Met medewerking van deskundigen van Naturalis Biodiversity Center, EIS Kenniscentrum Insecten en Natuurpunt.
Veldgids voor Nederland en Vlaanderen
• Unieke veldgids in handzaam formaat, met een in-één-oogopslag overzicht als startpunt voor de determinatie. • Geïllustreerd met meer dan 140 prachtig gedetailleerde tekeningen van Richard Lewington. • Bevat ruim 100 kleurenfoto’s en bij elk van de 58 beschreven soorten een verspreidingskaartje. • De uitgebreide inleiding bevat uitleg over bouw en ecologie van lieveheersbeestjes, tips voor hulpmiddelen bij het zoeken naar lieveheersbeestjes, het doorgeven van waarnemingen en geschikte locaties om naar lieveheersbeestjes te zoeken. • De soortteksten geven alle benodigde informatie over uiterlijke kenmerken, mogelijke verwarring met andere soorten, hun voedsel en habitat, de aanbevolen zoekmethode, verspreiding, status en trend.
Lieveheersbeestjes
Unieke veldgids met 58 soorten lieveheersbeestjes die in Nederland en Vlaanderen te vinden zijn
Lieve heers Veldgids
beestjes
voor Nederland en Vlaanderen
Helen Roy en Peter Brown Illustraties: Richard Lewington WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL
Lieveheersbeestjes cover.indd 1
Nederlandse bewerking: Gerrian Tacoma-Krist
11-02-21 13:35
Veldgids
Lieveheersbeestjes van Nederland en Vlaanderen
HELEN ROY EN PETER BROWN GEÏLLUSTREERD DOOR RICHARD LEWINGTON VERTAALD EN BEWERKT DOOR GERRIAN TACOMA-KRIST
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 1
11-02-21 13:28
Opgedragen aan David, Katy, Ella, Clare, Cameron en Jodie. En ter herinnering aan Wendy Young, die Helens liefde voor de dierenwereld inspireerde en stimuleerde.
www.kosmosuitgevers.nl kosmos.uitgevers kosmosuitgevers Dit boek is een bewerking van Field Guide to the Ladybirds of Great Britain and Ireland ISBN 978 1 4729 3567 0), uitgegeven door Bloomsbury Publishing Plc, London/New York. Tekst © 2018 Helen Roy and Peter Brown Illustraties © 2018 Richard Lewington Verspreidingskaartjes © 2018 Colin Harrower De Nederlandse bewerking is gebaseerd op de Engelse editie van 2018, aangepast aan de Nederlandse situatie in samenwerking met Bloomsbury Publishing Plc en voorzien van extra tekeningen door Richard Lewington. EIS Kenniscentrum Insecten en Naturalis Biodiversity Center hebben bijgedragen aan het tot stand komen van deze uitgave. Voor de Nederlandstalige uitgave geldt © 2021 Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen Vertaling en bewerking Gerrian Tacoma-Krist Verspreidingskaartjes © 2021 Gerrian TacomaKrist Foto’s zie verantwoording p. 174 Vormgeving en opmaak Jan Johan ter Poorten, www.aperta.nl Redactie Madeleine Gimpel & Sander Macquoy Kosmos Uitgevers vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 2
van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid. ISBN 978 90 215 7777 7 ISBN e-book 978 90 215 7778 4 NUR 432 Alle rechten voorbehouden / All rights reserved Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, online-publicatie of op welke andere wijze en/of door welk ander medium ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Deze uitgave is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Noch de maker, noch de uitgever kan echter aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade als gevolg van eventuele onjuistheden en/of onvolledigheden in deze uitgave. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced or transmitted in any form or by any means, electronic or mechanical, including photocopying, recording, or any information stor age or retrieval system, without prior permission in writing from the publishers. No responsibility for loss caused to any individual or organisation acting on or refraining from action as a result of the material in this publication can be accepted by Bloomsbury or the author. De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten van derden zo goed mogelijk te regelen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de uitgever wenden.
11-02-21 13:28
Inhoud Voorwoord 4 Dankwoord 6 Inleiding 7 Diversiteit van lieveheersbeestjes 7 Karakteristieke kenmerken 11 Levenscyclus 15 Lieveheersbeestjes bestuderen en waarnemingen doorgeven 30 Habitats 36 Interessante gebieden 42 Gebruik van deze veldgids 50 In-één-oogopslag gids 56 Opvallende lieveheersbeestjes 64 Heidelieveheersbeestje 64 Niervleklieveheersbeestje 66 Zwart lieveheersbeestje 68 Viervleklieveheersbeestje 70 Behaard lieveheersbeestje 72 Tweestippelig lieveheersbeestje 74 Zwartstreeplieveheersbeestje 76 Tienstippelig lieveheersbeestje 78 Oogvleklieveheersbeestje 80 Negentienstippelig lieveheersbeestje 82 Bruin lieveheersbeestje 84 Tienvleklieveheersbeestje 86 Roomvleklieveheersbeestje 88 Zwervend lieveheersbeestje 90 Hiëroglyfenlieveheersbeestje 92 Bosmierlieveheersbeestje 94 Vijfstippelig lieveheersbeestje 96 Zevenstippelig lieveheersbeestje 98 Elfstippelig lieveheersbeestje 100 Veertienvleklieveheersbeestje 102 Meeldauwlieveheersbeestje 104 Aziatisch lieveheersbeestje 106 Harlekijnlieveheersbeestje 109 Veenlieveheersbeestje 112 Dertienstippelig lieveheersbeestje 114 Ruigtelieveheersbeestje 116 Achttienvleklieveheersbeestje 118 Gestreept lieveheersbeestje 120 Vloeivleklieveheersbeestje 122 Ongevlekt lieveheersbeestje 124
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 3
Schaakbordlieveheersbeestje 126 Citroenlieveheersbeestje 128 Twintigvleklieveheersbeestje 130 Zestienstippelig lieveheersbeestje 132 Twaalfvleklieveheersbeestje 134 Ongevleugeld lieveheersbeestje 136 Heggenranklieveheersbeestje 138 Vierentwintigstippelig lieveheersbeestje 140 Onopvallende lieveheersbeestjes 142 Ongevlekt rietkapoentje 142 Gevlekt rietkapoentje 143 Struweelnepkapoentje 144 Graslandnepkapoentje 145 Rhyzobius lophanthae 146 Boogvlekkapoentje 147 Schijnvlekglanskapoentje 148 Watermerkkapoentje 149 Viervlekkapoentje 150 Moeraskapoentje 151 Roodrandkapoentje 152 Scymnus femoralis 153 Conisch kapoentje 154 Bloedpuntkapoentje 155 Driehoekkapoentje 156 Gerand kapoentje 157 Groot zwart kapoentje 158 Gemaskeerd kapoentje 159 Dennenkapoentje 160 Spintetend puntkapoentje 161 Gelijkende soorten 162 Andere insecten 162 Lieveheersbeestjes 163 Mogelijke nieuwe soorten Informatiebronnen Woordenlijst Plantennamen Dierennamen
168 169 170 172 173
Verantwoording foto’s 174 Dankwoord bij de NederlandsVlaamse uitgave 174 Index 175
11-02-21 13:28
Inleiding Het actief worden van overwinterende insecten is een duidelijk teken dat de lente er aan komt. Het is een leuk gezicht om groepen zevenstippelige lieveheersbeestjes, die uit bladstrooisel tevoorschijn zijn gekomen, te zien zonnebaden in de warme lentezon. Op koude dagen lijken ze weer te verdwijnen, maar in de loop van maart en april laten ze zich wel weer af en toe zien. De felle kleuren en opvallende stippenpatronen van lieveheersbeestjes vormen ongetwijfeld de belangrijkste reden voor de populariteit van deze insectengroep bij zoveel mensen. Het opvallende uiterlijk dient als waarschuwing om aan predatoren te laten weten dat lieveheersbeestjes enigszins giftig zijn en bitter smaken. Er zijn echter ook lieveheersbeestjes, de zogenaamde onopvallende soorten, die helemaal niet fel gekleurd zijn. Ook met deze verborgen schatten willen we u laten kennismaken in deze veldgids. De verscheidenheid aan leefwijzen en gedrag bij de verschillende soorten draagt bij aan hun aantrekkingskracht. Sommige zijn predatoren en voeden zich, tot grote vreugde van tuinders en boeren, met plaaginsecten. Andere eten planten en er zijn ook soorten die grazen op meeldauw, een schimmel die voorkomt op planten. Er valt echter nog veel te ontdekken. We hopen dat deze gids u niet alleen zal helpen om zelf meer aan de weet te komen over lieveheersbeestjes, maar ook dat u door het doorgeven van waarnemingen bij wilt dragen aan de vergroting van de kennis over deze ogenschijnlijk bekende kevers. Zoals bij zoveel andere insectensoorten verschuift de verspreiding van lieveheersbeestjes als reactie op klimaatverandering. Informatie over wáár lieveheersbeestjes zijn waargenomen helpt de onderzoekers bij het ontrafelen van de ecologie van deze populaire soortgroep. Diversiteit van lieveheersbeestjes Lieveheersbeestjes zijn kevers (insectenorde Coleoptera) en vormen een eigen familie, de Coccinellidae. Wereldwijd zijn er ongeveer 6000 soorten, waarmee het een middelgrote keverfamilie is. De familie Coccinellidae is onderverdeeld in 360 genera, waarvan er 45 in Europa voorkomen en 26 in Groot-Brittannië. Van de ongeveer 260 Europese soorten worden er 47 als gevestigd op de Britse eilanden beschouwd. Groot-Brittannië en Ierland hebben over het algemeen een relatief laag aantal insectensoorten in vergelijking met andere Europese regio’s vanwege hun scheiding van het vasteland van Europa en het koelere klimaat. Zo tellen Nederland en Vlaanderen beide rond de 65 soorten. Voor de Nederlands-Vlaamse versie zijn dan ook aanvullende soortteksten geschreven. Dit is alleen gebeurd voor de grotere soorten, die in deze gids de opvallende lieveheersbeestjes worden genoemd. De onopvallende lieveheersbeestjes (Scymninae en Coccidulinae) worden minder vaak gevonden dan de opvallende soorten en zijn bovendien erg lastig te determineren. Daarom is er voor gekozen om de onopvallende lieveheersbeestjes die niet in het Verenigd Koninkrijk voorkomen weg te laten uit de Nederlands-Vlaamse uitgave. Deze soorten zijn in de tabel op de pagina’s 8-10 grijs gemarkeerd. Voor de soortentabel is de indeling volgens het Nederlands Soortenregister gebruikt. Deze gaat uit van vijf subfamilies: Coccidulinae, Scymninae, Chilocorinae, Coccinellinae en Epilachninae. Binnen de subfamilies staan Zevenstippelige lieveheersbeestjes die tevoorschijn komen de soorten op alfabetische volgorde van hun uit hun overwinteringslocatie, samen met één Aziatisch wetenschappelijke naam. lieveheersbeestje
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 7
7
11-02-21 13:28
INLEIDING
Lieveheersbeestjes (Coccinellidae) in Nederland en Vlaanderen Subfamilie
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Status in Nederland
Status in Vlaanderen
Coccidula rufa (Herbst, 1783)
ongevlekt rietkapoentje
vrij algemeen
vrij zeldzaam
Coccidula scutellata (Herbst, 1783)
gevlekt rietkapoentje
vrij zeldzaam
vrij zeldzaam
Rhyzobius chrysomeloides (Herbst, 1792)
struweelnepkapoentje
vrij algemeen
vrij algemeen
onbekend
zeldzaam
vrij algemeen
vrij algemeen
zeer zeldzaam
zeer zeldzaam
onopvallende soorten COCCIDULINAE Mulsant, 1846
Rhyzobius forestieri (Mulsant, 1853) Rhyzobius litura (Fabricius, 1787)
graslandnepkapoentje
Rhyzobius lophanthae (Blaisdell, 1892)
SCYMNINAE Mulsant, 1846
8
Cryptolaemus montrouzieri Mulsant, 1853
Australisch wolluislieveheersbeestje
onbekend
zeer zeldzaam
Clitostethus arcuatus (Rossi, 1794)
boogvlekkapoentje
zeldzaam
zeldzaam
Hyperaspis campestris (Herbst, 1783)
bosbesglanskapoentje
vrij zeldzaam
vrij zeldzaam
Hyperaspis chevrolati Canepari, 1985
Chevrolat’s glanskapoentje
zeer zeldzaam
zeer zeldzaam
Hyperaspis pseudopustulata Mulsant, 1853
schijnvlekglanskapoentje
zeer zeldzaam
afwezig
Hyperaspis reppensis (Herbst, 1783)
variabel glanskapoentje
onbekend
afwezig
Nephus bipunctatus (Kugelann, 1794)
tweestippelig kapoentje
zeldzaam
zeldzaam
Nephus bisignatus (Boheman, 1850)
watermerkkapoentje
onbekend
onbekend
Nephus limonii (Donisthorpe, 1903)
lamsoorkapoentje
onbekend
onbekend
Nephus quadrimaculatus (Herbst, 1783)
viervlekkapoentje
vrij algemeen
vrij zeldzaam
Nephus redtenbacheri (Mulsant, 1846)
moeraskapoentje
zeer zeldzaam
zeer zeldzaam
Scymnus abietis (Paykull, 1798)
sparrenkapoentje
vrij zeldzaam
vrij zeldzaam
Scymnus apetzi Mulsant, 1846
breed kapoentje
onbekend
onbekend
Scymnus ater Kugelann, 1794
klein zwart kapoentje
zeer zeldzaam
onbekend
Scymnus auritus Thunberg, 1795
roodrandkapoentje
vrij zeldzaam
vrij zeldzaam
onbekend
onbekend
Scymnus femoralis (Gyllenhal, 1827)
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 8
11-02-21 13:28
INLEIDING
Scymnus ferrugatus (Moll, 1785)
roestpuntkapoentje
onbekend
onbekend
Scymnus frontalis (Fabricius, 1787)
conisch kapoentje
onbekend
onbekend
Scymnus haemorrhoidalis Herbst, 1797
bloedpuntkapoentje
vrij zeldzaam
vrij zeldzaam
Scymnus interruptus (Goeze, 1777)
driehoekkapoentje
vrij algemeen
vrij algemeen
Scymnus limbatus Stephens, 1832
gerand kapoentje
zeer zeldzaam
zeer zeldzaam
Scymnus nigrinus Kugelann, 1794
groot zwart kapoentje
vrij algemeen
vrij algemeen
Scymnus rubromaculatus (Goeze,1777)
roodkopkapoentje
vrij algemeen
vrij algemeen
Scymnus schmidti Fürsch, 1958
gemaskeerd kapoentje
onbekend
onbekend
onbekend
afwezig
Scymnus suffrianioides Fürsch, 1958 Scymnus suturalis Thunberg, 1795
dennenkapoentje
vrij algemeen
vrij zeldzaam
Stethorus pusillus (Herbst, 1797)
spintetend puntkapoentje
vrij algemeen
vrij zeldzaam
Chilocorus bipustulatus (Linnaeus, 1758)
heidelieveheersbeestje
algemeen
algemeen
Chilocorus renipustulatus (Scriba, 1791)
niervleklieveheersbeestje
algemeen
algemeen
Exochomus nigromaculatus (Goeze, 1777)
zwart lieveheersbeestje
vrij zeldzaam
vrij zeldzaam
Exochomus quadripustulatus (Linnaeus, 1758)
viervleklieveheersbeestje
zeer algemeen
zeer algemeen
Platynaspis luteorubra (Goeze, 1777)
behaard lieveheersbeestje
vrij algemeen
vrij algemeen
Adalia bipunctata (Linnaeus, 1758)
tweestippelig lieveheersbeestje
algemeen
algemeen
Adalia conglomerata (Linnaeus, 1758)
zwartstreeplieveheersbeestje
zeer zeldzaam
afwezig
Adalia decempunctata (Linnaeus, 1758)
tienstippelig lieveheersbeestje
algemeen
algemeen
Anatis ocellata (Linnaeus, 1758)
oogvleklieveheersbeestje
vrij algemeen
algemeen
Anisosticta novemdecimpunctata (Linnaeus, 1758)
negentienstippelig lieveheersbeestje
algemeen
algemeen
Aphidecta obliterata (Linnaeus, 1758)
bruin lieveheersbeestje
vrij algemeen
vrij algemeen
Calvia decemguttata (Linnaeus, 1767)
tienvleklieveheersbeestje
algemeen
algemeen
Calvia quatuordecimguttata (Linnaeus, 1758)
roomvleklieveheersbeestje
zeer algemeen
zeer algemeen
opvallende soorten CHILOCORINAE Mulsant, 1846
COCCINELLINAE Latreille, 1807
9
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 9
11-02-21 13:28
INLEIDING
EPILACHNINAE Mulsant, 1846
10
Ceratomegilla undecimnotata (D.H. Schneider, 1792)
zwervend lieveheersbeestje
zeer zeldzaam
afwezig
Coccinella hieroglyphica Linnaeus, 1758
hiëroglyfenlieveheersbeestje
zeldzaam
zeldzaam
Coccinella magnifica Redtenbacher, 1843
bosmierlieveheersbeestje
vrij zeldzaam
vrij zeldzaam
Coccinella quinquepunctata Linnaeus, 1758
vijfstippelig lieveheersbeestje
algemeen
algemeen
Coccinella septempunctata Linnaeus, 1758
zevenstippelig lieveheersbeestje
zeer algemeen
zeer algemeen
Coccinella undecimpunctata Linnaeus, 1758
elfstippelig lieveheersbeestje
algemeen
algemeen
Coccinula quatuordecimpustulata (Linnaeus, 1758)
veertienvleklieveheersbeestje
zeldzaam
vrij zeldzaam
Halyzia sedecimguttata (Linnaeus, 1758)
meeldauwlieveheersbeestje
zeer algemeen
zeer algemeen
Harmonia axyridis (Pallas, 1773)
Aziatisch lieveheersbeestje
zeer algemeen
zeer algemeen
Harmonia quadripunctata (Pontoppidan, 1763)
harlekijnlieveheersbeestje
vrij algemeen
algemeen
Hippodamia septemmaculata (De Geer, 1755)
veenlieveheersbeestje
verdwenen
verdwenen
Hippodamia tredecimpunctata (Linnaeus, 1758)
dertienstippelig lieveheersbeestje
vrij algemeen
vrij algemeen
Hippodamia variegata (Goeze, 1777)
ruigtelieveheersbeestje
zeer algemeen
zeer algemeen
Myrrha octodecimguttata (Linnaeus, 1758)
achttienvleklieveheersbeestje
vrij algemeen
algemeen
Myzia oblongoguttata (Linnaeus, 1758)
gestreept lieveheersbeestje
vrij algemeen
vrij algemeen
Oenopia conglobata (Linnaeus, 1758)
vloeivleklieveheersbeestje
algemeen
algemeen
Oenopia impustulata (Linnaeus, 1767)
ongevlekt lieveheersbeestje
zeldzaam
zeer zeldzaam
Propylea quatuordecimpunctata (Linnaeus, 1758)
schaakbordlieveheersbeestje
zeer algemeen
zeer algemeen
Psyllobora vigintiduopunctata (Linnaeus, 1758)
citroenlieveheersbeestje
zeer algemeen
zeer algemeen
Sospita vigintiguttata (Linnaeus, 1758)
twintigvleklieveheersbeestje
zeldzaam
afwezig
Tytthaspis sedecimpunctata (Linnaeus, 1761)
zestienstippelig lieveheersbeestje
algemeen
algemeen
Vibidia duodecimguttata (Poda, 1761)
twaalfvleklieveheersbeestje
zeer zeldzaam
vrij zeldzaam
Cynegetis impunctata (Linnaeus, 1767)
ongevleugeld lieveheersbeestje
zeldzaam
vrij zeldzaam
Henosepilachna argus (Geoffroy, 1762)
heggenranklieveheersbeestje
vrij zeldzaam
vrij zeldzaam
Subcoccinella vigintiquatuorpunctata (Linnaeus, 1758)
vierentwintigstippelig lieveheersbeestje
vrij zeldzaam
vrij zeldzaam
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 10
11-02-21 13:28
INLEIDING
Twee van de onopvallende soorten: het gevlekt rietkapoentje (links) en het boogvlekkapoentje (rechts)
Opmerkingen bij de tabel: wetenschappelijke namen van soorten bestaan uit twee delen, de genusnaam en de soortaanduiding. De wetenschappelijke naam wordt cursief geschreven en de achternaam van de persoon die de soort oorspronkelijk heeft beschreven en gepubliceerd onder een bepaalde wetenschappelijke naam (de auteur) wordt toegevoegd. Het jaar waarin de soort beschreven is, staat gewoonlijk na de auteursnaam. Als na de oorspronkelijke beschrijving de genusnaam verandert, komen auteursnaam en jaartal tussen haakjes te staan. In het verleden werden voor sommige geslachten en soorten andere wetenschappelijke namen gebruikt, zoals: Epilachna (= Henosepilachna), Adonia (= Hippodamia), Micraspis (= Tytthaspis), Neomysia (= Myzia), Thea (= Psyllobora), Synharmonia (= Oenopia) en Coccinella distincta (= C. magnifica). In de aanloop naar het ‘Lieveheersbeestjesproject’, dat in 2015 en 2016 in Nederland werd gehouden, zijn alle destijds gangbare Nederlandse soortnamen onder de loep genomen en gedeeltelijk aangepast. In deze veldgids staan de Nederlandse namen die voor het lieveheers beestjesproject zijn ingevoerd. Soorten van de Scymninae die niet in het Verenigd Koninkrijk voorkomen en daarom niet in de Engelse uitgave van de veldgids staan, zijn niet opgenomen in de soortbesprekingen in de Nederlands-Vlaamse editie. Daarnaast ontbreken Rhyzobius forestieri en Cryptolaemus mon trouzieri. Deze soorten zijn wel waargenomen in het Verenigd Koninkrijk, maar worden niet behandeld in de Engelse uitgave van de veldgids. De niet opgenomen soorten zijn in de tabel grijs gemarkeerd. Karakteristieke kenmerken Volwassen lieveheersbeestjes zijn kleine tot middelgrote kevers (1,3 - 10 mm lang). Mannelijke en vrouwelijke volwassen lieveheersbeestjes lijken op elkaar, hoewel mannetjes vaak kleiner zijn dan vrouwtjes. De kevers zijn ovaal, langwerpig ovaal of bijna cirkelrond van vorm met een bolle bovenkant en een platte onderkant. Op de kop staan grote samengestelde ogen en relatief korte antennen. De antennen worden naar het uiteinde toe geleidelijk dikker met een driedelige eindknots, die echter nooit knopvormig is zoals bij sommige andere keverfamilies. De antennen zijn meestal elfledig, maar kunnen ook slechts zeven segmenten hebben. De monddelen zijn opgebouwd uit een paar grote sterke bovenkaken (mandibels), een paar vierledige kaaktasters (maxillaire palpen) waarvan het laatste segment hakbijlvormig is, een onderlip (labium) met drieledige labiale palpen en een bovenlip (labrum). Met behulp van de maxillaire en labiale palpen kan het lieveheersbeestje het voedsel onderzoeken en proeven alvorens het op te eten. Achter de kop zit het halsschild (pronotum), dat het eerste segment van het borststuk (thorax) bedekt. Het patroon op het halsschild is bij veel soorten een belangrijk kenmerk voor de determinatie.
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 11
11
11-02-21 13:28
INLEIDING
b
a
c
d
e
a. Een soort van de Coccidulinae: het ongevlekt rietkapoentje; b. een soort van de Scymninae: het dennenkapoentje; c. een soort van de Chilocorinae: het niervleklieveheersbeestje; d. een soort van de Coccinellinae: het tweestippelig lieveheersbeestje; e. een soort van de Epilachninae: het heggenranklieveheersbeestje
12
Het halsschild is altijd breder dan lang en van voren min of meer uitgerand. De kop kan gedeeltelijk teruggetrokken worden onder het halsschild. Lieveheersbeestjes hebben korte poten, die ze kunnen terugtrekken onder het lichaam. De tarsi (voeten) hebben twee klauwen en zijn meestal vierledig, maar het is erg moeilijk om het derde lid te zien en dus lijken de tarsi drieledig. Soorten van het geslacht Nephus hebben geen vier, maar slechts drie leden. Het achterlijf (abdomen) bestaat uit tien segmenten, maar van onderaf zijn er slechts vijf, zes of zeven zichtbaar. Aan de onderkant van het eerste zichtbare achterlijfsegment loopt aan weerszijden van het midden een dunne, gebogen, iets verheven lijn, de dijlijn. De dekschilden (elytra) bedekken de bovenkant van het achterlijf. In rust zitten de vliezige vleugels opgevouwen tussen de dekschilden en het achterlijf. Sommige soorten vertonen veel variatie in het kleurpatroon op de dekschilden. Dit zogenaamde polymorfisme kan voor veel verwarring zorgen bij de determinatie, doordat individuen binnen dezelfde soort er heel verschillend uit kunnen zien.
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 12
11-02-21 13:28
INLEIDING
knotsvormige antenne frons
kaaktaster
samengesteld oog
halsschild schildje poot
tarsale klauw dekschild
tarsus
naad
femur
tibia
metatarsus
kop prothorax mesothorax metathorax 1e achterlijfsegment laterate borstel dorsolaterate borstel kop
kaaktaster
dorsale borstel
prosternum mesosternum
8e achterlijfsegment 9e achterlijfsegment
prosternale kiel
epipleuron
1e achterlijfsegment femur
dijlijn
tibia
laterale carina achterlijf
tarsus tarsale klauw 6e achterlijfsegment
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 13
13
11-02-21 13:28
INLEIDING
Overzicht van enkele belangrijke kenmerken van de genera
14
Genus
Formaat
Vorm
Coccidula
Klein
Rhyzobius
Klein
Clitostethus
Behaard?
Hoofdvoedsel
Langwerpig, licht gewelfd Lang
Ja
Bladluizen
Langwerpig, matig gewelfd
Lang
Ja
Bladluizen
Zeer klein
Ovaal, sterk gewelfd
Lang
Ja
Witte vlieg
Hyperaspis
Klein tot middelgroot
Ovaal, sterk gewelfd
Kort
Nee
Wol- en bladluizen
Nephus
Zeer klein
Ovaal, matig gewelfd
Kort
Ja
Wol- en bladluizen
Scymnus
Zeer klein tot klein
Ovaal, gewelfd
Middelmatig
Ja
Blad- en schildluizen
Stethorus
Zeer klein
Ovaal, matig gewelfd
Kort
Ja
Mijten
Chilocorus
Middelgroot
Rond, sterk gewelfd
Kort
Nee
Schildluizen
Exochomus
Middelgroot
Breed ovaal, licht gewelfd Kort
Nee
Schildluizen
Platynaspis
Klein
Ovaal, licht gewelfd
Kort
Ja
Bladluizen
Adalia
Middelgroot
Ovaal, licht tot matig gewelfd
Middelmatig
Nee
Bladluizen
Anatis
Groot
Ovaal, licht gewelfd
Lang
Nee
Bladluizen
Anisosticta
Middelgroot
Langwerpig, afgeplat
Middelmatig
Nee
Bladluizen
Aphidecta
Middelgroot
Langwerpig ovaal, licht gewelfd
Lang
Nee
Bladluizen
Calvia
Middelgroot tot groot
Ovaal, gewelfd
Middelmatig
Nee
Bladluizen
Ceratomegilla
Groot
Ovaal, matig gewelfd
Lang
Nee
Bladluizen
Coccinella
Middelgroot tot groot
Ovaal tot breed ovaal, matig tot sterk gewelfd
Middelmatig
Nee
Bladluizen
Coccinula
Middelgroot
Ovaal, sterk gewelfd
Middelmatig
Nee
Bladluizen
Halyzia
Groot
Ovaal, licht gewelfd
Lang
Nee
Meeldauw
Harmonia
Groot
Ovaal, licht tot sterk gewelfd
Middelmatig
Nee
Bladluizen
Hippodamia
Middelgroot tot groot
Langwerpig, licht gewelfd
Lang
Nee
Bladluizen
Myrrha
Middelgroot
Ovaal, licht gewelfd
Lang
Nee
Bladluizen
Myzia
Groot
Ovaal, matig gewelfd
Lang
Nee
Bladluizen
Oenopia
Middelgroot
Ovaal, licht gewelfd
Middelmatig
Nee
Bladluizen
Propylea
Middelgroot
Ovaal, matig gewelfd
Middelmatig
Nee
Bladluizen
Psyllobora
Middelgroot
Ovaal, matig gewelfd
Lang
Nee
Meeldauw
Sospita
Groot
Breed ovaal, licht gewelfd Middelmatig
Nee
Bladluizen
Tytthaspis
Klein
Ovaal, sterk gewelfd
Middelmatig
Nee
Meeldauw
Vibidia
Middelgroot
Ovaal, matig gewelfd
Middelmatig
Nee
Meeldauw
Cynegetis
Middelgroot
Ovaal, sterk gewelfd
Middelmatig
Ja
Planten
Henosepilachna
Groot
Ovaal, gewelfd
Lang
Ja
Planten
Subcoccinella
Middelgroot
Ovaal, sterk gewelfd
Middelmatig
Ja
Planten
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 14
Antennen
11-02-21 13:28
INLEIDING
Soorten lieveheersbeestjesantennen
lang (bijvoorbeeld Rhyzobius)
middelmatig (bijvoorbeeld Coccinella)
kort (bijvoorbeeld Chilocorus)
Levenscyclus Lieveheersbeestjes zijn insecten met een volledige metamorfose: ze zijn holometabool. Dit geldt ook voor andere kevers (Coleoptera) en voor een aantal andere insectengroepen zoals vlinders (Lepidoptera) en vliegen (Diptera). Deze insecten hebben jongen (larven) die totaal niet lijken op de volwassen dieren, imago’s genoemd. Andere insectengroepen, zoals sprinkhanen en krekels (Orthoptera), libellen (Odonata) en snavelinsecten (Hemiptera), hebben een onvolledige metamorfose (hemimetabool). Deze groepen hebben jongen (nimfen) die er uitzien als miniatuurversies van het volwassen insect (maar dan zonder vleugels). Alleen de holometabole insecten, zoals lieveheersbeestjes, hebben een popstadium waarin de volgroeide larve verpopt en omgevormd wordt naar de volwassen vorm. Alle lieveheersbeestjes doorlopen dus vier ontwikkelingsstadia: ei, larve, pop en imago. De levenscyclus van veel opvallende lieveheersbeestjes is goed onderzocht, maar over de ontwikkeling van onopvallende lieveheersbeestjes is veel minder bekend. De duur van de levenscyclus is temperatuurafhankelijk, waarbij bladluis-etende soorten zich meestal veel sneller ontwikkelen dan schildluis-etende soorten. Die laatste soorten lijken zich op hun beurt sneller te ontwikkelen dan de soorten die meeldauw of planten eten. Ze hebben allemaal min of meer vergelijkbare levenscycli, maar er zijn ook verschillen tussen soorten. Die variatie is een van de aspecten die het bestuderen van deze kevers zo interessant maakt. Hier volgt een beschrijving van de algemene levenscyclus van lieveheersbeestjes, met het accent op de entomofage opvallende lieveheersbeestjes.
Stadia van het zevenstippelig lieveheersbeestje: ei, larve, pop, imago
15
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 15
11-02-21 13:29
INLEIDING
EIEREN De meeste soorten lieveheersbeestjes leggen in het voorjaar kleine, gladde, geeloranje, langwerpig ovale eieren (en de soorten die meer dan één generatie per jaar hebben, doen dat later in de zomer nogmaals). Afhankelijk van de temperatuur hebben de eieren ongeveer 4-5 dagen nodig om uit te komen. In tegenstelling tot vlindereieren zien de eieren van de meeste soorten lieveheersbeestjes er ongeveer hetzelfde uit, waardoor het meestal niet mogelijk is om de soort aan de hand van het ei te determineren. De eieren van sommige lieveheersbeestjes zijn echter duidelijk anders: de Chilocorinae leggen bijvoorbeeld eieren die minder langwerpig zijn dan die van de Coccinellinae, en de eieren van sommige Scymninae hebben een kort draadachtig uitsteeksel. De eieren worden gewoonlijk rechtop gelegd, alleen de Chilocorinae en Scymninae hebben de neiging om eieren op hun zijkant te leggen. Lieveheersbeestjes leggen hun eieren meestal in dichte geordende clusters. Hierdoor zijn ze te onderscheiden van die van de Chrysomelidae (bladkevers) die (op hun zijkant liggende) eieren in vrij rommelige groepen leggen. Lieveheersbeestjes leggen eieren in groepen van 1–100. Het tweestippelig lieveheersbeestje legt bijvoorbeeld meestal clusters van 10–20 eieren en kan gedurende haar leven meer dan 1500 eieren leggen. Clusters van eieren van het Aziatisch lieveheersbeestje zijn vaak vrij groot, ongeveer 20-50 eieren. Zowel de kwaliteit als de kwantiteit van het door het vrouwtje gegeten voedsel heeft invloed op het aantal gelegde eieren en de grootte van de larven die uit de eieren komen. Het vrouwtje kiest de plek om haar eitjes te leggen zorgvuldig uit. Voor entomofage soorten is dit vaak de onderkant van een blad of stengel aangetast door bladluizen of schildluizen. Ze zal haar eieren alleen leggen in de buurt van prooien die geschikt zijn als voedsel voor haar nakomelingen. Daarom mijdt ze plekken met veel honingdauw (de plakkerige uitscheiding van bladluizen) of vervellingshuidjes van de prooi, want de aanwezigheid daarvan kan betekenen dat een bladluiskolonie op het punt staat in te storten. Het vrouwelijke lieveheersbeestje kan ook de aanwezigheid van andere lieveheersbeestjeslarven detecteren, door chemische stoffen die ze achterlaten als ‘voetafdruk’. Deze larven vormen een gevaar, omdat ze mogelijk de eieren of uitkomende larven van het lieveheersbeestje zullen opeten. Het duurt ongeveer vijf dagen voordat de eieren uitkomen. De pas geboren larven zijn zeer kannibalistisch; een larve die zich voedt met een later geboren broer of zus heeft meer kans om te overleven dan eentje die snel na het uitkomen een prooi moet vangen.
16
Ei-leggend ruigtelieveheersbeestje
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 16
Een kenmerkend cluster van gele, ovale lieveheersbeestjeseitjes
11-02-21 13:29
INLEIDING
Vervellende larve van het Aziatisch lieveheersbeestje
Eieren van lieveheersbeestjes hebben in vergelijking met die van andere kevers een relatief sterke buitenschaal (chorion). Dit is nodig omdat eieren vaak op onbeschutte plekken worden gelegd. De schaal bevat een waslaag en de eieren bevatten chemische stoffen, die ze in meer of mindere mate beschermen tegen predatie. Vooral de eieren van het roomvleklieveheersbeestje worden hierdoor goed beschermd. De chemische stoffen in de eieren maken ze onsmakelijk voor andere soorten, zoals het Aziatisch lieveheersbeestje. LARVEN Bij het uitkomen zijn larven klein, maar ze groeien snel en vervellen vóór het verpoppen vier keer. Lieveheersbeestjeslarven hebben meestal dezelfde voedselvoorkeur als imago’s van dezelfde soort en gedurende hun vier larvestadia zijn het gulzige eters. Een larve van het vierde stadium eet evenveel bladluizen als een volwassen lieveheersbeestje (tot 80 bladluizen per dag). De larvale ontwikkeling duurt meerdere weken. In juni zijn er gewoonlijk veel larven en weinig imago’s te vinden, omdat de imago’s die overwinterd hebben na de voortplanting sterven. Jonge (eerste en tweede stadium) larven zijn erg klein en vrijwel niet tot op soort te determineren, maar met behulp van een loep vaak wel tot op genus of subfamilie. Larven van het derde en vierde stadium zijn vrij gemakkelijk tot op soort te determineren, behalve die van het tweestippelig en tienstippelig lieveheersbeestje, die zeer lastig van elkaar te onderscheiden zijn. De grootte van de larve kan variëren afhankelijk van temperatuur, leeftijd en voeding. Een pas vervelde larve is vaak zacht en bleek van kleur. Het lichaam wordt donkerder als het exoskelet uithardt, maar door het eten en daardoor groeien van de larve wordt de nieuwe huid uitgerekt en wordt de larve weer lichter.15 POP Net voor de verpopping hecht de larve zich aan een oppervlak met behulp van een structuur aan het einde van het achterlijf, de anale cremaster genaamd. Het substraat is vaak een blad of ander deel van de plant, maar sommige lieveheersbeestjes verpoppen op harde oppervlakken zoals muren. De larve kromt het lichaam steeds meer en wordt nu prepop genoemd. Na één tot drie dagen barst de larvehuid open en komt de pop tevoorschijn. Bij de Coccinellinae wordt de larvehuid volledig afgestroopt en ligt dan als een soort afgezakte sok aan de basis van de pop. Bij de Chilocorinae scheurt de laatste larvehuid op de rug open en vormt een omhulsel waarbinnen de pop ligt. Bij de Scymninae en Epilachninae wordt de larvehuid niet helemaal afgestroopt, maar blijft ergens halverwege steken, zodat een deel van de pop door de larvehuid bedekt blijft. Sommige poppen zijn vrij kenmerkend en daardoor goed tot op soort te determineren, vooral die van de opvallende lieveheersbeestjes. De kleur en uitsteeksels van de poppen helpen allemaal bij de determinatie, en de restanten van larvehuid (de exuvia) kunnen soms ook worden gebruikt. Dit is vooral het geval bij de Epilachninae en soorten van het genus Harmonia, doordat hun larven
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 17
17
11-02-21 13:29
INLEIDING
Typische pop van de Chilocorinae: het viervleklieveheersbeestje
Typische pop van de Coccinellinae: het zevenstippelig lieveheersbeestje
18
Typische pop van de Epilachninae: het vierentwintigstippelig lieveheersbeestje
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 18
11-02-21 13:29
INLEIDING
Zevenstippelig lieveheersbeestje foeragerend op bladluizen
Citroenlieveheersbeestje foeragerend op meedauw
Vierentwintigstippelig lieveheersbeestje foeragerend op een plant
Lieveheersbeestjes opmaak.indd 23
23
11-02-21 13:29
Met medewerking van deskundigen van Naturalis Biodiversity Center, EIS Kenniscentrum Insecten en Natuurpunt.
Veldgids voor Nederland en Vlaanderen
• Unieke veldgids in handzaam formaat, met een in-één-oogopslag overzicht als startpunt voor de determinatie. • Geïllustreerd met meer dan 140 prachtig gedetailleerde tekeningen van Richard Lewington. • Bevat ruim 100 kleurenfoto’s en bij elk van de 58 beschreven soorten een verspreidingskaartje. • De uitgebreide inleiding bevat uitleg over bouw en ecologie van lieveheersbeestjes, tips voor hulpmiddelen bij het zoeken naar lieveheersbeestjes, het doorgeven van waarnemingen en geschikte locaties om naar lieveheersbeestjes te zoeken. • De soortteksten geven alle benodigde informatie over uiterlijke kenmerken, mogelijke verwarring met andere soorten, hun voedsel en habitat, de aanbevolen zoekmethode, verspreiding, status en trend.
Lieveheersbeestjes
Unieke veldgids met 58 soorten lieveheersbeestjes die in Nederland en Vlaanderen te vinden zijn
Lieve heers Veldgids
beestjes
voor Nederland en Vlaanderen
Helen Roy en Peter Brown Illustraties: Richard Lewington WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL
Lieveheersbeestjes cover.indd 1
Nederlandse bewerking: Gerrian Tacoma-Krist
11-02-21 13:35