Uniek kerkhistorisch naslagwerk
Encyclopedie Nadere Reformatie - I Biografieën A - K ISBN 9789088653438 Uitvoering gebonden Formaat 21 x 28 cm Omvang 384 blz. (deel I) Verschijnt april 2015
Deel II (biografieën L – Z) verschijnt DV 2016 Deel III (thematisch) verschijnt DV 2017
lever de bon in bij uw boekhandel
BESTELBON Naam Adres Postcode
Woonplaats
Datum
Handtekening
Tekent in op
stuks Encyclopedie Nadere
Reformatie deel I, Biografieën A-K (ISBN 9789088653438) voor de intekenprijs van € 34,99 bij boekhandel Ja, ik reserveer hierbij ook de delen II en II en
NADERE INFORMATIE over de NADERE REFORMATIE
ontvang graag per mail bericht als deze verschijnen. Mijn mailadres is:
Uitgeverij De Groot Goudriaan | www.kok.nl 150311-Folder ENR.indd 1
Eerste deel Encyclopedie Nadere Reformatie verschijnt D.V. april 2015 Teken nu in: tot en met 10 juli 2015 € 34,99 | daarna € 39,99
30-03-15 16:00
’D prof. W.J. op ‘t Hof
e verschijning van deze encyclopedie is een unieke gebeurtenis. Het is nog nooit gebeurd dat de Nederlandse uitgesproken bevorderaars van de gereformeerde vroomheid uit de zeventiende en achttiende eeuw in een standaardwerk bijeengebracht zijn. De eerste twee delen van de encyclopedie zijn met hun biografieën gevuld. In het derde deel wordt een uitgebreid scala van piëtistische thema’s dat zij bespelen, aan de orde gesteld. Dit is eveneens voor het eerst in de geschiedenis. Bovendien valt het niet te verwachten dat zo’n standaardwerk ooit nog in de toekomst zal verschijnen. Bewust is ervoor gekozen de tekst voor iedere geïnteresseerde goed toegankelijk te maken.’
Een UNIEK NASLAGWERK waar lang naar uit is gekeken
’A prof. A. de Reuver
an de verschijning van deze nieuwe encyclopedie ging jarenlang speurwerk vooraf. Gecombineerd met recent historisch onderzoek bracht dit verrassende details en belangrijke verbanden aan het licht. Wie het landschap van de Nadere Reformatie van nabij wil leren kennen, vindt in dit naslagwerk een goede gids. Kortom, nadere informatie over de Nadere Reformatie!’
‘D
e Encyclopedie Nadere Reformatie brengt ons op allerlei manieren nader tot het hart van de spiritualiteit van de Gereformeerde Gezindte vandaag!’
Jarenlang is door een groep kerkhistorici gewerkt om het veld van de Nadere Reformatie geheel in kaart te brengen. Nu verschijnt deel I van in totaal drie kloeke banden die de Encyclopedie telt.
Deel I bevat honderden minibiografieën van de mannen en vrouwen die direct of indirect een rol hebben gespeeld in een van de boeiendste stromingen uit de Nederlandse kerkgeschiedenis.
Deel II staat gepland voor verschijnen in 2016, deel III voor 2017, het jaar waarin ook het langlopende project REFO500 zal worden afgesloten.
prof. A. Baars
150311-Folder ENR.indd 2
30-03-15 16:00
AGNES
AGNES werkje over het theegebruik zag ten minste zeven keer het licht. Vermeldenswaardig is verder dat het zelfs tweemaal in de moedertaal van Alardin in omloop is gebracht, onder de titel Geistlich- und Himmlischer ee-Gebrauch oder Kurtz eingefassete Vorstellung on dem ee (Bremen , Zürich ).
voor coccejanen. In hun ijver om de stadhouder te helpen tegen pogingen van de adel om zijn macht in te perken, zetten leidende en voornamelijk voetiaanse predikanten zich aan het hoofd van een volksopstand die tot onbestuurbaarheid van het gewest leidde. Albertine Agnes zag zich toen genoodzaakt zich tegen hen te keren. Daags nadat ze een delegatie van de officieel gekozen Leeuwarder Provinciale Staten te verstaan had gegeven dat ze geen grote smaak en welgevallen in hun audiëntie had, viel de eenheid van dat deel van de Staten uiteen en was de weg vrij voor een overwinning van de afgescheiden Staten, die in Sneek vergaderden. Na haar dood schonk haar zuster deze stad uit dankbaarheid twee zilveren kannen. Voor de labadisten die in te Wieuwerd neergestreken waren, onder wie Anna Maria van Schurman, koesterde Albertine Agnes sympathie. Zonder haar bescherming zouden die waarschijnlijk geen toestemming hebben gekregen en behouden om zich in Friesland te vestigen. Na haar overlijden werd Albertine Agnes bijgezet in de graelder van de Nassaus in de Grote Kerk te Leeuwarden.
.: , , a; J.A. von Recklinghausen, Reformations-Geschichte der Länder Jülich, Berg, Cleve und Meurs, , Solingen , ; H. Florijn, Hollandse geloofshelden, Utrecht , -; G. Jaspers, ‘‘De ee die hier de ziel geniet van blad tot blad’. Enkele notities bij Vergeestelyk en Hemels ee-Gebruyk van Kasparus Alardyn’, in: Een boek hee een rug. Studies oor Ferenc Postma op het grensgebied van theologie, bibliolie en universiteitsgeschiedenis, M. Gosker, Zoetermeer , -; W.J. op ’t Hof, ‘In één kast, maar niet door één deur. De verhouding tussen twee Sluise oudvaders: Jacobus Koelman en Caspar Alardin’, in: , (), -. H. Florijn
AGNES, Albertine, * Den Haag --, † Oranjewoud --, dv stadhouder Frederik Hendrik en Amalia van Solms. & Kleef op het buitenverblijf van haar neef Johan Maurits van Nassau -- de Friese stadhouder Willem Frederik, die ook stadhouder was van Groningen en Drenthe. Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren: Amalia, Hendrik Casimir en Sophia Wilhelmina. Zolang zij de typisch voetiaanse inzichten niet openlijk bestreden en de eigen typisch coccejaanse opvattingen niet fel propageerden, nam het kerkvolk genoegen met hun prediking en pastoraat waarin het Woord op een bevindelijke wijze werd toegepast. Inloed Het kleine oeuvre van Alardin hee tot in de negentiende eeuw een aanzienlijke ingang gevonden. Zijn prekenbundel is met ingang van de derde druk in vermeerderd met drie preken, over Johannes :, Mattheüs :- en Filippenzen :, aangevuld met twee preken die door hoorders waren uitgeschreven. In totaal hebben minimaal twaalf drukken het licht gezien. Dit is te danken aan het stichtelijke karakter en de begrijpelijke inhoud. De preken worden nog steeds in leesdiensten van gemeenten met een bevindelijke inslag gelezen. Het
Ulricus Huber, die haar in het roerige jaar met zijn publieke stellingname in gevoelige kwesties trouw terzijde stond. Een belangrijke steun werd tot slot de coccejaanse predikant Johannes van der Waeijen*, die ze in tot hoogleraar theologie in Franeker benoemd wist te krijgen. Albertine Agnes’ beide nog levende zusters, de hertogin van Simmern en de vorstin van Anhalt, verbleven geregeld voor langere tijd op het stadhouderlijk hof te Leeuwarden, alsook op het buiten Oranjewoud, dat ze in van een hofambtenaar had gekocht en waarop ze een nieuw paleis had laten bouwen. Albertine Agnes was net als haar overleden echtgenoot piëtistisch georiënteerd, en wel in zo’n sterke mate, dat de befaamde Anna Maria van Schurman* haar in een zon in de kerk van God noemde, die haar hof weldra tot een diamant van alle goddelijke deugden en zegeningen zou maken. In ging zij niet alleen positief in op het verzoek van Wilhelmus à Brakel* om een tweede predikant te Stavoren, maar zij bekostigde die tweede predikantsplaats ook zelf. De politieke gebeurtenissen in maakten dat Albertine Agnes van dogmatische kleur verschoot. Haar aanvankelijke voorkeur voor voetianen veranderde in die
Levensloop Na het overlijden van Willem Frederik in kreeg Albertine Agnes de voogdij over haar zoon Hendrik Casimir, die duurde tot deze in stadhouder werd. In de praktijk hield het voogdijschap in dat zij regentes was. Die functie vervulde ze energiek. Ze had verschillende vertrouwelingen. Een ervan was de Heerenveense arts Nicolaas Blancardus, die haar geheimraad en lijfarts werd en die mede door haar toedoen in hoogleraar te Franeker werd. In werd hem het toezicht op de opvoeding van Hendrik Casimir toevertrouwd. Een andere vertrouweling was de Friese legerkapitein Gerlich Doys, die in benoemd werd tot raadsheer in het Leeuwarder gerechtshof. In zou hij curator van de Franeker academie worden. Hij bevorderde volgens de Leeuwarder uitgever Hendrik Rintjes haar belangen zeer. Vertrouweling werd ook de Franeker hoogleraar
Betekenis In politiek opzicht had Albertine Agnes een goed strategisch inzicht. Zo bereikte ze met haar stellingname een evenwicht in de Friese politiek. Er ontstond een regentenmaatschappij waarin de adel nog wel veel macht had, maar toch de centrale positie van de stadhouder aanvaardde. De stadhouder werd het bindende element in de Friese samenleving. Anders dan in de sociaal homogene regentenmaatschappij van Holland, waar een stadhouder terzijde kon worden geschoven, was de stadhouder in Friesland onmisbaar. De burgerij had hem nodig om naast de adel verzekerd te zijn van een plaats in het bestuur, terwijl de onderling verdeelde adel proteerde van zijn macht en invloed. Godsdienstig gezien had Albertine Agnes een piëtistische inslag. Als hooggeplaatste piëtistische christin vormde zij een voorbeeld voor velen. Weliswaar veranderde haar dogmatische voorkeur van voetiaans- in coccejaansgezind, maar haar vroomheidsoriëntatie bleef ongewijzigd. Haar positieve houding ten opzichte van de labadisten is een expressie hiervan. .: Leeuwarden, Tresoar (Archief Eysinga-Vegilin van Claerbergen); Amsterdam, Universiteitsbibliotheek J b (Brief van Hendrik Rintjes aan Anthony van Dale van april ). .: Ph.H. Breuker, ‘Over de Nadere Reformatie in Friesland’, in: , () -; Ph.H. Breuker, ‘Friese hofcultuur’, in: De Vrije Fries, () -;
ENR Proef 1
150311-Folder ENR.indd 4
2
07-12-2014, 13:49
ENR Proef 1
3
07-12-2014, 13:49
30-03-15 16:02
AGNES
AGNES werkje over het theegebruik zag ten minste zeven keer het licht. Vermeldenswaardig is verder dat het zelfs tweemaal in de moedertaal van Alardin in omloop is gebracht, onder de titel Geistlich- und Himmlischer ee-Gebrauch oder Kurtz eingefassete Vorstellung on dem ee (Bremen , Zürich ).
voor coccejanen. In hun ijver om de stadhouder te helpen tegen pogingen van de adel om zijn macht in te perken, zetten leidende en voornamelijk voetiaanse predikanten zich aan het hoofd van een volksopstand die tot onbestuurbaarheid van het gewest leidde. Albertine Agnes zag zich toen genoodzaakt zich tegen hen te keren. Daags nadat ze een delegatie van de officieel gekozen Leeuwarder Provinciale Staten te verstaan had gegeven dat ze geen grote smaak en welgevallen in hun audiëntie had, viel de eenheid van dat deel van de Staten uiteen en was de weg vrij voor een overwinning van de afgescheiden Staten, die in Sneek vergaderden. Na haar dood schonk haar zuster deze stad uit dankbaarheid twee zilveren kannen. Voor de labadisten die in te Wieuwerd neergestreken waren, onder wie Anna Maria van Schurman, koesterde Albertine Agnes sympathie. Zonder haar bescherming zouden die waarschijnlijk geen toestemming hebben gekregen en behouden om zich in Friesland te vestigen. Na haar overlijden werd Albertine Agnes bijgezet in de graelder van de Nassaus in de Grote Kerk te Leeuwarden.
.: , , a; J.A. von Recklinghausen, Reformations-Geschichte der Länder Jülich, Berg, Cleve und Meurs, , Solingen , ; H. Florijn, Hollandse geloofshelden, Utrecht , -; G. Jaspers, ‘‘De ee die hier de ziel geniet van blad tot blad’. Enkele notities bij Vergeestelyk en Hemels ee-Gebruyk van Kasparus Alardyn’, in: Een boek hee een rug. Studies oor Ferenc Postma op het grensgebied van theologie, bibliolie en universiteitsgeschiedenis, M. Gosker, Zoetermeer , -; W.J. op ’t Hof, ‘In één kast, maar niet door één deur. De verhouding tussen twee Sluise oudvaders: Jacobus Koelman en Caspar Alardin’, in: , (), -. H. Florijn
AGNES, Albertine, * Den Haag --, † Oranjewoud --, dv stadhouder Frederik Hendrik en Amalia van Solms. & Kleef op het buitenverblijf van haar neef Johan Maurits van Nassau -- de Friese stadhouder Willem Frederik, die ook stadhouder was van Groningen en Drenthe. Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren: Amalia, Hendrik Casimir en Sophia Wilhelmina. Zolang zij de typisch voetiaanse inzichten niet openlijk bestreden en de eigen typisch coccejaanse opvattingen niet fel propageerden, nam het kerkvolk genoegen met hun prediking en pastoraat waarin het Woord op een bevindelijke wijze werd toegepast. Inloed Het kleine oeuvre van Alardin hee tot in de negentiende eeuw een aanzienlijke ingang gevonden. Zijn prekenbundel is met ingang van de derde druk in vermeerderd met drie preken, over Johannes :, Mattheüs :- en Filippenzen :, aangevuld met twee preken die door hoorders waren uitgeschreven. In totaal hebben minimaal twaalf drukken het licht gezien. Dit is te danken aan het stichtelijke karakter en de begrijpelijke inhoud. De preken worden nog steeds in leesdiensten van gemeenten met een bevindelijke inslag gelezen. Het
Ulricus Huber, die haar in het roerige jaar met zijn publieke stellingname in gevoelige kwesties trouw terzijde stond. Een belangrijke steun werd tot slot de coccejaanse predikant Johannes van der Waeijen*, die ze in tot hoogleraar theologie in Franeker benoemd wist te krijgen. Albertine Agnes’ beide nog levende zusters, de hertogin van Simmern en de vorstin van Anhalt, verbleven geregeld voor langere tijd op het stadhouderlijk hof te Leeuwarden, alsook op het buiten Oranjewoud, dat ze in van een hofambtenaar had gekocht en waarop ze een nieuw paleis had laten bouwen. Albertine Agnes was net als haar overleden echtgenoot piëtistisch georiënteerd, en wel in zo’n sterke mate, dat de befaamde Anna Maria van Schurman* haar in een zon in de kerk van God noemde, die haar hof weldra tot een diamant van alle goddelijke deugden en zegeningen zou maken. In ging zij niet alleen positief in op het verzoek van Wilhelmus à Brakel* om een tweede predikant te Stavoren, maar zij bekostigde die tweede predikantsplaats ook zelf. De politieke gebeurtenissen in maakten dat Albertine Agnes van dogmatische kleur verschoot. Haar aanvankelijke voorkeur voor voetianen veranderde in die
Levensloop Na het overlijden van Willem Frederik in kreeg Albertine Agnes de voogdij over haar zoon Hendrik Casimir, die duurde tot deze in stadhouder werd. In de praktijk hield het voogdijschap in dat zij regentes was. Die functie vervulde ze energiek. Ze had verschillende vertrouwelingen. Een ervan was de Heerenveense arts Nicolaas Blancardus, die haar geheimraad en lijfarts werd en die mede door haar toedoen in hoogleraar te Franeker werd. In werd hem het toezicht op de opvoeding van Hendrik Casimir toevertrouwd. Een andere vertrouweling was de Friese legerkapitein Gerlich Doys, die in benoemd werd tot raadsheer in het Leeuwarder gerechtshof. In zou hij curator van de Franeker academie worden. Hij bevorderde volgens de Leeuwarder uitgever Hendrik Rintjes haar belangen zeer. Vertrouweling werd ook de Franeker hoogleraar
Betekenis In politiek opzicht had Albertine Agnes een goed strategisch inzicht. Zo bereikte ze met haar stellingname een evenwicht in de Friese politiek. Er ontstond een regentenmaatschappij waarin de adel nog wel veel macht had, maar toch de centrale positie van de stadhouder aanvaardde. De stadhouder werd het bindende element in de Friese samenleving. Anders dan in de sociaal homogene regentenmaatschappij van Holland, waar een stadhouder terzijde kon worden geschoven, was de stadhouder in Friesland onmisbaar. De burgerij had hem nodig om naast de adel verzekerd te zijn van een plaats in het bestuur, terwijl de onderling verdeelde adel proteerde van zijn macht en invloed. Godsdienstig gezien had Albertine Agnes een piëtistische inslag. Als hooggeplaatste piëtistische christin vormde zij een voorbeeld voor velen. Weliswaar veranderde haar dogmatische voorkeur van voetiaans- in coccejaansgezind, maar haar vroomheidsoriëntatie bleef ongewijzigd. Haar positieve houding ten opzichte van de labadisten is een expressie hiervan. .: Leeuwarden, Tresoar (Archief Eysinga-Vegilin van Claerbergen); Amsterdam, Universiteitsbibliotheek J b (Brief van Hendrik Rintjes aan Anthony van Dale van april ). .: Ph.H. Breuker, ‘Over de Nadere Reformatie in Friesland’, in: , () -; Ph.H. Breuker, ‘Friese hofcultuur’, in: De Vrije Fries, () -;
ENR Proef 1
150311-Folder ENR.indd 4
2
07-12-2014, 13:49
ENR Proef 1
3
07-12-2014, 13:49
30-03-15 16:02
ALUTARIUS
ALARDIN
M. de Baar, ‘Godsdienstvrijheid voor de Labadisten in Wieuwerd (-)’, in: De zeventiende eeuw, () -. Ph.H. Breuker
ALUTARIUS, Hieronymus, * Woerden , † Gorinchem , zv pred. Henricus Alutarius en Suzanna Hilmers. St. Leiden --. Pred. Asperen , Steenwijk , Gorinchem . & Amsterdam Ida Passers. Levensloop Hieronymus Alutarius kwam uit een echte predikantenfamilie: behalve zijn vader waren ook zijn grootvader Conrades Johannes Alutarius en zijn jongere broer Henricus Alutarius junior predikant. Zijn aandeel aan het kerkelijke bestuur was zeer gering. Twee keer was hij visitator in de classis Gorinchem. Eenmaal, in , werd hij afgevaardigd naar de synode van Zuid-Holland, waarop hij tot correspondent met de Overijsselse synode benoemd werd. Geschri Alutarius is het meest bekend geworden door zijn enige boek, een lijvig, tweedelig werk uit : Gorinchems
ijslijke waternood, en heug-lijke verlossing; en daar in de bysondere verderf-sonden onses vaderlands en heilzame remedien daar tegen; vertoond uit Sam. : en Gorinchems heug-lijke verlossing uyt hare ijslijke waternood: en daar in de heilzame remedyen tegens de bysondere verderf-sonden onses vaderlands. Vertoond in Sam :. Zelf schreef hij moeilijk tot schrij-
ven te kunnen komen, maar eenmaal aan het schrijven, kon hij blijkbaar niet meer ophouden. Wat was de aanleiding tot het schrijven van dit boek? Op en december van vroor het zo hard, dat de Merwede binnen drie dagen vol drijjs lag. Slechts enkele dagen kon de Grote Werkendamse Kil het ijs nog verwerken, maar toen raakte deze verstopt. Op Kerstdag stroomde het water over de dijken de Gorinchemse straten in. Nog steeds steeg het water. Een ramp dreigde. Op december schoot de Werkendamse Kil los, waardoor het ijs wegdreef en het water zakte. Op januari hield Alutarius op verzoek van de dijkgraaf en de heemraden een dankdagpreek. Alutarius gebruikt een aan de Nadere Reformatie vertrouwd interpretatiekader. Het zijn de zonden die Gods oordelen afroepen. Hoewel een ramp afgewend is, kan het verderf ons weer overkomen. Oorzaak hiervan
ALARDIN, Casparus, * Bremen , † Arnhem -. Pred. Sluis --, Wezel , Arnhem . & Margaretha Momma, & een zuster van de Vlaardingse pred. en poëet Willem d’Orville.
zijn de vigerende hoogmoed, geveinsdheid, gierigheid, ijdelheid, lichtvaardigheid, onkuisheid, overdaad, zorgeloosheid, onrechtvaardige rijkdom en het mondchristendom. Hoewel Alutarius ook natuurlijke oorzaken van de overstroming noemt, zoals de verzanding van de rivier, is de eerste en belangrijkste oorzaak Gods oordeel over de zonde. In het eerste deel, feitelijk een uitgebreid zondenregister, roept de schrijver zijn gemeenteleden op tot bekering en heiliging van het leven. Echter staat hierin Gods rechtvaardig oordeel over de zonde centraal. In het tweede deel slaat Alutarius opnieuw nader-reformatorische klanken aan. Het is dankzij Gods barmhartigheid en genade dat Hij de stad niet in de hel verstoten hee, het zijn de overgebleven vromen en Gods verbond met hen die Hem bewogen hebben Gorinchem te verlossen van de watersnood. In dit deel roept Alutarius op de zonden te onderzoeken, te erkennen, te bewenen en te belijden. De oude mens moet gedood worden, de nieuwe mens behoort opgewekt te worden.
Levensloop Voordat Casparus Alardin theologie te Utrecht ging studeren, had hij bij zijn oom Johannes Alardin, predikant te Emden, een vooropleiding gevolgd. Te Utrecht kreeg vooral de coccejaanse professor Franciscus Burmannus* grote invloed op hem. Alardins lijkredenaar Johannes d’Outrein* schreef dat de hoogleraar de student niet als een leerling, maar als een zoon beminde, en hem zelfs toegang verschae tot de geheimen van zijn studie. Op juli legde Alardin het praeparatoir examen af; de classicale acta typeren hem als een voorbeeld voor anderen die zich op de heilige dienst voorbereidden. Jacobus Koelman* was hiervan echter minder overtuigd, want hij protesteerde toen Alardin beroepen werd in Sluis, de gemeente die hij zelf niet meer als predikant mocht dienen. Zo verweet hij hem vooral zijn verhouding tot Burmannus. Alardin kon de kerkenraad van Sluis evenwel geruststellen. In een brief merkte hij althans op dat hij gebruik had willen maken van Burmannus’ geleerdheid en van diens andere bekwaamheden, maar dat hij het op diens colleges vaak niet eens was geweest met wat de hoogleraar had geponeerd, in het bijzonder als het ging over de macht van de overheid en over de regering van de kerk en van de ouderlingen. De kerkenraad werd overtuigd, Koelman evenwel niet, want nog in wees deze er in zijn pamet Formeele protestatie op dat Alardin nog steeds de coccejaanse sabbatsvisie aan de gemeente voorhield. De periode te Sluis was zeker in persoonlijk opzicht voor Alardin heel bewogen. Zijn moeder overleed toen. Enige tijd later brachten zijn vader, zijn broer en een nicht hem een bezoek, maar op de terugreis sloeg het schip waarmee ze voeren om en verdronken ze alle drie. Ten slotte stierf Alardins vrouw, Magdalena Momma, in , kort na een bevalling. Ook hun pasgeboren kind overleed toen. Om hem troost te bieden vervaardigde Alardins ambtgenoot in Sluis David Montanus*, een ‘Lijck-zang’ op het overlijden. D’Orville schreef ‘Rouwklachten’. Later zou Alardin hertrouwen met een zuster van D’Orville. Na een interimperiode te Wezel werd Arnhem de laatste standplaats van Alardin. D’Outrein was hier kortstondig zijn plaatselijke collega: van D’Outreins intrede in mei tot de dag dat Alardin stierf, augustus . Beiden hadden al in in Sluis kennis met elkaar gemaakt en er was wederzijdse waardering ontstaan. In , kort
Betekenis Alutarius was een geliefd predikant die in de drie gemeenten die hij gediend hee, trouw zijn ambt vervulde. Uit zijn geschri blijkt zijn verbondenheid aan de gereformeerde leer en zijn ijveren voor de bevordering van de vroomheid. Van hem zijn geen programmatische pogingen tot concretisering van het reformatiestreven bekend. Tevens onderhield hij geen nader-reformatorisch netwerk. Een nadere reformator in de strikte zin des woords is Alutarius dus niet geweest. Toch wordt in nader-reformatorische publicaties met een zekere regelmaat aan zijn werk gerefereerd wordt. Wel een bewijs dat binnen die vroomheidsbeweging zijn geschri gewaardeerd werd. .: , , b-b; Beekman, M., Beschreiving van de stad en Baronnie Asperen, vertoonende haare oudheid, gebouwen, hooge, en verdere regeering ens., Utrecht ;
Groenhuis, G., De predikanten. De sociale positie van de gereformeerde predikanten in de Republiek der Verenigde Nederlanden oor ongeveer , Groningen , ; Steege J. ter, ‘Hieronymus Alutarius, de predikant die men graag langer had gehouden (-)’, in: Historisch mededelingen (Historische Vereniging Steenwijk eo), -, -; Buisman J., Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, , Franeker , -; Vermeesch, G., De grenssteden Gorinchem en Doesburg tijdens de geboorte-eeuw van de Republiek (-), Amsterdam , . A.A. van der Schans
vóór zijn sterven schijnt er van Alardin nog een lijkpredikatie verschenen te zijn die hij gehouden had naar aanleiding van het overlijden van zijn ambtgenoot Petrus Keuchenius een jaar eerder, maar het werkje is tot op heden niet gevonden. Alardin had geen sterke gezondheid. In het preken muntte hij volgens D’Outrein niet uit door een krachtig stemgeluid, in die tijd een aanzienlijke handicap. D’Outrein gaf de lijkpreek die hij op Alardin gehouden had uit in de vermeerderde derde druk van zijn prekenbundel Eerste en laaste redenen, onder de titel: ‘Na-gedagtenis van […] Casparus Alardin’. Hij vervaardigde tevens gedichten voor Alardins De geluksaligheid. Als geboren Duitser gebruikte Alardin tot het einde van zijn leven de Duitse taal, onder meer bij het voorbereiden van zijn preken. Geschrien Alardins pennenvruchten zijn alle postuum gepubliceerd. Zijn belangrijkste geschri verscheen in onder de titel De geluksaligheid van den wech der rechtveerdigen. Voor deze prekenbundel, waarvan vijf preken over Psalm en drie over verzen uit Psalm gaan, had Alardin op zijn laatste ziekbed nog preken vervaardigd. Verder bestaat de bundel uit leerredenen die voor een deel in zijn nalatenschap gevonden werden en die soms in het Duits waren geschreven. In het werk werden verzen opgenomen van geestverwanten, die evenals hijzelf ernstige coccejanen waren. Een van hen was Nicolaas S. van Leeuwaarden*, een ander zijn zwager D’Orville, die een ‘Graf-schri’ plaatste dat hij op augustus in Arnhem vervaardigd had. Blijkbaar was D’Orville naar deze stad gereisd, mogelijk ook om zijn zuster bij te staan. De tweede publicatie van Alardin heette Vergeestelijk en hemels thee-gebruyk (). Het doel van dit kleine geschri was niet om op de nuttige lichaamsdrank, maar op het geestelijk uittreksel de aandacht te vestigen en onder het zinnebeeld van de thee Jezus Christus te beschrijven. Alardin vergeestelijkte de natuur, de gedaante, de effecten, de vruchten en het juiste gebruik van de thee. Betekenis Alardins prekenbundel gee blijk van de bevindelijke inslag van de auteur, die tot de piëtisten gerekend moet worden. Evenals de meeste ernstige coccejanen vergeestelijkte Alardin graag. Dat gebeurt al in De geluksaligheid, maar nog veel meer in het Vergeestelijk en hemels theegebruyk. Aan Alardin, die een opvolger van de overtuigde voetiaan Koelman te Sluis was, is te zien dat bevindelijke coccejanen bij uitstek geschikt waren om het geestelijke klimaat van gemeenten langzaam maar zeker om te buigen.
ENR Proef 1
150311-Folder ENR.indd 3
4
07-12-2014, 13:49
ENR Proef 1
1
07-12-2014, 13:49
30-03-15 16:02
ALUTARIUS
ALARDIN
M. de Baar, ‘Godsdienstvrijheid voor de Labadisten in Wieuwerd (-)’, in: De zeventiende eeuw, () -. Ph.H. Breuker
ALUTARIUS, Hieronymus, * Woerden , † Gorinchem , zv pred. Henricus Alutarius en Suzanna Hilmers. St. Leiden --. Pred. Asperen , Steenwijk , Gorinchem . & Amsterdam Ida Passers. Levensloop Hieronymus Alutarius kwam uit een echte predikantenfamilie: behalve zijn vader waren ook zijn grootvader Conrades Johannes Alutarius en zijn jongere broer Henricus Alutarius junior predikant. Zijn aandeel aan het kerkelijke bestuur was zeer gering. Twee keer was hij visitator in de classis Gorinchem. Eenmaal, in , werd hij afgevaardigd naar de synode van Zuid-Holland, waarop hij tot correspondent met de Overijsselse synode benoemd werd. Geschri Alutarius is het meest bekend geworden door zijn enige boek, een lijvig, tweedelig werk uit : Gorinchems
ijslijke waternood, en heug-lijke verlossing; en daar in de bysondere verderf-sonden onses vaderlands en heilzame remedien daar tegen; vertoond uit Sam. : en Gorinchems heug-lijke verlossing uyt hare ijslijke waternood: en daar in de heilzame remedyen tegens de bysondere verderf-sonden onses vaderlands. Vertoond in Sam :. Zelf schreef hij moeilijk tot schrij-
ven te kunnen komen, maar eenmaal aan het schrijven, kon hij blijkbaar niet meer ophouden. Wat was de aanleiding tot het schrijven van dit boek? Op en december van vroor het zo hard, dat de Merwede binnen drie dagen vol drijjs lag. Slechts enkele dagen kon de Grote Werkendamse Kil het ijs nog verwerken, maar toen raakte deze verstopt. Op Kerstdag stroomde het water over de dijken de Gorinchemse straten in. Nog steeds steeg het water. Een ramp dreigde. Op december schoot de Werkendamse Kil los, waardoor het ijs wegdreef en het water zakte. Op januari hield Alutarius op verzoek van de dijkgraaf en de heemraden een dankdagpreek. Alutarius gebruikt een aan de Nadere Reformatie vertrouwd interpretatiekader. Het zijn de zonden die Gods oordelen afroepen. Hoewel een ramp afgewend is, kan het verderf ons weer overkomen. Oorzaak hiervan
ALARDIN, Casparus, * Bremen , † Arnhem -. Pred. Sluis --, Wezel , Arnhem . & Margaretha Momma, & een zuster van de Vlaardingse pred. en poëet Willem d’Orville.
zijn de vigerende hoogmoed, geveinsdheid, gierigheid, ijdelheid, lichtvaardigheid, onkuisheid, overdaad, zorgeloosheid, onrechtvaardige rijkdom en het mondchristendom. Hoewel Alutarius ook natuurlijke oorzaken van de overstroming noemt, zoals de verzanding van de rivier, is de eerste en belangrijkste oorzaak Gods oordeel over de zonde. In het eerste deel, feitelijk een uitgebreid zondenregister, roept de schrijver zijn gemeenteleden op tot bekering en heiliging van het leven. Echter staat hierin Gods rechtvaardig oordeel over de zonde centraal. In het tweede deel slaat Alutarius opnieuw nader-reformatorische klanken aan. Het is dankzij Gods barmhartigheid en genade dat Hij de stad niet in de hel verstoten hee, het zijn de overgebleven vromen en Gods verbond met hen die Hem bewogen hebben Gorinchem te verlossen van de watersnood. In dit deel roept Alutarius op de zonden te onderzoeken, te erkennen, te bewenen en te belijden. De oude mens moet gedood worden, de nieuwe mens behoort opgewekt te worden.
Levensloop Voordat Casparus Alardin theologie te Utrecht ging studeren, had hij bij zijn oom Johannes Alardin, predikant te Emden, een vooropleiding gevolgd. Te Utrecht kreeg vooral de coccejaanse professor Franciscus Burmannus* grote invloed op hem. Alardins lijkredenaar Johannes d’Outrein* schreef dat de hoogleraar de student niet als een leerling, maar als een zoon beminde, en hem zelfs toegang verschae tot de geheimen van zijn studie. Op juli legde Alardin het praeparatoir examen af; de classicale acta typeren hem als een voorbeeld voor anderen die zich op de heilige dienst voorbereidden. Jacobus Koelman* was hiervan echter minder overtuigd, want hij protesteerde toen Alardin beroepen werd in Sluis, de gemeente die hij zelf niet meer als predikant mocht dienen. Zo verweet hij hem vooral zijn verhouding tot Burmannus. Alardin kon de kerkenraad van Sluis evenwel geruststellen. In een brief merkte hij althans op dat hij gebruik had willen maken van Burmannus’ geleerdheid en van diens andere bekwaamheden, maar dat hij het op diens colleges vaak niet eens was geweest met wat de hoogleraar had geponeerd, in het bijzonder als het ging over de macht van de overheid en over de regering van de kerk en van de ouderlingen. De kerkenraad werd overtuigd, Koelman evenwel niet, want nog in wees deze er in zijn pamet Formeele protestatie op dat Alardin nog steeds de coccejaanse sabbatsvisie aan de gemeente voorhield. De periode te Sluis was zeker in persoonlijk opzicht voor Alardin heel bewogen. Zijn moeder overleed toen. Enige tijd later brachten zijn vader, zijn broer en een nicht hem een bezoek, maar op de terugreis sloeg het schip waarmee ze voeren om en verdronken ze alle drie. Ten slotte stierf Alardins vrouw, Magdalena Momma, in , kort na een bevalling. Ook hun pasgeboren kind overleed toen. Om hem troost te bieden vervaardigde Alardins ambtgenoot in Sluis David Montanus*, een ‘Lijck-zang’ op het overlijden. D’Orville schreef ‘Rouwklachten’. Later zou Alardin hertrouwen met een zuster van D’Orville. Na een interimperiode te Wezel werd Arnhem de laatste standplaats van Alardin. D’Outrein was hier kortstondig zijn plaatselijke collega: van D’Outreins intrede in mei tot de dag dat Alardin stierf, augustus . Beiden hadden al in in Sluis kennis met elkaar gemaakt en er was wederzijdse waardering ontstaan. In , kort
Betekenis Alutarius was een geliefd predikant die in de drie gemeenten die hij gediend hee, trouw zijn ambt vervulde. Uit zijn geschri blijkt zijn verbondenheid aan de gereformeerde leer en zijn ijveren voor de bevordering van de vroomheid. Van hem zijn geen programmatische pogingen tot concretisering van het reformatiestreven bekend. Tevens onderhield hij geen nader-reformatorisch netwerk. Een nadere reformator in de strikte zin des woords is Alutarius dus niet geweest. Toch wordt in nader-reformatorische publicaties met een zekere regelmaat aan zijn werk gerefereerd wordt. Wel een bewijs dat binnen die vroomheidsbeweging zijn geschri gewaardeerd werd. .: , , b-b; Beekman, M., Beschreiving van de stad en Baronnie Asperen, vertoonende haare oudheid, gebouwen, hooge, en verdere regeering ens., Utrecht ;
Groenhuis, G., De predikanten. De sociale positie van de gereformeerde predikanten in de Republiek der Verenigde Nederlanden oor ongeveer , Groningen , ; Steege J. ter, ‘Hieronymus Alutarius, de predikant die men graag langer had gehouden (-)’, in: Historisch mededelingen (Historische Vereniging Steenwijk eo), -, -; Buisman J., Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, , Franeker , -; Vermeesch, G., De grenssteden Gorinchem en Doesburg tijdens de geboorte-eeuw van de Republiek (-), Amsterdam , . A.A. van der Schans
vóór zijn sterven schijnt er van Alardin nog een lijkpredikatie verschenen te zijn die hij gehouden had naar aanleiding van het overlijden van zijn ambtgenoot Petrus Keuchenius een jaar eerder, maar het werkje is tot op heden niet gevonden. Alardin had geen sterke gezondheid. In het preken muntte hij volgens D’Outrein niet uit door een krachtig stemgeluid, in die tijd een aanzienlijke handicap. D’Outrein gaf de lijkpreek die hij op Alardin gehouden had uit in de vermeerderde derde druk van zijn prekenbundel Eerste en laaste redenen, onder de titel: ‘Na-gedagtenis van […] Casparus Alardin’. Hij vervaardigde tevens gedichten voor Alardins De geluksaligheid. Als geboren Duitser gebruikte Alardin tot het einde van zijn leven de Duitse taal, onder meer bij het voorbereiden van zijn preken. Geschrien Alardins pennenvruchten zijn alle postuum gepubliceerd. Zijn belangrijkste geschri verscheen in onder de titel De geluksaligheid van den wech der rechtveerdigen. Voor deze prekenbundel, waarvan vijf preken over Psalm en drie over verzen uit Psalm gaan, had Alardin op zijn laatste ziekbed nog preken vervaardigd. Verder bestaat de bundel uit leerredenen die voor een deel in zijn nalatenschap gevonden werden en die soms in het Duits waren geschreven. In het werk werden verzen opgenomen van geestverwanten, die evenals hijzelf ernstige coccejanen waren. Een van hen was Nicolaas S. van Leeuwaarden*, een ander zijn zwager D’Orville, die een ‘Graf-schri’ plaatste dat hij op augustus in Arnhem vervaardigd had. Blijkbaar was D’Orville naar deze stad gereisd, mogelijk ook om zijn zuster bij te staan. De tweede publicatie van Alardin heette Vergeestelijk en hemels thee-gebruyk (). Het doel van dit kleine geschri was niet om op de nuttige lichaamsdrank, maar op het geestelijk uittreksel de aandacht te vestigen en onder het zinnebeeld van de thee Jezus Christus te beschrijven. Alardin vergeestelijkte de natuur, de gedaante, de effecten, de vruchten en het juiste gebruik van de thee. Betekenis Alardins prekenbundel gee blijk van de bevindelijke inslag van de auteur, die tot de piëtisten gerekend moet worden. Evenals de meeste ernstige coccejanen vergeestelijkte Alardin graag. Dat gebeurt al in De geluksaligheid, maar nog veel meer in het Vergeestelijk en hemels theegebruyk. Aan Alardin, die een opvolger van de overtuigde voetiaan Koelman te Sluis was, is te zien dat bevindelijke coccejanen bij uitstek geschikt waren om het geestelijke klimaat van gemeenten langzaam maar zeker om te buigen.
ENR Proef 1
150311-Folder ENR.indd 3
4
07-12-2014, 13:49
ENR Proef 1
1
07-12-2014, 13:49
30-03-15 16:02
’D prof. W.J. op ‘t Hof
e verschijning van deze encyclopedie is een unieke gebeurtenis. Het is nog nooit gebeurd dat de Nederlandse uitgesproken bevorderaars van de gereformeerde vroomheid uit de zeventiende en achttiende eeuw in een standaardwerk bijeengebracht zijn. De eerste twee delen van de encyclopedie zijn met hun biografieën gevuld. In het derde deel wordt een uitgebreid scala van piëtistische thema’s dat zij bespelen, aan de orde gesteld. Dit is eveneens voor het eerst in de geschiedenis. Bovendien valt het niet te verwachten dat zo’n standaardwerk ooit nog in de toekomst zal verschijnen. Bewust is ervoor gekozen de tekst voor iedere geïnteresseerde goed toegankelijk te maken.’
Een UNIEK NASLAGWERK waar lang naar uit is gekeken
’A prof. A. de Reuver
an de verschijning van deze nieuwe encyclopedie ging jarenlang speurwerk vooraf. Gecombineerd met recent historisch onderzoek bracht dit verrassende details en belangrijke verbanden aan het licht. Wie het landschap van de Nadere Reformatie van nabij wil leren kennen, vindt in dit naslagwerk een goede gids. Kortom, nadere informatie over de Nadere Reformatie!’
‘D
e Encyclopedie Nadere Reformatie brengt ons op allerlei manieren nader tot het hart van de spiritualiteit van de Gereformeerde Gezindte vandaag!’
Jarenlang is door een groep kerkhistorici gewerkt om het veld van de Nadere Reformatie geheel in kaart te brengen. Nu verschijnt deel I van in totaal drie kloeke banden die de Encyclopedie telt.
Deel I bevat honderden minibiografieën van de mannen en vrouwen die direct of indirect een rol hebben gespeeld in een van de boeiendste stromingen uit de Nederlandse kerkgeschiedenis.
Deel II staat gepland voor verschijnen in 2016, deel III voor 2017, het jaar waarin ook het langlopende project REFO500 zal worden afgesloten.
prof. A. Baars
150311-Folder ENR.indd 2
30-03-15 16:00
Uniek kerkhistorisch naslagwerk
Encyclopedie Nadere Reformatie - I Biografieën A - K ISBN 9789088653438 Uitvoering gebonden Formaat 21 x 28 cm Omvang 384 blz. (deel I) Verschijnt april 2015
Deel II (biografieën L – Z) verschijnt DV 2016 Deel III (thematisch) verschijnt DV 2017
lever de bon in bij uw boekhandel
BESTELBON Naam Adres Postcode
Woonplaats
Datum
Handtekening
Tekent in op
stuks Encyclopedie Nadere
Reformatie deel I, Biografieën A-K (ISBN 9789088653438) voor de intekenprijs van € 34,99 bij boekhandel Ja, ik reserveer hierbij ook de delen II en II en
NADERE INFORMATIE over de NADERE REFORMATIE
ontvang graag per mail bericht als deze verschijnen. Mijn mailadres is:
Uitgeverij De Groot Goudriaan | www.kok.nl 150311-Folder ENR.indd 1
Eerste deel Encyclopedie Nadere Reformatie verschijnt D.V. april 2015 Teken nu in: tot en met 10 juli 2015 € 34,99 | daarna € 39,99
30-03-15 16:00