Skip to main content

leesfragment 'Man van de hemelse vrede'- Bob Fu

Page 1

Bob Fu is als studentenleider aanwezig bij de protesten op het Tiananmen Plein. De afloop is voor hem een desillusie. Dan maakt hij kennis met het christelijk geloof. Hij bekeert zich maar krijgt daardoor een dubbele identiteit: overdag hoogleraar op een communistische hogeschool, ’s nachts huiskringleider en hoofd van een ondergrondse Bijbelschool. Een gevaarlijke situatie, die uit de hand dreigt te lopen…

 Leest in één adem uit: ongelooflijk spannend en ontroerend tegelijk  Opent je ogen voor de schrijnende situatie van Chinese christenen  Wat achter gesloten deuren gebeurt in China, lijkt op een horrorfilm – maar is de gruwelijke werkelijkheid ‘Iedereen met hart voor vervolgde christenen zou dit boek moeten lezen.’ Brother Yun, de ‘hemelse man’

NUR 402/707 NUR 707

ISBN 978-90-297-2321-3

9 789029 723213

UITGEVERIJ KOK – UTRECHT

KOK


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 3

Man van de hemelse vrede Bob Fu met

Nancy French


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:39 Pagina 4

Bob Fu Man van de hemelse vrede Coauteur: Nancy French

© 2014 Uitgeverij Kok Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.kok.nl Oorspronkelijke titel: God’s Double Agent Uitgegeven door Baker Books, Baker Publishing Group, Grand Rapids, Michigan, 49516, U.S.A. © 2013 Bob Fu Vertaling: Linda Schouwstra Omslag: Patrick Staal Opmaak binnenwerk: ZetSpiegel, Best ISBN: 978 90 297 2321 3 NUR: 402 Tenzij anders vermeld, zijn de aanhalingen uit de Bijbel overgenomen uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), uitgegeven door het Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved. No portion of this book may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means – electronic, mechanical, photocopy, recording or any other – except for brief quotations in printed reviews, without the prior written permission of the publisher.


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 5

Het christendom is in China verbannen naar de afdeling geschiedenis van het museum. Het is dood en begraven. Jiang Qing, echtgenote van partijleider Mao

Verzet tegen dictators is gehoorzaamheid aan God. Benjamin Franklin


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 7

Inhoudsopgave

Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29

9 12 29 44 59 73 87 101 106 119 128 137 155 160 170 177 182 196 202 221 224 231 242 256 273 282 293 317 327


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 8

Epiloog Een brief aan de lezers

341

Dankbetuigingen

349


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 9

Hoofdstuk 1

Het was middernacht. Ik zette mijn vingers op de onderkant van het raam en zachtjes, behoedzaam, probeerde ik het open te duwen. Maar het zat muurvast in zijn sponningen door de jarenlang uitgeharde verf, dus ik hield mijn adem in en gaf een stevige ruk. Eindelijk ging het open; maar niet zo geruisloos als ik had gehoopt. Ik bad dat geen van de politieagenten bij de ingang van mijn flatgebouw net even een sigaretje liep te roken en dat geen van mijn buren nog wakker was. Als ik dit echt ging doen – en overleven – dan mochten er geen getuigen zijn. Heidi, mijn vrouw, was net de deur van ons appartement op de zesde verdieping uitgegaan. Ze had een zijden sjaal om en droeg een andere stijl kleren dan normaal. De agenten zagen ons altijd samen, dus de kans dat ze langs hen heen kwam was groter als ze zonder mij was. Het gigantische gebouw telde drie uitgangen, maar de autoriteiten hadden er twee afgesloten om ons makkelijker in de gaten te kunnen houden. De enige nog beschikbare uitgang bevond zich naast een ruimte waar het krioelde van de bewakers, die al onze bewegingen registreerden. Telkens als ik het gebouw verliet ging er meteen een melding uit en kreeg ik onverbiddelijk een bewaker in mijn kielzog. Ik wist niet meer hoe het voelde om zonder toezicht buiten te lopen. Als Heidi’s vermomming niet werkte zouden de agenten binnen de kortste keren onderweg zijn naar de zesde verdieping om mij te arresteren, maar dan zou ik er niet zijn. Heidi had doelbewust het licht laten branden om de spionnen te laten geloven dat we nog wakker waren en voor het naar bed gaan nog wat rondlummelden. Ik was al in de sanitaire ruimte op de vijfde verdieping. De hele etage deelde dezelfde badkamer, dus die deuren waren nooit op slot. Ik stak mijn hoofd uit het raam. Ik zag helemaal niets, maar wist dat ik geen goed overzicht had. 9


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 10

Mijn overlevingskansen groeiden met iedere etage die ik ongezien kon afdalen. Zachtjes glipte ik de badkamer uit, terug naar het trappenhuis, en telde af.Vierde verdieping. Derde verdieping. Tweede verdieping. Toen hield ik halt. De agenten waren op de eerste etage. Er was geen weg meer terug. Behoedzaam opende ik de deur van het trappenhuis, keek naar links en naar rechts, en liep beheerst via de galerij naar de badkamer. Ik ging een wc binnen en klom op de richel van het raampje, dat gelukkig al open stond. Ondanks de augustuswarmte in Peking bezorgde het briesje dat over de vensterbank woei mij koude rillingen. Ik zette mijn voeten zo dicht mogelijk bij de rand. Het zou een sprong van zeker zes meter worden en hoewel ik de grond niet kon zien, wist ik dat er begroeiing was die mijn val zou breken. Zolang ik niet doodviel of armen of benen brak, vond ik alles best. Nadat we aan den lijve hadden ondervonden wat het betekent om in de gevangenis te zitten en huisarrest te hebben, was de dood niet het ergste wat ons kon overkomen; maar Heidi en ik hadden nu een reden om te vechten voor ons leven. Ze was in verwachting. Het Chinese ‘één kind beleid’ hield in dat wij gedwongen zouden worden onze baby te laten aborteren omdat we niet de juiste vergunning hadden. En dus maakten we geen plannen voor een kraamfeest, kinderkamer of bezoek aan onze ouders om te vertellen dat ze opa en oma zouden worden. Als dit lukte zouden ze hun kleinkind waarschijnlijk nooit te zien krijgen – en ons ook niet meer. Maar we hadden geen keus. Mijn bril zakte van mijn neus toen ik over de rand keek en snel duwde ik hem weer op zijn plaats. Met mijn linkerhand hield ik de vensterbank vast. De hoogte deed me duizelen. Mijn benen trilden. Kon ik dit? Wat zou er met Heidi en de baby gebeuren als ik stierf? Ik haalde diep adem, deed een schietgebedje en stapte de duisternis in. Op het moment dat ik had losgelaten vergat ik al mijn voorbereidend denkwerk op een strategische valpartij. De wind woei langs mijn gezicht, mijn maag trok samen en ik had het gevoeld dat mijn hart nog in het gebouw was. Ik zwaaide wild met mijn 10


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 11

armen en hoewel ik wanhopig mijn best deed geen geluid te maken, ontsnapte diep vanbinnen een kreet. Hij klonk als van een vreemde. Mijn bril viel af en ik herinner me vaag dat ik mijn hand naar mijn gezicht bracht. Toen werd alles zwart voor mijn ogen.

11


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 12

Hoofdstuk 2

Mijn levensverhaal begon al voordat ik was geboren en wel op het moment dat de eerste man van mijn moeder haar een schokkend verzoek deed. ‘Jij en de kinderen moeten gaan.’ Het was in feite geen verzoek. Het was eerder een bevel, een wanhopige smeekbede. Ze woonden in een klein huisje in de provincie Shandong, zuidoost China, het neerwaartse stroomgebied van de Gele Rivier. De provincie lag tussen de Bohai Zee en de Gele Zee, maar hun huisje lag in het binnenland, naast de tarwe- en korenvelden, zodat ze de voedselvoorraad konden beheren en bewaken. Haar man bewerkte een smal strookje land in de commune waar ze met hun twee kleine kindertjes woonden. ‘Waar moet ik heen?’ vroeg ze, maar wachtte niet op antwoord. Ze kende het. Mijn moeder maakte een rondje door het huis en pakte wat spulletjes bij elkaar. Alles wat ze mee kon nemen was de hoeveelheid die ze kon dragen, en daar kwam de jongste, een baby, ook nog bij. Zo eindigde het eerste huwelijk van mijn moeder, en zo gaat het maar zelden in het Westen. Er waren geen avontuurtjes, geen ruzies. De regering onder leiding van Mao Zedong hield de dorpelingen in een ferme greep en perste alle leven uit hun huwelijken. Mao had in 1958 een immens cultureel en sociaal experiment gelanceerd, de zogenaamde Grote Sprong Voorwaarts; in het communisme, welteverstaan. Dit hield in dat de man van mijn moeder en alle andere dorpsbewoners hun eigendommen moesten afstaan en in communeverband moesten gaan leven. Zonder eigen grond waren ze niet in staat zelf voedsel te verbouwen en hadden ze geen controle over hun eigen voedselvoorraad. Mao, die zijn nieuwe programma introduceerde met de belofte ‘dat werkelijk iedere taak haalbaar is’, verzekerde ie12


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 13

dereen dat er met de communistische technieken meer voedsel geproduceerd kon worden. De overheid liet grote, gemeenschappelijke keukens neerzetten waar de dorpelingen al hun maaltijden aten. Het mooie weer in het eerste oogstseizoen creëerde veel draagvlak bij de dorpelingen. Maar wegens droogte en overstromingen in de jaren daarna, kelderden de graanvoorraden tot een gevaarlijk dieptepunt. Toen wist de man van mijn moeder dat hij geen keus had. ‘Ga’, zei hij, terwijl ze daar stond met de kinderen. ‘Ik kan jullie niet meer te eten geven.’ Ze schuifelde een laatste keer door het huis en wierp een verstolen blik op het bed waar ze met haar man en kinderen geslapen had. Zo comfortabel zouden ze het op straat niet hebben. Ze veegde een traan weg. Dit was niet het moment voor zulke emoties. Het huis had toch al niets meer te bieden. De hond was al lange tijd in de pot waarin ze vroeger hun brood hadden gebakken. Het huis was langzaam maar zeker gestript van alles wat ook maar enige waarde had, waaronder al het metaal. Metaal stond voor kracht, althans volgens Mao, die ervan overtuigd was dat een natie met meer staal in staat was tot het produceren van meer schepen, wapens en gebouwen.Toen hij verordende dat alle burgers hun metaal aan de staat moesten overdragen, had mijn moeder plichtsgetrouw het hele huis doorzocht om de laatste gram boven water te krijgen. Ze verzamelde potten, pannen en landbouwwerktuigen die vroeger veel waard waren geweest, en bracht ze naar een van de vele staaldepots die her en der uit de grond waren gestampt. Alle metaalsnippers van alle dorpelingen werden op één grote hoop gegooid, waarvan het gewicht met gepaste trots aan de centrale overheid werd doorgegeven. De berichtgeving mag fier zijn geweest, maar het resultaat was frustrerend. De weinige waardevolle aardse goederen werden niet aangewend voor slagschepen; in plaats daarvan werden ze op een onbruikbare hoop oud ijzer gegooid. Deze grote, waardeloze bergen kregen in de dorpen een ereplaats als zogenaamd symbool van kracht, maar in werkelijkheid symboliseerden ze slechts de pijn, het hartzeer en het onvermogen van de Grote Sprong Voorwaarts. 13


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 14

En ze werden een symbool van de dood. Ik weet niet of mijn moeder boos, gebroken of bang was – wellicht alle drie – maar ze pakte mijn oudere zusje bij de hand, deed mijn broertje in een draagdoek op haar rug, en zei met geforceerde vrolijkheid: ‘We gaan een eindje wandelen.’ Bijna vier jaar lang liep ze van dorp tot dorp en vroeg eten aan mensen die het zelf niet konden missen. Miljoenen mensen vonden de dood in de Grote Sprong Voorwaarts. Volgens sommigen bedroeg het aantal doden bijna dertig miljoen. Dat is een veelvoud van het aantal slachtoffers van de Holocaust. Toen er helemaal niets anders meer voorhanden was, at iedereen – ook mijn moeder – de bast van de bomen. Maar op een gegeven moment was dat ook op; het eens zo welige platteland stond vol met kale bomen en verder niets meer. Toen de winter aanbrak werd het nog erger. Op een uitzonderlijk bitterkoude dag ploeterde mijn moeder eens kilometers achter elkaar door de sneeuw. Ze droeg mijn broertje en sleepte mijn zusje mee aan haar hand. Ze liepen langzaam; hun zwaar bevochten voetstappen lieten een spoor van wanhoop achter op het vrieskoude pad. Toen ze in de verte eindelijk een paar huizen zag, kon ze een gemompeld Chinees spreekwoord niet binnenhouden. ‘Zelfs een blinde ezel vindt met hulp van boven de weg naar huis.’ Hoewel ze atheïst was, kwam dit spreekwoord vaak over haar lippen wanneer het leek alsof iemand over haar en de twee kinderen waakte. Dankzij de barmhartigheid van vreemden had ze tot hier toe overleefd en hoopte ze dat er ook in dit dorp weer mensen genade zouden tonen. Het kleine kansje op voedsel stuwde haar vooruit door de hoge, ijzige sneeuwmassa. ‘Hebben jullie wat eten over?’ Ze stonden in de tuin van een klein huisje ergens in het dorp. Een vriendelijke man gaf haar een kom rijstsoep. Bovendien mochten ze op het erf beschutting tegen de elementen zoeken. Hoewel het maar een kleine hoeveelheid was – niet genoeg voor alle drie – zou de warmte van het vocht de altijd aanwezige kou even verdrijven en hun helpen ook deze nacht wellicht weer te overleven. Voorzichtig maakte 14


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 15

mijn moeder aanstalten om haar zoon en dochter eerst van de bouillon te laten drinken. Ze wilde geen druppel verspillen. Op het moment dat de lepel de lippen van de baby raakte, schoot er een grote haan op hen af. Mijn moeder gaf een gil toen het beest haar vloerde in de sneeuw en de ongewenste bezoekers bijtend en krabbend van zijn erf probeerde te verdrijven. De haan kwam als overwinnaar uit de strijd; mijn moeder onder het bloed, en – wat erger was – onder de kostelijke rijstsoep. Hoewel mijn moeder en haar kinderen elke dag moesten vechten voor hun leven, hadden sommigen het nog slechter. Sommige mensen brachten leer aan de kook om het te versoepelen tot eetbare repen. Velen stierven terwijl ze het leer probeerden door te slikken. Degenen die niet stikten hadden hulp van anderen nodig om de plakkaatachtige uitwerpselen van hun lichaam te verwijderen. Sommige mensen aten modder. Nog schokkender was het om anderen hun kinderen en ouders te zien opeten die gestorven waren aan een natuurlijke of gewelddadige dood. In de Chinese geschiedenisboeken wordt deze periode aangeduid als ‘Drie jaar met veel natuurrampen’, een omschrijving die de rol van een overheid die haar eigen bevolking uithongerde uiteraard verdoezelde. Mijn moeder deed wat ze kon om ervoor te zorgen dat zij en haar kinderen niet simpelweg gereduceerd werden tot een statistisch gegeven, tot een getal dat onderging in de geschiedenis. Maar op zekere dag begon ze te hoesten, zoals miljoenen anderen die doodziek waren geworden van het gebrek aan voedsel en de onhygiënische leefomstandigheden. De hoest werd erger en ging nooit helemaal over. Dag in dag uit liep ze te happen naar adem en had pijn in haar borst.Toen begon ze bloed op te hoesten. Op dat moment wist deze alleenstaande verzorger van twee dakloze kinderen in tijden van hongersnood dat ze stoflongziekte had. ‘Zelfs een blinde ezel vindt met hulp van boven de weg naar huis’, kraste ze tussen twee hoestbuien door. De kinderen en zij overleefden al jaren. Ze bleef geloven dat iets naar haar omzag, al waren haar omstandigheden dramatisch verergerd. Iemand had haar op een of andere manier tot hier geholpen. 15


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 16

En ze ging door. In de maanden die volgden zeulde ze hijgend en hoestend door dezelfde kleine regio en aanvaardde de vriendelijkheid van vreemden. Op het laatst kwam ze bij een klein plattelandsdorpje genaamd Shiziyuan, wat ‘dadelpruimtuin’ betekent. Hier nam haar leven een schier ongelooflijke wending. Ze klopte op de deur van een klein huisje. ‘Kunt u wat eten missen?’ De tuin stond vol geurige dadelpalmbomen. Ze wilde zich net omdraaien en naar het volgende huis gaan toen de deur openging. Er stond een magere, gebochelde man in de deuropening. Hij had maar één goed oog, waarmee hij de bezoekers in zijn portiekje opnam. Het was Fu Yubo, de boekhouder van het dorp. ‘Dit is alles wat ik heb’, zei hij, en reikte haar wat brood aan. Hij had overduidelijk medelijden met de zieke vrouw en haar twee kleine kinderen en gaf haar niet alleen te eten, maar ook een nieuw leven. Korte tijd later trouwden ze. Na jaren op straat te hebben geleefd, kreeg mijn moeder een dak boven haar hoofd. Al snel kregen ze kinderen samen. Eerst kwam er een meisje, Qinghua, en op 12 juli 1968 werd ik geboren. Ze noemden mij Xiqiu, wat ‘Hoopvolle Herfst’ betekent; in China valt juli in de herfst. In de dorpen gaven de ouders hun kinderen vaak ook een bijnaam, als een schild tegen boze geesten en een slecht karakter. In hun bijgeloof meenden ze dat er geesten over het platteland zwierven die op zoek waren naar kinderen om te kwellen. Ze waren bang dat de geesten en demonen hun kind extra aantrekkelijk zouden vinden als ze welluidende namen hadden. Daarom verzonnen ze de afschuwelijkste scheldnamen voor hun kinderen.Twee vrienden van mij heetten bijvoorbeeld ‘Lelijk Blad’ en ‘Stomme Ezel’ om ze voor de geestenwereld maar zo afstotelijk mogelijk te maken. Mijn bijnaam luidde Pianyi, wat ‘armoedzaaier’ betekent. Iedereen geloofde dat kinderen eigenschappen zouden ontwikkelen die haaks op hun bijnaam stonden, dus mijn moeder wilde waarschijnlijk dat ik in de toekomst zou baden in weelde en luxe. Het vernederende gebedel had grote impact op haar gehad en ze wenste intens dat wij het beter zouden hebben. Misschien dat mijn bijnaam wonderen zou doen. 16


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 17

Ondanks de ziekte van mijn moeder en de handicap van mijn vader hadden wij een veel beter leven. Als jongste kind werd ik met de grootste zorg behandeld door mijn ouders, broer en zussen. Ons huis had één slaapkamer waar we met zijn allen sliepen, een woonkamer en een klein keukentje. De keuken was altijd een plek van warmte. Moeder legde bloemen op de grond rond de kachel. Er was groente en meel om brood te bakken. Na het koken van de hoofdschotels zweefde er altijd een geur van vers gebakken brood door het huisje. We hadden ook een klein tuintje, omzoomd door dadelpalmbomen. Ik was net zo gek op de geur van die bomen als op de geur van brood. De bomen hadden grote, glanzende bladeren en hun bast leek op het vel van een alligator. Als klein kind klom ik in die bomen en zocht de beste vruchten uit. De gele dadels waren nog niet rijp, maar de rode, die waren goed. Ik hield ze tegen het zonlicht en keek erdoor naar de lucht, alsof ze een telescoop waren. De lucht leek purperrood door het rijpe, zachte fruit. Als ik aan mijn jeugd denk, proef ik die suikerachtige, pittige smaak en ruik ik de voorjaarsbloemen waar altijd grote honingbijen op afkwamen. Mijn vader deed de administratie voor het hele dorp. Hij ging altijd lopend naar zijn werk, zijn handen in elkaar geslagen op zijn rug. Zijn gang was als die van een man met een missie en hij liep zo snel dat ik hem niet bij kon houden. Hij werkte van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en verdiende daar ongeveer tien dollarcent mee. Hij was een expert in de suànpán, een rekeninstrument waar in China al duizenden jaren mee wordt gewerkt en dat in andere regio’s bekend is als een abacus, een telraam. Zijn handen vlogen als geleid door magische krachten over de kralen. Hij kon ermee optellen, aftrekken en zelfs delen. Dat laatste was behoorlijk ingewikkeld, maar zijn vingers aarzelden geen moment terwijl hij de oogsten berekende en de hoeveelheid voedsel vaststelde die elk gezin zou krijgen. Hoewel hij niet meer dan zes jaar onderwijs had genoten, werd hij als een geschoold man beschouwd. Hij las mij ’s avonds zelfs voor bij het naar bed gaan. 17


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 18

De oogsttijd was voor iedereen de drukste periode. Omdat de landbouw onder de communistische wet gemeenschappelijk was geworden, konden de boeren zelf niets meer verbouwen. In plaats daarvan produceerden ze voor de overheid. Ze oogstten de tarwe en het koren en brachten het naar een andere locatie voor distributie. Mijn vader had de verantwoording over de verdeling van de voedselrantsoenen, die naar hoofd en productie werd vastgesteld, en gaf de gezinnen een papieren bon, een coupon, waarmee ze tarwe, koren, zoete aardappels en aardappelchips konden krijgen. Na een lange dag van zware arbeid kwamen de werkers bij elkaar om te eten.Vanwege het respect dat mijn vader genoot, mocht ik soms ook mee-eten. Uit hoofde van zijn positie kon hij de armste gezinnen soms iets extra’s geven zonder gesnapt te worden.Wij waren arm, maar er waren mensen die nog (veel) slechter af waren dan wij. De communistische leider Mao had een hartgrondige hekel aan voormalige landeigenaars in verband met hun ‘kapitalistische’ achtergrond.Verguisd tot en met, werden miljoenen van hen de dood in gejaagd of tot zelfmoord gedreven. De levens van het handjevol dat nog niet het loodje had gelegd werden getekend door vernedering en vervolging. Een van onze buren stond bekend als zo’n ‘vijand van het volk’, zoals ze door de overheid bestempeld werden. In die tijd noemden de dorpskinderen iedereen ‘opa’, ook als diegene geen familie van hen was. Dat deden ze als blijk van respect. Ik zag totaal geen verschil tussen ons gezin en dat van deze opa, die deze hardvochtige behandeling in mijn ogen niet verdiende. Maar elke ochtend bij het krieken van de dag hoorde ik de partijsecretaris zijn naam brullen. ‘Eruit!’ schreeuwde hij. ‘Tijd om de straat te vegen!’ Even later hoorde ik de deur van de oude man open en dichtgaan. De andere voormalige landeigenaren en hij veegden elke ochtend iedere vierkante centimeter van het dorp. Mijn ouders hadden ontzettend met zijn gezin te doen. Mijn moeder zorgde iedere dag voor wat extra eten, vouwde het in een doek en gaf die aan mij, terwijl ze fluisterde: ‘Zorg dat je niet gesnapt wordt!’ 18


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 19

Ik wist wat er op het spel stond. Als het ontdekt werd, zouden de autoriteiten ons gezin kapotmaken. Maar ik voelde opwinding in plaats van angst, en verhief mijn geheime nachtelijke voedselmissies tot een wetenschap. Ik droeg het eten zo lang mogelijk bij me en glipte dan zo zachtjes mogelijk het huis uit. Nonchalant slenterde ik langs de weg en hield mijn omgeving goed in de gaten. Als er iemand in de buurt was, dwaalde ik weg van het huis van onze buren. Soms was het zo gepiept. Maar meestal dwong ik mijzelf uit behoedzaamheid tot hele avondwandelingen om er in ieder geval zeker van te zijn dat ik absoluut alleen was. Pas dan schoof ik het eten zo geruisloos mogelijk onder hun deur door en stuiterde vervolgens met kloppend hart naar huis. Ik ben nooit gepakt. Veel mensen in het dorp werden door mijn ouders geholpen en ze stonden al snel bekend om hun vrijgevigheid. Er klopte iedere dag wel een bedelaar op onze deur. ‘Pianyi’, maande mijn moeder mij vanaf haar bed, ‘haal iets te eten. Geef het beste wat we hebben.’ Alleen het eerbiedwaardige deel van onze dorpsbevolking – ouders, en mensen op leeftijd – mochten me met mijn bijnaam aanspreken. Als mijn vrienden of kennissen mij ‘Armoedzaaier’ noemden, zou dat een regelrechte belediging zijn. Maar als mijn moeder dat zei, klonk het als een uiting van liefde en zelfs van hoop, vooral omdat haar verwachtingen over mijn toekomst omlijst werden door de bedelaars in onze deuropening. Hoewel we amper genoeg hadden voor onszelf, lukte het altijd om althans iets te delen met een tuin vol bedelaars. Ik schotelde ze het beste voor wat we in huis hadden en hoorde hun verhalen aan terwijl ze aten. Sommigen lachten terwijl ze hun trieste verhaal deden; sommigen huilden. Omdat mijn eigen moeder had gebedeld, kwamen deze armoededrama’s keihard bij me binnen. Daar, in onze tuin, leerde ik bewogen te zijn. En daar leerde ik wat weerstand is.

Y 19


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 20

Mijn ouders betaalden helaas een hoge prijs voor hun edelmoedigheid. Ze hadden allebei echt hart voor de armen, maar vaak gaven ze eten weg dat we zelf niet konden missen. Men zegt dat financiële zorgen een van de grootste bedreigingen is voor huwelijksgeluk. Voeg daar een handicap en een onderdrukkende overheid bij en de situatie wordt nijpend. Mijn zusje Qinghua en ik lagen ’s nachts in elkaar gedoken in de woonkamer en hoorden onze ouders door de dunne wandjes heen ruziën. De schrille bitterheid in hun stemmen beangstigde me. Maar toen het water werkelijk aan de lippen stond, bleef het niet bij boze uitroepen. Mijn moeder maakte mijn zusje en mij wakker, greep ons bij de hand en zei: ‘We gaan!’ Met slaap in de ogen deden we onze schoenen aan en stommelden naar buiten, over heuvels en door dalen, op naar het huisje van mijn oma van moederskant. Ze woonde vijfentwintig kilometer bij ons vandaan en was mijn moeders veilige haven als ze met mijn vader in de clinch lag. Onze voeten bewogen onvast bij het maanlicht. We probeerden niet te huilen. Maar na een paar kilometer sloeg mijn moeders boosheid om in moeheid; dan zakte ze in elkaar en huilde met ons mee. We haalden het huis van mijn oma nooit in een nacht. Het was te ver en onze beentjes waren te kort. Mijn moeder klopte midden in de nacht bij volslagen vreemden aan de deur. ‘Hebben jullie een plekje waar mijn kinderen en ik vannacht kunnen blijven?’ vroeg ze. Niets boezemde haar angst in. De jaren van bedelen hadden haar geharnast. En ik? Dat was een ander verhaal. Ik wilde gewoon thuis zijn, in bed, met ons hele gezin. In vrede. Maar dat was een illusie. O, we gingen heus wel terug. Na een poos was mijn moeder gekalmeerd en vingen we de lange voetreis naar huis weer aan. Alles bleef grotendeels bij het oude, maar mijn moeder had het zwaar. Het leek alsof het krachtige overlevingsinstinct dat haar gedurende het bedelbestaan op de been had gehouden, aan het verdampen was. De eens zo sterke, onverzettelijke vrouw begon de wilskracht te verliezen om zich door het harde leven te slaan. Een paar keer probeerde ze zelfmoord te plegen. Er waren geen 20


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 21

geweren om snel een eind aan je leven te maken en geen slaappillen om via bewusteloosheid de dood in te glijden. Eens liep ze naar de put waar de gemeenschap water haalde en moesten we praten als Brugman om haar van een sprong te weerhouden. Op een ander dieptepunt van haar wanhoop schuimden mijn zusje en ik de hele keuken af tot we alle messen gevonden hadden en begroeven die in de tuin. Haar leven was een beproeving. Zonder medische zorg voor haar stoflong kreeg ze eigenlijk nooit genoeg lucht. Maar het hoesten was het ergste. ‘Ga een zoete aardappel voor me halen in de tuin’, zei ze tussen twee piepende ademhalingen door. Bij gebrek aan enige echte medicatie voelde ze dat een gekookte zoete aardappel haar keel nog een klein beetje soelaas gaf. Maar zelfs als ze even respijt had van het hoesten lag ze in onze kang, een bed van uitgeharde modder en cement. Het stond in contact met de kachel in de keuken ernaast. De warmte verspreidde zich via het bed en verwarmde het vertrek zonder dat we er hoefden te stoken. Mijn moeder sliep aan de ene kant van het bed, mijn vader aan de andere kant. Wij propten onszelf tussen hen in. Je kunt het geloven of niet, maar dat was best knus; zeker in de winter, als we het dankzij de keukenkachel allemaal warm hadden. Maar mijn moeder hield het niet meer. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat spuugde ze het slijm van haar longinfectie op de grond. Altijd als ik haar extra zwaar hoorde hoesten greep ik een schop en holde naar de kant van het bed waar zij lag. Het was mijn taak om het speeksel van de vloer te schrapen en naar buiten af te voeren. En terwijl de gezondheid van mijn moeder zienderogen achteruit ging, deed mijn vader op een ochtend toen hij wakker werd een vreselijke ontdekking. Hij was verlamd geworden. Twee volle jaren hield hij mijn moeder gezelschap in de kang en was niet in staat om te werken. We hadden totaal geen inkomsten meer. Er was iets te eten, maar dat moest strak gerantsoeneerd worden zodat ik altijd honger had. Ik liep eens naar de 21


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 22

gemeenschappelijke keuken waar net het eten voor de arbeiders werd klaargemaakt. Aangezien mijn vader niet kon werken, gingen de oogstfestiviteiten ook aan hem voorbij. Die dag werden mijn neusgaten geprikkeld door een apart aroma. Er werden beignetten gebakken, een soort lange koeken van speciaal deeg. Als deze zoete lekkernijen uit de oven kwamen waren ze licht, luchtig en bijna hol vanbinnen. Ik wist meteen dat ik ze wilde hebben. Ik bedacht dat ik waarschijnlijk ongezien de keuken in kon glippen omdat ik zo klein was. Nonchalant hing ik wat rond bij de deur. Mijn hart ging als een razende tekeer. Op precies het juiste moment schoot ik de keuken in en vond een hele berg van de zoete delicatessen. Als een wild dier werkte ik ze naar binnen, de een na de ander, en hoopte maar dat ik niet betrapt zou worden. Niemand zag iets; voor het eerst in lange tijd ging ik met een volle maag naar huis.

Y De overheid zorgde om de paar maanden voor een projector om films te draaien. Dat was altijd een topevenement, omdat de operators gevaarlijke bergen en rivieren moesten bedwingen om alle Chinese dorpjes aan te doen. Het was een hele uitdaging om de wegen in onze verpauperde regio te bereizen, iets wat eigenlijk alleen per fiets of te paard haalbaar was. Ik kan mij niet herinneren dat ik in mijn jeugd ooit een auto heb gezien. Er kwam zelden of nooit bezoek. Daarom keek iedereen altijd reikhalzend uit naar deze filmfestivals, vooral de jeugd. De films gingen doorgaans over helden van de communistische partij, maar we waren er gek op. Er werd al weken van tevoren reclame voor gemaakt, dus de kinderen waren er als de kippen bij om stoelen op de beste plekjes neer te zetten. Op een ochtend was ik vroeg genoeg uit de veren om voor mijn stoeltje een plaatsje op de eerste rij te machtigen. Als het donker genoeg was om de film te vertonen liet ik mijn zieke ouders even alleen thuis om naar de gelegenheidsbioscoop te gaan. De andere kinderen waren op hetzelfde idee gekomen 22


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 23

en we installeerden ons voor de activiteiten die op het programma stonden. Om de een of andere reden staken de anderen de draak met mij, waarschijnlijk omdat ze zagen in wat voor haveloze en versleten kleren ik liep. ‘Moet je Xiqiu’s kleren eens zien!’ lachte een van de jongens uit mijn vriendengroepje terwijl hij naar mijn kleren wees. Wij kregen nooit nieuwe kleren. De buren gaven ons hun oude kleren en onze tweedehandsjes waren duidelijk met kwestieuze vodden opgelapt. ‘Is dat echt wel een hemd, of zijn het alleen maar een paar draden waarmee je dat kippenborstje van je probeert te bedekken?’ kopte een ander in. Ik luisterde niet naar hen en keek strak voor me. Ik probeerde me op de film te concentreren, die net begonnen was. Toen ik het gedoe eindelijk kon buitensluiten, voelde ik een warme straal over mijn rug. Ze waren op een kluitje gaan staan en pisten over mij heen. Mijn hart huilde toen ik in mijn kleverige, vochtige kleren naar huis liep. Waarom moesten de mensen ons zo respectloos behandelen? We waren al straatarm en zonder enige status. Waarom moesten we ons ook nog zulke spotternij laten welgevallen? Armoede, concludeerde ik. Dat was de reden waarom we het zo moeilijk hadden. Zolang ik geen geld had, zouden de mensen me blijven treiteren. Op die tocht van het mobiele filmtheater naar huis, nam ik een besluit. Ik zou miljonair worden. Het feit dat ik een naar urine stinkende boer was, bracht mijn besluit niet aan het wankelen. Onderwijs stond in China hoog in het vaandel en na de regering Mao was dat wellicht de ultieme methode om boven de armoede uit te stijgen. Als ik ijverig studeerde zou ik misschien naar het hoger onderwijs kunnen en genoeg geld verdienen om rijk te worden en mijn familie te onderhouden. Vanaf mijn achtste ging ik naar een door de Communistische Partij gecontroleerde school, waar ik lezen, schrijven en atheïsme gedoceerd kreeg. Het leren ging me gemakkelijk af, want ik was snel van begrip en had een goed geheugen. Bovendien zagen mijn onderwijzers leiderschapskwaliteiten in mij en wezen me 23


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 24

jaar op jaar aan als supervisor van de klas. Dit was een prestigieus predicaat omdat het altijd werd toegekend aan de meest verantwoordelijke leerling van de klas, die de orde kon handhaven als de docent het lokaal verliet, iedereen aangaf die het waagde een regel te overtreden tijdens de afwezigheid van de leraar, erop toezag dat iedereen aan het werk was en in de klas de steun en toeverlaat van de docent was. Ik genoot van de aandacht. ‘Xiqiu.’ De docent riep mij naar voren tegen het einde van het zevende schooljaar. ‘Je bent een zeer goede leerling. Je bent erg bekwaam en ijverig.’ Ik probeerde niet vol trots mijn borst vooruit te steken, maar deze woorden maakten wel dat ik mij heel bijzonder voelde. Toen zei hij iets zeer verrassends. ‘Ik laat jou zelfs zitten, zodat je nog een jaar bij mij in de klas kunt blijven. Jij gaat groep zeven overdoen.’ We werden niet verondersteld ooit een leraar tegen te spreken. Dus toen het hoofd van de school later die dag naar de klas kwam, zweeg ik toen de meester hem met een ernstig gezicht apart nam. ‘Xiqiu heeft een aanzienlijk gehoorprobleem, dus hij heeft dit jaar niet veel van de theorie begrepen’, zei hij. ‘Ik beveel een doublure aan.’ Er was natuurlijk helemaal niets mis met mijn oren. Maar de docent kon mij om een boodschap sturen en daarom was ik te waardevol voor hem. In plaats van met mijn vrienden over te gaan naar groep acht, bleef ik zitten om feitelijk geen andere reden dan nog een jaar als zijn onbetaalde, persoonlijke assistent te kunnen fungeren. Als bijvoorbeeld zijn moeder wijn nodig had, stuurde hij mij naar het dorp om die via ruilhandel te bemachtigen. Mijn docent gebruikte me.Wie was ik ook helemaal? Maar in deze cultuur werd het als een eer beschouwd om iets voor de leraar en zijn moeder te mogen doen, dus in de praktijk vond ik het niet zo’n ramp. Er waren tenslotte maar heel weinig zevendeklassers die zo konden sjacheren als ik…

Y 24


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 25

De pleziertjes van school namen de problemen thuis niet weg. Op een middag kwam ik thuis en hoorde mijn moeder hoesten. Ik greep mijn schop en rende naar haar toe, klaar voor mijn gebruikelijke opruimtaak. Maar deze keer klonk het anders. De hoest was genadeloos en overweldigend. Toen ik zag dat ze dubbel sloeg van de pijn, wist ik één ding zeker: ze was stervende. Ik weet niet meer hoelang het duurde voor Qinghua uit school kwam, maar het leek wel een eeuwigheid. ‘Moeder gaat dood’, fluisterde ik, terwijl ik haar tegemoet rende in de tuin. ‘Wat moeten we doen?’ We hadden natuurlijk niet bijster veel mogelijkheden. Officiele artsen zouden nooit het hele eind naar onze regio afleggen en wij konden het ons beslist niet veroorloven om uren onderweg te gaan naar het streekhospitaal. Onze enige medische hulpbron was een plaatselijke ‘blotevoetendokter’ die helemaal geen dokter was. Blotevoetendokters zijn boeren die op de rijstvelden werken zonder schoeisel aan hun voeten (daarom worden ze zo genoemd) en die in hun vrije tijd met voornamelijk goede wil de meest basale kwaaltjes van de dorpelingen behandelen. Mijn zus liet haar schoolboeken vallen en we holden naar het huis van de lokale blotevoetendokter. ‘Alsjeblieft, help ons!’ riep ze vanuit de tuin. Samen met zijn vrouw kwam hij naar de deur en monsterde onze betraande gezichten en gescheurde kleren. Met één blik stelden ze vast dat we de rekening schuldig zouden blijven en zonder een greintje emotie schudde hij zijn hoofd. Ik gaf een gil en viel op mijn knieën voor de deur, maar die begon langzaam dicht te gaan. ‘Ik geef mezelf!’ riep mijn zus, in een wanhopige poging hen te vermurwen. ‘Ik zal tijdens de oogst gratis op uw velden werken! Ik zal alles terugbetalen!’ De twee lieten zelfs niet merken dat ze haar aanbod gehoord hadden voor ze de deur in ons gezicht dichtsloegen en ons alleen met de naderende dood van onze moeder lieten omgaan. ‘We moeten ons verdelen’, zei Qinghua terwijl ze overeind kwam en het stof van haar knieën klopte. ‘Ik ga in een ander dorp hulp zoeken. Als jij naar huis gaat om op moeder te letten, 25


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 26

dan probeer ik een dokter te vinden die medelijden met ons heeft.’ We wisten dat er in een dorp vijf kilometer verderop ook een blotevoetendokter was, dat was het dorp waar onze oudste zus woonde. Ik keek haar even na terwijl ze wegrende en haastte mij toen terug naar huis. Mijn hart bonsde bij iedere stap. Maar toen ik het hek opendeed, stond ik abrupt stil naast de grote balen hooi die daar als wintervoorraad lagen opgetast. Wat zou ik binnen aantreffen? Was mijn moeder inmiddels overleden? En als ze nog leefde, hoe moest ik haar dan vertellen dat de dokter zich niet om haar bekommerde omdat we niet konden betalen? Verlamd van angst en emotie stond ik daar onbeweeglijk. Confucius was meer dan tweeduizend jaar geleden in mijn Shandong regio opgestaan, maar zijn filosofieën boden geen persoonlijke god tot wie ik om hulp kon roepen. In het communisme van Mao was er beslist geen ruimte voor goddelijke helpers. De enige ‘religie’ die we hadden in het dorp was bijgeloof, en alle daaruit voortvloeiende opties hadden we al geprobeerd.Toen bijvoorbeeld mijn beide ouders bedlegerig waren, hadden ze ons gevraagd om vijftien kilometer met een glazen fles naar een bergachtig gebied te lopen. Daar haalde mijn zus de dop van de fles, vulde hem met water, knielde neer op de berg en riep de goden aan, samen met duizenden anderen die wanhopig maar een oplossing voor hun zeer diverse problemen zochten. Ze verbrandde wierook en zelfs geld om de goden gunstig te stemmen. Toen legde ze onze situatie voor aan de eerste de beste bovennatuurlijke god die wellicht toevallig langs zweefde. ‘Moeder heeft stoflongziekte. Mijn vader kan niet lopen’, zei Qinghua. Ze hoopte maar dat een god haar hoorde. Conform het heersende bijgeloof moest er vanuit de lucht iets in het water vallen: een twijgje, as – alles wat er op het moment van aankomst niet lag, telde mee. Ze bad uit alle macht en deed toen haar ogen open. Tot haar grote vreugde was er een wonder gebeurd: er dreef as in de fles! Snel deed ze de dop er weer op om het magische water te beschermen en holde naar mijn ouders. ‘Drink!’ schreeuwde ze, en duwde mijn ouders de fles onder hun neus. 26


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 27

Modderwater uit een fles; hoe veelbelovend dat ook klinkt, het spreekt voor zich dat er niet de genezende kracht van uitging die wij hadden gehoopt. Dus nam mijn moeder haar toevlucht tot andere bijgelovige rituelen. Een daarvan bestond uit een serie van zeven buigingen, tot ze met haar gezicht plat op de grond lag. Dan ging ze weer staan, zette zeven stappen en begon van voren af aan. Ze begon in huis en ging soms net zolang door tot ze bij de weg was. Als ze weer binnen kwam bloedde ze soms uit wonden aan haar hoofd, zo diep en gepassioneerd waren haar buigingen. Maar de goden leken haar inzet alleen te belonen met pijn. Het kwam allemaal wat vreemd op mij over. Als je een fles water zonder dop op de grond zet tussen duizenden mensen die wierook verbranden, dwarrelt er natuurlijk wat as in. Maar ik zei nooit: ‘De keizer heeft geen kleren aan.’ Ik wilde dat het zou werken. Misschien dat geloof, waar dan ook in, wellicht wel een handje hielp. Toen ik daar naast het hooi stond wist ik diep vanbinnen dat bijgeloof krachteloos was. Op dat moment kwam het spreekwoord van mijn moeder in mijn gedachten: ‘Zelfs een blinde ezel vindt met hulp van boven de weg naar huis.’ Dat had ik haar jarenlang horen zeggen en opeens vroeg ik mij af of er daar in de hemel misschien – heel misschien – iemand was die mij kon helpen en leiden. Voor de tweede keer die dag viel ik op mijn knieën, maar nu niet voor een harteloze blotevoetendokter. Ik riep het ter plekke uit naar mijn tian, wat ‘hemels’ betekent, en laoye, wat ‘opa’ betekent, een uiting van respect voor oudere mensen. ‘Hemelse Opa’, bad ik, ‘ik ben zo bang en ik wil niet dat mijn moeder doodgaat. Alstublieft…’ Ik wist eigenlijk niet eens wat ik wilde zeggen, maar ik hoopte dat wie of wat er ook maar was daarboven een helpende hand zou toesteken als ik er vanuit het diepst van mijn hart om smeekte. ‘Help mijn moeder alstublieft.’ Het was mijn eerste gebed. Toen ik weer overeind stond greep ik mijn schop en ging naar de kamer waar mijn moeder lag. Ze was er nog slechter aan toe 27


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 28

dan op het moment dat we weg waren gerend, dus ik ging naast haar zitten en schepte slijm en speeksel weg terwijl ik op mijn zus wachtte.Toen Qinghua thuiskwam met een blotevoetendokter in haar kielzog, slaakte ik een zucht van verlichting. Hij stond onmiddellijk naast haar en diende een soort kruidenmedicijn toe. Hij gaf ons aanwijzingen over haar verzorging en dat was wat hij voor ons kon doen, maar we volgden zijn instructies tot in de kleinste details op. Hij was alles wat we hadden. Mijn moeder beleefde een verbazingwekkend herstel en overleefde ook deze episode. Ergens kon ik het idee dat mijn geheime ‘Hemelse Opa’ daar iets mee te maken had, niet van me afzetten.

28


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 29

Hoofdstuk 3

‘We kunnen ze niet allebei laten gaan’, zei mijn vader tegen mijn moeder. De aarzeling klonk door in zijn stem. Mijn ouders waren al een uur met elkaar in gesprek over de studiemogelijkheden voor Qinghua en mij en wij zaten in de kamer ernaast luistervinkje te spelen. Toen ik de lagere school afrondde had de provinciale overheid net het kinderonderwijssysteem aangepast. Omdat ze de pienterste leerlingen allemaal bij elkaar wilden hebben, had men besloten de scholieren met de hoogste scores van alle dorpen naar een centrale locatie te sturen. Ik had de eer om als enige van alle kinderen uit mijn dorp geselecteerd te zijn. Dat zou mij niet alleen helpen op de weg naar rijkdom en respect, het gaf mij ook een educatieve voorsprong op de treiterkoppen die mij in dit dorp het leven zuur hadden gemaakt. Het enige probleem was dat er een prijskaartje aan hing; ons gezin kon zich de uitgaven voor kost en inwoning simpelweg niet veroorloven. ‘Ik blijf wel hier’, zei Qinghua, terwijl ze richting de slaapkamer stevende. ‘Wat ga je zeggen?’ vroeg ik, en greep haar bij de arm. ‘Jij bent intelligenter dan ik’, zei ze. ‘En ik ben een meisje. Ik kan op het land gaan werken om wat bij te verdienen als jij naar school gaat.’ Haar stem trilde van emotie. Ik liet haar edelmoedigheid even op me inwerken voor ik reageerde. ‘Weet je het zeker?’ Ze knikte, en met die nauw merkbare hoofdbeweging werd het volle gewicht van de toekomst van ons gezin op mijn schouders gezet. Qinghua’s bereidheid om zich voor mij op te offeren raakte mij diep. Korte tijd later pakte ik de weinige spullen die ik had bij el29


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 30

kaar, nam afscheid van ons gezin en zette koers naar school.Toen ik daar arriveerde was ik doordrongen van de noodzaak om zulke hoge cijfers te halen dat mijn ouders trots konden zijn en dat het offer van mijn zus de moeite waard was. Door in een andere omgeving naar school te gaan kreeg ik een frisse kijk op de wereld. Ik had veertig klasgenoten uit alle delen van het land. Sommigen waren van rijke komaf, anderen kwamen uit gezinnen die het zelfs nog slechter hadden dan wij. Door de kennismaking met mijn medeleerlingen leerde ik verder te kijken dan de beperktheid van mijn geboortedorp. Er ging een wereld voor mij open die veel groter was en veel meer mogelijkheden bood. Ik woonde op ongeveer vijfentwintig kilometer afstand van ons huis in een slaaphuis. Qinghua en mijn halfbroer werkten door de week op de rijstvelden. Mijn ouders konden niet eens een paar schoenen voor haar betalen, dus liep ze op goedkope slippers. Ze vond het niet prettig om daarmee gezien te worden, maar toch liep ze elke week het hele eind op dat ongemakkelijke schoeisel naar mijn school om mij eten te brengen. Er was natuurlijk geen telefoon, dus ik keek altijd uit naar haar komst om nieuwtjes van het thuisfront te horen. Is mijn moeder deze week niet bezweken aan haar longziekte? vroeg ik mij af. Of geeft ze het vroeg of laat op en maakt ze een eind aan haar leven? Deze vragen drongen zich tegen wil en dank aan mij op terwijl ik in de collegebank zat en de docent uitweidde over de grondbeginselen van wis- en natuurkunde. Ik kon die gedachten niet van mij afzetten, hoe graag ik ook bij de les wilde blijven. Gelukkig merkten de leraren mijn verstrooidheid niet op en kon ik heel goed meekomen. Ik werd alweer aangewezen als supervisor van de klas en moest dus een oogje op mijn medeleerlingen houden. Omdat we op een kostschool zaten stonden velen van ons voor het eerst op eigen benen. Het was best moeilijk om zo ver van huis te zijn. Het grootste deel van de tijd hield iedereen zich wel goed, maar op zekere dag barstte een van mijn medeleerlingen tijdens een college in huilen uit. ‘Wij kunnen ons deze school niet meer veroorloven’, snikte 30


Man van de hemelse vrede 1-352_Opmaak 1 03-06-14 16:13 Pagina 31

het meisje. Ze was de vijfde van zeven kinderen en haar ouders konden het gezin ternauwernood te eten geven. ‘Mijn moeder zei dat ik van school moest.’ Ik heb geen idee hoe mijn leven eruit had gezien als ik rijk geboren was. Maar als zoon van twee gehandicapte boeren was mijn hart in mijn jonge jaren doorboord met verhalen over armoede. Ik wist dat armoede volksziekte nummer een was in ons land. Aangezien onderwijs de enige ontsnappingsroute was uit een arm boerenbestaan, kon ik de gedachte niet verdragen dat dit klasgenootje weer naar haar dorp zou worden geduwd, gedoemd tot een leven van eeuwige honger. Maar hoe kon ik – een leerling – iets voor haar doen? Het was dat Qinghua grote offers voor mij bracht door elke week eten te brengen, maar anders had ik ook niets. Ik had beslist geen geld of extra eten om uit te delen. Maar ik wist dat ik iets moest doen, al had ik geen idee wat. Een kleine week later riep ik een aantal medeleerlingen bij elkaar en reisde met het hele stel naar het dorp waar het meisje woonde. Ik had geen gedetailleerd plan uitgewerkt om haar op school te houden; toen de deur van haar ouderlijk huis openzwaaide, deed ik het enige wat ik kon: ik bedelde. ‘Dwing haar alsjeblieft niet om te stoppen’, smeekte ik, zodra er oogcontact was gemaakt. Het waren eenvoudige mensen, gehuld in oude kleren. Ik vertelde ze hoe goed hun dochter het deed op school en probeerde uit te leggen dat dit haar enige kans was op een rooskleuriger toekomst.Tijdens ons gesprek zag ik het gezicht van haar moeder zachter worden. Ik voelde dat ik beet had en deed daarom een plechtige belofte. Ik had geen idee hoe ik die moest houden, maar daar liet ik mij niet door weerhouden. ‘Wij zullen voor haar zorgen’, zei ik, met een gebaar naar mijn medeleerlingen. ‘Als jullie haar terug naar school laten gaan, nemen wij de kosten voor onze rekening.’ Dat was een aanbod dat ze niet konden weigeren. Ze bedankten ons en wij fietsten triomfantelijk terug naar school. Maar mijn gedachten flitsten net zo hard in de rondte als de pedalen, terwijl ik mij het hoofd brak over de vraag hoe ik dit in vredesnaam ging waarmaken. 31


Bob Fu is als studentenleider aanwezig bij de protesten op het Tiananmen Plein. De afloop is voor hem een desillusie. Dan maakt hij kennis met het christelijk geloof. Hij bekeert zich maar krijgt daardoor een dubbele identiteit: overdag hoogleraar op een communistische hogeschool, ’s nachts huiskringleider en hoofd van een ondergrondse Bijbelschool. Een gevaarlijke situatie, die uit de hand dreigt te lopen…

 Leest in één adem uit: ongelooflijk spannend en ontroerend tegelijk  Opent je ogen voor de schrijnende situatie van Chinese christenen  Wat achter gesloten deuren gebeurt in China, lijkt op een horrorfilm – maar is de gruwelijke werkelijkheid ‘Iedereen met hart voor vervolgde christenen zou dit boek moeten lezen.’ Brother Yun, de ‘hemelse man’

NUR 402/707 NUR 707

ISBN 978-90-297-2321-3

9 789029 723213

UITGEVERIJ KOK – UTRECHT

KOK


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
leesfragment 'Man van de hemelse vrede'- Bob Fu by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu