen en zo veel mogelijk de baas zijn over de dagen die haar restten. Ze zou Huntington flink partij geven voor ze uiteindelijk de handdoek in de ring zou gooien, haar drankje zou nemen en de wereld zou verlaten op dezelfde manier als ze haar leven had geleefd – op haar voorwaarden. Ze zou die kloteziekte niet het plezier gunnen dat hij haar het leven zou afnemen. Een datum prikken was gemakkelijk: 10 april, haar verjaardag. Ze wist dat Tom en haar ouders toch al op die datum om haar zouden rouwen en het leek niet eerlijk dat er nog een datum zou zijn waarop ze zo verdrietig zouden zijn. Maar welke 10 april, welke verjaardag? Niet de eerste na haar diagnose, besloot ze – ze zou zeker nog een compleet, goed jaar hebben voor de ziekte zijn volgende stadium zou ingaan. De tweede leek ook te snel. Maar de vijfde zou te laat kunnen zijn. Tegen de tijd dat de Texaanse zon zijn eerste stralen door de kieren in de luiken wierp en het plafond in hun slaapkamer van lichtgrijs in wit veranderde, had Mara geconcludeerd dat het het veiligste zou zijn om een symptoom te kiezen dat het begin van het einde aankondigde, een waarschuwing dat de ziekte van de eerste fases 14


was overgegaan naar de meer gevorderde. Zodra dat symptoom zich voordeed, zou ze zichzelf geven tot de eerstvolgende 10de april en dan zou ze het doek laten vallen. Toen ze in de keuken op Laks stond te wachten, werd ze overvallen door een golf van misselijkheid en ze greep zich vast aan de rand van het aanrecht. Ze hoopte dat het gevoel weg zou trekken voor haar dochter verscheen. Ze kneep haar ogen dicht, maar ze kon gisteren niet vergeten en haar draaierigheid werd alleen maar erger toen de ochtend van gisteren zich weer voor haar ogen afspeelde. Ze had in de supermarkt bij de schappen met ontbijtgranen gestaan. Een klein jongetje stond een paar meter van haar vandaan. Een mollig handje lag op de heup van zijn moeder toen ze vooroverboog om iets van het onderste schap te pakken. Hij lachte verlegen naar Mara en zij lachte terug. Hij hief een hand op en zij zwaaide terug toen ze, zonder waarschuwing, opeens een overweldigende aandrang voelde om naar de wc te gaan. Ze probeerde zich te herinneren waar de toiletten in de winkel waren en vroeg zich af waarom haar lichaam zich zo ongeduldig gedroeg. Voor ze het antwoord op een van beide vragen had bedacht, was het al te laat geweest. Langzaam boog ze haar hoofd om haar lichtgrijze yogabroek te inspecteren, waarop nu een grote natte plek bij het kruis te zien was. Er liep een smalle, donkere streep omlaag langs de binnenkant van haar rechterbeen. ‘O mijn god,’ fluisterde ze. ‘O nee.’ Ze legde een hand op het grootste deel van de vlek en probeerde hem te verbergen, Maar de jongen had het al gezien en zijn mond vormde een verraste ‘O.’ Mara probeerde weer naar hem te lachen om hem te laten weten dat er niets aan de hand was, en dat zijn moeder niets hoefde te weten. Haar mond wilde alleen niet meewerken en dus hield ze haar vinger voor haar lippen. Op dat moment kwam echter de moeder van de jongen weer overeind en hij trok aan haar arm en wees naar Mara. ‘Mamma! Die mevrouw heeft in haar broek geplast!’ Mara was vuurrood geworden. Ze greep naar het jasje dat ze altijd in haar karretje bij zich had om zich te wapenen tegen de aircon15


ditioning in de winkel, maar het was er niet. Ze had het in de auto laten liggen. Als een gek zocht ze iets waarmee ze zich zou kunnen bedekken. De moeder van de jongen keek uitdrukkingloos en deed haar best niet te reageren. Ze pakte een pak papieren servetten uit haar karretje en scheurde het open terwijl ze naar Mara toe liep, haar zoontje achter zich aan. ‘Niet zo kijken,’ siste de vrouw. Toch bleef het kind strak naar Mara’s natte broek kijken. Toen ze dichterbij kwamen, kneep hij zijn neus dicht. ‘Iewww!’ Dit leverde hem een bestraffende sis van zijn moeder op. ‘Brian!’ Toen ze bij Mara was, stak de vrouw haar een stapel servetten toe. ‘Misschien kunt u het droogdeppen?’ Ondanks haar neutrale gezichtsuitdrukking, was haar gezicht vuurrood en ze trok bijna onmerkbaar met haar neus. ‘Ik kan een deken uit mijn auto halen,’ zei de vrouw, maar met een blik op haar zoon voegde ze eraan toe: ‘maar tegen de tijd dat ik met hem helemaal naar de auto ben gelopen en terug…’ ‘Dank u,’ fluisterde Mara en ze pakte de papieren servetten aan. ‘Dit is me nog nooit overkomen.’ Ze depte haar broek, terwijl Brian aan zijn moeders arm stond te trekken. Na een minuut richtte Mara haar natte, met schaamte gevulde ogen op de vrouw, die meelevend naar haar keek. ‘U hoeft niet te blijven staan. Ik wil uw zoontje niet van streek maken.’ ‘Geen probleem,’ zei de vrouw en ze gaf haar nog meer servetten. Mara zocht naar een plaats waar ze de gebruikte servetten kon laten en stopte ze uiteindelijk maar in haar tas. Dat leidde tot een geschokte reactie van de jongen die zijn pogingen om zijn moeder mee te trekken verhevigde. De vrouw trok het kind naast zich en legde een hand op zijn hoofd om zijn aandacht vast te houden. Ze boog zich naar hem toe en fluisterde: ‘Deze aardige mevrouw heeft onze hulp nodig en dus helpen wij haar.’ ‘Maar –’ ‘Sst! Geen woord meer.’ Mara stopte met het deppen van haar broek en hief haar hoofd op. Ze opende haar mond om iets te zeggen. Ze had te veel koffie gehad, 16


wilde ze zeggen. Om maar niet te spreken van het water waarmee ze haar pillen innam. En de proteïneshake die ze elke ochtend van Tom moest drinken om op gewicht te blijven. Ze was ook afgeleid door de vele dingen die op haar lijstje stonden. Ze had de afgelopen uren niet de tijd genomen om naar de wc te gaan. Ze sloot haar mond weer. Ze moest anderen niet belasten met haar verhaal. Ze keek weer omlaag en ging verder met haar broek, maar het had geen zin. De broek was te dun, de vlek te donker. En nu zat ze onder de witte pluisjes van de papieren servetten. ‘Volgens mij werkt het niet,’ zei ze tegen de vrouw en er schoot een scherpe steek van vernedering door haar heen toen ze hoorde hoe haar frustratie er in een hoge jammertoon uitkwam. Ze staarde naar het natte servet in haar hand. Ze zou een langdurige douche met veel zeep nodig hebben om van de stank af te komen. Mara keek weer naar de jongen. De afkeer droop van zijn gezicht. Wat was ze dankbaar dat hier alleen vreemden waren die het hadden gezien. Wat als Laks erbij geweest was? Of Tom? De gedachte deed het bloed uit haar hoofd trekken en ze legde een hand op haar karretje om overeind te blijven. ‘Het spijt me zo,’ zei ze en ze keek van moeder naar zoon. ‘Wat is er met haar?’ fluisterde Brian en zijn moeder en Mara keken elkaar even aan, een zwijgende afspraak dat ze de vraag van de jongen zouden negeren. ‘Hij is lief,’ zei Mara. Ze wilde niet dat de vrouw zich schuldig voelde over de reactie van haar zoon. Wie kon het hem kwalijk nemen? ‘Ik vind het heel vervelend, maar ik laat mijn kar hier staan en ga snel naar mijn auto toe.’ ‘Ik kan uw spullen wel terugzetten,’ zei de vrouw. Ze gebaarde naar Mara’s broek en zei: ‘Het ziet er al iets beter uit.’ Haar glimlach was echter gemaakt en Mara voelde zich als een kind tegen wie werd gezegd dat het haar dat ze zelf geknipt had er ‘prima’ uitzag. ‘Dank u voor uw hulp,’ zei Mara zacht. ‘Het spijt me echt verschrikkelijk.’ ‘Graag gedaan. Doe voorzichtig.’ 17


Toen Mara zich terugtrok tussen de schappen, hoorde ze de veel te opgewekte stem van de vrouw de rest van haar boodschappenbriefje hardop voordragen om het geluid van het kind naast haar te overstemmen, dat – Mara was er zeker van – zijn moeder vroeg wat er aan de hand was met die gekke mevrouw met die tas vol met van urine doordrenkte servetten. Ze dwong zichzelf om stug voor zich uit te kijken terwijl ze langs de kassa’s liep, de winkel uit. Tegen de tijd dat ze de parkeerplaats had bereikt, trilden haar lippen en voelde ze de bekende druk achter in haar keel die aangaf dat er tranen aankwamen. Ze liet zich in de auto vallen, trok het portier achter zich dicht, bijna voor haar voeten binnen waren, en zakte achterover in haar stoel, met haar handen voor haar gezicht geslagen. ‘O mijn god, o mijn god, o mijn god!’ Ze begon hevig te snikken en hapte tussendoor naar adem. Toen ze te uitgeput was om overeind te blijven zitten, zakte ze voorover en liet haar hoofd op het stuur vallen. Zo bleef ze zitten, voorovergebogen en huilend, een uur lang, terwijl ze de gebeurtenis steeds weer in slow motion in haar hoofd afspeelde, steeds hopend op een andere afloop. Uiteindelijk was haar lichaam te uitgeput om nog tranen of geluid voort te brengen en werd ze zich vaag bewust van auto’s die vlakbij parkeerden, het geluid van radio’s, dichtslaande deuren, kinderen die naar hun ouders riepen. Ze bleef nog even op het stuur hangen voor ze overeind kwam, haar wangen en neus met een mouw droog veegde en zichzelf aankeek in de achteruitkijkspiegel. ‘Dat is het dus,’ zei ze ferm tegen de dikke, roodomrande ogen die haar aanstaarden. ‘Zondag is mijn verjaardag. Ik heb tot dan.’ Nog vijf dagen, vanaf deze ochtend. Zo weinig tijd. Maar ze was al vier jaar bezig om zich voor te bereiden, vanaf die vroege ochtend dat ze naast haar man in bed lag, een deadline had vastgesteld en zichzelf had beloofd om geen enkel excuus te zoeken om deze te laten passeren. Sinds dat moment had ze van elk moment genoten alsof het haar laatste was. Grote momenten: Laks’ verjaardagen, Thanksgiving, 18


Kerstmis, hun trouwdag. En kleine: koken met haar moeder, zien hoe haar vader Laks verhaaltjes voor het slapengaan voorlas, bellen blazen op het bankje voor het huis terwijl Tom en Laks een wedstrijdje hielden wie ze het eerst te pakken had. De kleine, had ze bedacht, zou ze het meest missen. ‘Mamma?’ Laks, met haar rugzak over één schouder, zoals de grote kinderen in de bus dat deden, kwam de keuken binnen en pakte het ballerina-lunchtrommeltje van het aanrecht. ‘Je bent toch niet weer vergeten er een koekje bij te doen, hè?’ Ze keek wantrouwend naar haar moeder en opende haar lunchdoos om te kijken. Tevreden deed ze hem weer dicht en stak haar hand uit. ‘Gaan we?’ Er stak een pluk haar uit boven haar rechteroor, het gevolg van een ongelukje met lijm, een week eerder. Laks’ beste vriendinnetje Susan had per ongeluk lijm in haar haren gesmeerd en had in een poging de schade te herstellen de lijm eruit geknipt met een veiligheidsschaar. In de dagen daarop had Mara verschillende pogingen ondernomen het kind te overreden haar haren in een staart te dragen om de plukjes te verbergen, maar elke poging was in ruzie en tranen geëindigd en Mara had het opgegeven. Ze kreeg een brok in haar keel ter grootte van een vuist toen ze naar haar dochter keek, met plukkerig haar en ontbrekende tanden. Ze was prachtig. Hoe kon ze er ooit klaar voor zijn? Maar daarom had ze juist die belofte gedaan. Zodat ze zou doorzetten, klaar of niet. ‘Ik doe het niet in een staart, mamma,’ zei Laks, met een vastberaden trek om haar mond. Ze was een kopie van haar moeder, ook al deelden ze geen dna, merkte Tom regelmatig op. ‘Dat trekt aan mijn haar. Dat zei ik toch.’ Ze legde een hand op haar voorhoofd en trok de huid naar achteren, om het te laten zien. Mara schraapte haar keel en stond op. ‘Dat weet ik,’ zei ze. ‘Ik dacht niet aan je haren. Ik was alleen een beetje laat met antwoord geven.’ ‘O.’ Laks knikte, gerustgesteld. ‘Gaan we dan?’ Mara gaf Laks een kus op haar hoofd en aaide even over de stoppels voor ze haar handje vastpakte. ‘Ja, lieverd, we gaan.’ 19


3 SCOTT

Scott reed de oprit op en parkeerde vlak bij de stoep, om genoeg ruimte over te laten voor Curtis, die bij het basketbalnet aan de garagedeur ballen stond te schieten. Boogballetjes, een uitkomst voor een jongen van acht, dacht hij. Toen Curtis de auto hoorde, draaide hij zich om. Hij zwaaide. ‘Mooi geschoten, Kleine Man.’ ‘Bah. Ik heb zo genoeg van die boogballetjes, maar meer kan ik niet doen met dit net.’ De jongen hield de bal voor zijn borst en keek naar het ding alsof het een verrader was. Toen knikte hij. Scott liet zijn sleutels en aktetas op de oprit achter en maakte in één vloeiende beweging een snelle dribbel, schoot en dunkte de bal. Woesj. Curtis greep de rebound en probeerde net zo’n schot. Hij miste snelheid en lengte en de bal boog een halve meter onder de basket door. Hij trok een wenkbrauw op. ‘Zie je wel?’ Scott ving de bal op. ‘Ik weet het, ik weet het. Ik had een van die verstelbare, losstaande baskets voor je moeten kopen toen we je oude vriend daar met pensioen stuurden.’ Hij knikte naar een versleten plastic basketbalring die tegen de garage leunde. Hij plaatste nog een schot en hield toen zijn armen wijd. De jongen rende naar hem toe en sloeg zijn armen om zijn middel. Scott streelde het hoofd dat tegen zijn buik aan lag, zijn witte hand stak af tegen de bruine huid die door Curtis’ zwarte kroeshaar schemerde. Hij boog zich voorover en drukte zijn neus en mond tegen het hoofdje en snoof de geur van kleinejongenszweet en het voorjaar in Michigan in zich op. ‘Ik ga je missen,’ zei hij. Het kind knikte en greep hem steviger vast. Zo stonden ze even, de armen om elkaar heen, tot Curtis zich 20


losmaakte, met een vuile hand over zijn natte ogen wreef en achter de bal aan rende. ‘Waar is Laurie?’ riep Scott de jongen na. ‘Keuken. Ze maakt lasagne.’ Dat leverde hem een goedkeurende glimlach op. ‘Waar heb je dat aan verdiend?’ ‘Juf Keller heeft een krul in mijn boekje gezet omdat ik een goede dag had.’ Hij keek hem aan met een blik alsof hij wilde zeggen ‘Wat vind je daarvan?’ en stak zijn hand uit voor een fist-bump. ‘Mooi. Dat zijn er al twee deze week. Nog drie en je mag vrijdagavond laat opblijven.’ ‘Popcorn en een film. Tot tíén uur.’ De jongen vertrok zijn mond in gespeelde wanhoop. ‘Maar Laurie wil ook kijken, omdat het onze laatste is, dus het moet een film voor meisjes zijn. Geen schietfilm.’ ‘Maar toch, om tien uur naar bed is niet verkeerd.’ Curtis’ gezicht klaarde op. ‘En popcorn.’ ‘Doe dus je best de komende dagen. Ik ga naar binnen. Na het eten nog even wat balletjes schieten?’ ‘Misschien. Maar ik moet vanavond lezen, zei Laurie. En rekenen oefenen.’ Scott glimlachte om de gespeelde boosheid. De jongen reageerde prima op de verwachtingen en de regels in huize Coffmans. Hij voelde zich er goed bij maar was oud genoeg om te weten dat hij dat niet moest toegeven. Scott speelde mee. ‘School is belangrijk, Kleine Man. Kom je zo eten?’ Hij bukte zich om zijn spullen op te rapen en liep naar de voordeur. Achter hem hoorde hij een luid ‘Shit!’ toen de bal net langs de basket ging. Hij duwde de deur achter zich dicht, legde zijn sleutels op het tafeltje in de hal en snoof de geur op: knoflook, tomaat, basilicum, kaas. ‘Laur?’ riep hij. ‘Het ruikt hier heerlijk!’ Hij liet zijn tas op de grond vallen en bukte zich om een spijker te bekijken die zich omhoog had gewerkt in de vloer en nu de eerste sok die langskwam bedreigde. Hij drukte hem weer de plank in met 21


zijn hak en controleerde de rest van de gang. Het was nu tien jaar geleden dat hij die vloer had gelegd. Nadenkend legde hij een hand op zijn rug. Het droomhuis, zoals zijn vrouw dat zag, had niet in hun budget gepast. Het had een takenlijst van drie pagina’s en een jaar lang elk weekend en elke avond klussen gekost om het honderd jaar oude koloniale huis ‘waar nog wel iets aan gedaan moest worden’ op te knappen. Het was de prijs die ze moesten betalen, zeiden ze tegen zichzelf, voor het soort huis waar zij van droomde en dat hij haar wilde geven: een groot huis met houten vloeren, ingebouwde kasten en twee open haarden. Veel karakter en, op een dag, vol met kinderen. Hij streek met zijn hand over de muur van de gang. Het had alleen al twee maanden gekost om alle lagen behang te verwijderen. En toen was er het schilderwerk – alles in hetzelfde ‘warme ecru’ met in elke kamer een muur in een afwijkende kleur, zorgvuldig gekozen nadat ze stalen van verschillende tinten hadden bekeken. Ze zeiden voor de grap dat ze de man van de verfwinkel een kerstkaart zouden sturen. Hij leunde tegen de keukendeur. Zijn vrouw stond gebukt voor de oven. Hij was nog altijd verbaasd als hij haar dikke buik zag. Ze had haar werkkleren nog aan, maar haar golvende blonde haar had ze in een paardenstaart gedaan. ‘Ruikt fantastisch,’ zei hij nog eens. ‘O, hallo. Ik had je niet gehoord.’ Ze haalde de lasagne uit de oven. Hij liep naar haar toe en kuste haar. ‘Hij had een goede dag, begrijp ik.’ Hij snoof de geur van de lasagne weer op. ‘Mmmm. Blij toe. Ik heb de laatste tijd zelf ook veel zin in lasagne.’ Ze trok een grimas en legde een hand op haar buik. ‘Dan zijn er tenminste twee die zin hebben. Ik kan het niet eens ruiken.’ Ze wuifde zijn bezorgdheid weg. ‘Het is niets. We hadden vandaag fattoush salad bij de lunch, van die nieuwe zaak vlak bij kantoor en het was iets te vet. Stel je trouwens niet te veel voor van die goede dag. Ik heb even met juf Keller gepraat toen ik hem ophaalde. Ze houdt deze week rekening met de overgang. Hij heeft maar de helft van 22


zijn gedragsdoelen gehaald, maar ze besloot om dat voor volledig te rekenen. Ik denk dat ze hem een positief gevoel wil geven, zodat hij vrijdag niet volledig instort.’ ‘Misschien weet juf Keller ook een manier om te voorkomen dat ík instort,’ zei Scott. Hij zuchtte, schoof het gordijn van het raampje boven de gootsteen opzij en keek naar de jongen op de oprit tot een hand op zijn rug hem eraan herinnerde wie zijn aandacht nu nodig had. Hij liet het gordijn los en draaide zich om naar zijn vrouw. ‘Ik ben verbaasd dat je meegaat in die toegeeflijkheid,’ zei hij. ‘Lasagne, als hij zijn doelen niet echt gehaald heeft?’ Laurie was het hele jaar lang degene geweest die achter de discipline had aangezeten. Hij legde een hand op haar buik. ‘Het komende moederschap maakt je zacht, hè?’ Ze haalde haar schouders op. ‘Ik zou het toch al maken, wat ik ook van juf Keller te horen zou krijgen. Ik wilde er zeker van zijn dat hij het nog een keer te eten zou krijgen voor zijn vertrek. Morgen spaghetti en dan mag hij koekjes bakken. Donderdag zelfgemaakte pizza. Ik denk dat ik vrijdag een taart bak en jij kunt zaterdag hamburgers maken. Allemaal lievelingseten van hem. Hoewel ik ook wel de neiging heb om hem alleen nog maar groenten en fruit te geven, om er zeker van zijn dat hij gezond eet voor hij teruggaat.’ Lees verder in Nog vijf dagen.

23


Eerste druk oktober 2015 Oorspronkelijke titel Five Days Left This edition published by arrangement with Amy Einhorn Books, published by G.P. Putnam’s Sons, a member of Penguin Group (USA) LLC, a Penguin Random House Company, through Ulf Töregård Agency AB Copyright © 2014 by Julie Lawson Timmer Copyright © 2015 voor deze uitgave Uitgeverij De Fontein, Utrecht Vertaling Willemien Werkman Omslagontwerp b’IJ Barbara | Amsterdam Omslagillustratie © Plainpicture/Forster-Martin Opmaak binnenwerk Hans Gordijn, Baarn isbn 978 90 325 1475 4 isbn e-book 978 90 325 1476 1 nur 302 www.uitgeverijdefontein.nl Alle personen in dit boek zijn door de auteur bedacht. Enige gelijkenis met bestaande – overleden of nog in leven zijnde – personen berust op puur toeval. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch, door geluidsopname- of weergaveapparatuur, of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook