oktober 2020 – NUMMER 1118 – JAARGANG 98
Ouderlingen blad voor Pastoraat en Gemeenteopbouw
Thema: Deugen de meeste mensen?
RICHARD VISSINGA
In het christelijk geloof speelt de zondigheid van de mens een grote rol. Dat geldt zowel voor de roomskatholieke als voor de protestantse traditie. Wat eerstgenoemde betreft: voorafgaand aan de viering van de heilige mis spreekt de priester een gebed uit waarin de gelovigen hun zondigheid overwegen om met een nederig hart deel te nemen aan de eucharistie. In dat gebed, het Confiteor, komen de bekende woorden voor: mea culpa, mea maxima culpa - door mijn schuld, door mijn zeer grote schuld heb ik gezondigd in woord en gedachte, in doen en laten. In de protestantse traditie wordt de staat van de mens kernachtig beschreven in vraag en antwoord 8 van de Heidelbergse Catechismus uit 1568 (één van de drie formulieren van Enigheid): Vr. Zijn wij dan zo verdorven dat wij geheel en al onbekwaam zijn tot iets goeds en geneigd tot alle kwaad? Antw. Ja, tenzij wij door de Geest van God wedergeboren worden. Het zijn niet alleen dogmatische overdenkingen, die aanleiding hebben gegeven tot deze sombere, zwaarmoedige en negatieve mensvisie. Het is de Bijbel zelf, die op veel plaatsen de mens tekent als een wezen waarin niet alleen goed en kwaad en licht en donker onontwarbaar door elkaar heen lopen, maar die ook al te vaak juist kiest voor het kwaad en het donker. Indrukwekkend zijn de woorden van David als hij in Psalm 51 zijn zonde voor God heeft uitgesproken en daarbij tot geen andere conclusie kan komen, dan dat die zondigheid nooit niet in hem was. Er is in zijn leven niet een moment
Ouderlingen blad voor Pastoraat en Gemeenteopbouw
redactioneel te vinden waarop hij is begonnen te zondigen. Hij is in zonde ontvangen en geboren. Het zit vanaf het begin in hem. In zijn brief aan de christenen in Rome worstelt de apostel Paulus met het raadsel van de zonde: wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. Even verderop schrijft hij: ik ontdek in mij de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen (Rom. 7, 19 en 21). Overigens is er bij Paulus geen sprake van, dat hij dat vervolgens accepteert! Voortdurend doet hij een beroep op de lezers van zijn brieven om zich daar niet bij neer te leggen. Wie verbonden is met Jezus Christus is een nieuwe schepping. Je kúnt het goede doen – doe het dan ook! Kies niet langer voor je leven je uitgangspunt in je zondigheid, maar in de genade waar je deel aan hebt gekregen door je geloof in Jezus. Daar doelen de slotwoorden van antwoord 8 van hierboven op: tenzij wij door de Geest van God wedergeboren worden. En de Geest van God laat zich niet opsluiten in een boek, zelfs niet in de Bijbel, en ook niet binnen de grenzen van de kerk. Juist daarom heb ik met zoveel genoegen het boek van Rutger Bregman, De meeste mensen deugen, gelezen. Wat zijn er veel mensen die deugen! Hoewel, zou je echt van een mens kunnen zeggen dat hij/ zij deugt? Helemaal, totaal? Een mens uit één stuk? Het themanummer biedt boeiende perspectieven, maar roept zeker ook vragen op. En misschien ook wel tegenspraak.
2
2 redactioneel 27 boeken
in dit nummer
32 prikbord
6
28 15
4 Inleiding Een prikkelend citaat nodigt uit het boek te lezen – RICHARD VISSINGA
15 Deugen de meeste mensen? Een reactie op het boek van Bregman vanuit de vredesbeweging – GREETJE WITTE-RANG
6 Een boeiend en uitdagend boek Een nauwkeurig boekverslag dat op weg helpt in dit thema – PIET VLIEGENTHART
19 Het virus van de trottelziekte Geneigd tot alle kwaad... hoe de politiek met die ‘verdorvenheid’ leert omgaan – JAN SCHINKELSHOEK
10 Het ongemakkelijke kwaad Als de meeste mensen deugen, waar komt dan het kwaad vandaan? – BEATRICE DE GRAAF
23 Vertrouwen geven – een contextueel-pastorale kijk op ‘De meeste mensen deugen’ Een vergelijking qua mens- en godsbeeld vanuit het contextueel pastoraat – KEES BREGMAN 28 Deugen de meeste mensen of zijn ze geneigd tot alle kwaad? Bij de bezinning vanuit de ethiek gaat het over (hoofd- en theologische) deugden – PIETER VOS
volgend nummer Goochem
Allerheiligen of de laatste zondag van het kerkelijk jaar Over de jaarlijkse herdenking van overledenen
Bladwijzer Signalement Kerkinrichting Hoe laat de fysieke inrichting van de kerkzaal iets zien van geloof en beleving van deze gemeente?
3
Op reis met gemeenteleden Onbekende (bijbelse) gebieden leren kennen? Of ook een bijdrage aan gemeenteopbouw? Streekcultuur, -geografie, -aard van de mensen en hun geloof Over het verband tussen waar je woont en wat en hoe je gelooft
oktober 2020 – nummer 1118 – jaargang 98
September vorig jaar zag het buitengewoon boeiende en spraakmakende boek van Rutger Bregman met de prikkelende titel De meeste mensen deugen het licht. De ondertitel spreekt van ‘een nieuwe geschiedenis van de mens’. Nog geen jaar later beleeft het boek zijn elfde druk. Dit themanummer voorziet de titel van het boek van een vraagteken: deugen de meeste mensen?
I
RICHARD VISSINGA Drs. R.S.E. Vissinga is emeritus-predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad
nleiding Hoofdstuk 1 van De meeste mensen deugen valt met de deur in huis: ‘Dit is een boek over een radicaal idee. Het is een idee waar machthebbers al eeuwen benauwd van worden. Waar religies en ideologieën zich tegen hebben gekeerd. Waar media zelden verslag van doen en de geschiedenis één lange ontkenning van lijkt. Tegelijkertijd is het een idee dat onderbouwing vindt in nagenoeg ieder vakgebied van de wetenschap. Dat door de evolutie wordt gestaafd en door het alledaagse leven bevestigd. Een idee dat zozeer aansluit bij de menselijke natuur, dat het vaak niet eens meer opvalt. Hadden we de moed om het serieus te nemen, dan zou blijken: dit idee kan een revolutie ontketenen. De samenleving op haar kop zetten. Als het werkelijk tot je doordringt, is het zelfs een levensveranderend medicijn, waardoor je nooit meer op dezelfde manier naar de wereld kijkt. Het idee in kwestie? De meeste mensen deugen. Ik ken niemand die het idee beter uit kan leggen dan Tom Postmes, hoogleraar sociale psychologie in Groningen. Al jaren stelt hij dezelfde vraag aan zijn studenten:
Ouderlingen blad voor Pastoraat en Gemeenteopbouw
Een vliegtuig maakt een noodlanding en breekt in drie stukken. De cabine vult zich met rook. Alle inzittenden realiseren zich: we moeten hier weg. Wat gebeurt er? * Op Planeet A vragen de inzittenden elkaar of ze in orde zijn. Personen die hulp nodig hebben, krijgen voorrang. Mensen zijn bereid hun leven te geven, zelfs voor vreemden. * Op Planeet B is het ieder voor zich. Totale paniek breekt uit. Er wordt geschopt en geduwd. Kinderen, ouderen en mensen met een handicap worden onder Uitgeverij De Correspondent de voet gelopen. BV, september 2019, Vraag: op welke planeet leven wij? “Ik schat dat 97 procent denkt dat we op planeet B leven,” vertelt Postmes,
ISBN 978 90 829 4218 7, 528 blz., € 25,00 Ook als luisterboek te bestellen via de app Luisterbieb (door Bregman zelf ingesproken).
4
97 procent zal denken dat we op planeet B leven..., maar we leven op A “maar in de praktijk leven we vrijwel altijd op planeet A.”’ En een pagina verderop: ‘Dat mensen van nature egoïstisch, paniekerig en agressief zijn, is een hardnekkige mythe. De bioloog Frans de Waal spreekt ook wel van de ‘vernistheorie’. De beschaving zou maar een dun laagje zijn, dat bij het minste of geringste zou barsten. Maar het is precies andersom: juist als de bommen uit de lucht vallen of de dijken breken, komt het beste in ons naar boven.’ (p. 22-25)
5
Het zou niet veel moeite kosten om het ene verrassende citaat te laten volgen door het andere. Beter nog is om het boek ter hand te nemen en het zelf te lezen. Om ermee in te stemmen, om een nieuw perspectief aangereikt te krijgen, om het tegen te spreken of om een en ander nader te doordenken. Daar wil dit themanummer toe uitnodigen. Met het oog daarop heeft de redactie gezocht naar auteurs die daarbij behulpzaam kunnen zijn. Vanuit verschillende invalshoeken schrijven zij over wat het boek bij hen opriep. ■
oktober 2020 – nummer 1118 – jaargang 98
Kun je een eerbiedwaardig instituut wel fantastisch noemen? De titel van dit boek moet een vergissing zijn. Het kan niet dat de auteur – een academicus, valt op de flaptekst te lezen – dit werkelijk meent. Pure ironie? Het woordje 'fantastisch' laat zulks meteen vermoeden. Het past in de wereld van sport en amusement. In kerkelijke milieus scoort het niet. Grote theologen hanteren het nooit, alsof het een woord is dat met het bestaan van God nauwelijks te verzoenen valt. Misschien vinden ze de kerk in werkelijkheid wel degelijk fantastisch, het is te hopen voor hen. Maar kun je een eerbiedwaardig instituut wel zo noemen? Rik Torfs meent van wel De beschrijving van de kerk die Rik Torfs in De kerk is fantastisch geeft, is niet altijd mooi. Dat weerhoudt Rik Torfs er niet van haar zeer te waarderen. Hij kiest acht invalshoeken om naar de kerk te kijken. De kerk als gebouw. Als plaats van verrotting. Als pleisterplaats voor ongelovigen. Als oase. Als hospitaal. Als bron van humor. Als plek van schoonheid en als waakvlam voor de verrijzenis. Acht perspectieven die proberen iets van haar te tonen zonder haar helemaal te willen vatten. De kerk blijft ongrijpbaar. Niemand kent haar. Ook de paus niet. ISBN 9789043534772 | 158 pagina's | € 16,99
Dit boek is snel en eenvoudig te bestellen via www.kokboekencentrum.nl en de boekhandel