De bruidegom tegemoet
DR. JAKOB VAN BRUGGEN
Kroongetuigen van het evangelie
Bijbels dagboek met Bijbelrooster De boodschap van Robert Murray MacCheyne (1813-1843) blijft boeiend en actueel. Dit dagboek biedt een goede indruk van zijn prediking en de accenten die hij legde op zonde en genade, op het gevaar van onbekeerd zijn, op de rijkdom van Christus etc. Ook is in dit dagboek zijn bekende Bijbelrooster opgenomen, aan de hand waarvan men in één jaar de gehele Bijbel doorleest.
€ 19,99 paperback, 384 blz..
€ 8,50
MATTHEW HENRY
Dagen van vreemdelingschap 52 meditaties over de aartsvaders
Dr. Jakob van Bruggen bespreekt in dit full colour boek kroongetuigen van het evangelie. Twaalf mannen en vrouwen komen hier naar voren. Zij hebben het begin van het evangelie zelf meegemaakt. Maria en Johannes, Dionysius en Barnabas. Ieder met zijn of haar eigen verhaal. Zij zijn de kroongetuigen.
€ 12,90 paperback, 128 blz.
eerste jaargang – juni 2014 – € 8,50
R.M. MACCHEYNE
8 713791 014454
Kerk Historiaal | juni 2014
NU IN DE BOEKHANDEL
De aartsvaders waren op zoek naar een beter vaderland. Dat doel maakte hen vreemdelingen op aarde. Ook vandaag de dag zijn er mensen die hunkeren naar een beter vaderland. In Dagen van vreemdelingschap zijn 52 Bijbelmeditaties gebundeld. Een overdenking voor elke week van het
Kerk
istoriaal gebeurtenissen en herinneringen uit de geschiedenis van het nederlands gereformeerd protestantisme
jaar, die een nieuw licht schijnt op de levens van de aartsvaders.
€ 15,99 paperback, 168 blz. 2 Een les voor stadhouder Willem III
www.kok.nl
2 Vader en zoon
2 Predikanten en
à Brakel
portretteurs
INHOUDSOPGAVE KERKHISTORIAAL
ten geleide 2 H. Florijn De moord op ds. Schurckmann 3 C.A. de Niet Vier vriendeninscripties van Gisbertus Voetius tijdens de Dordtse Synode
9
interview F.H. Jonkers De bedwelmend fraaie verzameling van John Mastenbroek 15 column E.G. Bosma Onvermijdelijke woorden 20 J.K. Brouwer Christiaan Salomon Duijtsch en een gesprek in de trekschuit 23 H.L. Kroon Een les van Cornelis Trigland voor de stadhouder vanaf het sterfbed 36 H. Florijn Franciscus Ridderus en de Rotterdamse Oosterkerk 41 rubriek Gerardus de Haas en zijn portret 44 A. de Reuver Vader en zoon Ă Brakel 46
Kerk Historiaal 
1
Eerste jaargang
Ten geleide De verscheidenheid in de Gereformeerde Gezindte is groot. Zo groot dat soms uit zicht raakt dat men door het verleden veel gemeenschappelijk heeft, zoals bijvoorbeeld de kerkelijke geschiedenissen vanaf de Reformatie tot begin 1800. Het tijdschrift Kerkhistoriaal wil dit reformatorische erfgoed dicht bij de lezers brengen. Niet door allerlei beschouwingen en algemene overzichtsartikelen – hoe nuttig en belangrijk die ook kunnen zijn – maar door de orthodox-bevindelijke erflaters zoveel mogelijk zelf aan het woord te laten, door aandacht te schenken aan veelzeggende anekdotes, pakkende herinneringen – al dan niet autobiografisch – en vooral aan de verhalen van vroeger. Dit alles van verhelderende illustraties voorzien. Wanneer op deze wijze de kerkhistorie uit eerdere eeuwen tot ons komt, ontstaat geen afstandelijkheid, maar gaat het kerkelijke verleden leven en wordt een ontmoeting uitgewerkt die leerzaam is en herkenning geeft. Hoe groot de waarde daarvan is, kunnen alleen zij aangeven die zich er in verdiepen. Kerkhistoriaal wil hierbij graag een bemiddelende rol spelen. De redactie
2
Kerk Historiaal
nummer 1, juni 2014
Colofon Kerkhistoriaal beschrijft personen, geschriften, gebeurtenissen en herinneringen uit de geschiedenis van het Nederlands gereformeerd protestantisme van circa 1517-1834. Het blad verschijnt 4x per jaar, in juni, september, december en maart.
Redactie: Drs. C.H. Boogaard
Abonnementenadministratie:
Dr. H. Florijn
VBK Media
Drs. H.L. Kroon
abonnementen
J. Mastenbroek
Postbus 13288
Medewerkers:
3507 LG Utrecht T 088 – 700 2700
Dr. C.R. van den Berg
(uitsluitend tussen
Drs. E.G. Bosma
09.00-12.00)
J.K. Brouwer
E abonnementen@kok.nl
J. van ’t Hul F.H. Jonkers
Abonnementsprijs:
Drs. G.J. van Kleef
Jaarabonnement: € 32,50
Ds. M. van Kooten
Losse nummers
J.P. Neven
per exemplaar: € 8,50
Dr. C.A. de Niet
Overname van artikelen
Prof. dr. A. de Reuver
is slechts toegestaan met
Redactieadres: VBK Media KerkHistoriaal
bronvermelding en na voorafgaande toestemming van de uitgever.
Postbus 13288
Ontwerp en vormgeving:
3507 LG UTRECHT
Garage BNO, Kampen www.garage-bno.nl
Vergeten martelaars
2 H. florijn
De moord op ds. Schurckmann
De Lebuïnuskerk van Deventer
Het was 21 januari 1599. In de Deventer Lebuïnuskerk had ds. Franciscus Schurckmann zojuist zijn preek beëindigd. Dat het zijn laatste was geweest, daarvan had hij geen enkel vermoeden want zijn gezondheid was goed. Niemand van de aanwezigen had het trouwens verwacht, eigenlijk één uitgezonderd. Zijn naam was Henrick van Achtevelt. Een vlijmscherp geslepen tweesnijdende dolk, die hij speciaal door een smid had laten maken, had hij in zijn riem gestoken.
Ds. Franciscus Schurckmann stond in 1599 al een jaar of zeven in Deventer. Eind 1591 was de aandacht op hem gevallen, 6 mei 1592 werd hij naar Deventer beroepen vanuit het Duitse plaatsje Neuenhaus, gelegen in het graafschap Bentheim, waar hij vanaf 1586 stond. Hij nam het beroep aan en werd op 6 november 1592 in Deventer bevestigd. Schurckmann moet een populaire predikant zijn geweest. Jacobus Revius, de
bekende en grootste calvinistische dichter, noemt hem ‘een gedreven en welbespraakt man’ in zijn Daventriae Illustratae. Een ander, de onbekende schrijver van het Cort verhael ende geschiedenisse van den vromen Dienaer des Godlijcken woorts, genaemt Francisco Schorickmano, beschrijft hem in zijn pamflet als een ‘vrome held’ en verder dat hij ‘door Gods Geest en zijn goed voorgaan zo menigeen bracht in ’t licht der waarheid’.
Kerk Historiaal
3
Zo krijgen we dus op grond van de gegevens die bekend zijn, een goede indruk van deze waarlijk vrome zestiendeeeuwse predikant, die verder een hekel had aan kerkelijke conflicten, getrouw en gedreven voorging in de kerkdiensten en die zich naar buitenstaanders en roomskatholieken vriendelijk opstelde.
Henrick van Achtevelt Geheel anders was Henrick van Achtevelt. Over hem is eigenlijk niet zo veel goeds te vertellen. Hij was rond 1570 geboren en in 1599 dus 29 jaar oud. Henrick wilde niet erg deugen. Toen hij nog in Haarlem woonde, voelde hij er weinig voor om te werken en wees hij iedere baan of beroep af. Hij had zijn neef Thomas Bloemert evenals zijn eigen nicht die met een zekere Johan Bruyninck getrouwd was, meerdere malen bedreigd, eens zelfs met een mes, omdat ze erop aangedrongen hadden dat hij aan de slag zou gaan. Daarbij was Henrick een fanatieke rooms-katholiek met een grote haat tegen calvinistische predikanten. Dat ging zo ver dat hij destijds een van de Haarlemse predikanten met zijn mes overhoop gestoken zou hebben, maar hij had dat niet ‘teweeg kunnen brengen’. In november 1598 kwam Van Achtevelt in Deventer aan. Hij zocht er het huis van een rooms-katholieke geestelijke op en vond daar onderdak.
Geen eer bewijzen De kerkelijke situatie in Deventer beviel Henrick van Achtevelt helemaal niet en ook hier waren vooral de calvinistische predikanten in zijn ogen de boosdoeners, hij kon ze niet luchten of zien. Zo
4
Kerk Historiaal
De preekstoel van de Bergkerk. Ook hier preekte ds. Schurckmann
gebeurde het eens dat hij in de Lebuïnuskerk gelopen had, kort na de preek van ds. Thomas Roothusius, ook een geziene voorganger. Na in Hasselt en Bolsward gediend te hebben, zou deze van 1596 tot zijn dood in 1625 in Deventer staan. Na de dienst had Roothusius samen met de andere predikanten door de kerk gelopen en Henrick was hen achterna gegaan. Toen hij Roothusius passeerde, had hij hem met opzet een stoot met zijn elleboog gegeven, waarbij hij, zo verklaarde hij later, had gedacht: ‘Had ik u op een andere plaats, dan zou ik u om mijn gemoed aan u te koelen een steek met een mes geven.’ Maar Roothusius zou zijn
slachtoffer niet worden. Dat werd Franciscus Schurckmann, terwijl deze hem nooit anders dan vriendelijk bejegend had. Henrick moest later bekennen dat hij Schurckmann meerdere malen was tegengekomen in de stad en dat de predikant bij die gelegenheden altijd zijn hoed voor hem had afgenomen en welwillend had gegroet. Henrick daarentegen had niet gereageerd ‘want hij wilde Franciscus geen eer bewijzen’. Zo werd het dan zondag 21 januari, de dag waarop ds. Schurckmann in de Lebuïnuskerk zou preken. Terwijl deze zijn preek voorbereidde, sleep Henrick zijn tweesnijdend dolkmes vlijmscherp op een stenen trap. Die zondag zou het moeten gebeuren en het maakte helemaal niets uit wie het zou overkomen. Henrick bekende volgens het door Revius opgenomen verslag later dan ook: ‘Het was hem al gelijk hetzelfde wie daar van de predikanten preekte, die hij de steek zou geven’ en ook: ‘Hij wilde Franciscus (Schurckmann) of een andere predikant het hart afgestoken hebben.’
Interieur van de Bergkerk
De aanslag Ds. Schurckmans preekte en Henrick stond te midden van de andere kerkgangers in de Lebuïnuskerk tijdens de dienst. Die viel hem zeker niet mee. Hij bekende later dat hij zelfs een keer de kerk was uitgelopen en dat hij had gedacht: ‘Had ik u buiten de preekstoel, dan zou ik u een steek geven.’ Daarna ging hij de kerk weer in, nog vaster besloten om de voorganger aan te vallen en hij wachtte totdat Schurckmann ‘amen’ had gezegd en van de preekstoel was gekomen. Met twee anderen, mogelijk ambtsdragers of mensen die nog vragen hadden, liep ds. Schurckmann al pratend langs de zijkant van de kerk. Toen hij achterin bij het koor gekomen was, sprong Henrick plotseling naar voren en gaf de predikant van achteren een steek in de nek. Snel trok hij het mes terug en maakte zich uit de voeten. Ds. Schurckmann was in elkaar gezakt. De beide anderen stonden als aan de grond genageld en meenden eerst dat er een steen van boven in het kerkgebouw had losgelaten en dat die de dominee had geraakt. Daarna zagen ze aan de hevig bloedende predikant dat er meer aan de hand was, want de man bloedde niet alleen achterin uit de nek, maar ook van voren uit zijn keel. De punt van het mes was namelijk door de tong gegaan en van voren uit de hals naar buiten gekomen. Een van beiden ving nog net een glimp op van de vluchtende Van Achtevelt en zette een achtervolging in, maar kon hem niet meer inhalen en raakte hem kwijt. De ander sloeg alarm. Vervolgens werd ervoor gezorgd dat de zwaargewonde voorganger naar zijn huis in de Deventer Papenstraat werd vervoerd.
Kerk Historiaal
5
Een les voor de stadhouder vanaf het sterfbed 2 H.L. Kroon
‘Ik ben nu in een pijnlijke en bekommerde staat, smachtende alle dagen naar mijn genadige ontbinding; en als ik Uw Hoogheid’s gezicht hier niet meer mag zien, gedenk dan dat ik Uwe Hoogheid in alle getrouwheid heb opgepast en die grond der zaligheid geleerd, waarin alle heiligen, beide uit het Oude en Nieuwe Testament zijn gestorven, daar ik Gods Vaderlijke goedertierenheid binnenkort verwacht zoals Uwe Hoogheid en allen doen zullen, die op die grond bouwen.’ Predikant Cornelis Trigland schreef in 1672 vanaf zijn sterfbed een ontroerende brief aan zijn voormalige leerling prins Willem III. Het land verkeerde op dat moment in groot gevaar en er heerste veel chaos. De Republiek was namelijk van drie zijden aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisschoppen van Munster en Keulen.1
Het volk van Nederland was in 1672 redeloos, het land reddeloos en de regering radeloos, zoals een bekend gezegde uit die tijd luidt. Tegenover de gecombineerde legers van Frankrijk, Engeland en de bisschoppen van Munster en Keulen stond de Republiek machteloos. In juli 1672 wist koning Lodewijk XIV van Frankrijk zelfs met zijn troepen door te dringen tot Utrecht. De regering had zich in de jaren daarvoor onder leiding van raadspensionaris Johan de Witt vooral gericht op de commerciële belangen van Holland. Jarenlang waren de ogen gesloten voor de Franse
militaire dreiging en had men zich geconcentreerd op Engeland. Het leger van de Republiek1 verkeerde in een slechte staat doordat elk gewest zijn eigen beleid daarin voerde en er niet langer een stadhouder was die leiding gaf aan leger en vloot.2
1 Duco Hellema, Buitenlandse politiek van Nederland. De Nederlandse rol in de wereldpolitiek (Utrecht 2006), 25.
1
36
Kerk Historiaal
Geboorte van Willem III De laatste stadhouder Willem II was in 1650 aan de kinderpokken overleden. Voor zijn dood had hij echter de leiders van de Republiek zwaar tegen zich in het harnas gejaagd. Na het einde van de Tachtigjarige Oorlog in 1648 met de Vrede van Mun-
2 Hellema, Buitenlandse politiek van Nederland, 24-25.
Cornelis Trigland
Stadhouder Willem II en Maria Stuart
ster waren veel regenten minder geneigd om te investeren in het leger. Er werden allerlei voorstellen gedaan om het leger fors terug te brengen in omvang. Stadhouder Willem II wilde dit niet en pleegde een staatsgreep. Niet lang daarna overleed hij echter, zijn hoogzwangere vrouw, Maria Stuart, achterlatend. ‘Een paar dagen later beviel Maria van een zoontje, dat zij Karel wilde noemen naar zijn onthoofde grootvader [de koning van Engeland], maar Amalia van Solms [de moeder van Willem II] hield dat tegen. Zij drukte de naam Willem door.’3 De regenten besloten na de dood van Willem II geen nieuwe stadhouder meer te benoemen. 3 Han van der Horst, Nederland. De vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu (Amsterdam 2010), 211-212.
Toen de jonge, vaderloze Willem III ongeveer zes jaar oud was, vonden zijn moeder en oma het belangrijk dat er een predikant zou worden aangesteld om de prins godsdienstonderricht te geven en toezicht te houden op zijn opleiding. Hun oog viel op de Haagse predikant Cornelis Trigland (of Cornelius Triglandium, naar de gewoonte van die tijd om namen een Latijnse klank te geven.) Cornelis, in 1609 in Amsterdam geboren, was een geleerd man, ‘het beeld van zijn beroemden vader en wedijverde met hem in roem van geleerdheid’. Zijn vader, Jacobus Trigland, was een vurige bestrijder van de Remonstranten en hun ideeën geweest. Daardoor was hij vaak het mikpunt van spot en hoon van zijn tegenstanders. Jacobus had een afwijkende gezichtskleur, waar hij vooral door de dichter Joost van den Vondel nogal eens om werd gesmaad, die hem dronkenschap aanwreef.4 Geen gemakkelijke situatie om in op te groeien voor de jonge Cornelis. Jaren later stemde de kerkenraad van de Haagse gemeente waaraan Cornelius op dat moment verbonden was, in met de nieuwe taak van haar herder en leraar. Daarmee werd Cornelis de opvoeder van Willem III.
Onderlinge verstandhouding Leraar en leerling ontwikkelden een bijzondere band en waren erg op elkaar gesteld. Cornelis sprak vaak vol lof over zijn vorstelijke leerling. Hij prees zijn bui-
4 Posthumus Meyjes, Kerkelijk ’s-Gravenhage in vroeger eeuw, 18.
Kerk Historiaal
37
In de komende afleveringen van KerkHistoriaal zullen D.v. de volgende onderwerpen opgenomen worden.
Rond de dood van ds. Gelasius Mevrouw Brakonier, predikantsweduwe in de achttiende eeuw Herinneringen van de predikanten van Bergen op Zoom aan het rampjaar 1747 Ds. Jacques Saurin, van soldaat tot beroemd predikant De Doopdienst van een vorstenkind Kruitdamp in een Amsterdamse kerk Jacobus Trigland groet u Een oudvader overwintert op Nova Zembla Ds. Petrus Mus om zijn geloof op Formosa gekruisigd Rembrandt en Frans Hals portretteerden ook nadere reformatoren
Kerk
istoriaal Bent u geïnteresseerd in de historie van de Nederlandse kerk van circa 1517 tot 1834? En in aangrijpende gebeurtenissen op het kerkelijk erf, in inspirerende biografieën van predikanten, verslagen van speciale gereformeerde kerkdiensten, zinspreuken en uitspraken uit het Nederlands protestantisme van vervlogen tijden?
Aanbieding Maak nu voordelig kennis met KerkHistoriaal, ons nieuw kerkhistorisch tijdschrift
Voor slechts € 22,50 ontvangt u 4 keer per jaar KerkHistoriaal JA, ik wil graag KerkHistoriaal ontvangen en betaal slechts € 22,50 voor 4 nummers via automatische incasso. Naam: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: E-mail: Rekeningnummer: Handtekening:
Invullen of overnemen en in envelop portovrij sturen naar: Antwoordnummer 4176, 3500 VB Utrecht, of mail naar: abonnementen@kok.nl.