Skip to main content

Jeugd zoekt een haven - Nelly van Dijk-Has - 9789401910293

Page 1

Nelly van Dijk-Has

Jeugd

Jeugd zoekt een haven

zoekt een haven Trilogie

De jaren vijftig zijn net begonnen en de woningnood is hoog. Bets Linthout aarzelt geen moment wanneer zij de kans krijgt om met haar gezin het huis boven dat van haar ouders te gaan bewonen. Het gezin van Bets en Freek telt zeven kinderen, elk met hun eigen problemen en zorgen. Maar wat ze met elkaar delen, is de wil om elk hun eigen weg in te slaan, ook al is dat niet altijd het pad dat hun ouders voor hen in gedachten hadden. Wat voor moeilijkheden ze ook op hun pad mogen vinden, altijd kunnen ze terecht bij hun grootouders op de benedenverdieping. Nelly van Dijk-Has (1891-1972) is schrijfster van veertig boeken, waarvan drieĂŤndertig romans. De afzonderlijke delen van de Jeugd zoekt een haven-trilogie verschenen tussen 1954 en 1956. De drie boeken bieden een prachtig inkijkje in het leven van de generatie die volwassen werd in de naoorlogse jaren vijftig.

Citerreeks

www.citerreeks.nl

ISBN 9789401910293 NUR 342

Nelly van Dijk-Has

Jeugd

zoekt een haven Trilogie


1JEUGD ZOEKT EEN HAVEN Tril 28-02-2017_Z&K 28-02-17 14:01 Pagina 3

Nelly van Dijk-Has

Jeugd zoekt een haven

Jeugd zoekt een haven Jij bent een zorgenkind Het rustpunt


1JEUGD ZOEKT EEN HAVEN Tril 28-02-2017_Z&K 28-02-17 14:01 Pagina 4

ISBN 9789401910293 NUR 344 © 2017 Citerreeks Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Villa Grafica, Diemen Oorspronkelijke uitgave Jeugd zoekt een haven © 1954, Uitgeverij Kok Oorspronkelijke uitgave Jij bent een zorgenkind © 1955, Uitgeverij Kok Oorspronkelijke uitgave Het rustpunt © 1956, Uitgeverij Kok Deze trilogie werd in 1987 uitgegeven onder de titel Jeugd zoekt een haven bij uitgeverij Kok, Kampen www.citerreeks.nl Alle rechten voorbehouden


1JEUGD ZOEKT EEN HAVEN Tril 28-02-2017_Z&K 28-02-17 14:01 Pagina 7

b Hoofdstuk 1 Toen op die voorjaarsmorgen een paar traag vallende druppels plotseling achterhaald werden door een geweldige stortregen, stuwden joelende kinderen halsoverkop de lange winkelportiek in. Ze botsten roekeloos op tegen de lange, bejaarde heer in de grijze regenjas, die hen juist even voor was geweest; trapten zorgeloos op z’n tenen, raakten hem met hun zwaaiende schooltassen en lachten en kwetterden maar. Hij verdroeg het niet alleen, maar keek met een twinkeling in z’n schrandere ogen achter de donker omrande uilenbril geanimeerd luisterend toe. Hij had geen haast. Over het asfalt van de brede winkelstraat zoefden auto’s water opspattend langs elkaar heen en jachtte een legertje fietsers, langs de trottoirs leek het een wilde vlucht van verregende mensen, en hij stond daar maar goedmoedig en luisterde en keek. Leuk jong spul, dacht hij vermaakt. Hoor toch eens wat een praatjes ze hebben. En wat een schelle lawaaistemmen! Een stel kraaien is er niets bij. En ze hebben volstrekt geen erg in jou, ouwe man. Jij telt niet mee, je staat ze alleen maar wat in de weg. ‘Kijk, kijk!’ riep er een. ‘Daar heb je Fietje! Daar, aan de overkant! Ze ziet ons, maar kan onmogelijk hiernaartoe oversteken!’ Hij zag haar ook: een klein, schriel meisje in een kort rood manteltje, het bleekblonde haar strak weggetrokken en van achteren samengebonden tot een koddige paardenstaart. Haar blikken vlogen naar links en rechts en plotseling waagde ze zich van het trottoir, laveerde parmantig tussen auto’s en fietsen door. De vriendinnetjes dansten van spanning, duwden en drukten hem beredderig achteruit om ruimte voor Fietje. Ze bleek een grappig sproetengezichtje te hebben. En een willetje. ‘’k Blijf net zo lief hier staan,’ gaf ze kordaat te kennen voor de portiek. ‘Juist lekker, die regen.’ Ze gaapten haar verbaasd aan; de stemming sloeg om. ‘O, Fietje heb natuurlijk weer wat bijzonders,’ schimpte er een. En een ander: ‘Kind, stel je niet an.’ Hij gnuifde om dat dwaze, opgeheven muizensnoetje waar de regen ongenadig op neerplensde. Er schoot hem een oud liedje te binnen. En meteen zong hij het, zomaar over de hoofden heen:

7


1JEUGD ZOEKT EEN HAVEN Tril 28-02-2017_Z&K 28-02-17 14:01 Pagina 8

Waarom toch blijf je in de regen staan? Kind, je wordt helemaal nat! Waarom toch blijf je in de regen staan? Kom in de kamer, m’n schat! Nu waren ze zich een voor een plotseling ten volle van z’n nabijheid bewust. Keerden zich naar hem om, staarden hem een ogenblik perplex aan, daarna elkaar en proestten het uit. Een opgeschoten meisje gaf hem een duwtje, riep: ‘Haha, wat een gekke ouwe opa!’ en schoot ertussenuit. Meteen was het hek van de dam. ‘Gekke ouwe opa! Gekke ouwe opa!’ joelden ze en renden kat achter kat het trottoir op, Fietje inderhaast meesleurend. Schuddend van ’t lachen keek hij hen een ogenblik na. Tot een stem vol afkeuring hem verrast deed omzien naar de open winkeldeur. ‘De moderne jeugd, meneer! Ze zien er niet tegen op om een mens op leeftijd in z’n gezicht uit te jouwen!’ De twinkeling bleef in z’n ogen toen hij een paar stappen naar de grijze, verbolgen winkelier toe deed. ‘Ik veronderstel dat ik aanleiding gaf,’ zei hij welgemoed. ‘En wat dat uitjouwen in iemands gezicht betreft: misschien deden u en ik het in onze jeugd liever achter iemands rug?’ * Omdat hij op het moment niets voelde voor spraak en wederspraak op dat terrein, zette hij z’n jaskraag op, lichtte z’n hoed, trotseerde even de regen en glipte een andere portiek in. Gretig zag hij van daaruit het jachtig verkeer aan. Wat sloeg hij graag het drukke leven van de morgenuren gade! Zonder eraan mee te doen, leek je er toch in opgenomen, er nog altijd deel aan te hebben. Sinds hij op non-actief was gesteld – nu al acht jaar geleden – had hij z’n vroege wandeling naar de drukste straten niet vaak overgeslagen. Het hield hem fit. En was het niet fijn, dacht hij ondeugend, zo en passant wat bestellinkjes te kunnen doen voor z’n trouwe wederhelft? Van die boodschapjes waar je als man zo verzot op was? Deksels – hij tastte in z’n zak – hij moest niet vergeten bij die ladderwinkel aan te gaan, anders zat er wat voor hem op! Die vrouwen hadden zich wat op de hals gehaald met die dunne kousen. Ja ja, al dacht z’n vrouwtje zichzelf ook oerouderwets degelijk, op haar manier deed ze toch ook maar mee. Maar het was waar, ze had het nog niet tot nylonkousen gebracht – nog niet, gnuifde hij. Wat zou hij haar plagen als het zo ver nog eens kwam. Vroeger droeg

8


1JEUGD ZOEKT EEN HAVEN Tril 28-02-2017_Z&K 28-02-17 14:01 Pagina 9

ze zelfgebreide zwarte wollen kousen met ribbels – heette dat niet twee rechts twee averechts – en hoge schoenen met een hele rij knopen opzij! Hij had ze meer dan eens voor haar vastgemaakt met dat haakje dat nog altijd als een curiositeit in de tafella lag. Zelf deed ze het ook wel met zo’n lange, tweebenige haarspeld, als die knopenhaak in geen velden of wegen te bekennen was. Ach ja, dat leed uit die goeie ouwe tijd was gelukkig geleden. Altijd maar weer vernieuwing, en dat was maar goed ook; wat zou het anders een saaie boel worden. * Even plotseling als de gietbui uit de lucht was komen vallen, kwam er een eind aan. Hij zette de terugreis naar huis dus voort en vergat niet in de bewuste winkel de geladderde kousen af te geven. In de rustige straten van de buitenwijk waar hij een twintig jaar geleden z’n huis kocht, werd hij herhaaldelijk gegroet en, in ’t zicht van de haven, door een rentenierende buur voor een praatje aangehouden. Hij maakte zich daar gauw van af, omdat hij moeder de vrouw in de deur zag verschijnen en staan blijven ook, haar gezicht naar hem toe. Hij wenkte dat ze naar binnen moest gaan, zij met haar aanleg voor reumatiek! Hij kwam immers wel. En als ze nu dat warme wollen ding nog had aangetrokken, maar nee, daar stond de dame, zomaar in haar japon. Ah, gelukkig, daar ging ze dan toch. Enfin, hij hoefde z’n sleutel niet voor de dag te halen, de deur liet ze open. Maar toen hij binnenkwam, zag hij haar in de gang op hem wachten, z’n kleine grijze vrouwtje. Wat leek ze nog pittig, dat viel hem altijd weer op. Een knap, pienter wijfje, waar hij al de jaren door trots op geweest was en het wel zou blijven ook. ‘Bart, waar blijf je!’ riep ze hem opgewekt toe. ‘Wat een vreselijke bui, niet? Kon je ergens schuilen? Je lijkt me helemaal niet nat. Nee, trek je jas maar niet uit, je zult zo meteen weer weg moeten. Wat heb ik naar je uitgekeken! En toen je er eindelijk aankwam, klampte Van Kampen je aan. Enfin, je liet hem gelukkig gauw schieten toen je begreep dat ik je nodig had.’ ‘En wat is er nu wel van mevrouws dienst?’ plaagde hij. ‘Is er haast bij of is het me vergund nog even te zitten?’ ‘Och ja, natuurlijk, je zult wel moe zijn,’ begreep ze. Hij greep haar opeens bij haar schouder en draaide haar naar zich toe. ‘Wat heb je eigenlijk? Is het iets van belang dat ik voor je moet doen? Vertel het eens gauw!’ ‘Ja, maar ga dan nu ook zitten, Bart.’

9


1JEUGD ZOEKT EEN HAVEN Tril 28-02-2017_Z&K 28-02-17 14:01 Pagina 10

Hij zakte in z’n leunstoel bij tafel. Greep, uit macht der gewoonte, naar de Trouw, die als elke morgen op hem te wachten lag. ‘Hè nee, luister nu niet met een half oor,’ beknorde ze hem. Hij stak haar spontaan de krant toe. ‘Hier, daar heb jij hem. Maar steek dan ook van wal.’ ‘Bart, je zult naar Bets moeten,’ zei ze levendig. ‘Want raad eens? Ons bovenhuis komt leeg! De Prinsen gaan naar Canada emigreren!’ ‘Is het heus?’ vroeg hij verbaasd. ‘Zo opeens?’ ‘Zo lijkt het voor ons, ja – en voor iedereen. Ze hebben het absoluut stilgehouden, omdat ze dachten dat er in geen tijden wat van komen zou. Maar nu is opeens alles voor elkaar! Mevrouw Prinsen is het me, vlak nadat jij weg was, komen zeggen. En nu begrijp je wel waar ik meteen aan dacht, niet? Ik heb mevrouw op ’t hart gedrukt er nog met niemand over te spreken, want anders gaat het als een lopend vuurtje rond. Ze heeft het beloofd, maar ja, je weet hoe dat gaat, ’t zal gauw genoeg bekend zijn. Je moet op staande voet naar Bets gaan, Bart. Op de morgen tref je haar natuurlijk alleen thuis, zodat ze er eerst eens in haar eentje over nadenken kan. Maar ze moet graag willen, anders heb ik liever niet dat ze boven ons komt. Ze moet er niet tegen opzien zo dicht bij ons te komen wonen. Maar mij dunkt dat dat wel mee zal vallen. Ze zal wel een gat in de lucht springen! Hoe heeft ze laatst nog niet geklaagd. “Moeder,” zegt ze, “ik begin me toch zo te schamen over die nare straat en die veel te kleine etage. We kunnen er nauwelijks meer ademhalen. En wie wil er met ons ruilen? Niemand, we hebben het nu al zo vaak geprobeerd.” Ik vond het toen maar een hard gelag, niet te kunnen helpen. Je eigen vrije bovenhuis ben je verplicht aan vreemden te verhuren, terwijl je dochter er zo’n behoefte aan heeft. Maar dat zal nu niet meer gebeuren als we daar zelf wat aan doen kunnen. Daarom: er is haast bij, dat begrijp jij nu toch ook, niet Bart?’ Ze keek hem in spanning aan. Toen hij geen antwoord gaf, maar strak op het tafelkleed bleef turen, werd ze ongerust. ‘Je vindt het toch wel goed?’ vroeg ze benepen. ‘Is het om Freek dat je ertegen opziet? Ik weet het wel, het botert niet altijd tussen jullie, je plaagt hem graag. Maar denk eens hoe heerlijk het zijn zal de jongelui vlak bij ons te hebben, en die lieve Tineke! Freek moet je er dan maar op de koop toe bijnemen.’ ‘En jij Bets,’ zei hij nadrukkelijk. ‘Ja ja, ik ben bang dat je het wat te licht inziet, moeder. Natuurlijk, ik gun haar graag en zelfs heel graag een betere woning. Maar ben je opeens vergeten dat Bets niet een van de gemakkelijksten is? Je hebt vroeger nogal wat met haar te stellen gehad.’ ‘Nu ja, toen was ze nog niet droog achter haar oren. Lieve tijd, Bets kon nu zelf al haast grootmoeder zijn, ze hebben immers hun zilveren bruiloft al achter de rug. Een mens wordt wel eens wijzer. Nee, daar zie ik niet

10


1JEUGD ZOEKT EEN HAVEN Tril 28-02-2017_Z&K 28-02-17 14:01 Pagina 11

tegen op. M’n enige vrees betreft jou en Freek; je mag hem immers niet.’ ‘En jij bent bepaald verzot op hem,’ zei hij laconiek. Ze kleurde ervan. ‘Verzot is zo’n groot woord,’ ontweek ze. ‘Maar ik houd me altijd voor, dat Bets hem nu eenmaal heeft willen hebben en dat er immers ook niets op hem aan te merken is. Voor veel christenen is hij zelfs een voorbeeld! Ouderling, voorzitter van een schoolbestuur, bestuurslid van de kiesvereniging en dat is misschien nog niet eens alles. Heus, Bets had het wel slechter kunnen treffen. Bovendien, het gaat er maar om of ze het samen goed hebben.’ ‘Je zit aardig op je preekstoel, moeder,’ plaagde hij. ‘Ja, het is goed, hou jij me maar voor het lapje,’ pruttelde ze met een verbeten lach. ‘Ik wilde je nog dit zeggen, dat ze maar een fijn stel kinderen hebben. Dat zul je me toch zeker moeten toegeven.’ ‘En dat doe ik,’ knikte hij. ‘Ze zijn een voor een ongetwijfeld het aankijken waard.’ ‘Och, je wilt me niet begrijpen, plaaggeest.’ ‘Toch wel,’ zei hij hartelijk. ‘Ik geef toe dat ze op ’t oog een fijn stel lijken, een voor een, van Jaap af tot Tineke toe. Maar vergeet niet dat we ze als ’t ware alleen maar op hun paasbest hebben gezien. Zij hebben ons niet overlopen en wij hen niet. En als we met elkaar samen waren, kreeg ik altijd de indruk dat ze tevoren de opdracht gekregen hadden zich zo te gedragen dat er ook maar niet het geringste op hen aan te merken zou zijn en… dat ze vooral niet uit huis mochten klappen. Vandaar dat we ze niet in hun gewone dagelijkse plunje kennen, met hier een torntje en daar een vlekje, Tineke dan misschien uitgezonderd.’ ‘Maar je doet of ze het achter hun ellebogen hebben!’ protesteerde ze verbaasd. ‘Dat is niet fraai uitgedrukt, moeder,’ bestrafte hij ondeugend. ‘Je valt me trouwens een beetje tegen. Want ik dacht dat juist jij wel zou weten hoe David al gezegd heeft dat ieders binnenste en hart ondoorgrondelijk is. En als ik het wel heb, is dat in de vierenzestigste psalm.’ ‘Je bedoelt dat we niemand ooit helemaal kennen,’ glunderde ze. ‘Dat we maar aanzien wat voor ogen is. Daar heb je over ’t algemeen wel gelijk in. Maar ik ken jou toch maar door en door!’ ‘Zou je denken?’ vroeg hij vermaakt. ‘Jazeker! Jij bent een rakker, met een hart van goud.’ Hij schoof schutterig z’n stoel achteruit. ‘Ik zal maar maken dat ik wegkom, wie weet wat ik anders nog te horen krijg. Straks heette ik “een gekke ouwe opa,” nu weer een rakker, ga zo maar door.’ ‘Een gekke ouwe opa?’ Hij tikte haar tegen haar wang.

11


1JEUGD ZOEKT EEN HAVEN Tril 28-02-2017_Z&K 28-02-17 14:01 Pagina 12

‘Ja ja, dat heb ik op de vroege morgen al te incasseren gekregen.’ Ze rekte zich voor een afscheidskus. ‘Een ding is zeker,’ lachte ze, ‘je zult het ernaar hebben gemaakt!’ * Ze kon niet laten hem van boven haar bloeiende begonia’s na te gluren. Haar hart tintelde van liefde en trots. Wat liep hij nog vief rechtop – en wat stond hem die jas goed! Was dat een man van drieënzeventig? Je zou hem hoogstens zestig geven. Zij, met haar negenenzestig, legde het aardig bij hem af, vooral wel waar het de vlugheid betrof. Maar Bart was helemaal een wonder. Hoeveel keer had ze hem in hun lang huwelijksleven slechtgehumeurd gezien? Zelden of nooit. En als hij het al eens was, had hij er dubbel en dwars reden voor gehad. ‘Ik dank U, Here, voor zo’n man,’ zei ze opeens voor zich heen. ‘Ze dachten allemaal dat ik gauw genoeg van hem zou krijgen, omdat hij hen niet serieus genoeg leek, en ik nogal aan de ernstige kant was. Maar ze hebben het mis gehad.’


Nelly van Dijk-Has

Jeugd

Jeugd zoekt een haven

zoekt een haven Trilogie

De jaren vijftig zijn net begonnen en de woningnood is hoog. Bets Linthout aarzelt geen moment wanneer zij de kans krijgt om met haar gezin het huis boven dat van haar ouders te gaan bewonen. Het gezin van Bets en Freek telt zeven kinderen, elk met hun eigen problemen en zorgen. Maar wat ze met elkaar delen, is de wil om elk hun eigen weg in te slaan, ook al is dat niet altijd het pad dat hun ouders voor hen in gedachten hadden. Wat voor moeilijkheden ze ook op hun pad mogen vinden, altijd kunnen ze terecht bij hun grootouders op de benedenverdieping. Nelly van Dijk-Has (1891-1972) is schrijfster van veertig boeken, waarvan drieĂŤndertig romans. De afzonderlijke delen van de Jeugd zoekt een haven-trilogie verschenen tussen 1954 en 1956. De drie boeken bieden een prachtig inkijkje in het leven van de generatie die volwassen werd in de naoorlogse jaren vijftig.

Citerreeks

www.citerreeks.nl

ISBN 9789401910293 NUR 342

Nelly van Dijk-Has

Jeugd

zoekt een haven Trilogie


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jeugd zoekt een haven - Nelly van Dijk-Has - 9789401910293 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu