Skip to main content

Voorpublicatie Heksenspiegel trilogie 1 - Hazels pentakel

Page 1

Proloog

Midden in de nacht konden ze ongestoord hun gang gaan. Vijf mensen, in een kring, strekten allemaal tegelijk hun armen om­ hoog in de richting van de steeds donkerder wordende lucht. In de verte was het gerommel van naderend onweer te horen. Algauw sloeg de regen op hen neer, maar daar trokken ze zich niets van aan. Tussen hen in stond een lage koperen schaal, waar­ in de regen eerst kletterde en later bijna kolkte. Ze zongen, maar de melodie verwaaide in de wind. Hun gezang werd steeds har­ der, alsof ze probeerden om met hun lied de storm te overstem­ men. Bij de eerste bliksemschicht juichten ze, zoals feestvierders joelen als er vuurwerk wordt afgestoken. De donder en de blik­ sem volgden elkaar steeds vlugger op. De kring zette zich langzaam in beweging. Met kleine stapjes draaiden de vijf gedaanten met de klok mee. Hun passen werden langzaam maar zeker groter en hun armen en handen dansten mee. Met verhitte gezichten gingen ze door zonder maar een mo­ ment te haperen, ook al waren hun mantels snel doorweekt. Pas op het moment dat de storm minder onstuimig werd, vertraag­ den hun bewegingen. Een vrouw met lang zwart haar, de leid­ 5

Hazels pentakel 1-240.indd 5

01-03-18 09:07


ster, glimlachte en gaf met een simpel handgebaar aan dat het was afgelopen. Abrupt stonden ze stil. Ze grepen elkaars handen vast en zetten tegelijk een pas naar voren. Daarna lieten ze el­ kaar los. De vrouw liep naar de koperen schaal, die nu gevuld was met regenwater. Ze knikte goedkeurend en knielde vlak voor de schaal in het natte gras. Gespannen keek ze naar de lucht. Ge­ duldig stonden de andere vier om haar heen, zonder zich te ver­ roeren, zonder iets te zeggen. Eindelijk werd de maan zichtbaar. Haar koude zilveren licht weerkaatste in de koperen schaal. De vrouw concentreerde zich. Ze bestudeerde het wateroppervlak langdurig, tot ze genoeg wist. Houterig, stram geworden door de koude grond, stond ze op. Met twee handen tilde ze de koperen schaal op. Hardop prevelde ze eeuwenoude spreuken. Vervolgens zette ze de schaal aan haar mond. Voorzichtig dronk ze van het regenwater, waarna ze de schaal aan een van de anderen gaf. Hij dronk ook, al even behoedzaam, en gaf de schaal door. Na­ dat iedereen aan de beurt was geweest, pakte de vrouw de schaal weer over. Ze mompelde opnieuw iets, kantelde de schaal en liet het overgebleven regenwater in een smalle straal op de grond stro­ men. Toen de schaal leeg was, draaide ze zich om en liep naar een dikke boom even verderop. De anderen volgden haar. Een­ maal onder het bladerdak van de boom omhelsden ze elkaar. Twee mannen fluisterden. Er werd zachtjes gelachen. Een van de vrouwen trok aan een touw dat aan een tak vastzat. Een grote mand waar een zeil overheen was gespannen, plofte neer op het natte gras. Er werd zachtjes gelachen. Het zeil werd van de mand gehaald en op de grond uitgevouwen. Twee thermoskannen, mokken, een 6

Hazels pentakel 1-240.indd 6

01-03-18 09:07


brood, een kom met aardappelsalade en bakjes vol rauwkost wer­ den uit de mand gehaald en op het zeil gezet. De vrouw met het zwarte haar scheurde het brood in grote stukken en deelde het uit. Een van de andere vrouwen schonk warme wijn uit de ther­ moskannen in de mokken. ‘Proost! Op de god en de godin!’ riepen ze tegelijk. De leidster wachtte tot iedereen genoeg gedronken had en naar haar keek. ‘Eda, heb je iets gezien?’ vroeg een van de mannen. Ze knikte. ‘Ik heb iets gezien,’ antwoordde ze zachtjes. ‘Ik zag liefde. Ik zag chaos. En… ik zag gevaar.’ De anderen wisselden kort een verontruste blik. De vrouw haalde diep adem en gooide haar lange natte haar naar achteren, alsof ze iets van zich af wilde schudden. ‘We moe­ ten ons voorbereiden. Bij de volgende vollemaan krijgen we be­ zoek.’

7

Hazels pentakel 1-240.indd 7

01-03-18 09:07


Hazels pentakel 1-240.indd 8

01-03-18 09:07


Een maan later

Hazels pentakel 1-240.indd 9

01-03-18 09:07


Hazels pentakel 1-240.indd 10

01-03-18 09:07


1

Het puntje van Hazels paarse kleurpotlood was bijna ­helemaal afgesleten. Met haar nagels probeerde ze het hout iets verder naar achteren te duwen. Een splintertje brak af en schoot onder de nagel van haar duim. In een reflex stak ze haar duim in haar mond en begon te sabbelen. Waar was haar p ­ untenslijper? Lag er echt geen meer in huis? Al haar tekenspullen waren onlangs door haar oom naar de berging in de kelder van het flatgebouw gebracht. Om de een of andere reden vond hij het tegenwoordig vreselijk als zij tekende of schilderde, t­ erwijl zij dat juist het liefst deed. Eigenlijk was het nog het enige wat ze deed sinds haar eindexamen een paar maanden geleden. Het was tijd om toekomstplannen te gaan maken, maar op een of andere manier kon ze maar geen beslissingen nemen. Heel zachtjes wreef ze met het stompje van het potlood over het papier. Elke keer draaide ze het een paar millimeter, zodat ze er nog zo veel mogelijk kleur vanaf kreeg. Haar hand schoot uit toen de voordeur met een harde klap dichtsloeg. Was haar oom nu al terug? Hazel keek op haar horloge. Hij had gezegd dat hij pas over een uur of twee weer thuis zou 11

Hazels pentakel 1-240.indd 11

01-03-18 09:07


zijn, rond etenstijd. Snel legde ze het potloodje op tafel. Hij liep met grote, zware stappen de huiskamer in tot hij voor haar stond. ‘Wat bent u vroeg, oom Alfons,’ zei Hazel. Haar oom keek haar met half dichtgeknepen ogen aan. ‘Wat zou dat? Heb je daar problemen mee?’ snauwde hij. Hazel voelde dat een klein spiertje bij haar rechteroog begon te trillen. ‘Nee, nee,’ stamelde ze. ‘Maar dan had ik al gekookt, snapt u.’ Oom Alfons keek chagrijnig naar het velletje papier dat voor haar op tafel lag. Hazel zag nu pas echt wat ze getekend had: het was een vreemd uitziend symbool, een soort ster met vijf scherpe punten, waar ze allemaal versieringen omheen had gemaakt. Ze had bijna gedachteloos zitten droedelen. ‘Ik deed zomaar wat,’ zei Hazel. ‘Eerst heb ik een patroon getekend en dat heb ik ingekleurd.’ Ze lachte nerveus. ‘Jij…’ zei oom Alfons terwijl hij naar haar wees, met zijn wijsvinger pal onder Hazels neus. ‘Jij bent al net zo’n gestoord wijf als je moeder was.’ Hij pakte de tekening van tafel en verfrommelde die tot een kleine prop. ‘Ik moet nog wat mensen bellen. Daarna wil ik eten.’ Hazel bleef zitten waar ze zat tot ze hoorde dat haar oom naar zijn werkkamer ging. Daarna liep ze langzaam naar de keuken.

12

Hazels pentakel 1-240.indd 12

01-03-18 09:07


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Voorpublicatie Heksenspiegel trilogie 1 - Hazels pentakel by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu