Hoe duidelijk een beschrijving in een gids ook is, dit kan nooit opwegen tegen de ervaring die een paddenstoelenkenner in de loop der jaren heeft opgebouwd. Laat daarom zelf gedetermineerde paddenstoelen bij twijfel altijd nog een keer door een kenner op naam brengen. Bij twijfels over de eetbaarheid van een bepaalde soort: niet gebruiken! Over het algemeen geldt: paddenstoelen nooit rauw eten: ‘eetbaar’ betekent altijd dat een paddenstoel pas na bakken of koken gegeten kan worden.
Uitgever en auteur aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid voor foute determinaties door lezers van dit boek en voor eventuele individuele intoleranties. Wat te doen bij een (vermoedelijke) vergiftiging? Bij de eerste tekenen van een paddenstoelvergiftiging moet een arts, ziekenhuis, paddenstoeldeskundige of een antigifcentrum worden gewaarschuwd (zie blz. 15). Snelle actie is geboden!
Alle belangrijke kenmerken overzichtelijk in beeld! In deze handige veldgids vind je meer dan 450 soorten paddenstoelen die je in Europa kunt vinden. Elke soort wordt uitgebreid beschreven met informatie over vindplaats, leefwijze en specifieke kenmerken. Deze gids bevat: • • • • •
maar liefst 1264 heldere foto’s voor snelle herkenning, 692 duidelijke tekeningen voor aanvullende details, indicatie in woord en beeld waar je ze kunt vinden, opvallende symbolen of een soort al dan niet eetbaar is, met extra waarschuwingen als ze giftig zijn.
Welke paddenstoel is dat?
BELANGRIJK!
Welke paddenstoel is dat?
Eetbare soorten, die gegeten kunnen worden als ze minstens 15 minuten verhit zijn. Eet nooit rauwe paddenstoelen! Eetbare soorten na een bijzondere behandeling of met speciale voorschriften; volg de aanwijzingen in de tekst. Niet-eetbaar, ‘ongenietbaar’. Het gaat om paddenstoelen die niet giftig zijn, maar door hun smaak of structuur niet in aanmerking komen om gegeten te worden. Giftige soorten, paddenstoelen die ook na zorgvuldige behandeling gifstoffen afscheiden die vervelende reacties geven of zelfs dodelijk kunnen zijn. Veiligheid voor alles! Gebruik alleen paddenstoelen die je met absolute zekerheid kunt determineren en raadpleeg de meest recente literatuur over hun eetbaarheid. Bij de geringste twijfel: niet eten! In geval van vergiftigingsverschijnselen: zie pagina 15.
KOSMOS UITGEVERS UTRECHT ⁄ ANTWERPEN
GMINDER BÖHNING
Een complete gids in handig zakformaat, dus gemakkelijk mee te nemen.
ANWB Paddenstoelengids
45
Meer dan paddenstoelen uit Europa
WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL
Kosmos ANWB paddenstoelen cover 2e druk.indd 1
29-10-20 18:47
115.0 x 193.0 mm GMINDER | BÖHNING
Welke
paddenstoel
is dat?
115.0 x 193.0 mm
Welke paddenstoel is dat?
Hoe is een bladzijde opgebouwd? Hoe determineer ik paddenstoelen Paddenstoelen verzamelen Wat te doen bij paddenstoelenvergiftiging
4 6 14 15
De paddenstoelgroepen Boleten en boleetachtigen Boleten en boleetachtigen
18
Plaatjeszwammen Soorten met lichte lamellen en satijnzwamachtigen Soorten met vrije plaatjes, champignons en inktzwammen Soorten met donkere plaatjes (bruinsporigen) Russula’s en melkzwammen Overige paddenstoelen Koraalzwammen, cantharellen en stekelzwammen Schorszwammen en gaatjeszwammen Trilzwammen Buik- en stinkzwammen Zakjeszwammen (ascomyceten)
242 257 277 281 289
Register op paddenstoelnamen
308
40 113 157 206
3
115.0 x 193.0 mm
Hoe is een bladzijde opgebouwd?
Het gebruik van het boek Bij iedere beschreven paddenstoel vind je aanduidingen over het voorkomen en wetenswaardigheden over de levenswijze, biologie en eetbaarheid. Informatieve afbeeldingen met aanwijzingen over de belangrijke kenmerken vergemakkelijken de herkenning. De hoofdfoto toont de typische verschijningsvorm van de beschreven paddenstoel. Verdere afbeeldingen tonen voor de determinatie belangrijke details of erop lijkende soorten. De randkolom geeft met tekst en afbeelding aanduidingen over voorkomen, belangrijke kenmerken en toont een dwarsdoorsnede door een vruchtlichaam of in zeldzame gevallen ook het gehele vruchtlichaam. Bij soorten die op een hele pagina beschreven worden vind je in de tekstbox ‘Wist je dat?’ curiositeiten en wetenswaardigheden over deze soort; de tekstbox ‘Pas op: giftig’ wijst daarbij op een niet eetbare of giftige dubbelganger. Dat is met name bij geliefde eetbare paddenstoelen belangrijk.
4
Nederlandse naam Latijnse (wetenschappelijke) naam groep Grootte aanduiding (hoeddoorsnede) Groeitijd Bij normaal weer Wetenswaardigheden Hier vind je informatie over de betreffende soort. Tekstbox Bij paginavullende portretten vind je hier belangrijke verwijzingen naar giftige dubbelgangers (‘Pas op giftig!’) of interessante aanvullende informatie (‘Wist je dat?’).
Meelkop
Rozites caperatus
Hoed 5-12 cm
augu
De naam Meelk op van jonge exemp la Cortinarius gep laats
Alleen de Arm ba deze fraaie rode maar bevat stof f aanbevolen kan
115.0 x 193.0 mm
Eetbaarheid
Standplaatsfoto De foto toont de paddenstoel in een van zijn typische standplaatsen. De tekst beschrijft de verdere standplaatsen waar je de soort kunt vinden.
lkop
peratus (Gordijnz
cm augustus–o kto
wamachtige)
ber
Meelkop heeft de soort te dan ken aan de ber exemplaren. De ijpte hoed soort wordt ook wel eens in het geplaatst. geslacht
n de Armbandgo rdijnzwam (C armillatus) hee raaie rode velu ft mba bevat stoffen waa nden. Hij geldt als eetbaar, rdoor dat maa r niet beter volen kan wor den.
Pas op giftig!
R. caperatus kan met diverse gordijnzwamm en verwisseld worden, wannee r men de structuur van de velumzone niet goed bekijkt. Twe e voorbeelden hiervan zijn C. patibilis (li.) en de Donkerlila gor dijnzwam (C. malachius, re.)
Voorkomen in naaldbossen, bij dennen in heidegebied en, op droge, zure, voe dselarme bodem, zelden onder loofbomen.
> Ring vlezig en stabiel > Sporenfiguur roestbruin > Verspreiding in Europa algemeen, maar achteruitgaand, in Ned erla sinds 1980 iet mee nd r waargenomen
Lamellen bruinachtig Vlees bleek bruinachtig
Hoed okerbru in, in het centrum licht violet berijpt
201
Steel gelijk van kleur, in de lengte
Aanvullende illustratie Hier worden meestal gelijkende soorten of variëteiten getoont, soms ook aanvullende kenmerken of detailvergrotingen. Belangrijke kenmerken Wetenswaardigheden over de beschreven paddenstoelsoort en zijn verspreiding in Europa. Bij paginagrote portretten van eetbare paddenstoelen wordt hier de belangrijkste giftige dubbelganger vermeld. Detailillustratie Verdere details van de soort die op de hoofdafbeelding niet herkenbaar zijn, zoals een dwarsdoorsnede. Kleurcode en silhouet Elk van de 3 hoofdgroepen heeft een eigen kleurcode. Hoofdafbeelding Toont typische exemplaren op de natuurlijke standplaats.
5
115.0 x 193.0 mm
Hoe determineer ik paddenstoelen?
Bouw van een paddenstoel Wat wij als paddenstoel beschouwen en verzamelen is alleen het (meestal) bovengronds zichtbare vruchtlichaam, terwijl de eigenlijke paddenstoel een in de bodem groeiend vlechtwerk van dunne draden is, het mycelium (zwamvlok). Hoewel het botanisch niet juist is deze sporendrager vruchtlichaam te noemen, aangezien het hier niet om uit vruchtbeginsels ontstane vruchten gaat, zullen we dit begrip voor de begrijpelijkheid blijven gebruiken. Het gehele vruchtlichaam heeft alleen als doel de piepkleine sporen vrij te maken, waarna deze met de luchtstroom verspreid worden en op een hopelijk geschikte plaats terechtkomen en kunnen ontkiemen. Deze
Plaatjeszwam/Boleet Hoed Velumrest (velum universale)
Lamellen (plaatjes) (bij boleten: buisjes) Steel Ring (velum partiale) Steelbasis, hier als knol Velumrest (velum partiale) 6
sporen worden in het kiemvlies (hymenium) gevormd. Dit bekleedt de buitenzijde van de lamellen, lijsten of stekels, de binnenkant van de buisjes of poriën of wordt eenvoudigweg op een min of meer ongestructureerde buitenkant gevormd. De vruchtlichamen worden doorgaans door een steel redelijk omhoog getild, waardoor de uitvallende sporen door de wind meegenomen kunnen worden. Een uitzondering hierop vormen de buikzwammen en de zakjeszwammen (ascomyceten), die hun sporen actief of passief naar boven in de lucht werpen, de schorszwammen, en de truffels en stinkzwammen die de sporenverspreiding aan dieren overlaten.
115.0 x 193.0 mm
Bouw van andere vruchtlichaamsvormen Gaatjeszwammen en schorszwammen Gaatjeszwammen vormen meestal consolevormige vruchtlichamen. Als uitzondering betreft het hier ook meerjarige paddenstoelsoorten, die elk jaar een nieuwe laag poriën over de vorig jaar gevormde laag vormen. Schorszwammen groeien daarentegen vlak, zodat alleen het hymenium (vruchtvlies) zichtbaar is. Vaak groeien ze aan de rand hoedachtig, zodat er overgangen te vinden zijn van vlak tot consolevormig. Bovenkant, hier korstachtig Vlees (trama)
Buikzwammen Zij vormen het hymenium binnen in een min of meer kogelvormig vruchtlichaam. Dit valt vroeg uiteen, zodat bij rijpheid alleen een poederige massa overblijft, die bij druk op het vruchtlichaam eruit stuift. nog gesloten vruchtlichaam
rijper, afgeplat vruchtlichaam, met sporenpoeder gevuld
Zakjeszwammen (bekerzwammen) Poriënlaag, hier meerdere
Koraal- en knotszwammen Hier ligt het hymenium ongedifferentieerd op de buitenzijde van de vruchtlichamen, net als bij schorszwammen.
De voornaamste, naamgevende vorm van deze paddenstoelen is schotel- tot bekervormig. Er zijn echter ook kogelvormige gesloten vruchtlichamen (truffels), en uit een hoed- en steeldeel bestaande soorten (kluifjeszwammen, morieljes).
top van een tak
takken, overtrokken met hymenium stronk
hymenium buitenkant
7
115.0 x 193.0 mm
115.0 x 193.0 mm
De Soorten
115.0 x 193.0 mm
Gewoon eekhoorntjesbrood Boletus edulis (Boleten)
Hoed 10–20 cm juli–november Te vinden: in sparrenbossen en onder beuken op zure bodem, kalkmijdend.
Goede vindplaatsen van Eekhoorntjesbrood herken je vaak door de aanwezigheid van Vliegenzwammen en Peperboleten, want deze drie soorten komen in sparrenbossen opvallend vaak samen voor.
> Poriën jong wit, later geelgroen > Sporenfiguur olijfbruin > Verspreiding in heel Europa algemeen > Dubbelganger Bittere boleet Gewoon eekhoorntjesbrood (li.) Hoed glad, bruin – Bronskleurig eekhoorntjesbrood (mi.): Hoed leerachtig, donkerbruin – Vroeg eekhoorntjesbrood (re.): Hoed fijnviltig, lichtbruin
Wijnrode lijn vlak onder hoedhuid
Vlees bij doorsnijden wit, niet verkleurend
18 Hoed glad, enigszins onregelmatig, met witte randzone
Steelnet wit, relatief fijnmazig, tot onder midden van steel doorlopend
Pas op: giftig! De Bittere boleet is bitter als gal, en ook giftig. Groeit meestal op dezelfde standplaats als het Gewoon eekhoorntjesbrood. Probeer een stukje van de hoedhuid en het is duidelijk.
115.0 x 193.0 mm
Bittere boleet Tylopilus felleus (Boleten)
Hoed 8–15 cm juli–november
Een enkele Bittere boleet kan een hele paddenstoelenmaaltijd bederven! Dit probleem kun je vermijden door als je niet zeker bent een klein stukje paddenstoel te kauwen (en uit te spugen) om vooraf eventuele bitterheid vast te stellen. Overigens bevat deze soort geen gifstoffen en kan dus gegeten worden door hen die geen bitter kunnen proeven. De Bittere boleet is de enige Europese boleet met > een vleeskleurige sporenfiguur. De soort wordt in Nederland > beschouwd als kwetsbaar en moet je hier dus niet plukken. >
Te vinden: in sparrenbossen en onder beuken op zure bodem, kalkmijdend.
Poriën jong wit, later vleeskleurig Vlees bitter Sporenfiguur vleeskleurig > In heel Europa algemeen
Wist je dat? Jonge Bittere boleten (mi.) kunnen sterk lijken op de Kastanjeboleet (li.) of op het Vroeg eekhoorntjesbrood (re.)!
Vlees bij doorsnijden wit, niet verkleurend
19
Hoed glad, zeemleerachtig, olijf- tot geelbruin
Poriën roze, naar onder gestulpt
115.0 x 193.0 mm
Vroeg eekhoorntjesbrood Boletus reticulatus (Boleten)
Hoed 10–20 cm juni–september Te vinden: in lichte loofbossen onder beuken en eiken, op matig zure tot zwak basische bodem.
Als u geobserveerd heeft dat op bepaalde plaatsen het Eekhoorntjesbrood altijd heel vroeg verschijnt dan heb je meestal te maken met het Vroeg eekhoorntjesbrood. De smaak is echter van alle eekhoorntjesbroden even goed. De stevigheid van het vlees is kenmerkend: het zachtste vlees heeft Vroeg eekhoorntjesbrood, het hardst is Bronskleurig eekhoorntjesbrood.
> Poriën jong wit, later geelgroen > Hoed vaak in schubjes opengebarsten > Sporenfiguur olijfbruin > Verspreiding in heel Europa algemeen
Hoed viltig
Sterk gelijkend is de onder dennen groeiende Denneneekhoorntjesbrood (B. pinophilus) met meer rode tinten en een fijnmaziger net op de steel. Net op steel tot aan basis doorlopend
Vlees bij doorsnijden wit, niet verkleurend
20
Bronskleurig eekhoorntjesbrood Boletus aereus (Boleten)
Hoed 10–25 cm juli–oktober Te vinden: in lichte loofbossen onder beuken en eiken, op matig zure (in het zuiden) tot basische bodem (noorden). > Poriën lang wit tot crèmekleurig > Sporenfiguur olijfbruin > Verspreiding in ZuidEuropa behoorlijk algemeen, noordelijk van de Alpen zeldzaam
Vlees bij doorsnijden wit, niet verkleurend
Deze warmteminnende soort aan te treffen in Midden-Europa is een gebeurtenis die indruk maakt. Hij groeit vaak samen met andere zeldzame soorten. De donkerbruine hoed en de bijna witte poriën gaven deze soort in Frankrijk de volksnaam ‘tête de nègre’, oftewel ‘negerhoofd’. Hoed leerachtig, omberbruin
In Frankrijk is het Bronskleurige eekhoorntjesbrood een van de meest geliefde marktpaddenstoelen, in Duitsland is deze soort beschermd, in Nederland staat deze op de Rode lijst als ernstig bedreigd. Net op steel zeer fijn op lichtbruine ondergrond
115.0 x 193.0 mm
Gewone heksenboleet Boletus erythropus (Boleten) Hoed 10–20 cm juni–oktober
Door de rode poriën en de sterk blauwe verkleuring vinden velen deze paddenstoel griezelig, vandaar de naam Heksenboleet. Het is een van de best smakende paddenstoelen en ook voor beginners gemakkelijk te herkennen. Het vlees is vaster dan van het Eekhoorntjesbrood, de blauwe verkleuring verdwijnt na koken weer.
Te vinden: in loof- en naaldbossen, vooral onder sparren of beuken, op zure bodem.
> Buisjes en poriën rood > Geur aangenaam paddenstoelachtig > Sporenfiguur olijfbruin > Verspreiding in heel Zelden komen er albinovormen voor, Europa algemeen, in het waarbij geen rode kleurstof gemaakt zuiden meestal wordt. Deze vormen zijn alleen verschil(sub-)montaan lend door de heldergele kleur.
Wist je dat? Zie je een gepukkelde steel in plaats van een steel met een net, dan kan deze soort met geen giftige boleet verward worden. Ook de fluweelachtige bruine hoed onderscheidt hem van alle andere soorten met rode poriën.
Vlees bij doorsnijden direct diep donkerblauw wordend
21 Steel basis met olijfgeel vilt
Steel met kleine rode puntjes
Hoed donkerbruin, wildleerachtig
115.0 x 193.0 mm
Netstelige heksenboleet Boletus luridus (Boleten)
Hoed 8–15(20) cm eind mei–oktober Te vinden: onder loofbomen in parken en tuinen, in loofbossen, zeer zeldzaam in naaldbos, kalkminnaar. > Buisjes en poriën rood > Steelbasis van binnen en buiten rabarberrood > Sporenfiguur olijfbruin > Verspreiding in heel Europa algemeen (noordelijk tot Midden-Zweden) > Dubbelganger Satansboleet
Samen met alcoholgebruik kan het eten van deze paddenstoel soms leiden tot onaangename symptomen als hartkloppingen, duizelingen en ademnood, zoals die ook bekend zijn van de Kale inktzwam (pag. 146). Wie deze overigens smaakvolle paddenstoel wil eten, dient hem goed te verhitten, en zekerheidshalve 72 uur voor en na de maaltijd geen alcohol drinken. Een glas bier kan deze symptomen al oproepen. Hoed olijfgeel tot -bruin, vaak met oranje tint aan de rand
Vlees direct diep donkerblauw wordend
Rode lijn tussen poriën en hoedvlees
22 Steel met grofmazig net
De rode buisjesonderlaag is een belangrijk kenmerk.
Pas op: giftig! De Satansboleet is gemakkelijk te onderscheiden door de lichtgrijze hoed, het fijnere net op de steel, de gele buisjeslaag en de typische onaangename geur.
115.0 x 193.0 mm
Satansboleet Boletus satanas (Boleten)
Hoed 10–25 cm juli–oktober
‘Het was een bange, huiveringwekkende nacht.’ Zo vat Dr. Harald Othmar Lenz de beschrijving van zijn vergiftiging met een tot 1830 nog onbekende paddenstoel samen. Hij gaf hem de naam Satansboleet. Was het de ervaring van de wetenschappers, het beeld van > een schedel die door de kale witte hoed wordt opgeroepen, of de aasgeur die oude vruchtlichamen verspreiden? Over de giftigheid > van de Satansboleet wordt veel gediscussieerd. Ook bij veel mensen > die de paddenstoel min of meer verdragen geeft de paddenstoel > meestal heftige maagdarmstoornissen. Daarom moet de paddenstoel als giftig worden beschouwd.
Wist je dat? Erop gelijkend zijn ook de Roodnetboleet (B. rhodoxanthus) met karmijnrood net en chroomgeel, alleen in de hoed blauw wordend vlees (li.) en de niet in Nederland voorkomende Boletus rubrosanguineus met een slankere steel en oud een wijnrode hoed (re.).
Te vinden: in loofbossen, parken en in bosschages, alleen op kalkbodem. Buisjes en poriën rood Geur jong naar luiers, oud aasachtig Sporenfiguur olijfbruin Verspreiding in het zuiden verspreid voorkomend, noordelijk van de Main zeldzaam Vlees bij doorsnijden matig blauw aanlopend
Steelvorm meestal uitgesproken buikig
23 Hoed dik kussenvormig, witachtig tot crèmegrijs
Steel van boven naar beneden oranje tot karmijnrood
115.0 x 193.0 mm
Pronksteelboleet Boletus calopus (Boleten)
Hoed 10–20 cm juli–oktober Te vinden: in bergnaaldbossen op zure bodem, zelden onder loofbomen op basische leembodem. > > > >
Buisjes en poriën geel Smaak bitter Sporenfiguur olijfbruin Verspreiding in het hoge deel van Midden-Europa verspreid, overigens zeldzaam tot afwezig > In Nederland ernstig bedreigd
Ook al is de Pronksteelboleet met zijn eekhoorntjesbroodachtig uiterlijk nog zo aanlokkelijk, hij is bitter en giftig! De opmerkzame verzamelaar zal deze soort niet bij vergissing meenemen, aangezien eetbare geelporige Boleten geen rode steel hebben met een net. De soort is achteruitgegaan en wordt als ernstig bedreigd beschouwd in Nederland. Hoed dik kussenvormig, steengrijs tot leerkleurig Steel bovenaan geel, onderaan rabarberrood
Vlees bij doorsnijden blauw aanlopend
24
Wortelende boleet Boletus radicans (Boleten) Hoed 10–25 cm juli–oktober Te vinden: in loofbossen, parken en in wegbermen, alleen op kalkbodem. > > > >
Buisjes en poriën geel Smaak bitter Sporenfiguur olijfbruin Verspreiding in Europa verspreid tot zeldzaam, noordelijk tot Midden-Zweden Vlees bij doorsnijden blauw wordend
Steelbasis wortelend
Deze relatief weinig bekende paddenstoel vertoont een verbazingwekkende aanpassing aan door mensen gecreëerde biotopen. Zo vind je hem intussen eerder in wegbermen met kalksteenslag dan in min of meer natuurlijk bos. Door zijn opvallende grootte wordt de soort vaak door wandelaars verzameld, die aan een maal hiervan overigens weinig genoegen beleven: de soort is niet alleen bitter maar ook licht giftig. Bleke boleet (B. fechtneri), vlees in hoed hemelsblauw, in steelbasis roodachtig verkleurend. Steel sleutelbloemgeel, met zeer fijn gelijkkleurig net Hoed dik kussenvormig, grijswit tot lederkleurig
115.0 x 193.0 mm
Geelnetboleet
Boletus appendiculatus (Boleten) Hoed 10–20 cm juli–oktober
Alles was bij het Eekhoorntjesbrood wit is, is bij de Geelnetboleet geel. Overigens lijkt deze soort er erg op en wordt ook wel het gele Eekhoorntjesbrood genoemd. Hij wordt in Nederland als ernstig bedreigd beschouwd. Hoed middel- tot kastanjebruin
Te vinden: in beukenen haagbeuken-eikenbossen, op neutrale tot basische bodem.
> Buisjes en poriën glanzend geel > Sporenfiguur olijfbruin > Verspreiding in Europa zeldzaam, noordelijk tot Midden-Zweden De verder hier sterk op lijkende Goudporieboleet (B. impolitus) heeft geen steelnet (loep!), maar een uitgesproken geur van geneesmiddelen (jodoform). Hij staat eveneens op de Rode Lijst, als bedreigd.
Steel bleekgeel, met zeer fijn, gelijkkleurig net
Vlees geelachtig, plaatselijk enigszins blauw verkleurend
Steelbasis wortelend
25
Koningsboleet Boletus regius (Boleten)
Hoed 10–20 cm juli–oktober
Deze ‘Koning van de Boleten’ is wellicht de mooiste boletensoort. De vondst van deze soort is zeker een van de hoogtepunten van een paddenstoelenexcursie. In Nederland is de soort vermoedelijk uitgestorven, in Duitsland is hij zeer zeldzaam. In Oost-Europa wordt hij echter op veel plaatsen ook nu nog verhandeld.
Te vinden: in beukenen haagbeuken-eikenbossen, op neutrale tot basische bodem. > Buisjes en poriën glanzend geel > Sporenfiguur olijfbruin > Verspreiding zeer zeldzaam in Zuid- en Midden-Europa
Hoed kers- tot bloedroze Steel glanzend geel, met fijn gelijkkleurig net
De niet in Nederland voorkomende Boleet B. fuscoroseus verkleurt blauw in het hoedvlees en heeft een enigszins doffere hoedkleur.
Vlees geel, niet verkleurend
Hoe duidelijk een beschrijving in een gids ook is, dit kan nooit opwegen tegen de ervaring die een paddenstoelenkenner in de loop der jaren heeft opgebouwd. Laat daarom zelf gedetermineerde paddenstoelen bij twijfel altijd nog een keer door een kenner op naam brengen. Bij twijfels over de eetbaarheid van een bepaalde soort: niet gebruiken! Over het algemeen geldt: paddenstoelen nooit rauw eten: ‘eetbaar’ betekent altijd dat een paddenstoel pas na bakken of koken gegeten kan worden.
Uitgever en auteur aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid voor foute determinaties door lezers van dit boek en voor eventuele individuele intoleranties. Wat te doen bij een (vermoedelijke) vergiftiging? Bij de eerste tekenen van een paddenstoelvergiftiging moet een arts, ziekenhuis, paddenstoeldeskundige of een antigifcentrum worden gewaarschuwd (zie blz. 15). Snelle actie is geboden!
Alle belangrijke kenmerken overzichtelijk in beeld! In deze handige veldgids vind je meer dan 450 soorten paddenstoelen die je in Europa kunt vinden. Elke soort wordt uitgebreid beschreven met informatie over vindplaats, leefwijze en specifieke kenmerken. Deze gids bevat: • • • • •
maar liefst 1264 heldere foto’s voor snelle herkenning, 692 duidelijke tekeningen voor aanvullende details, indicatie in woord en beeld waar je ze kunt vinden, opvallende symbolen of een soort al dan niet eetbaar is, met extra waarschuwingen als ze giftig zijn.
Welke paddenstoel is dat?
BELANGRIJK!
Welke paddenstoel is dat?
Eetbare soorten, die gegeten kunnen worden als ze minstens 15 minuten verhit zijn. Eet nooit rauwe paddenstoelen! Eetbare soorten na een bijzondere behandeling of met speciale voorschriften; volg de aanwijzingen in de tekst. Niet-eetbaar, ‘ongenietbaar’. Het gaat om paddenstoelen die niet giftig zijn, maar door hun smaak of structuur niet in aanmerking komen om gegeten te worden. Giftige soorten, paddenstoelen die ook na zorgvuldige behandeling gifstoffen afscheiden die vervelende reacties geven of zelfs dodelijk kunnen zijn. Veiligheid voor alles! Gebruik alleen paddenstoelen die je met absolute zekerheid kunt determineren en raadpleeg de meest recente literatuur over hun eetbaarheid. Bij de geringste twijfel: niet eten! In geval van vergiftigingsverschijnselen: zie pagina 15.
KOSMOS UITGEVERS UTRECHT ⁄ ANTWERPEN
GMINDER BÖHNING
Een complete gids in handig zakformaat, dus gemakkelijk mee te nemen.
ANWB Paddenstoelengids
45
Meer dan paddenstoelen uit Europa
WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL
Kosmos ANWB paddenstoelen cover 2e druk.indd 1
29-10-20 18:47