Skip to main content

Leesfragment De terugkomst van de kraanvogels - Sandra Berg

Page 1

Ze kwam in zijn leven toen de kraanvogels neerstreken en vertrok ook weer met hen mee

Sandra Berg

N

illa bevindt zich op een dieptepunt in haar leven. Haar vriend Elias verbreekt plotseling hun jarenlange relatie en al Nilla’s toekomstplannen vallen in duigen. Dan vindt ze een zeer persoonlijke brief die veertig jaar geleden werd geadresseerd aan ene Petter Nilsson. Ze besluit de brief alsnog te bezorgen en treft op het adres een norse, oude man aan in een verwaarloosd huis vol troep. Ontdaan gaat Nilla ervandoor, maar vergeten kan ze hem niet. Ze wordt naar het huis getrokken, dus gaat ze terug. Ze houdt zichzelf voor dat ze dat doet om hem te helpen, maar eigenlijk wil ze meer weten over deze brief en het verhaal erachter – en tegelijkertijd vooral haar eigen problemen niet onder ogen komen. Maar hoelang kan ze dat nog volhouden?

De terugkomst van de kraanvogels Sandra Berg

Sandra Berg neemt je in het spannende en aangrijpende De terugkomst van de kraanvogels mee naar Zweden, waar de auteur zelf ook woont. Eerder verscheen van haar onder meer De stilte van eenzaamheid en Silhouet van ijs.

ISBN 978 90 2054 111 3 NUR 344

Roman 9 789020 541113 w w w. r o m a n s e r i e . n l


1

Elias was stil. Te stil. Ze stonden in de woonkamer, waar sporen van een bankstel, fauteuils en salontafel op de versleten parketvloer nog zichtbaar waren. Op de met schroten betimmerde wanden waren de verdwenen schilderijen zichtbaar als een afdruk in een lichtere tint. Er lag nog half verbrand hout in de met roet uitgeslagen open haard en aan het roestige haardstel bungelde zachtjes de pook. Stille getuigen van een verdwenen leven. Drie maanden geleden had hij zijn handtekening onder het koopcontract gezet. Een einde gemaakt aan zijn aarzeling. Of misschien had zij dat gedaan. En nu was dit huis van hen. Correctie: van hem. ‘Ik neem een risico, Nilla. Met het opstarten van mijn bedrijf spring ik in het diepe. Mijn verantwoordelijkheid. Mijn risico. Als het misgaat, verlies ik het geld dat ik erin steek. Niet jij.’ Ze had het niet zo gewild. Maar in dat opzicht had hij geen haarbreed toegegeven. Dat had hij op ieder ander gebied al gedaan, en dat had hij haar ook gezegd. Niet met zoveel woorden, maar toch… Ze had hem dat kwalijk genomen, die suggestie. Ze had hem bepaald niet het mes tegen de keel gehouden. Ze had het voorgesteld. Niet meer dan dat. Uiteindelijk hadden ze al twee jaar een verhouding en Nilla was al zesendertig. En ja… misschien had ze laten doorschemeren dat de volgende stap logisch was. Normaal. Elias was de eeuwige twijfelaar. Zij was allesbehalve dat. Ze had haar argumenten aangevoerd. Hun relatie, hun leeftijd, haar behoefte aan zekerheid, het feit dat ze in de lift zat als illustrator, bijna omkwam in het werk en gemakkelijk kon bijdragen aan de kosten die een dergelijk huis met zich meebracht. Ze had duidelijk gemaakt dat ze best haar naam op het contract durfde te zetten.

5


Wat hij dus uiteindelijk niet had toegelaten. Maar hij had het huis gekocht. Zou met haar verdergaan. En het zou goed gaan. Zelfs als hij toch nog vaak wegdreef in zijn eigen wereld, zoals nu. Hij was goed in zijn vak: handwerk, vakmanschap. Meubels ontwerpen en maken. Maar hij was geen zakenman. Dat wist hij zelf ook en dat gaf hij als reden voor zijn gepieker. Een reden die ze natuurlijk van tafel had geveegd. Want wat hij miste aan daadkracht en economisch inzicht, had zij in overvloed. Haar eigen bedrijf was een succes en dat zou zijn bedrijf ook worden. Daar zou zij voor zorgen. Ze had de planning klaar, was halverwege met de website, en rende hem voorbij. Dat wist ze. Maar ze kon niet anders. Het raasde in haar hoofd. En terwijl zij hun leven in de volgende versnelling zette, werd hij trager. Stiller. Alsof hij langzaam oploste in zijn eigen wereld. Het maakte haar onrustig. Nijdig soms. Hield haar zelfs steeds vaker uit haar slaap, waardoor de vermoeidheid overdag toesloeg en ze nog meer aan zichzelf moest trekken om het strakke tijdschema te volgen dat ze in haar agenda had staan. Want alles moest doorgaan. Ze had nu eenmaal haar plannen, haar toekomstbeeld. Buiten dat was er niets. ‘Waar beginnen we?’ Ze praatte te hard. Dat wist ze zelf ook wel. Maar de behoefte om de stilte te verpletteren was groot. Om haar hoofd werd een band aangetrokken en in haar lichaam stroomde het bloed als een wilde rivier, richting waterval. Haar handen trilden. Hadden ze geen afspraken gemaakt over wat ze als eerste zouden aanpakken? Vaag stond haar daar iets van bij, maar ze wist het niet meer zeker. Soms dacht ze dat ze gek werd. Of dement. Soms dacht ze dat ze te veel fantasie had omdat ze dat dacht. Het beeld kwam plots bij haar op. Ze zat aan de keukentafel en tekende een kat met enorme oren, kettinkjes en armbandjes, of beter gezegd pootbandjes, voor de zieke buurvrouw. Haar moeder zat naast haar met die typische glimlach van haar. Verwonderd en trots. ‘Een kat met sieraden?’ Haar stem was zacht. Zangerig bijna. Dat meende ze tenminste. Soms leek het alsof

6


herinneringen oplosten in het niets, ongeacht hoe stevig je ze vast probeerde te houden. En daarmee kwam altijd de angst om te vergeten. Maar één ding wist ze met zekerheid: mama’s stem was altijd zacht, bijna zangerig geweest. ‘Buurvrouw houdt van katten en sieraden,’ had ze geantwoord terwijl ze de kat alle kleuren van de regenboog gaf. ‘Je hebt zoveel fantasie… een echte kunstenares.’ Dat zei mama terwijl ze een pluk haar uit Nilla’s gezicht streek met die warme vingertoppen van haar. Nilla was toen elf en het was de laatste herinnering die ze aan haar moeder had. De band om haar hoofd werd strakker aangetrokken en haar keel leek vanbinnen op te zwellen. Ze greep haastig een van de zware hamers uit de gereedschapskist. ‘De keuken dan maar?’ Ze zouden de keuken doen, toch? ‘De keuken? Die zouden we toch slechts opknappen? Het is een zestigerjarenkeuken met zijn eigen charme,’ bracht Elias ertegen in. ‘Ik dacht dat we het daarover eens waren.’ Was ze het daarmee eens? Ze wist het niet meer. Maar ze wist dat ze iets moest doen. Haar lichaam explodeerde als ze hier bleef staan. ‘Misschien heb ik er toen niet echt goed naar gekeken. Je weet hoe dat gaat met zo’n bezichtiging. Maar het hele huis is verouderd. We kunnen het maar beter meteen goed aanpakken. Moderniseren.’ ‘Moderniseren? We vielen voor de charme van het huis. Voor de oude stijl. Weet je nog?’ ‘De charme van het huis zit aan de buitenkant. Het Pippi Langkous-uiterlijk. De binnenkant is vooral uitgeleefd en onpraktisch. Dat zag ik niet bij de bezichtiging, maar ik zie het nu. En de keuken is daar een voorbeeld van. Er is niet eens een vaatwasser.’ ‘We zouden de originele staat bewaren.’ De vragende klank in zijn stem was verdwenen. Ze hoorde iets anders. Alsof het antwoord automatisch uit zijn mond kwam, terwijl zijn hoofd elders was. Een aarzeling, misschien. Een afstand. Ze negeerde het. ‘Dat is niet hetzelfde als oude rommel bewaren.’ Want dat was het. Wat had iedereen toch met retro? Wat had ze er zelf mee gehad, toen ze het blijkbaar met hem eens was geweest. Of had ze op dat moment alleen conflict willen vermijden?

7


Alles willen doen om die aankoop door te zetten, haar toekomst te garanderen? Retro deed denken aan vroeger. Stom, nostalgisch gedoe. Alsof vroeger alles goed was. Alsof vroeger mensen niet zomaar doodgingen of verdwenen. Het maakte haar kwaad. Zoals Elias’ houding haar woedend maakte. Die aarzeling, de afstand die hij nam. Zijn weigering om de discussie echt aan te gaan. Het gevoel dat hij haar precies nu gaf. Het maakte haar onredelijk woedend. Of bang? Onredelijk bang? Ze moest het stoppen. ‘Elias. Hou op met dat gezemel, pak een hamer en ga aan het werk. Altijd hetzelfde met jou,’ snauwde ze. Het was alsof het iemand anders was, die zo nijdig, zo vals klonk. Maar ze moest verder. Doorgaan. Alles beter dan die allesverterende angst. Ze klemde haar vingers stevig om de steel van de hamer en wilde naar de keuken lopen. Elias greep haar arm vast. Ze probeerde zich los te trekken. Wilde niet geremd worden. En nog minder zich naar hem omdraaien en in die ogen kijken, die iets vertelden wat ze niet wilde weten. Elias liet haar niet los. ‘Nilla.’ Zijn stem was zacht, maar drong haar schedel binnen als een scherp mes. ‘We moeten praten.’ ‘Nee.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Nilla…’ ‘Nee.’ ‘Ik kan het niet.’ ‘Het is maar een keuken.’ Maar Nilla wist heel goed wat hij bedoelde. Ze wist het allang. Misschien had ze het diep in haar hart altijd geweten. ‘Ik kan niet zo doorgaan.’ ‘Ik weet niet wat je bedoelt.’ ‘Wij. Jij en ik. Ik kan het niet.’ De woorden die ze niet had willen horen, waren eruit. Ze zweefden tussen hen in als een schaduw, waarin haar toekomst verdween. Er was zoveel wat ze wilde zeggen. Ertegen in wilde brengen. Ze deed het niet. Want zelfs in haar wanhoop of woede of wat het dan ook was wat door haar lichaam raasde, wist ze dat er niets

8


tegen in te brengen viel. Ze voelde het. Zag het. ‘Naomi,’ bracht ze uiteindelijk uit. Naomi was terug. Nilla wist het. Ze had haar gezien, twee maanden geleden, in een interview op televisie. Ze was zomaar ineens op het scherm verschenen. Ze had daar vragen over kunnen stellen, maar ervoor gekozen dat niet te doen. Als een kind dat zijn handen voor zijn ogen hield. Wat je niet ziet, bestaat niet. Maar deed ze dat niet al twee jaar? Stond Naomi niet al twee jaar in de schaduw? Bijna onzichtbaar, maar zonder werkelijk te verdwijnen. Elias zweeg. Nilla wendde zich van hem af en keek door het grote raam met zijn kruisroeden naar buiten, de verregende tuin in. Ze perste haar lippen op elkaar. Balde haar vuisten. Nee, riep een stem in haar hoofd. Dit gebeurde niet. Dit kon niet. Dit mocht niet. Ze draaide zich weer naar Elias om. Schudde haar hoofd. ‘We zijn al twee jaar samen. We hebben dit huis gekocht. Waar ben je in hemelsnaam mee bezig?’ ‘Het spijt me, Nilla. Ik had het nooit zover moeten laten komen.’ ‘Hoever laten komen?’ Nilla merkte dat ze schreeuwde. Haar moeder had nooit geschreeuwd. Haar vader had dat nooit gedaan, zelfs niet toen hij het misschien wel had moeten doen. Ze wilde niet schreeuwen. Maar ze wilde zoveel niet. ‘Heb je al met haar in bed gelegen?’ Ze kneep haar ogen samen, terwijl ze hem aankeek. ‘Doe niet zo idioot.’ ‘Of loop je alleen als een kwijlende hond weer achter haar aan.’ ‘Nilla…’ Hij maakte een slap gebaar met zijn armen, alsof hij iets wilde beschrijven waarvan hij zelf de betekenis niet kende. ‘Ben je werkelijk zo’n dom, pathetisch figuur dat zijn oude liefde in zijn eigen fantasie ophemelt totdat ze een heilige wordt?’ Ze schreeuwde weer. Ze wilde beheerst klinken. Scherp. Alles onder controle houden. Maar niets in haar lichaam of hoofd luisterde. ‘Nee. Ik ben niet pathetisch. Ik hield zielsveel van haar destijds en dat weet je. Zoals je ook weet dat ze altijd veel voor mij is blijven betekenen. Ik heb daar nooit een geheim van gemaakt. Ik heb je er zelf een paar maanden geleden nog op gewezen, toen het huis en het samenwonen ter sprake kwam… dat ik het niet

9


zeker wist… jij en ik. Je hebt nooit geluisterd.’ ‘Was het Naomi aan wie je dacht als we het samen deden?’ Een idiote vraag waarop ze niet eens een antwoord wilde. Ze had geen idee waarom ze hem stelde. ‘Nee,’ reageerde hij scherp. ‘Ik probeerde te accepteren dat ik Naomi kwijt was.’ ‘Precies dat. Ze vertrok. Liet je in de steek.’ ‘Zo was het niet en dat weet je.’ ‘Ah. Ze ging naar Indonesië om het werk van haar vader voort te zetten en met de Sumatraanse tijger te stoeien.’ ‘De tijger is met uitroeiing bedreigd. Net als een aantal andere diersoorten. Haar vader stelde alles in het werk om daar iets aan te doen en het probleem wereldwijd bekend te maken, tot hij op verdachte wijze om het leven kwam tijdens het verzamelen van bezwarend materiaal in verband met het platbranden van bos voor de palmolieplantages. Ze had geen keus. Ze moest daarheen. Uitzoeken wat er echt was gebeurd en zijn werk voortzetten, zodat de veroorzakers van alle ellende niet konden winnen. En het enige wat ik kon doen, was haar loslaten. Omdat ik van haar hield.’ ‘Nobel.’ Ze slaagde erin het woord met zoveel gif te vullen dat het een Sumatraanse tijger kon doden. ‘Dus wat doet ze hier?’ ‘Haar moeder is ziek.’ ‘Ah. Dus jij geeft alles wat we hebben op voor een fantasiebeeld uit het verleden en een vrouw die straks sowieso weer de jungle in trekt.’ ‘Ze blijft hier. Inmiddels zijn de mensen die verantwoordelijk zijn voor haar vaders dood opgepakt en heeft ze het veldwerk in Indonesië overgedragen aan de mensen die ze daar zelf voor heeft opgeleid en een paar jonge Indonesische onderzoekers. Ze gaat, naast het geven van gastlessen, zich hier inzetten voor het zoeken naar alternatieven voor de palmolieindustrie in samenwerking met de universiteit.’ ‘Je hebt dus met haar gepraat.’ Hij knikte. Er was heel veel wat Nilla wilde zeggen, maar niets wat werkelijk uit haar mond kwam. Hem aanstaren was het enige waartoe ze zich kon zetten. ‘Het spijt me, Nilla.’ Hij spreidde zijn armen en liet ze weer zak-

10


ken, als een vogel die de kracht uit zijn vleugels voelde wegvloeien. Nee, dacht ze. Nee. Dit kan niet gebeuren. Dit mag niet gebeuren. ‘We hebben een huis gekocht. Een eigen plek. We zouden samen verdergaan…’ Ze schudde haar hoofd. De woede smeulde nu op de achtergrond en werd overstemd door angst. ‘Betekent dat dan helemaal niets voor je?’ Het was geen vraag, maar een beschuldiging. Ze hoorde de klank in haar eigen stem. Besefte hoe bekend het in haar oren klonk. Die bitse, harde stem. Ze haatte dat geluid, dat ze zelf de laatste maanden zo vaak produceerde. Voelde hoe wanhoop wedijverde met woede. ‘Ik weet dat ik de laatste tijd misschien… nou ja, je weet wel…’ Een kreng was, kon ze zeggen. Maar ze sprak het niet uit en wilde niet dat hij het hardop noemde. Zelfs niet als ze diep vanbinnen wilde dat het de aanleiding was van dit hele gebeuren. Haar gedrag. Niet Naomi. Maar ze wist beter. ‘Je rent jezelf voorbij, Nilla. Je haalt je meer op de hals dan je aankunt, zelfs als je weigert dat in te zien. Dat heb ik meer dan eens tegen je gezegd. Maar het is niet de reden.’ Ze schudde weer haar hoofd. Liet de hamer vallen, draaide zich met een ruk om en stormde het huis uit. Ze wist niet meer wat te doen. Wat te zeggen. Ze sloeg de deur met zo’n klap dicht dat een van de ruitjes kapotsprong. Ze keek niet om, maar beende naar haar rode Volvo, stapte in en reed met idioot hoge snelheid de weg op. Pas toen merkte ze dat ze huilde.

11


2

Nilla voelde zich beroerd. Haar hoofd bonkte, in haar maag leek een betonblok te huizen en haar spieren waren veranderd in gekookte spaghettislierten. Hier zat ze, op de bijna nieuwe lichtgrijze sofa in haar tweekamerappartement aan de Nygatan in Jönköping. Persoonlijke spullen had ze al ijverig opgeslagen in dozen in de berging, zodat de hele woning eruitzag als een etalage. Precies zoals de makelaar het graag zag. Minimalistisch ingericht, witte keuken met laminaat aanrechtblad in houtmotief, vloer in het hele appartement in hetzelfde motief, witte badkamer. Een modern appartement midden in het levendige centrum van Jönköping met restaurants, vermaak en winkels binnen handbereik, maar ook met de stilte van een binnentuin voor iedereen die hier woonde. Hét appartement voor jonge, moderne carrièretijgers. Zo had de makelaar het omschreven. Het lawaai in de weekenden van uitgaande jeugd, half opgegeten shoarmabroodjes en lege blikjes op het trottoir of het braaksel in het portiek had hij niet genoemd. Verkopen zou geen probleem worden, meende hij. En inderdaad hadden zich al tweeëndertig mensen gemeld voor een bezichtiging. In haar werkhoek getuigde nog maar nauwelijks iets van het werk dat ze daar altijd verrichte. Daar had ze voor gezorgd. Alles was klaar voor de snelle verkoop en verhuizing. Ze snoof, schoof de zoveelste bonbon naar binnen, terwijl ze allang misselijk was. Waar was het misgegaan? Naomi. Daar was het misgegaan. Waarom moest Miss Perfect terugkomen naar Zweden? Kleine, intelligente, tengere Naomi met de Aziatische trekken die ze van haar moeder had en haar zachte stem, die op geen enkele manier de kracht en de vechtlust die zich daarachter verschool deed vermoeden. De eerste keer dat

12


ze haar had gezien, was in een documentaire geweest. Bioloog Naomi. Waarom was ze niet lelijk? Of een schreeuwerige activist? Dat had ze zich die keer afgevraagd. Misschien had ze haar altijd gehaat. Waarom was Naomi niet in de jungle – of waar ze dan ook had huisgehouden – gebleven? Waarom was hij haar nooit vergeten? Hij had over haar verteld. Meteen al in het begin, toen duidelijk werd dat ze elkaar mochten. Verliefd werden. Of zij in ieder geval op hem. Hij had getwijfeld. Ook toen. Vanwege Naomi. Ja, ze was weggegaan. En nee, de relatie bestond niet meer. Maar hij hield nog van haar. Dat had hij letterlijk gezegd. Ze had het van tafel geveegd. Hij hield van het beeld dat hij in zijn hoofd had gevormd, had ze beweerd. Niet alleen tegenover hem, maar ook tegenover zichzelf. Naomi was geschiedenis, maar zij… zij was de toekomst. Had ze ook dat letterlijk gezegd? Ze wist het niet meer. Maar ze had hem overtuigd. En zichzelf. En hadden ze het soms niet fijn gehad samen? Vakanties, uitjes, vrijen… lachen. Schoof hij dat zomaar aan de kant? Alle herinneringen die ze samen hadden gemaakt. Alles wat er tussen hen was. Alles wat komen zou. Ze stond op, greep de fles rode wijn uit de kast en schonk een limonadeglas vol. Haar handen trilden. Drinken was niet haar stijl. Nooit geweest. Een enkel glaasje, bij voorkeur bij een Italiaans etentje of op een feestje… Niet meer dan dat. Maar dit, dit hele gebeuren… dit was nog minder haar stijl. Ze dronk haar glas gulzig leeg. Wijnstraaltjes kropen over haar kin en er vormden zich grillige vlekken op haar witzijden blouse alsof ze een plotse bloeding had gehad. Wat maakte het nog uit? De blouse in de prullenbak. Haar toekomst erachteraan. Weg met die hele rotzooi. Weg met alles. Misschien moest ze een hut ergens midden in het bos kopen, ver weg van alles en iedereen. Ze nam een nieuwe bonbon en kauwde de bittere, droge smaak van de wijn weg. Schonk een nieuw glas in. Het smaakte nog steeds niet. Wijn als water achteroverslaan als iemand die tien dagen in de woestijn had doorgebracht was niet hetzelfde als nippen aan een

13


glaasje tijdens een diner. Maar het bluste de schroeiende pijn in haar borstkas. Het verdronk de vragen in haar brein. Het enige wat de alcohol niet deed, was het dempen van haar woede. Integendeel. Naarmate al die vragen waarop geen antwoord bestond, haar verdriet en zelfmedelijden verder kopje-onder gingen in de wijn, bruiste haar woede op als een geiser. Woede, royaal doordrenkt met alcohol, benevelde gezond verstand en beoordelingsvermogen. Dat werd gezegd. Ze had nooit grotere nonsens gehoord. Het tegendeel was waar. Ze kon zich niet herinneren wanneer ze zich voor het laatst zo helder had gevoeld. Ze sloeg een nieuw glas achterover. Ze proefde de bitterheid niet eens meer, maar koesterde de troostende warmte die de drank met zich meebracht. Ze had alle recht om woedend te zijn op Elias. En op Naomi. Daar was ze nu van overtuigd. Elias had haar gewoon bedonderd. Hij had natuurlijk allang weer iets met Naomi, ook al deed hij alsof het nog niet zover was. Misschien was het nooit echt uit geweest tussen hen en belden ze elkaar om de haverklap sinds het loeder daarachter zat. Waarschijnlijk wel. Dat moest wel. Misschien hadden ze zelfs telefoonseks als zij te laat thuiskwam. Zou typisch iets voor Elias zijn. Ze wist niet waarom ze dat dacht, maar dat maakte niet uit. Het was allemaal zijn schuld. Elias had haar bewust haar dromen laten opbouwen om ze daarna te verbrijzelen. Gelogen en bedrogen. Haar onderuitgehaald. Het laagste van het laagste met haar uitgehaald. Een volgend glas wijn onderstreepte die overtuiging. Ze haatte hem. Ze haatte het huis dat ze samen hadden gekocht. Ze haatte Naomi, die straks het huis binnen zou wandelen alsof ze daar alle recht toe had. Maar dat had ze niet. En Elias ook niet. Ze stond met een ruk op, negeerde het feit dat de kamer om haar heen deinde alsof ze zich op volle zee bevond bij storm, greep de autosleutels en liep haar appartement uit. De straatverlichting wierp een geel schijnsel op de verlaten weg voor het appartementengebouw en de meeste ramen leken vierkante zwarte gaten in het gebouw. Slechts drie ramen waren wat flauwtjes verlicht en achter een ervan zag ze het silhouet van een vrouw.

14


Nilla had geen idee hoe laat het was. Juist op het moment dat het haar eindelijk lukte om de sleutel in het bewegende sleutelgat te duwen, vroeg ze zich af waar ze in hemelsnaam mee bezig was. Het duurde niet langer dan hooguit een paar seconden: dat moment van aarzeling. Daarna drong de duisternis van de nacht haar hoofd weer binnen en vertroebelde het zicht. Letterlijk en figuurlijk. Ze stapte in haar Volvo en reed door de lege straten richting Taberg. Slechts een auto reed haar voorbij en toeterde daarbij. Misschien ging het niet snel genoeg naar zijn zin. Zijn probleem, vond Nilla. Ze zag slecht in het donker, vond ze. En de auto deed raar. Slingerde af en toe. Controle was alles. En ze had alles onder controle. Het huis leek met de nacht samen te smelten. Hier was geen straatverlichting en achter de ramen brandde geen licht. Dat zou later komen, als ze er eenmaal woonden, Elias en zij. Achter ieder raam zo’n vrolijk lampje dat ze in Olivia’s winkel zou halen, waardoor dag en nacht de ramen als vriendelijke ogen zouden oplichten. Van die nostalgische lantaarnpalen voor het huis die voor een bescheiden verlichte tuin en oprit zouden zorgen. Zo had ze dat voor zich gezien. Toekomstbeelden die nooit werkelijkheid zouden worden. Lampjes zouden uiteindelijk natuurlijk de ramen oplichten en nostalgische lantaarnpalen zouden hun licht verspreiden in de tuin, maar het licht zou niet voor haar branden. En achter die ramen met kruisroeden zou Elias op de sofa zitten. Naomi knus tegen hem aan. Ze zag het voor zich. Een beeld waar ze het liefst haar klauwen in zou zetten om het uit elkaar te trekken, zoals een kat een stuk papier met zijn nagels in reepjes snijdt. Elias had haar bedrogen. Een wreed spel met haar gespeeld. Haar toekomst verbrijzeld. Elias en dat schijnheilige loeder. Nilla kneep in het stuur. De hufter. Het kreng. De rotzakken. Zaten ze op dit moment bij elkaar? Lagen ze samen in bed? Vierden ze zijn vrijheid met een vrijpartij waar de Sumatraanse tijger jaloers op kon worden? Maakten ze plannen voor hun nestje, hier in dit huis, dat

15


bedoeld was voor haar en Elias? Of had Elias vanaf het begin geweten dat zij hier nooit zou wonen? Had zelfs Naomi dat al geweten? De woede sloop als een zwarte schaduw haar hoofd binnen. Verdrong alles wat daar nog zat. Raasde door haar aderen als een kolkende rivier. Nilla greep de sleutel van het huis dat ze in het bakje bij de versnelling bewaarde, stapte uit, vocht struikelend haar weg naar de voordeur van het huis, wist met erg veel moeite uiteindelijk de sleutel in het te kleine en beweeglijke sleutelgat te wurmen en de deur open te duwen. Ze gebruikte de zaklantaarnfunctie van haar mobieltje, liep naar binnen, greep de mokerhamer waarmee ze de keuken eruit had willen slaan en beende de woonkamer in waar de haard haar als een zwart oog aanstaarde. Het was het eerste wat ze in dit huis hadden gezien. Die authentieke haard. Elias was meteen bezweken. Had hardop gedroomd hoe die haard het centrum van de woonkamer zou vormen. Hoe ze na een koude dag een wijntje zouden nemen op een kleed, starend in de vlammen. Waarschijnlijk had die idioot het hele huis vanwege die haard gekocht. Nilla tilde haar hamer op en ging de haard ermee te lijf. Als zij hier niet kon wonen, niet met Elias voor die haard kon zitten, dan hoefde niemand dat te doen. Ze zou het afbreken. Het hele huis. Geen steen zou ervan blijven staan. Ze tilde de hamer op en sloeg. Het ging vanzelf. Alsof haar lichaam het had overgenomen. Klap na klap. Stukken steen spatten uit elkaar en het regende stof en scherven. Tot ze de brief zag. Hij dwarrelde tevoorschijn, als een vlinder tussen het geweld van een rotsverschuiving. Ze had geen idee waar hij vandaan kwam. Ze had hem niet gezien. Hij kwam wellicht uit een verborgen hoek van de haard. En toch dacht ze meteen dat hij van Elias kwam. Een brief dat het hem speet. Dat ze gelijk had. Dat hij zich had verloren in een fantasie, maar nu wist dat ze de ware was. Ze voelde zich slap worden bij die gedachte, maar vermande zich meteen weer. Nee… niet zo gemakkelijk, vriend… Ze raapte de brief op, die nu tussen het stof lag. Ze begreep ergens in haar benevelde brein best dat Elias geen brief in een of andere nis van de haard verstopt had, maar stond die gedachte niet toe om werkelijk tot haar door te dringen.

16


Ze duwde de brief in haar jaszak, tilde de hamer op, klaar voor een volgende slag. Een slag die niet kwam. Haar armen voelden opeens als lood. Haar lichaam deed pijn en haar hoofd leek op het punt te staan te exploderen. Ze hoorde zichzelf hijgen terwijl ze naar de vernielde haard keek. Waar was ze in hemelsnaam mee bezig? Wat mankeerde haar? Ze voelde zich opeens een een leeg, verkreukeld melkpak. De hamer viel uit haar handen. Weg. Ze moest weg hier. Het huis uit.

17


Ze kwam in zijn leven toen de kraanvogels neerstreken en vertrok ook weer met hen mee

Sandra Berg

N

illa bevindt zich op een dieptepunt in haar leven. Haar vriend Elias verbreekt plotseling hun jarenlange relatie en al Nilla’s toekomstplannen vallen in duigen. Dan vindt ze een zeer persoonlijke brief die veertig jaar geleden werd geadresseerd aan ene Petter Nilsson. Ze besluit de brief alsnog te bezorgen en treft op het adres een norse, oude man aan in een verwaarloosd huis vol troep. Ontdaan gaat Nilla ervandoor, maar vergeten kan ze hem niet. Ze wordt naar het huis getrokken, dus gaat ze terug. Ze houdt zichzelf voor dat ze dat doet om hem te helpen, maar eigenlijk wil ze meer weten over deze brief en het verhaal erachter – en tegelijkertijd vooral haar eigen problemen niet onder ogen komen. Maar hoelang kan ze dat nog volhouden?

De terugkomst van de kraanvogels Sandra Berg

Sandra Berg neemt je in het spannende en aangrijpende De terugkomst van de kraanvogels mee naar Zweden, waar de auteur zelf ook woont. Eerder verscheen van haar onder meer De stilte van eenzaamheid en Silhouet van ijs.

ISBN 978 90 2054 111 3 NUR 344

Roman 9 789020 541113 w w w. r o m a n s e r i e . n l


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook