Skip to main content

Onder studenten - Petra Kruijt

Page 1

Petra Kruijt is auteur van heerlijke feelgoodromans. Onder studenten is een eerlijk en geloofwaardig verhaal over ouderschap en het leren compromissen te sluiten. Eerder verscheen van Petra Kruijt ook Laat me jou zijn en De mannenmaker.

NUR 340

www.zomerenkeuning.nl

9 789020 539943

OND E R S TUD E NT E N

Zeven jaar geleden koos Christa voor een leven als jonge moeder. Zeven jaar lang stond haar leven in het teken van dochtertje Tessa en man Rens. Maar nu wil ze meer: Christa wordt student. Vol overgave stort ze zich in het studentenleven, inclusief de feestjes en de flirts, vooral met haar erg knappe studiegenoot Nathan. Ze wil elke kans grijpen, maar haar zelfontplooiing kent een grens, want naast student is ze ook nog steeds moeder. Al lijkt Christa dat af en toe bijna te vergeten‌

P ETRA KRU IJT

Back to school: moeder Christa wordt student


Colofon Onder studenten_De mannenmaker-corr. 30-10-20 14:39 Pagina 1

ONDER STUDENTEN


Colofon Onder studenten_De mannenmaker-corr. 30-10-20 14:39 Pagina 2

Eerder verschenen van Petra Kruijt bij Uitgeverij Zomer & Keuning: Single-serie: Een jaar single Eeuwig single Blauwdruk van geluk De mannenmaker Laat me jou zijn Twijfels over BelgiĂŤ Lieve ik Gemma & partners


Colofon Onder studenten_De mannenmaker-corr. 30-10-20 14:39 Pagina 3

Petra Kruijt

Onder studenten

Uitgeverij Zomer & Keuning


Colofon Onder studenten_De mannenmaker-corr. 30-10-20 14:39 Pagina 4

ISBN 9789020539943 ISBN e-book 9789020539714 ISBN audioboek 9789020539721 NUR 340 Š 2020 Uitgeverij Zomer & Keuning Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp bij Barbara Vormgeving binnenwerk Nyvonco www.petrakruijt.nl www.zomerenkeuning.nl Alle rechten voorbehouden Uitgeverij Zomer & Keuning vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Voor de papieren editie van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.


1 ‘Liefje,’ zeg ik tegen Rens nadat we vijf minuten stil tegen elkaar aan hebben gelegen en geprobeerd hebben in slaap te komen. Hij kreunt en kijkt naar het plafond. Omdat ik wel vaker ‘liefje’ zeg na de seks, ook tot een kwartier erna, snapt hij niet dat het een inleiding is op wat ik echt tegen hem wil zeggen. Ik weet even niet hoe ik mezelf duidelijker kan uitdrukken. Een andere intonatie van ‘liefje’, zou dat werken? Als ik het nou maar eerder had overlegd. Natuurlijk, ik had mijn redenen om dat niet te doen. Met als belangrijkste dat ik bang was dat hij het niet met mijn plannen eens zou zijn, zodat overleggen zou uitlopen op vergeet het maar. Maar stel dat dat nu alsnog gebeurt. Dat zou nog veel erger zijn, want ik heb alles al rond. Ik moet het zeggen. Meedelen, niet overleggen. Daarvoor is het nu te laat. ‘Ik moet je iets vertellen.’ Hij reageert door zich naar me toe te draaien en me afwachtend, geïnteresseerd aan te kijken. Soms vertel ik hem nadat we het gedaan hebben dat ik van hem houd. Ook dat wil ik nog weleens inleiden met ‘ik moet je iets vertellen’, bij wijze van grapje. Ik vind mezelf ineens helemaal niet meer grappig. Hij verwacht nu iets leuks, iets liefs, iets totaal anders dan hij zal krijgen. Misschien kan ik beter eerst 5

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 5

22-02-12 09:33


zeggen dat ik van hem houd, hem een kusje geven en daarna de bom droppen. Nee! Wat een slechte, verwerpelijke gedachte. ‘Ik ben aangenomen op de universiteit.’ Rens komt meteen overeind en de lieve blik maakt plaats voor een verwarde. ‘De universiteit?’ ‘Ja. De universiteit. Hier, in de stad. De Erasmus.’ ‘Ik volg je niet, Chris. Wat vertel je me nu?’ Ik haal een keer diep adem, en dan nog een keer. Dan open ik mijn mond en zeg: ‘Dat ik ga studeren.’ Hij lacht hardop en blijft daar nogal in hangen. ‘Wat een goeie,’ zegt hij als hij klaar is met de ergste lachstuipen. ‘Ik dacht even dat je het meende. Kom eens hier, gekkerd.’ Hij slaat zijn armen om me heen en rolt me boven op hem terwijl hij me in mijn zij kietelt. Ik giechel erom omdat ik niet anders kan. Het kietelt als een malle en Rens stopt er maar niet mee, hoe hard ik ook roep om genade. Pas als ik weer overeind zit, zeg ik: ‘Maar ik meen het ook. Over een maand begint het.’ ‘Ja hoor. En Tessa dan?’ Tja. Dat is een onhandig puntje. Rens en ik hebben een dochter, Tessa. Zij is zes jaar en slaapt op dit moment in de kamer naast de onze, in heerlijke onwetendheid over wat zich hier afspeelt. Als moeder schaam ik me voor wat ik wil doen. Het heeft al een paar keer akelig aan me geknaagd dat ik haar naar de naschoolse opvang zal moeten brengen vanwege colleges of tentamens laat in de middag. Maar ik ben tot de conclusie gekomen dat ik me niet moet laten weghouden van mijn droom door een praktisch – en oké, ook enigszins emotioneel – bezwaar. Daar blijf ik achter staan, ook als Rens dat niet begrijpt. ‘Tessa gaat na de vakantie alweer naar groep drie,’ hoor ik mezelf de woorden uitspreken die ik zo vaak gerepeteerd heb. Ik heb ze ook tegen mezelf gezegd als ik weer eens twijfelde over mijn keuze. ‘Ik kan haar gewoon naar school brengen, want de colleges beginnen op z’n vroegst om halfnegen, en als ze tien minuutjes eerder op het schoolplein staat, is dat ook geen pro6

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 6

22-02-12 09:33


bleem. Verder zullen we een buitenschoolse opvang moeten zoeken voor sommige dagen en misschien kan jouw moeder ook wat vaker oppassen. Dat vindt ze vast leuk.’ ‘Nee. Wacht. Dit gaat me te snel. Wat ga je studeren?’ ‘Filosofie,’ antwoord ik, met toch een beetje trots in mijn stem. ‘Filosofie?’ Hij kijkt me aan alsof ik gek ben. ‘Ik snap jou niet. Je hebt hier nooit iets over gezegd. We waren het samen eens over deze verdeling tot ten minste de dag dat Tessa naar de middelbare school gaat. Daar hebben we het uitgebreid over gehad en jij vond ook dat ze een moeder nodig heeft die er altijd voor haar is.’ Ja, toen ik achttien was. Ik was totaal ongepland en ongewild zwanger, maar Rens en ik kozen samen voor ons kindje en daarmee definitief voor elkaar. Destijds was ik dolblij dat hij het met me aandurfde. Mede omdat ik te schijterig was voor een abortus, al stond ik evenmin te trappelen om al voor mijn twintigste een bevalling mee te maken. Ik hield mezelf maar voor dat hoe jonger je bent, hoe soepeler het gaat, en dat vele generaties vóór mij ook zo jong kinderen hadden gekregen. Maar mijn keuze kwam vooral doordat ik me zo gehecht voelde aan het leven dat in mij groeide. Ik wilde moeder worden. Niets was op dat moment voor mij van grotere waarde. De opleiding waaraan ik na mijn eindexamen wilde beginnen, zette ik er zonder meer voor opzij. Kon ik toen weten dat ik zeven jaar later, vijfentwintig jaar oud en een heleboel moederschap verder, meer zou willen in het leven? Dat de zorg voor een kind dat er hele dagen niet is op een gegeven moment zou gaan vervelen? Dat ik niet genoeg voldoening zou halen uit lekker koken en het huis schoonhouden, dingen waar ik sowieso geen held in was? Je kunt niet voorspellen wat je in de toekomst wilt. Als kind wilde ik niets liever dan stewardess worden, ook al had ik nooit gevlogen. Kon ik weten dat ik na mijn eerste vlucht zo’n vliegangst had ontwikkeld dat ik de terugreis vanuit Spanje met de trein zou maken en daarna nooit meer in een vliegtuig zou stappen? Nee – je weet niet alles van tevoren. En zo komt het dat ik al twee jaar af en toe denk aan studeren, zodat ik meer kan worden 7

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 7

22-02-12 09:33


dan een moeder. Zodat ik filosoof kan worden. ‘Zeg eens iets,’ draagt Rens me op. ‘Ik kan er niks aan doen. Ik was toen een ander mens dan nu.’ ‘Dus nu ben je ineens student,’ schampert hij. ‘Ik zie het nog niet gebeuren.’ ‘Nou, ik wel. En ik ben niet de enige, want ik heb de toelatingstoets voor eenentwintigplussers gedaan en daar ben ik voor geslaagd. Ze vinden mij dus prima geschikt. Trouwens, wat zou jij ervan weten. Je hebt zelf nooit in je leven een studieboek aangeraakt.’ Ai. Dat is niet zo fraai van me. Dat hij de zaak van zijn vader heeft overgenomen, is niet iets om op neer te kijken. Doe ik ook niet. Ik bewonder hem enorm om wat hij met het aannemersbedrijf heeft gedaan. Het loopt als een trein en ik ben hartstikke trots op hem dat hij zo hard werkt om mij en Tessa te voorzien in alle weelde van de wereld. Dankzij hem kan ik überhaupt nadenken over een studie, want zonder zijn ruim bovenmodale inkomen had ik in Tessa’s schooluren achter de kassa van de Albert Heijn gezeten. Rens kijkt gekweld. ‘Snap je dan niet dat juist dat het probleem is? Je bent stommer dan ik van een student in spe had verwacht.’ ‘Ben je bang dat ik straks hoger opgeleid ben dan jij? Is dat het? Want dat vind ik…’ ‘Het maakt me niet uit hoe hoogopgeleid je bent. Ik zou het geweldig vinden. Dat je intelligent bent, wist ik allang.’ ‘Is het dan dat ik meer ga verdienen? Want ik denk dat je daar niet bang voor…’ ‘Ik weet het niet! Jemig, Chris. Ik weet het niet. Je overvalt me hiermee en wat wil je nu van me? Dat ik sta te juichen omdat mijn meisje gaat studeren? Joehoe!’ zegt hij, met zijn handen in de lucht. ‘Ik zal je heus niet tegenhouden als dit is wat je wilt. We komen er wel uit. Ik snap het alleen niet, dat is alles. Je hebt nooit iets laten merken. Niet dat je ontevreden bent, en ik zorg toch goed voor je, voor jou en voor Tessa, we hebben het prachtig voor elkaar met z’n drieën… Ik snap het gewoon niet.’ ‘Ik ook niet,’ geef ik toe. Ik snap helemaal niks van mezelf. 8

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 8

22-02-12 09:33


Net zomin als ik voorspelbaar ben, ben ik begrijpelijk. Maar ik weet wat ik nu voel en ik weet dat als ik daar niet naar luister, ik binnen afzienbare tijd heel ongelukkig zal worden. Dat zou voor niemand goed zijn. ‘Ik hoop dat je me kunt steunen, ook al snap je niets van me.’ Rens komt wat dichter bij me en geeft me een kusje op mijn wang. Ik glimlach om het teken van verzoening, glimlach omdat het een soort van goed is gegaan. Hij weet wat er staat te gebeuren, ik heb het verteld, het is eruit, en we hebben geen slaande ruzie. Nu kan de voorpret echt beginnen. Ik ga studeren! Ik nestel me tegen Rens aan en doe opnieuw een poging om te slapen. Nu het officieel is, kan ik niet langer wachten om inkopen te doen voor mijn studie. Ik heb een stapel studieboeken nodig volgens de toegestuurde lijst van de universiteit en ik moet voor het eerst in vijf jaar weer een agenda hebben naast de thuisagenda, waarin ik noteer wanneer Tessa turnles heeft, wanneer mijn schoonmoeder jarig is (onmogelijk te onthouden), wanneer Rens naar de kapper moet en dat soort dingen. Ik heb, kortom, een agenda nodig die over mijn eigen leven gaat. Want dat ga ik nu weer krijgen. Bovendien heb ik mijn oog laten vallen op een MacBook waarop ik al mijn aantekeningen kan maken. Veel beter dan onze huiscomputer, die zelfs tijdens een potje Patience kan vastlopen vanwege een oververhitte processor. En ik vind het gewoon tof, zo’n MacBook. Ik zie mezelf al zitten in een collegezaal met mijn glanzende laptop op een uitklaptafeltje zodat ik meteen kan meetikken. Misschien, bedenk ik op de fiets op weg naar de stad, moet ik ook zo’n architectenbril aanschaffen. Ik ga weliswaar geen architectuur studeren, maar filosoferen komt daar qua stijl aardig in de buurt. Met zo’n dik, zwart kunstenaarsmontuur kan er geen twijfel meer over bestaan dat het mij menens is. En, een groot voordeel: dan hoef ik nooit meer lenzen in. Die dingen ben ik na vijf jaar ook wel beu. Een mooi excuus als Rens ernaar vraagt. 9

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 9

22-02-12 09:33


Want tja, hij moet wel alles betalen. Nu heb ik niet de ervaring dat hij moeilijk doet over geldzaken – hij verdient het geld en ik beheer het, zo gaat het bij ons. Hij weet geloof ik niet eens bij benadering hoeveel erin komt en hoeveel eruit gaat, want ik doe alle boekhoudkundige zaken voor zijn bedrijf, van facturen maken tot de btw-aangifte die ieder kwartaal de deur uit moet. Ik ga zelfs een keer per jaar naar de accountant om de jaaropgave te maken. Daarom weet ik heel goed dat hij mijn studie makkelijk kan betalen, inclusief alle benodigdheden. Zoals een MacBook en een architectenbril dus. Ik heb Tessa bij een vriendinnetje in de straat gebracht om te spelen en ben eerder weggegaan dan ik van plan was, waardoor ik te vroeg ben voor mijn afspraak met Mireille. Zij is mijn beste vriendin sinds we elkaar ontmoetten op de zwangerschapscursus. We vielen op elkaar omdat ik destijds de jongste van de groep was en zij de op een na jongste, al scheelde het vier jaar. Een overeenkomst schept nu eenmaal meteen een band. Zoals ik op de middelbare school vanzelf bevriend raakte met het enige meisje dat bij mij in de buurt woonde, raakte ik op zwangerschapsgym bevriend met Mireille. Zouden er op de universiteit ook mensen zijn met wie ik overeenkomsten heb? De kans dat nog iemand een kind heeft naast een voltijdstudie is klein, maar het is niet onmogelijk. Een leeftijdgenoot zou er best kunnen zijn in mijn propedeusegroep, maar dat is ook niet vanzelfsprekend. Hmm. Ik schud de gedachten van me af zodra ik mijn fiets tegen de gevel van de opticien zet. Eerst maar eens een bril uitzoeken. De eigenaar herkent me en groet me verbaasd. Ik heb net vorige maand een halfjaarvoorraad lenzen opgehaald en dat is de enige reden waarom ik eens per halfjaar langskom. Hij zal dus wel denken dat er iets mis is. Maar nee: ik ben een vrouw met een missie en daar loop ik recht op af. Het eerste zwarte montuur dat ik op mijn neus zet, is een tikje te zwaar voor mijn gezicht. Het is de meest architectachtige architectenbril maar helaas is die too much voor mij, als filosoof in de dop. 10

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 10

22-02-12 09:33


‘Hé, op zoek naar een bril?’ wordt me gevraagd terwijl ik de misser terugzet in de houder. Ik draai me naar mijn opticien toe en verklaar plechtig: ‘Ik ben er klaar voor.’ Hij heeft me al vaker aangeraden om een bril te nemen naast mijn lenzen, maar ik zag er het nut nooit van in. Ik deed elke ochtend meteen mijn lenzen in na het douchen en had nergens last van. Geen droge ogen of wat dan ook voor klachten die andere lenzendragers na verloop van tijd ondervinden. Maar nu, nu heb ik een goede reden om een bril te willen. ‘Ik ben blij om dat te horen,’ zegt hij, en hij komt meteen in actie. Het ene na het andere montuur zet hij op mijn neus. Ik wijs ze allemaal af, maar volgens mij doe ik het te subtiel. Het lijkt niet tot hem door te dringen dat ik mijn zinnen heb gezet op een dik, aanwezig, zwart architectenexemplaar, liefst zonder neusvleugeltjes. Die staan zo tuttig. Volgens mij kan ik het beter gewoon zeggen. ‘Ik wil een paar zwarte monturen proberen.’ ‘Maar zwart is totáál niet jouw kleur.’ ‘Natuurlijk wel,’ zeg ik. Zwart móét mijn kleur zijn. Anders gaat alles nu al mis. Wat denkt hij wel van me? Dat ik niet eens kan bepalen wat goed is voor mijn eigen gezicht, dat ik al vijfentwintig jaar lang elke dag zie? Quatsch. Ik heb zo’n bril nodig en daarmee uit. Ik reik naar een montuur en voel prompt een klein tikje op mijn hand. ‘Nee. Ik kan het niet toestaan.’ ‘Wat ben je streng!’ ‘Rechtvaardig, noem ik het liever. En ik bescherm je tegen jezelf.’ ‘Ja, ja, je brengt het mooi. Wat moet ik dan volgens jou?’ Hij pakt een bril op die ik al eerder heb opgehad en plant deze nogmaals op mijn neus. ‘Kijk nu eens naar jezelf zonder te denken aan dat afschuwelijke zwarte montuur, en beoordeel dit opnieuw.’ Het lukt me niet helemaal om mijn vooringenomenheid opzij te zetten, maar bijna wel, en dat is voldoende om te zien dat deze bril me geweldig staat. Het is nog steeds een robuust mon11

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 11

22-02-12 09:33


tuur, alleen in een meer paarsroze kleur die eigenlijk ook wel iets heeft. Met dit montuur lijk ik intelligent maar ook heel creatief, en dat wil ik allebei graag zijn. Ik heb het gevoel dat ik naar een jongere Christa kijk. Op zich is dat niet verkeerd. Als ze denken dat ik eenentwintig of zo ben, is dat alleen maar makkelijk. Hoef ik niet elke keer uit te leggen wat ik in de tussenliggende jaren heb gedaan. O, ik realiseer me heus wel dat de bril alleen iets verandert aan mijn uiterlijk en dat mijn uiterlijk me niet intelligenter of creatiever of zelfs jonger maakt, maar zo voelt het wel. Ik kijk nog eens in de spiegel en zie de Christa die ik wil zijn. Geen architect, wel een student filosofie. ‘Goed,’ zeg ik. ‘Je hebt gelijk. Deze wil ik.’ ‘Zullen we dan eerst nog een oogmeting afspreken? Lijkt me verstandig, het is al zo lang geleden.’ Ik stem schoorvoetend in en spreek af morgen langs te komen zodat het zo snel mogelijk geregeld is. Alsnog zal het een ruime week duren voor ik mijn nieuwe bril in gebruik kan nemen. Maar goed, er zullen ook nog wel drie weken overheen gaan voor ik me in mijn nieuwe leven stort, dus het is perfect op tijd. Ik zit keurig op schema: Rens weet van mijn plannen en mijn studiebril is in aantocht. Op naar stap drie: Mireille. Het ding met Mireille is dat ze ontzettend geniet van haar moederschap. Terwijl ik hoe langer hoe minder voldoening haal uit Tessa, hoe lief ik haar ook vind en hoe trots ik ook op haar ben omdat ze in alle opzichten fantastisch is, wordt Mireilles wereld hoe langer hoe meer gedomineerd door haar kinderen. Inmiddels heeft ze er drie – ze snapt er niets van dat ik op één ben blijven steken – en ze doet alles voor die jongens. Het enige wat ze voor zichzelf nodig heeft, is af en toe met vriendinnen eruit gaan. Een dagje winkelen, een dagje naar het strand, een dagje zichzelf laten verwennen in de thermen. Eén dag is genoeg om er weer minstens een maand tegenaan te kunnen. Het voordeel met Mireille ten opzichte van andere moeders is dat áls zij tijd voor zichzelf neemt, ze onder geen beding haar 12

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 12

22-02-12 09:33


kinderen meeneemt. Je zult haar nooit zien aankomen met een kinderwagen; dan belt ze nog liever af. Haar moeder woont drie straten verderop en staat te springen om op te passen als Mireille daar sporadisch om vraagt. Dit is ook de belangrijkste reden waarom ik het met Mireille uithoud ondanks haar tomeloze moederschap: haar kinderen zijn meer latent aanwezig. Ze zijn er wel, maar ook weer niet. Een groot voordeel voor iemand die een hekel heeft aan alle kinderen behalve haar eigen meisje. (En zelfs haar kan ik af en toe wel wat, maar dat ben ik ook altijd snel weer vergeten.) ‘Chrissie!’ roept Mireille vanaf een tafeltje achter in ons vaste afspreekcafé. Hier trakteren we onszelf op een cappuccino en een espresso voordat we op pad gaan. ‘Een flink energieshot vooraf’, zo heet het bij Mireille, al neemt zij de cappuccino, waarin het aandeel koffie nihil is. Ze gooit er daarentegen een flinke dot suiker bij zodat het alsnog een redelijke boost geeft, ook aan de omvang van haar heupen. ‘Ha, Mirei. Goed je weer te zien.’ ‘Altijd veel te lang geleden, hè,’ zegt ze lachend. ‘Met die drukke levens van ons.’ ‘Nou, poeh.’ Ik lach naar haar terug. We weten allebei dondersgoed dat we in een luxepositie zitten – ik met slechts één kind en een man die meer dan genoeg verdient, zij met een lieve oppasoma en een man die meer dan eh… nou ja, die in elk geval genoeg verdient. Het geeft ons de gelegenheid om lekker af te geven op werkende moeders, wat een heel fijne bezigheid is. Ik vind mezelf niet aardig dat ik daar zo veel voldoening uit haal, maar ik kan er niets aan doen. ‘Hoe gaat het met je? En met Tessa?’ ‘Goed en hartstikke goed.’ ‘Mooi zo.’ ‘Ik heb een nieuwtje,’ zeg ik maar meteen. Het is niet moeilijk om het aan Mireille te vertellen. Ze gaat verzitten en buigt zich ietsje naar me toe. ‘Vertel.’ ‘Ik ga studeren.’ ‘Wát?’ 13

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 13

22-02-12 09:33


‘Filosofie. Aan de Erasmus, hier in de stad. Te gek hè? Ik heb er zo’n zin in!’ ‘Wauw, eh… Ja, te gek. Dat is nogal een verrassing. En Tessa dan?’ ‘Ach, die redt zich wel. Ze is ondertussen alweer zes en ze heeft het zo leuk op school. Daar heb ik nu al bijna geen omkijken meer naar. Het gaat zo ontzettend snel. Daarom vind ik het tijd om mijn eigen droom waar te maken.’ ‘Ik dacht dat Tessa je droom was.’ Zo noem ik haar inderdaad, ‘mijn droom’. Dat ik nu ga studeren, verandert daar niets aan. Ze zal even waardevol en bijzonder voor me blijven. Ze was en is mijn eerste echte liefde, want ik weet achteraf dat ik zelfs pas oprecht van Rens ben gaan houden nadat we haar samen hadden kregen. Voor die tijd was hij niet meer dan een vriendje, na die tijd werd hij mijn man en mijn liefde. Ik ben trots op wat wij met zijn drieën hebben. Maar nu wil ik ook nog iemand zijn buiten die drie-eenheid bij ons thuis. ‘Dat klopt,’ zeg ik. ‘Maar niet de enige. Jij droomt toch ook wel over meer dingen?’ ‘O, meid, van alles. Ik pieker er alleen niet over om al die dromen waar te maken.’ ‘Dan zijn het ook geen echte dromen.’ ‘Misschien niet.’ Ik wacht tot ze meer zegt, maar dat gebeurt niet. Ik weet niet wat ik moet zeggen omdat ik haar dagdromerij niet verder naar beneden wil halen, zij weet waarschijnlijk niet wat ze moet zeggen omdat ze mijn wens om te studeren niet begrijpt. Ergens had ik dat wel verwacht. Onze wegen zijn best ver uit elkaar gegaan sinds die zwangerschapscursus. Het is een klein wonder dat we nog zo goed met elkaar kunnen opschieten, ondanks al die verschillen. Raken we nog verder van elkaar verwijderd als ik straks studeer? Dat is een reëel risico. Zou ik dat ervoor overhebben? Ja. Mijn antwoord daarop is ja. Ik wil niets liever dan deze kant van mezelf ontwikkelen en als ik daarvoor bepaalde dingen moet opofferen, dan moet dat maar zo zijn. 14

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 14

22-02-12 09:33


Ik kijk Mireille weer aan en weet ineens heel zeker dat dit geen wig tussen ons kan drijven. Daar zijn we te nuchter voor. Ik, maar vooral zij. Het kan haar niet schelen dat zij alleen een opleiding tot doktersassistente heeft afgemaakt waar ze niets mee doet en dat ik straks universitair geschoold ben. Wat ik trouwens ook nog maar moet waarmaken, want voorlopig heb ik helemaal niks behalve een havodiploma en een jaartje op het hbo, waarvan het tweede halfjaar zwanger en niet in staat om fatsoenlijk te leren, waardoor ik helaas niet eens mijn propedeuse heb gehaald. ‘Ik vind het zo ontzettend spannend,’ geef ik toe. ‘Pff. Dat kan ik me voorstellen.’ Ze zucht eens flink en klaart daarmee de lucht tussen ons. ‘Het is nogal wat.’ ‘Onwijs. Ik heb geen idee waar ik aan begin.’ ‘Maar het is wel stoer dat je het doet.’ ‘Ja hè,’ denk ik hardop. Inderdaad: ik ben hartstikke stoer. Een vrouw met een eigen wil en met het lef om daar werk van te maken. ‘Ik heb een laptop nodig,’ zeg ik, ‘voor de studie. Ga je mee naar de Apple Store?’ ‘Als ik jou daarmee een plezier doe.’ ‘Je hebt geen idee. En als je dan ook nog meegaat naar de Selexyz om mijn boekenlijst te bestellen, ben ik je helemaal eeuwig dankbaar.’ ‘Daar mag dan ook wel wat tegenover staan.’ ‘Anything.’ ‘Super. Dan gaan we daarna naar de Primark.’ En zo komt het dat ik, Rotterdamse van geboorte en al sinds een paar jaar bekend met de aanwezigheid van deze superstore in mijn stad, vandaag voor het eerst een voet over de drempel zet van het walhalla der goedkope kleding. Ik heb weinig affiniteit met kleding die per kilo minder kost dan de gemiddelde aardbeien, vooral omdat er voor mij altijd een zweem aan zal zitten van de onderbetaalde handen die eraan hebben gewerkt, maar ook hierin geldt: niet iedereen kan het zich veroorloven om verantwoorde kleding te kopen. Dankzij Rens’ succesvolle bedrijf 15

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 15

22-02-12 09:33


kan ik me gedragen als een snob. Maar dan wel een snob met het hart op de goede plek, hoor. Ik zou zijn zuurverdiende centen nooit gebruiken om een bontjas te kopen. Mireille is ook nooit eerder bij de Primark geweest, vertelde ze me op weg hierheen. De winkel zit helemaal in Alexandrium en dat is voor de gemiddelde Rotterdammer een flink eind weg; niet een locatie waar je toevallig in de buurt komt. Helemaal niet als je zoals Mireille een paar jaar geleden naar Carnisselande bent verhuisd, een Vinex-locatie die officieel niet eens bij Rotterdam hoort, ook al wil Mireille er niet aan geloven dat ze eigenlijk in Barendrecht woont. Terwijl Mireille door de winkel rent om zo veel mogelijk kleding te verzamelen, ga ik rustig zitten om mijn nieuwe MacBook te bewonderen. Wat een plaatje. Ik heb al vele visioenen gehad over mijzelf met deze computer, maar nu ik hem echt heb, is het nog veel beter dan alles wat ik had kunnen bedenken. Het enige nadeel is dat hij in deze winkel zo misstaat. Het is verbazingwekkend wat een graaisfeer hier heerst. Primark is blijkbaar net zoiets als de Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf, maar dan voor tienermeisjes, en voor driehonderdvijfenzestig dagen per jaar in plaats van drie. Ik zie Mireille langs stormen met minimaal tien kledingstukken. Ze ziet dat ik hier zit, keert zich om en gooit de stapel bij me neer. ‘Wil jij hierop passen?’ vraagt ze met een gehaaste blik in haar ogen. ‘Ik ben zo terug met meer.’ Voordat ik kan zeggen dat het goed is, is ze alweer uit mijn gezichtsveld verdwenen. Ze is net een tornado zoals ze door de winkel raast. Het is ongelooflijk en bovenal beschamend om te zien. Ook het feit dat ik hier zit met naast mijn prachtige, gloednieuwe MacBook een gigantische stapel textiel ter waarde van krap honderd euro, vind ik helemaal niet zo ‘goed’ als ik net tegen Mireille wilde zeggen. Ik hoop maar dat ze snel terugkomt om de stapel op te halen zodat ik weer wat geestelijke afstand kan nemen van deze hele heisa. Maar als ze terugkomt, is dat zoals voorspeld niet om mij te verlossen, maar om me mee te sleuren naar de paskamers. Hoe16

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 16

22-02-12 09:33


wel… de rij begint al ver buiten de paskamers. Ik snap er niks van. Het is nota bene dinsdagmiddag. Och ja shit, het is zomervakantie. De meeste meisjes in de rij zijn niet ouder dan zestien en dan hoef je niet te werken in de zomer. Mireille weet haar momenten wel te kiezen. ‘Tja,’ zegt ze schouderophalend. ‘Nu we hier eindelijk zijn, kunnen we net zo goed wachten.’ Het klinkt als een drogredenering, maar ik knik instemmend. Rondom ons zie ik allemaal meisjes die het beu zijn en gewoon in de winkel hun kleding passen. Het is hier rommelig genoeg om dat te doen zonder dat het er raar uitziet. ‘Je kunt ook doen zoals zij.’ Ik wijs naar de twee meisjes die het dichtst bij ons staan, de een in niets meer dan haar beha en de ander een rondje draaiend in een jurkje. ‘Ben jij gek! Ik ga me niet midden in een winkel uitkleden. Niet met die kwabben van me.’ ‘Je kent hier toch niemand.’ ‘Nee, maar als ik hier mijn halfnaakte lijf laat zien, kent binnen de kortste keren iedereen mij.’ Ik kan mijn lach niet inhouden, vooral vanwege het hoofd dat ze erbij trekt. Ze overtuigt me er voor dit moment mee om in de rij te blijven staan, terwijl die nou niet bepaald lijkt op te schuiven. Ik sta nog steeds naast een rek truitjes in verschillende paarstinten. Al is het mogelijk dat ik net meer bij lila stond en nu meer bij aubergine, maar dat verschil is verwaarloosbaar. ‘Het is niet te geloven hoe goedkoop dit allemaal is,’ zegt Mireille. Ik haal mijn schouders op. ‘Ik vind het anders prima passen bij de ambiance van het geheel.’ Ze kijkt om zich heen, van de zestienjarige meisjes die zich in de winkel omkleden naar de overal verspreid liggende kledingstukken en naar de winkelmeisjes die al niet meer echt moeite doen om ze op te ruimen. Het dringt tot haar door dat ik gelijk heb, dat zie ik aan haar. Tot slot werpt ze een snelle blik op de rij die haar wacht als ze besluit iets te willen afrekenen na het hele pasavontuur. Kennelijk is een lange kassarij niet zo’n paar17

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 17

22-02-12 09:33


denmiddel om klanten te verjagen als ik verwacht had – zonder klanten zou de rij er immers niet zijn – maar Mireille trekt het niet meer nu ze beseft wat haar voorland is als ze de kledingstukken in haar armen zou uitproberen. Dan ineens gebeurt alles in slow motion. De plaatjes volgen elkaar in werkelijkheid ongetwijfeld in hoog tempo op, maar de film speelt zich voor mijn ogen af met enkele seconden per beeld: Mireille stapt uit de rij, ik schuifel verdwaasd naar voren omdat ik niet doorheb dat de lege plek voor mijn voeten wordt veroorzaakt door haar vertrek, ik kijk naar haar op, zij lacht, enkele hoofden om ons heen draaien zich eveneens in haar richting, ze roept: ‘Ik heb wel wat beters te doen dan dit!’, wat niet het sterkst mogelijke statement is maar niettemin een grote indruk maakt op de omstanders, en ze trekt daarmee ook de aandacht van een paar verkoopsters, voelt zichtbaar dat er nu voldoende ogen op haar gericht zijn om over te gaan tot het klapstuk, waarbij ze met een laatste krachtsinspanning haar uitgeputte armen in de lucht gooit, daarmee alle kilo’s kleding meenemend op een vlucht door de winkel, waarbij ze eerst boven haar hoofd als een bal samenklonteren en vervolgens langzaamaan (let wel, de realiteit is sneller dan deze weergave) elk hun eigen weg zoeken binnen een cirkel van pakweg tien meter rondom het stralende middelpunt van de ravage, dat het op een lopen zet, waarbij ze onderweg nog een paar kledingstukken onder de voet loopt en boze verkoopsters ontwijkt. Na een paar seconden bedenktijd sprint ik achter haar aan, en ik haal haar in nabij de poortjes. ‘Mirei!’ schreeuw ik haar na. Zij kijkt niet naar me om, maar blijft rennen. Ik kijk wel achterom en zie dat ze dat niet voor niets doet: er zit een heel erg grote man achter ons aan. Weer achter hem lopen een stuk of tien ramptoeristen op hoog tempo mee om iets van het spektakel op te vangen. Ze kunnen hem niet bijhouden, deze supersnelle kleerkast. Het verbaast me niet dat hij ook mij inhaalt en ik moet lijdzaam toezien hoe hij even later Mireille bij de vodden grijpt. Tegen zo’n spierbundel kunnen wij niet op. Nog nahijgend blijf ik staan. Het heeft geen zin om te rennen als de dief al is gehouden. Behalve dat zij geen dief is. 18

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 18

22-02-12 09:33


De bewakingsman denkt duidelijk van wel. Hij doorzoekt haar tas terwijl hij haar stevig bij de schouder houdt. Mireille wil grappig doen en trekt een gezicht dat doet alsof ze heel veel pijn heeft, en ik kan het niet helpen dat ik hierom moet gniffelen. De bewakingsman hoort het en kijkt kwaad mijn kant uit. Oké, ik houd er alweer mee op. ‘Ze heeft niets meegenomen,’ zegt hij in een portofoon. Daarna wendt hij zich tot Mireille. ‘Wat is hier gaande?’ ‘Ik wilde het gewoon niet meer,’ antwoordt ze. Hij kijkt haar aan alsof hij er niets van begrijpt, en daar kan ik me alles bij voorstellen. Het was een geweldig schouwspel dat ze net neerzette. De voortvluchtige vrouw, van wie nu is vastgesteld dat ze niets heeft gestolen, maakt de bewaker in de war. Waarom zou je ook iets stelen dat je voor een paar euro kunt kopen, dat is toch te zot om te bedenken. Maar hij dacht het echt. Hij dacht de held van de dag te worden met zijn brede schouders en zijn snelle benen. Helaas, meneertje, vals alarm. Mijn respect voor Mireille is groeiende en groeiende en ik heb nog geen idee hoe hoog op de ladder ze zal uitkomen. Ik vrees dat mijn ladder niet hoog genoeg is voor deze bewonderenswaardige vrouw, die het hoofd zo koel kan houden als ze op de hielen wordt gezeten door een kleerkast. ‘Ik bedacht dat ik de spullen die ik had uitgezocht niet hoefde en aangezien de winkel al bezaaid was met kledingstukken, dacht ik dat het bij jullie zo werkte: wat je niet hoeft, leg je ergens neer. Ik voelde me zo bevrijd toen ik die last van mijn armen had gegooid, dat ik wel een marathon had kunnen rennen.’ ‘En daar maakte je dus maar een beginnetje mee.’ ‘Precies. Dus als u me wilt excuseren, ik heb nog tweeënveertig kilometer te gaan.’ ‘Succes dan,’ zegt hij, tot ieders verbazing, of ten minste die van mij, en hij laat haar schouder los. Mireille mompelt ‘bedankt’, draait zich om en gaat weer rennen. Ik bedenk me geen moment en ren achter haar aan. Ze houdt het vol tot station Alexander en laat zich daar op een bankje vallen. Ik ga naast haar zitten en check gauw of er in alle 19

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 19

22-02-12 09:33


consternatie niets is gebeurd met mijn nieuwe laptop. Daar lijkt gelukkig alles mee in orde. Een zucht vindt zijn weg naar buiten en naast me hoor ik een echo. ‘Dat was me wat,’ zegt Mireille. ‘Ik geloof dat je geen effectievere manier had kunnen bedenken om ervoor te zorgen dat iedereen in die winkel je leerde kennen.’ Ik kom thuis in een leeg huis. Als dat gebeurt, probeer ik me soms voor te stellen hoe het zou zijn om alleen te wonen. Het is een van de dingen die ik door mijn vroege moederschap gemist heb, of liever overgeslagen, en waarvan ik weleens denk: had ik maar. Had ik in elk geval maar geweten hoe het is. Dan kan ik het afstrepen van mijn levenslooplijstje en hoef ik niet meer na te denken over het ‘wat als’. (Mijn gedachten over op mezelf wonen, helemaal alleen, zijn trouwens niet onverdeeld positief. Ja, er zijn in mijn fantasie de pyjama-avondjes die ik in mijn eentje op de bank doorbreng met de dvd-box van Gossip Girl, en er is de kat waarvoor Tessa helaas allergisch is, en er is het computerspelletje dat ik ongestoord tot midden in de nacht kan spelen omdat niemand iets van me hoeft. Daartegenover staan echter de grote angsten waarvan ik last heb als Rens een nachtje niet thuis is, zo ongeveer een keer per jaar. Ik ben dan bang dat het huis in brand vliegt of – mijn grootste nachtmerrie – dat de achterdeur niet op slot is ondanks dat ik het twintig keer heb gecheckt, zodat allerlei ongure figuren kunnen binnenkomen om ongure dingen te doen, waartegen ik mezelf niet kan verweren omdat ik gewend ben te vertrouwen op Rens en zijn gespierde rechterarm. Dus als ik weer eens een huisje van mij alleen in mijn hoofd aan het idealiseren ben, hoef ik alleen maar te wachten tot het nacht wordt om me te realiseren dat er van dat ideaalbeeld niets klopt.) Sommige dingen zijn makkelijker te realiseren dan andere en een eigen huis hoort niet bij de eerste categorie. Ik vind het heel wat dat ik nu ga studeren, ook een ‘had ik maar’, en een veel grotere dan het op mezelf wonen. Aan studeren, langer dan het 20

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 20

22-02-12 09:33


jaar dat ik op het hbo heb doorgebracht, heb ik volgens mij echt iets gemist. Iets wezenlijks in mijn leven. En het heeft best wat voeten in de aarde, merk ik nu. Ik haal mijn MacBook uit de doos en neem ermee plaats aan de keukentafel. Tijd om mijn relatie met dit geweldige apparaat een stap verder te brengen dan bewonderen en aaien. Het duurt nog een paar uur voor Rens thuiskomt, want hij heeft een project lopen in Vlaardingen en Tessa speelt bij een vriendinnetje verderop in de straat, aan de kant waar ik niet langs ben gekomen op weg hierheen. Jasmijns moeder heeft mij niet gezien en ik heb dus nu alle tijd om het contact met mijn MacBook te verdiepen. Wat een beauty, wat een beauty. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo verliefd ben geweest op een product. Misschien word ik het op mijn filosofenbril, maar dat is nog afwachten, terwijl ik nu al weet dat ik mijn computer zou redden als ons huis onverhoopt toch in brand vliegt. Meteen na Tessa, en Rens als hij het op eigen kracht niet haalt. En nou ja, ik moet eerlijk tegen mezelf zijn, ook mijn beste spijkerbroek zou voorgaan, want uiteindelijk is een computer vervangbaar en een spijkerbroek nooit – ook al denk ik elke keer als ik er een versleten heb dat het wel zal lukken. Sommige spullen moet je nu eenmaal koesteren en een perfect zittende spijkerbroek is er daar zonder meer een van. Ik bewonder mijn nieuwste aanwinst terwijl hij zich klaarmaakt voor gebruik. Wat kan ik daar veel mee doen zodra hij eenmaal draait. Ik aai het toetsenbord. Het voelt superglad aan. Mijn middelvinger beroert de spatieknop van links naar rechts. Ik tik met mijn ringvinger de c-toets aan, die mijn deurbel in werking zet. Ik realiseer me wat er gebeurt, sprint erheen en trek de deur open. ‘Hoi!’ roep ik. ‘Is er iets?’ Voor me staat Jasmijns moeder, zonder Tessa of Jasmijn. Ik weet dat zij de meest betrouwbare moeder van de straat is, zo iemand die op elke straathoek een babyfoon lijkt te hebben en altijd weet waar haar dochter uithangt en waar alle andere kinderen zijn, ook als de ouders van het betreffende kind zelf geen idee hebben. Ik maak me dus niet direct zorgen. 21

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 21

22-02-12 09:33


Maar nu wel. Oei, de blik in haar ogen is bepaald onvriendelijk. Niet vanwege Tessa, maar om mij. Het ziet ernaar uit dat ze me moet hebben. ‘Ik zag dat je thuis bent,’ zegt ze. Heeft ze behalve babyfoons soms ook camera’s op alle straathoeken? ‘Ik dacht dat je pas om halfzes thuis zou zijn.’ Niet iedereen is zo stipt als zij. Nee, niemand is zo stipt als zij. ‘Je kunt je kind niet zomaar bij me dumpen.’ Ik kan alleen maar knikken, ook al vind ik dat ze het wel heel onvriendelijk stelt. Mijn knikjes zijn bevestigend, ze zijn schuldbewust. Ik heb het fout gedaan. Of ik het daar zelf mee eens ben, doet er niet toe. Zij heeft haar oordeel geveld en daar moet ik het mee doen. ‘Ik stel voor dat je nu meekomt om haar op te halen.’ Opnieuw knik ik. Ik heb ineens ook helemaal geen behoefte meer om mijn lieve meisje bij deze kenau thuis te laten. Als ik vaker een oppas nodig heb, wat vast zo zal zijn als ik straks studeer, breng ik haar wel naar Rens’ moeder. En spelen met Jasmijn kan ook heel goed bij ons thuis. Tevreden met mijn besluit loop ik achter de modelmoeder aan. Meteen bij binnenkomst vliegt Tessa op me af. Ik ga door mijn knieën en laat me door mijn meisje omhelzen. ‘Heb je fijn gespeeld?’ vraag ik. ‘Ja. We hebben gekleurd.’ Ze sleept me mee naar de tekentafel. Daar staan de stiften in een houder allemaal keurig op kleur gesorteerd, met de potloden in een rij ervoor volgens hetzelfde regenboogpatroon. Ik vraag me af waarvoor Jasmijns moeder het doet. Al die moeite. En waar haalt ze de tijd vandaan, in vredesnaam. Ik heb al zeven jaar geen werkzaamheden gehad behalve de zorg voor Tessa en ons huishouden, en toch voelt het altijd alsof ik moet rennen en vliegen om de boel op orde te houden. Ongeveer op orde. Nou ja, toonbaar. En hier sta ik, in het huis van een moeder met een parttimebaan én twee kinderen, die alles perfect georganiseerd heeft. Ik voel dat ik het niet veel langer kan aanzien. 22

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 22

22-02-12 09:33


‘Neem je tekening maar mee, lieverd,’ zeg ik tegen Tessa. Ik bedank Jasmijns moeder plichtmatig voor haar goede zorgen. Ze lacht minzaam naar me en fluistert iets over dat ik me moet schamen en dat het een wonder is dat Tessa zo lief is terwijl ze zó’n soort moeder heeft, maar wel zo zachtjes dat Tessa het niet kan horen. Ik neem mijn meisje mee naar buiten en loop met haar terug naar ons huis. Zo’n slechte moeder kan ik niet zijn, als ik een kind heb als Tessa. Zij is mooi, gezond, lief en vrolijk. Een prinsesje als zij kan nooit het product zijn van een slechte moeder. Opgelucht besluit ik dat ik straks haar lievelingseten voor haar klaarmaak. Ik heb zelf ook wel zin in een pannenkoek.

23

Onder_studenten_KRUIJT_druk1_binnenwerk_vierdeproef_22-02-2012JP.indd 23

22-02-12 09:33


Petra Kruijt is auteur van heerlijke feelgoodromans. Onder studenten is een eerlijk en geloofwaardig verhaal over ouderschap en het leren compromissen te sluiten. Eerder verscheen van Petra Kruijt ook Laat me jou zijn en De mannenmaker.

NUR 340

www.zomerenkeuning.nl

9 789020 539943

OND E R S TUD E NT E N

Zeven jaar geleden koos Christa voor een leven als jonge moeder. Zeven jaar lang stond haar leven in het teken van dochtertje Tessa en man Rens. Maar nu wil ze meer: Christa wordt student. Vol overgave stort ze zich in het studentenleven, inclusief de feestjes en de flirts, vooral met haar erg knappe studiegenoot Nathan. Ze wil elke kans grijpen, maar haar zelfontplooiing kent een grens, want naast student is ze ook nog steeds moeder. Al lijkt Christa dat af en toe bijna te vergeten‌

P ETRA KRU IJT

Back to school: moeder Christa wordt student


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Onder studenten - Petra Kruijt by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu